ANS-historie: Het redelijke alternatief

Redactie

Deze week blikt ANS terug op de leukste artikelen van de afgelopen jaren. Vandaag lees je het interview met Anton Zijderveld.

Het CDA zei hij vaarwel vanwege een meningsverschil over islamofobie. Als emeritus-hoogleraar Sociologie analyseert Anton Zijderveld de huidige hoogtijdagen van het populisme. 'Over twintig jaar lachen we om deze idiotie.'

Tekst: Henk Strikkers Foto's: Martijn Wehrens

‘Voormalige partij’, corrigeert Anton Zijderveld (73) nog voordat een vraag over de huidige regering is gesteld. Het illustreert de spitsvondigheid van het ex-lid van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) en emeritus-professor Cultuursociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Zijn woonkamer is volledig volgebouwd met literatuur, maar zijn eigen werk bewaart hij er niet pontificaal: ‘Ik heb een hoekje waar ik alle dissertaties die ik begeleidde en mijn eigen uitgaven bewaar. Dat noem ik wel gekscherend mijn ego-corner.‘ Zelfs zijn essay Populisme als politiek drijfzand over oorzaken van en oplossingen voor populisme, is niet te bekennen tussen de Bertolt Brechts, Jules Vernes en Louis Paul Boons. Omringd door de grote meesters der letteren oogt Zijderveld ontspannen en vertelt hij over zijn levensloop. Als klein kind zat hij vast in een Jappenkamp in Nederlands-Indië, wat de overgang naar het christelijke onderwijs in Utrecht niet vergemakkelijkte. ‘Ik was een kleine barbaar en kon het autoritaire en verzuilde Nederland van de jaren vijftig totaal niet verdragen.’ Nederland verruilde hij al snel voor Connecticut, waar hij ging studeren. ‘Ik was totaal overdonderd toen ik daar aankwam. In Nederland was het destijds normaal om op straat stil te gaan staan en een neger na te wijzen, terwijl in de Verenigde Staten alles door elkaar liep. Geel, zwart, rood, wit. Dat was een ongelooflijke eye-opener.’ Via Montréal kwam Zijderveld terug naar Nederland om zich begin jaren zeventig als ‘agnostische cultuurprotestant’ op te werken tot hoogleraar aan de Katholieke Hogeschool. Hij was professor Sociologie en Filosofie aan de EUR en toen Pim Fortuyn daar gasthoogleraar was werd hij zelf geconfronteerd met populisme. Tegelijkertijd was hij actief voor het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, totdat zijn oproep tot een debat over islamofobie binnen de christendemocratische partij werd genegeerd.

De geknapte sarong ‘Het CDA ging op een vreselijk stomme manier om met de islam. Maxime Verhagen sloeg steeds hardere, Wildersachtige kreten uit. En hij was niet de enige. Met name in dorpen als Staphorst en Urk is men doodsbang voor de islam, omdat men het daar niet kent. Door die harde taal verloren wij islamitische kiezers.’ Naast puur electorale redenen ziet Zijderveld een principiëler argument om de partij niet van de islamitische Nederlanders te vervreemden. ‘Wij hebben veel gemeen met moslims. Sterker nog, we hebben ze bijvoorbeeld nodig in de strijd voor behoud van de vrijheid van onderwijs. Daar is veel te weinig aandacht voor.’ Hij belegde met Ruud Lubbers en een aantal andere gelijkgezinden een bespreking op het CDA-partijbureau. Deze liep naar eigen zeggen volledig uit de hand. ‘Er waren prominenten die riepen dat islamofobie in mijn voormalige partij niet bestond en al snel verloor het debat haar inhoud. Uiteindelijk zat de partijvoorzitter zelfs een beetje te dutten. Ik bestempelde de poging als mislukt.’ Een lach zwelt aan. ‘Een paar weken later kreeg ik een uitnodiging voor een debat over “Islam en het CDA”. Ik was totaal niet betrokken bij dat idee en de uitvoering daarvan. Nou, toen knapte mijn sarong, zoals we in Indië zeggen. Ik was echt heel boos en heb toen een briefje geschreven naar het bestuur van het CDA waarmee ik mijn lidmaatschap opzegde.’

Staccatocultuur Bang zijn voor de islam of de islamisering van ons land is volgens Zijderveld onnodig. ‘Ik kom uit een calvinistisch onderwijzersgezin. Ik kan me goed herinneren dat het Centraal Bureau voor de Statistiek in de jaren vijftig met de mededeling kwam dat 51 procent van de Nederlanders katholiek was. Bij ons sloegen de stoppen door. We dachten in een protestantse natie te wonen en nu kwamen die volgelingen van de paus ons de les lezen. Direct daarna begon de ontkerkelijking. Ik zie nu ook tekenen van ontmoskeeïsering. Over twintig jaar lachen we om de idiotie waar we nu middenin zitten.’ Rotterdam heeft volgens Zijderveld een goed integratiebeleid. Met name over de aanpak van de Millingsbuurt, in vroeger tijden ‘een enorme zee van ellende’, is hij lyrisch. ‘Die wijk werd een toonbeeld van alles wat slecht was en na een tijdje pikten de bewoners dat niet langer. Autochtonen en allochtonen werkten samen aan sociale vernieuwing en bestreden de problemen. De gemeente faciliteerde slechts de facelift door de huizen op te knappen. Dat is nu een fantastische wijk geworden, maar daar hoor je niets meer over op het journaal.’ Zijderveld lijkt aanstoot te nemen aan de manier waarop media zich tegenwoordig gedragen. ‘Ik weet ook wel dat goed nieuws geen nieuws is. Het lijkt echter alsof zij niet langer bewust zijn van hun educatieve functie. Het is enkel hijgerig, alleen oneliners en hypes tellen nog. Ik noem dat weleens de “staccatocultuur”. Alles moet kort en pakkend.’ Het enige moment waarop Zijderveld echt stil lijkt te vallen is na de vraag of er nog wel ruimte is voor nuance in de politiek. Na een seconde of tien vervolgt hij: ‘Dat is een moeilijk punt. Wanneer je in twee zinnen weinig genuanceerd een standpunt kunt beargumenteren, heb je al snel de media achter je. Daardoor krijg je een uitstraling en een air die electoraal heel gunstig is. Ik hoop dat het daarmee snel afgelopen is. Gelukkig zijn de eerste tekenen van een ommekeer al zichtbaar. Alexander Pechtold doet het bijvoorbeeld erg goed in de peilingen en dat terwijl hij zich wel genuanceerd uitdrukt. Dat had Maxime Verhagen moeten doen, verdomme.’

Meer dan onderwijs alleen Idealiter ziet de éminence grise de rol van de media veranderen van verslaggeving naar educatie. ‘Naast het aanpakken van sociaaleconomische achterstanden is dat een belangrijk punt in de strijd tegen populisme. Educatie is veel meer dan onderwijs, het heeft te maken met een kritische houding. Daar hebben we veel te weinig aan gedaan.’ Het is echter niet alleen de matige opleiding van velen die ervoor zorgt dat zij ten prooi vallen aan populistische partijen. Ook hoogopgeleiden sluiten zich volgens Zijderveld na een tijdje aan bij dat soort politici. Zo vertelden zelfs professoren dat zij op Wilders zouden stemmen: ‘Aan het hoogleraarschap was vroeger een enorme status verbonden. Ik was professor doctor A.C. Zijderveld en brieven openden steevast met “Hooggeleerde heer”. Met name oudere professoren hebben moeite met de nivellering en democratisering van de universiteiten en dan hoor je: “Wilders zegt het tenminste”.’

Hitler was een socialist Zijderveld lacht om de bezwaren van zijn voormalige collega’s. Zelf heeft hij geen problemen met de moderne samenleving. ‘Ik vind het heerlijk dat alles op me afdendert.’ Zijn vele buitenlandse gasthoogleraarschappen hebben hem geleerd cultuur en politiek te relativeren en ook dat populisme vrijwel altijd dezelfde kenmerken heeft. Het grondkenmerk is de uitspraak Vox populi, vox dei, de stem van het volk is Gods stem. ‘Maar de stem van het volk bestaat helemaal niet. Geert Wilders mobiliseert enkel onvrede die voortkomt uit persoonlijke rancunes, ongeluk en angst.’ Andere karakteristieken van populisme zijn een beweging met een absolute leider en een programma met duidelijke nationalistische en socialistische inslag. Voordat hij zijn betoog voortzet, waarschuwt hij: ‘Ik weet dat het gevaarlijk wordt en het mag eigenlijk niet, maar ik doe het toch. Ik vergelijk het heden weleens met Duitsland in de jaren dertig. Natuurlijk is het een totaal andere situatie, want de Weimarrepubliek zat economisch volledig aan de grond en haar eer was gekrenkt. Wilders gebruikt nu precies dezelfde slimme combinatie van nationalisme plus socialisme. De nazi’s waren bijvoorbeeld net als Wilders ongelooflijk gebeten op communisten en sociaaldemocraten, maar Hitler was een socialist. Dat zijn parallellen die heel griezelig zijn.’

Drijfzand Populisme kan volgens Zijderveld maar op één manier overleven, namelijk wanneer het op korte termijn de macht in handen krijgt. ‘En dan wordt het echt heel gevaarlijk, kijk maar naar wat er met Franco, Mussolini en Hitler gebeurde. Daar moet ik echter direct bij zeggen dat ik dat in Nederland of in Europa niet zie gebeuren, het is soms eerder treurig. Het mooiste voorbeeld daarvan is nog wel PVV’er Barry Madlener. Die gaat met drie kornuiten het Europees Parlement van 736 man opheffen. Nou, veel succes.’ Wanneer populisten wel verkiezingssuccessen boeken, maar zij niet de absolute meerderheid krijgen, zijn ze volgens Zijderveld gedoemd tot mislukking. Het is direct de titelverklaring van zijn boekje Populisme als politiek drijfzand. Populistische partijen die successen boeken, scheppen vaak verwachtingspatronen waar zij niet aan kunnen voldoen. ‘Wanneer het CDA en de VVD het goed hadden gespeeld, had Wilders compromissen moeten sluiten en kan hij niet toeteren wat hem zint.’ Dat populisten die winnen deel gaan uitmaken van het establishment waar zij zo sterk tegen ageren, is niet de enige reden voor Zijderveld om populisme als drijfzand te bestempelen. Ook het bestaan van opstandige politici die de leider naar de troon willen steken, maakt populistische partijen erg zwak. ‘Ik heb een voorspelling gedaan in mijn boekje en dat is erg gevaarlijk, want voorspellingen van sociologen komen nooit uit.’ Een schaterlach volgt. ‘Die van economen trouwens ook niet, maar ik voorspelde in Populisme als politiek drijfzand dat Hero Brinkman de tweede plaats niet zou accepteren. Hij werd ditmaal op plaats elf van de kandidatenlijst gezet, dat kan hij nooit verkroppen. Zijn plannen voor een democratische partijstructuur en een jongerenbeweging zijn daar een rechtstreekse uitwerking van.’

De dictatuur van de meerderheid Naast media, educatie en interne onrust kunnen ook politieke buffers ervoor zorgen dat populisten niet snel de absolute macht in handen kunnen krijgen. Voorbeelden daarvan zijn weinig directe democratie en een politiek stelsel met twee Kamers. Zijderveld lijkt daarin een behoorlijk radicaal standpunt in te nemen. ‘Ik vind referenda en andere vormen van directe democratie erg angstaanjagend. Wanneer na zware debatten en een lange periode zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer met een wetsvoorstel instemmen, dan moet dat voorstel wel goed zijn. Dat is bij een door het volk genomen beslissing anders. Bovendien worden bij referenda kleine partijen uitgesloten van het debat en dat neigt naar een dictatuur. De dictatuur van de meerderheid.’ Zijderveld is erg positief over representatieve democratie en interne partijdiscussies. De Eerste Kamer roemt hij om haar reflectietaak en haar leden omdat zij drie dagen in de week een baan in de maatschappij hebben. ‘Dan kun je die Eerste Kamerleden wel wegzetten als mensen die van ons belastinggeld zitten te kletsen, maar daar wordt zorgvuldig besloten. Het is soms rechtvaardig om te twijfelen aan de vakbekwaamheid van politici, maar ik vind het een fijn gevoel dat het mensen zijn die dat als beroep hebben. Ik doe mijn vak, daar moeten politici zich vooral niet mee bemoeien en dan wil ik best beloven dat ik me ook niet met hen bemoei. Al die tv-debatten zie ik ook niet, ik controleer de politieke partijen wel één keer in de vier jaar bij de verkiezingen.’

Wanneer het einde van het anderhalf uur durende gesprek nadert en er een enorme uiteenzetting van het populisme in de Nederlandse geschiedenis en elders ter wereld achter de rug ligt, resteert één vraag. Want wat is eigenlijk de oplossing voor populisme? Zijderveld denkt nog één keer lang na. ‘Ik ga een heel stom antwoord geven. Tijd. Het heelt niet alleen wonden, maar neemt in een democratische rechtsstaat ook de scherpe kantjes van maatschappelijke en politieke conflicten weg. Hetgeen we bovendien nodig hebben is verdergaande modernisering van ons land. Er zullen altijd ontevreden lieden zijn en onvrede kan altijd gemobiliseerd worden. Wilders kan dan wel van het politieke podium verdwijnen, de onvrede blijft bestaan. De voedingsbodem blijft immer aanwezig.’