Flikken Nijmegen

Redactie

Het politiebusje in de Molenstraat is een bekend fenomeen bij het uitgaanspubliek. ANS liep een nacht mee met de nachtelijke horecadienst van de politie en ervaarde hoe een stapavond verloopt voor de Nijmeegse agenten.

Tekst: Vera Crienen
Foto's: Kelley van Evert

Dit artikel verscheen eerder in het introductienummer van ANS.

In de kroegenstraten van Nijmegen is het alle avonden feest. Allerhande publiek, waaronder studenten, komt naar het centrum voor een nachtje zuipen, zingen en dansen. De kroegen stromen vol en tot in de late uurtjes duurt het feest voort. De festiviteiten worden echter regelmatig verstoord door ruziezoekers, wildplassers of comazuipers. Om te zorgen dat de nachten gemoedelijk en veilig verlopen, is er van half 11 tot ongeveer half 7 altijd een politieteam aanwezig in de Molenstraat dat een oogje in het zeil houdt. Hoe verloopt een stapavond voor deze politieagenten?

Het team dat deze avond horecadienst heeft, bestaat uit zes agenten. Het zijn alle zes nog jonge dienders tussen de twintig en veertig jaar. Ard Meijer, de goedlachse brigadier, heeft vanavond de leiding. Op het hoofdbureau roept hij het team bij elkaar om een aantal aandachtspunten voor de komende nacht te bespreken. ‘Gisteren hebben veel scholieren gehoord dat ze geslaagd zijn, dus we verwachten een drukke avond’, deelt Ard mee. ANS liep een nacht mee met de politie en ervaarde een uitgaansavond door de ogen van de Nijmeegse wetsdienaars.

 MG 2542 01

Vliegende start
Voordat de avond goed en wel is begonnen, komt al tijdens de briefing een noodmelding binnen over een ruzie in de wijk Biezen, waar honkbalknuppels aan te pas komen. De agenten springen abrupt op en rennen opgetogen de deur uit. De melding belooft spanning en actie en zorgt voor een uitgelaten sfeer onder de agenten. Met gierende banden scheuren drie politiebusjes weg. Aangekomen op de plaats delict, treffen Ard en zijn team een man aan met een flinke hoofdwond. De agenten zorgen dat er een ambulance ter plekke komt. Op straat slaan een paar ramptoeristen de opschudding gade. De andere ruziemaker is al op weg naar zijn huis en heeft volgens een getuige geroepen dat hij zijn vuurwapen gaat halen. Een van de politiebusjes racet naar het huis van de verdachte en de agenten treffen inderdaad een geladen pistool aan, in een woning met kinderen nota bene. De eigenaar van het wapen wordt opgepakt en de drie busjes keren terug naar het hoofdbureau.

De zaak van het mysterieuze meisje
Terug op het bureau jaagt Ard de briefing er snel doorheen; het horecateam wil op tijd de stad in. Hij splitst het team van zes agenten op in drie koppels. Op de fiets vertrekken ze richting de Molenstraat. Ard fietst samen met Moniek, een van de dienstdoende agenten van de avond, eerst een rondje door het centrum. Ze doen vooral plekken aan waar vaker overlast wordt gemeld. Ze rijden bijvoorbeeld langs de tippelzone bij het Joris Ivensplein en langs de Waalkade.  MG 2594‘Hier veroorzaken hangjongeren veel overlast en er wordt veel gedeald’, vertelt Ard. Onderweg spreekt Moniek een aantal jongeren aan met flesjes en blikjes bier in de hand. Op straat drinken is strafbaar en de alcoholische drankjes moeten direct worden weggegooid.

Eenmaal aangekomen op de Waalkade treffen de twee agenten een meisjesfiets aan met een tas aan het stuur en de sleutel nog in het slot. Op het muurtje ernaast staan twee bijna lege flessen drank. De grond ligt bezaaid met ballonnen en lege lachgaspatronen. In de omgeving is echter niemand te bekennen. Na wat speurwerk in de tas, waar een naam in staat, blijkt de fiets van een zestienjarig meisje te zijn. ‘Ik vind dit een rare situatie’, zegt Ard bedenkelijk. Moniek knikt instemmend. ‘Zestien jaar is heel jong, ik maak me zorgen om haar.’ De twee agenten besluiten de ouders van het meisje in te lichten. Volgens hen zou het meisje op een schoolfeest in het Kolpinghuis aan de Bloemerstraat moeten zijn. De agenten pakken hun fiets weer op en rijden naar het feest om het verdwenen meisje op te sporen.

Voor de deur van het Kolpinghuis treffen de agenten drie dronken jongens aan, liggend in hun eigen kots.

Voor de deur van het Kolpinghuis treffen ze drie dronken jongens aan, liggend in hun eigen kots. Ard zet twee andere agenten van het team op deze situatie, terwijl hij en Moniek verder zoeken naar het mysterieuze meisje. Eenmaal binnen vinden ze haar gelukkig snel. Ze is duidelijk flink aangeschoten, maar wanneer Moniek haar vraagt wat er is gebeurd, liegt de scholier de agent glashard voor. ‘Ik was daar niet en ik heb ook geen lachgas gebruikt’, verzekert ze de politie. De agenten weten wel beter en ze wordt meegenomen naar het bureau, waar de ouders van het meisje haar komen ophalen. Na een preek van de ouders en de agenten, maar zonder boete, gaat het meisje met haar ouders naar huis. ‘Ze heeft haar lesje wel geleerd’, vindt Ard.

Politieselfie
Nu het mysterie van het verdwenen meisje is opgelost, kunnen de agenten weer terug naar het busje in de Molenstraat. Hoewel dit het centrale punt is tijdens de horecadienst, zijn Ard en Moniek er nog nauwelijks geweest deze avond. ‘Soms komen er veel meldingen binnen waarop we moeten reageren’, legt Ard uit. ‘Gelukkig zijn we met drie koppels, dus meestal is er wel iemand aanwezig in de Molenstraat.’

Geregeld komen er aangeschoten mensen langs die grappig denken te zijn. Een jongen vraagt of hij een blaastest mag doen.  MG 2609Zijn vrienden staan op een afstandje te gieren om de fantastische grap van hun maat. Ard neemt het sportief op en laat hem voor de lol over een rechte lijn lopen terwijl hij het topje van zijn neus aan moeten raken. Een andere groep jongens wil graag een selfie nemen met Ard. De hoofdagent is in een goede bui en doet ongedwongen mee. ‘Die vraag krijg ik wel vaker hoor’, lacht hij. ‘Vaak zijn het opdrachten van studieverenigingen of weddenschappen.’ Even later komt een zwaar beschonken man langslopen. Hij is in zijn eentje en begint te kletsen tegen de agenten. ‘Ik kom uit Rosmalen, dat ligt vlakbij Den Bosch. Vinden jullie trouwens niet dat de jeugd van tegenwoordig maar herrie schopt? Ik heb zelf ook wel genoeg uitgevreten in mijn tijd, hoor. Is dat nou leuk, politie zijn? Had ik al verteld dat ik uit Rosmalen kom? Dat ligt vlakbij Den Bosch.’ Zo ratelt de zuipschuit nog even door. Ard hoort de lallende man geduldig aan en maakt wat grapjes tegen hem, al lijkt de zatte vent die niet helemaal te vatten.

Onruststokers en oproerkraaiers
Toch is de sfeer niet alleen gemoedeliijk in de Molenstraat vannacht. Een meisje heeft een identiteitskaart die niet van haar was getoond aan de uitsmijter van een van de kroegen. Deze overhandigt de ID-kaart aan de politie. Volgens het meisje berust de hele situatie op een misverstand en ze gaat in discussie met een van de agenten. Deze geeft niet toe. ‘We kunnen de ID-kaarten wel meteen teruggeven, maar dan is er geen leermoment’, legt Ard uit. In plaats daarvan stuurt de politie alle identiteitskaarten die ze verzamelen op een avond naar de gemeente. Vooral op avonden als deze, wanneer er veel jonge scholieren in de stad rondlopen, kan dat aantal oplopen tot tien kaarten op een avond.

De boel lijkt gesust, maar ineens slaat de sfeer om. De jongen is weer opgefokt en begint te schelden.

 MG 2664Plotseling haast Ard zich met twee collega’s naar het pleintje voor de kroegen. Daar is een opstootje, omdat een jongeman een meisje in het gezicht zou hebben geslagen in De Drie Gezusters. De jongen is door de uitsmijter uit de kroeg gezet en staat nu heibel te schoppen voor de ingang. Een van de agenten praat met het geslagen meisje en Ard met de jongen. De boel lijkt gesust, maar ineens slaat de sfeer om. De jongen is weer opgefokt en begint te schelden. De agenten sturen hem met dwingende hand weg. ‘Als hij straks durft terug te komen, pakken we hem op’, zegt Ard. ‘Aan zijn ogen te zien heeft hij drugs gebruikt. In combinatie met alcohol veroorzaakt dit vaak aggresiviteit.’

Rond drie uur is het weer rustig in de Molenstraat. Ard maakt een praatje met de uitsmijters van de kroegen. Tijdens stapavonden werken de agenten samen met hen om de nacht zo rustig mogelijk te laten verlopen. Wanneer de uitsmijters assistentie van de politie nodig hebben, seinen ze de politie aan de overkant met kleine lampjes die ze bij zich dragen. De meeste kleine problemen worden echter door de portiers zelf opgelost. ‘Kroegen hebben in principe hun eigen deurbeleid’, vertelt Ard. ‘Wij hebben niets te maken met wie zij toelaten of weigeren.’

Ludieke studenten
Het aantal problemen en opstootjes verschilt per avond. Deze nacht verloopt relatief rustig volgens Ard. De zaterdag is de drukste avond van de week, maar op vrijdag wordt er vaak ook al flink gestapt. Daarnaast is donderdag de studentenavond. Volgens Ard zorgen de Nijmeegse studenten doorgaans voor gezellige donderdagavonden en ludieke introducties aan het begin van het jaar. ‘Ludiek wil voor ons natuurlijk zeggen: “Binnen de wettelijke grenzen”, maar de activiteiten zijn zeker leuk om naar te kijken’, grapt Ard. Studenten zijn niet altijd alleen maar gezellig en misdragen zich soms ook. ‘Wanneer we te maken krijgen met studen- ten, gaan de problemen vooral over wildplassen, valse ID’s, fietsverlichting, drinken op straat en opstootjes’, somt Ard op. ‘Ook overmatig drugs- of alcoholgebruik komen we regelmatig tegen.’ Wat betreft dronkenschap krijg je echter pas met de politie te maken als je echt niet meer kunt lopen, je vrienden je niet thuis kunnen of willen brengen, of wan neer je een gevaar voor jezelf of anderen bent. ‘Meestal word je dan wakker in de cel en als beloning krijg je een forse boete’, vertelt Ard. ‘Na een nachtje de roes uitslapen mag je met een kater het politiebureau verlaten.’

 MG 2686

In or out
Ondertussen is het bijna vier uur. De kroegen beginnen hun deuren te sluiten en enkele studenten glippen snel nog een café binnen voordat ze buiten worden gesloten. Enkele jongens zijn net te laat en druipen beteuterd af naar de Febo als laatste bestemming van de avond. Door de regen blijft niemand buiten rondhangen. De kroegen bepalen zelf wanneer het laatste nummertje wordt gedraaid. Voor het politieteam met horecadienst is dat erg prettig. ‘Op die manier lopen niet alle kroegen tegelijk leeg, waardoor het relatief rustig blijft buiten’, licht Ard toe.

Buiten begint het al licht te worden. Ard en Moniek fietsen nog een rondje door het centrum om te kijken of alles ook rustig verloopt bij de andere kroegen. Op een melding van een klein opstootje bij het Bascafé na, blijft de sfeer in de stad kalm en gezellig. De meeste kroegen sluiten nu dan echt hun deuren en het uitgaanspubliek haalt nog een broodje döner of gaat direct naar huis. Ook de agenten stappen op de fiets om weer terug naar het bureau te rijden. Hun dienst zit er op. De Molenstraat ligt er verlaten bij. Drie eenden fladderen eenzaam op de weg. Ruziënd om een stukje hamburger veroorzaken ze het laatste opstootje van de nacht.

Voor meer foto's van de reportage, klik hier.