In de mode

ANS kijkt: Phantom Thread (2017)

Phantom Thread is de tweede samenwerking tussen regisseur Paul Thomas Anderson en de legendarische acteur Daniel Day-Lewis. De film, die vanaf 1 maart in Nederland te zien is, trok bij voorbaat veel aandacht bij het grote publiek. Dit werd nog eens versterkt door het feit dat dit, vermoedelijk, de laatste film is waarin Day-Lewis speelt. Daarbij komt dat de film voor alle grote Oscars genomineerd is, zoals Beste Film, Beste Acteur en Beste Regisseur. De vorige samenwerking tussen Day-Lewis en Anderson, There Will be Blood, bezorgde Day-Lewis zijn derde Oscar. De vraag is of Day-Lewis nu met zijn laatste film weer een Oscar binnen weet te slepen.

Tekst: Ramadan Hasani

OCD-ish?
Phantom Thread is het verhaal van Reynolds Woodcock (Day-Lewis), een excentrieke doch talentvolle en vooraanstaande modeontwerper van de Britse koninklijke familie en andere edellieden. Het vertrouwde leven van Woodcock wordt verstoord wanneer hij Alma (Vicky Krieps) leert kennen, een eigenzinnige jonge serveerster die zijn geliefde en muse wordt. Het conflict in de film draait voornamelijk om deze twee personages. Daarnaast woont Reynolds samen met zijn zus, Cyril (Lesley Manville). Gezien de merkwaardige persoonlijkheid van Reynolds, fungeert Cyril als een mantelzorger, contactpersoon en secretaresse voor zijn modehuis. Dit zodat hij zich op het werk kan focussen en zij met de mensen om kan gaan. Het verhaal laat ook een interessante tweestrijd zien tussen werk en liefde. We zien namelijk dat Reynolds eigenaardigheden heeft die hem niet altijd helpen. Hij heeft een rigide dagstructuur, kan niet tegen geluid tijdens het ontbijt, is veeleisend en gevoelig voor veranderingen. Deze interne gebreken zorgen ervoor dat zijn relatie met Alma weleens rammelt. Hierdoor vraag je je als kijker af in hoeverre er een phantom thread is tussen Alma en Reynolds.

Oscarwaardig
De personages in de film zijn uitgewerkt op een manier die organisch en natuurlijk aanvoelt. De acties van de personages komen goed overeen met hun karakters. De film laat een interessante sociale dynamiek zien tussen Reynolds, zijn zus Cyril en Alma. Alma is de buitenstaander die in deze wereld van haute couture wordt geïntroduceerd. Immers was ze maar een serveerster voordat ze Reynolds leerde kennen. De ontwikkeling van de relaties in de film is interessant om te zien. In een scène zien we bijvoorbeeld dat Alma de rol van Cyril als contactpersoon voor Reynolds wil overnemen wanneer ze de vragen van iemand in koor beantwoorden. Hier is ook te zien dat Alma een sterke persoonlijkheid heeft en daadkrachtig is in haar wensen en verlangen. 

Day-Lewis is als enige bekroond met drie Oscars voor beste acteur. Hoewel Reynolds Woodcock niet de extreme persoonlijkheden van Day-Lewis' andere rollen heeft, is het toch subliem geacteerd. Day-Lewis is op deze manier ook een mooie afspiegeling van zijn personage. Hij acteert met een verfijning en een nuance die in overeenstemming is met zijn personage en zijn werk. Zijn medespelers Vicky Krieps (Alma) en Lesley Manville (Cyril) zijn overigens net zo verfijnd in hun werk en doen zeker niet onder aan Day-Lewis.

Filmisch gefilmd
Phantom Thread wordt gekarakteriseerd door een prachtige cinematografie. De locaties zijn uiteenlopend en prachtig in beeld gebracht. De werkplek van Reynolds is een prestigieus herenhuis in de chique wijk Fitzrovia in Londen. Daarnaast zien we ook de glooiende heuvels van het nabijgelegen platteland. De orkestrale muziek versterkt deze visuele pracht verder en je bent al gauw ondergedompeld in de wereld van Londen in de jaren 50 en de landschappen van Engeland. Net zoals de locaties is er ook aan de kleding in de film zorgvuldig aandacht besteed. De manier waarop de camera de contouren van de kleding volgt en de focus vaak legt op de kleding zorgt ervoor dat het publiek snel in de wereld van Reynolds komt.

Thee is niet altijd welkom
De briljante humor in de film is een aangename verassing en onderscheidt Phantom Thread van andere romantische films. Het vermijdt de typische melodramatische scenes van conventionele romantische films. De humor maakt het verhaal niet minder geloofwaardig, maar weet de film juist te verheffen. Het voegt een realiteit toe aan de personages en de wereld die wordt geschetst in de film. Veel van de humor is bovendien geïmproviseerd, dit gaf de acteurs de kans om de personages nog levendiger te maken. Een specifiek voorbeeld hiervan, dat tegelijkertijd de eigenaardigheid van Reynolds behelst, is wanneer Alma thee brengt en Day-Lewis reageert met: 'The tea is going out. The interruption is staying right here with me.' De regisseur heeft bekend gemaakt dat dit zijn favoriete ad-lib moment was van de film.

Heel simpel gezegd is Phantom Thread een geweldige film. Als een Zwitsers zakhorloge werken meerdere delen in deze film in perfecte harmonie samen en creëren zo een filmisch meesterwerk. Deze precisie zien we ook terug wanneer Reynolds tegen zijn muse en geliefde Alma zegt: 'Whatever you do, do it carefully.'

Add a comment
Redactie
Nieuwe kijk op de Eerste Wereldoorlog

ANS leest: Robert Gerwarth, The Vanquished (2016)

Precies een eeuw geleden schudden Britten, Fransen en Duitsers elkaar de hand: eind goed, al goed. De Eerste Wereldoorlog was eindelijk voorbij. Of toch niet? Historicus Robert Gerwarth vindt dit een problematische kijk op de geschiedenis. In zijn inspirerende boek The Vanquished: Why the First World War Failed to End, 1917-1923 benadrukt hij dat het door deze visie lijkt alsof het massale geweld abrupt eindigde. Inderdaad, aan het Westfront was het eind 1918 stil, maar in heel Oost-Europa, van Finland tot en met het Midden-Oosten, werd nog gevochten: nieuwe regimes werden met veel bloedvergieten gevestigd als direct gevolg van de conflicten van 1914-1918. Gerwarth neemt je mee naar dat vurig strijdgewoel en laat je kennis maken met een kleurrijk palet personages als de Hongaarse marxist Béla Kun of Hanns Albin Rauter, die later de hoogste SS'er in Nederland zou worden. Jonge staten als het onafhankelijke Polen en communistisch Rusland vlogen elkaar in de haren, terwijl het Westen, dat eindelijk in vrede zou leven, in die conflicten flink invloed probeerde uit te oefenen. Ook de grote verslagene, Duitsland, zette de strijd voort na 1918, nu tegen communisten en Joden: 'the accusation that 'the Jew' had become a 'slaveholder' of the defenceless German people was very prominent', aldus Gerwarth.

Tekst: Dennis van der Pligt

Zelfde oorlog, andere oorlog
De conflicten die zich in 1917-1923 afspeelden waren wel anders van aard dan de confrontaties van de 'klassieke', 'westelijke' Eerste Wereldoorlog. Veel vaker waren het revoluties en burgeroorlogen, waarin tegenstanders als verraders en existentiële vijanden werden bestempeld. In veel hogere mate waren het oorlogen die gingen om het overleven van een nationaal of communistisch idee. Daardoor zou het geweld nog meer gericht zijn tegen burgers. Dit harde soort oorlog was kenmerkend voor de conflicten in het oosten. Het verhaal is dan ook diep gedrenkt in bloed, want Gerwarth grijpt iedere mogelijkheid aan om gruwelijke details te beschrijven. Met aangrijpende zinnen als 'after the killings the executioners used explosives to destroy the bodies' serveert Gerwarth zijn lezers losse lichaamsdelen voor. Soms gaat hij helaas net iets te lang door, wat afleidt van hoe en waarom mensen precies tot deze daden komen.

 'Inmates of the infamous Cheka prison had their heads stuck into cages filled with hungry rats in order to extort information.'

De Eerste Wereldoorlog wordt met dit wredere karakter voorgesteld als geestelijke voorloper van de Tweede Wereldoorlog. Naast een geopolitieke en militair-technologische opvolger, is dat latere conflict een ideologische en mentale voortzetting van de 'langere' Eerste wereldoorlog zoals Gerwarth die beschrijft. Menig geschiedkundige beweert dit misschien al, maar door The Vanquished wordt dit argument sterker. Duitse groeperingen, zogenaamde Freikorps, probeerden zoveel mogelijk communisten en Joden uit te roeien in het Baltische gebied. Deze antisemitische traditie werd aan de lopende band voortgezet door de Nazi’s twee decennia later, soms door oudgedienden van deze organisaties. Toch moet opgepast worden voor de gedachte dat de Tweede Wereldoorlog een onherroepelijk en direct gevolg zou zijn van de voorgaande, alsof tussen 1923 en 1939 geen invloedrijke gebeurtenissen plaatsvonden.

Wereldoorlog van wereldbelang
Waarom doet dit ertoe? Hoezo zouden we naar een ander, 'vollediger' beeld toe moeten? In dit geval is de vraag stellen hem beantwoorden: door dit completere beeld wordt veel meer recht gedaan aan de term 'wereldoorlog'. Het belangrijkste is dat we op deze manier meer erkennen dat volken in het oosten van het continent ook onderdeel zijn van deze geschiedenis. Daar was het conflict per slot van rekening begonnen met de moord op de Oostenrijkse kroonprins. Deze aanslag was op zichzelf al een onderdeel van de oostelijke conflicten die tenminste teruggaan tot 1912. Hierdoor worden historici van de strijd in het westen door Gerwarths boek terecht uitgedaagd om na te denken over andere strijdtonelen dan het Belgische en Franse. Fantastisch, want de historische ervaringen van het Westen hebben te vaak een bevoorrechte positie gehad.

Door de gedachtegang in The Vanquished kan de Eerste Wereldoorlog een gebeurtenis worden van de nazaten van alle deelnemers. Wat enigszins afdoet aan deze gedachte is dat Gerwarth de oostelijke conflicten wel afschildert als genocidaal, ook al lijkt dat terecht. In het westen bleef geweld vooral beperkt tot soldaten en bleven burgers vaak buiten schot. Desalniettemin probeerden Westerse grootmachten de keiharde gevechten en slachtingen in het oosten te sturen, ook na 1918. Deze revoluties en conflicten tussen nieuwe landen hadden dus eveneens een globale dimensie. De verbanden die Gerwarth legt, zorgen voor een bondig boek geschikt voor nieuwkomers op het vakgebied en doorgewinterde specialisten. Zo zet de historicus aan tot vernieuwend, verdiepend en verbredend denken over Wereldoorlog I.

Add a comment
Redactie
Niet onder de indruk

De minst inspirerende studenten van 2017

Het zal je niet zijn opgevallen, maar vorige week presenteerde Nultweevier een lijst met de meest inspirerende studenten van 2017. ANS komt daarom nu, net als in 2016, met een lijst van studenten die het afgelopen jaar het minst inspirerend waren.

De lijst wordt aangevoerd door Auke van der Veen, dit jaar voorzitter van de Organisatiecommissie van de Batavierenrace. Hoe Van der Veen deze positie heeft weten te bemachtigen, is voor iedereen een raadsel, omdat hij in zijn leven nog geen meter heeft gerend. Vermoedelijk gaat het hier om een uit de hand gelopen grap die allerminst inspirerend te noemen is.

Nummer twee op de lijst is Sander Nederveen, die zijn dagen in het ESC slijt. Daar observeert hij andere studenten die wel hard aan het werk zijn onder het genot van een bakje koffie. In plaats van studeren, spuugt hij om de zoveel tijd een woordenbrij uit als column voor ANS. Daar heeft werkelijk niemand iets aan.

Ook Pim ten Broeke kan niet op de lijst ontbreken. Nultweevier omschrijft hem heel optimistisch als lid van de Universitaire Studentenraad, maar Ten Broeke heeft de medezeggenschap al een half jaar verlaten. Blijkbaar beweegt Ten Broeke zo weinig mensen dat zijn afwezigheid niet verschilt van zijn aanwezigheid.

Tot slot een eervolle vermelding voor Tijs Sikma, sinds 2015 het prototype van een niet-inspirerende student, die al drie jaar op rij Nijmegen niet weet te inspireren. Ook na zijn vertrek als hoofdredacteur bij ANS heeft hij nauwelijks zijn best gedaan om iets aan die positie te veranderen. De redactie prijst de apathie die nodig is om al drie jaar achter elkaar zo weinig mensen te beroeren.

Add a comment
Redactie
Frustrerend geweld

ANS kijkt: Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017)

'Raped while dying', 'And still no arrests?', 'How come, chief Willoughby?'. Dit is de vraag die Mildred Hayes (Frances McDormand) in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri stelt aan de politie van Ebbing, Missouri. Zeven maanden geleden is haar dochter verkracht en vermoord, maar de agenten in het dorp zijn volgens de gefrustreerde Hayes drukker bezig met 'nigger-torturing business' dan met de zoektocht naar de dader.

Drie billboards
Hayes plakt haar verwijt met zwarte letters op rood papier op drie hoge billboards net buiten het dorp Ebbing. De borden zijn al decennia niet gebruikt en staan langs een verlaten plattelandsweggetje, maar toch is ze bereid vijfduizend dollar per maand neer te leggen voor haar 'reclametekst'. Dit tot de woede van het politiedepartement en de dorpsbewoners. Die snappen allemaal dat Hayes het moeilijk heeft, maar vinden het niet nodig Willoughby (Woody Harrelson) persoonlijk aan te vallen. Al helemaal omdat laatstgenoemde lijdt aan terminale alvleesklierkanker.

In het begin van de film is het makkelijk een moreel oordeel te vellen: Hayes is misschien grofgebekt en bij tijd en wijlen onsympathiek, maar ze lijkt de enige normale persoon in een dorp vol incapabele en racistische bewoners en politieagenten. Naarmate de film vordert blijken goed en kwaad echter niet lijnrecht tegenover elkaar te staan. Willoughby is een sympathieke agent die, hoewel Hayes het misschien niet wil geloven, doet wat hij kan. De dader is nu eenmaal in geen enkele databank te vinden, waardoor er geen DNA-match kan worden gemaakt. Hayes' oplossing? 'I'd start up a database, every male baby was born, stick 'em on it, and as soon as he done something wrong, cross reference it, make one hundred percent certain it was a correct match, then kill him.'

Slordig schrijfwerk
Deze sfeer van geweld blijft de hele film prominent aanwezig. Hayes schopt twee kinderen in het kruis, wordt zelf bedreigd met een mes, een agent trapt anderen in elkaar en wordt op zijn beurt zelf tegen de grond geslagen. Als kijker is het soms ronduit frustrerend om keer op keer geconfronteerd te worden met nutteloze vergelding, excessen van geweld tegen de verkeerden en het domme gedrag van de hillbilly-dorpsbewoners. Dit gedrag wordt nergens op een rechtvaardige manier bestraft. De moord op Hayes' dochter ligt te verstoffen in een archiefkast. Zelfs als de openlijk racistische politieagent Dixon (Sam Rockwell) een onschuldige inwoner in elkaar trapt en daarna voor de ogen van de nieuwe chief of police uit het raam gooit, volgen er geen echte repercussies. Ja, de agent in kwestie wordt ontslagen, maar van een arrestatie komt het niet. Enerzijds past dit in het thema van geweld en verkeerde vergelding, anderzijds voelt het als lui schrijfwerk dat is bedoeld om de rest van het plot mogelijk te maken.

Wie goed doet
Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is duidelijk geen moralistische film, waarin goede daden worden beloond en foute daden bestraft. De film is het alleen in zo'n mate niet, dat het onrealistisch wordt. Gevallen van machtsmisbruik, racisme en geweldexcessen worden weggewuifd om de rest van het plot mogelijk te maken. De opluchting is daarom groot als personages eens gebruikmaken van hun vergevingsgezindheid in plaats van hun vergeldingsdrang. De personages die uiteindelijk vergeven worden, zijn echter de personages die dit het minst verdienen: een beroerd functionerende politieagent en de ex-man van Hayes (John Hawkes) die zich tot op heden schaamteloos schuldig maakt aan huiselijk geweld. Waarom moet de kijker geven om de moralisatie van personages die nauwelijks iets doen om dit te verdienen? Als puntje bij paaltje komt, krijgen ze onverdiend veel aandacht.

Het plot is dus regelmatig frustrerend om te volgen, maar Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is visueel gezien een boeiende film om te kijken. De beelden, vooral die van het stadje Ebbing en de billboards, zijn erg mooi en het acteerwerk is overtuigend. Niet iedereen lijkt problemen te hebben met het rammelende plot: de film won namelijk drie Golden Globes en is genomineerd voor zeven Oscars, waaronder die voor het beste scenario. Of de film deze in de wacht weet te slepen, is nog afwachten: de film moet het immers opnemen tegen titels als Call Me by Your Name en Dunkirk.

Add a comment
Aaricia Kayzer
Expositie Tim Walker Noordbrabants Museum

Uit de Kunst: The Garden of Earthly Delights

De Engelse fotograaf Tim Walker liet zich voor zijn tentoonstelling 'Tim Walker, The Garden of Earthly Delights' inspireren door de middeleeuwse schilder Jheronimus Bosch. Tot 25 februari is het resultaat te bekijken in het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch, de plaats waar Bosch jarenlang woonde.

Tekst en foto's: Noor de Kort en Wout Zerner

Een zaal vol sprookjes
Het eerste dat opvalt bij het betreden van de zaal, is de enorme omvang van de doeken waarop de foto's zijn afgedrukt. De modellen torenen hoog boven de bezoekers uit en kijken hen indringend, soms zelfs hooghartig, aan. De onpeilbare blikken en het sprookjesachtige decor zorgen voor een mysterieuze sfeer die ook kenmerkend is voor het werk van Bosch.

Tim Walker licht en donker grootFotograaf Tim Walker weet de stemming van de schilderijen van Bosch goed te vangen. De voornaamste inspiratiebron voor de foto's is het schilderij De Tuin der Lusten van Jheronimus Bosch waarin het linkerpaneel het paradijs verbeeldt, het middenpaneel het wereldse bestaan met al zijn verleidingen en het rechterpaneel de hel. Dit schilderij is om deze reden centraal aanwezig in de eerste zaal van de tentoonstelling. Walker heeft niet geprobeerd om de voorstellingen uit De Tuin der Lusten te imiteren, maar gebruikt elementen uit het schilderij voor een eigen weergave van de wereld van Bosch. Het kleurgebruik van Walker vertoont bijvoorbeeld sterke overeenkomsten met die van de schilder. Zowel de lichte kleuren in het linker- en middenpaneel van het drieluik als de donkere tinten in het rechterpaneel komen terug in verschillende foto’s. Het sterke kleurcontrast in het schilderij is ook te zien in een tweetal foto’s genaamd 'egg and conch shell, dark' en 'egg and conch shell, light'. Deze haast identieke kunstwerken verschillen alleen als het gaat om lichtgebruik, zoals de titels al verraden.

Tim Walker decorstuk grootDe Tuin van Walker
De Tuin der Lusten van Bosch wordt vooral bevolkt door naakte mensen. De foto's van Walker sluiten hierbij naadloos aan. De modellen zijn bijna allemaal schaars gekleed, maar wel vaak omgeven door fluwelen stoffen waarin de achtergrond van Walker als modefotograaf tot uiting komt. De naakte figuren eten op het middenpaneel van De Tuin der Lusten gretig van enorme aardbeien, bramen en kersen in een landschap met bloemen en dieren. De natuur speelt dus een grote rol in het schilderij. Walker verbeeldt deze omgeving in zijn foto's door het gebruik van levensgrote bloemen, schelpen en vruchten. Deze bijzondere decorstukken maken ook onderdeel uit van de tentoonstelling, waardoor het maakproces van de foto's dichtbij komt. Aan onderdelen die Walker aan het schilderij van Bosch ontleent, voegt hij eigen symbolen toe. Zo is de slang uit het Paradijs, symbool voor verleiding, op het kunstwerk van Bosch afwezig, maar wel meermaals te zien in de foto's van Walker.

De foto's van Walker maken indruk door hun grootte en mystieke sfeer die veel overeenkomsten vertoont met de sfeer van de schilderijen van Bosch. Door de weinige uitleg bij de foto's is het wel aan de bezoekers om de gelijkenissen zelf te zoeken. Zeker voor hen die bekend zijn met de schilderijen van Bosch is de tentoonstelling daarom een aanrader. Voor anderen is het een uitdaging de wereld van Bosch via een omweg te ontdekken.

Tim Walker zaal groot

Add a comment
Redactie
Interview Bovenste Knoopje Open

Stof tot nadenken

In de voorstellingen van kleinkunstcollectief Bovenste Knoopje Open komen muziek en cabaret samen. ANS sprak oprichters Sjoerd van Capelleveen en Job Kühlkamp over humor, hun schrijfproces en de relatie met het publiek. 'We willen een boodschap uitdragen zonder met het vingertje te zwaaien.'

Tekst: Elisa Ros Villarte en Vincent Veerbeek
Foto's: Sonia Verdiesen

De ideale kleur voor een avocado? Daar kunnen Job Kühlkamp en Sjoerd van Capelleveen van Bovenste Knoopje Open het maar moeilijk over eens worden. 'Een avocado is het lekkerst als hij een beetje bruin is', zegt Kühlkamp. Zijn muzikale tegenhanger Van Capelleveen kijkt hem geschokt aan. 'Nee, dat is goor, net alsof je haar eet.' Op de meeste andere vlakken zijn ze goed op elkaar ingespeeld. Tijdens het interview maken ze regelmatig elkaars zinnen af en geven soms zelfs antwoord voor elkaar. Dat de twee niet alleen samen optreden, maar ook heel goed bevriend zijn, is duidelijk. Vier jaar geleden, toen ze allebei voor theaterdocent studeerden bij ArtEZ in Zwolle, besloten ze hun vriendschap naar een hoger niveau te tillen. Op een blauwe maandag belde Van Capelleveen Kühlkamp met het voorstel om een keer samen muziek te maken. Daar kwam hun eerste voorstelling, Voor Haar, uit voort en samen spelen bleek een groot succes. 'Toen is het uit de klauwen gelopen', lacht Van Capelleveen. Vier jaar later maken de mannen nog steeds samen kleinkunst, met voorstellingen waarin ze muziek en cabaret combineren. Inmiddels hebben ze versterking van drie andere muzikanten, is hun tweede EP in de maak en is de groep bezig met hun eerste avondvullende programma.

BKO groot 1Job Kühlkamp (links) en Sjoerd van Capelleveen (rechts) van Bovenste Knoopje Open

Soep of Bovenste Knoopje Dicht
Toen de mannen voor het eerst samen muziek maakten, moest er ook een naam voor hun duo komen. Kühlkamp vertelt hoe de naam Bovenste Knoopje Open is ontstaan. 'In het dorp waar ik vandaan kom, had je allemaal van die "stoere" jongens, die rondliepen in overhemden met hun bovenste knoopje dicht.' Van Capelleveen stelde toen als tegenbeweging voor om zich Bovenste Knoopje Open te noemen. 'Achteraf had ik wel gewoon Soep willen heten', lacht Van Capelleveen, nadat hij vertelt over alle flauwe grappen die ze de afgelopen jaren te verduren hebben gekregen over de naam. 'Soms zijn er bijvoorbeeld mensen die reageren met de vraag of er nog meer knoopjes open gaan', vertelt Van Capelleveen met een zwoele stem. De mannen benaderen hun werk met een flinke dosis zelfspot, maar weten ook net zo makkelijk grapjes te maken over de rest van de wereld. In hun nieuwe voorstelling Verder alles goed gebruiken ze humor bijvoorbeeld om mensen mee te nemen in iets dat herkenbaar is, maar daar dan vervolgens een onverwachte draai aan te geven. De omschrijving op hun site dat het een voorstelling 'voor alle positieve Nederlanders' is, is volgens Van Capelleveen nogal cynisch bedoeld. 'We stellen dat Nederlanders erg positief zijn, omdat ondanks alles wat er fout gaat in de wereld, we elkaar nog gewoon aan kunnen kijken en zeggen "maar verder alles goed"', legt Van Capelleveen lachend uit. Voor het laatste deel van de zin krijgt hij bijval van Kühlkamp, zoals dat op het podium ongetwijfeld ook gebeurt.

BKO groot 2Geëngageerd liefdeslied
Humor speelt duidelijk een grote rol in het leven van het duo, maar dat is niet het enige wat centraal staat in hun voorstellingen, ook andere emoties komen aan bod. 'Kunst is zo veelzijdig dat we mensen op verschillende manieren kunnen raken, met muziek, proza en poëzie en ook de lach. Humor is een van de eerlijkste, meest relativerende dingen in het leven', legt Van Capelleveen uit. Kühlkamp vult aan dat ze graag een verhaal op muziek willen vertellen met daarin de grappige elementen van cabaret en de troostende kracht van liedjes. 'Het zijn vooral de reacties van mensen die vertellen dat een liedje hen troost geeft of dat ze moeten huilen wanneer ze het horen, die het vak zo bijzonder maken', constateert Van Capelleveen terwijl hij zijn smoothie schudt. Ook tijdens hun optredens streven de mannen naar interactie met hun publiek. Hun vorige voorstelling, Hier, nam het publiek mee op een denkbeeldige treinreis, waarbij alledaagse onderwerpen, zoals de Facebookpagina 'Hartstocht in de trein' aan bod kwamen. Daarbij gaf het duo soms de regie uit handen en kregen mensen in de zaal zelfs letterlijk een rol door mensen aan te wijzen en ze te laten reageren. 'Als wij ook niet weten waar we aan toe zijn, dan wordt het heel leuk', vertelt Kühlkamp glunderend.

Net als in hun andere voorstellingen speelt het publiek in Verder alles goed een grote rol, ook al is de relatie minder direct dan in hun vorige voorstelling. Ze willen hun publiek vooral betrekken door een voorstelling te maken die antwoord probeert te geven op vragen die veel mensen hebben. 'We willen een boodschap uitdragen, maar liever door te laten zien hoe wij over een kwestie denken, dan door met het vingertje te zwaaien', legt Kühlkamp uit. 'Engagement betekent in de volksmond vaak maatschappijkritisch, terwijl het ook kan zitten in een liefdesliedje omdat dit ook antwoorden biedt voor mensen', vult Van Capelleveen aan. Kühlkamp is het met zijn vriend eens, maar benadrukt dat een voorstelling wel ergens over moet gaan. 'Als het publiek er niks van snapt en de theatermaker het openlaat voor eigen interpretatie, dan kun je het beter niet maken', vertelt Kühlkamp. 'Het hoeft niet altijd over vluchtelingenproblematiek of over politiek te gaan, maar je moet als artiest wel ergens voor staan.'

Doorouwehoeren
Om hun boodschap duidelijk te krijgen zonder te belerend of te vaag te zijn, gaan de mannen eerst met elkaar in discussie over de thema's die ze willen behandelen. Het is een proces dat Kühlkamp omschrijft als 'doorouwehoeren', waar veel gefilosofeer bij komt kijken. 'Voor de voorstelling Verder alles goed zijn we begonnen met de vraag waar wij zelf een hekel aan hebben', vertelt Van Capelleveen. 'Die ideeën hebben we toen op een hele ongenuanceerde manier besproken en daarna opgeschreven.' Terwijl ze vertellen over het begin van hun creatieve proces geeft het duo een indruk van hoe zo'n gesprek eraan toe gaat, met veel opgewekt geschreeuw en de nodige krachttermen. 'Bij het maken van een voorstelling proberen we alle kanten te zien en te bedenken waar de nuances liggen', vertelt Kühlkamp. Dat is ook belangrijk bij de rest van het proces, dat vooral bestaat uit veel proberen, schrijven en meer nadenken. 'Ik zou het in een gesprek een paar uur kunnen hebben over onze onderwerpen, maar in een voorstelling is de tijd beperkt en dat maakt het uitdagend', legt Van Capelleveen uit.

'Voor de voorstelling Verder alles goed zijn we begonnen met de vraag waar wij zelf een hekel aan hebben.'

Uit de comfortzone
Hoewel de mannen van Bovenste Knoopje Open muziek en theater combineren, is het creatieproces voor die onderdelen toch heel verschillend. 'We spelen en schrijven allebei, dus vaak begin ik met de tekst en Sjoerd met de muziek en dan wisselen we halverwege', vertelt Kühlkamp. 'Daarbij hebben we vaak al wel een idee welke kant we op willen met een lied.' Om inspiratie op te doen, proberen de mannen zich uit hun comfortzone te verplaatsen en zich te laten inspireren door nieuwe situaties, Hiervoor reist het duo af naar allerlei steden in Nederland of daarbuiten, zoals Barcelona. 'We stellen onszelf dan de opdracht om elke dag een lied te schrijven voor een plek of voor iemand', legt Van Capelleveen uit. Door niks voor te bereiden voordat ze op pad gaan, is het duo echt op elkaar aangewezen, wat helpt bij het schrijven van een lied. 'Dat vind ik fijn werken, want als ik thuis ben, heb ik altijd duizend andere dingen om te doen', vult Kühlkamp aan. Hoewel het duo goed op elkaar ingespeeld is en ze nog veel dingen met zijn tweeën doen, is Bovenste Knoopje Open inmiddels een collectief geworden om de muziek naar een hoger niveau te tillen. Alle leden hebben hun eigen muzikale invloeden, uiteenlopend van Spinvis tot Sting en van Bob Dylan tot Ramses Shaffy. Hierdoor is het eindresultaat altijd iets geheel nieuws. Dat is volgens Van Capelleveen ook waarom ze zo goed functioneren als collectief. 'Ik zou niet in mijn eentje een Bovenste Knoopje Open nummer kunnen maken.'

De mannen van Bovenste Knoopje Open zijn woensdag tijdens Stukafest te zien in een studentenkamer op Plein 1944 met hun voorstelling Verder alles goed.

Add a comment
Redactie
Escapisme in het ESC

Frisse tegenzin: Tweede thuis

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als student aan de Radboud Universiteit voel ik me behoorlijk anoniem. Dat is een buitengewoon goed gevoel, want grootschalige anonimiteit vergroot de waarde van de niet anonieme momenten. Het Erasmus Studiecentrum (ESC) is zo'n plek waar ik me niet anoniem voel. Voorheen heette dat het MMS en voor intimi is dat nog steeds zo.

Nu komt het weleens voor dat ik nog voordat het ESC geopend is sta te wachten tot de deur opengaat, alsof het Black Friday is. De baliemedewerkers gunnen mij telkens weer een hartelijk knikje als ik binnenwandel en steevast loop ik naar dezelfde PC. Als iemand mij nodig heeft, loopt men ook direct naar diezelfde plek, want daar hebben zij de grootste kans mij te vinden. Ergens in Nijmegen heb ik een kamer, maar het ESC is mijn echte thuis. Ik ben niet de enige, want iedere dag zijn het precies dezelfde mensen die dezelfde plek in het ESC innemen. Je zou kunnen stellen dat ik samenwoon met mensen waarvan ik de naam niet eens weet. Dat is eigenlijk veel erger dan niet weten wie de overbuurman is. Desondanks blijft het ESC bij uitstek de plek waar ik meer ben dan mijn studentnummer. Hoewel alle medebewoners naamloos zijn, erkennen we elkaar, en zo vormen wij een stil verbond.

Zoals dat ook gaat bij huisgenoten, merk je dat iedereen een andere levensstijl heeft. Mijn territoriuminstinct drijft mij ertoe iedere keer weer dezelfde plek te bemachtigen en dat doen de meesten. Een van de medebewoners doet het anders. Iedere ochtend kiest zij een andere plek. Zij houdt niet vast aan een vaste plek of een vaste computer, maar aan de ruimte in het algemeen. Vloeiend verplaatst ze zich langs alle computers en zorgvuldig strijkt zij neer bij de computer die haar vandaag het meest bekoort. Vol bewondering kijk ik iedere dag weer hoe zij de ruimte naar haar hand weet te zetten, en zich zo als leider van de woongroep ontpopt. Zo gaat het iedere week weer, van maandag tot en met vrijdag.

Studeren is geen pretje en de constante druk om deadlines te halen evenmin. Lange avonden, vroege ochtenden: soms vraag ik me af waarvoor ik het allemaal doe. Iedere ochtend loop ik dan het ESC binnen, en dan weet ik dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Die individuele opdracht is ineens niet zo individueel meer. Mijn ESC-huisgenoten, they have my back.

Add a comment
Redactie