ANSadvo 570x135

ANS-historie: Het redelijke alternatief

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je het interview met Anton Zijderveld.

Het CDA zei hij vaarwel vanwege een meningsverschil over islamofobie. Als emeritus-hoogleraar Sociologie analyseert Anton Zijderveld de huidige hoogtijdagen van het populisme. 'Over twintig jaar lachen we om deze idiotie.'

Tekst: Henk Strikkers Foto's: Martijn Wehrens

‘Voormalige partij’, corrigeert Anton Zijderveld (73) nog voordat een vraag over de huidige regering is gesteld. Het illustreert de spitsvondigheid van het ex-lid van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en emeritus-professor Cultuursociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Zijn woonkamer is volledig volgebouwd met literatuur, maar zijn eigen werk bewaart hij er niet pontificaal: ‘Ik heb een hoekje waar ik alle dissertaties die ik begeleidde en mijn eigen uitgaven bewaar. Dat noem ik wel gekscherend mijn ego-corner.‘ Zelfs zijn essay Populisme als politiek drijfzand over oorzaken van en oplossingen voor populisme, is niet te bekennen tussen de Bertolt Brechts, Jules Vernes en Louis Paul Boons. Omringd door de grote meesters der letteren oogt Zijderveld ontspannen en vertelt hij over zijn levensloop. Als klein kind zat hij vast in een Jappenkamp in Nederlands-Indië, wat de overgang naar het christelijke onderwijs in Utrecht niet vergemakkelijkte. ‘Ik was een kleine barbaar en kon het autoritaire en verzuilde Nederland van de jaren vijftig totaal niet verdragen.’ Nederland verruilde hij al snel voor Connecticut, waar hij ging studeren. ‘Ik was totaal overdonderd toen ik daar aankwam. In Nederland was het destijds normaal om op straat stil te gaan staan en een neger na te wijzen, terwijl in de Verenigde Staten alles door elkaar liep. Geel, zwart, rood, wit. Dat was een ongelooflijke eye-opener.’ Via Montréal kwam Zijderveld terug naar Nederland om zich begin jaren zeventig als ‘agnostische cultuurprotestant’ op te werken tot hoogleraar aan de Katholieke Hogeschool. Hij was professor Sociologie en Filosofie aan de EUR en toen Pim Fortuyn daar gasthoogleraar was werd hij zelf geconfronteerd met populisme. Tegelijkertijd was hij actief voor het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, totdat zijn oproep tot een debat over islamofobie binnen de christendemocratische partij werd genegeerd.

De geknapte sarong ‘Het CDA ging op een vreselijk stomme manier om met de islam. Maxime Verhagen sloeg steeds hardere, Wildersachtige kreten uit. En hij was niet de enige. Met name in dorpen als Staphorst en Urk is men doodsbang voor de islam, omdat men het daar niet kent. Door die harde taal verloren wij islamitische kiezers.’ Naast puur electorale redenen ziet Zijderveld een principiëler argument om de partij niet van de islamitische Nederlanders te vervreemden. ‘Wij hebben veel gemeen met moslims. Sterker nog, we hebben ze bijvoorbeeld nodig in de strijd voor behoud van de vrijheid van onderwijs. Daar is veel te weinig aandacht voor.’ Hij belegde met Ruud Lubbers en een aantal andere gelijkgezinden een bespreking op het CDA-partijbureau. Deze liep naar eigen zeggen volledig uit de hand. ‘Er waren prominenten die riepen dat islamofobie in mijn voormalige partij niet bestond en al snel verloor het debat haar inhoud. Uiteindelijk zat de partijvoorzitter zelfs een beetje te dutten. Ik bestempelde de poging als mislukt.’ Een lach zwelt aan. ‘Een paar weken later kreeg ik een uitnodiging voor een debat over “Islam en het CDA”. Ik was totaal niet betrokken bij dat idee en de uitvoering daarvan. Nou, toen knapte mijn sarong, zoals we in Indië zeggen. Ik was echt heel boos en heb toen een briefje geschreven naar het bestuur van het CDA waarmee ik mijn lidmaatschap opzegde.’

Staccatocultuur Bang zijn voor de islam of de islamisering van ons land is volgens Zijderveld onnodig. ‘Ik kom uit een calvinistisch onderwijzersgezin. Ik kan me goed herinneren dat het Centraal Bureau voor de Statistiek in de jaren vijftig met de mededeling kwam dat 51 procent van de Nederlanders katholiek was. Bij ons sloegen de stoppen door. We dachten in een protestantse natie te wonen en nu kwamen die volgelingen van de paus ons de les lezen. Direct daarna begon de ontkerkelijking. Ik zie nu ook tekenen van ontmoskeeïsering. Over twintig jaar lachen we om de idiotie waar we nu middenin zitten.’ Rotterdam heeft volgens Zijderveld een goed integratiebeleid. Met name over de aanpak van de Millingsbuurt, in vroeger tijden ‘een enorme zee van ellende’, is hij lyrisch. ‘Die wijk werd een toonbeeld van alles wat slecht was en na een tijdje pikten de bewoners dat niet langer. Autochtonen en allochtonen werkten samen aan sociale vernieuwing en bestreden de problemen. De gemeente faciliteerde slechts de facelift door de huizen op te knappen. Dat is nu een fantastische wijk geworden, maar daar hoor je niets meer over op het journaal.’ Zijderveld lijkt aanstoot te nemen aan de manier waarop media zich tegenwoordig gedragen. ‘Ik weet ook wel dat goed nieuws geen nieuws is. Het lijkt echter alsof zij niet langer bewust zijn van hun educatieve functie. Het is enkel hijgerig, alleen oneliners en hypes tellen nog. Ik noem dat weleens de “staccatocultuur”. Alles moet kort en pakkend.’ Het enige moment waarop Zijderveld echt stil lijkt te vallen is na de vraag of er nog wel ruimte is voor nuance in de politiek. Na een seconde of tien vervolgt hij: ‘Dat is een moeilijk punt. Wanneer je in twee zinnen weinig genuanceerd een standpunt kunt beargumenteren, heb je al snel de media achter je. Daardoor krijg je een uitstraling en een air die electoraal heel gunstig is. Ik hoop dat het daarmee snel afgelopen is. Gelukkig zijn de eerste tekenen van een ommekeer al zichtbaar. Alexander Pechtold doet het bijvoorbeeld erg goed in de peilingen en dat terwijl hij zich wel genuanceerd uitdrukt. Dat had Maxime Verhagen moeten doen, verdomme.’

Meer dan onderwijs alleen Idealiter ziet de éminence grise de rol van de media veranderen van verslaggeving naar educatie. ‘Naast het aanpakken van sociaaleconomische achterstanden is dat een belangrijk punt in de strijd tegen populisme. Educatie is veel meer dan onderwijs, het heeft te maken met een kritische houding. Daar hebben we veel te weinig aan gedaan.’ Het is echter niet alleen de matige opleiding van velen die ervoor zorgt dat zij ten prooi vallen aan populistische partijen. Ook hoogopgeleiden sluiten zich volgens Zijderveld na een tijdje aan bij dat soort politici. Zo vertelden zelfs professoren dat zij op Wilders zouden stemmen: ‘Aan het hoogleraarschap was vroeger een enorme status verbonden. Ik was professor doctor A.C. Zijderveld en brieven openden steevast met “Hooggeleerde heer”. Met name oudere professoren hebben moeite met de nivellering en democratisering van de universiteiten en dan hoor je: “Wilders zegt het tenminste”.’

Hitler was een socialist Zijderveld lacht om de bezwaren van zijn voormalige collega’s. Zelf heeft hij geen problemen met de moderne samenleving. ‘Ik vind het heerlijk dat alles op me afdendert.’ Zijn vele buitenlandse gasthoogleraarschappen hebben hem geleerd cultuur en politiek te relativeren en ook dat populisme vrijwel altijd dezelfde kenmerken heeft. Het grondkenmerk is de uitspraak Vox populi, vox dei, de stem van het volk is Gods stem. ‘Maar de stem van het volk bestaat helemaal niet. Geert Wilders mobiliseert enkel onvrede die voortkomt uit persoonlijke rancunes, ongeluk en angst.’ Andere karakteristieken van populisme zijn een beweging met een absolute leider en een programma met duidelijke nationalistische en socialistische inslag. Voordat hij zijn betoog voortzet, waarschuwt hij: ‘Ik weet dat het gevaarlijk wordt en het mag eigenlijk niet, maar ik doe het toch. Ik vergelijk het heden weleens met Duitsland in de jaren dertig. Natuurlijk is het een totaal andere situatie, want de Weimarrepubliek zat economisch volledig aan de grond en haar eer was gekrenkt. Wilders gebruikt nu precies dezelfde slimme combinatie van nationalisme plus socialisme. De nazi’s waren bijvoorbeeld net als Wilders ongelooflijk gebeten op communisten en sociaaldemocraten, maar Hitler was een socialist. Dat zijn parallellen die heel griezelig zijn.’

Drijfzand Populisme kan volgens Zijderveld maar op één manier overleven, namelijk wanneer het op korte termijn de macht in handen krijgt. ‘En dan wordt het echt heel gevaarlijk, kijk maar naar wat er met Franco, Mussolini en Hitler gebeurde. Daar moet ik echter direct bij zeggen dat ik dat in Nederland of in Europa niet zie gebeuren, het is soms eerder treurig. Het mooiste voorbeeld daarvan is nog wel PVV’er Barry Madlener. Die gaat met drie kornuiten het Europees Parlement van 736 man opheffen. Nou, veel succes.’ Wanneer populisten wel verkiezingssuccessen boeken, maar zij niet de absolute meerderheid krijgen, zijn ze volgens Zijderveld gedoemd tot mislukking. Het is direct de titelverklaring van zijn boekje Populisme als politiek drijfzand. Populistische partijen die successen boeken, scheppen vaak verwachtingspatronen waar zij niet aan kunnen voldoen. ‘Wanneer het CDA en de VVD het goed hadden gespeeld, had Wilders compromissen moeten sluiten en kan hij niet toeteren wat hem zint.’ Dat populisten die winnen deel gaan uitmaken van het establishment waar zij zo sterk tegen ageren, is niet de enige reden voor Zijderveld om populisme als drijfzand te bestempelen. Ook het bestaan van opstandige politici die de leider naar de troon willen steken, maakt populistische partijen erg zwak. ‘Ik heb een voorspelling gedaan in mijn boekje en dat is erg gevaarlijk, want voorspellingen van sociologen komen nooit uit.’ Een schaterlach volgt. ‘Die van economen trouwens ook niet, maar ik voorspelde in Populisme als politiek drijfzand dat Hero Brinkman de tweede plaats niet zou accepteren. Hij werd ditmaal op plaats elf van de kandidatenlijst gezet, dat kan hij nooit verkroppen. Zijn plannen voor een democratische partijstructuur en een jongerenbeweging zijn daar een rechtstreekse uitwerking van.’

De dictatuur van de meerderheid Naast media, educatie en interne onrust kunnen ook politieke buffers ervoor zorgen dat populisten niet snel de absolute macht in handen kunnen krijgen. Voorbeelden daarvan zijn weinig directe democratie en een politiek stelsel met twee Kamers. Zijderveld lijkt daarin een behoorlijk radicaal standpunt in te nemen. ‘Ik vind referenda en andere vormen van directe democratie erg angstaanjagend. Wanneer na zware debatten en een lange periode zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer met een wetsvoorstel instemmen, dan moet dat voorstel wel goed zijn. Dat is bij een door het volk genomen beslissing anders. Bovendien worden bij referenda kleine partijen uitgesloten van het debat en dat neigt naar een dictatuur. De dictatuur van de meerderheid.’ Zijderveld is erg positief over representatieve democratie en interne partijdiscussies. De Eerste Kamer roemt hij om haar reflectietaak en haar leden omdat zij drie dagen in de week een baan in de maatschappij hebben. ‘Dan kun je die Eerste Kamerleden wel wegzetten als mensen die van ons belastinggeld zitten te kletsen, maar daar wordt zorgvuldig besloten. Het is soms rechtvaardig om te twijfelen aan de vakbekwaamheid van politici, maar ik vind het een fijn gevoel dat het mensen zijn die dat als beroep hebben. Ik doe mijn vak, daar moeten politici zich vooral niet mee bemoeien en dan wil ik best beloven dat ik me ook niet met hen bemoei. Al die tv-debatten zie ik ook niet, ik controleer de politieke partijen wel één keer in de vier jaar bij de verkiezingen.’

Wanneer het einde van het anderhalf uur durende gesprek nadert en er een enorme uiteenzetting van het populisme in de Nederlandse geschiedenis en elders ter wereld achter de rug ligt, resteert één vraag. Want wat is eigenlijk de oplossing voor populisme? Zijderveld denkt nog één keer lang na. ‘Ik ga een heel stom antwoord geven. Tijd. Het heelt niet alleen wonden, maar neemt in een democratische rechtsstaat ook de scherpe kantjes van maatschappelijke en politieke conflicten weg. Hetgeen we bovendien nodig hebben is verdergaande modernisering van ons land. Er zullen altijd ontevreden lieden zijn en onvrede kan altijd gemobiliseerd worden. Wilders kan dan wel van het politieke podium verdwijnen, de onvrede blijft bestaan. De voedingsbodem blijft immer aanwezig.’

 

Redactie

ANS-historie: Advocaat van de duivel

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je het interview met Inez Weski.

'We leven nu bij de gratie van beveiligers en politiemensen.' Strafadvocate Inez Weski maakt zich ernstig zorgen over de huidige toestand in Nederland. Gaat het werkelijk de verkeerde kant op met de maatschappij?

Tekst: Andy Leenen en Juliet van de Voort Foto: Valentijn Brandt

Inez Weski (52) is een extravagante verschijning. Door haar zwarte kleding, zwaar opgemaakte ogen en imposant scala aan doodshoofdringen maakt ze een onuitwisbare indruk. Haar carrière is al even imponerend. Zo was ze de advocate van Desi Bouterse in de Copa-zaak, destijds breed uitgemeten in de media. Met een vriendelijke lach schudt ze ons ferm de hand en opent de deur naar haar kantoor. Het is meteen duidelijk dat dit geen regulier advocatenkantoor is. De ruimte is rijkelijk gedecoreerd met Afrikaanse maskers, kandelaars en spiegels. 'Vroeger hingen hier messen, maar dat kan tegenwoordig niet meer', vertelt Weski lachend. Niet alleen haar verschijning, maar ook haar scherpe uitlatingen in de media over het strafrechtklimaat zijn opvallend. Uit haar woorden spreekt een duidelijke visie; als er niets verandert, gaat het goed fout.

Razzia's 'Nederland is een politiestaat. Natuurlijk is er een parlement, een grondwet en de pers, maar wat is daarvan de inhoud? Het gaat erom dat de rechtsstaat functioneert. Hoeveel vrijheid heeft het individu? Ik denk dat daar nog maar een minimaal deel van over is.' Weski neemt de Rotterdamse interventieteams als voorbeeld. 'De teams staan onaangekondigd voor de deur. Eenmaal binnen controleren ze op belastingschulden, illegale bewoning of aanwezigheid van hennepplantages.' Deze intimiderende huiszoekingen worden door critici als razzia's bestempeld. Weski verwacht niet dat dit het hoogtepunt is, de maatregelen zullen ingrijpender worden. 'De scheiding der machten is al doorbroken. Bestuursleden krijgen steeds meer strafbevoegdheden en het Openbaar Ministerie (OM) krijgt groeiende invloed in het strafproces. Kortom, de rechterlijke controle raakt volledig buiten beeld.'

Het doel voorbij Een oorzaak van deze beangstigende ontwikkeling is volgens Weski de toegenomen kritiek op rechterlijke uitspraken. 'De samenleving blijft roepen om strafverhoging. Ze beseft niet dat Nederland, vergeleken met andere landen, behoorlijk hoog straft. Sowieso zijn de straffen in Nederland de laatste tien jaar gestegen. Dit is gebeurd zonder dat de criminaliteit is toegenomen of is bewezen dat een strengere sanctie zin heeft. De strafbepaling wordt gezien als het primaire middel om ongewenst gedrag te voorkomen. Neem bijvoorbeeld de marginalisering van jongeren: tegenwoordig is iedereen "hangjongere".' In Rotterdam is daarom een samenscholingsverbod ingevoerd. Wanneer de politie constateert dat er meer dan vier jongeren bij elkaar zitten waar een bepaalde dreiging van uitgaat, kan het OM tot vervolging overgaan. 'Het is toch schrikbarend dat zulke bepalingen bestaan? Je onderwerpt mensen aan volledige willekeur. Problemen in de samenleving moeten worden aangepakt door meer te investeren in opleidingen en buurten. Dat wordt tegenwoordig helaas als volstrekt verwerpelijk beschouwd.'

Dwangbuis In de aflevering van Zembla van 14 oktober 2007 werd de rechterlijke macht onder vuur genomen. Er zouden taakstraffen worden uitgedeeld voor ernstige delicten als verkrachting en mishandeling. Vanuit de politiek kwam als reactie het idee om de rechter aan een wettelijk minimum te binden. Weski neemt de uitzending met een korrel zout. 'Een rechter geeft geen taakstraf voor een ernstig misdrijf. Daarvan ben ik overtuigd. Er zijn zaken waar direct blijkt dat het gaat om een klein vergrijp. Toch wordt de verdachte naast het oorspronkelijk delict ook beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie. Zo kan diegene makkelijker in voorlopige hechtenis worden gehouden. Na het vonnis blijkt er dan niets van het bestaan van deze organisatie waar te zijn. Zo wordt er een stempel gezet op een zaak, zoals poging tot zware mishandeling op een vechtpartijtje. Inzage in dossierstukken is essentieel om de zaak te beoordelen. Wanneer een rechter een taakstraf geeft, is er kennelijk niet zoveel aan de hand.' Over minimumstraffen is de advocate nog minder te spreken: 'Dat is heel gevaarlijk. De rechterlijke macht wordt in een dwangbuis geperst en daardoor buitenspel gezet. Het is juist aan de rechter om per geval te bekijken wat de beste straf is. Dat is niet van tevoren te beslissen.'

Neerwaartse spiraal 'Er zijn voortdurend processen die op een gruwelijke manier fout gaan. Vooral zaken waar veel mankracht of geld in is gestoken. Het lijkt soms niet meer uit te maken of het uiteindelijke resultaat waarheidsvinding is, men wil enkel de dader vinden. In de Copa-zaak werden bijvoorbeeld de namen van twee anonieme getuigen per ongeluk onthuld. Hun verklaringen bleken kant noch wal te raken. Zonder de fout van het OM was dit nooit boven water gekomen. Het komt vaker voor dat er verklaringen worden gegeven die logischerwijs onmogelijk zijn. Deze worden door het OM zonder enig onderzoek overlegd. Als verdediging sta ik hier vrijwel machteloos tegenover. Het ellendige is dat op die manier iedereen kan worden gelyncht. Een dossier kan zo in elkaar gezet worden dat het nog maar één kant op wijst: schuldig. Een rechter moet dan om verduidelijking vragen. Er zijn helaas rechters die niet voldoende nieuwsgierig zijn.' Weski constateert een neerwaartse spiraal: 'Ik heb meegemaakt dat een officier zijn boekje volledig te buiten ging. Een paar jaar later stond ik weer tegenover hem, hij was ondertussen rechter geworden. De officieren hoeven nergens verantwoording voor af te leggen. Een arts wordt ook bestraft voor zijn fouten, waarom kan dat niet bij een officier? Op deze manier wordt het systeem besmet.'

Angst Er komen steeds meer maatregelen die de rechterlijke macht aantasten. Een actueel voorbeeld is de strafbeschikking, die eind 2007 in werking treedt. Die houdt in dat het OM straffen op mag leggen zonder tussenkomst van een rechter. De regeling geldt voor delicten waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat. Weski is hier absoluut op tegen: 'De vervolgende afdeling wordt tegelijkertijd de rechter. Hoe wil een verdachte in de handen van het OM ooit zijn recht krijgen?' Deze ontwikkelingen komen voort uit een roep om meer controle, uit het oogpunt van de algemene veiligheid. Het is echter nooit onderzocht of deze maatregelen de veiligheid dienen. De overheid speelt in op de angsten van het volk, wat al heeft geresulteerd in de algemene identificatieplicht. Deze kan door kwaadwillenden echter makkelijk worden omzeild. 'Fouilleringen geven mij eerder een onveilig dan veilig gevoel. Want aan wie worden deze bevoegdheden gegeven? Er zijn zelfs surveillanten die boeien meekrijgen. We leven nu bij de gratie van beveiligers en politiemensen; mensen die alles bijhouden. Alles is doorgeschakeld. De drempel komt steeds lager te liggen. Tegenwoordig wordt zelfs de anonieme meldlijn gebruikt als reden om ergens binnen te vallen, ondanks dat rechters hier al tegen hebben geprotesteerd. 'Er heerst een aangiftecultuur in Nederland, er is voor alles een meldpunt. Ik vind het walgelijk, je verziekt de samenleving. Je maakt van iedereen een verrader en van iedereen een verdachte.'

 

Redactie

ANS-historie: In een wip verdiend

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je over studenten die bijverdienen in de prostitutie.

Een bijbaantje in de prostitutie: Ondanks het negatieve imago van dit oeroude beroep, is het voor sommige studentes een prima bron van inkomsten. ‘Liever zou ik eerlijk zijn over mijn werk, maar dat kan simpelweg niet.’


Tekst: Bastiaan van Blokland en Susan Haasjes
Illustratie: Jurgen Tesselaar

Een trio met mij en mijn zusje, dat is ook een aanrader’, zegt Romy (24). Ze werkt bij Club de Villa, een sjieke herenclub in Beekbergen. Samen met haar zusje is zij een van de vele studerende of pas afgestudeerde vrouwen die hun heil zoeken in de prostitutiebranche. Waar een doorsnee student op zaterdag acht uur lang dood vlees hakt in een slagerij, bieden exclusieve seksbedrijven de mogelijkheid veel geld te verdienen met trucjes op levend vlees. Handig, want studeren is duur. De dames in kwestie hullen zich over het algemeen in nevelen over hun werkzaamheden, slechts een enkeling is op de hoogte van hun dubbelleven. Wat is hun drijfveer om toch te kiezen voor zo’n baan?

Geen pornohuis
Club de Villa is een luxueus pand in een bosrijke omgeving waar dames werken als animaîtresses, maîtresses die mannen animeren. Aan een paal aan de weg hangt een bord dat is voorzien van een fluorescerend damesslipje, een subtiele suggestie van wat er achter de heg schuil gaat. Hier bevindt zich geen ordinair bordeel of pornohuis maar een stijlvol ingerichte villa, voorzien van een moderne lounge en bar. Bij aankomst ontvangt een strak geklede gastvrouw haar gasten en brengt hen naar de bar. Vanaf dat moment is het vrij spel voor de dames. De redenen om voor het werk te kiezen, lopen uiteen. Marleen (21) studeert Bedrijfskunde aan de RU. Ze werkt als escort bij Excellent Escort en als animaîtresse voor Club de Villa. ‘Een vriendin vertelde me dat ze bij dit escortbureau werkte, ze verdiende goed en het werk kwam positief op mij over. Uiteindelijk kwam ik bij Club de Villa terecht. Voor mij is dit een heel makkelijke manier van geld verdienen, daarbij biedt het werk altijd weer een leuke spanning. Zeker als je gek bent op seks.’ Romy haakt hierop in: ‘Tijdens mijn studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening overwoog ik niet om dit werk te gaan doen. Pas na mijn opleiding kwam ik uit nieuwsgierigheid in een seksclub terecht omdat ik hoorde dat het financieel erg aantrekkelijk is. Daarbij vind ik het onwijs leuk om te doen. Het is wel zwaar: fysiek en mentaal moet je constant gefocust blijven.’ Over een werkdag in de Club vertelt Marleen: ‘Als de mannen eenmaal zijn ontvangen, is het onze taak om te zoeken naar een klik met een van hen. Soms is het afwachten wat er die dag binnenkomt en of je met de gasten ook verder gaat dan het drinken van een wijntje.’

Veel vrijheid bij een wip
Het werk van een escort is totaal anders dan dat van een animaîtresse. Lara studeert Psychologie in Amsterdam en is werkzaam bij Vialet Escortservice in Rotterdam. ‘Ik houd ervan om het een man naar zijn zin te maken. Als escort heb je veel lange afspraken waarbij je met de heren ontspant en kletst. Je hebt echt niet constant seks.’ Lara legt uit: ‘Op elke date ontmoet je weer een andere man, dat is best spannend en dat maakt mijn vak zo leuk. Bovendien is het snel geld verdienen, nu spaar ik zodat ik straks een huisje kan kopen.’ De meeste escorts kunnen geboekt worden via het bedrijf waarbij ze zijn aangesloten. ‘De dames zijn een soort ZZP’er, hoewel er in deze branche niet zoiets bestaat’, vertelt Marianne Roos, die samen met haar man Jantoon Club de Villa en de bijbehorende escortservice bestiert. Marianne: ‘De privacy van onze vrouwen staat bij ons voorop. Het is helaas nog steeds zo dat dit werk niet breed geaccepteerd is. De dames kunnen er in hun verdere loopbaan veel hinder van ondervinden als bekend wordt dat ze in de seksbranche werken of gewerkt hebben.’ Het echtpaar doet er dan ook alles aan om dit risico zo klein mogelijk te maken. ‘De animaîtresses werken altijd onder een werknaam, waarmee we elkaar aanspreken in de Club. Bovendien kiezen onze dames zelf wanneer ze aan de slag willen. Op die manier ontkomen ze aan een vast werkpatroon, dat komt hun motivatie ten goede.’ Marleen beaamt dit: ‘Ik spreek per dag af wanneer ik wil werken en hoe laat ik er dan ben. Soms zijn er heren die mij gereserveerd hebben. Dat is prettig, want dan heb je in ieder geval omzet.’ Seks met een vreemde vrouw is misschien spannend, er hangt wel een prijskaartje aan. Bij de Villa is het starttarief al 200 euro per uur. Van de opbrengst van de hele avond vangen de dames de helft. Tijdens het escortwerk krijgt een meisje daarnaast nog wel eens cadeaus. Lara: ‘Sieraden, lingerie en dure parfum zijn geen uitzondering.’ Dani (22) studeert Geneeskunde aan de RU. Daarnaast werkt ze als escort voor Society Service. Ook zij wordt af toe flink beloond. ‘Ik werk anderhalf jaar met veel plezier bij Society Service en zou geen ander bijbaantje willen. Escortwerk is ideaal te combineren met mijn studie, ik doe zo’n vier à vijf boekingen per maand en dat betaalt zo goed dat ik er royaal van kan leven. Soms krijg ik inderdaad cadeaus of een dikke fooi. Een collega van me kreeg zelfs een auto, ik helaas nog niet.’

De eerste keer
Seksen met een vreemde man is de eerste keer een zenuwslopende bedoening. Marleen vertelt over haar eerste ervaring als escort: ‘Die date was uiteindelijk ontzettend leuk. Een net gescheiden man had mij geboekt, hij bleek een niet onaantrekkelijke jongeman te zijn. Toen ik binnenkwam, brandden overal kaarsjes en er stond een fles champagne koud. Hij had een schoenenfetisj en zijn ex-vrouw had al haar schoenen laten staan, hij wilde dat ik die zou dragen tijdens onze date. De afspraak verliep totaal anders dan ik had verwacht. Uiteraard was ik erg nerveus, maar het viel me enorm mee.’ Voor Lara heeft ‘de eerste keer’ een heel andere lading. ‘Bij Vialet Escortservice bieden we een speciale service voor ontmaagding. Ik vind dat eigenlijk het leukst om te doen, omdat je deze mannen iets heel bijzonders geeft. Eén jongen die ik ontmaagde, was echt ontzettend zenuwachtig. De eerste twee uur hebben we alleen maar gepraat. Nadat we uiteindelijk seks hadden, stonden de tranen in zijn ogen. Nu boekt hij me soms wel twee keer per week.’ Zoë Vialet, de eigenaresse van Vialet Escortservice, bedacht de service, die ze de toepasselijke naam First Time gaf. Volgens Lara moet je met mannen die geen of amper seksuele ervaring hebben wat voorzichtiger zijn. ‘Omdat de ervaring ontbreekt, moet jij het initiatief tonen. Meestal boekt Zoë voor zo’n afspraak een kamer met bubbelbad of sauna en dan ontvang ik de man daar. Tijdens die afspraken geniet ik altijd van de seks, anders zou ik het niet doen.’ Of deze positieve uitspraken representatief zijn voor alle studentes die in de seksbranche werken, valt te betwijfelen. Hun vakgebied blijft omstreden en kent veel vooroordelen. De strikte geheimhouding van de dames suggereert dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is.

Kletsen of ketsen
Volgens eigenaresse Marianne draait het in de Villa om meer dan alleen lust. ‘Mannen willen het gevoel hebben dat de dames hun vriendinnetjes zijn, ze luchten hun hart bij ze en drinken een wijntje. Die aandacht, daar gaat het om. We willen die girlfriend experience bieden en dat loopt in ongeveer zestig procent van de gevallen uit op een gezellige avond waarbij geen sprake is van seks’, aldus Marianne.

Dames die in de seksbranche willen werken, hoeven niet allemaal te beschikken over een ontluisterende schoonheid. Presentatie en voorkomen zijn veel belangrijker, net als discretie. Marianne: ‘We selecteren de dames in de Villa op hoe ze zich presenteren. Uiterlijk speelt wel een rol, maar je moet vooral makkelijk kunnen communiceren en gemotiveerd zijn. Je interesse mag niet voortkomen uit financiële nood of wanhoop. Wat wij bovendien erg belangrijk vinden is opleiding en denkniveau. Veel van onze gasten zoeken niet enkel mooie en gewillige dames, maar ook intelligent gezelschap. De meeste dames die bij ons werken, hebben dan ook een hbo of universitaire achtergrond.’ Een voorliefde voor sociaal contact en erotiek is een absolute must. ‘Toch is het belangrijkste dat je durft te genieten van seks zonder dat er liefde in het spel is’, aldus Marleen.

Geen stoeipoes
Veel van de dames die in de branche werken zijn geen stereotype hoeren. De vrouwen zijn buiten hun werk een ander persoon: hun werknaam leggen ze af als ze de deur achter zich dichttrekken, evenals de act van verleidelijke stoeipoes. Toch gaat die transformatie niet zo ver dat de dames een liefdesleven kunnen opbouwen. Romy: ‘Toen ik een relatie kreeg ben ik wel even met dit werk gestopt omdat ik het niet te combineren vond. Momenteel ben ik weer vrijgezel. Ik heb hem mijn geheim nooit verteld.’ Op de vraag of ze een relatie zou kunnen hebben met een man die ze kent vanuit haar werk, antwoord ze resoluut: ‘Iemand die betaalt voor seks? Nee. Ik ben in mijn privéleven ook seksueel helemaal niet zo losbandig hoor. Dan doe ik echt niet aan onenightstands’.

Taboe
Alle dames proberen hun werk zo goed mogelijk uit hun privéleven te bannen. Lara: ‘We zijn allemaal erg op onze privacy gesteld. Een nadeel van mijn werk is dat ik niet eerlijk kan zijn over wat ik doe. Je ontkomt er niet aan om te liegen tegen familie, vrienden en klasgenoten.’ In Marleens omgeving kent alleen de vriendin die zelf als escort werkt haar geheim. Aan de buitenwereld vertelt ze dat ze een baantje heeft als model, om haar wisselende werktijden en inkomsten te verantwoorden. ‘Liever zou ik eerlijk zijn over mijn werk maar dat kan simpelweg niet. Ik ben bang om veroordeeld te worden, zeker met het oog op de toekomst. Mijn werkzaamheden kunnen vergaande gevolgen hebben voor mijn carrière.’ Jantoon en Marianne ondervonden aan den lijve hoeveel impact de vooroordelen over de seksbranche kunnen hebben. Ze raakten vrijwel al hun vrienden en kennissen kwijt toen ze hun club oprichtten. ‘“Je staat met een been in de onderwereld”, zeiden ze. “Je hebt geen idee waar jullie je mee inlaten; vrouwenhandel, Hell’s Angels en drugscriminaliteit”. Helaas is dat het beeld dat kleeft aan deze business. Wij willen juist laten zien dat het ook netjes, legaal en sjiek kan’, aldus Jantoon. Ook van Dani weet niemand in haar omgeving dat ze bijverdient als escort. ‘Mijn werk is echt een privéaangelegenheid. Wat ik doe is avontuurlijk, uitdagend en het brengt het beste in mij naar boven. Helaas staat daar tegenover dat ik het geheim moet houden. Er bestaan zo veel vooroordelen over dit werk en daar wil ik niet mee geassocieerd worden. Vandaar dat ik het geheim houd, liegen is dan de enige optie.’

De namen van Lara, Romy, Dani en Marleen zijn op hun verzoek gefingeerd.

 

 

Redactie

ANS-historie: Zwerven tussen Erasmus en Spinoza

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je het interview met de campuszwervers.

Douchen in het sportcentrum, surfen in de bieb en slapen tegen het Spinozagebouw: de dakloze vrienden Ton en Gerard wonen op de campus. ‘Nergens anders krijgen we zo’n warm welkom.’

Tekst: Gijs Hablous Foto's: Alix van Lanen

Een bebaarde man met grijs haar kijkt gebiologeerd naar een filmpje op een computerscherm in de Universiteitsbibliotheek (UB). Zijn iets minder grijze overbuurman zit onderuitgezakt in een stoel terwijl hij boven zijn toetsenbord een jointje draait. De dakloze vrienden Ton (55, links op de foto) en Gerard (37) zien de UB als hun woonkamer. ‘Het is hier altijd rustig en aangenaam en we hebben de mogelijkheid om te internetten.’ De mannen vertoeven niet alleen in de bieb, ook de rest van de campus is bekend terrein. Gerard slaapt iedere nacht tegen het Spinozagebouw en Ton neemt regelmatig een douche in het Universitair Sportcentrum (USC). Gerard, die fanatiek aan het twitteren is, blijft het liefst een beetje onopvallend. ‘We willen niemand tot last zijn, als het erg druk wordt, pakken we onze spullen en verkassen we naar de stad’, vertelt hij terwijl hij zijn smartphone aan de oplader legt. ‘De studenten moeten hier wel kunnen studeren.’ Wat is het verhaal van deze zwervende kameraden en wat doen ze op de campus?

zwerver1Een warm welkom Iedere ochtend worden Ton en Gerard begroet door een welkomstcomité van portiers. Regelmatig doen de mannen een bakkie met het personeel. De sporttassen met kleding en slaapspullen laten ze bewaakt achter bij de kluisjes. Met de universiteit zijn geen specifieke afspraken gemaakt over de bezoekjes van de mannen. Beveiliger Pierre laat weten dat de heren altijd welkom zijn. ‘Het zijn geen verslaafden, ze houden zich netjes aan de openingstijden en vallen niemand lastig. Ze moeten zich net als studenten aan de huisregels houden. Doen ze dat niet, dan worden ze natuurlijk wel weggestuurd.’ Contact met de studenten hebben de zwervers nauwelijks. Volgens Ton blijft het veelal bij een simpel ‘hallo’. Gerard beaamt dit: ‘De meeste studenten negeren ons. Andersom doen wij dat dan ook, we willen niemand storen. Toch mogen mensen mij best persoonlijke vragen stellen, ik bijt niet.’ Ton voelt een zekere afstand tussen hem en de jongere generatie. ‘Ik merk aan hun blikken dat de jonge meiden mij als een soort vader zien.’

Zwervers met smartphones De vrije vogels zijn niet zo onverzorgd als de stereotype zwerver. De dagelijkse routine van Ton en Gerard zorgt ervoor dat ze fris en fruitig de dag beginnen. Ton gaat voor een lekkere douche naar het USC. Daarnaast raakt hij hier zijn energie kwijt tijdens een cursus BOMmen. ‘Dansen is mijn passie, daar ga ik helemaal in op. Ik zou een danser willen zijn, maar dat is allemaal niet gemakkelijk. Je moet dan toch een hoop trainen.’ Gerard grinnikt en vertelt dat zijn vriend af en toe dansend en springend door de UB gaat. Ton springt op en neemt uitgebreid de ruimte voor rek- en strekoefeningen, zonder op te merken dat een aantal studenten giechelend naar het schouwspel kijkt. Hij vervolgt zijn verhaal. ‘Zo’n kaart kost maar 50 euro per maand, dat is geen geld!’ Gerard maakt het liefst zo min mogelijk gebruik van de douche op de campus. ‘Ton drinkt veel, maar ik rook alleen af en toe een jointje. Doordat ik niet verslaafd ben kan ik ook wel eens bij mensen thuis terecht om me op te frissen.’ Behalve van de sportfaciliteiten kunnen de zwervers gratis gebruik maken van een RU-gastlogin. Gerard begint de dag meestal met het checken van zijn mail of het online lezen van passages uit de Bijbel. Ton kijkt veel dansfilmpjes op YouTube en schrijft gedichten. ‘Die gedichten print ik hier in de bibliotheek uit en vervolgens maak ik er een mooi boekje van. Ik schrijf over mijn belevenissen op straat, van slapen in de winterse kou tot het zoeken naar eten. Ook bredere onderwerpen, zoals de liefde, komen aan bod.’ Tegenwoordig zijn de heren voor het twitteren en mailen niet meer gebonden aan een computer. ‘We hebben smartphones gekregen van stichting Kruispunt, het straatpastoraat in Nijmegen. Nu zet ik zelfs op twee telefoons de wekker zodat ik me niet verslaap’, grapt Gerard.

@Straatvogels024 De gratis smartphones zijn onderdeel van het straatvogelproject, een initiatief van de Protestantse kerk in Amsterdam. Door daklozen mobieltjes met internet te geven wordt hen de mogelijkheid geboden hun leven te delen op Twitter. Het concept is in Nijmegen overgenomen door Stichting Kruispunt en Iriszorg onder de naam Straatvogels024. Stichting Kruispunt is een ontmoetingsplaats voor daklozen en een plek waar de mannen vaak over de vloer komen. Ton (@Straatvogelton) en Gerard (@straatengel) kunnen door het straatvogelproject hun teruggetrokken leven zichtbaar maken voor hun volgers. Gerard is een fanatiekeling als het om Twitter gaat, om de paar seconden stuurt hij een tweet de lucht in. Terwijl Gerard enthousiast over Twitter vertelt, strijkt Ton zijn haren glad en poseert voor een selfie. De mannen zijn erg blij met de gadgets: ‘Nu kunnen we in contact blijven met mensen die we bij Kruispunt of op straat ontmoeten.’

zwerver staandHotel Radboud Een warme slaapplaats biedt de universiteit niet. Ook voor daklozen sluit de UB ’s nachts haar deuren, maar waar studenten naar huis gaan, kiezen Ton en Gerard voor een nachtelijk verblijf op de campus. Gerard vertelt dat hij altijd bij het Spinozagebouw ligt. ‘Ik heb wel eens een student de stuipen op het lijf gejaagd. Dat was niet mijn bedoeling, maar de geschokte blik was erg grappig.’ Ton onthult zijn exacte slaapplaats niet, maar ligt ‘ook ergens op de campus’. De mannen vinden dat de campus veel voordelen biedt ten opzichte van bijvoorbeeld het centrum. ‘Het is hier ’s nachts erg rustig en je ligt niemand in de weg. Ook de beschutting van het bos is fijn.’ De RU heeft met Gerard zelfs een gratis nachtelijke beveiliger in huis. ‘Als ik fietsdieven zie, gooi ik een steentje tegen de prullenbak. Dan zijn ze zo gevlogen.’

Het leven van de straat De straatvogels slapen buiten, terwijl er in Nijmegen nachtopvang bestaat voor daklozen. ‘Alleen harddrugsverslaafden zijn daar welkom’, vertelt Gerard. Ton wil nooit meer terug naar de opvang. ‘Je wordt daar bestolen en doet geen oog dicht. Het is geen fijne plek om te zijn, met de mensen die daar komen valt niet te praten.’ Gerard vindt het geen probleem om te slapen in de buitenlucht, hij voelt zich daar zelfs veiliger dan binnen. Wel heeft hij slechte ervaringen: ‘Ik heb vier keer een poging gedaan om een boek over mijn leven te schrijven, maar telkens werd mijn werk gejat.’ Ondanks de luxe van de campus is het zwerversleven dus niet altijd gemakkelijk. ‘Het leven van de straat is hard, maar als je in jezelf blijft geloven is er altijd genoeg geld om te overleven. Op het moment dat je niets meer hebt, kom je weer nieuwe mensen tegen die je helpen.’ Gerard legt uit hoe hij aan geld komt. ‘Als ik iets nodig heb, sta ik bij de Coop in de Molenpoortpassage. De meeste mensen geven wel iets, omdat ze me herkennen en weten dat ik geen verslaving heb. Ik ben altijd beleefd en zeg netjes goedendag. Op de dag voor Kerst verdiende ik zo 200 euro.’ Vaak verkoopt hij de dichtbundels van straatvogel Ton. ‘Af en toe doet hij dat zelf, maar eigenlijk is het schrijfwerk verkopen meer mijn ding.’

zwerver2Zweverige zwervers Ton is niet erg open over zijn verleden, hij schrijft in zijn gedichten dan ook vooral over zijn dagelijkse belevenissen op straat. Over het verleden van Gerard lijkt hij weinig te weten. ‘Was je zo jong, oude reus? Ik was een stukje ouder!’, roept Ton naar zijn vriend, wanneer deze vertelt dat hij al op zijn zeventiende op straat belandde. Op zijn blog, dat hij deelt op Twitter, vertelt hij openhartig over zijn verleden. ‘Mijn vader overleed toen ik zeventien was aan een hartaanval, ik vond zijn koude lichaam op bed. Onze band was goed en ik kon niet met zijn dood omgaan.’ Na het overlijden van zijn vader, die vrachtwagenchauffeur was, moest Gerard de truck legen. ‘Ik vond flessen jenever en blikken bier. Deze heb ik uit verdriet opgedronken.’ De moeder van Gerard kreeg al snel na de dood van haar man een nieuwe vriend. ‘Ik kreeg vreselijke ruzie met hem, tot hij mij op een dag het huis uit werkte. Zelfs mijn moeder zei dat ik niet meer welkom was.’ In de jaren daarna heeft Gerard meerdere verslavingen gehad, van gok- tot medicatieverslavingen. Voor beide mannen speelt geloof een grote rol en sinds ze op straat zijn beland is het nog belangrijker geworden. ‘Ik ben geboren met religie en ga dood zonder religie, maar wel met geloof’, zegt Gerard. Mede hierdoor is hij van zijn verslavingen afgekomen. ‘Ik wilde op eigen kracht afkicken en niet terugvallen na een periode van hulpverlening. Het is makkelijker om clean te blijven als je zelf van de verslaving bent afgekomen. Mijn geloof heeft mij daarin gesterkt.’ Ook Ton heeft een eigen manier van geloven: ‘De Bijbel bevat tientallen fouten, daarom heb ik een eigen visie. Het begint allemaal bij jezelf en daar eindigt het ook. Het gaat erom dat je op je eigen kracht vertrouwt.’

Een nieuwe verslaving Vaak wordt gezegd dat er in Nederland genoeg sociale vangnetten zijn voor mensen die het moeilijk hebben in de samenleving, het is volgens velen niet nodig om hier dakloos te zijn. Gerard: ‘Dat krijg ik ontzettend vaak te horen. Het is inderdaad niet nodig, maar toch gebeurt het. Je kiest er niet voor om in deze situatie verzeild te raken.’ De vrienden maken wel duidelijk dat ze inmiddels niet meer anders zouden willen leven. Ton meent dat geen enkele zwerver buiten hoeft te liggen. ‘Je kunt altijd wel ergens terecht, maar daar moet je wel voor openstaan.’ Gerard weet zeker dat hij nooit weer een huis zal hebben. ‘Ongetwijfeld zullen er deuren voor me open gaan, maar er is nooit een blijvende oplossing. Als ik tijdens een koude nacht tweet dat ik buiten lig, stromen de reacties binnen. Het is meerdere keren voorgekomen dat iemand me kwam halen. Soms ga ik wel op zo’n aanbod in, maar binnen komen de muren al snel op me af. Misschien is buiten leven wel mijn nieuwe verslaving.’ Ton en Gerard zien zichzelf ook niet in de eerste plaats als zwerver: ‘Het enige verschil tussen ons en mensen met een huis is een dak boven het hoofd.’

 

Redactie