Burgervader Bruls

Noor de Kort
Bruls over Nijmegen studentenstad

Met het nieuwe studiejaar breekt de introductietijd aan. Nijmegen wordt gevuld met introkinderen die de stad willen ontdekken. Hubert Bruls, sinds 2012 burgemeester, vertelt over studentenstad Nijmegen. ‘Ik bied aan iedere student die Nijmegen denkt te kennen een rondleiding door de stad aan.’

Tekst: Noor de Kort
Foto's: Elise Talsma

Terwijl op deze snikhete dag schouders verbranden en zonnebrillen in gezichten worden vereeuwigd, komt burgemeester Hubert Bruls volledig in pak de trappen van het stadhuis aan de Burchtstraat op. In zijn kamer gaat het jasje echter meteen uit. Eenmaal neergeploft in een stoel, scheurt hij met veel genoegen de verpakking van de meegebrachte raketijsjes open. In de ruime, lichte kamer staat een enorme ronde tafel. Aan het hoofd zitten is dus geen optie. ‘Hiërarchie past niet bij Nijmegen’, verklaart Bruls.

Hubert Bruls is sinds drie jaar burgemeester van Nijmegen, maar kent de stad al veel langer. Hij studeerde in de jaren tachtig politicologie aan de Radboud Universiteit (RU), die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Vanaf 1998 was hij wethouder bij de gemeente Nijmegen, tot hij in 2002 voor het CDA naar de Tweede Kamer vertrok. Na werk als Tweede Kamerlid en een periode als burgemeester van Venlo, is hij sinds 2012 weer terug in Nijmegen. Terwijl het ijsje in zijn hand gestaag smelt, vertelt hij over zijn eigen studententijd, Nijmegen als studentenstad en de rol die een burgemeester volgens hem moet hebben. ‘De rol van burgervader is minstens zo belangrijk als besluiten nemen.’

Gids Bruls Brulsgroot
Tijdens zijn studententijd was Bruls naast studeren graag bezig met andere zaken. Op twintigjarige leeftijd werd hij lid van het CDJA, de jongerenvereniging van de christendemocratische partij. Dit was voor hem een logische keuze. ‘Ik heb altijd al politiek-maatschappelijke interesse gehad en was van huis uit vooral op het CDA georiënteerd’, vertelt Bruls. Toch gingen er een aantal jaren studeren overheen voordat hij uiteindelijk lid werd. ‘Mijn vader heeft uiteindelijk de knoop doorgehakt. Hij heeft naar de partijafdeling in Arnhem gebeld en gezegd: ‘‘Die gozer moet lid worden.’’’

Bruls vond het lidmaatschap van het CDJA een verrijking van zijn studentenleven. ‘Ik zou iedere student adviseren om lid te worden van een vereniging, clubje of initiatief in de stad, want je leert de stad echt veel breder kennen.’ Volgens hem komen veel studenten niet verder dan het universiteitsterrein, het station en de kroegen. ‘Ik bied aan iedere student die Nijmegen wel denkt te kennen een persoonlijke rondleiding aan door de stad. In bepaalde delen komt een student nooit: het industriegebied, de Waalhavens en wijken in het westen van de stad’, vervolgt hij stellig.

Bètabroeinest
Bruls heeft al een behoorlijke tijd doorgebracht in Nijmegen. Veel is volgens hem de afgelopen decennia hetzelfde gebleven, maar op een aantal gebieden hebben grote ontwikkelingen plaatsgevonden. ‘Een van de meest sensationele veranderingen is de opkomst van de bètawetenschappen aan de RU. Dat is alleen al te zien aan de gebouwen aan de Heyendaalseweg, maar er zijn ook meer studenten uit de bètahoek naar Nijmegen gekomen. Door de groei van de bètafaculteit is de universiteit completer geworden’ vertelt hij al etend van zijn raketje. Daarnaast benadrukt Bruls dat de universiteit zich veel ondernemender opstelt dan vroeger. ‘Tegenwoordig zorgt de universiteit voor veel spin-offs en is zij een grote economische speler. Samen met het ziekenhuis is de universiteit de grootste werkgever van heel Gelderland en Overijssel.’ Praten en likken aan een ijsje gaat niet goed samen en Bruls voelt nattigheid. ‘Ik eet het ijsje even snel op, als jullie dat niet erg vinden.’

Studentenstad Nijmegen
‘De stad wordt gekleurd door de universiteit, maar de universiteit kan omgekeerd ook niet zonder de Nijmeegse cultuur.’ Bruls typeert deze als zuidelijk met lossere verhoudingen dan in het noorden en zonder echte hiërarchie. Verwijzend naar de studentenprotesten van afgelopen jaar zegt hij: ‘Ik zie hierin wel verschil tussen Amsterdam en Nijmegen: de hardheid die in het westen heerst, heerst hier niet.

’Het aantrekkelijk houden van Nijmegen voor studenten wordt volgens Bruls vooral door de studenten zelf geregeld. ‘Zolang er studenten zijn, is er een bepaalde markt voor cultuur en kroegen. Als deze markt er is, blijven studenten komen. We kunnen er hooguit aan bijdragen dat er qua studentenhuisvesting voldoende mogelijkheden zijn.’ Dit laatste is volgens Bruls wel een punt van zorg. ‘De afgelopen jaren is er al ontzettend veel bijgebouwd, maar Nijmegen loopt door de groei van de studentenpopulatie altijd wat achter de feiten aan. Daarnaast moeten we ook rekening houden met het scenario dat het aantal studenten over tien, twintig jaar is afgenomen, omdat er minder jongeren zijn. Nu massaal kamers gaan bouwen, is bouwen voor de leegstand.’

De gemeente zoekt daarom naar alternatieve oplossingen voor het kamertekort van nu. ‘We proberen bestaande panden om te bouwen tot studenthuisvesting zoals bij het voormalige verzorgingstehuis Leeuwenstein is gebeurd. Dat is veel goedkoper dan het nieuw bouwen van een flat of complex. ’Onlangs bleek uit een onderzoek van de Landelijke Studentenvakbond dat studenten in Nijmegen gemiddeld 53 euro huur per maand teveel betalen. Bruls wil niet lang ingaan op dit bedrag. ‘Oh, is dat zo? Ik heb geen idee of het getal klopt. Ik weet alleen dat we een populaire stad zijn voor veel studenten, dat de populatie groeit en dat er een kamertekort is. Door de marktwerking vind ik het dan ook voor de hand liggen dat je meer betaalt.’

brulshorzintaal

Hoewel er in 2013 in Nijmegen veel discussie was rond het verlenen van vergunningen voor kamerbewoning, zorgen studenten volgens Bruls niet voor veel overlast. Toch erkent hij dat er de laatste jaren meer kamers worden aangeboden in wijken waar voorheen weinig studenten woonden. Dit levert soms klachten op.‘Studenten hebben nu eenmaal een iets ander dagritme dan iemand die overdag werkt en ’s avonds rustig thuis wil zitten. Ik ben zelf ook student geweest. Wat ik van de Vierdaagse meekreeg, is dat ik op donderdagnacht naar huis liep en dat de eerste lopers me tegemoet kwamen.’ Lachend voegt hij toe: ‘Jullie begrijpen dat ik niet naar de stad was gegaan om alvast te gaan oefenen voor het lopen.’

Kennisvlucht
Bruls reageert scherp op de vraag of hij het jammer vindt dat studenten na de bachelor hun master of vervolgonderzoek vaak in een andere stad volgen. ‘In Nederland worden studenten geadviseerd een goede opleiding te volgen en zich ook op andere steden te oriënteren. Omgekeerd komen er ook studenten of wetenschappers van buiten naar Nijmegen. Tegen hen zeggen we toch ook niet: “Jij moet in Amsterdam of in Barcelona blijven.” Als je een Europese, internationale stad bent, moet je accepteren dat er mensen weggaan.’ Bruls maakt zich ook niet druk over het feit dat veel afgestudeerden voor banen naar het westen van het land trekken. Hij denkt bovendien dat de aantrekkingskracht van de Randstad minder sterk is geworden. ‘In Nijmegen is er veel gevarieerde werkgelegenheid bijgekomen, dus ik zou wel eens een vergelijking met het verleden willen zien.’Volgens Bruls zou oriëntatie op Duitsland er wel voor zorgen dat meer afgestudeerden in Nijmegen blijven wonen. ‘Aan de oostkant van Nijmegen liggen grote steden met interessante werkgelegenheid. Düsseldorf is net zo groot als Amsterdam. De positie van grenssteden zoals Nijmegen en Arnhem zou door deze oriëntatie versterkt worden.’

Meer zeggenschap Bruls
De afkeer voor het denken binnen stadsgrenzen is typerend voor Bruls burgemeesterschap. ‘Ik denk in stedelijke regio’s. Als ik de gemeentegrens oversteek naar Malden zie ik heel veel Nijmegen, want daar wonen veel oud-Nijmegenaren’, vertelt hij. Hij streeft ernaar om zaken op het gebied van verkeer en vervoer, economie en bouw regionaal af te stemmen. Bruls zou in ieder geval graag zien dat gemeenten onafhankelijker van de nationale politiek mogen opereren. ‘Ik vind dat we in dit land bijna uitvoeringsloketten zijn geworden van de landelijke overheid. Als je alles wat provincies, gemeenten en waterschappen aan eigen belastingen mogen heffen optelt, is dat nog niet eens vijf procent van alle belastingen. Ik snap dan ook wel dat bij lokale verkiezingen minder mensen naar de stembus gaan dan bij landelijke verkiezingen. Voor een paar tientjes gaan mensen niet stemmen. Ik ben daarom voor minder Den Haag en meer Nijmegen, maar we doen het wel samen.’ Bruls is daarom positief over de plannen die op dit moment in de Tweede Kamer liggen om een deel van de landelijke belastingen door gemeenten te laten heffen. ‘Het is nog maar een begin, maar wel een beweging in de goede richting.’

Binnen de gemeenteraad is de burgemeester vooral een technisch voorzitter. Voorstellen doen of stemmen is er niet bij. Binnen het huidige bestel vindt hij dat deze rol bij het burgemeesterschap past. ‘Als je het verbindende element wil zijn, moet je boven de partijen uitsteken’.Toch zijn er volgens Bruls ontwikkelingen in de samenleving die zorgen dat de burgemeester eigenlijk meer bestuurlijke bevoegdheden zou moeten krijgen. ‘Uit onderzoeken blijkt dat de bekendste politicus uit de regio de burgemeester is. Dat is eigenlijk raar, want je kunt niet op hem stemmen en hij gaat eigenlijk nergens over, behalve op veiligheidsgebied.’ Bruls is voor een direct verkozen burgemeester met meer zeggenschap op inhoudelijk gebied. Dan moet de huidige constructie wel worden aangepast. ‘Je krijgt dan een sterke wetgevende macht, de gemeenteraad, en een sterke uitvoerende macht, de burgemeester met een eigen mandaat. De uitvoerende macht wordt dan gecontroleerd door een gekozen volksvertegenwoordiging.’

Bij de buren binnen kijken
Het beleid uitstippelen is volgens Bruls echter niet de belangrijkste taak van een burgemeester. ‘Het is belangrijk dat je niet alleen met hoogopgeleiden kunt praten, maar ook met iemand die geen opleiding heeft gehad en bij wijze van spreken niet veel verder is gekomen dan de stad. Als je dat niet kunt, moet je goed nadenken of je wel burgemeester wil worden.’ Bruls heeft veel plezier in het onderhouden van contacten. De burgervader in hem komt weer boven en triomfantelijk besluit hij: ‘De burgemeester mag gewoon overal binnenkomen, dat is echt een privilege van mijn vak.’