Uit de Oude Doos: dooiers ontgelen bij Ovum Novum

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: undercover bij de ontgeling van Ovum Novum.

Elk jaar neemt er weer een groot aantal studenten deel aan de ontgroening, door Ovum Novum verandert naar ontgeling. Meer dan tien jaar geleden lukte het ons om undercover te gaan en mee te doen met de geheimzinnige activiteiten. Iedereen heeft ze weleens aan moeten horen: de verhalen over angstaanjagende ouderejaars die de nieuwe leden dagenlang vreselijk behandelen. Wees gerust, geen dergelijke duffe herhaling in dit artikel. Wel een nog duffere opsomming van afgezaagde tradities, het collectief brullen en gezeik over gelijkwaardigheid.

Toch interessant om het wereldje eens van dichtbij te zien. Vermoedelijk is er weinig veranderd want de utopische doelstelling om een groepsgevoel te creëren en vooral alle leden gelijk te stellen bestaat nog steeds.

Lees hieronder het artikel uit de oktober-ANS van 1999.

De muffe geur van Nieuwe Eieren

Angstvallig wordt altijd verborgen gehouden wat er zich tijdens de ontgroening van een studentenvereniging afspeelt. Welke rituelen moeten voor de buitenwereld verborgen blijven? ANS gaat undercover bij de ontgeling van de N.S.V. Ovum Novum om te kijken of deze werkelijk het daglicht niet kan verdragen..

Tekst: Anneloes Raes

We staan in rijen van zeven. We staan rechtop en we zijn blij. En enthousiast. En trots. Het is goed dat me dit verteld wordt, want zelf zou ik mijn gemoedstoestand van dit moment heel anders definiëren. Het is de eerste avond van de eigen introductie van de N.S.V. Ovum Novum. Wat mij beloofd is, zijn ‘tien intensieve, maar leuke dagen, waarin je kennis maakt met de vereniging, de ouderejaars en je jaargenoten’. Een sympathieke omschrijving voor iets dat toch een ontgroening moet worden. Iedereen krijgt een T-shirt met daarop zijn naam en een nummer. Dit T-shirt mag niet gewassen worden en dient te allen tijde zichtbaar te zijn. De spelregels voor de komende tien dagen worden uitgelegd: Regel 1: alles is verboden, behalve datgene wat van de Introductie Commissie (IC) mag. Regel 2: de IC heeft altijd gelijk. Regel 3: indien de IC geen gelijk heeft, treedt automatisch regel 2 in werking. In slagorde opgesteld moeten we het verenigingslied uit ons hoofd leren. Later op de avond zal het bestuur zich verwaardigen om ons te bezoeken. ‘Het minste dat jullie dooiers dan kunnen doen, is “De Waalbrug” zingen,’ houdt mevrouw Cieraad ons voor. Zingen alleen is niet goed genoeg. ‘Harder, dooiers. Harder!’, schreeuwt mevrouw Cieraad te pas en te onpas: bij Ovum Novum worden liederen niet gezongen, maar geschreeuwd. Melodie en tekst doen niet ter zake: het enige dat telt zijn het aantal geproduceerde decibellen. Dit geldt echter alleen voor het zingen. Als iemand het ook maar waagt om even zachtjes te lachen, klinkt onmiddellijk de stem van mevrouw Cieraad: ‘Dit is niet grappig, dooiers!’. Na uren van zingen en beleefd als we de door de IC afgeblaft worden, is er een ranja-, plas- en rookpauze. Ik vraag me af wat mijn mede-dooiers vinden van deze eerste avond. We hebben lang in een oncomfortabele positie moeten staan en er is flink wat verbaal geweld over ons uitgestort, maar echt vernederende dingen zijn er nog niet gebeurd. Dat komt nog wel, houd ik mezelf voor, dit is tenslotte een ontgroening. Ovum Novum heeft de kleur weliswaar veranderd, maar het principe is vast wel hetzelfde. Vrijdagochtend worden we om zes uur op het station verwacht. Ik verslaap me. Om half zeven word ik wakker gebeld door de IC: ‘Dooier nummer 22, jij zorgt dat je over vijf minuten hier op het station staat.’ Als ik op mijn fiets door Nijmegen race, spelen zich in mijn hoofd de meest vreselijke scenario’s af. Ik zie mezelf al vreemdsoortige insecten opeten. Mijn kleren worden afgepakt; verdoemd voor de rest van de introductie. Maar Ovum blijkt zuinig te zijn op haar dooiers. De bedoeling van deze introductieperiode, zo wordt mij uitgelegd, is dat we een groep worden. Iemand zal dus nooit ten overstaan van de hele groep voor gek gezet worden. Na mijn ‘Sorry, mede-dooiers, ik had me verslapen’ is de IC alweer tevreden. Vandaag gaan we in subgroepjes op stap. Zonder het constante commentaar van de IC. Dat we Enschede van iedereen commentaar krijgen op onze T-shirts met namen en dat we allerlei opdrachten moeten uitvoeren, deert niemand. Het voelt goed om vrij te zijn na een avond onder strak regime geleefd te hebben. ’s Middags gaan we op kamp. Na een lange wandeling, met bagage komen we aan op een boerderij. Eerst moeten we weer zingen en daarna wacht ons een verrassing: dit weekend zullen we ondersteund worden door hulptroepen. Bij hen kunnen we ons beklagen over de IC, die altijd gelijk heeft, en af en toe zullen ze ons een pep-talk geven. Alle luxeartikelen moeten ingeleverd worden. Geen deodorant, tandenborstel of horloge de komende dagen. Douches zijn er niet eens. Ik ontkom aan een volgende sessie van staan en zingen door mij op te werpen als kookdooier. We maken spaghetti met een heerlijke tomaten-groentensaus. Deze is echter, hoe had ik dat ooit anders kunnen denken, niet voor ons bestemd. Voor onszelf moeten we een pan andijviestamppot maken. Deze is echter koud zodra we hem mogen eten, omdat eerst alle eetregels geleerd moeten worden. Dan wordt aangekondigd dat de tassen doorzocht zullen worden op verboden artikelen. De rest van de avond werp ik schichtige blikken richting de IC om te zien of ze al op mij af komen. Ik heb mijn horloge achtergehouden en daar staan sancties op. Bovendien heb ik een agenda bij me waar wat aantekeningen voor dit artikel in staan en ik ben bang om ontmaskerd te worden. Er blijken meer mensen te hebben gezondigd en de spanning stijgt. Er gaat een zucht van verlichting door de groep als blijkt dat er niks is gevonden. In het kader van ‘de vereniging leren kennen’, krijgen we vanavond bezoek van twee doorgewinterde Ovianen. Zij doen hun uiterste best om ons dingen bij te brengen over de geschiedenis, de structuur en de mentaliteit van Ovum Novum. Tevens worden we getraind in het aanheffen van spreekkoren en het onthouden van namen: ‘Wie zijn de oprichters van Ovum Novum, dooiers?’ -Stilte aan onze kant- ‘De heren van Oblomov, dooiers. Herhalen graag, dooiers.’ ‘De heren van Oblomov, meneer Klein Entink’. Om 4 uur ’s nachts is dit programmaonderdeel afgewerkt en ga ik ervan uit dat we mogen gaan slapen. Verkeerd gedacht: er blijken vier mede-dooiers te zijn ontvoerd. Ovum weet concurrent Carolus Magnus op een intrigerende manier in dit spel te betrekken: ‘ De Daders van deze brute actie zijn CM-demonen, dooiers.’ Aangezien wij een groep zijn, gaan we ze natuurlijk redden. Dat lukt. Na een bloedstollende boswandeling, ontdekken we de gevangenen. De fakkels hebben we uiteindelijk natuurlijk voor niks meegezeuld: ze worden ontstoken als het inmiddels licht is geworden. Zaterdagavond fingeer ik de 25-jarige van mijn ouders om naar een feestje van een vriendin te kunnen. Het blijkt geen probleem te zijn om een avondje aan het regime te ontsnappen. Door de hulptroepen word ik zelfs naar het station gebracht. Als ik zondag terugkom, is de sfeer gelaten. Iedereen is moe, maar er zijn wel duidelijke tekenen van groepsvorming. De opzet lijkt geslaagd. Hier en daar wordt zelfs gesproken van een opstandje tegen de IC. ‘Als we het met z’n allen doen, kunnen ze ons toch niks maken. Ze willen ons veel te graag als lid hebben.’ Vandaag staan er een aantal spelletjes met eieren op het programma. Bijna tien jaar geleden stichtten vier heren de N.S.V. Ovum Novum door een ei op een paal kapot te slaan. Deze gebeurtenis wordt in ere gehouden door mij nieuwe leden een panty met daarin een ei op hun hoofd te zetten en het ei kapot te slaan. Als ik uren later nog steeds met het eierprutje over mijn hoofd rondloop, ben ik alle positieve verhalen over de oprichters alweer vergeten en voel ik mij vooral heel erg vies. Als het weekend voorbij is, is het tijd om de balans op te maken. Fysiek was het zwaar. Weinig slaap en lang in dezelfde houding staan of zitten. De IC wist zich verbaal goed te manifesteren en dat kan behoorlijk intimiderend werken. Schokkende dingen zijn er echter niet gebeurd. We hebben geen rare dingen moeten eten en zijn niet ten overstaan van de hele groep afgemaakt. Ovum hoeft niet bang te zijn voor een ontgelingsschandaal: er gebeurt hier namelijk helemaal niks!

 

Lotte

Vanavond: Symposium 'Alles mag, als het maar nieuws is' #25ANS

Maandenlang leefden we toe naar het 25-jarige bestaan van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad en na het feest van afgelopen vrijdag volgt de laatste activiteit en het sluitstuk van onze jubileumweek: het symposium 'Alles mag, als het maar nieuws is'. Dit grootse evenement, waarin Rob Wijnberg, Alexander Pleijter en Liesbeth Hermans met elkaar in debat zullen gaan over de grenzen van de journalistiek en Bert Brussen zijn columns zal voorlezen, zal plaatsvinden in CC2.

Inmiddels is de inschrijving via het Soeterbeeck-programma gesloten omdat de belangstelling overweldigend is. Iedereen die geen kaartje heeft bemachtigd, is natuurlijk alsnog van harte uitgenodigd om na het symposium om 22 uur in het Cultuurcafé voor het laatst te proosten op het jubileum van ANS.

Jubileumboekjes zijn nog altijd verkrijgbaar, kijk hier voor meer informatie. Natuurlijk is de jubileummaand nog niet voorbij; de rest van de maand zullen er op ANS-Online nog verschillende Uit de Oude Dozen verschijnen.

Hopelijk tot vanavond.

 

Martini

Uit de Oude Doos: Zwijnen gezocht, plakkers gevonden

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: anonieme protesten tegen Carolus Magnus.

Sinds jaar en dag bestaat een grote kloof tussen verenigd en niet verenigd Nijmegen. Aan de ene kant wordt gesproken van knorren, aan de andere kant van corpsballen die het voor de rest van de studenten verpesten.

ANS heeft zich altijd duidelijk tegen het verenigingsleven uitgesproken. Toen tijdens de introductie van 1990 saboterende stickers over de wervingsposters van Carolus Magnus werden geplakt, werd zij dan ook direct verdacht van betrokkenheid. Om dit recht te zetten, zette de redactie alles op alles om de echte daders in de kraag te grijpen. Waar de redactie van het toenmalige KUNieuws faalde wist ANS een interview met de vandalen te regelen.

Lees hieronder het artikel uit de september-ANS van 1990.

Zwijnen gezocht, plakkers gevonden

Tijdens de introductie trokken de wervingsposters van studentenvereniging Carolus Magnus de aandacht. Niet zozeer vanwege de boodschap die erop stond, ‘studenten gezocht’, maar vooral omdat het woord ‘studenten’ bij veel posters was overgeplakt met ‘zwijnen’. Beschuldigingen gingen uit naar diverse instanties. Uiteindelijk lukte het ANS om de daders in de kraag te grijpen. Een interview.

Tekst: Paul van der Heijden

Lange tijd is er onduidelijkheid geweest over de identiteit van de plakkers. Carolus had sterke vermoedens dat binnen Diogenes- of ANS-kringen de mysterieuze plakkers te vinden zouden zijn. Het KU-Nieuws werd daarop nieuwsgierig en polste onze hoofdredacteur over het voorval. Deze wees alle betrokkenheid radicaal van de hand, maar nam de gelegenheid te baat om zijn ongenoegen te uiten over een andere wervingsposter met de tekst ‘The brains have arrived’, afkomstig van het dispuut Reinaert. Bij gebrek aan onthulling over de zwijnen-plak-actie publiceerde het KU-Nieuws deze uitspraken. Blijkbaar vatte het dispuut dit als een belediging op, want de volgende dag was de Heyendaalseweg opgesierd met witte anti-ANS-posters met de (handgeschreven) tekst ‘ANS doet het zonder brains; ANS walgt zich een zwijn’.

Identiteit Inmiddels had het KU-Nieuws groot journalistiek materieel ingezet om deze ontwikkelingen te volgen en het zwijnen-plak-mysterie op te lossen. Ondanks groteske bemoeienis van de hoofdredacteur lukte het niet om achter de identiteit van de plakkers te komen. Met enige moeite lukte het ANS wél. Helaas kan hun identiteit hier niet prijsgegeven worden: de plakkers vrezen represailles van Carolus. Om diezelfde reden blijven ook plaats en tijd van het interview onvernoemd. Onze vraag aan de plakkers: waarom deze actie?

‘Je moet er natuurlijk allereerst inzetten dat we absoluut niets met Diogenes of ANS te maken hebben. Het is een actie van ons alleen. We zijn niet georganiseerd en zijn geen lid van wat dan ook. ‘Waar het ons om gaat is dat wij van binnenuit, binnen Carolus dus, een constante stroom van geluiden opvangen dat de gemiddelde ballenpraat niet verder komt dan gezeur, gezwets en gemeier over alles wat maar enigszins een minderheid is: zwarten, Joden, vrouwen, buitenlanders. Carolus wordt opgevat als een doodnormale groep studenten, maar volgens wat wij uit betrouwbare bron binnen Carolus weten, is daar niets van waar. Het zijn mensen die er de meest vreemde ideeën op na houden. Voor ons was dat de belangrijkste beweegreden om daar eindelijk iets aan te doen. Plus het feit dat er de laatste tijd veel te positief geschreven wordt over Carolus. Echte voorbeelden zijn niet te geven, dan zouden we onze informanten in een moeilijk parket brengen. Als je iets wilt bewijzen moet je met namen komen. Het gaat ons ook niet om de beschrijving van de zoveelste vechtpartij die heeft plaatsgevonden, maar om het signaleren van de algemene trend. Al je de ideeën van sommige lui naast die van een bepaalde besnorde oosterbuur van vijftig jaar geleden legt kan je maar tot één conclusie komen: ze zijn net zo fascistisch.’

Smet ‘Een kennis bij de Nijmeegse politie heeft mij verteld dat er door de jaren heen nooit zulke grote problemen zijn geweest als bij Carolus: geparkeerde auto’s die omgedraaid worden, zatladders die nog menen te kunnen rijden terwijl ze niet eens meer op hun eigen benen kunnen staan, vechtpartijen met langslopende mensen, vechtpartijen binnenshuis... Er zijn nooit problemen bij bijvoorbeeld Diogenes en 042, maar bij Carolus is het schering en inslag. Daar zijn de meeste problemen van heel Nijmegen, erger nog dan bij bijvoorbeeld het Havencafé. ‘Wat iedereen binnenshuis doet, daar heb ik geen reet mee te maken. Maar dit is niet alleen binnenshuis, dit is een bepaalde groepering die bij tijd en wijle een smet werpt op onze studentenwereld. Denk maar niet dat iemand uit het Willemskwartier ook maar enig benul heeft van hoe de studentenwereld in elkaar zit. En als ze hier tijdens de introductie een paar gekken met een veewagen rond zien rijden zullen ze wel een fijn beeld krijgen van de student. ‘Een ander punt is de invloed die Carolus heeft. Ze krijgen alles wat ze willen, doordat nogal wat oude Carolus-leden hoog op de bestuurlijke ladder van de KU staan. Carolus slokt flink wat universiteitsgeld op. Subsidiegeld dat bedoeld is voor de hele studentenwereld wordt gestopt in een club die niets anders vertegenwoordigt dan zichzelf. ‘Ik vind het bijzonder erg dat er door de jaren heen structureel een groep bestaat met zulke enge ideeën. Ik kan me niet voorstellen dat je niet iets van die ideeën meeneemt als je de club en de universiteit verlaat. Het is maar een kleine groep maar de plaatsen die ze gaan bezetten zijn vrij belangrijk. Hoe moet je de ethiek van bijvoorbeeld een rechter rijmen met het jarenlang maken van de meest misselijke discriminerende grappen over buitenlanders? Hoe kan iemand ooit arts worden en vrouwen behandelen als hij zich zo extreem sexistisch gedraagt als in het geval van dispuut Durendal? Na het Sinterklaas-incident is Durendal ongeveer een jaar geschorst geweest. Nu zitten ze er weer gewoon bij. De schorsing was er alleen maar om het gezicht van Carolus te redden voor de buitenwereld; er is gewoon niets veranderd. Ze proberen de indruk te wekken van een moderne, beschaafde vereniging, maar het is zo smerig en vunzig als het maar zijn kan. ‘Overigens zullen ze dit wel allemaal weer ontkennen. Ze doen altijd moeilijk als er informatie wordt gevraagd. Ze zijn terughoudend ten opzichte van alles uit de buitenwereld. En als ze in het nauw worden gebracht hebben ze altijd excuses bij de hand in de trant van: sorry, het was maar een grapje, we zijn maar studenten. Als dergelijke ideeën en gedragingen in een groepering buiten de studentenwereld zouden voorkomen zouden ze veel meer aandacht hebben gekregen, veel serieuzer genomen worden en waarschijnlijk zou er dan ook allang iets aan gedaan zijn. ‘Met deze actie hebben wij jarenlange grieven en ongenoegens eindelijk omgezet in daden. De gelegenheid was ideaal om de misleidende lokroep van Carolus te overstemmen en alle eerstejaars duidelijk te maken: laat je niet naaien.’

 

Valerie

Jubileumboekje kopen? #25ANS

Heb je vrijdag het geweldige jubileumfeest in het kader van 25 jaar ANS moeten missen, en ben je daarom nog niet in staat geweest om het jubileumboekje te kopen? Of verkoos je ervoor die laatste vijf euro in je portemonnee te besteden aan drank in plaats van aan het boekje? Niet getreurd, het jubileumboekje kan nog altijd voor de schappelijke prijs van vijf euro gekocht worden.

Er kan bij interesse gemaild worden naar stichtingmultimedia@gmail.com en de boekjes worden ook gewoon op ons kantoor verkocht met een gratis kopje koffie als bonus. Bovendien zullen we bij het symposium komende donderdag ook de boekjes verkopen. Dus wil jij dat mooie overzicht van 25 jaar ANS met de geschiedenis, legendarische artikelen en de positionering van ANS ten opzichte van andere verenigingen in je boekenkast hebben staan? Sla dan je slag!

 

Martini

Uit de Oude Doos: Mark Rutte

Iedere dag (behalve gisteren) rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: Mark Rutte als staatssecretaris van Hoger Onderwijs.

De man die later minister-president zou worden, werd al in 2005 door ANS aan de tand gevoeld. Destijds bekleedde hij ook geen onbelangrijke functie, namelijk die van staatssecretaris bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hij heeft omvangrijke plannen met de inrichting van het onderwijs, die later in zijn periode als minister-president in versterkte vorm terugkomen. Zo moet de kwaliteitsmeting duidelijker en wil hij 'de medezeggenschap versterken zodat bestuurders met knikkende knieën naar het gezamenlijk overleg met de studentenraad gaan.' We kunnen in ieder geval vaststellen dat van dat laatste plan weinig terecht is gekomen.

Rutte merkt wel scherpzinnig op waarom de medezeggenschap zo belangrijk is. 'Als een consument in de V&D komt en het bevalt hem niet, dan gaat hij naar de Bijenkorf. Maar een student kan niet zeggen: “Oh, het bevalt me hier niet; ik ga naar een andere universiteit”. Dat kan hij in de rest van zijn leven ook niet maken, dan moet hij zijn positie gebruiken om ervoor te zorgen dat het wel goed komt.' Wellicht dat Mark Rutte op de dag van de Medezeggenschap morgen een goed woordje kan komen doen op de Radboud Universiteit?

Lees hieronder het artikel, dat verscheen in de ANS uit juni 2005

Door Rutte begeisterd

Is Rutte de man die het hoger onderwijs gaat maken of breken? 'Het debat over de kwaliteit van het hoger onderwijs is nog maar net begonnen', concludeerde het NRC Handelsblad. Na twee demonstraties en een Maagdenhuis-bezetting is in ieder geval duidelijk dat de staatssecretaris er anders over denkt dan de gemiddelde student. Staatssecretaris Mark Rutte ontvouwt zijn routekaart naar de ideale universiteit. Tekst: Bram Balk Foto's: Persarchief Ministerie van OC&W 'Mark wil je een biertje?' Vriend en vijand staan in de rij voor staatssecretaris van Hoger Onderwijs Mark Rutte (38). We schrijven 25 april 2005. Het HAN-debat, gehouden in de bezielende gewelven van LUX, is voorbij. Over twee dagen keurt de Tweede Kamer het leerrechtenstelsel en de voortekenen zijn gunstig voor de beleidsman. In het debat over de toekomst van het hoger onderwijs kon de oppositie geen potten breken. De HAN-sprekers, onder leiding van voorzitter Marcel Wintels, sneuvelden door onderlinge gekissebis over salarisschalen en irrelevante discussies over experimentele onderwijssystemen. Het Interstedelijk Studentenoverleg en de Landelijke Studentenvakbond zaten er door het HAN-gezwets er een beetje voor spek en bonen bij. En hoewel Mark en collegevoorzitter Roelof de Wijkerslooth van de Radboud Universiteit elkaar eerder in de haren vlogen, was vanavond alles pais en vree tussen de hoge heren. Alleen de Kamer kan die leerrechten nog tegenhouden. 'Mark, wil je met ons praten? Wij hebben ook bier.' Fans te over voor de staatssecretaris. Achter hem staat een club terwijl studentenvakbond AKKU zijn aandacht probeert te krijgen. Mark neemt het bier beleefd aan en steekt een sigaartje op. 'Ik ben benieuwd hoe de plannen woensdag door de Kamer komen. Ik heb ingezet op anderhalf jaar uitloop, het zou op twee jaar uit kunnen komen. Dat is ook oké.' Een week later zoeft de staatssecretaris over de snelweg voor de zoveelste afspraak. Hij heeft een halfuurtje tijd om handsfree wat vragen te beantwoorden. Het leerrechtenstelsel passeerde de Tweede Kamer zonder al te veel brokken. De leerrechten zijn onderdeel van de Begeisterung: Ruttes pakket van plannen die de universiteit meer schwung moet geven. Want het hoger onderwijs mag dan redelijk scoren, van de toekomstige elite van Nederland wordt meer dan 'redelijk' verwacht. 'Ze moeten hun rol in de samenleving kunnen pakken.'

Duimen voor topfuncties 'Universiteiten en hogescholen stellen de student onvoldoende centraal. Om heel eerlijk te zijn, zal dat mij een worst wezen. Ik wil dat het hoger onderwijs studenten aanzet tot eigenzinnigheid, creativiteit en dwarsigheid. Dat is hard nodig. Alumni zijn degenen die later een enorme impact op hun omgeving gaan hebben. Ze gaan leidinggevende functies vervullen of zijn anderzijds zichtbaar in de samenleving aanwezig. Het hoger onderwijs moet studenten zo opleiden dat zij op een positieve manier leiding kunnen geven en samen het werkproces fundamenteel ter discussie kunnen stellen. Om dat te doen moet het hoger onderwijs aanzetten tot begeisterung. Moet het aanzetten tot kritisch nadenken. Het moet in discussies tussen studenten en docenten niet gaan over de hoeveelheid hertentamens, maar over "wat een mooi vak, geef mij meer!". Mensen moeten niet alleen stuiterend in, maar ook stuiterend uit het hoger onderwijs komen. Dat is namelijk voor de toekomst van Nederland, waarin het hoger onderwijs een enorm grote rol speelt, heel belangrijk. 'In Leiden heb ik zelf een ongelofelijke mooie studie Geschiedenis gedaan. Ik herinner me nog colleges waar alle studenten met de duim in de mond over het collegebankje lagen, aan de lippen hangend van die professor die twaalf keer twee uur vertelde waarom nou op dat ene plekje in de wereld, in Athene omstreeks 400 voor Christus, het wonder van democratie, van sport, van alles kon ontstaan. Dat soort dingen vergeet je nooit meer.'

Ruttes pretpakket 'Ik wil dat de kwaliteit van het onderwijs binnen universiteiten en hogescholen weer bovenaan de agenda staat. Dat lukt mij alleen als ik het voor studenten binnen die instellingen mogelijk maak die kwaliteit af te dwingen. En dat bereik ik op drie manieren. Ten eerste door studenten zo te positioneren dat als zij kiezen voor een bepaalde universiteit of hogeschool, het geld de student volgt naar die instelling. Dat zijn de leerrechten. Ten tweede gaan we volstrekt transparant maken hoe de opleidingen op niveau presteren. Het derde element is de medezeggenschap versterken zodat bestuurders met knikkende knieën naar het gezamenlijk overleg met de studentenraad gaan. 'Voor dat hele pakket vraag ik van de studenten maar een ding terug, namelijk dat zij in een redelijk tempo hun studie doen. In het oorspronkelijke plan stond maximaal anderhalf jaar uitloop. Dat is uiteindelijk twee jaar geworden, maar ik ben heel blij dat de Kamer deze belangrijke pijler onder het hele Begeisterungsverhaal accordeert en zegt: wij zijn het eens met een systeem waarbij universiteiten en hogescholen geld krijgen op grond van de vraag of ze studenten binnenhalen en binnenhouden. In het nieuwe stelsel zijn universiteiten blij met je komt, want ze krijgen geld voor iedere student die binnenkomt. Nu krijgen ze het geld toch wel. Universiteiten krijgen nu zelfs een vergoeding voor studenten die vertrekken. Belachelijk.'

Via X, Y of Z naar Afrika? 'Op grond van "Waar kan ik een kamer vinden? Waar gaan mijn vrienden heen? En waar zitten goede kroegen?" maken studenten vaak hun studiekeuze. Dat gebeurt niet omdat zij de kwaliteit van onderwijs onbelangrijk vinden, maar omdat ze die informatie simpelweg niet hebben. Die gegevens zijn nergens te vinden. 'Wat ik nu wil regelen - en dat hoef ik niet te doen via de wet - is dat die informatie wel beschikbaar komt. Zodat studenten een echt gedegen keuze kunnen maken en eindelijk zichtbaar wordt hoe studenten de opleiding waarderen. Zodat jij weet dat als je in Afrika bent geïnteresseerd, instelling X de beste keuze is voor Afrikaanse talen en instelling Y of Z beter is in ontwikkelingssamenwerking. Door de transparantie van informatie over het onderwijs kan eindelijk vergeleken worden hoe die instellingen presteren. En dat is zeer nuttig: uiteindelijk vinden die bestuurders van universiteiten en hogescholen het ook niet leuk om slecht uit de vergelijking te komen. In Leiden leek dit jaar de Rechtenfaculteit ongelofelijk door het ijs te zakken na een onderzoek. Dit heeft een enorme boost gegeven om de zaak weer goed te krijgen.

Student: waakt voor uw onderwijs! 'In de jaren zeventig hadden we een doorgeschoten democratisering van de medezeggenschap: eindeloos doorpraten over de kleur van het wc-papier. Tegenwoordig is de opkomst van de studentenraadsverkiezingen heel laag. Zo rond de vijftien procent. Mensen hebben gewoon geen zin meer om te stemmen voor medezeggenschap die nergens over gaat. 'Er moet voor gezorgd worden dat de medezeggenschap alle informatie krijgt die noodzakelijk is om haar functie goed te vervullen. Dat ze op de aangelegen thema's inspraak en instemmingsrecht hebben. Dat gebeurt nu te weinig en ik wil dat dit in de wet geborgd is. Dit zeg ik niet omdat ik studenten zo lief vind, maar omdat ze de kwaliteit van hun onderwijs moeten afdwingen. 'In Eindhoven zie je dat de opkomst bij de universiteitsraad veel hoger is dan in de rest van Nederland. Zelfs boven de 50 procent. En waarom? Omdat de raadsleden daar wel de benodigde informatie krijgen. Omdat it matters you're part of it.'

Brozems met leenangst 'Waarom is het verkeerd om een student na zes jaar te vragen een hogere eigen bijdrage te betalen? Ik had het geen enkel bezwaar gevonden als er iemand in mijn studententijd tegen mij gezegd had: "Hé joh, weet even dat je geld voor anderen zit te verwateren. En als je er langer over doet dan zes jaar, kan dat, be our guest, maar dan betaal je er gewoon meer voor". Dat vind ik volstrekt logisch. 'Het is toch vreemd dat iemand zich op z'n zestiende in de schulden steekt voor een brommertje of een mobieltje - allemaal spullen die bij aankoop meteen hun waarde verliezen - en er moeite mee heeft om extra te betalen voor onderwijs. Het is een investering in je toekomst. Alles wat je meer betaalt, kun je lenen. Alles wat je leent, kun je inkomensafhankelijk terugbetalen. Als je onverhoopt in de bijstand terecht komt, hoef je bijna niets terug te betalen. En bovendien vervalt de schuld na vijftien jaar. Overigens steekt bijna iedereen die afstudeert in het hoger onderwijs zich tot over z'n oren in de schulden voor een eigen huis. Dat vindt iedereen volstrekt normaal. 'Ik begrijp ook echt niet waarom een studie van vier jaar met twee jaar uitloop niet te doen zou zijn. Waarom zou je met een studiebelasting van twintig uur in de week geen tijd hebben voor je bijbaantjes en bestuursfuncties? Studenten die wel een zware studie doen, zoals Geneeskunde, hebben weinig uitloop en zijn in veel gevallen buiten hun studie actief. In Amsterdam bijvoorbeeld, op de Vrije Universiteit, draait praktisch de hele beweging die zich bezighoudt met gehandicapte studenten op lotgenoten binnen de geneeskundeopleidingen. Die bestuursleden hebben het dubbel zwaar: een hele drukke studie plus hun handicap. 'Wat ik graag met die hele Begeisterungsagenda wil bereiken is dat die "parttimestudies" met twintig uur in de week verdwijnen. Dat studenten weer gewoon studies krijgen met meer dan dertig uur studiebelasting. Ik ben erg voor parttimestudenten, maar ik erg op tegen dat als studenten fulltime gaan studeren geconfronteerd worden met een opleiding met vijf, zes uur in de week. Dat mag gewoon niet waar zijn. 'Dat moet de student zelf bevechten in mijn nieuwe stelsel. Wat ik wil regelen is dat de instelling zowel financieel als in de reputatie het onmiddellijk voelt als zij opleidingen aanbieden die geadverteerd worden als fulltime maar als parttime uitpakken.'

You gotta fight! For your right! 'De Begeisterung is een drieslag: Ten eerste gaat de universiteit publicitair voelen of zij het goed of slecht doet. Het wordt immers zichtbaar voor iedereen wat de prestaties en onderscheidingen zijn van opleidingen. Mijn tweede punt is het leerrechtenstelsel. Universiteiten gaan merken of zij goed onderwijs bieden. want als ze dat niet doen, kiezen de studenten niet voor hun opleidingenen komt ook het geld hun kant niet op. Ten slotte verwacht ik van studenten dat zij verantwoordelijkheid nemen als de kwaliteit van hun opleiding niet goed is. 'Het onderwijs is namelijk geen consumptief goed. Als een consument in de V&D komt en het bevalt hem niet, dan gaat hij naar de Bijenkorf. Maar een student kan niet zeggen: "Oh, het bevalt me hier niet; ik ga naar een andere universiteit". Dat kan hij in de rest van zijn leven ook niet maken, dan moet hij zijn positie gebruiken om ervoor te zorgen dat het wel goed komt. Studenten moeten, als de kwaliteit van hun onderwijs onder maat is, ervoor vechten dat deze verbetert. Ik moet ervoor zorgen dat ze daarvoor ook de middelen hebben.

Dronkenschap en vorming 'Het studentenleven is heel vormend. Je raakt geïnspireerd door college-studenten, docenten die een heel mooi vak geven. Je leert schrijven. Ik heb geleerd verhalen te houden, logisch redeneringen op te bouwen. Ik heb er in die periode mijn politieke hobby ontwikkelt. Die is onderhand wat uit de hand gelopen. Je bent een paar maanden dronken en uiteindelijk ontdek je waar je wel en niet goed in bent. Tijdens je studietijd bouw je routine op in allerlei dingen die je in de rest van je leven kunt gebruiken. Dat heeft voor de rest van je leven zo'n ongelofelijke meerwaarde. Dat is niet te beschrijven.'

 

pieter.hengst

Uit de Oude Doos: Mart Smeets

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: De carrière van sportjournalist Mart Smeets.

Mart Smeets wordt als sportjournalist verguisd, maar is ook geliefd. Je houdt van hem of je haat hem. Deze tegenstelling, die het Nederlandse televisiepubliek in tweeën splijt, komt aan bod in het uitgebreide interview met de mastodont in de Nederlandse sportjournalistiek. Natuurlijk spreekt interviewer Matthijs van den Broek met Smeets over de Tour de France, de boeken die Smeets geschreven heeft en de voetbalsamenvattingen op zondagavond.

De rode draad in het verhaal wordt echter gevormd door de passie die Smeets voor sport in het algemeen koestert. De commercialisatie van de sport doet hier niets aan af: 'De bal moet nog steeds in het net, de rondjes moeten nog steeds onder de dertig seconden. Of je dat nou doet met een gesponsorde muts, dat maakt geen fuck uit. Sport is sport. Sport is het beste uit jezelf halen. Als de sport niet in je hart zit, kunnen ze je nog zoveel geld geven...'

Lees hieronder het artikel uit de mei-ANS van 2004.

God in Frankrijk

Mart Smeets: sinds jaar en dag de anchorman van Studio Sport. Hij duikt van het ene sportevenement in het andere en geniet nog steeds met volle teugen van zijn beroep: 'Ik heb voor hele generaties het zondagavondeten verpest.'

Tekst: Matthijs van den Broek

Hij schrijft tweehonderdveertig 'stukjes' per jaar, heeft vele boeken op zijn naam staan en spoedt zich al dertig jaar van wielerwedstrijd naar voetbaltoernooi. Toch reageert Mart Smeets (57) geërgerd als ik hem confronteer met de term workaholic: 'Mensen die niets anders weten, vragen aan mij of ik een workaholic ben. Ik leef! Ik heb het fantastisch naar mijn zin. Ik heb geen werkdruk, ik werk alleen veel, en heb daar nog steeds plezier in. Anders had ik wel geroepen: "Jullie kunnen mijn rug op" en dan zou ik hier niet zitten.' Smeets is altijd wars geweest van iedere vorm van carrièreplanning. Voor hem is alles toevallig: 'Ik heb geen ambities, anders was ik wel president-directeur van Shell geworden of minister van sportzaken. De manier waarop ik erin ben gerold, ben doorgerold en nog altijd vooruitrol is puur toeval. Mijn eerste stukjes zijn gepubliceerd in 1967. Vanaf dat moment ben ik nooit meer gestopt. Mijn werk heeft niets verhevens, niets moois.' Hij mag dan bescheiden zijn over zijn carrière, de geboren Arnhemmer steekt zijn gepeperde mening over de overdaad aan voetbal op televisie niet onder stoelen of banken. De voetbalbeker wordt 'tot de laatste druppel leeggedronken', wat ten koste gaat van andere sporten. De overdosis balsport blijkt een redactionele keuze. Smeets is een andere mening toegedaan, maar dat is niet belangrijk: 'Daar wordt ook nooit naar gevraagd. Het is een algemeen misverstand dat mensen denken dat ik Studio Sport ben. Ik ben slechts een spaak in het wiel, een luis in de pels.' De studio, met aan de wanden foto's van belangrijke sportmomenten en het bekende rode pluche is om de persoon Smeets heengebouwd. Niet iedere presentator van Studio Sport heeft zo'n studio. Tevreden: 'Ik ben mij heel erg bewust van wat ik heb gedaan voor de Nederlandse televisie. Vijfentwintig jaar lang de Tour, alle zondagavonden, de Champions League, de Olympische Spelen.'

Arrogant en zelfingenomen Voor Smeets is de sportkoek nog lang niet op. De door de wol geverfde sportjournalist denkt de volgende generaties 'nog wel wat te kunnen leren'. Smeets heeft geen moeite met de uiteenlopende meningen over zijn prominente rol in de sportverslaggeving: 'Niet iedereen is het met mij eens, maar je mag nooit alleen maar voorstanders hebben. Ik wil niet te populair worden. Voor- en tegenstanders moeten een beetje fifty-fifty verdeeld zijn. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die mij vooringenomen vinden. Ze hebben gelijk. Als je iemand van 1,94 meter en 115 kilo op de televisie ziet, dan komt dat nogal over. Mensen denken dan al snel dat je arrogant bent. Ik ben zeker van mijn zaak, niet altijd terecht. Ik doe dit al dertig jaar, heb veel zelfkennis en ken mijn zwakheden. In een televisiestudio voel ik me lekker. Ik ben mezelf: een van de rustigste mensen in mijn omgeving, een buitengewoon saaie, stille man. Ik vind het heerlijk om een dag niets te zeggen. Soms zeg ik tegen mijn vrouw: "Zou je het heel erg vinden om een tijdje te zwijgen?"' Hoewel Smeets veel met zijn hoofd op televisie is, distantieert hij zich van zijn positie als Bekende Nederlander. De gezette vijftiger laat het afweten op feestjes, gaat nooit naar openingen en drukt zijn snor voor de Boekenweek: 'Hoewel ik natuurlijk alle recht heb om daar te zijn: Ik ben "nogal succesvol", -let op daar is de arrogantie-, gezien de verkoopcijfers van mijn boeken.'

Zondagavondeten 'Ik heb voor hele generaties het zondagavondeten verpest. Ik wás de zondagavond. Ik doe dat al een paar jaar niet meer. Tom Egbers dacht dat dat heel leuk was, en wilde ook een stuk van de taart.' De belangrijkste reden voor de decennialange carrière bij de NOS is de nestgeur van de omroep en van Studio Sport. Hoewel Smeets niet aan salaris krijgt wat hij naar inspanning zou moeten ontvangen, zal hij niet snel van baas wisselen: 'Ik mocht een blanco cheque invullen bij een andere werkgever. Geld is voor mij echter geen drijfveer. Hier bij de NOS ruikt het vertrouwd, dit vind ik prettig. Dat is nu ook aan veranderingen onderhevig: mensen die hier vroeger de kloteklusjes opknapten, zijn nu mijn bazen.' Smeets heeft de commercialisatie van sport van dichtbij meegemaakt, maar staat daar helemaal niet negatief tegenover: 'De bal moet nog steeds in het net, de rondjes moeten nog steeds onder de dertig seconden. Of je dat nou doet met een gesponsorde muts, dat maakt geen fuck uit. Sport is sport. Sport is het beste uit jezelf halen. Als de sport niet in je hart zit, kunnen ze je nog zoveel geld geven...' Zijn gedachten dwalen merkbaar af als hij over zijn passie praat. De sportfanaat laat zijn blik door de studio dwalen en wijst: 'Kijk eens om je heen, overal is sport. Daar heb je de zusjes Williams, in de finale tegen Oremans en Boogert. Wie had ooit gedacht dat twee zwarte mevrouwen het damestennis zouden beheersen? Wie had ooit kunnen bedenken dat Rintje Ritsma... Vandaag jarig! Juist, wist je dat? Nee? Fuck, waarom weet jij dat niet?'

Veelvoudige lectuur 'Ik schrijf voor mijn lol, en schets mijn wereld zoals die is. Het blijkt dat een heleboel mensen dat leuk vinden. Maar het is gewaagde onzin. Wie luistert er nou naar mijn gezeik over een bepaald restaurant?' Verbaasd: 'Ik snap er helemaal geen reet van, maar ik verkoop soms veertigduizend boeken. Als andere succesvolle Nederlandse schrijvers het hebben over vierduizend boeken die ze verkocht hebben, houd ik maar mijn mond. Het is makkelijk te lezen, het is geen literatuur, het is lectuur. Ik dien er geen hoger doel mee. Je pakt niet een boekje van Smeets om dat drie uur achter elkaar te lezen.' Grinnikend: 'Dan ben je er al wel doorheen trouwens. Ik schrijf over wat ik mooi vind in de sport.'

La Grande Boucle 'Ik heb me wel eens afgevraagd wat een normaal mens doet in de maand juli. Vanaf 1973 ben ik in juli in Frankrijk. Ik weet niet anders.' Bedenkelijk: 'Er zal ongetwijfeld een moment komen dat ik er niet meer heenga, geen avondprogramma meer maak en niet meer voor een kleine monitor in de brandende zon hoef te staan.' In 2002 zou Smeets stoppen met 'zijn Tour'. Het betrof een afspraak die hij had met zijn toenmalige chef: 'Ik ben teruggevraagd door de hoogste baas van de NOS. En dan komen er weer allemaal mensen die roepen dat ik hun zomer verpest. Wat een gezeur.' Over het Tourverslag van 2003 was Smeets in zijn boek Spetters zeer kritisch naar zichzelf en de crew toe. Hij schreef het van zich af, en vond dat nodig. 'Er was een sfeer ontstaan waarin ik veel zelfkritiek moest geven. Degenen die dat aangaat hebben dat gelezen, en zo is het goed. Soms moet je je wel eens in een boek tot een groep mensen wenden om iets te verduidelijken. Daar mag iedereen in Nederland over meelezen.' Schandalen rond dopinggebruik tijdens La Grande Boucle zorgden in het verleden voor veel ophef. Smeets vindt het onzin dat mensen denken dat hij wel weet hoe het precies zit: 'Het enige instituut dat doping kan aanwijzen is het laboratorium. Er is nooit een wielrenner geweest die tegen mij heeft gezegd: "En nou heb ik toch een lekker middeltje, dat werkt goddomme." Denk je dat ze dat ooit zullen doen? Nee, natuurlijk niet, ze houden allemaal hun bek. Alle criticasters, die vervelende stukjesschrijvers roepen: "Die Smeets moet toch allang weten wat er aan de hand is?" Natuurlijk weet ik dat niet.' 'Toen de Inca's vroeger ten oorlog trokken pakten ze de bladen van de cocaïneplant en sabbelden ze daarop om hun tegenstander beter te kunnen scalperen. De mens is geboren om vals te spelen. Vul jij je belastingformulieren eerlijk in? Natuurlijk niet. Rijd je wel eens door rood? Nou dan.'

Johan, Michael en Lance Johan Cruijff is de steranalist van Studio Sport. Smeets weet precies wat hem zo ongenaakbaar maakt: 'Het feit dat niemand in Nederland begrijpt wat hij zegt. Er zijn wel avonden geweest dat hij tijdens de STER tegen mij zei: "Snap jij wat ik zei?" Ik schudde van nee. Cruijff: "Ik ook niet." Maar daar gaat het niet om. Hij is de enige analist in Nederland die mag zeggen wat hij wil, en wat hij ook zegt, het maakt niet uit, het is goed. Het is heel cryptisch wat Cruijff zegt, maar soms ook heel duidelijk. Als Cruijff aan het woord is moet je goed opletten: hij zegt altijd wel een paar leuke dingen. Wat betreft voetbalkennis en -kunde zit hij natuurlijk op een andere planeet. Hij is een koning, een van de grootheden die wij hebben op sportgebied.' Andere koningen op sportgebied zijn Michael Jordan en Lance Armstrong. De basketballer ontving hem ooit in de kleedkamer van de Chicago Bulls. 'Een indrukwekkende persoonlijkheid.' Smeeets heeft slechts één handtekening in zijn bezit, die van Lance Armstrong: 'Ik kom hem niet meer zo vaak tegen als ik zou willen, die lul verbergt zich voor mij. Ik vind Armstrong een heel bijzonder mens. Hij heeft zichzelf overwonnen, en is een icoon in de sportwereld geworden. Ik ben benieuwd wat hij dit jaar in de Tour gaat doen.' Smeets staat op, haalt bier en trekt zelf een fles wijn open. Het redactieduo M&M komt binnenvallen. 'Zit je al weer aan de drank, Mart!' roepen ze. 'Gekke wijven,' vindt Smeets. Hoewel hij zelf altijd met 'zijn harses' op televisie is, kijkt hij nooit: 'Het is eigenlijk een verschrikkelijk medium. Ik zou moeten weten wat er in de wereld te koop is, maar ik heb nog nooit naar Friends gekeken, ook Idols en GTST heb ik nog nooit gezien. Mijn kinderen keken niet veel: ze waren godzijdank alleen maar met sport bezig.' Mart heft zijn glas. 'Proost.'

Toekomst Smeets heeft voor zijn lezers nog heel wat in petto: 'Ik ga een boek schrijven over de ontstaansgeschiedenis van de vier Noord-Amerikaanse sporten. Dat zal niet verkocht worden, maar dat interesseert me niet. De vaste Smeetslezers kopen het misschien, omdat ze denken dat er weer van die half-smeuige verhaaltjes instaan waarin ik mezelf laat pijpen in een restaurant. Er staat ook nog een roman op stapel, maar daar vertel ik lekker niets over.' Deze zomer wordt voor Smeets de ultieme test die hij zichzelf en de NOS oplegt. Hij zal nogmaals de Tour de France verslaan, en aansluitend bij de Olympische Spelen acte de présence geven. Het EK-voetbal slaat hij over: 'Ongelooflijk prettig. De hemel op aarde. Ik heb echt helemaal niets met de tv-registratie van voetbal.' Eind augustus is Smeets zestig dagen in beeld geweest. 'Dat zal voor diverse Nederlanders een reden zijn om een pistool te pakken en hun tv kapot te schieten.'

 

Martini

Uit de Oude Doos: Premier Pim Fortuyn

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: Pim Fortuyn in het Palazzo di Pietro.

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw leefde de wereld in een spannende tijd. In september 2001 waren de aanslagen op het World Trade Center gepleegd en maanden later beleefde Pim Fortuyn zijn opmars in de Nederlandse politiek. ANS interviewde de populistische leider van Leefbaar Nederland, die later ontslagen zou worden als lijsttrekker van die partij. Fortuyn startte vervolgens zijn eigen lijst: Lijst Pim Fortuyn, iets wat al in het onderstaande interview werd aangekondigd.

Fortuyn wordt bij tijd en wijle het vuur aan de schenen gelegd in het onderstaande interview, dat gaat over zijn ideeën, xenofobie, Wim Kok en de Nederlandse politiek. Zeker na de moord op de populaire politicus op 6 mei 2002 is het onderstaande stuk legendarisch geworden in de ANS-geschiedenis. Een Uit de Oude Doos tijdens deze jubileumweek meer dan waardig.

Lees hieronder het artikel uit de oktober-ANS van 2001.

'Mijn imago interesseert me niets'

Onlangs werd Pim Fortuyn gepolst voor het lijsttrekkerschap van Leefbaar Nederland. Fortuyn hapte gretig toe, want wenst zo snel mogelijk minister-president van Nederland te worden. 'Professor' Pim over zijn aanstaande politieke carrière, zijn imago en vermeende vreemdelingenhaat: 'We gaan die asielzoekerscentra léégmaken.'

Tekst: Marjolein Visser

Woensdagmiddag in Rotterdam Blijdorp. Butler Herman schenkt ons thee in Wedgewood-theekopjes. We bevinden ons in het Palazzo di Pietro: kantoor annex woonhuis van Pim Fortuyn (53). 'Jullie zijn nog nite aan de beurt!' Door twee openstaande schuifdeuren vangen we de eerste glimp op van de heer Fortuyn. De kleur van zijn das past precies bij de frêle stoeltjes waarin we zitten. Dan gaat de telefoon en Fortuyn neemt op. Een vrouw aan de lijn voor een interview, waar moet ze dan zijn? 'Dat is het G.W. Burgerplein, mevrouw,' zegt Fortuyn. Zij verstaat hem niet. 'Het G.W. Burgerplein,' herhaalt hij. Ze verstaat hem nog steeds niet en Fortuyn begint zich op te winden. 'Het G.W. Burgerplein, zeg ik u. Mevrouw, dit is verschrikkelijk, ik articuleer perfèct en u verstaat mij niet? Het G.W. BURGERPLEIN!' Zijn stem schalt door de ruimte. Onze theekopjes rinkelen vervaarlijk. Beheerst legt Fortuyn de hoorn op de haak en kijkt ons aan.

Dag meneer Fortuyn, u heeft het druk de laatste tijd? 'Ja, dat kun je wel stellen. Maar dat gaat wel weer over.' Zeker met name na uw aankondiging minister-president te willen worden? 'Nou, na mijn aankondiging dat ik de politiek in ga. Of ik minister-president word, moet nog blijken. Maar dat is wel de ambitie, ja.' Heeft u dat altijd al geambieerd? 'Nee, natuurlijk niet. Ik ben ook nog een tijdje kind geweest. Toen ik jong was, wilde ik stuurman worden op de grote vaart. En ik kom uit een katholiek milieu, dus toen ik héél jong was, wilde ik paus worden. 'Politiek heeft me wel altijd geïnteresseerd. Na mijn eerste studiejaar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd ik al actief in de studentenbeweging, iedereen die iets voorstelde deed dat. Ik ben ook zestien jaar lid geweest van de PvdA. Tijdens mijn hoogleraarschap in Groningen had ik wel de mogelijkheid het wat serieuzer aan te pakken, ik had de gemeenteraad in gekund. Maar de ambitie ontbrak.' En nu is die er wel? 'Nou ja, dat moet u niet zo uitleggen. Kijk nou eens naar mijn leven zoals het nu is. Ik ben niet rijk, maar wel bemiddeld. Voor het geld zou ik geen minister-president worden. Dat verdient maar 192.000 gulden per jaar, daar kan ik dit tentje niet van draaiende houden, dat begrijpt u. Het voelt veel meer als iets religieus. Ieder mens heeft een opdracht in het leven en ik voel dit op het moment als mijn bestemming. Dat is iets anders dan een streven naar macht of geld.' Waarom zou juist u de aangewezen persoon zijn voor de functie van minister-president? 'Dat moet u aan God vragen. Niet aan mij.' Heeft u daar geen ideeën over? 'Nee. Ik vind ook dat ik daar helemaal geen ideeën over hoef te hebben.' Maar u vindt uzelf er wel geschikt voor? 'Ja. Anders zou ik het niet doen.' Dan moet u toch ook bepaalde ideeën hebben waarom juist u daar geschikt voor bent? 'Ja, maar daar schrijf ik boeken over! Doe je huiswerk eens even! Dit is een veel te algemene vraag, vind je ook niet?' Nee, dat vind ik niet. Ik wil graag van u horen waarom u geschikt denkt te zijn voor deze functie. U zei in Carp: 'Kent u iemand die meer geschikt is voor dit ambt dan ik?' Dan moet u toch ook kunnen beargumenteren waaróm? 'Omdat ik denk dat Nederland behoefte heeft aan een onderwijzer. Aan iemand die mensen betrekt bij het beleid, uitleg geeft, maar vooral: hen er zelf verantwoordelijk voor maakt. Ik wil in de politiek een beweging op gang brengen waarmee het land weer wordt teruggegeven aan het volk. Dat de overheid weer van de mensen zelf is, niet een orgaan dat tegenover hen staat en waar ze al hun klachten en wensen kunnen deponeren.' Hoe ziet u dat concreet? 'Hoe bedoelt u? Zo concreet als ik het nu zeg. Dus dat jij ook eens je handen uit je mouwen steekt als burger. Dat je in een schoolbestuur gaat of in een activiteitencommissie. Dat je in het buurthuis actief bent, in het ziekenhuis gaat helpen. Kortom: iets verder denken dan ikke ikke ikke en de rest kan stikke.' Denkt u dat dat werkt, als dat zo door de overheid wordt opgelegd? 'Dat wordt toch niet opgelegd. U luistert niet eens! Als ik wil dat het land wordt teruggegeven aan de mensen dan bedoel ik dat de mensen daarin zelf actief zijn. De overheid kan daar alleen maar de voorwaarden voor scheppen.' Waarom Leefbaar Nederland? 'Omdat dat langskwam. En om geen andere reden.' Wat wordt uw eerste politieke daad, als minister-president? 'Het opstellen van een regeringsverklaring, dat ligt al vast.' Ja goed, maar wat zou u als eerste willen veranderen? 'Ik heb drie punten. Daar ga ik ook campagne op voeren. Ten eerste is dat rigoureuze sanering en herstructurering van de complete publieke sector. Dan moet u dus denken aan onderwijs, zorg en politie. Deze wil ik omturnen van aanbodsgericht en -gestructureerd, zoals ze nu is, naar vraaggericht en vraaggestructureerd. Om het heel concreet te maken: 25 procent van de bureaucratie en het management moet eruit. 'Het tweede punt is het vreemdelingenbeleid. Het land moet echt op slot. Vol is vol. We moeten het voorbeeld van Denemarken volgen en een quotum instellen: per jaar maximaal tienduizend mensen naar binnen, in plaats van de huidige honderdduizend. Dat is dus een aanzienlijke redcutie, die onmiddellijke sluiting van asielzoekerscentra inhoudt. Ze worden nu uitgebreid, ik wil er juist een heleboel dicht. Waar laat u al die mensen dan? 'Die moeten weg. Afvloeien dus. De procedures moeten snel worden afgehandeld: wie hier niet mag blijven, moet onmiddellijk weg en wie wel mag blijven moet zo snel mogelijk integreren. Dus we gaan die asielzoekerscentra leegmaken. En het geld dat we overhouden, momenteel gaat er zo'n zeven miljard om in deze belachelijke industrie, maken we direct over aan de Hoge Commissaris van de vluchtelingen, de heer Lubbers. Die mag daar dan de echte vluchtelingen mee gaan helpen. 'Punt drie is het energiebeleid. Als de liberalisering van de energiemarkt verder doorgaat: Borssele open en een studie naar een tweede kerncentrale. Wij halen nu een kwart van onze energiebehoefte uit kerncentrales in Frankrijk en Duitsland, dan kunnen we onze eigen energieproducenten niet vertellen dat ze geen kernenergie mogen produceren. Of we kiezen voor een niet-kernenergiestroom, maar dan komt er hier ook geen procent kernenergiestroom meer naar binnen.' Wie stelt u aan als ministers? 'Ach mevrouw, zover zijn we nog helemaal niet.' Wat vindt u van de politiek van Wim Kok? 'Vreselijk. Veel mensen vinden het geweldig, maar ik ga ervan over mijn nek. Die man betrekt ons nergens bij, stelt ons altijd voor voldongen feiten. Zijn eerste visie moet ik nog vernemen. Het is een man die niets schrijft, geen redevoeringen houdt. Kijk, een politicus heeft, zeker als hij in de regering zit, twee taken. Ten eerste is dat vorm geven aan en stimuleren van het politieke debat. Een man als Bolkestein kon dat voortreffelijk. Kok heeft daar niets aan gedaan. Ik kan géén punt noemne dat hij op de agenda heeft gezet. Ten tweede is dat machtsvorming: zorgen dat wat je vindt ook wordt uitgevoerd. Dat kan Kok dan weer wel, zij het op een volstrekt ondoorzichtige manier.' Ondanks zijn credo van transparantie. 'Daar is gewoon niks van waar! Hij is haast erger dan Lubbers! In feite maken we nu Lubbers-5 mee. Het wordt tijd dat we daar eens een einde aan komt, dus ik ben blij dat Kok weggaat. Maar ik vind het heel jammer dat ik niet met hem in het strijdperk mag treden, want dat had ik graag gedaan.' Is uw aangekondigde politieke carrière volkomen serieus of is het ergens ook een spel? 'Nee hoor, het is absoluut geen spel. Daar is het te serieus voor. Maar je moet er natuurlijk wel lol in hebben, anders vreet het energie. Zo'n verkiezingscampagne bijvoorbeeld, dat lijkt me ontzettend leuk. Dat hele gedoe: op televisie verschijnen, debatteren, geestig zijn, op het scherpst van de snede discussiëren. Hartstikke leuk!' U komt graag op televisie? 'Nou, niet zomaar. Het moet u wel opvallen dat ik daar ontzettend selectief in ben. Maar als in een goede setting is tv natuurlijk een prachtig medium, het bereikt ontzettend veel mensen.' Wat vindt u van alle media-aandacht de laatste tijd? 'Vermoeiend. Nu is het moeilijk; ik zit in een soort niemandsland en heb daarom geen staf om me heen. Ik moet het allemaal zelf doen. Dat verandert straks natuurlijk allemaal. Dan gaat die telefoon niet meer constant, dat zou een hele bevrijding zijn.' Bent u tevreden over hoe u tot nu toe bent geportretteerd? 'Uitermate. Ik vind dat ik heel fair word behandeld. Dat had ik niet verwacht, laat ik dat dan ook maar zeggen. Ik verwachtte dat men veel vervelender zou zijn. 'Een goed voorbeeld is natuurlijk de Volkskrant. Die hebben gepaald niet altijd lovend over mij geschreven, maar dit varkentje hebben ze toch op een journalistiek zeer correcte manier gewassen.' Vindt u uw imago belangrijk? 'Nee, nee. Dat interesseert me niets. Het gaat me om mijn eigen integriteit, als ik die maar overeind weet te houden. U bent vaak negatief afgeschilderd in de media, zo bent u onder andere beticht van xenofobie. Dat doet u niets? 'Nee, totaal niet. Op dingen die zo apert onwaar zijn reageer ik niet eens. Ik heb boeken en columns geschreven, probeer daar de eerste xenofobe... Waarom heet dat niet gewoon vreemdelingenhaat hè, dat is ook zo flauw.' Dat klinkt harder. 'Nou, maar dat is toch precies wat ze willen zeggen! Zeg dan gewoon: die man haat vreemdelingen. Klaar. Dan weet Mien met de bloemetjesjurk ook wat je bedoelt. Maar goed, probeer de eerste xenofobe passage in een boek of column van mij maar aan te wijzen. Dat zal je niet lukken.' Vanwaar dan toch die beschuldiging? 'Omdat in Nederland het klimaat over de intocht van vreemdelingen totaal verziekt is. Dat mag niet gezegd worden, maar ik doe dat toch. Want ik ken geen multiculturele samenleving die prettig functioneert. Rotterdam bijvoorbeeld, waar ik woon, bestaat voor 56 procent uit mensen die elders vandaan komen. Dat is gewoon niet goed.' Waarom niet? 'Omdat het hele maatschappelijke weefsel kapot gaat. Er moet een evenwichtige verdeling zijn en die is er gewoon niet. Nederland is een land van apartheid aan het worden. De mensen die oorspronkelijk in de grote steden woonden, trekken weg naar volkomen blanke gebieden. Vergist u zich niet. Wat houdt die multiculturele samenleving dan in? Op z'n best is dat langs elkaar heen leven. Ik ben daarom voor een gedwongen mengingspolitiek. Maar wat heb je nu? Pure apartheid! Het ontrolt zich onder uw ogen! Wil je die problemen aanpakken, dan moet je niet dweilen met de kraan open. Dan moet je eerst de kraan dichtdraaien en dan met de mensen die binnen zijn een goed geïntegreerde samenleving vormen. Dat is een hell of a job, kan ik u vertellen. Daar zijn we járen mee bezig. En het is natuurlijk een bloody shame dat er Turken en Marokkanen van de derde generatie zijn, die nog steeds niet zijn geïntegreerd. Dan hebben wij iets grondig fout gedaan. Nou, dan moeten we dan eerst maar eens oplossen.' Tot slot: mocht u geen lijsttrekker van Leefbaar Nederland worden, wat gaat u dan doen? heeft u meerdere ijzers in het vuur? 'Ja, dan trek ik gewoon mijn eigen lijst. Of ik begin met een lijst Fortuyn, óf ik ben begin december lijsttrekker van Leefbaar Nederland. Meer smaken zijn er niet.'

 

Martini