Rake vragen in romanvorm

ANS leest: Nina Polak, Gebrek is een groot woord (2018)

In hetzelfde jaar dat Nina Polak writer in residence is aan de Radboud Universiteit, komt haar langverwachte nieuwe roman Gebrek is een groot woord (2018) uit. Haar eerste werk We zullen niet te pletter slaan (2014) werd bejubeld en dus waren de verwachtingen hoog. Kan de jonge Polak naast haar kritische artikelen bij De Correspondent wederom een goed literair werk afleveren?

Tekst: Eva Vervoort
Foto: Guusje van den Ouweland 

Kop of munt
De dertigjarige Nynke 'Skip' Nauta vaart al zeven jaar in verschillende zeilboten op zee wanneer in Cannes plots de familie Zeno voor haar neus staat, het gezin met wie ze onder een dak woonde voor ze besloot te vertrekken. Skip wordt uitgenodigd om weer bij hen in Amsterdam te komen wonen, en na enige huivering laat ze het lot beslissen: kop of munt. De volgende dag staat ze bij hen op de stoep. In het overbevolkte Amsterdam, overladen met toeristen, kan Skip niet ontsnappen aan haar oude liefde Borg en de problemen van Juda, de idealistische, geniale zoon van de Zeno's. Ook blijft ze sporen van haar overleden moeder Nellie tegenkomen. Dat alles gebeurt met een lach en een traan. Het is alleen al heerlijk hoe Polak Amsterdam en haar waanzin weet te beschrijven. Hoe veel en hoe weinig een stad verandert in zeven jaar tijd.

Heldere taal
Verwacht geen poëtisch taalgebruik of ellenlange zinnen, behalve misschien in het overdreven slechte literaire probeersel van Borg, dat natuurlijk gaat over Skip. Nadat ze het stiekem heeft gelezen, concludeert ze het volgende: 'De man kijkt op me neer en plaatst me tegelijkertijd op een voetstuk. Wat een trieste combinatie.' Filosofische overpeinzingen worden afgewisseld met WhatsApp-conversaties tussen Juda en Skip, e-mails en pure dialogen. Dit lijkt te botsen, maar het voelt als een interessante afwisseling, een moment om even adem te halen na zinnen als deze:

'Het tuinhuis waar Skip Nauta zich vrijwillig laat opsluiten om een achtergelaten leven de kans te geven zich weer eens strak om haar keel te wikkelen.'

Het veelal heldere taalgebruik van Polak maakt dat existentiële vraagstukken makkelijker lijken dan ze zijn. Voelt iemand die zeven jaar op zee heeft gezeten zich ooit nog ergens thuis? Wat is een thuis? En wanneer ben je thuis? De antwoorden op deze vragen worden niet alleen gezocht door Nynke Nauta, maar door een groot deel van generatie Y.

Veganistische hipsterwereldverbeteraar
Bijzonder is het personage Juda, een zeventienjarige whizzkid die na zijn eindexamen van plan is om naar Amerika te vertrekken. Juda geeft om de wereld en draagt daarom alleen eerlijke kleding, is veganistisch en komt in YouTube-filmpjes op voor vrouwenrechten. Het klinkt als een omschrijving van de gemiddelde Nijmegenaar, maar Juda slaat door in zijn idealen: hij zit nachtenlang op zijn kamer zijn zelfgeproduceerde game te spelen, wordt enorm dun en is veel ziek. Het is een schrijnend contrast met zijn ouders: twee succesvolle, rijke mensen uit Oud-Zuid die graag urenlang borrelen met wijn en een stuk worst. Skip lijkt de enige te zijn die hem kan bereiken, want van zijn ouders wil deze puberende jongen niets weten. Wat Polak met dit personage wil vertellen, is niet helemaal duidelijk. Het zou kritiek kunnen zijn op de huidige stroom aan zeurende activisten die veel zeggen, maar weinig waarmaken. Het zou daarentegen ook een aansporing aan hen kunnen zijn om juist iets waar te maken. Of misschien is het een compliment naar de Amsterdamse youngsters die begrijpen dat hun voorgangers de wereld kapot hebben gemaakt. Met de nodige dosis humor geeft de schrijfster rake klappen en interessante psychologische observaties.

Het boek doet direct denken aan 'zeilmeisje Laura', de omstreden zeilster die in haar eentje de wereld rondging. Ook bij dat verhaal ontstaan er rare gevoelens om je biezen te pakken en te vertrekken. Waar komt zo'n gevoel toch vandaan? Vervelend als er eindelijk weer wat rust is na een aantal existentiële vragen, want na het dichtslaan van dit boek ontstaat opnieuw verwarring en een gevoel om te vertrekken. Waarom is de mens toch zo gehecht aan hun stad, hun huis en hun familie? Polak stelt rake vragen met dit boek en daarom is het een aanrader. Hopelijk ontstaat er na het lezen van deze roman geen wanderlust of vluchtgedrag.

Add a comment
Redactie
Interview Gijs Kooistra

Nieuwe kijk op de medezeggenschap

Tussen 28 en 31 mei mogen studenten weer naar de stembus, maar wat valt er eigenlijk te kiezen? ANS spreekt de lijsttrekkers over de plannen van hun partij. Dit keer: Gijs Kooistra van AKKUraatd.

Tekst en foto's: Vincent Veerbeek

Vorige maand presenteerde AKKUraatd als eerste haar kandidaten voor de aankomende studentenverkiezingen, die zoals gebruikelijk in de laatste week van mei worden gehouden. Bovenaan de lijst staat Gijs Kooistra, derdejaarsstudent Politicologie en een nieuwkomer in de medezeggenschap. Toch kent hij de universiteit als zijn broekzak en heeft op verschillende plekken ervaring opgedaan, met commissiewerk bij studievereniging ismus, enkele Honoursprogramma's en een buitenlandsemester in Edinburgh. Kooistra is naar eigen zeggen idealistisch en heeft duidelijk grote ideeën voor de universiteit. 'Ik heb verschillende kanten van de universiteit gezien, waardoor ik andere ervaringen meeneem dan de meeste mensen in de medezeggenschap.'

Jullie verkiezingsprogramma is op dit moment nog niet bekendgemaakt. Kun je al iets vertellen over de punten waar jullie je op willen richten dit jaar?
'We hebben dezelfde pijlers als andere jaren, zoals duurzaamheid en een studentenleven voor iedereen. We hebben geprobeerd die kaders in te vullen met concrete plannen die we ook echt kunnen realiseren. Een heel belangrijke kwestie voor ons tijdens deze verkiezingen is Honours, waarbij twee punten vooral van belang zijn. Het eerste gaat over de inhoud, want hoewel de Radboud Honours Academy (RHA) veel mooie cursussen biedt, kun je nu vaak alleen meedoen als je je voor twee jaar committeert. Als je die grote programma's opknipt, kunnen studenten zich ook voor kortere cursussen aanmelden. Het is voor ons belangrijk dat Honours niet een elitair groepje is, zoals nu het geval is, maar dat het voor meer studenten toegankelijk wordt. Dat hangt samen met het tweede punt, want Honours wordt betaald door alle studenten, zeker nu er geld van de basisbeurs wordt geïnvesteerd in de RHA. Daarom moet Honours voor iedereen toegankelijk zijn.'

'Opleidingen moeten niet worden verplicht om te gaan verengelsen.'

Sommige zaken die je noemt, zoals de kortere programma's, is de RHA al van plan. Hoe zie je de rol van de Universitaire Studentenraad (USR) in die veranderingen? 
'Het probleem is vooral dat de plannen ons niet ver genoeg gaan. Ik vind dat ze een mooie stap zetten en dat moedigen we ook aan. In sommige gevallen kun je je nu aanmelden voor een programma van een jaar, maar dat zou nog veel korter moeten. De Honourslabs, kortere programma's van een maand of drie, zijn een mooie ontwikkeling en daar zouden er meer van moeten komen ter vervanging van de lange programma's. Daar willen we met AKKUraatd op in gaan zetten. Het is fijn dat er inspraak is beloofd, maar daar is volgens mij nog niet zoveel mee gebeurd.'

Wat zijn naast Honours andere belangrijke thema's voor jullie?
'Internationalisering is een groot punt, want hoewel het veel goeds oplevert, zitten er ook wel haken en ogen aan. Zo kan het gevolgen hebben voor de onderwijskwaliteit en hebben internationale studenten soms moeite met integreren. Onze lijn is dat we internationalisering willen faciliteren, maar niet forceren. Waar nodig moeten de middelen beschikbaar zijn, maar opleidingen en studieverenigingen moeten niet worden verplicht om te gaan verengelsen.'

Gijs AKKU staandHoe ben je zelf bij AKKUraatd terechtgekomen?
'Ik heb het altijd interessant gevonden hoe het bestuur op de universiteit werkt en het leek me heel leuk om me daar komend jaar voor in te zetten. Ik heb best wel wat ideeën over hoe de universiteit kan verbeteren, dus ben ik gaan kijken welke partij daar het beste bij past. Uiteindelijk heb ik gesolliciteerd bij AKKUraatd, omdat zij overkomen als de meest idealistische groep binnen de universiteit en dat past bij mij. Daarnaast is AKKUraatd er echt voor alle studenten. Ik kom zelf niet uit het bestuurswereldje, dus dat sprak me ook wel aan.'

In welk opzicht verschilt jouw blik van die van mensen met een bestuursachtergrond? 
'Ik heb verschillende kanten van het universiteitsleven meegemaakt en ik denk dat het een goede toevoeging kan zijn dat ik andere ervaringen heb dan de meeste mensen in de medezeggenschap. Ik weet bijvoorbeeld weer meer van wat er speelt binnen Honours. Daarnaast heb ik een half jaar in Edinburgh gestudeerd. Daar was ik zelf international, dus ik kan me inleven in de problemen waar buitenlandse studenten in Nijmegen tegenaan lopen. Dat zijn punten waar ik ervaring in heb, maar anderen misschien minder.'

Zijn er dingen die de USR volgend jaar anders kan doen? 
'De USR is op dit moment goed bezig met invloed uitoefenen op het College van Bestuur (CvB) en ik denk dat we daarmee door moeten gaan. We moeten de thema's die belangrijk zijn voor ons benadrukken om invloed af te dwingen. Het is heel belangrijk dat we ons constructief opstellen. Mocht het echter zo zijn dat het gewoon niet lukt, waar ik niet van uitga, dan mag je als partij best een beetje activistisch zijn. We kunnen bijvoorbeeld een ludieke actie organiseren, zoals we vorig jaar hebben gedaan tijdens de Gezamenlijke Vergadering over de besteding van het basisbeursgeld. Toen hebben we buttons uitgedeeld met daarop “€270”, het bedrag dat studenten inleveren. Bij zulke acties heb je als vakbond ook een voordeel.'

In welk opzicht willen jullie je onderscheiden van concurrent asap? 
'Ten eerste denk ik dat wij een sterk verhaal hebben over Honours, waar asap toch anders tegenover staat. Daarnaast heeft onze vakbond verschillende werkgroepen waar we informatie uit kunnen halen. Het is ook een voordeel dat we een lange geschiedenis hebben en veel ervaring. Tot slot hebben we een lijst met enthousiaste mensen van alle faculteiten die samen het verkiezingsprogramma hebben gemaakt en ook volgend jaar steun zullen geven.'

Wat maakt de medezeggenschap zo belangrijk?
'De universiteit is een grote gemeenschap en besluiten die worden genomen gaan veel studenten aan. Daarom is het belangrijk dat studenten worden vertegenwoordigd in die besluitvorming. Wij zouden het mooi vinden om een student in het College van Bestuur te hebben, maar zolang dat er niet is, heeft de USR een goed alternatief om invloed te hebben.'

'Het is belangrijk dat de USR veel stemmen krijgt, zodat we legitimiteit hebben tegenover het CvB.'

Zijn studenten buiten de medezeggenschap genoeg betrokken bij wat er speelt op de universiteit? 
'Ik denk het wel, maar hun problemen hoor je minder snel. Daarom hebben we hier ook een punt over in ons verkiezingsprogramma, omdat we willen proberen om studentenpanels op te zetten. Daarbij kunnen studenten bijvoorbeeld via online enquêtes haar stem laten horen. Op dit moment doen we al campusrondes, waarbij we op de faculteiten langsgaan om te kijken wat er speelt. Het is lastig, maar we proberen studenten wel te bereiken.'

Waarom moeten studenten op AKKUraatd stemmen tijdens de aankomende verkiezingen?
'Wij hebben een goed verkiezingsprogramma met concrete doelstellingen die bij onze idealen passen. Het is belangrijk dat de USR veel stemmen krijgt, zodat we legitimiteit hebben tegenover het CvB. Met meer stemmen vertegenwoordigen we meer studenten en worden we serieuzer genomen. We gaan er natuurlijk op inzetten om de punten in ons verkiezingsprogramma te realiseren, dus als mensen willen dat dat gebeurt, moeten ze op ons stemmen. Het belangrijkste is dat studenten überhaupt gaan stemmen.'

Add a comment
Redactie
Changing Perspective laat van zich horen

Echt perspectief veranderen

'Er borrelt iets in de gangen van de Radboud. Een onrust. Een zorg. Een woede.' Met deze onheilspellende woorden begint het manifest van de nieuwe actiegroep Changing Perspective, die sinds kort actief is op de Radboud Universiteit (RU). De groep wil een universiteit waarbij het minder draait om geld en meer om mensen. Niek Steenhuis en Thomas Keulemans leggen uit wat ze met de beweging willen bereiken. 'Het ijzer is heet, dus we willen dat studenten nu zelf hun verantwoordelijkheid nemen.'

Tekst en foto: Vincent Veerbeek

Smerige spelletjes
Met de spottende leus 'We invite you to really change perspective' nodigt de actiegroep studenten, docenten en medewerkers van de RU uit om zich bij de beweging aan te sluiten. Changing Perspective wil zo in verzet komen tegen toenemende marktwerking op de universiteit. 'We willen een brede beweging opbouwen van kritische mensen', legt Keulemans, masterstudent Social and Political Philosophy, uit. 'De marketisering van de universiteit treft iedereen, van docenten tot studenten. Die tendens zet ons allemaal onder druk en maakt ons letterlijk ziek, met burn-outs en depressies als gevolg van een verhoogde werkdruk. Als we inzien dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, kunnen we een grote beweging maken die dat kan tegengaan.' Volgens de studenten wordt onderwijs steeds meer een middel om geld te verdienen, in plaats van een doel op zich. 'De universiteit krijgt steeds minder geld per student vanuit Den Haag, waardoor geld verdienen het hoofddoel wordt, in plaats van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek', vertelt Steenhuis, masterstudent Kunstgeschiedenis en Filosofie.

Lokaal en landelijk
De studenten zien de problemen op de RU dan ook als onderdeel van een grotere kwestie. 'Het is ook een nationaal probleem omdat de afgelopen drie rechtse kabinetten constant hebben bezuinigd op onderwijs', vertelt Keulemans. 'Studenten zitten nu in de hoek waar klappen vallen, want de basisbeurs is geschrapt. Daarnaast bezuinigt de overheid zoveel dat universiteiten worden gedwongen om toe te geven aan marktwerking.' Eerder begonnen studenten in Amsterdam actiegroep de Nieuwe Universiteit en in Groningen werd de Democratische Academie gevormd. Bij deze landelijke strijd willen de studenten van Changing Perspective zich nu ook aansluiten omdat ook in Nijmegen problemen zijn, zoals de hervormingen bij de Faculteit der Letteren. Daarnaast steekt de Faculteit der Sociale Wetenschappen geld in een nieuw gebouw, terwijl docenten van Psychologie expliciet worden verzocht minder tijd en arbeid te steken in hun onderwijs. 'Dat zijn smerige spelletjes die de universiteit speelt en die willen we aan de kaak stellen', legt Keulemans uit.

'Ik denk dat studenten tegenwoordig best wel mak worden gemaakt.'

Buitenparlementair en compromisloos
Hoe de actiegroep deze problemen precies aan wil pakken, is op dit moment nog niet duidelijk, hoewel ze naar eigen zeggen wel een aantal ideeën klaar hebben liggen. De actiegroep heeft inmiddels een manifest verspreid en een Facebookpagina gelanceerd. Dinsdag zijn ze in het kader van de nationale Day of Protest, een landelijk actiedag voor het onderwijs, op het Erasmusplein in gesprek gegaan met geïnteresseerden. Wat voor acties de actiegroep daarna gaat organiseren, hangt volgens Keulemans voor een groot deel af van de mensen die zich bij de beweging aansluiten. 'We zijn nu vooral bezig onze actiegroep op te zetten. Het manifest is heel open en we nodigen mensen uit om zich aan te sluiten. Ik denk dat studenten tegenwoordig best wel mak worden gemaakt, want er was bijvoorbeeld nauwelijks protest tegen het afschaffen van de basisbeurs. Wij willen daar verandering in brengen.' Stemmen op AKKUraatd of asap is volgens de actiegroep dan ook niet afdoende. Niet omdat fractieleden niet radicaal genoeg zijn, maar omdat ze te weinig inbreng hebben. 'Zij hebben te weinig besluitrecht binnen de hoogste organen om een fundamentele verandering teweeg te brengen', legt Keulemans uit. De zwakke positie van studenten in de medezeggenschap is ook een reden dat de decentralen en Humanities Rally, twee studentenpartijen aan de Universiteit Amsterdam die zijn voortgekomen uit de Maagdenhuisbezetting, inmiddels zijn gestopt. Desondanks sluiten de studenten niet uit dat Changing Perspective uiteindelijk ook leidt tot het ontstaan een nieuwe partij met een radicalere insteek dan de bestaande studentenpartijen.

Changing Perspective bestaat op dit moment uit twintig studenten uit binnen- en buitenland, inclusief een aantal PhD-studenten. Tot nu toe hebben nog weinig docenten zich aangesloten, volgens Steenhuis vooral omdat ze vrezen voor hun baan en weinig tijd hebben vanwege de hoge werkdruk. Hoewel de beweging dus nog vrij klein is, durven de studenten groot te dromen. 'Uiteindelijk is ons doel om de universiteit terug te winnen en de nadruk weer bij de kwaliteit van het onderw[ijs te leggen', besluit Keulemans.

Add a comment
Redactie
Faculteitskolonisatie op het Huygens

Frisse tegenzin: Wannabèta

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Het einde van het collegejaar komt angstig dichtbij, evenals de deadline van mijn scriptie. Dat betekent dat ik het me niet meer kan veroorloven om enkel te doen alsof ik productief ben. Ik moet daadwerkelijk productief worden. Een verschrikkelijk idee, maar de waarheid is nu eenmaal hard.

Gelukkig kwam een goede vriendin laatst met het verstandige idee om samen een dag een samenwerkplek te bezetten en daar een hele kantoordag aan de slag te gaan. Op papier een goed idee, maar de praktijk pakte net even anders uit. Dat lag niet zozeer aan de productiviteit, want ik heb weldegelijk wat nuttigs gedaan. Welnee, het probleem zat in het feit dat we een ruimte in het Huygensgebouw hadden gereserveerd.

Het Huygensgebouw! Zelden heb ik mij zo ontheemd gevoeld. Als inheems bewoner van het Erasmusgebouw was ik volledig uit mijn comfortzone en ik voelde me toerist op mijn eigen universiteit. Omdat ik me niet wilde gedragen als een Duitser in Renesse, had ik me voorgenomen om altijd te doen alsof ik wist waar ik naartoe ging. Dat betekende dat ik bij binnenkomst van het gebouw de vitale onderdelen moest lokaliseren: de toiletten en een koffieautomaat. Schichtig keek ik om me heen, en ik had gelukkig snel in de gaten waar ik mijn plasje kon doen indien ik daartoe behoefte voelde.

Het begin was goed en zoals gebruikelijk had ik na een kwartier druk bezig te zijn geweest recht op mijn eerste pauze. Met stevige tred liep ik vastberaden naar de koffieautomaat, die ik al vakkundig had gelokaliseerd. De koffie druppelde geduldig mijn beker in, waarna ik blakend van zelfvertrouwen terugmarcheerde naar mijn gekoloniseerde computer. Kon het nog misgaan?

Jazeker. Ik had nog geen twee stappen in de bibliotheek gezet, of mijn Huygens-onervarenheid had me verraden. De bibliothecaresse riep mij tot een halt en sprak onverbiddelijk: 'Jongeman, je mag alleen koffie mee naar binnen nemen als er een deksel op zit. Jij komt hier zeker niet zo vaak?'

Mijn hart stond stil. Ik was verraden en er was geen weg meer terug. Ik was een indringer in het territorium van de bèta's. Volledig in paniek keek ik om me heen. Een plan B had ik niet. Het enige wat in mij opkwam was om met het schaamrood op de kaken te erkennen dat ik niet thuis was in het Huygensgebouw. De bibliothecaresse legde vervolgens geduldig uit dat de muizen van het Huygens dol zijn op automaatkoffie, en bood mij een deksel aan. Die Huygensmuizen hoefden wat mij betreft niet uit mijn bekertje slurpen, dus dat dekseltje timmerde ik gehoorzaam op mijn beker.

De volgende dag nestelde ik me comfortabel in het Erasmusgebouw, blij dat ik weer thuis was.

Add a comment
Redactie
Broodje aap spektakel

ANS kijkt: Rampage: Big Meets Bigger (2018)

Rampage: Big Meets Bigger is gebaseerd op een arcadespel uit 1986. In dit spel kan je als ofwel een gorilla, weerwolf of hagedis steden slopen terwijl je wordt aangevallen door soldaten. De opzet voor het spel is vrij simpel, maar effectief en leuk voor zijn tijd. Helaas volgt de film precies deze zelfde simpliciteit en kan het zich moeilijk onderscheiden van de Jurassic Park films en monsterfilms als King Kong en Godzilla. De verhaalstructuur waarin een monster de stad sloopt en een actiefiguur de stad gaat redden is hiervoor al te vaak uitgevoerd.

Tekst: Siebe Konst

Bigger is better?
George, een zeldzame albino zilverrug gorilla en tegenspeler van Dwayne "the Rock" Johnson, leeft in het begin van de film een zorgeloos en veilig bestaan in een dierentuin in San Diego. Dit verandert wanneer hij wordt geïnfecteerd met een serum dat, puur toevallig, precies in zijn hok terechtkomt. Het serum laat hem in een aantal dagen uitgroeien tot een monster van pakweg tachtig meter hoog. George en zijn nieuwe kameraden worden door het serum bovendien vijandig tegen mensen. Aan Johnson de taak om deze dieren te stoppen en George te redden. Dit wil hij bereiken door op zoek te gaan naar een tegengif en moet hierdoor natuurlijk langs de monsters, die zich inmiddels alle drie hebben verplaatst naar Chicago. Om het nog ingewikkelder te maken, wordt zijn zoektocht bemoeilijkt door speciaal agent Harvey Russel, gespeeld door Jeffrey Dean Morgan. Hiernaast moet Johnson het opnemen tegen het bedrijf achter het serum: Energyn. Het plot is zoals te raden valt niet erg indrukwekkend. Morgan speelt een enigszins leuke rol die vergelijkbaar is met zijn rol als charismatische slechterik Negan in The Walking Dead. Veel voegen de andere personages echter niet toe, want alles draait toch om Johnson.

Spierbal versus drie monsters
Johnson speelt in deze simpele en weinig verassende actiefilm de primatoloog Davis Okoye. Okoye heeft naast deze fulltime baan blijkbaar ook nog genoeg tijd om regelmatig een bezoek te brengen aan de sportschool en kan goed overweg met vrijwel elk wapen. Hiernaast beschikt hij ook nog eens over een flinke dosis oneliners. Johnson is bekend van eerdere actiefilms als The Fast and the Furious, Pain & Gain en San Andreas en zijn rol als opgepompte badass in Rampage is dan ook weinig verrassend. Het plot van Rampage draait voor een groot deel om Johnson die de wereld gaat redden met zijn spierballen, voertuigen en een arsenaal aan wapens. Het lijkt een onmogelijke taak, maar Johnson flikt het toch weer in deze lachwekkende monsterfilm. Het enige verschil met soortgelijke films is dat Johnson een vriendschapsrelatie met de gorilla heeft ontwikkeld. Hierdoor is het simpelweg omleggen van alle drie de monsters geen optie. De krokodil en de wolf apart nemen en uitschakelen kan helaas ook niet doordat de gorilla ook zonder verklaarbare reden vredelievend is voor zijn twee veel te grote soortgenoten. Dit terwijl deze drie elkaar nog nooit ontmoet hebben en uit verschillende delen van Amerika komen.

Futuristische natuurdocumentaire 
Hetgeen dat mensen naar de bioscoop trekt zijn de drie monsters die erg mooi in beeld zijn gebracht. Dit zijn de echte sterren in Rampage. Gedurende de film wordt de gehele stad gesloopt en ook dit ziet er allemaal erg imposant uit. Het plot krijgt hierdoor echter weinig ruimte en de karakters zijn zo basaal als wat. Het is dan ook een goed gekozen strategie van de regisseurs en acteurs om de rollen niet al te serieus te nemen. Toch zou de film met alleen maar de drie beesten erin weinig in kwaliteit verschillen met de huidige versie. Een soort futuristische natuurdocumentaire zonder acteurs en onnodige zijplots, met alleen maar beelden van de dieren had ook volstaan. Rampage is namelijk tot de nok toe gevuld met oneliners die weinig toevoegen en het was dan ook beter geweest als de karakters een voorbeeld zouden nemen aan hun grotere, stillere tegenspelers. Dat het weinig inhoudelijke introductieverhaal niet al te lang duurt is dan ook een pluspunt. Het slopen van de stad en het nodige man versus beest geweld kan hierdoor snel beginnen. Deze actie zet zich het hele verhaal voort, met weinig rustmomenten voor het toch al onderontwikkelde plot. Hierdoor gaat de film tenminste niet vervelen. De korte duur van anderhalf uur scheelt ook.

Rampage leent zich perfect voor een avondje gedachteloos vermaak. Voor wie behoefte heeft aan spektakel, goede 3D-effecten en onrealistische scenario's is deze B-film zeker een bioscoopbezoek waard. Wil je diepgang en leuke karakters dan kan je beter de film overslaan. Mocht je de film toch nu willen zien is IMAX zeker een aanrader door het mooie geluid en het visuele spektakel.

Add a comment
Redactie
Duurzaamheid kent geen tijd

Groene Week 2018 duurzaam van start

Deze week vindt de Groene Week plaats, net als voorgaande jaren georganiseerd door studentenvakbond AKKU, Cultuur op de Campus en culturele en charitatieve koepelvereniging CHECK. De week ging maandagmiddag van start met een reeks praatjes over de rol die duurzaamheid speelt in Nijmegen.

GW 1 grootDuurzaamheid leeft
Na een kort woord van welkom door Lisa Harbers, vicevoorzitter van CHECK, neemt burgemeester Hubert Bruls het woord. Hij praat over de positie van Nijmegen als groene hoofdstad van Europa en benadrukt dat het een titel is die niet wordt uitgereikt op basis van prestaties in het verleden, maar vanwege plannen voor de toekomst. Daarbij benadrukt Bruls dat duurzaamheid in Nijmegen niet alleen iets is van het gemeentebestuur, maar iets wat leeft onder 'burgers, instanties als de RU en bedrijven', zoals blijkt uit de vele duurzame initiatieven dieworden georganiseerd. Over de duurzaamheid van studenten heeft Bruls gemengde gevoelens, omdat ze aan de ene kant vaak de fiets pakken, maar aan de andere kant niet altijd goed omgaan met stroom. De burgemeester eindigt zijn praatje met de hoopvolle noot dat het jaar als Green Capital een 'katalysator' kan zijn voor de toekomst. 

Groen op de campus
Als tweede neemt vicevoorzitter van het College van Bestuur Wilma de Koning het woord, waarbij ze terugblikt op het opstellen van de duurzaamheidsagenda enkele jaren geleden en de vorderingen die sindsdien zijn gemaakt. Inmiddels zou duurzaamheid tot 'in de haarvaten' en 'de genen' van de universiteit zijn doorgedrongen. Ook het het doel om bewustwording te genereren is volgens De Koning meer dan geslaagd. Zo wordt de nieuwbouw op de campus steeds duurzamer en gaan deze week de deuren van het nieuwe Green Office open. 'We hebben grote plannen en er gebeurt veel', besluit De Koning enthousiast haar relaas.

GW 2 grootFull circle
Ten slotte spreken Marijn van Asseldonk en Helene Seevinck van Radboud Retro, een dienst voor het hergebruik van universiteitsspullen. Hier krijgt niet alleen het idee van de kringloopwinkel die voorheen in TvA5 gevestigd was een tweede leven, maar wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar het gebruik van oude bedrading om lampenkappen te maken. Nadat de twee voorvechters voor een circulair Radboud hun ideeën uit de doeken hebben gedaan, komen de andere sprekers terug op het podium voor een korte vraag-en-antwoordsessie. Daarbij heeft het publiek de moogelijkheid om kritische vragen te stellen aan de sprekers over de zichtbaarheid van de status als groene hoofdstad, de betrokkenheid van de SSH& bij duurzaamheid en het hergebruik van elektronische apparatuur. Met het doorknippen van een lintje wordt de opening afgesloten en deze editie van de Groene Week officieel geopend.

Tot en met donderdag zijn er in het kader van de Groene Week allerlei activiteiten op het grasveld achter de Studentenkerk. Studenten kunnen bijvoorbeeld een bezoek brengen aan een duurzame markt, lunchlezingen en een openluchtbioscoop. 

Add a comment
Vincent Veerbeek
Interview Holsaby

Wie zijn het kaf en het koren? - Holsaby

Op 8 mei vindt de finale van Kaf en Koren plaats, een jaarlijkse muziekwedstrijd waarin beginnende studentenbands het tegen elkaar opnemen. In aanloop naar de slotavond in poppodium Merleyn spreekt ANS de drie finalisten. Dit keer: alternatieve pop/rockband Holsaby.

Tekst: Elisa Ros Villarte
Foto: Vincent Veerbeek

De alternatieve pop/rockband Holsaby begon in 2012 als een coverband waarmee ze nummers speelden die in het genre van boerenrock vallen. Na vier jaar besloot de band echter dat het tijd werd voor een meer stadse aanpak en is de band overgestapt naar het schrijven van eigen werk dat geïnspireerd is door onder andere De Staat en de Editors. De band komt uit de omgeving van Ravenstein en bestaat uit Sjouke Meerdink (zang en gitaar), Jesper van Griensven (drums en zang), Kevin Kuijpers (gitaar), Thomas van den Boogaard (toetsen en zang) en Gijs van Wijlen (basgitaar). Met hun eigen nummers heeft de band al opgetreden op cultuurpodium de Groene Engel in Oss, muziekfestivals Open Errup en Rock op de Keien. Dit jaar hebben ze vier nummers opgenomen en uitgebracht als single met als meest recente het lied Can't see you no more. 'Onze nummers zijn vooral live een echte sensatie', vertelt Thomas.

Holsaby FacebookThomas van den Boogaard en Sjouke Meerdink van Holsaby.

Waarom spelen jullie nu eigen werk in plaats van covers?
Sjouke: 'We waren uiteindelijk covers een beetje zat. Ik was thuis al best veel bezig met het schrijven van nummers, dus het leek me vet om die eigen teksten met de band uit te proberen. Uiteindelijk heb ik dat in de groep gegooid en zijn we overgestapt naar eigen werk.'
Thomas: 'Het heeft wel even geduurd voordat we met originele nummers naar buiten zijn getreden. Volgens mij hadden we de eerste samples al een jaar liggen voordat we definitief besloten om ons echt alleen te focussen op eigen nummers.'
Sjouke: 'Nadat we het besluit definitief hadden genomen, zochten we ook een andere bandnaam.'

Hoe zijn jullie op de naam Holsaby gekomen?
Sjouke: 'We waren op een avond een schietspelletje aan het spelen waarbij je een naam moest invoeren. Iedereen was aan het ouwehoeren en drukte met zijn controller willekeurig op letters, toen kwam er een woord met dezelfde klanken als "holsaby" op het scherm te staan.'
Thomas: 'Het heeft daarnaast in geen enkele taal een betekenis. Het is ons eigen taaltje. Als je onze bandnaam op Google intypt, mits goed gespeld, dan vind je daardoor meteen alles over onze band.'
Sjouke: 'Het is geen heel artistiek verhaal maar zo is het wel gebeurd. De beste ideeën krijg je met een avondje bier.'

Hoe zouden jullie je muziek omschrijven?
Thomas: 'Onze muziek is eigenlijk lastig te plaatsen. We omschrijven het zelf vaak als alternatieve rock en pop met een beetje indie.'
Sjouke: 'Dat komt doordat onze nummers niet op elkaar lijken. We proberen ook bewust afwisseling in de liedjes te houden, bijvoorbeeld door elementen van verschillende muziekstijlen te gebruiken.'
Thomas: 'Ons laatste nummer, Can't see you no more, is misschien zelfs een beetje dance-achtig en heeft een beetje een eighties vibe. Zelf maak ik graag gebruik van psychedelische geluiden.'
Sjouke: 'Ieder nummer heeft ook weer invloeden van andere bands, zoals De Staat, Kensington of Coldplay. We zijn nog druk bezig met het ontwikkelen van een eigen herkenbare sound.'
Thomas: 'We zijn volgens mij wel echt een band om live te zien. Ik krijg vaak te horen dat onze muziek live een stuk energieker klinkt dan op de opnames.'

Hoe komen jullie nummers tot stand?
Sjouke: 'Over het algemeen beginnen we eerst met de melodie en daar past dan een bepaalde feeling bij. Ik heb soms al wat zinnen op papier staan die ik dan gebruik maar het is niet dat ik van tevoren de hele tekst heb uitgeschreven. Jesper en ik schrijven allebei apart en we voegen later onze teksten samen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld zijn tekst het refrein en die van mij het couplet. Zo krijg je leuke afwisselingen en wordt het een nummer van de hele band, niet van slechts een persoon.'

Wat zijn jullie plannen voor de toekomst?
Sjouke: 'We kijken erg uit naar de finale van Kaf en Koren en zijn nieuwsgierig naar wat daar uit gaat komen. Het is daarnaast belangrijk dat we onze setlist uitbreiden met meer eigen werk.'
Thomas: 'Voor de rest denk ik niet dat wij echte planners zijn. We geven ons op voor bandwedstrijden zonder er lang over na te denken. Verder blijven we ook gewoon lekker muziek maken en elke week steady repeteren.'

Add a comment
Redactie