Uit de oude doos: studieblaadjes getest

Henk Strikkers

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: studieblaadjes langs de meetlat.

'Het gaat gewoon als volgt: iedereen geniet ervan om te lezen hoe anderen worden aangepakt. Daarom vindt iedereen ANS leuk, totdat hij of zij zelf wordt aangepakt.' Zo wordt in een notendop de relatie tussen ANS en de studieverenigingen beschreven in ons jubileumboekje. Dat die houding ook opging voor de grote test van studieverenigingsperiodieken spreekt voor zich. Van de top 3, gevormd door Synjaal, Desipientia en Freem, hoorden we niets. Dat Motje op nummer dertig werd geplaatst stelden de Biologen niet op prijs. Sterker nog ze sloegen terug. En hoe!

In Comic Sans, het lettertype waarvan alleen crèches en Disney zonder straffe gebruik van mogen maken, werd één van de schrijvers met een Biologie-achtergrond 'genadeloos' op de hak genomen. Inhoudelijk reageren of lering trekken uit het onderzoek deden de vlinderprikkertjes niet. En die reactie, oh-oh nou-nou poe-poe, iemand vergelijken met een reetkever dat is van een niveau waar je 'u' tegen zegt.

Enfin, alles kwam uiteindelijk goed. Voor ANS dan. Motje is nog steeds actief op de manier waarop we haar kennen: 'Het MOTjE is de VAC die zich bezig houdt met het onafhankelijke opinieblad van de biologen (het MOTjE) dat een keer per twee maanden uitkomt (zes keer per jaar dus) en het kost helemaal niks. Daarbovenop is het ook nog eens gratis. En laten we niet vergeten dat het kosteloos te verkrijgen is. Een bijkomende service is dat het uitgedeeld wordt, zodat je er niet zelf achteraan hoeft, dit is wederom helemaal gratis. Voor niet-leden kost het officieel een euro.'

Lees hieronder het artikel uit de december-ANS van 2008.

Tussen vod en glossy

Een strakke lay-out, een perfecte mix van luchtige en inhoudelijk interessante artikelen. Dit zijn de criteria waaraan een goed studieblad zou moeten voldoen. Hoe is het gesteld met de vele bladen die de RU rijk is?

Academische schoolkranten De werkelijkheid is anders dan het ideaalbeeld: lukraak aan elkaar geniete stencils bedrukt met fotocollages en incrowd roddelpraat zijn aan de orde van de dag. Behalve dit soort slecht gekopieerde krantjes bestaan er ook heuse glossy’s. De variatie in studietijdschriften aan de RU blijkt enorm, zowel qua niveau en uiterlijk als invalshoek. In veel van de bladen duiken dezelfde uitgekauwde ideeën op: rebussen, wist-je-datjes, ‘komische’ uitspraken en testjes – met de ‘slet of slotje test’ in de zomeruitgave van Biologies Motje als dieptepunt. Ook de rommelige fotocollages vol benevelde studenten ontbreken zelden. Op het gebied van foto’s heeft de GAG_MAG van studierichting Engels voor een kunstzinnige invalshoek gekozen met hun rubriek Photographique. Welk doel de willekeurige beelden van ‘interessante’ plekjes in Nijmegen precies dienen en wat ze met de studie te maken hebben blijft echter onduidelijk. Geïnteresseerden in het wel en wee van medestudenten kunnen aan de doorsnee verenigingsperiodieken vaak hun hart ophalen. In haast ieder blad is wel een verslag van een excursie, studiereis of verenigingsactiviteit te vinden. Hierin worden soms de meest gênante voorvallen tot in detail uit de doeken gedaan. Koren op de molen van het roddelcircuit binnen de studie natuurlijk. Tenminste, als je weet over wie het gaat, want vaak zijn deze verhalen alleen begrijpelijk voor de vriendenkring van de schrijvers.

Doe-het-zelf opmaak Hoewel sommige verenigingen pogen hun blad een aantrekkelijke aanblik te geven door de cover op een gezellig groen of oranje vel te printen, kiezen de meeste voor een simpele witte achtergrond. Gezien de vaak beperkte financiële speelruimte is dit vaak een begrijpelijke beslissing. Het is moeilijker te bevatten waarom de covers bij voorkeur worden gesierd door onscherpe WordArt afbeeldingen of knullig bewerkte kiekjes van leden. Wanneer de cover omgeslagen wordt blijkt ook de verdere lay-out te wensen over te laten. Inconsequent lettertypegebruik binnen een blad is iets wat vaak voorkomt. De fontfanatici van ’t Blaatje, een uitgave van Sociologische studievereniging De Geitenwollen Soc, maken het wel erg bont. In één van de artikelen in het meest recente exemplaar treft de lezer maar liefst vijf verschillende lettertypes aan. Verderop wordt zelfs het vermaledijde lettertype Comic Sans gebruikt, favoriet onder brugklassers die ongeïnspireerd op het zoveelste boekverslag zwoegen. In tegenstelling tot een teveel aan lettertypes kan ook een gebrek aan lay-out hinderlijk zijn. Sommige bladen zijn niet veel meer dan één grote lap tekst, een probleem waaraan onder andere de ObSodamIter van Griekse en Latijnse Taal en Cultuur lijdt. Toch is dit blad een voorbeeld voor andere. Hoewel het niveau niet consistent is – de fotocollage is werkelijk erbarmelijk – weet het als een van de weinige een goede balans te vinden tussen interessante artikelen en wetenschappelijk minder verantwoorde items.

Glad en groots Niet alle redacties worden beperkt door een klein budget. Vooral op de faculteiten Managementwetenschappen en Rechten hebben studieverenigingen de middelen voor het maken van aantrekkelijke tijdschriften. Voorbeeld van zo’n Radboud glossy is de Bulletineke Justitia (BJ) van Rechten, een blad met een professionele lay-out dat volledig in kleur wordt gedrukt op kwaliteitspapier. De 80 pagina’s tellende BJ kan zo groots worden opgezet, doordat hij - de kritiekloze ‘reportages’ over advocatenkantoren niet meegerekend - voor een vijfde bestaat uit reclame. Bovendien schrijven circa dertig redacteuren mee aan het blad, voornamelijk over zakelijke onderwerpen als wetgeving, topwerkgevers en het carrièreperspectief van Rechten alumni. Toch is een grote redactie geen kwaliteitsgarantie voor de inhoud. Een pijnlijk voorbeeld is het diepte-interview met de medewerkers van de rechtenkantine: vier lange pagina’s met zouteloze anekdotes en alles wat je nooit wilde weten over de verkoop van fruit en biologisch brood. Het bedrijfswetenschappelijk tijdschrift Synjaal combineert een even gelikt uiterlijk met een gevarieerde en interessante inhoud, zonder te veranderen in een veredelde reclamefolder. Ondanks de beperkte aandacht voor het sociale aspect behoort het kwalitatief gezien tot de top. De verdere lijst van semi-professionele studiezines bevat onder andere de bladen van Geneeskunde en Economie. Het lijkt alsof dergelijke tijdschriften alleen gemaakt kunnen worden bij grote studies die een doelgroep vormen voor welvarende adverteerders. Het visueel appetijtelijke blad Freem van Communicatiewetenschappen bewijst echter dat studies buiten dit profiel toch een fraai tijdschrift kunnen maken. Er moet wel creatief talent worden gevonden in eigen gelederen, én een gulle sponsor.

Echte schoonheid zit van binnen Naast dit uiterlijk vertoon bestaat ook een categorie verenigingsblaadjes die zich vooral qua inhoud onderscheidt, zoals de eerder genoemde ObSodamIter. Ze compenseren hun beperkte middelen met enthousiasme en visie. Een ander voorbeeld hiervan is het door studenten Geschiedenis gemaakte HInT. Behalve de korrelige cover is het blad zonder kleur geprint op regulier papier. Wel is het geheel reclamevrij. Hoewel het blad zijn uiterlijk niet mee heeft, bevat het voornamelijk goed geschreven artikelen. Een mix van actualiteit, interviews en het verenigingsleven, gepresenteerd in een consequente lay-out en zonder tenenkrommende clichés. Ook de Uitvreter van Nederlands behoort tot de met liefde en bezieling gemaakte bladen, ondanks dat hier de clichés niet van de lucht zijn. Naast de even hilarisch als belachelijke Moenen en Mariken fotostrip wordt in de Uitvreter interessant geschreven over docenten, het vakgebied en literatuur.

Goede sponsoring en dus een ruim budget zijn zonder twijfel belangrijke factoren in het maken van een aantrekkelijk studieblad. Grote studies, met name voor sponsors commercieel aantrekkelijke doelgroepen, zijn hierbij duidelijk in het voordeel. Toch mogen wat betreft inhoud de kleinere studies niet weggecijferd worden. Sommige van deze studieverenigingen weten te compenseren voor hun relatieve minibudgetten. Hun sympathieke bladen worden gemaakt met originaliteit, doorzettingsvermogen en passie.

Tekst: Kenne Peters en Rob Ramaker Foto: Loes Perrée