‘Over de beginjaren van ANS gaan veel sterke verhalen rond.’

Tijs Sikma

In maart bestaat ANS 30 jaar. Om dit te vieren, interviewden we drie prominente oud-ANS’ers. Deze week is het de beurt aan Mark Renne. Hij stond samen met Bart Brusse en Michel van der Voort aan de wieg van ANS.

Tekst: Tijs Sikma

Halverwege de jaren tachtig hield het studentenblad Tegenspraak op te bestaan. Dit blad was financieel afhankelijk van abonnementen. Door de economische crisis in de jaren tachtig liepen deze terug, waardoor het blad niet langer rendabel was. MarkRenneDe Commissie Studentenwelzijn, een commissie van de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen waarin personeel, docenten en studenten met het College van Bestuur over studentenwelzijnszaken praatten, wilde hierna onderzoeken of er onder studenten genoeg animo was voor een algemeen Nijmeegs studentenblad. De commissie stuurde een ex-hoofdredacteur van Tegenspraak erop uit om dit uit te vogelen. Het nieuwe blad moest financieel mogelijk worden door middel van advertenties. Drie studenten - Mark Renne, Bart Brusse en Michel van der Voort – namen uiteindelijk het heft in handen en schreven een plan voor een onafhankelijk blad.

Wie kan het verhaal van de stichting van ANS beter verder vertellen dan een van de oprichters zelf? ANS liet zich vertellen over haar eigen geboorte door Mark Renne. 

Hoe is ANS verwekt?
‘Over de beginjaren van het ANS gaan veel sterke verhalen rond. Het blad zou vooral een initiatief zijn geweest van studentenvakbond AKKU. Niets is minder waar. Na het stoppen van Tegenspraak wilde de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds (SNUF) geld vrijhouden voor een nieuw studentenblad. Toen is er een informateur, volgens mij een dr. Janssen van Psycholgie, op pad gestuurd die langs alle studentenclubs en organisaties ging. Zijn opdracht was om te kijken of er draagvlak was voor een algemeen studentenblad waarvoor meerdere clubs wilden schrijven. Het moest een meer algemene stempel krijgen dan de links progressieve voorganger Tegenspraak.’

Hoe raakte jij bij dit plan betrokken?
‘In die tijd zaten Bart Brusse, Michel van der Voort en ik in het bestuur van de AKKU. Wij drieën wilden wel ingaan op het plan een algemeen studentenblad op te richten. Op het moment dat de informateur langskwam heeft het bestuur van AKKU meegegeven er niets in te zien, vooral niet in dat algemene, minder politieke. Bij dat gesprek was ik niet aanwezig. Ik was toen op excursie naar Egypte. Bij terugkomst hoorde ik dat eigenlijk alle clubs die benaderd waren, hadden gezegd niets te zien in een algemeen gezamenlijk blad. Bart, Michel en ik hebben het daar nog over gesproken en wilden graag iets opzetten, maar officieel konden we weinig meer.

‘In diezelfde tijd zat ik in de Commissie Studentenwelzijn. De oprichting van een studentenblad en het rapport van de informateur stond daar op de agenda in een vergadering. Bij de behandeling hiervan merkte ik dat Paul Tummers, de toenmalige voorzitter van het SNUF en de U-raad (voorganger Universitaire Studentenraad), heel graag een studentenblad wilde en zich moeilijk kon neerleggen bij het rapport dat stelde dat er geen draagvlak voor was. Hij heeft toen verzucht "is er nu geen enkel initiatief dat een onafhankelijk studentenblad kan dragen?" Daarop heb ik gemeld dat Bart, Michel en ik een plan hiervoor hadden en dat graag verder uit wilden werken. Als gevolg hiervan zaten we twee weken later met een afvaardiging van SNUF en de informateur om de tafel. Zij gaven ons het vertrouwen om ons plan verder uit te werken.

'De eerste jaren heeft ANS daarom een 'haat-liefde' verhouding gehad met de AKKU.’

‘We vonden dat we uit het AKKU-bestuur moesten. Dat hebben we niet hoeven te koppelen aan dit plan. Op hetzelfde moment verkeerde het bestuur van AKKU namelijk in een crisis. In een algemene ledenvergadering is toen een motie van wantrouwen tegen twee andere leden ingediend. Wij zaten met deze leden op een lijn. Wij zijn toen samen met hen opgestapt. De eerste jaren heeft ANS daarom een 'haat-liefde' verhouding gehad met AKKU.’

Wat was de oorspronkelijke doelstelling van ANS en is deze doelstelling nog steeds terug te vinden?
‘De oorspronkelijke doelstelling van ANS was om studenten hun eigen platform te bieden. Wij wisten wel dat het vooral progressief gedragen zou worden, maar als een soort kritische, prikkelende actie hebben we als naam de werktitel van de informateur gekozen: het Algemeen Nijmeegs Studentenblad. ANS! 

'Ik heb samen met de eerste redactie vier nummers gemaakt die niet uitkwamen.'

‘De opbouw tot het eerste nummer heeft iets meer dan anderhalf jaar geduurd. Ik heb samen met de eerste redactie vier nummers gemaakt die niet uitkwamen. Dit kwam doordat het technische traject en het werven van advertenties niet op tijd klaar was. Toen dit eindelijk lukte heb ik nog drie uitgaven kunnen uitbrengen. Het ei breekt openDaarna hebben Marlies ten Bulte en Hans Wagner het van mij overgenomen. Wij hadden hen zelf gevraagd en zij hebben het heel goed overgenomen. Om de urenlast te verdelen hebben we toen het duo-hoofdredacteurschap ingevoerd.’

Hoe vind je dat het nu gesteld is met ANS?
‘Na dertig jaar aan uitgaven, ben ik als man van middelbare leeftijd heel erg trots op ANS. Eerst had ik zelfs nog een abonnement, nu volg ik het vooral nog via het internet. Ik ben trots op ons doorzettingsvermogen van toen, maar vooral op alle opvolgers die het blad gaande houden en telkens goed inspelen op de tijdgeest. Wij hebben het fundament gelegd en anderen bouwden en verbouwden daarop verder. Zonder elkaar had dat niet gekund. De ANS was oorspronkelijk bedoeld als een iniatief waarbij studenten van alle studentenorganisaties konden schrijven. Dit bleek echter al snel onhaalbaar.   

'De ANS was oorspronkelijk bedoeld als een iniatief waarbij studenten van alle studentenorganisaties konden schrijven.'

‘Elke universiteit zou een tegenhanger van het officiële universiteitsblad moeten hebben zoals ANS. Volgens mij zijn er maar weinig studentenbladen in Nederland. Op een universiteit zou een kritische belangrijk moeten zijn, bij een studentenblad leren studenten deze te ontwikkellen en te uiten.‘