Onder de rook van Brusselmans

Annemarie Segeren

Afgelopen zaterdag was Herman Brusselmans te gast bij het Wintertuinfestival in Doornroosje, waar hij zou voorlezen uit zijn nieuwe boek De Fouten. Voordat deze voordracht ging plaatsvinden, mocht ANS de ‘Mooie Jonge Oppergod van de Vlaamse Letteren’ enkele vragen stellen. ANS sprak hem in het rokershok backstage over het schrijverschap, humor en zijn leesvoorkeuren.

Tekst: Annemarie Segeren
Foto’s: Ted van Aanholt

Rustig zittend op een van de lage houten banken in het rokershok, rookt Herman Brusselmans een Marlboro Light. De grijze muren kleuren goed bij de rook die wordt uitgeblazen. Brusselmans is gekleed in zijn typerende zwartleren jasje en zijn lange haren liggen over de schouders gedrapeerd. De zeer belangrijk schrijver, zoals hij steevast op de achterkant van zijn boeken wordt omschreven, trekt zich niets aan van de vele mensen die het rokershok in- en uit blijven lopen tijdens het interview. Kalm drinkt hij slokjes uit zijn flesje water en paft de een na de andere sigaret weg. ‘Zeg maar "je"’, begint Brusselmans.

20161126 3S2A8898 ctedVA

Je hebt al 72 boeken op je naam staan, dat zijn gemiddeld twee boeken per jaar. Waar komt die drive vandaan om te schrijven?
‘Het zijn er al 73. Die drive heb je of die heb je niet. Niemand verplicht je om te schrijven, niemand zit op een boek te wachten. De wereld wordt er niet per se beter van en toch doe ik het. Die drive is er toch niet echt van jongs af, ik ben pas op mijn zeventiende begonnen. Dat is natuurlijk niet zo heel vroeg. Je hebt ook schrijvers die al op hun achtste beginnen, maar ik was toen bezig met voetballen en drummen. Daar was ik niet goed in en toen ben ik veel gaan lezen. Ik dacht “Waarom ook niet”. Die drive zat er toen al in en ik vond het schrijven meteen leuk. Het is een kwestie van doen.’

'Ik ben een mislukt drummer, maar bij het schrijven moet die beat erin zitten; niet nadenken en gewoon voortrazen.'

Heb je ook weleens last van een writers block?
‘Nee. Hout vasthouden, maar nee.(Brusselmans klopt af op de houten bank waarop hij zit.) Ik schrijf ook een aantal columns, dus ik werk ook met deadlines en dan moet je wel hè. “Niet lullen maar poetsen”, zo noemen ze dat. Het moet verder gaan. Bij mij moet er een beat in zitten in dat schrijven. Ik ben een mislukt drummer, maar bij het schrijven moet die beat erin zitten; niet nadenken en gewoon voortrazen.’

Een mislukte drummer?
‘Ja ik ben een drummer. Heb trouwens laatst weer een nieuw drumstel gekocht. Maar ik ben niet zo’n goede drummer.’

20161126 3S2A8906 ctedVAIs schrijven een uitlaatklep voor je?
‘Wat er gebeurt in mijn leven, geraakt uiteindelijk op de een of andere manier in een boek. Niet alles, maar je kan inderdaad verschillende gevoelens kwijt. Schrijven is wel een uitlaatklep, maar problemen verdwijnen natuurlijk niet doordat je erover schrijft. Het kan wel helpen om jezelf in een andere context te zien. Je schrijft het op, je leest het en je gaat er dan iets anders over denken. Dat werkt.’

Is humor ook een manier om ergens achter te verschuilen?
‘Ja, maar mijn haren ook bijvoorbeeld. Daar kan ik zo achter wegkruipen. Humor is een tegenwicht voor ellende, melancholie, nostalgie. Niet dat dat allemaal slechte gevoelens zijn, maar humor kan wel iets doen. De eerste functie van humor is mensen laten lachen. Er zijn heel veel soorten en enorm veel manieren om humor te degusteren. Jij vindt misschien iets grappig wat ik niet grappig vind en omgekeerd. Daaraan herken je mensen. Ik ben bijvoorbeeld gek op Herman Finkers en Hans Teeuwen. Van mensen die dat niks vinden, denk ik direct: ”Ga maar weg, we zullen nooit matchen”. Ik vind humor een goede graadmeter om te taxeren.’

Kan iets te persoonlijk zijn om in een boek kwijt te kunnen?
‘Dat voel je. Je weet voor jezelf de grens, maar als je andere mensen bij je verhaal betrekt - bijvoorbeeld de buurman, je vriendin of familie - moet je uitkijken. Ik heb al vrienden verloren door wat ik schreef. Dat is waarom ik synoniemen gebruik. Wat ik schrijf is niet helemaal echt, maar er zijn er toch die zich erin herkennen en zeggen ”Dit staat me niet aan, dit wil ik niet”. Ik laat het wel weten aan de mens die echt wordt betrokken en een hoofdpersonage wordt. Mijn vorige vriendin had ik gebruikt als personage in een boek. Die had het gelezen en vond het niet leuk. Dat wil niet zeggen dat ik het boek niet publiceer, zeker niet als het om een boek van 500 pagina’s gaat.’

Kun je zonder schrijven?
‘Nee. De vraag is altijd: ”zou je op een onbewoond eiland met een stokje gedichten gaan schrijven in het zand?” Ik zou dan andere dingen doen, zoals vuur maken om een boot dichterbij te krijgen.’

Wat is het laatste boek dat je hebt gelezen?
‘Ik ben net begonnen aan de biografie van Harry Mulisch, Zijn eigen land van Robbert Ammerlaan. Daarna ligt Kwaadschiks klaar van A.F.Th van der Heijden en Moedervlekken van Arnon Grunberg moet ik ook nog lezen. Die ligt er al een lange tijd. En ik ben nog in een biografie bezig van Søren Kierkegaard, de filosoof. Dat is een hele hap, ja.’

'De slechte schrijvers zijn in de meerderheid, maar de minderheid is toch altijd groot genoeg om je te amuseren.'

Zijn deze schrijvers mensen die je bewondert?
‘Ik bewonder graag medeschrijvers. Er zijn heel veel slechte schrijvers, maar ook heel veel goede . Zoals er ook slechte televisieprogramma’s en films zijn, maar ook goede. De slechte zijn in de meerderheid, maar de minderheid is toch altijd groot genoeg om je te amuseren.’

Slechte boeken lezen is soms ook fijn.
‘Ja, van die slechte thrillers. Dan denk ik: ”Zo slecht ben ik ook weer niet. Het kan altijd slechter”.’

Jouw boeken zijn toch niet slecht?
‘Soms heb je weleens twijfels over jezelf. Iedereen heeft dat weleens in zijn vak. Iedereen is zijn vak weleens beu en denkt dan ”Zou ik niet beter stoppen?”. Zeker wanneer je ouder wordt. Ik ben 59 en dan denk ik toch weleens ”Sommige mensen gaan op hun zestigste met pensioen. Wat ga ik doen, ga ik door met mijn schrijven?” Ik denk het wel.’

Brusselmans groot

Een uur later maakt Brusselmans zijn opwachting in de Rode Zaal van Doornroosje. De presentator kondigt aan dat de Vlaamse schrijver het zal gaan hebben over zijn nieuwe boek. Nog voordat Brusselmans plaats heeft genomen aan de tafel op het podium, laat hij weten dat dit niet gaat gebeuren. De schrijver besluit namelijk het publiek te trakteren op een viertal korte verhalen. De kalme man in het rokershok is verdwenen. Zittend aan de tafel op het podium laat hij zijn andere kant zien: rap en luid dreunt een fel gebekte Brusselmans een viertal verhalen op die gaan over een schrijver die niet wil shockeren, maar dat toch doet.

Het publiek lacht hard wanneer Brusselmans het bedrag uit de doeken doet dat hij voor die avond vangt. Voor een gemiddelde avond ontvangt hij 3000 euro, terwijl Doornroosje de schrijver voor zeker 6000 euro heeft binnengehaald. Ook anekdotes over het mislukte optreden in Zaandam en het uiterlijk van de schrijver doen het goed bij het publiek. Brusselmans verhaalt over een foto van zichzelf die hij in de krant zag staan. De man op de foto zag er slecht uit, en hij besluit dan ook dat hier Dimitri Verhulst gefotografeerd is, vermomd als Brusselmans. Die wilde zeker weten hoe het is om een goede schrijver te zijn. Tussen de verhalen door laat de Vlaming weten dat hij met een fantastisch publiek te maken heeft. ‘Zo, is dat geslijm ook weer gedaan’, besluit hij en gaat resoluut verder met zijn voordracht. Toch vallen niet alle grappen in de smaak. Wanneer Griet Op de Beeck (auteur van onder meer Kom hier dat ik u kus’) ervan langs krijgt en Geert Wilders en zijn mening over Marokkanen ter sprake komen, klinken er enkel geluiden van ongemak door de zaal. Brusselmans raast zo snel door zijn verhalen dat deze onaangename sfeer maar van korte duur is. Het verhaal over het vrijende stel dat naar uiensoep en maandstonden ruikt, maakt alles goed. Hij eindigt zijn voordracht met een relaas over een schrijver die niet durft te shockeren. Maar zoals het de Vlaamse Oppergod betaamt, doet hij dat toch.