Uit de Oude Doos: De donkere kamers van de KUN

Eva-Marijn

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: een kijkje binnen de nog niet eerder geopende deuren van de KUN.

Soms zit je in de UB en zijn je gedachten geheel ergens anders dan bij het boek dat voor je ligt. Je checkt even snel je Facebook- of Twitterpagina op je überhippe telefoon en pingt direct even je huisgenoten over het eten van vanavond. Tien jaar geleden was deze wereld echter nog onbekend en dwaalden de gedachten van UB-gangers naar hele andere zaken af. Zo vroeg de redactie van ANS zich af welke schatten de universiteitsbibliotheek eigenlijk rijk is, of er ondergrondse gangen onder de RU (destijds KUN) liggen en welk doel die nu zouden dienen en wat er gebeurt met het bord dat je in de Refter op de lopende band zet. Genoeg redenen om eens een kijkje te nemen in de donkere kamers van de universiteit. Enkele ontdekkingen: een schuilkelder die dienst doet als wijnkelder, een hoeveelheid boeken van omgerekend veertig kilometer lang en een student die gestopt is met de studie en fulltime etensresten is gaan verwijderen ‘omdat het zo afwisselend is’.

Benieuwd naar de andere ontdekkingen? Lees hieronder dan het volledige artikel uit de ANS van oktober 2001.

De donkere kamers van de KUN

De twintigste verdieping van het Erasmusgebouw, de aula, het Halte 4-theater: je meent de meeste bijzondere plekjes van de KUN inmiddels wel te kennen. Maar wat te denken van de zes verdiepingen van de Universiteitsbibliotheek waar je als student géén toegang tot hebt? Waar blijven de dienbladen die je altijd netjes op de afruimband in de Refter zet? En wat gebeurt er eigenlijk onder de grond van de KUN? ANS opent deuren die tijdens de intro gesloten bleven.

Tekst: Hester van Rijn

Uit angst voor een atoomaanval in de vijftiger en zestiger jaren moesten er bij de constructie van nieuwe gebouwen veiligheidsmaatregelen worden genomen. Zo ook bij de bouw van de B-faculteit van de KUN begin jaren zestig. Diep onder de grond bevinden zich daar nog altijd twee schuilkelders, te herkennen aan de dikke muren en deuren. Sinds 1990 is de eerste van de kelders als laboratorium in gebruik, vijf jaar later volgde de tweede. Door de dikke betonnen muren zijn de ruimtes uiterst geschikt voor het verrichten van precieze metingen. Van trillingen van het verkeer wordt hier immers geen last ondervonden. Maar ook voor andere doeleinden blijkt de atoomkelder uitkomst te bieden. In het lab fluistert een student me toe dat een van de ruimtes jarenlang dienst deed als wijnkelder van niemand minder dan de directeur van de B-faculteit. Tja, het blijft een zwaar vak, dat onderwijs. De procedure is simpel: je zoekt in de computer een boek op, dient een leenaanvraag in en binnen een kwartier verschijnt jouw boek bij de uitleenbalie. Maar wat gebeurt er allemaal achter de schermen van onze Universiteitsbibliotheek? Leon Stapper, afdeling PR en Voorlichting van de UB: ‘De verdiepingen boven de begane grond vormen ons magazijn. Als er beneden een boek wordt aangevraagd, gaat er boven een printer ratelen. Hieruit rolt een bon met daarop de specificaties van het desbetreffende boek. De magazijnmedewerker zoekt het op, legt het in het boekenliftje et voilà: daar komt het beneden de lopende band afrollen.’In totaal telt de UB een miljoen boeken. Voor de kennisfetisjen onder ons maakt dat, met een gemiddelde boekbreedte van vier centimeter, veertig kilometer boek, de afstand van Nijmegen tot ’s-Hertogenbosch. Het merendeel van deze kilometers is terug te vinden in het grote magazijn. Een aantal weken is echter zo kostbaar en oud dat het niet zomaar door de eerste de beste mee naar huis mag worden genomen. Deze werken staan veilig achter slot en grendel, in de kluis van de UB. Stapper: ‘Het oudste dat we aan geschreven materiaal hebben, is een aantal stukjes papier daterend uit de tweede of derde eeuw voor Christus. Het zijn Griekse marktbriefjes waar iets opstaat als ‘vandaag drie kilo meel afgeleverd’. Dan maken we een enorme sprong in de tijd naar de eerste handschriften. Die stammen voornamelijk uit de veertiende en vijftiende eeuw.’Een loodzware deur verschaft toegang tot de kluis. De ruimte wordt door een metalen hek in twee gedeelten gescheiden: ‘het voorgeborchte en de hemel’ noemt Stapper ze. In de hemel staan de papieren schatten die de KUN rijk is. ‘Want,’ meent Stapper, ‘in het voorgeborchte wordt bepaald of iemand naar de hemel mag en dat geldt ook voor onze boeken.’ Nooit afgevraagd waar je dienblad blijft als je die op de afruimband in de Refter zet? Helaas, kaboutertjes hebben er niets mee te maken. In vijf minuten doorloopt jouw dienblad een traject op de lopende band naar een afspoelkeuken in de kelder naar het Erasmus. Daar in de kleder werken voornamelijk uitzendkrachten die de ganse dag bezig zijn jullie zooi schoon te maken. Door etensresten en langs machines – waaronder een magneet die bestek de lucht in zuigt – baan ik me een weg naar medewerkster Maggie Beck. Beck: ‘Ik werk hier fulltime. Toen ik vier jaar geleden begon, was ik nog studente Engels en Nederlands. Mijn studies heb ik inmiddels aan de wilgen gehangen, maar hier ben ik blijven plakken. Het werk bevalt me wel. Om de twee uur verander je van plaats, dat maakt het erg afwisselend. Collega-afwasser Toon Ottenheijm deelt die mening niet: ‘Kom op, dit is gewoon dom lopende band werk!’ Verwachtingsvol daal ik de trap af naar de kelder van het Erasmusgebouw. Voor me loopt een man met een zaklamp, achter me een nieuwsgierige fotografe. De man opent een deur die toegang geeft tot een broeierig machinelokaal. Na nog een deur wordt het plotseling claustrofobisch smal en heet, veertig graden, op z’n minst. Als een man voor me het licht van zijn zaklamp door de duisternis laat schijnen, zie ik dat ik me in een tunnel bevind. Overal om me heen buizen en op de grond dampende plassen water, niet bepaald een gezellig bedoening. ‘Blijf je nu rechtdoor lopen, dan kom je vanzelf uit bij het Bestuursgebouw. Halverwege kun je links afslaan naar de Thomas van Aquinostraat of rechtsaf richting het Radboud Ziekenhuis,’ vertelt Hans van Weert van de afdeling Huisvestingsbeleid van het Universitair Facilitair Bedrijf, die ons vandaag door de catacomben onder het universiteitsterrein leidt. ‘Het ziekenhuis gebruikt de tunnel voor het transporteren van bedden, wij transporteren er slechts warmte doorheen, door de dikke leidingen die je ziet lopen. Vandaar die ondraaglijke hitte. Alleen medewerkers van de afdeling Onderhoud brengen de tunnel regelmatig een bezoekje. Voor studenten is dit verboden terrein, behalve in geval van nood, dan mag iedereen de tunnel in.’ Pech voor ons, studenten. Zou het geen vinding zijn de tunnel tijdens regenachtige dagen voor het publiek open te stellen? Kun je droog en lekker warm van het Spinozagebouw naar de Refter wandelen. ’t Is maar een idee.