Waakhond van de wet

Redactie

In 2015 werd Wim Anker verkozen tot meest gewaardeerde advocaat van Nederland. Van moordenaar Ferdi E. tot kindermisbruiker Robert M.: de strafpleiter verdedigde omstreden misdadigers die andere advocaten links lieten liggen. ‘Strafrechtadvocaten zijn harder nodig dan ooit.’

Tekst: Auke van der Veen
Foto's: Melis Ulubas 

Dit artikel verscheen eerder in het vierde nummer van ANS

Aan de Ossekop 11, hartje Leeuwarden, bevindt zich het statige kantoor van Anker & Anker Strafrechtadvocaten. In een grijs verleden werd hier Saskia van Uylenburgh, de vrouw van Rembrandt, geboren. Wim Anker vindt die geschiedenis maar onderbelicht. Daarom hangen twee portretten van deze schilder in de strak ingerichte vergaderruimte. Even verderop siert een schilderij van Wim zelf de muur. ‘Mijn broeder Hans is echt minder mooi hoor, ik ben het model’, grapt de advocaat met zijn karakteristieke Friese tongval. 

AnkerLacht

De eeneiige Anker-tweeling kan niet zonder elkaar. Wim spreekt dan ook constant in de ‘wij’-vorm. ‘De koning doet hetzelfde’, verklaart hij droogjes. Dat we meer van de eerstgeborene zien, komt alleen doordat Wim de ‘man van buiten’ is en Hans binnen het kantoor een grote rol heeft. Geïnspireerd door een lerares Recht op de middelbare school kozen ze allebei voor de studie Rechten en woonden ze samen regelmatig rechtzittingen bij. Het was de broers meteen duidelijk dat ze later advocaat zouden worden. ‘Het is heerlijk om te knokken voor één persoon, dat zit in ons bloed.’ 

Sinds 1980 pleiten de broers voor mensen die de verschrikkelijkste misdrijven hebben begaan. Als gevolg daarvan kregen ze vele dreigmails en werden er zelfs stenen door de ruiten van hun kantoor gegooid. Met gebalde vuist geeft Anker een pleidooi over zijn vijf principes, de mens achter de misdadiger en over de verharde samenleving, waarin advocaten als waakhonden de wet moeten beschermen.

‘Wij weigeren geen enkele aangeklaagde die bij ons aanklopt.’

The big five
De Ankers hebben glasheldere uitgangspunten waarvan ze nooit afwijken. Met ferme stem somt Wim ze alle vijf op. ‘Allereerst hebben wij een volstrekt eenzijdige taak: we houden ons alleen met de verdachte en zijn verdediging bezig. Daarnaast weigeren we geen enkele aangeklaagde die bij ons aanklopt. Ten derde hebben wij de regie in handen en nimmer de cliënt; Hans en ik zijn geen marionetten waarbij de verdachte aan de touwtjes trekt. Ons vierde uitgangspunt is dat wij rustig wachten tot de cliënt naar ons toekomt. Advocaten die dit niet doen, noemen wij cowboys, omdat ze als het ware met een lasso cliënten proberen te vangen. Ons vijfde principe is dat wij nooit kijken naar inkomen of vermogen. Rijk of arm; iedereen kan ons inhuren. Op het kantoor wordt 50 procent van de zaken pro deo gedaan en zelf doe ik 90 procent van de processen op pro deo-basis. Je krijgt dan een vast, maar gering bedrag van de Staat.’ Op 22 februari verdedigt Anker deze uitgangspunten in de Stadsschouwburg in Nijmegen.

Bijna alle vijf principes zijn gebaseerd op artikel 18 van de Grondwet: ‘Eenieder heeft recht op een verdediging, ongeacht de aard van het misdrijf.’ Niet voor niets nam zijn kantoor in 2010 binnen 4 minuten het besluit Robert M., die ontucht had gepleegd met 82 kinderen tussen de nul en drie jaar, te verdedigen. AnkerWijsvingerAnker reageert fel als hem het wetsartikel wordt voorgelegd. ‘Daarin staat niet “behalve pedofielen”, hè? Ik heb het vanochtend nog opgezocht. Iedereen heeft recht op rechtsbijstand en dat grondrecht geven Hans en ik duidelijk handen en voeten. Wij hadden de wet zelf kunnen maken.’

Advocaat van de duivel?
Anker is door zijn omstreden cliënten niet bepaald populair. Vooral toen de Friese broers vijf jaar geleden de zaak van Robert M. op zich namen, kregen ze het zwaar te verduren. ‘Met grote bakstenen werden alle acht ruiten van het kantoor aan diggelen gegooid. De glaszetter kwam gelijk daarna, maar de volgende ochtend lagen alle ruiten er weer uit. We hebben er toen maar planken voorgespijkerd.’ Ze ontvingen ook een stortvloed aan negatieve e-mails.‘Positieve berichten krijg je als advocaat vrijwel nooit, maar toen verdronken we in de beledigingen en bedreigingen’, verzucht Anker lichtelijk aangeslagen.

De strafpleiter stoot ook veel mensen tegen de borst, omdat hij een band probeert op te bouwen met zijn cliënten die soms allang zijn veroordeeld. Regelmatig gaat hij nog op bezoek bij een aantal van hen, dat voornamelijk binnen de muren van TBS-klinieken wonen. Ook verdachten wil hij zo goed mogelijk leren kennen. Op die manier ziet hij de mens achter de misdadiger. ‘Na twee à drie gesprekken zie ik de persoon niet meer als Jan V. maar als Jan Veenstra, een mens met een eigen aard en karakter. De nare foto’s uit het dossier van een verdachte staan dan niet meer op mijn netvlies.’ Anker benadrukt echter dat het van groot belang is dat er een beroepsmatige distantie bestaat tussen advocaat en cliënt. ‘Als professional mag je nooit te close worden met de verdachte. Dan ga je diegene zo graag gunnen dat zijn proces goed verloopt, dat je niet meer objectief kan oordelen over een zaak.’ Soms laat hij zich bij cliënten echter te veel door zijn emoties meeslepen en wordt dan door zijn broer gewaarschuwd. ‘Hans is een wijs man’, grapt de advocaat.

‘Met grote bakstenen werden alle acht ruiten van het kantoor aan diggelen gegooid.’

Knalhard
Met gebalde, naar voren wijzende vuist betoogt advocaat Anker dat volgens hem iets faliekant mis is met de manier van straffen in de Nederlandse samenleving. ‘Het strafklimaat is tegenwoordig uitermate hard. AnkerVuistAlle nieuwe wetten hebben vergelding en repressie tot doel. Slachtoffers en nabestaanden staan op dit moment te veel centraal, waardoor de belangen van de verdachte en de veroordeelde te weinig aandacht krijgen. De balans is weg.’ Hij betreurt dat resocialisatie - heropvoeding van de veroordeelde voor terugkeer in de samenleving - op de achtergrond is geraakt.

‘Toen Hans en ik begonnen als advocaten, lag de nadruk nog op deze maatregel. Niet alleen door de huidige wetgeving, maar ook dankzij bezuinigingen van staatssecretaris Teeven en minister Opstelten van Justitie worden veroordeelden nu
na hun straf zonder resocialisatie de samenleving in gegooid. Dit is kortetermijnpolitiek. Het is misschien prachtig dat de staatskas met miljoenen wordt gespekt, maar wie betaalt de nota? De samenleving.’

‘Het is inhumaan om mensen levenslang op te sluiten zonder toekomstperspectief.’

Dat levenslang steeds vaker wordt toegediend is volgens Anker een ontwikkeling die de verharding van de Nederlandse maatschappij perfect illustreert. ‘Waar in ieder ander Europees land de kans bestaat ooit weer op vrije voeten te komen, zit je in ons land vast tot de dood erop volgt. Levenslang is knalhard. Het is ronduit inhumaan om mensen zo lang gevangen te houden en geen toekomstperspectief te bieden.’ Met gestrekte armen en vingers die op en neer bewegen alsof hij een een piano bespeelt, pleit Anker voor een alternatieve aanpak. ‘Na ongeveer twintig jaar zou een onafhankelijk rechterlijk college moeten toetsen of iemand weer vrij mag komen. Helaas is de verharde politiek in ons land hier nog niet rijp voor.’

Net zoals een advocaat zich volgens Anker bij zijn cliënten niet door zijn emoties moet laten leiden, vindt Anker dat de maatschappij hetzelfde advies zou moeten opvolgen. ‘In de buitenwereld worden mijn cliënten gezien als beesten. In sommige kranten werd Robert M. “Het monster van Riga” genoemd. Door deze demonisering ontbrak dan ook enigzins de nuance rond het proces.’

AnkerArmenOpen

Woef!
De Nederlandse wet is volgens de Friese advocaat in gevaar. Teleurgesteld merkt hij op dat onder anderen politici zich bemoeien met lopende strafzaken, vooral bij de geruchtmakende zaak van Robert M. ‘Meneer Wilders riep bijvoorbeeld van alles over straffen die de verdachte zou moeten krijgen. Mijn kantoorgenoot Tjalling van der Goot en ik hadden vrij snel door dat het onze taak was om ervoor te zorgen dat onze cliënt een eerlijk proces kreeg.’ Ook wijst Anker met een beschuldigende vinger naar de rechters in dit proces. ‘De zaak van Robert M. was zo groot en zo schokkend, dat zelfs rechters de wet niet meer toepasten. Van der Goot en ik kregen problemen met de rechtbank in Amsterdam, toen de voorzitter van de rechtbank de ouders van de jonge kinderen die waren misbruikt spreekrecht wilde geven.’ De Fries zet zijn halfvolle glas water hardhandig neer op tafel. ‘Toen heb ik zo goed als het kon aan hem duidelijk gemaakt dat ouders helemaal geen spreekrecht hebben. Alleen slachtoffers boven de 12 jaar mogen dit recht uitoefenen en die waren er bij deze zaak niet. De Amsterdamse rechtbank handelde dus niet volgens de wet.’ Alsof hij in de rechtzaal aan het pleiten is, staat Anker op. AnkerStaat

Met zijn handen aan de tafel vervolgt hij zijn vurige verhaal. ‘De rechtbank was Mens Erger Je Niet aan het spelen. Dan loopt het ineens niet zoals de rechter het wil en vervolgens worden de regels tijdens het spel veranderd. Ik durfde het toen niet, maar ik had de drie rechters bijna gezegd dat ze geen zwarte jurk hadden moeten aantrekken. Een jurist moet altijd zijn rug recht houden. Voor het veranderen van wetten moet je maar in het parlement gaan zitten. In onze rechtstaat is de wetgevende macht gescheiden van de rechterlijke, een principe dat hier dus met voeten werd getreden.’

Door het lukraak omspringen met de wet raakt de rechtspraak uit balans, betoogt de strafpleiter. Juist hij en zijn beroepsgenoten kunnen volgens hem deze ontwikkeling het beste tegengaan, omdat pleitbezorgers er zijn om de Grondwet te handhaven door eenieder een eerlijk proces te geven. ‘Strafrechtadvocaten zijn meer dan ooit nodig. De maatschappij slaat helemaal door en daarom worden Hans en ik steeds feller. Wij moeten blaffen.’