Reportage jeugdinrichting

Tuig weg van de richel

In Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hunnerberg verblijven zo'n zeventig jongeren die worden verdacht van een delict of ervoor zijn veroordeeld. ANS sprak in De Hunnerberg met gedragswetenschapper Jean-Paul Robbertz over de resocialisatie van deze jongeren.

Tekst: Noor de Kort
Foto's: Melis Ulubas

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Een lekkere bank, een grote televisie, een pooltafel en een opblaaszwembad. Vrijheid maakt echter geen onderdeel uit van de inboedel. In Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hunnerberg aan de Berg en Dalseweg komen jongeren terecht die een zwaar delict hebben gepleegd, of daarvan worden verdacht. De inrichting biedt plaats aan maximaal 72 jongeren van 12 tot 24 jaar. Zij blijven hier voor een periode van een week, of soms wel zes jaar.

Hoewel De Hunnerberg in de volksmond 'jeugdgevangenis' wordt genoemd, is deze term verkeerd gekozen, aldus Jean-Paul Robbertz, gedragswetenschapper bij De Hunnerberg. 'Jeugdgevangenissen bestaan niet in Nederland.' Hij legt uit dat gedetineerden in gevangenissen voor volwassenen vaak het grootste deel van de dag in hun cel doorbrengen. In een jeugdinrichting ligt de nadruk veel meer op de ontwikkeling van de gedetineerden. Een groot team medewerkers gaat dagelijks met de jongeren aan de slag om te voorkomen dat ze na terugkeer in de samenleving een nieuw misdrijf plegen. Gedragswetenschappers als Robbertz stellen voor iedere gedetineerde een behandelplan op dat wordt uitgevoerd met onder andere pedagogisch medewerkers, therapeuten en trainers. 'Onze belangrijkste taak is te ontdekken welke problemen bij een gedetineerde spelen waardoor hij in het verleden een delict heeft gepleegd. Daarnaast willen we de kans verkleinen dat dit nog een keer gebeurt.'

Repo Hunnerberg gang

Geen kinderachtige vergrijpen
Bij de ingang van De Hunnerberg moeten telefoons en tassen direct in een kluisje worden opgeborgen, waarna het detectiepoortje bepaalt of een bezoeker welkom is. Na het poortje piepvrij te hebben gepasseerd, gaat Robbertz voor door de gangen van de inrichting. 'De gangen zijn zo lang en recht, omdat toezicht houden dan makkelijker is', vertelt hij. Door de vele knutselwerken aan de kleurrijk geschilderde muren doet het gebouw denken aan een middelbare school, maar om de twintig meter moet wel steeds een zware deur worden geopend met een medewerkerspas of sleutelbos.

Robbertz legt uit dat alle bewoners van De Hunnerberg worden verdacht van een delict of daarvoor zijn veroordeeld. Hierbij gaat het volgens hem om het 'uiterste topje' van de groep die delicten pleegt: jongeren die een straatroof hebben gepleegd, maar ook die iemand hebben neergestoken, soms met dodelijke afloop. 'Wij krijgen de jongeren bij wie de Raad voor de Kinderbescherming, de Officier van Justitie en de Rechter Commissaris verwachten dat er een grote kans is dat zij ofwel gaan weglopen, ofwel op korte termijn een nieuw delict plegen. De maatschappij moet dan tegen ze worden beschermd. Daar zorgen we ook voor; er is hier nog nooit iemand over de hekken geklommen.' De groep bewoners van De Hunnerberg is volgens Robbertz op te delen in 'drie smaken'. Jongeren die nog niet zijn veroordeeld, verblijven in preventieve hechtenis. Wanneer zij worden veroordeeld, kunnen ze jeugddetentie krijgen. De derde groep heeft een PIJ-maatregel: plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, in de volksmond ook wel "jeugd-tbs" genoemd.

Robbertz vervolgt dat het overgrote deel van de gedetineerden in de inrichting jongens zijn; in heel Nederland zijn op dit moment slechts acht meisjes gedetineerd en zij verblijven allemaal in De Hunnerberg. De meisjes wonen op twee afdelingen, gescheiden van de jongens. De inrichting is namelijk opgedeeld in leefgroepen voor acht tot tien personen met elk een gezamenlijke woonkamer, keuken en buitenplaats.

Geen warm badRepo Hunnerberg poortje
De plek waar de jongeren aankomen in De Hunnerberg, de Binnenkomst Afdeling Delinquenten (BAD), is grijs en in de ruimte staat alweer slechts een detectiepoortje. Medewerker Henk Weeren begeleidt de binnenkomst. ‘Ik ben badmeester Henk’, grapt hij. Weeren legt uit dat nieuwe jongeren eerst een medische vragenlijst moeten invullen, waarna hun kleren en spullen worden gecontroleerd. Dan is het tijd voor de visitatie: de jongeren moeten helemaal uit de kleren en worden visueel gecontroleerd. ‘Om te zien of ze niets hebben verborgen, moeten ze drie keer door de knieën.’ Hij schat dat dit in negentig procent van de gevallen door een medewerker van hetzelfde geslacht als de nieuwe bewoner wordt gedaan. Op de vraag of hij wel eens te maken heeft met jongeren die zich verzetten, reageert Weeren: ‘Af en toe willen jongeren niet uit de kleren, maar dat is verplicht. Daarom spreken we ze dan streng aan. Als ze zich vervolgens nog niet uitkleden, gebeurt het onder dwang.’ Robbertz voegt toe dat dit is om de veiligheid in de inrichting te waarborgen. ‘Visitatie is noodzakelijk om het binnensmokkelen van verboden goederen zoals drugs of telefoons te voorkomen. We nemen het zekere voor het onzekere.’

'Je wilt meteen weten of er acute psychiatrische problemen spelen.'

Om eventuele problemen meteen op te sporen, wordt een jongere die binnenkomt in De Hunnerberg meteen psychisch gescreend. Robbertz legt uit dat gedetineerden door de plaatsing namelijk wat instabiel kunnen worden. ‘Je wilt daarom weten: spelen er acute psychiatrische problemen?’ Van de Raad voor de Kinderbescherming verkrijgt De Hunnerberg vaak al nuttige informatie. ‘De Raad bezoekt de jongere in de politiecel en praat met de ouders.’ Aan de hand van de uitkomst van de screening stellen de gedragswetenschappers direct een behandelplan op als dat nodig is. ‘Soms komt naar voren dat een jongere er wel eens aan heeft gedacht een einde aan zijn leven te maken. Dan proberen we ervoor te zorgen dat hij in ieder geval geen zelfmoord pleegt. We kijken ook verder: wat gebeurt er in zijn leven dat hij zichzelf misschien iets aan wil doen?’

Alles voor AXERepo Hunnerberg binnenplaats
Nadat de belangrijkste zorg is georganiseerd, zoekt een team van deskundigen uit hoe het delict heeft kunnen ontstaan, en hoe herhaling kan worden voorkomen. Sommige jongeren verblijven maar heel kort in De Hunnerberg, maar ook zij werken aan het verkleinen van de kans op een nieuw misdrijf. 'We gaan meteen aan de slag met het oefenen van vaardigheden’, zegt Robbertz. Hij legt uit dat de meeste jongeren in De Hunnerberg namelijk kampen met vaardigheidstekorten. 'Sommigen vinden het bijvoorbeeld moeilijk om contact te maken. Je kent ze wel: jongens die met een ongeïnteresseerde houding solliciteren bij bijvoorbeeld de McDonald's.' Robbertz zakt onderuit in zijn stoel, legt zijn armen over elkaar en vervolgt in straattaal: '"Ik moet baan, ik moet baan, want, je weet zelf, ik moet geld." Ik overdrijf een beetje, maar je begrijpt: die worden dus niet aangenomen.’ Groepsleiders proberen hun houding te veranderen door middel van feedback. 'Daar hebben we een methode voor, want als je alleen zegt: "Je moet je niet zo gedragen", is het afgelopen’, lacht de gedragswetenschapper. In plaats van het opleggen van gedragsregels werken de medewerkers met judotechnieken, het zogenaamde "spiegelen" waarbij ze voordoen hoe een jongere zich gedraagt, en motiverende gespreksvoering. 'Eerst moet je contact maken met de jongere en vervolgens het probleem snel bespreken: "De manier waarop je overkomt, is niet zo geïnteresseerd en volgens mij ben je dat wel, want je wilde die baan bij McDonald’s toch?"'

'De meeste jongeren in De Hunnerberg kampen met vaardigheidstekorten.'

Bij jongeren die langer dan een paar weken in de inrichting wonen, is er meer tijd om te onderzoeken welke factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van het delict. Wanneer de oorzaken in beeld zijn, kunnen deze worden aangepakt om de kans op herhaling van het delict te verkleinen. Jongeren die laten zien dat ze zijn veranderd met betrekking tot de factoren achter het delict, krijgen een beloning, zoals eten met een begeleider in de kantine, een luxe fles shampoo van bijvoorbeeld AXE of verlof wanneer de kans op het plegen van een nieuw delict is verminderd. Robbertz legt uit dat de beloningen de extrinsieke motivatie vormen om gedrag te veranderen. Dat is echter niet de enige reden; vaak hebben de jongeren ook een intrinsieke motivatie. 'Ze zullen nooit zeggen: "Ja, ik heb echt een groot probleem", zegt hij lachend. In plaats van het bestaan van een probleem te bespreken, vragen de medewerkers naar het ontstaan ervan, legt Robbertz uit. 'Dan zeggen sommigen bijvoorbeeld: "Op school ging het niet goed."' Met als intrinsieke motivatie de wil om het goed te doen op school kunnen de medewerkers vervolgens aan de slag met deze jongeren.

Bijna buiten
Gedetineerden die de hoge hekken van De Hunnerberg niet nodig hebben, komen in aanmerking voor de Kleinschalige Voorziening (KV). De KV is een tijdelijk project van het Ministerie van Veiligheid & Justitie waarbij wordt geëxperimenteerd met het zo veel mogelijk behouden van zaken uit het leven van jongeren die wel goed gaan. In dit woonhuis, dat zich op het terrein van De Hunnerberg bevindt, is de maatschappij volgens Robbertz minder ver weg dan in de inrichting zelf. ‘Als een jongen een sportclub heeft waar het goed gaat, dan moet hij juist naar die club blijven gaan.’

Repo Hunnerberg villa

Robbertz is als gedragswetenschapper aan de leefgroep van de KV verbonden en wil de ruimte graag laten zien. Waarom medewerkers het gebouw soms 'De Villa' noemen, wordt duidelijk wanneer de deur opengaat en een ruime, marmeren hal met wenteltrap zichtbaar worden. Robbertz laat een slaapkamer van een van de jongeren zien. De deur mag hier, in tegenstelling tot in De Hunnerberg, gewoon openblijven en op het bureau ligt een telefoon. De jongeren die hier verblijven, krijgen zorg en beveiliging op maat, omdat van hen wordt verwacht dat ze om kunnen gaan met de verantwoordelijkheden van meer vrijheid. Een eigen telefoon behoort dan ook tot de mogelijkheden. Robbertz vertelt dat de jongen die hier slaapt nu buiten de hekken van De Hunnerberg aan het werk is. 'Hij heeft een PIJ-maatregel en is al heel ver in zijn traject: hij is bijna elke dag weg om te werken en heeft net toestemming gekregen om binnenkort twee nachten per week bij zijn vriendin te slapen.'

In de KV kan het netwerk van de jongere nog meer worden betrokken bij het proces van terugkeer in de maatschappij dan in De Hunnerberg. 'Nadat de jongere is geplaatst, willen we alle belangrijke personen uit zijn netwerk binnen een week om tafel hebben.' Robbertz vervolgt dat dit niet alleen de ouders of verzorgers van de jongere hoeven te zijn. 'Soms horen we: "Mijn voetbalcoach is de enige die me echt begrijpt." Wij willen die coach dan hier hebben; hij kan ons helpen met de jongere om te gaan.' De eerste resultaten van de pilot zijn volgens Robbertz positief. 'Bewoners hebben het idee dat het een gezamenlijk traject is, in plaats van een opgelegd traject.'

Add a comment
Redactie
Interview Jochem Myjer

Ontspannen druktemaker

In zijn nieuwe voorstelling Adem in, adem uit vertelt komiek Jochem Myjer over zijn liefde voor de natuur, met name vogeltjes en Texel. In zijn shows probeert hij het leven van alledag te verwerken. 'Als je al mijn voorstellingen op een rij zet, krijg je een soort dagboek.'

Tekst: Aaricia Kayzer
Foto's: Tim Zeeman

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Twintig jaar na zijn beslissing om te stoppen met zijn studie Biologie keert Jochem Myjer alsnog terug naar het groen; in zijn nieuwste voorstelling Adem in, adem uit staat zijn liefde voor de natuur, specifiek het waddengebied, centraal. ‘Als je vierhonderd keer over iets moet praten, moet je iets kiezen waar je graag over wil vertellen.’

Nadat Myjer in 1997 het Groninger Studenten Cabaret Festival won, stopte hij vroegtijdig met zijn studie om zich fulltime op theater te kunnen richten. Deze beslissing leverde hem zes succesvolle shows en verschillende prijzen op, waaronder de CabaretAward en de André van Duin Comedy Award. Myjer moest zijn carrière noodgedwongen op pauze zetten nadat in 2011 een tumor werd ontdekt in zijn ruggenmerg, maar in 2012 stond hij na een intensieve revalidatie weer op het podium.

In Theater Geert Teis in Stadskanaal wordt Myjers belangstelling voor de natuur meteen duidelijk. Hij banjert door de ontvangsthal met een vishengel met een neongroene lijn in zijn handen. Het is een oefenstok voor vliegvishengelen. Myjer vertelt enthousiast over zijn hobby: ‘Vliegvissen is een aparte techniek en die moet je leren.’ In de middag voor een van zijn voorstellingen legt Myjer zijn hengel aan de kant om met ANS te praten over zijn schrijfproces, zijn liefde voor de natuur en wat hij met zijn voorstellingen wil bereiken.

Jochem Myjer 1 groot

Hoe lang duurde het voordat je nieuwe voorstelling klaar was voor het theater?
'Voordat ik begin met het schrijven van mijn nieuwe voorstelling, ga ik er drie of vier maanden op uit met het gezin om leuke dingen te doen. Daarna begin ik langzaam met de uitwerking. Dan speel ik ongeveer veertig voorstellingen in kleine zaaltjes met tachtig á negentig man. Vervolgens doe ik de voorstelling nog tachtig keer, en dan gaat-ie pas in première. Ik speel de voorstelling dus 120 keer voordat hij in première gaat. Ter vergelijking: de meeste cabaretiers spelen in totaal maar 120 keer en ik driehonderd tot vierhonderd keer.'

Gaat dat je niet tegenstaan?
'Als mensen dat vragen, vergelijk ik het spelen van een voorstelling met een voetbalwedstrijd. Een voetballer heeft altijd een bal en een veld, en het doel is om te winnen. De enige verschillen tussen de wedstrijden zijn een ander publiek, een andere tegenstander en ander gras. Dat is bij mij ook zo. In Stadskanaal reageert het publiek anders dan in Limburg. Vandaag is het heel mooi weer, dan weet ik dat mensen zich wat duffer voelen. Als het regent is het juist dolle boel, dan zijn mensen blij dat ze naar het theater kunnen. Elke weersomstandigheid heeft een andere invloed op een voorstelling.'

Je voorstellingen gaan vooral over het alledaagse leven, niet over de actualiteit. Is daar een reden voor?
'Een cabaretier praat over politiek en actualiteit, maar ik ben een komiek. Als ik een conference zou houden over de mislukte formatie, dan weten mensen na driehonderd voorstellingen niet meer waar ik het over heb. Het nadeel van de actualiteit is dat het maar korte tijd relevant is. Ik gebruik mijn eigen leven en het leven van mensen uit de zaal als inspiratiebron. Dat is een bewuste keuze. Als ik alleen over mijn eigen leven zou praten, zouden mijn voorstellingen gaan over hoe ik niet meer kan vissen, omdat ik door dertig man word belaagd. Dat is mijn leven, niet het leven van mensen uit de zaal. Toch is mijn leven voor vijftig procent hetzelfde: ik sta ook op, poets mijn tanden, ga naar de supermarkt en moet mijn lakens verwisselen.'

'In Stadskanaal reageert het publiek heel anders dan in Limburg.'

Welke elementen uit het alledaagse leven gebruik je in je voorstellingen?
'Als je al mijn voorstellingen op een rij zet, krijg je een soort dagboek. Eerst heb ik het het over student zijn: feesten, lol maken, boem boem, geen kinderen. Dan gaat het over buurtkinderen die krijsen, later over kinderen en vlak daarna krijg ik ze zelf. Als je het zo bekijkt, zijn mijn shows dus een documentatie van de levensfase waar ik in zit. Ik maak ook gebruik van de tijd waarin we leven. Zen zijn, gezond eten en yoga zijn bijvoorbeeld helemaal hot, dus het is logisch dat ik daar iets mee doe. Dat noem ik geen actualiteit, maar de tijdgeest. Waarschijnlijk maak ik over tien jaar een voorstelling over, weet ik veel, dat mijn ouders dood zijn.'

Zou je daar ook een grap over kunnen maken?
'Nee, maar er zullen automatisch meer verhalen over ouders in een show zitten. Dat merk ik ook bij collega's, zoals Youp en Theo. Als je net kinderen hebt gekregen, heb je het de hele voorstelling alleen maar over kinderen. Heel irritant. Je gebruikt zoiets als inspiratie, daar kom je niet onderuit.'

In je nieuwe voorstelling ga je terug naar de biologie. Waarom is dat?
'Grappen zijn leuk, maar je moet ook praten over dingen die je interesseren. Mijn drie grote hobby’s zijn vissen, theater en vogeltjes. Mijn kinderboek, De Gorgels, gaat ook over de natuur. Daar heb ik mijn passie voor biologie al in verwerkt, maar ik wilde het ook op het podium laten zien.'

Waarom heb je besloten om een kinderboek te schrijven?
Jochem Myjer 2 groot'Toen ik bijna doodging, dacht ik bij mezelf: "Fuck, ik had nog een kinderboek willen schrijven". Na mijn revalidatie zou ik het doen ook. Ik ben zelf altijd fan geweest van kinderboeken en ik vind het mooi om in de fantasie van kinderen te kruipen. Ik heb bijvoorbeeld Pietje Paniek gespeeld. De manier waarop kinderen compleet in iets geloven, zoals in Sinterklaas, vind ik geweldig. Ik heb het manuscript van De Gorgels anoniem ingezonden, want anders krijg je dat gelul over mijn naam; daarmee kan je sowieso iets uitgeven. Ik ben zes keer afgewezen maar de zevende keer was het wel raak.'

Wat waren de uitdagingen bij het schrijven van een kinderboek?
'Kinderboeken zijn vaak didactisch en moralistisch, maar ik vind het niet leuk om mensen dingen op te leggen. Bij De Gorgels heb ik kinderen bewust proberen te maken van de natuur zonder iets op te dringen. Op die manier heb ik mijn boodschap verwerkt. Ik kan niet tegen geëngageerde kinderboeken, of tegen het afdwingen van engagement. Ik spreek liever iets aan bij mensen, zodat iemand er zelf mee aan de slag gaat. Ik laat tijdens Adem in, adem uit bijvoorbeeld de Matthaüs-Passion horen met vogelgeluidjes. Dat vind ik grappig, want er zitten een hoop mensen in de zaal die de muziek helemaal niet herkennen, maar na afloop toch zeggen dat ze het leuk vonden.'

Voel je niet juist de noodzaak een boodschap te verwerken in je voorstellingen, omdat je zo’n groot publiek bereikt?
'Nee. Laatst ging ik na mijn voorstelling met iemand op de foto en ze zei achteraf dat ze er heel ontspannen uitzag, alsof ze op vakantie was. Al haar vriendinnen waren ook heel kalm, dus kennelijk doe ik iets waardoor mensen heel ontspannen de zaal uitkomen. Laatst had ik Alexander Pechtold in de zaal en als je zijn gezicht na afloop zag – dat was een totaal andere Pechtold dan wij kennen van TV. Ik maak mensen liever vrolijk, dan dat ik ze weg laat gaan met de gedachte: "Mooi wat hij zei over Donald Trump." Dat is niet mijn missie en daar ligt ook niet mijn kracht. Ik hoop twee dingen te bereiken: ik hoop dat je ontzettend hard bij me lacht, en ik hoop dat je heel vrolijk bij me weggaat. Dat is mijn engagement. Ik hoop dat je eens anderhalf uur niet hebt gedacht aan Trump, of aan je kanker, of aan wat dan ook, maar gewoon echt even ontspant.'

 

Add a comment
Redactie
Openingsartikel evaluatieformulieren

Zinloos gemeld

De evaluatieformulieren die studenten aan het eind van een cursus of tentamen invullen, zijn bedoeld voor verbetering van de onderwijskwaliteit. De resultaten hiervan worden echter bijna nooit teruggekoppeld naar de student. De universiteit moet er strenger op toezien dat studenten inzicht krijgen in de resultaten van evaluatieformulieren.

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Anne Rombouts

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Het invullen van een evaluatieformulier komt voor menig student als een vervelende nakomer; vragen die nog ingevuld moeten worden terwijl je liever na je tentamen meteen de zaal verlaat. Deze feedback is echter belangrijk voor de verbetering van de onderwijskwaliteit. De Universitaire Studentenraad (USR) pleit al sinds 2011 voor het universiteitsbreed invoeren van een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Toch hebben studenten op de meeste faculteiten nog steeds geen zicht op de uikomsten van evaluatieformulieren. ‘Het is geen centrale verplichting voor docenten om de resultaten van zulke formulieren terug te koppelen’, vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de Radboud Universiteit. Terugkoppeling wordt wel aangemoedigd, maar daar blijft het bij. ‘In Nijmegen is alles behoorlijk decentraal geregeld. We willen faculteiten keuzevrijheid geven in hun beleid, zodat ze zo goed mogelijk kunnen evalueren.’

Isa Corbeek, vicevoorzitter van de USR, vindt het jammer dat eerder gemaakte afspraken hierover niet op alle faculteiten worden nageleefd. ‘Vanuit het Bestuursgebouw krijgen we veel erkenning over de ernst van dit probleem, maar de terugkoppeling van evaluatieformulieren staat laag op de prioriteitenlijst van docenten.’ Studenten geven echter niet voor niets feedback. Onderwijsdirecteuren en docenten moeten afspraken nakomen en consequent terugkoppelen naar studenten.

Zoek de verschillen
Op de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) wordt sinds vijf jaar gewerkt met een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Zowel studenten als docenten ontvangen na afloop van een cursus een mail met daarin statistische gegevens over de cursusevaluatie, zoals gemiddelde cijfers. Daarnaast krijgen studenten ook een reflectie van de docent met daarin mogelijke actiepunten en een oordeel van de opleidingscommissie (OLC). ‘Een student die niet tevreden is over een specifiek aspect van de cursus, kan daardoor zien wat de docent hiermee van plan is, of wat ermee wordt gedaan’, vertelt Floris Rutjes, vicedecaan Onderwijs van het faculteitsbestuur van de FNWI. Céline Borst, lid van de OLC van Biowetenschappen, is positief over het systeem. ‘Je kan als student terugzien wat je hebt ingevuld en de OLC kan iets doen met deze informatie. Als dit niet gebeurt hebben mensen het idee dat er niets met hun feedback wordt gedaan.’ Meer terugkoppeling van cursusevaluaties stimuleert studenten dus om feedback te leveren, wat goed is voor de verbetering van de onderwijskwaliteit.

Lang niet alle faculteiten zijn zo transparant richting studenten. Op de Faculteit der Medische Wetenschappen blijven terugkoppelingen steken bij één van de vele instanties die een rol spelen bij de verwerking van evaluatieformulieren. Ferhat Beyaz, studentassessor van de Raad van Bestuur van het Radboudumc, legt uit dat evaluaties bij het onderwijsmanagementteam (OMT) terecht komen. Het OMT spreekt hierover met docenten en kwartaalcoördinatoren. Rianne Damhuis, studentlid van het OMT, vult aan: ‘De kwartaalcoördinator koppelt resultaten terug naar de SOOS, de jaarvertegenwoordiging van bachelorstudenten Geneeskunde. Zij kunnen dit vervolgens doorspelen naar hun achterban, maar dit is niet verplicht.’ Terugkoppeling naar studenten is hier dus niet gegarandeerd.

Illustratie Zinloos gemeld grootAfspraken verzaken
Het systeem dat de FNWI hanteert is echter niet zonder problemen. De participatie van docenten laat te wensen over, waardoor een deel van de cursussen niet volledig geëvalueerd kan worden. Borst geeft aan dat docenten vaak de deadline voor het reageren op evaluaties missen. ‘Als ze te laat zijn, wat vaak gebeurt, kan de OLC geen advies geven en krijgen studenten geen inzicht in wat er met hun kritiek gebeurt.’ Het probleem ligt dus bij de naleving van afspraken door docenten en opleidingsdirecteuren. Het systeem van de FNWI is, mits zij op tijd reageren op evaluaties, een goede manier om terug te koppelen. Gerritsen doet een andere suggestie voor directe terugkoppeling: ‘Een idee van de rector was om direct na afloop van een college te vragen: “Wat vonden jullie ervan?” Het voordeel hiervan is dat je een gesprek hebt, in plaats van een aankruisvakje of kort woordje.’ Een groot nadeel is dat evaluaties dan niet worden vastgelegd en daarom niet op lange termijn kunnen worden bekeken. Het is belangrijk om zicht te hebben op de meerjarige verbetering van een cursus.

Immy Niemeijer, studentlid van de OLC Nederlandse Taal en Cultuur, legt uit dat docenten een verantwoording over de evaluaties naar de OLC sturen. De OLC vergadert hierover en stuurt commentaar naar de docent. De docent zet dit in theorie op Blackboard, maar in de praktijk komt hier weinig van terecht. ‘Er is sprake van een beleid maar docenten voeren dit niet uit. Hier moet strenger op worden gelet.’ Dat hierin wordt verzaakt, heeft niet alleen als nadeel dat studenten evaluaties minder invullen. Studenten vormen ook een extra controleorgaan voor de verbeterpunten van docenten omdat ze kunnen letten op de naleving van deze punten. Als studenten de resultaten van evaluatieformulieren überhaupt niet onder ogen krijgen, mist deze extra controle.

Transparante terugkoppeling
Door de decentrale organisatie van de Radboud Universiteit zijn niet alle beleidszaken op elke faculteit hetzelfde geregeld. De terugkoppeling van evaluatieformulieren is hier een voorbeeld van. ‘Door transparant te zijn met resultaten hopen we studenten te stimuleren vaker evaluatieformulieren in te vullen’, aldus Rutjes. Corbeek is het hiermee eens: ‘Het communiceren van de resultaten is echt belangrijk, want je ziet dat studenten minder snel geneigd zijn een formulier in te vullen als ze hiervan nooit het resultaat zien.’

De FNWI laat zien dat het systeem voor terugkoppeling reeds bestaat, maar dat het probleem vooral ligt bij het naleven van afspraken door docenten en onderwijsdirecteuren. Zij moeten strengere afspraken maken met docenten en zorgen dat deze worden nageleefd, zodat resultaten van cursusevaluaties structureel worden teruggekoppeld naar studenten. Enkel aanmoedigen is niet genoeg, alleen met echte afspraken kan worden gescoord.

Add a comment
Redactie
Interview Liesbeth Mann

Vernederde feuten, verenigt u!

Ondergegooid worden met poep en al zoemend worden uitgescholden. De Amsterdamse sociaal-psycholoog Liesbeth Mann ontdekte dat deze vernederende acties van studentenverenigingen niet verbroederen. ‘Toch ben ik niet voor het afschaffen van ontgroeningen.’

Tekst: Eva Vervoort
Foto's: Kelley van Evert

Dit artikel verschijnt binnenkort in de eerste editie van ANS.

In 1997 overleed Reinout Pfeiffer na het drinken van een liter jenever, in 2005 raakte een student in coma na het drinken van zes liter water en dit jaar wordt een student vervolgd voor een incident waarbij een aspirant-lid van Vindicat een ernstig hoofdletsel opliep. De groentijd van studentenverenigingen staat in een kwaad daglicht en krijgt de laatste tijd flink wat media-aandacht. De vaste tradities binnen deze proeftijd hebben als doel de onderlinge band te versterken, maar als ze vernederend zijn, doen ze dat volgens Liesbeth Mann niet. Ze schreef aan de Universiteit van Amsterdam haar proefschrift over vernedering en deed hiervoor onder andere onderzoek naar het fenomeen ontgroeningen. ‘Vernedering is zowel een handeling als een emotie; je kan iemand vernederen en je kan je vernederd voelen. Mijn onderzoek gaat specifiek over de emotie. Wat voelen mensen als ze zeggen: “Ik ben vernederd”? Ik heb gekeken naar de aspecten van dat gevoel en wat de gevolgen hiervan zijn.’

ANS sprak met de wetenschapper in een studentikoos café over ontgroeningen en vernedering. ‘Ontgroeningen zijn goed, maar niet op de manier waarop ze nu worden georganiseerd.’

Liesbeth Mann liggend groot

Stelletje kutfeuten, zoemen!
Een voorbeeld van een vernederende ontgroening is de openingsscène van de NPO-serie Feuten: ‘Welkom stelletje kutfeuten! Kin op je borst! Vingers in je oren! En zoemen! HARDER! HARDER! HARDER!’ Een kennismakingstijd voor feuten is volgens Mann een prima middel om verbondenheid binnen een groep te creëren. Aspirant-leden vernederen tijdens een ontgroening zorgt daar echter niet voor.

Mann onderzocht de emotie vernedering in drie verschillende situaties: tussen individuen onderling, tussen groepen onderling en binnen een groep. Voor deze laatste categorie deed ze uitgebreid onderzoek naar ontgroeningen bij studentenverenigingen. Onder streng toezicht van de ethische commissie kreeg ze goedkeuring om mensen in het lab een klein beetje te vernederen. Proefpersonen moesten in groepjes gaan dansen en sommige werden vervolgens verbaal vernederd door de proefleider. Deze leider had kennis van het experiment. ‘Eén van de dingen die we ontdekten, was dat mensen die zich vernederd voelden meer geneigd waren zich terug te trekken. Ze wilden weg van de groep. Hiermee hebben we een ontgroeningsritueel gereconstrueerd. Natuurlijk is dit niet exact hetzelfde als een echte ontgroening: proefpersonen weten dat ze meedoen aan een experiment. Uiteindelijk bleek uit het experiment dat vernedering er helemaal niet voor zorgt dat je graag bij een groep wilt horen; je wilt juist weg van die mensen.’ Dat was niet het enige gevolg van vernederen. Uit de experimenten bleek dat vernederde mensen agressief werden: ze waren geneigd om wraak te nemen op de proefleider.

Naast een reconstructie deed de onderzoekster ook nog andere studies met betrekking tot ontgroeningen. ‘We hebben mensen ondervraagd die zelf een ontgroening hebben doorlopen en mensen gevraagd mee te werken aan een scenariostudie. We vroegen deze personen zich sterk in te leven in de beschreven situaties. Uit deze experimenten bleek weer hetzelfde: vernedering wekt naast schaamte ook agressie op. Dat maakt het een enorm interessante emotie’, aldus Mann.

‘Mensen die zich vernederd voelen, zijn geneigd zich terug te trekken.’

Plagen mag, pesten niet
Mensen die op een podium werden gezet en vervolgens onder hard gelach werden ondergegooid met eten en bier. Vrouwelijke aspiranten die in de sauna naakt moesten rondlopen terwijl de mannelijke corpsleden hen bekeken en beoordeelden. Studentes die in het zwembad in een bikini door de groencommissie op een rijtje werden gezet van knap naar lelijk. Dit zijn een aantal vernederende acties waar Mann over las.

Het vernederen van mensen heeft, als dit niet te ver gaat, ook een functie. Schaamte kan dienen als middel om je plek te leren kennen. Het leger is hiervan een mooi voorbeeld. ‘Ze willen daar alleen de sterkste militairen overhouden en de hiërarchie benadrukken. Het is voor nieuwe militairen belangrijk om te zien wie de baas is.’ In hun introductieperiode wordt een aspirant-militair vaak flink uitgefoeterd. Deze vorm van vernedering heeft een heel ander doel dan ontgroeningen van studentenverenigingen. ‘Het leger wil dat militairen die naar Syrië of Afghanistan worden gestuurd tegen een stootje kunnen. Het gaat er bij hen vooral om dat je echt moet kunnen afzien.’ Ondanks de enorme media-aandacht voor ontgroeningen, wil Mann niet per se een punt maken met de resultaten van haar onderzoek. Ze schreef haar proefschrift uit pure interesse en wist ook niet wat het resultaat zou zijn.

‘De emotie vernedering is boeiend, omdat het zowel schaamte als woede en agressie opwekt. Vernedering is een belangrijk onderdeel van ontgroeningen en daarom ben ik het gaan onderzoeken. Het was nooit mijn intentie om specifiek iets aan te tonen. Dit is wat we ontdekten, maar het resultaat heeft niet tot doel om studentenverenigingen te vertellen wat ze wel en niet mogen doen. Als een vereniging mij vraagt hoe ik een ontgroening in zou richten, dan zou ik wel zeggen dat elementen die vernedering kunnen oproepen eruit moeten. Je mag iemand best op een speelse manier plagen, maar pesten gaat te ver. Het is grappig zolang de geplaagde persoon er zelf ook nog om kan lachen, maar mentaal iemand neerhalen hakt er bij sommigen te hard in.’

Liesbeth Mann staand grootSamen pijn lijden
Als groep een beetje fysiek lijden zou een alternatief kunnen zijn. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat samen lichamelijk afzien wél verbroedert. ‘Australische wetenschappers hebben ontdekt dat gezamenlijk pijn lijden leidt tot saamhorigheid. Dat is interessant. Ze hebben gevraagd of een groep mensen hun handen in ijswater wilde leggen. Na een tijdje gaat dat uiteraard behoorlijk pijn doen. De onderzoekers vertelden de proefpersonen dat ze het zo lang mogelijk vol moesten houden. Uiteindelijk merkten de wetenschappers op dat wanneer mensen dit samen deden, dit leidde tot meer cohesie onder de deelnemers. Mede door dit experiment concludeerden de wetenschappers dat fysieke pijn en lichamelijk afzien wel leiden tot saamhorigheid binnen groepen.’ Het is natuurlijk ook weer niet de bedoeling dat de groencommissie mensen extreem veel pijn gaat doen. Dit kan namelijk leiden tot verwondingen, zoals bij het Groningse aspirant-lid dat hersenletsel opliep nadat iemand op zijn hoofd ging staan. Samen afzien door te rennen, te survivallen of een dropping te doen zonder als feut te horen dat je een dik rund bent, kan wél een sterk groepsgevoel opwekken.

Faalsjaarzen opgelet
Mann doorliep zelf nooit een ontgroening en heeft er dus geen ervaring mee. ‘Ik ben in Amsterdam geboren en getogen en ik ben er later ook gaan studeren. Ik had daardoor al een heel sociaal netwerk in de stad en had niet zo’n behoefte om lid te worden. Als ik naar Groningen was gegaan, was ik misschien wel lid geworden van een studentenvereniging. Je hoort toch vaak dat mensen dan vrienden voor het leven maken. Ik heb daarentegen weleens afschrikwekkende verhalen gehoord van een vriendin die lid was in Amsterdam. Zij speelden een soort spel waarbij ze de hele avond gingen zuipen. Wanneer ze moesten kotsen, deden ze dat in een bak die in de kroeg stond. Daarna dronken ze weer verder. Dat zou ik nooit doen.’ Ondanks dit soort verhalen vindt Mann dat studentenverenigingen een heleboel nuttige functies hebben. ‘Dit is zeker het geval als je naar een andere stad gaat waar je nog niemand kent en alles nieuw is. Je komt van de veilige middelbare school en staat er ineens alleen voor. Dan is het prettig om bij een groep mensen te horen die allemaal hetzelfde ervaren als jij.’ Mochten verenigingen tijdens de groentijd toch blijven vasthouden aan vernederende activiteiten, dan heeft Mann nog wel een aantal tips voor aspiranten in spe: ‘Neem het niet te serieus. Als de groencommissie je vernedert, zie het dan als een grapje of spel. Stel voor jezelf een aantal grenzen voordat je aan de introductietijd begint. Probeer ook vast te houden aan die grenzen; zeg nee als je water uit een wc-pot moet drinken en steek jezelf niet in de fik in een Sinterklaaspak. Tenslotte: blijf vooral jezelf.’ Dus faalsjaarzen, let een beetje op en laat die liter jenever gewoon staan.

Add a comment
Redactie
Reportage huisjesmelkers

Vastgoed genaaid

Veel studenten betalen te veel huur voor hun kamer en worden geconfronteerd met de meest bizarre onderhoudsproblemen. ANS zocht uit hoe studenten kunnen opkomen voor hun rechten en hoe huisjesmelkers aan te pakken zijn.

Tekst: Vince Decates en Chiel Nijhuis
Illustraties: Bibi Queisen

Dit artikel verschijnt binnenkort in de eerste editie van ANS.

Lekkende leidingen, schimmel in de hoek van het plafond, kapotte kozijnen of ongedierte dat zich in de muren nestelt en dat alles voor maarliefst 500 euro in de maand. Met name particuliere verhuurders vragen soms exorbitant hoge prijzen voor kamers waar zelfs de kakkerlakken nog kaplaarzen dragen. De huurprijs voor studentenkamers is echter bij de wet aan een maximum gebonden, maar dit bedrag wordt zelden nageleefd. Uit onderzoek van de Landelijk Studenten Vakbond (LSVb) blijkt dat studenten in Nijmegen per maand gemiddeld 52 euro te veel betalen voor hun kamer. Hiermee staat de stad op de vijfde plek in de ranglijst van steden waar studenten te veel huur betalen. Daarnaast laat ook de kwaliteit van de kamers soms te wensen over. Studenten lopen tegen de meest uiteenlopende problemen aan. Wat kan er daadwerkelijk worden gedaan tegen dit soort misstanden?

Illustratie 1 Huisjesmelkers groot

Een goed gesprek is het halve werk
Je moet je eigen verantwoordelijkheid nemen. ‘Studenten zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de boel netjes te houden’, meent Irene van Setten, directeur van Stichting Huurteams Nijmegen. Deze stichting staat studenten bij wanneer zij tegen misstanden aanlopen of in conflict zijn gekomen met hun verhuurder. ‘Soms zie ik panden waar de trap vol staat met pizzadozen. Ik begrijp dat de verhuurder dan niet zo veel zin heeft om het pand goed te onderhouden, hoewel hij hier wel toe verplicht is’, aldus Van Setten. Als je wilt dat de verhuurder bepaalde gebreken aan je kamer verhelpt of vindt dat je te veel huur betaalt, dan is het volgens Huurteams Nijmegen de eerste stap om te gaan praten met je huisbaas. Het beste is een conflict te voorkomen en dat doe je door een goede relatie met je pandeigenaar te onderhouden. ‘Een open gesprek scheelt vaak een hoop juridisch gestoei.’

Helaas is de praktijk vaak minder rooskleurig: een gesprek komt soms niet of nauwelijks op gang en een verhuurder wil ook niet altijd meewerken aan een oplossing. Verhuurders zijn verplicht op je voorstel in te gaan, maar jammer genoeg gebeurt dat zelden. Wanneer je huisbaas niet welwillend tegenover je voorstellen staat, is het mogelijk om een zaak te starten bij de Huurcommissie. Dit is een onafhankelijke instantie die geschillen tussen huurders en verhuurders oplost met een bindende uitspraak. Het is echter niet eenvoudig om op eigen houtje een procedure bij de huurcommissie te starten om de huur te laten verlagen. Voor hulp kan je terecht bij Huurteams Nijmegen.

'Een open gesprek scheelt vaak een hoop juridisch gestoei.'

Check your privileges
Laat je kamer controleren en start een procedure. Mocht je een kamer aangeboden krijgen waarvan je vermoedt dat de huur te hoog is, dan is het volgens Van Setten toch verstandig om het contract gewoon te ondertekenen. ‘Het is lastig om al voor het ondertekenen van het contract de huurprijs te verlagen, want een verhuurder weet dat hij voor jou zo tien anderen kan vinden.’ Wel is het slim om daarna gelijk de hulp van Huurteams Nijmegen in te schakelen. De meeste studentenkamers vallen namelijk binnen de sociale huursector. Voor deze woningen geldt dat de maximale prijs van de kale huur wordt bepaald met een wettelijk vastgelegd puntensysteem. 

Huurteams Nijmegen kan aan de hand van dit systeem een hoeveelheid punten toekennen aan kamers. ‘Onder andere het aantal vierkante meters woonoppervlak en de aanwezige voorzieningen in een woning spelen mee’, zegt Van Setten. ‘Door middel van een meting maken wij een inschatting van de maximale huurprijs die voor een kamer mag worden gevraagd. Als uit deze meting blijkt dat de daadwerkelijke huurprijs hoger ligt dan op basis van het aantal punten is toegestaan, proberen wij te bemiddelen tussen de huurder en verhuurder. Indien dit overleg niet tot een oplossing leidt, ondersteunen wij de huurder in een procedure bij de huurcommissie of zelfs bij de kantonrechter als dat nodig is.’

Trek ook bij ander soort problemen aan de bel. Hoewel de meeste huurgeschillen draaien om de hoogte van de huurprijs, kan achterstallig onderhoud volgens Van Setten in veel gevallen ook een reden zijn om naar de huurcommissie te stappen. ‘Wij komen de meest bizarre problemen tegen, zoals deuren van een restaurant die midden in de algemene ruimte uitkomen of voordeuren die opeens zijn vervangen door tuindeuren.’ Als de huurder door de commissie in het gelijk wordt gesteld over de problemen, dan krijgt hij een tijdelijke huurverlaging totdat het probleem door de verhuurder is opgelost. Daar komt bij dat een te hoge huurprijs niet alleen ontstaat door een torenhoge kale huur. ‘Voor veel kamers is een zogenaamde all-in-huur afgesproken’, legt Van Setten uit. ‘Bij dit soort overeenkomsten heb je zelf vaak nauwelijks zicht op de hoogte van bepaalde servicekosten. Wij kunnen deze kosten aan de huurcommissie voorleggen en zij controleren of deze redelijk zijn.’

Praatjes vullen geen gaatjesIllustratie 2 Huisjesmelkers groot
Mooi dat je zelf stappen kunt ondernemen, maar waarom pakt de gemeente huisjesmelkers niet gewoon aan? Bert Velthuis, wethouder Wonen, erkent dat er problemen zijn rondom kamerverhuur. De gemeenteraad weet ook dat er problemen zijn, maar er is in de politiek nog geen overeenstemming over welke maatregelen echt nodig en haalbaar zijn. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) is namelijk nog in overleg met de gemeenteraad over eventuele maatregelen. Een van de ideeën van B&W is om een lijst van goede verhuurders te publiceren. Dit zou huisbazen moeten stimuleren om hun werk beter te doen. ‘Een lijst met verhuurders die zich niet aan de regels houden kan wegens privacyredenen niet zomaar worden opgesteld. Verhuurders zouden eerst toestemming moeten geven om op die lijst te komen en dat doen ze natuurlijk niet’, licht Velthuis toe. ‘Een lijst met goede verhuurders is daarentegen wel toegestaan. Daarnaast zouden wij graag een online klachtenmeldpunt willen oprichten, waar verschillende soorten klachten over studentenkamers kunnen worden gemeld.’ Huurteams Nijmegen is van mening dat er meer kan worden gedaan dan alleen een lijst of een meldpunt. ‘Wij zijn met de gemeente Nijmegen in overleg over enkele maatregelen die we graag willen invoeren. Deze maatregelen moeten het mogelijk maken huisjesmelkers actief aan te pakken, zodat studenten minder vaak te veel huur betalen. Zo zien wij graag dat bij iedere verhuizing een brief wordt verstuurd waarin de nieuwe bewoner wordt opgeroepen contact op te nemen met Huurteams, indien hij vermoedt dat hij te veel huur betaald. Daarnaast zou het een goede zaak zijn om een maximumbedrag aan huur in de vergunning van de verhuurder op te nemen. Dan zou de gemeente namelijk kunnen optreden als dit bedrag wordt overschreden’, vertelt Van Setten.

De huurprijs van studentenkamers is bij wet aan een maximum gebonden.

Volgens Velthuis is de gemeenteraad al een tijd lang in overleg over hoe deze maatregelen precies vorm moeten krijgen. ‘We denken ook na over boetes bij herhaaldelijke overtredingen. We willen zoveel mogelijk doen om misstanden aan te pakken, maar we moeten rekening houden met de kaders van de wetgeving. Bovendien moeten we rekening houden met het beschikbare geld.’ Door de gebreken van de huidige regelgeving komt het nu namelijk voor dat een verhuurder de nieuwe bewoners wederom te veel laat betalen, ondanks eerdere uitspraken van de huurcommissie. Om de kamerprijs weer vast te laten stellen op basis van het aantal punten, moet de nieuwe huurder vaak weer opnieuw een zaak aanspannen. Volgens Van Setten is dit een belachelijke situatie. ‘Het liefst zouden wij zien dat de gemeente de vergunning intrekt wanneer de huurcommissie een verhuurder meermaals terecht heeft gewezen. Het zit ‘m in de regelgeving, die is niet effectief genoeg. Het is voorgekomen dat we met drie verschillende studenten voor dezelfde kamer naar de huurcommissie zijn gestapt, omdat de huisbaas de prijs steeds weer verhoogde’, aldus Van Setten.

Zolang studenten vanuit de gemeente weinig hoeven te verwachten, zijn er enkele middelen die tot je beschikking staan. Ten eerste moet je ervoor zorgen dat je de relatie met je verhuurder onderhoudt. Het net houden van je huis speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer redelijkheid niet helpt en de problemen aanblijven, dan is stap drie om het huurteam in te schakelen. Zij kunnen je kamer controleren en eventueel proberen te bemiddelen met de verhuurder. Een procedure bij de huurcommissie is een laatste redmiddel. Idealiter zou de gemeente actie ondernemen, maar voorlopig moet je het toch met je kapotte kraan en je kakkerlakken zien te redden.

Add a comment
Redactie