Jezelf niet of nooit geweest

Redactie
Interview schrijver Esther Gerritsen

Schrijver Esther Gerritsen zet in het Boekenweekgeschenk vraagtekens bij de mate waarin mensen zichzelf kunnen kennen. ‘De ene dag denk ik: “Ik ben een hysterische, emotionele, sentimentele dweil” en de andere dag denk ik: “Nee, ik laat geen gevoelens toe.”’

Tekst: Noor de Kort
Foto’s: Elise Talsma

Dit artikel verscheen eerder in het vijfde nummer van ANS

‘Ik dacht als puber altijd: “Als alles mislukt, schrijf ik wel een boek”’, zegt schrijver Esther Gerritsen lachend. Schrijven vond ze toen geen echt beroep, maar ondertussen mag het toch een wezenlijk onderdeel van haar leven worden genoemd. EstherNa haar debuut in 2000 met Bevoorrecht Bewustzijn volgden nog zes romans en twee columnbundels. Voor de komende Boekenweek schreef ze de novelle Broer. Op 19 maart komt ze naar De Vereeniging in Nijmegen voor het Boekenbal.

Gerritsen bracht de eerste zes jaar van haar leven door in Nijmegen, verhuisde daarna naar Gendt, maar keerde weer terug naar de stad voor de studie Dramatherapie. Nijmegen heeft ze inmiddels ingeruild voor Amsterdam, waar de uitgeverij van het Boekenweekgeschenk huist in een statig pand aan de Heren- gracht. In een ruime kamer met aan de muur posters van Suske & Wiske en naakte, lezende mensen, vertelt Gerritsen over het Boekenweekgeschenk Broer. In deze novelle is de betwistbaarheid van de eigen perceptie een belangrijk thema. ‘Mensen kunnen zichzelf zo goed voor de gek houden.’

‘Mijn boeken gaan altijd over hoe de werkelijkheid wordt gevormd door je eigen perceptie erop.’

Vertekend beeld
Gerritsen vindt het een grote eer dat ze is gevraagd het Boekenweekgeschenk te schrijven. ‘Het is een enorm prestigieuze Nederlandse traditie, want de rij auteurs waarin ik aansluit, is niet de minste’, zegt ze. Het Boekenweekgeschenk Broer verhaalt over Olivia die haar leven op orde heeft, tot haar broer Marcus zijn been moet laten amputeren. Ze besluit haar broer, met wie ze tot de operatie nauwelijks contact had, tijdens zijn revalidatie in huis te nemen. Zijn logeerpartij leidt tot opschudding binnen Olivia’s gezin en bij haarzelf, want ze wordt steeds onzekerder over het beeld dat ze van haar broer heeft.

Dat je eigen beeld van de wereld vertekend kan zijn, is een terugkerend thema in het werk van Gerritsen. ‘Mijn boeken gaan altijd over hoe de werkelijkheid wordt gevormd door je eigen perceptie erop. We weten natuurlijk nooit wat werkelijkheid is en wat je er zelf van maakt.’ Gedurende het verhaal bekijk je de gebeurtenissen door de ogen van Olivia, wat consequenties heeft volgens Gerritsen. ‘Zij heeft een bepaald beeld van de werkelijkheid, waar je als lezer in eerste instantie in meegaat. Naarmate je meer te weten komt over hoe anderen naar haar en haar broer kijken, begin je te twijfelen over wat je krijgt voorgeschoteld.’ Gerritsen vervolgt dat niet alleen de perceptie van de lezer begint te kantelen; ook Olivia’s eigen visie verandert. ‘Ze erkent op een gegeven moment dat er iets niet helemaal klopt met hoe ze haar broer ziet. Iedereen vindt haar broer namelijk leuk, behalve zijzelf.’

Baldadige bui
Gerritsen noemt het ‘wel een beetje sneu’ dat de rij met auteurs van het Boekenweekgeschenk bijna alleen maar uit mannen bestaat. Anna Enquist was in 2002 de laatste vrouw. Dit doet volgens Gerritsen geen recht aan de kwaliteit van vrouwelijke schrijvers. ‘Het is extreem lang geleden dat een vrouw het geschenk schreef. Je kunt natuurlijk besluiten het ene jaar een man en het andere jaar een vrouw te vragen, maar ik hoop dat de man-vrouw-verdeling op een gegeven moment vanzelf gelijk wordt.’

‘Ik wil zoveel mogelijk fantasie van personages in actie omzetten.’

Dat het Boekenweekgeschenk altijd uit maximaal 96 pagina’s mag bestaan, vond Gerritsen ‘lekker overzichtelijk’. Het schrijven ging goed, ‘want ik was steeds een beetje melig’, lacht ze. Tijdens een melige bui gaf ze een van de personages met een bedrijf in serviezen de achternaam Kyvon, de echte naam van André van Duin. Tijdens het schrijven van Broer stond er een groot interview met Van Duin in de Volkskrant. ‘Andrés vader liet de achternaam in de jaren zestig van Kloot in Kyvon veranderen, dus het bedrijf heet eigenlijk Kloot Serviezen, flauw hè?’, vertelt ze enigszins beschaamd.

EstherLach

Deze meligheid helpt haar vooral als het schrijven een beetje stroef verloopt. ‘Ik zeg dan altijd “wees baldadig” tegen mezelf. Ik schrijf vervolgens stukken waarin de personages iets doen dat ik in eerste instantie een beetje flauw vind, maar dan denk ik: “Ah joh, doe maar!”’ Gerritsen vindt dat je dit soort passages juist wel moet invoegen. ‘Ik wil mijn personages niet teveel laten nadenken. Zodra een personage denkt: “stel je nou toch eens voor dat mijn broer hier binnenstapt”, laat die broer dan écht binnenstappen. Ik wil zoveel mogelijk fantasie van personages in actie omzetten.’ Volgens Gerritsen is haar werk beter geworden door het verbod op fantasie dat ze haar personages oplegt, omdat het nu meer humor en actie bevat. ‘Fantaseren doe je in het echt en boeken zijn de fantasie, dus in het boek moet alles juist wel gebeuren.’

‘Aan beginnende schrijvers zou ik adviseren vooral schaamteloos anderen na te doen.’

Lekker onwetend
Aan de perceptie van mensen schort het volgens Gerritsen nog wel eens. ‘Mensen kunnen soms denken dat iets hen niet meer raakt, dat ze ergens overheen zijn, maar dat blijkt plots niet te kloppen’, legt ze uit. Ook in Broer is er sprake van een omslag in de zelfperceptie. Olivia denkt aan het begin van het verhaal dat ze niet echt een emotioneel persoon is. Door de confrontatie met Marcus, die meer ruimte voor gevoel brengt in het gezin van zijn zus, is Olivia hier niet meer zo zeker van.
Volgens Gerritsen kan je nooit zeker zijn dat je weet wie je bent. ‘Ooit was ik met een groep mensen waarin iedereen een percentage moest koppelen aan zijn hoeveelheid zelfkennis. De meesten schatten ongeveer tachtig procent, maar er was ook een persoon met een bescheiden twintig procent. Ik vroeg me af wie dan het meest weet over zichzelf.’

Beter goed gejat
Bij Gerritsen lijkt er geen gebrek aan zelfkennis te zijn. Als kind was ze al een fanatiek schrijver, maar ze erkent dat zelf verzinnen er toen nog niet bij was. In haar eerste verhalen imiteerde ze boeken die ze goed vond, zoals haar lievelingsboeken Meester van de zwarte molen en Pinkeltje en de boze tovenaar. ‘Als kind kon ik me helemaal niet voorstellen dat ik iets uit het niets kon verzinnen.’ Ook bij haar eigen dochter van zeven ziet ze het nabootsen terug. ‘Bij haar eerste verhaal pakte ze een boek en ging dat letterlijk overschrijven’, lacht Gerritsen. Pas tijdens haar studententijd had ze voor het eerst het idee zelf iets te hebben verzonnen. ‘Op een gegeven moment heb je zoveel gelezen, dat je niet meer imiteert. Je zou echter ook kunnen zeggen dat je het verhaal baseert op driehonderd verschillende boeken.’ Gerritsen gelooft met volle overtuiging in de kracht van nabootsing. ‘Aan beginnende schrijvers zou ik adviseren eerst vooral schaamteloos anderen na te doen. Alles begint daarmee: kinderen leren ook door imitatie.’

EstherBoeken

Gerritsen mag dan een realistische kijk hebben op haar schrijftalent als kind, toch zegt ze weinig vertrouwen te hebben in haar eigen zelfkennis. ‘Ik schrik er soms van hoe weinig ik weet over mezelf. Je denkt op een gegeven moment toch dat je wel weet wie je bent en waar je van houdt. Dat blijkt soms allemaal anders te zijn. De ene dag denk ik: “Ik ben een hysterische, emotionele, sentimentele dweil” en de andere dag denk ik: “Nee, ik laat
geen gevoelens toe.” Ik geloof het allebei.’

Of je nou veel of weinig zelfkennis denkt te hebben, Gerritsen benadrukt dat het handig is om in ieder geval een soort gebruiksaanwijzing van jezelf te hebben. ‘Ik bedoel dat praktisch, door bijvoorbeeld te zeggen tegen jezelf: “Nee Esther, als jij drie dagen niemand ziet, wil je daarna van een brug springen, dus dat moet je niet doen.”’ Buiten deze noodzakelijke zelfpreventie ziet ze een gebrek aan zelfkennis vooral als iets positiefs. ‘Misschien is het wel veel fijner om los te laten wat je denkt te weten over jezelf en je gewoon te laten verrassen. De overtuiging over wie je bent, houdt je tegen om echt te leven.’