De ongemakken van het voorstellen

Goed verhaal, lekker kort: De kracht van een naam

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: ongemakken, oplossingen en trucs met de eigennaam.

Vorige week zaterdag, de verjaardag van een vriendin. Ik kom de huiskamer binnen en kijk om me heen: weinig tot geen bekende gezichten. Het voorstellen kan dus beginnen. 'Hallo, Noor', 'Noor', 'Noor'... Natuurlijk is de gespreksstof onder de aanwezigen net op, dus iedereen is met zijn volle aandacht bij mijn voorsteltafereel. Halverwege heeft iedereen al lang begrepen dat ik Noor heet, maar voorstellen is niet iets dat je voor jezelf doet. Je doet het, omdat je een pure, intrinsieke, hardnekkige motivatie hebt om erachter te komen hoe die andere persoon heet. Ik ploeter me dus stug langs alle handen. 'Noor, Noor, Noor, Noor, Noor.' Einde van de kring. Zestien keer je eigen naam gehoord, en geen enkele andere naam onthouden. Ik plof neer op een vrije stoel. 'Euh, hoe heet je ook alweer?', vraag ik schaapachtig lachend aan mijn buurvrouw.

Er bestaan personen die dit probleem op een amicale wijze weten te tackelen. Het is het type mens dat met een grote zelfverzekerdheid naast de eigen naam 'Dag Noor'/ 'Hallo Noor'/ 'Leuk je te ontmoeten Noor' terugzegt. Een automatisch stemmetje in mijn hoofd reageert dan meteen: 'Oeh, wat een sympathiek persoon', maar in wezen is het gewoon een slimme truc. Diegene vergeet jouw naam zo nooit meer.

Het nog amicalere type mens kan geen genoeg krijgen van het zeggen van je naam. Aan het begin of aan het einde van iedere willekeurige zin wordt plotseling jouw naam geplakt. Net alsof je die zelf niet kan onthouden. Shanne, een enthousiaste deelnemer aan het tv-programma VT Wonen, is zo'n naamzegger. Het begint al bij de eerste kennismaking met presentator Kees Tol (kijk hier het fragment terug vanaf min. 12.50). Wanneer Shanne aan het begin van de aflevering haar deur opendoet, zegt ze meteen: 'Hee Kees!' Ook de rest van de aflevering lijkt ze haar band met de presentator te willen versterken door hem continu bij naam te noemen. Kees – zelf ook hoog scorend op de schaal der amicaliteit – lijkt het allemaal wel best te vinden.

Niet alleen in gezellige contexten komen namen veel voor. Juist in een grimmige setting vallen ze vaker. Ik moet bekennen dat ik zelf de neiging heb om mijn zusjes in een felle discussie bij voor- én achternaam te noemen. Als statement. Het lijkt je argument net wat meer zwaarte te geven, en het bekt gewoon lekker. Daar denken mijn zusjes overigens anders over. 'Ik weet heus wel hoe ik heet hoor!', beet een van hen laatst terug.

Op een familiefeest ontdekte ik laatst dat ik niet de enige ben met deze – toch wat sneue – eigenschap. Mijn achternichtje ging stoeiend over het grasveld met haar nog net wat kleinere en minder gespierde achterneefje, die deze worstelpartij voor peuters met geen mogelijkheid leek te gaan winnen. Plots begon mijn achterneefje te huilen. De moeder van mijn achternichtje, die toch al in hoge staat van paraatheid verkeerde, brulde op dat moment de volledige naam van haar dochter door de tuin. Alleen de tweede en derde naam misten nog. Misschien een idee voor de volgende keer. De meeste doopnamen zijn immers op zichzelf al reden om in janken uit te barsten.

 

Een overvol vervolg

ANS kijkt: The Crimes of Grindelwald (2018)

The Crimes of Grindelwald (2018) is een overvol vervolg op Fantastic Beasts and Where to Find Them (2016). Zoöloog Newt Scamander gaat met een koffer vol fabeldieren naar Parijs om duistere tovenaar Grindelwald te stoppen, maar dit is uiteindelijk slechts een klein onderdeel van een veel te uitgebreide film.

Tekst: Aaricia Kayzer

The Crimes of Grindelwald is het tweede deel in de Fantastic Beasts-reeks, die in totaal zal gaan bestaan uit vijf films die worden geregisseerd door David Yates en geschreven door J.K. Rowling. In het eerste deel ging Newt Scamander (Eddie Redmayne), zoöloog en tevens auteur van Harry's toekomstige schoolboek Fantastic Beasts and Where To Find Them, met een tas vol fabeldieren naar New York. Daar nemen spanningen tussen dreuzels (in het Amerikaans 'no-maj') en tovenaars toe. Ondertussen probeert Grindelwald (Johnny Depp) door middel van een vermomming de 'obscurial' Credence Barbone (Ezra Miller) te rekruteren voor zijn zaak, maar hij wordt betrapt door Newt en afgevoerd door MACUSA, het Amerikaanse equivalent van het Ministry of Magic. Eind goed, al goed, zou je denken – maar dat is natuurlijk te makkelijk.

Aan twee uur niet genoeg
Het tweede deel in de reeks, The Crimes of Grindelwald, start zo'n drie maanden na het einde van de eerste film en laat zich zo mogelijk nog moeilijker samenvatten dan zijn voorganger. Al in de eerste paar minuten ontsnapt Grindelwald uit de handen van MACUSA en vertrekt hij naar Parijs. Daar gaat hij op zoek naar volgelingen en tevens naar Credence, nog steeds een obscurial, omdat hij meent dat Credence degene is die Dumbledore kan verslaan. Newt vertrekt op zijn beurt in opdracht van Dumbledore naar Parijs om Grindelwald te stoppen (concreter wordt zijn taak niet). Ook de zussen Tina (Katherine Waterston) en Queenie (Alison Sudol) maken hun opwachting, net als no-maj Jacob Kowalski (Dan Fogler). Daarnaast krijgt de kijker meer inzicht in de relatie tussen Grindelwald en de jonge Dumbledore en natuurlijk moeten de daadwerkelijke crimes uit de titel ook nog in beeld komen. Oh, en er zijn ook nog fabeldieren.

Alsof dit nog niet genoeg is, worden er ook een paar nieuwe personages geïntroduceerd, zoals de menselijke vorm van Voldemorts toekomstige slang Nagini (Kim Soo-hyun) en Leta Lestrange (Zoë Kravitz). Die laatste kwam in de eerste film slechts als foto in beeld, maar krijgt in The Crimes of Grindelwald een achtergrondverhaal. Door de grote hoeveelheid gebeurtenissen en personages wordt het verhaal echter te diffuus en voelt Lestranges familiegeschiedenis oppervlakkig en gehaast.

Rowling wil zoveel vertellen, dat een film van twee uur niet genoeg is. Op de Wikipedia van het Harry Potter-universum staat duizend keer meer informatie over de personages en ontwikkelingen in de Fantastic Beasts-reeks dan in de films wordt weergegeven. De oorspronkelijke acht films hadden er al een handje van om sommige dingen niet uit te leggen, maar daar waren nog boeken om te compenseren voor de hiaten aan kennis. The Crimes of Grindelwald legt zo mogelijk nog minder uit. Personages vliegen van scene naar scene en van locatie naar locatie, maar er mist een gevoel van urgentie. Een nieuwe reeks boeken was een veel beter medium geweest voor de hoeveelheid informatie die Rowling over wil brengen.

CGI als beste toverkunst
Het meest frustrerende voor fans van de oorspronkelijke reeks films en boeken, is dat Rowling constant dingen toevoegt aan het universum die niet stroken met Harry Potter. Het meest schrijnende voorbeeld is de ontknoping aan het einde, dat aanvoelt als goedkope fanfiction. Ook maken personages en voorwerpen, zoals Nicolas Flamel en de Mirror of Erised, alleen hun opwachting om het sentiment in de harten van Harry Potter-fans aan te wakkeren. Aan het daadwerkelijke verhaal voegen ze echter niets toe.

Een schrale troost is dat de wereld dan weer wel heel mooi is. Hogwarts ziet er fantastisch uit, net als Parijs en de beelden van de natuur. De ministeries van Frankrijk, Amerika en Engeland zijn alle drie op hun eigen manier imposant. Des te vervelender dat er zoveel schort aan de inhoud. The Crimes of Grindelwald valt flink tegen, maar aangezien zowat elke twintiger een permanent sentiment voor Harry Potter herbergt, zal je 'm waarschijnlijk toch wel gaan kijken – net als die daarna, en die daarna, en die daarna, en alle Harry Potter spin-offs die nog gaan komen.

 

Mysterieuze debuutroman

ANS leest: Patricia Jozef, Glorie (2017)

Glorie is de debuutroman van de Vlaamse filosofe en kunstschilder Patricia Jozef. Het eerste hoofdpersonage Marcel is filosofie doctorandi. Na jaren onderzoek doen op de universiteit zoek hij een nieuwe baan, maar hij mist de relevante werkervaring. In het tweede deel van het boek is kunstenares Bodine aan het woord, de kunstenares die Marcel moet weten te strikken voor een event bij zijn nieuwe baan. Met haar cynische pen weet Jozef zowel haar achtergrond als filosoof en als kunstschilder te verwerken in dit boek. Met korte, heldere zinnen zonder te veel opsmuk schrijft ze over de levens van Marcel en Bodine, en wijdt ze uit over filosofische en kunstzinnige kwesties.

Tekst en illustratie: Inge Spoelstra

Beste Marcel,
Graag wil ik je bedanken voor je sollicitatie voor de functie van productiemedewerker, De productieverantwoordelijke is in de eerste plaats een manusje-van-alles. Er is binnen deze specifieke opdracht weinig ruimte voor inhoudelijk meedenken, terwijl precies dát voor jou de job wellicht interessant zou kunnen maken. We denken dat jij deze functie ver overstijgt. We zijn er zeker van dat jij met je kwaliteiten en ervaring veel te bieden hebt, maar niet in deze functie.

Marcel
De hoofdpersoon van het boek is Marcel. Hij is 31 jaar, heeft een vrouw en twee kinderen, en is sinds een aantal jaren werkloos. Hij is filosofie-doctorandi en heeft gewerkt als onderzoeker en docent op de universiteit. Na met veel moeite zijn doctoraat af te ronden, besluit hij nooit meer te willen werken op de universiteit. Zijn dagen vult hij met boodschappen doen, zijn zieke moeder bezoeken, en vooral zich heimelijk te vervelen. Hij solliciteert op alles wat hij kan vinden, en weet uiteindelijk met een aan-elkaar-gelogen CV een baantje als event-manager te strikken bij de Teniers kunstacademie. Omdat de academie bezig is met hervormingen, nemen zij Marcel aan om zich bezig te houden met Onderzoeksgericht-onderwijs en The Artist As A Researcher – lezingen in Berlijn. Hiervoor moet hij bekende kunstenaars moet weten te regelen, die willen spreken over hun onderzoek. Vanaf het begin weet je dat er aan zijn carrière na negen maanden een einde komt, maar hoe dit gebeurt, wordt nog niet verteld.

Bodine
Het tweede deel van het boek is geschreven vanuit het perspectief vanuit Bodine Bourdeaud'hui. Ze is een van de kunstenaars die het bestuur van de academie graag zou willen zien op het congres, maar Bodine heeft daar helemaal geen zin in. Toch probeert Marcel haar over te halen. Sinds de geboorte van haar zoon, waar ze full-time voor gezorgd heeft, probeert ze het maken van schilderijen en installaties weer op te pakken. Ze voelt zich alleen niet thuis in spreken over kunst en onderzoek, volgens haar komt er niet veel onderzoek kijken bij het maken van haar werk. Ze begint ergens aan en kijkt wel waar ze uitkomt. Ook van de medewerkers van de kunstacademie is ze niet erg weg, vooral niet als de collega van Marcel, Sarma, haar ook nog probeert te interviewen over de interpretaties die verscheidene kunsthistorici aan haar werk hebben proberen vast te plakken.

Arme bakker, die 's nachts uren staat te werken. Zijn brood wordt gegeten en dezelfde dag nog uitgescheten tot de reusachtige kringloop van de natuur. Wat een volharding om iedere dag de schade van gisteren te herstellen. Een meedogenloze herhaling.

Cynisme en mysterie
Wat het boek zo goed maakt, zijn de cynische en filosofische passages van Marcel, gedreven door verveling, en de interessante kijk in de kunstwereld die je via Bodine meekrijgt. Jozef heeft deze twee werelden knap weten te verweven in een verhaal, dat ook nog eens gemakkelijk leest. Wat het boek origineel maakt, is dat het uit twee perspectieven geschreven is. In de eerste instantie lijken de twee personen niets met elkaar gemeen te hebben. Echter, wanneer Bodine begint te vertellen over haar onstuimige studentenleven en gebrekkige band met haar familie blijken ze toch meer raakvlakken te hebben dan ze aanvankelijk dachten. Glorie eindigt zo in een spannend mysterie. 

Glorie tekening 750x

 

 

Een interview over interviewen

De geluiden van Tim

Programmamaker en columnist Tim den Besten staat op donderdag 22 november op het Wintertuinfestival met een college over 'de geluiden van nu', aldus de Facebookpagina van het evenement. ANS was erg benieuwd naar deze geluiden en zocht Den Besten op in een bruine kroeg in Amsterdam. 'Ga ik over de geluiden van nu vertellen? Daar weet ik niks van!'

Tekst: Pleun Weijers
Foto's: Irene Wilde

Tim den Besten, bekend van onder andere de documentaire Super Stream Me en programma's als De Lowlands Show en Beestieboys, kan dus niet vertellen wat hij gaat doen op het Wintertuinfestival. 'We hebben dat nog niet precies bepaald. Een college geven, ik weet niet of ik daar wel goed in ben.' Interviewen kan Den Besten in ieder geval wel. In zijn huidige programma Tims ^ tent ontvangt hij jong, aanstormend talent in een tentje op een camping voor een goed gesprek over het leven. De interviewstijl van Den Besten is spontaan en direct. Het lijkt misschien alsof hij gewoon maar wat doet, maar het levert bijzonder luchtige, openhartige interviews op. Dat is ook niet onopgemerkt gebleven, want onlangs werd Den Besten genomineerd voor de Sonja Barend Award. Aangezien de geluiden van nu nog even op zich laten wachten, maakt ANS er maar het beste van en vragen we hem naar zijn werk. Een interview over interviewen, dus.

Tim den Besten1 750x

In je programma's komen vaak bijzondere mensen voorbij die het net allemaal even anders doen. Ben je zelf ook iemand die het allemaal anders doet?
'Laatst vertelde mijn vader aan de Volkskrant dat ik toen ik klein was een beetje anders was, haha. Wanneer alle kinderen links gingen, sloeg ik juist rechtsaf, zei hij. Ik denk niet dat ik per se alles anders doe, hoewel ik me niet zo snel laat verleiden door groepsdruk. Toch ben ik altijd wel benieuwd naar wat mensen van mijn werk vinden, ik zit vaak op Twitter zodra een programma is uitgezonden. Wanneer een negatieve reactie hout snijdt en iemand bijvoorbeeld zegt, waarom vroeg hij dit of dat niet, dan vind ik dat natuurlijk wel kut. Maar als iemand zegt dat ik lelijk ben, heb ik daar niet zoveel moeite mee.'

Zijn je programma's anders dan andere dingen die je op televisie ziet?
'Ik geloof wel dat de programma's die ik maak, zoals Tims ^ tent, De Lowlands Show en de documentaires met Nicolaas Veul, een beetje anders zijn dan anders. Ze gaan wat langzamer en hebben een andere soort humor, ik hou niet zo van gelikt of popiejopie. Een programma moet grappig zijn, maar tegelijkertijd inhoud hebben. Je moet op het ene moment een serieus gesprek kunnen voeren en meteen daarna een leuke grap kunnen maken. Ik hou heel erg van die combinatie, die er door de VPRO ook wel een beetje in wordt geramd. Toren C lijkt bijvoorbeeld op het eerste gezicht alleen maar grappig, maar is ook kritisch op de kantoorcultuur. Iedereen kent wel iemand op zijn werk die lijkt op een Toren C-personage.'

'Met jonge mensen kun je vaak een beter gesprek voeren omdat ze niet zo op hun woorden letten.'

Interview je graag een bepaald type mens?
'Ik vind het leuk om jonge mensen te interviewen, want zij zijn niet zo vaak geïnterviewd en daardoor nog een beetje onbevangen. Het is niet zo dat ik alleen maar jonge mensen wil spreken, maar met hen kun je vaak wel een beter gesprek voeren omdat ze niet zo op hun woorden letten. Het idee van Tims ^ tent is dan ook om aanstormend talent een podium geven. Mensen die iets bijzonders hebben gedaan, zoals een boek schrijven, maar die nog niet overal te zien zijn geweest. Ik vind het heel leuk om te weten te komen wie deze mensen zijn, wat ze hebben gemaakt en wat hen beweegt.'

Wie zou je graag in je tent willen uitnodigen?
'We wilden heel graag Nathan Moszkowicz, de manager van Lil' Kleine, in ons programma hebben. Lil' Kleine zelf is natuurlijk al heel vaak geïnterviewd, maar de man achter hem nog niet. Hij is een hele jonge zakenman met een flink bedrijf, wat superinteressant is. Helaas is het niet gelukt, hij wilde niet, geloof ik. Maar goed, het volgende seizoen van Tims ^ tent wordt sowieso een beetje anders. Als het goed is komen er veel mensen in het programma die ik graag zou willen spreken.'

Hoe bereid je je voor op een interview?
'Het werkt voor mij niet om me heel goed voor te bereiden, omdat ik dan alleen maar bezig ben met wat ik al weet. Ik vergeet dan de simpelste dingen te vragen omdat ik het al ergens heb gelezen. De redactie voert wel een voorgesprek met alle gasten, waarvan ik dan een documentje krijg. Dat lees ik vaak op de ochtend van het interview even door. De redactie houdt soms ook dingen voor me achter. Ze denken dan: dit gaan we nog niet aan Tim vertellen, het is veel leuker als hij daar zelf achter komt tijdens het interview.'

Je interviews wekken vaak een ontspannen indruk. Hou je echt een interview, of voer je eerder een gesprek?
'Ik snap wat je bedoelt, want ik interview niet heel gestructureerd. Maar zelf beantwoord ik volgens mij niet veel vragen, dus het is niet echt een wederzijds gesprek. Soms is het grappig als iemand iets aan mij terugvraagt, want daarmee kun je ook een bepaalde kant van iemand belichten. Wanneer iemand bijvoorbeeld de hele tijd de vraag terugkaatst, dan zegt dat natuurlijk iets over die persoon. Toch is het belangrijk dat het wel om de gast blijft gaan. Het is dus eigenlijk een interview in de sfeer van een gesprek.'

'Natuurlijk sla ik ook wel eens de plank mis.'

Gebeurt het wel eens dat iemand niet zo goed reageert op je vragen?
'Soms komt het voor dat een gesprek een beetje oppervlakkig blijft. Dan vraag je iemand bijvoorbeeld of er leven is na de dood, maar dan heeft diegene er nog nooit over nagedacht. Dat is dan wel jammer. En natuurlijk sla ik ook wel eens de plank mis. Tijdens het draaien van de aflevering van Tims ^ tent met Anne Fleur Dekker zei ze op een gegeven moment dat Thierry Baudet het ook maar goed bedoelde, waarop ik antwoordde: ja, maar Hitler toch ook? Ik bedoelde natuurlijk dat iemand die het goed bedoelt niet per se goed hoeft te zijn, maar dat was best een heftig moment. Ik moest het toen wel even goedmaken tijdens het gesprek. Dat stuk hebben we er geloof ik ook uitgeknipt.'

Tim den Besten4 450xNu je bekender wordt, krijg je ook steeds meer aandacht van de media. Hoe is het om zelf te worden geïnterviewd?
'Ik moet bekennen dat het me meer moeite kost dan zelf interviewen. Je bent de hele tijd over jezelf aan het praten en je hoopt dat de ander blij is met wat je antwoordt. Tegelijkertijd wil ik ook geen dingen zeggen die ik helemaal niet wil zeggen. Al je woorden worden in een bepaalde context geplaatst, dus het ligt echt aan de interpretatie van degene die het interview schrijft hoe iets overkomt. Jullie kunnen bij wijze van spreken een heel gek stukje typen over wat ik hier allemaal zeg. Daar ben ik in mijn achterhoofd wel mee bezig. Ik heb nu alweer spijt van wat ik net zei over Anne Fleur Dekker, haha.'

Je programma's lopen goed en je krijgt ook steeds meer erkenning. Hoe voelde het toen je hoorde dat je genomineerd was voor de Sonja Barend Award?
'Ik had die dag vrij, dus ik was de avond ervoor laat naar bed gegaan. Toen ik rond een uur of twaalf 's middags wakker werd en op mijn telefoon keek, zag ik allemaal berichtjes van vrienden en collega's. Je krijgt geen een gouden envelop in de brievenbus, de jury stuurt een persbericht eruit en dan hoor je het via via. Maar ik was heel erg blij. We zijn pas anderhalf jaar bezig met dit programma, en dan komt zo'n nominatie.'

Wat hoop je nog te bereiken?
'Ik wil dat mijn werk beter wordt en dat ik zelf ook kan groeien. Het gaat hartstikke goed en we hebben een heel leuk team, dus ik hoop dat ik nog heel lang programma's kan blijven maken. Ik zou verder niet echt bekender willen worden. Het is best raar dat wanneer ik voor een interview iets persoonlijks tegen de Volkskrant zeg, er later berichtjes op NU.nl verschijnen met titels zoals 'Tim den Besten heeft verlatingsangst'. Het is niet dat mensen dit soort dingen niet mogen weten, maar het hoeft van mij niet zo kort door de bocht. Toch wil je dat zoveel mogelijk mensen naar je werk kijken en daarvoor heb je die bekendheid wel nodig. Het is dus een beetje tegenstrijdig.'

Zijn er dingen die je zou willen doen buiten televisie maken?
'Wat ik nu doe, doe ik eigenlijk het liefst, maar televisie is voor mij niet heilig. Er zijn allerlei andere dingen die ik ook leuk zou vinden om te doen. Ik zou best met kinderen willen werken, dan word ik meester Tim, haha. Het lijkt me ook heel leuk om een eigen café of wijnbar te hebben. Dan kan ik alsnog met mensen praten.'

 

 

Geen kinderspel

Ambassadeurs van de illustratie

Van bier tot breinscans, Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest hebben ontwerpen gemaakt voor uiteenlopende opdrachtgevers als Oersoep en het Donders Instituut. Hun werk kenmerkt zich door een unieke combinatie van illustratie en grafisch design. 'Wij zien letters ook als illustraties en andersom.'

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Hartebeest personen 750x

Veel studenten drinken weleens een biertje van Oersoep, maar zullen daarbij vooral oog hebben voor de inhoud van de fles. Wie niet te diep in het glaasje heeft gekeken, zal echter zien dat ook over de etiketten lang is nagedacht. Maaike van den Heuvel en Gerco Hiddink van ontwerpstudio Hartebeest zijn het brein achter deze ontwerpen. Hun bedrijf bestaat nu een jaar of acht, daarvoor werkten Van den Heuvel en Hiddink afzonderlijk. 'Op een gegeven moment kwam er een opdracht vanuit de afdeling Behavioral Sciences van de Radboud Universiteit die we samen moesten doen', vertelt Van den Heuvel. 'Toen besloten we dat het veel voordelen heeft om onze krachten te bundelen en zo samen een identiteit te vormen.' Deze identiteit komt naar voren in de naam Hartebeest, die volgens Hiddink twee elementen bevat. 'We vonden het leuk dat er iets stoers in zit, maar ook iets aaibaars.' Een soortgelijke tweeledigheid is terug te zien in de werkwijze van de ontwerpstudio, waarbij illustratie en grafische vormgeving hand in hand gaan en de nadruk op het geheel ligt.

In hun werk komen de achtergronden van Hiddink en Van den Heuvel als grafisch ontwerper en illustrator duidelijk naar voren. Deze stijl hebben ze inmiddels bij diverse opdrachten ingezet. Zo heeft het duo in het verleden ontwerpen gemaakt voor verschillende afdelingen van de Radboud Universiteit en het Trimbos-instituut. Nu en dan komen er zelfs opdrachten vanuit het buitenland binnen om albumhoezen of omslagen voor proefschriften te ontwerpen. Op dit moment is het duo druk met het ontwikkelen van hun eigen webshop, waar behang te koop is met Hartebeestpatronen. Deze patronen zijn ook in het atelier van de ontwerpers terug te zien, dat is bezaaid met mokken, posters en schetsen voor nieuw werk. Van den Heuvel en Hiddink hebben duidelijk passie voor hun vak en hebben inspiratie om nog even vooruit te kunnen. 'Vaak maak je aan het begin hele idiote dingen, maar dat is nodig om te ontdekken wat werkt voor het uiteindelijke ontwerp.'

'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces.'

Ontwerp op maatHartebeest Donders bijgesneden 350x
Het creatieve proces begint bij de opdrachtgever, waarbij eerst duidelijk moet zijn wat een organisatie precies wil. 'Als je een opdracht krijgt voor een nieuw logo moet je ook weten waarom dat er eigenlijk moet komen en of het verder gevolgen heeft voor de organisatie', legt Hiddink uit. 'Daarom spreken we altijd af bij de opdrachtgever.' Ter illustratie van het ontwerpproces laat Hiddink in het atelier zien hoe Hartebeest een nieuwe huisstijl ontwierp voor het Donders Instituut. Ook hier stonden de wensen van de opdrachtgever centraal. Niet alleen moest er een nieuwe stijl komen, die moest bovendien voldoen aan bepaalde eisen. 'Wij werden gevraagd om een nieuwe identiteit te ontwikkelen, maar de "d" van Donders moest wel een plek krijgen, want dat is echt hun handelsmerk.'

Wanneer helder is wat de opdrachtgever wil, gaan Hiddink en Van den Heuvel aan de slag met een eerste schets. 'We werken heel procesmatig. Vaak kijken we of een van ons al een idee heeft', legt Van den Heuvel uit. 'Als dat niet zo is, gaan we pingpongen. Dan doen we allebei suggesties tot we iets te pakken hebben om mee te beginnen.' Bij de opdracht voor het Donders vormde de "d" die in het uiteindelijke ontwerp een plek moest krijgen het beginpunt. 'We moesten iets met die "d", dus we gingen eerst kijken wat het precies is. Is het wel een d?' lacht Hiddink, terwijl op zijn computer de tientallen verschillende variaties voorbijkomen die hiervoor werden ontworpen.

Passen en metenHartebeest pp 450x
Zodra Hiddink en Van den Heuvel een aantal ontwerpen hebben waar ze tevreden mee zijn, gaan de ontwerpers opnieuw in gesprek met de opdrachtgever. 'Uiteindelijk komen we op het punt dat we met de opdrachtgever overleggen om te kijken of onze ideeën hen aanspreken. Zo merken we het vanzelf als we een andere richting op moeten', vertelt Van den Heuvel terwijl ze een PowerPoint voor een opdrachtgever toont. Meestal gaat het slechts om kleine aanpassingen, hoewel er ook lastige kwesties zijn. 'Kleurdiscussies zijn altijd heel moeilijk', vult Hiddink grinnikend aan. 'Wij letten bijvoorbeeld op leesbaarheid en contrast, terwijl het voor een opdrachtgever vooral intuïtief is.' Na een aantal gesprekken ligt er zo een voorstel op tafel waar ontwerper en opdrachtgever tevreden mee zijn. Bij Donders viel uiteindelijk de keuze op een bepaalde "d" die aan alle wensen voldeed. Als laatste kijken Van den Heuvel en Hiddink ook wat een opdrachtgever nog meer met het ontwerp kan. 'Het is het leukst als je een partner van de opdrachtgever blijft in het hele proces', vertelt Hiddink, terwijl hij laat zien hoe een ontwerp kan worden ingezet voor banners, visitekaartjes of briefpapier.

'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

In woord en beeld
Bij het maken van hun ontwerpen onderscheidt Hartebeest zich vooral van andere ontwerpers door de nadruk te leggen op het totaalplaatje. 'Het komt vaak voor dat een bedrijf alleen de lay-out bedenkt en een andere organisatie illustraties of foto's erbij maakt, maar dat er verder geen communicatie is', legt Van den Heuvel uit. 'Wij proberen die twee werelden echt te integreren, dus ik bemoei me met de lettertypes en Gerco met de illustraties. Zo ontstaat een wisselwerking.' Het resultaat is een eigenzinnige stijl die handgemaakte tekeningen integreert in een digitaal ontwerp. 'Sommige mensen zien illustraties als iets voor kinderen, maar dat is onzin', vertelt Hiddink. 'Wij zijn in die zin wel een soort ambassadeurs van de illustratie.' Ook qua werkwijze vullen Van den Heuvel en Hiddink elkaar naar eigen zeggen goed aan. 'We denken totaal andersom', lacht Hiddink. 'Ik ben wat rationeler, Maaike wat intuïtiever.' Op die manier komt er altijd iets uit waar beide partners trots op zijn. 'Als een van ons iets niet goed vindt, is het geen Hartebeestdingetje.'

Hartebeest ontwerpen 750x

Van A tot Z
Naast hun bijzondere manier van werken, geven Hiddink en Van den Heuvel ook een eigen draai aan hun werk met behulp van lettertypes. In het werk van Hartebeest is geen Comic Sans of Times New Roman terug te vinden en veel letters worden helemaal zelf ontworpen. Net als bij de rest van het ontwerp is ook hier de context van de opdrachtgever belangrijk. 'Bij Streekbakker Jorrit hebben we bijvoorbeeld gekeken naar hun dagelijkse praktijk', vertelt Hiddink. 'Ze werken veel met machines, dus daar past een stoer logo bij. Het is mooi als een letter daarbij aansluit, bijvoorbeeld wanneer het eruit ziet als iets wat uit roestvrijstaal kan worden geslagen.'

Letters komen dus vaak voort uit een ontwerp, maar toch is typografie volgens Hiddink een bijzonder vak dat veel oefening vereist. 'Pas als je letters helemaal uit elkaar haalt en opnieuw in elkaar zet, krijg je een beetje gevoel voor wat het eigenlijk zijn.' Hiddink wijst een paar overeenkomsten aan tussen de letters in het ontwerp voor Streekbakker Jorrit, zoals de rondingen van de A en de R, of het eigenwijze karakter van de i. 'Typografie is echt een ambacht en je kunt het wiel telkens opnieuw uitvinden.' Bij het maken van een ontwerp komen volgens Hiddink dan ook vaak dingen naar voren die in eerste instantie niet gepland waren maar wel goed voelen. Om al hun ideeën nog beter tot hun recht te laten komen, zijn de ontwerpers begonnen met het bedenken van patronen die ze in de vorm van behang verkopen in een eigen webshop. Dit geeft hen de mogelijkheid om buiten de opdrachten om hun eigen ontwerpen en producten te ontwikkelen. 'Het zit blijkbaar in onze genen om patronen te ontwikkelen.'

 

Op bezoek bij de hofdansvereniging

Dansen als een Disneyprins(es)

Adellijk dansen gebeurt niet alleen in Disneyfilms, maar ook in Nijmegen. Leden van hofdansvereniging Les Précieuses Ridicules zwieren als de beau monde van weleer door de zaal heen. Toch is hofdansen niet zo gemakkelijk als het eruit ziet.

Tekst: Joep Dorna
Foto's: Irene Wilde

Laura1 750x

'Nog even wachten, ik ben bijna klaar', klinkt een vrouwenstem vanachter het kamerscherm. 'Alleen mijn korset moet nog worden ingesnoerd.' Dan komt Laura Franssen (23) in een enorme hoepelrok vanachter de coulissen tevoorschijn. 'Het korset is echt nodig, anders kan ik deze rok niet dragen', vertelt ze. Laura doet er bijna een half uur over om de jurk aan te doen. In haar paarse jurk doet ze denken aan een echte jonkvrouw.

Het is voor leden niet gebruikelijk om in jurk of kostuum te oefenen, maar vanavond wil praeses Franssen een goede indruk maken. Les Précieuses Ridicules heeft namelijk een proefles op deze woensdagavond, waardoor het vaste oefenzaaltje op de HAN drukker is dan normaal. In totaal zijn er veertien hofdansers aanwezig, waaronder zes potentiele leden. De vereniging heeft dus alle belang zichzelf zo goed mogelijk te laten zien om het huidige ledenaantal van vijftien op te krikken.

Dynamisch duoHofdans jurk 450x
Hofdansen is ontstaan in de balzalen van de kastelen van hoffelijke families. De adellijke stand organiseerde vaak grote dansavonden met als doel indruk te maken op concurrerende families, en partners van de juiste stand te vinden. Les Précieuses Ridicules danst vooral op twee dansstijlen van grote koningshuizen: de elegante Rococo uit het 18e-eeuwse Frankrijk en de militaristische Biedermeier, afkomstig van het 19e-eeuwse Weense hof.

Vanavond staat de Biedermeier op het programma, De nieuwe hofdansers worden ingewijd door zelfverklaard 'dynamisch duo' Eveline en Aukje, twee dames die al wat langer rondlopen bij de vereniging. Al snel treedt er paniek bij het duo op wanneer de enkels van Franssen bijna zichtbaar zijn tijdens een demonstratie van een danshouding. 'Oh nee, we zien je enkels dadelijk', roept Aukje, waarna een licht rumoer bij de andere dansers ontstaat. 'Decolleté is niet erg, maar enkels kunnen echt niet', voegt ze er lachend aan toe.

Hofdans hand 450xDansen op de maat
Etiquette en manieren zijn belangrijk in de wereld van het hofdansen. De eerste opdracht van de les bestaat hierom uit het op de juiste wijze ten dans vragen van een dame. "Heren" –vanwege het mannentekort van de vereniging ook vaak dames – draaien eerst een rondje met het rechterbeen naar voren, vervolgens een rondje met het linkerbeen naar achteren, en eindigen met de knieën gebogen en uitgestoken hand.

Nadat de heren op de juiste manier de dames ten dans hebben gevraagd, gaan de aanwezigen daadwerkelijk in koppels dansen. Hofdansen is moeilijker dan het lijkt. Niet alleen moeten alle pasjes in het juiste ritme van de Oostenrijkse marsmuziek worden gezet, ook moet er aan alle etiquetteregels worden voldaan. Zo ligt de pols lager dan de elleboog, die weer op lagere hoogte moet hangen dan de schouders.

Niet altijd even makkelijk
Tijdens het dansen zijn er flinke niveauverschillen zichtbaar tussen de ervaren en minder ervaren dansers. Waar de leden die al wat langer lid zijn soepel over de dansvloer zwieren, ziet de dans er bij nieuwe leden soms wat knullig uit. Wel zijn de nieuwe leden erg enthousiast en proberen ze meteen hun houding te veranderen als Eveline of Aukje aanwijzingen toeroepen.

Guus Thijssen (20) is een van de potentiele leden op de avond. Hij heeft soms moeite het snelle tempo van de muziek te bij te houden, maar is desondanks erg enthousiast. 'Het was niet altijd even makkelijk, maar voor het grootste deel ging het best goed', verklaart hij opgelucht. 'Ik denk dat ik me wel in ga schrijven.'

Pride and PrejudiceHofdans knik 450x
Een belangrijke reden voor veel leden om met hofdansen te beginnen is de band met de geschiedenis. Ook voor Thijssen is dit de voornaamste reden om bij Les Précieuses Ridicules langs te komen. 'Als Geschiedenisstudent vind ik hofdansen erg interessant vanwege het historische aspect', legt hij op eloquente wijze uit. 'Het elegante van vervlogen tijden spreekt mij erg aan.'

Dit geldt ook voor Elze van der Vies (19). Ze deed eerder aan stijldansen, maar koos voor hofdansen vanwege de link met het verleden. Zij herkent soms de goede manieren die zij aanleert op de training in haar studie Kunstgeschiedenis. 'In Britse series zoals Pride and Prejudice zitten dansen die wij ook doen', legt ze uit. 'Je ziet daarin goed de etiquette, zoals het niet tonen van de enkels, die wij ook proberen toe te passen.'

Octopus-attractie
Hofdansen wordt het leukst, zo zeggen de ervaren leden, als je er eigen expressie in kan stoppen. 'Je moet eerst de basis kennen, voordat je eigen expressie erin losgelaten kan worden', vertellen Eveline en Aukje. Dit komt het beste naar voren tijdens de pauze als vier ervaren koppels op de muziek van Johan Strauss Jr. An der schönen, blauen Donau beginnen te dansen. Met een duizelingwekkende snelheid draaien de duo's om elkaar heen op een manier die doet denken aan een Octopus-attractie op de kermis. Thijssen en de andere nieuwe leden moeten nog even oefenen om dit niveau te bereiken, maar ondanks het niveauverschil maakt het ze niet minder enthousiast.

 Hofdans slot 750x

 

 

Vergane glorie

Goed verhaal, lekker kort: het treurige lot van succesvolle spreekwoorden

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: het treurige lot van succesvolle spreekwoorden en gezegden.

Bij gebrek aan vermaak in het openbaar vervoer luister ik graag gesprekken van medereizigers af. 'Mam! Ik ben aangenomen bij de Aldi!", riep een meisje naast mij laatst in haar telefoon. 'Ik werd net gebeld door een van de bedrijfsleiders. Hij zei: "We gaan de zee in met jou."' Bijzondere cao-voorwaarden hebben ze bij de Aldi, dacht ik, terwijl ik mijn gezicht in de plooi probeerde te houden. Ik zag voor me hoe de bedrijfsleider zijn nieuwe werknemer door het zand bij Bergen aan Zee sleurde, waarna zij kopje onder ging in de golven.

Omdat veel spreekwoorden en gezegden lang geleden zijn ontstaan, is de betekenis niet altijd meer makkelijk uit te leggen. Als gevolg van de onwetendheid over de herkomst van uitdrukkingen ontstaan bijzondere taalvondsten. Ik hoorde een man ooit bloedserieus zeggen: 'Je moet een gegeven paard niet op de bek slaan' en nieuwslezer Rik van de Westelaken meldde eens droogjes tijdens het NOS-journaal: 'Van een kale kut kun je niet plukken.'

Kortom: het leven van een spreekwoord of gezegde in de 21e eeuw gaat niet over rozen. Het is vechten voor een plekje in de vocabulaire van het Nederlandse volk. In deze heuse survival of the fittest wordt de succesvolle uitdrukkingen ook nog het leven zuur gemaakt, weet ik sinds afgelopen week.

Tijdens een van mijn colleges van de master Journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam kregen we een lijst met clichés uitgereikt, een soort zwarte lijst voor taalgebruik in artikelen. De lijst was opgesteld door een aantal redacteuren van NRC, want, zo stond in een korte toelichting: 'Clichés zijn een zwaktebod. Er is altijd een betere formulering te bedenken dan een cliché.' De lijst van drie kantjes bestond uit opvallend veel spreekwoorden en gezegden zoals 'De neuzen dezelfde kant op krijgen', 'Een visitekaartje afgeven' en 'Van het kastje naar de muur gestuurd worden'. De journalistiek had voor deze uitdrukkingen besloten dat ze hun beste tijd hadden gehad. Ze waren 'mainstream' geworden, en 'mainstream' is niet cool.

Ik begrijp dat origineel en concreet taalgebruik de journalistiek ten goede komt. Toch had ik te doen met de spreekwoorden en gezegden op de lijst. Heb je jezelf nét lekker op de kaart gezet, moet je alweer het veld ruimen. Terug bij af. Typisch Nederlands: waag het eens je kop boven het maaiveld uit te steken.

Via deze weg wil ik daarom een lans breken voor spreekwoorden en gezegden. Laten we hen steunen in deze woelige tijden. Ze kunnen dan worden verbannen uit journalistieke artikelen, gesproken taal laat zich niet de les lezen. Gooi af en toe eens een spreekwoord in een gesprek. Wat dacht je van mijn favoriete uitdrukking: 'Dat slaat als een tang op een varken'? Ik gooi de handdoek in ieder geval niet in de ring.

 

 

Noor de Kort