Op reis met Tommy Wieringa

Tijs Sikma

Tommy Wieringa las op het Wintertuinfestival voor uit zijn nieuwe boek Honorair Kozak, een samenstelling van reisverhalen. ANS sprak met hem over eenzaamheid, reizen en de Nederlandse volksaard.

Tekst: Tijs Sikma
Foto’s: Melis Ulubas

Tommy Wieringa heeft net uitgebreid uit zijn nieuwe reisverhalenbundel voorgedragen en is druk bezig met handtekeningen zetten. De schrijver geniet van de aandacht en laat even op zich wachten. WieringaSigneertWanneer hij van bier is voorzien, loopt hij echter goedgehumeurd mee. Het is te rumoerig in de signeerruimte voor een interview. Wieringa neemt het initiatief en trekt op goed geluk een deur open. ‘Hier kunnen we vast wel zitten.’

Al snel blijkt dat Wieringa niet alleen in zijn boeken een geboren verteller is. Met kalme stem schildert hij zinnen en dwaalt hij van het ene naar het andere onderwerp. Wieringa is een gids die beeldend vertelt over eenzaamheid, reizen en de Nederlandse volksaard. ‘Comfort heeft de Nederlander verweekt.

Uw nieuwe boek, Honorair Kozak, bestaat uit korte verhalen over reizen die u maakte. Hoe hangen deze verhalen samen?
‘In een Vlaamse krant stond in een recensie dat het thema van mijn vorige reisboek uit 2006 ‘de dood’ was en dat het thema van dit boek ‘eenzaamheid’ is.’

Kunt u dit uitleggen?
‘Nee, dat kan ik zelf niet uitleggen. Iemand heeft de moeite genomen om dit boek en het vorige reisboek te lezen en daaruit deze belangwekkende conclusie weten te trekken, dan ga ik dat toch niet in twijfel trekken? Ik heb de recensie niet verder gelezen. Ik vond deze observatie al zo bijzonder, dat ik het alleen maar zou verpesten door verder te lezen.’

WieringaBuigtZwartWitIs reizen een eenzame aangelegenheid?
‘Ik heb eenzaamheid nooit beklaagd. Het is fijn en nuttig om eenzaam te zijn. Eenzaamheid is nodig voor alles wat ik doe. Ik kan niet schrijven in gezelschap. Ik kan niet schrijven in de schoot van een gezin. Ik kan alleen maar schrijven als ik, het liefst heel lang, afgezonderd en alleen ben. Die zelfgekozen eenzaamheid is van reusachtig belang voor een schrijver.

'Reizen is een verheviging van alles. Als je bijvoorbeeld ongelukkig bent, dan neem je jezelf op reis in zodanige mate mee dat je dubbel zo ongelukkig bent als je eenmaal op je bestemming bent aangekomen.’

Wat trekt u dan zo aan in het reizen?
‘Het feit dat je buiten de orde van je dagelijks leven treedt, dat je op jezelf teruggeworpen bent, dat je als pasgeboren in de wereld staat en je jezelf moet verhouden tot een omgeving en mensen die je niet kent en tot een taal die je niet spreekt. Dat heb ik altijd een hele prettige manier van leven gevonden.’

Wieringa is even afgeleid wanneer schrijver Kader Abdolah in stevige pas voorbijloopt en vraagt: ‘Wat doe je hier nog, waarom ga je niet naar huis?’ Wieringa glimlacht: ‘Ik ben op reis, Kader….
‘Kennen jullie hem?’

Dat is Kader Abdolah
‘Dat is een van de meest bijzondere schrijvers die we in Nederland hebben. Hij heeft zijn vaderland achter zich gelaten en is in een nieuwe taal gaan schrijven, dromen en praten. Stel je eens voor dat jij naar Iran verhuist en opeens Farsi moet leren praten; je leven begint opnieuw.’

Voelt u zich een vreemde in Nederland doordat u zoveel hebt gereisd?
‘Nee, in Nederland voel ik me thuis. Dat komt ten eerste door de taal en ten tweede doordat ik hier kinderen heb gekregen. Ik heb wel mijn best moeten doen om me in Nederland thuis te voelen. Het is denk ik een wilsdaad om van Nederland te houden, want in wezen is het best een rotland. De Poolse ambassadeur zei ooit: “De Nederlandse organisatiegraad grenst aan perfectie.” Bij die uitspraak krijg ik koude, kille handen rond mijn hart. Ik houd meer van gerommel.

‘Gerard Reve zei ooit: “het is onmogelijk om grote literatuur te hebben in een land waar je als meisje van zestien ‘s morgens kunt weglopen en ‘s avonds in Maastricht een tientje kunt lenen van iemand en nog voor het avondeten thuis bent.” Nederland is geen land waar je avonturen kunt beleven.’

WieringaLachtZwartWitVindt u dat de mensen in Nederland te veel binnen de regels leven?
‘De kenmerken van de Nederlandse volksaard zijn volgzaamheid en verongelijktheid. De Nederlander voelt zich per definitie te kort gedaan. Hij voelt zich door omstandigheden bestolen, bijvoorbeeld door ‘de overheid’ en ‘de hoge heren in Den Haag’, die zomaar een asielzoekerscentrum in zijn wijk plaatsen.’

Waar komt deze verongelijktheid vandaan?
‘Die komt voort uit te veel gemak; te veel gratis, maakt je een dief. Het gekanker in Nederland is het gekanker van dieven. Daarom is het ook zo’n rotland.’

U houdt van reizen en u vindt Nederland een rotland. Waarom blijft u dan toch nog in Nederland wonen?
‘Mijn halsband is tegenwoordig kort geworden. Ik ben heel erg gehecht. Ik ben een totaal mislukte boeddhist. Ik ben gehecht tot in het krankzinnige: aan vrienden, aan geliefden, aan kinderen, aan situaties, aan ongemakken en zelfs aan het gekanker in Nederland. Ik hecht me overal aan. Zoals Slauerhoff zei: “Verliefd zelfs op zijn ellende.” Dat ben ik.‘

Eigenlijk was u liever niet zo gehecht geweest aan alles?
‘Ja. Ik kan heel jaloers zijn op mensen die licht als wilgenpluis door de wereld zweven en die overal waar ze hun hoed neerleggen, thuis zijn.’

Toch hebt u vroeger wel ontzettend veel gereisd
‘Ik heb tot mijn 37e uit een koffer geleefd. De gehechtheid is bij mij met de jaren gekomen. De reizen die ik nu nog maak zijn slechts toegepaste verplaatsingen, overzichtelijk en comfortabel. Eigenlijk is dat jammer. Luxe is de vijand van de observatie. In een fijn comfortabel hotel gebeurt eigenlijk nooit iets wat het opschrijven waard is. Iedereen glijdt langs elkaar heen in zijn eigen gecapitonneerde zone.’

Vind u dat Nederlanders meer aan ongemak zouden moeten worden blootgesteld?
‘Je zou de Nederlander wel een kleine, overzichtelijke ramp gunnen, ja: een overstroming, een oorlogje of een asieltsunami. Dat zal hem leren.

‘Voor de komst van de vluchtelingen was het gekanker al niet van de lucht. De grens van de acceptatie was in Nederland bijna onmiddellijk bereikt, terwijl er nog bijna niemand binnen was. Angst is het domein van de fictie. Met de reactie van veel Nederlanders op de komst van de vluchtelingen heeft Nederland echt gezicht verloren. Half Syrië wordt platgegooid en wat doet de Nederlander? Hij is bang voor ‘testosteronbommen’. Dat komt omdat hij geen weerstand heeft; hij is gemakkelijk bang te maken. Comfort heeft hem verweekt.’