ANS-historie: Zwerven tussen Erasmus en Spinoza

Redactie

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je het interview met de campuszwervers.

Douchen in het sportcentrum, surfen in de bieb en slapen tegen het Spinozagebouw: de dakloze vrienden Ton en Gerard wonen op de campus. ‘Nergens anders krijgen we zo’n warm welkom.’

Tekst: Gijs Hablous Foto's: Alix van Lanen

Een bebaarde man met grijs haar kijkt gebiologeerd naar een filmpje op een computerscherm in de Universiteitsbibliotheek (UB). Zijn iets minder grijze overbuurman zit onderuitgezakt in een stoel terwijl hij boven zijn toetsenbord een jointje draait. De dakloze vrienden Ton (55, links op de foto) en Gerard (37) zien de UB als hun woonkamer. ‘Het is hier altijd rustig en aangenaam en we hebben de mogelijkheid om te internetten.’ De mannen vertoeven niet alleen in de bieb, ook de rest van de campus is bekend terrein. Gerard slaapt iedere nacht tegen het Spinozagebouw en Ton neemt regelmatig een douche in het Universitair Sportcentrum (USC). Gerard, die fanatiek aan het twitteren is, blijft het liefst een beetje onopvallend. ‘We willen niemand tot last zijn, als het erg druk wordt, pakken we onze spullen en verkassen we naar de stad’, vertelt hij terwijl hij zijn smartphone aan de oplader legt. ‘De studenten moeten hier wel kunnen studeren.’ Wat is het verhaal van deze zwervende kameraden en wat doen ze op de campus?

zwerver1Een warm welkom Iedere ochtend worden Ton en Gerard begroet door een welkomstcomité van portiers. Regelmatig doen de mannen een bakkie met het personeel. De sporttassen met kleding en slaapspullen laten ze bewaakt achter bij de kluisjes. Met de universiteit zijn geen specifieke afspraken gemaakt over de bezoekjes van de mannen. Beveiliger Pierre laat weten dat de heren altijd welkom zijn. ‘Het zijn geen verslaafden, ze houden zich netjes aan de openingstijden en vallen niemand lastig. Ze moeten zich net als studenten aan de huisregels houden. Doen ze dat niet, dan worden ze natuurlijk wel weggestuurd.’ Contact met de studenten hebben de zwervers nauwelijks. Volgens Ton blijft het veelal bij een simpel ‘hallo’. Gerard beaamt dit: ‘De meeste studenten negeren ons. Andersom doen wij dat dan ook, we willen niemand storen. Toch mogen mensen mij best persoonlijke vragen stellen, ik bijt niet.’ Ton voelt een zekere afstand tussen hem en de jongere generatie. ‘Ik merk aan hun blikken dat de jonge meiden mij als een soort vader zien.’

Zwervers met smartphones De vrije vogels zijn niet zo onverzorgd als de stereotype zwerver. De dagelijkse routine van Ton en Gerard zorgt ervoor dat ze fris en fruitig de dag beginnen. Ton gaat voor een lekkere douche naar het USC. Daarnaast raakt hij hier zijn energie kwijt tijdens een cursus BOMmen. ‘Dansen is mijn passie, daar ga ik helemaal in op. Ik zou een danser willen zijn, maar dat is allemaal niet gemakkelijk. Je moet dan toch een hoop trainen.’ Gerard grinnikt en vertelt dat zijn vriend af en toe dansend en springend door de UB gaat. Ton springt op en neemt uitgebreid de ruimte voor rek- en strekoefeningen, zonder op te merken dat een aantal studenten giechelend naar het schouwspel kijkt. Hij vervolgt zijn verhaal. ‘Zo’n kaart kost maar 50 euro per maand, dat is geen geld!’ Gerard maakt het liefst zo min mogelijk gebruik van de douche op de campus. ‘Ton drinkt veel, maar ik rook alleen af en toe een jointje. Doordat ik niet verslaafd ben kan ik ook wel eens bij mensen thuis terecht om me op te frissen.’ Behalve van de sportfaciliteiten kunnen de zwervers gratis gebruik maken van een RU-gastlogin. Gerard begint de dag meestal met het checken van zijn mail of het online lezen van passages uit de Bijbel. Ton kijkt veel dansfilmpjes op YouTube en schrijft gedichten. ‘Die gedichten print ik hier in de bibliotheek uit en vervolgens maak ik er een mooi boekje van. Ik schrijf over mijn belevenissen op straat, van slapen in de winterse kou tot het zoeken naar eten. Ook bredere onderwerpen, zoals de liefde, komen aan bod.’ Tegenwoordig zijn de heren voor het twitteren en mailen niet meer gebonden aan een computer. ‘We hebben smartphones gekregen van stichting Kruispunt, het straatpastoraat in Nijmegen. Nu zet ik zelfs op twee telefoons de wekker zodat ik me niet verslaap’, grapt Gerard.

@Straatvogels024 De gratis smartphones zijn onderdeel van het straatvogelproject, een initiatief van de Protestantse kerk in Amsterdam. Door daklozen mobieltjes met internet te geven wordt hen de mogelijkheid geboden hun leven te delen op Twitter. Het concept is in Nijmegen overgenomen door Stichting Kruispunt en Iriszorg onder de naam Straatvogels024. Stichting Kruispunt is een ontmoetingsplaats voor daklozen en een plek waar de mannen vaak over de vloer komen. Ton (@Straatvogelton) en Gerard (@straatengel) kunnen door het straatvogelproject hun teruggetrokken leven zichtbaar maken voor hun volgers. Gerard is een fanatiekeling als het om Twitter gaat, om de paar seconden stuurt hij een tweet de lucht in. Terwijl Gerard enthousiast over Twitter vertelt, strijkt Ton zijn haren glad en poseert voor een selfie. De mannen zijn erg blij met de gadgets: ‘Nu kunnen we in contact blijven met mensen die we bij Kruispunt of op straat ontmoeten.’

zwerver staandHotel Radboud Een warme slaapplaats biedt de universiteit niet. Ook voor daklozen sluit de UB ’s nachts haar deuren, maar waar studenten naar huis gaan, kiezen Ton en Gerard voor een nachtelijk verblijf op de campus. Gerard vertelt dat hij altijd bij het Spinozagebouw ligt. ‘Ik heb wel eens een student de stuipen op het lijf gejaagd. Dat was niet mijn bedoeling, maar de geschokte blik was erg grappig.’ Ton onthult zijn exacte slaapplaats niet, maar ligt ‘ook ergens op de campus’. De mannen vinden dat de campus veel voordelen biedt ten opzichte van bijvoorbeeld het centrum. ‘Het is hier ’s nachts erg rustig en je ligt niemand in de weg. Ook de beschutting van het bos is fijn.’ De RU heeft met Gerard zelfs een gratis nachtelijke beveiliger in huis. ‘Als ik fietsdieven zie, gooi ik een steentje tegen de prullenbak. Dan zijn ze zo gevlogen.’

Het leven van de straat De straatvogels slapen buiten, terwijl er in Nijmegen nachtopvang bestaat voor daklozen. ‘Alleen harddrugsverslaafden zijn daar welkom’, vertelt Gerard. Ton wil nooit meer terug naar de opvang. ‘Je wordt daar bestolen en doet geen oog dicht. Het is geen fijne plek om te zijn, met de mensen die daar komen valt niet te praten.’ Gerard vindt het geen probleem om te slapen in de buitenlucht, hij voelt zich daar zelfs veiliger dan binnen. Wel heeft hij slechte ervaringen: ‘Ik heb vier keer een poging gedaan om een boek over mijn leven te schrijven, maar telkens werd mijn werk gejat.’ Ondanks de luxe van de campus is het zwerversleven dus niet altijd gemakkelijk. ‘Het leven van de straat is hard, maar als je in jezelf blijft geloven is er altijd genoeg geld om te overleven. Op het moment dat je niets meer hebt, kom je weer nieuwe mensen tegen die je helpen.’ Gerard legt uit hoe hij aan geld komt. ‘Als ik iets nodig heb, sta ik bij de Coop in de Molenpoortpassage. De meeste mensen geven wel iets, omdat ze me herkennen en weten dat ik geen verslaving heb. Ik ben altijd beleefd en zeg netjes goedendag. Op de dag voor Kerst verdiende ik zo 200 euro.’ Vaak verkoopt hij de dichtbundels van straatvogel Ton. ‘Af en toe doet hij dat zelf, maar eigenlijk is het schrijfwerk verkopen meer mijn ding.’

zwerver2Zweverige zwervers Ton is niet erg open over zijn verleden, hij schrijft in zijn gedichten dan ook vooral over zijn dagelijkse belevenissen op straat. Over het verleden van Gerard lijkt hij weinig te weten. ‘Was je zo jong, oude reus? Ik was een stukje ouder!’, roept Ton naar zijn vriend, wanneer deze vertelt dat hij al op zijn zeventiende op straat belandde. Op zijn blog, dat hij deelt op Twitter, vertelt hij openhartig over zijn verleden. ‘Mijn vader overleed toen ik zeventien was aan een hartaanval, ik vond zijn koude lichaam op bed. Onze band was goed en ik kon niet met zijn dood omgaan.’ Na het overlijden van zijn vader, die vrachtwagenchauffeur was, moest Gerard de truck legen. ‘Ik vond flessen jenever en blikken bier. Deze heb ik uit verdriet opgedronken.’ De moeder van Gerard kreeg al snel na de dood van haar man een nieuwe vriend. ‘Ik kreeg vreselijke ruzie met hem, tot hij mij op een dag het huis uit werkte. Zelfs mijn moeder zei dat ik niet meer welkom was.’ In de jaren daarna heeft Gerard meerdere verslavingen gehad, van gok- tot medicatieverslavingen. Voor beide mannen speelt geloof een grote rol en sinds ze op straat zijn beland is het nog belangrijker geworden. ‘Ik ben geboren met religie en ga dood zonder religie, maar wel met geloof’, zegt Gerard. Mede hierdoor is hij van zijn verslavingen afgekomen. ‘Ik wilde op eigen kracht afkicken en niet terugvallen na een periode van hulpverlening. Het is makkelijker om clean te blijven als je zelf van de verslaving bent afgekomen. Mijn geloof heeft mij daarin gesterkt.’ Ook Ton heeft een eigen manier van geloven: ‘De Bijbel bevat tientallen fouten, daarom heb ik een eigen visie. Het begint allemaal bij jezelf en daar eindigt het ook. Het gaat erom dat je op je eigen kracht vertrouwt.’

Een nieuwe verslaving Vaak wordt gezegd dat er in Nederland genoeg sociale vangnetten zijn voor mensen die het moeilijk hebben in de samenleving, het is volgens velen niet nodig om hier dakloos te zijn. Gerard: ‘Dat krijg ik ontzettend vaak te horen. Het is inderdaad niet nodig, maar toch gebeurt het. Je kiest er niet voor om in deze situatie verzeild te raken.’ De vrienden maken wel duidelijk dat ze inmiddels niet meer anders zouden willen leven. Ton meent dat geen enkele zwerver buiten hoeft te liggen. ‘Je kunt altijd wel ergens terecht, maar daar moet je wel voor openstaan.’ Gerard weet zeker dat hij nooit weer een huis zal hebben. ‘Ongetwijfeld zullen er deuren voor me open gaan, maar er is nooit een blijvende oplossing. Als ik tijdens een koude nacht tweet dat ik buiten lig, stromen de reacties binnen. Het is meerdere keren voorgekomen dat iemand me kwam halen. Soms ga ik wel op zo’n aanbod in, maar binnen komen de muren al snel op me af. Misschien is buiten leven wel mijn nieuwe verslaving.’ Ton en Gerard zien zichzelf ook niet in de eerste plaats als zwerver: ‘Het enige verschil tussen ons en mensen met een huis is een dak boven het hoofd.’