Relaxed op de RU

Redactie

Radboud Rocks, Change Perspective, I love law: steeds vaker komen korte kreten en Engelse slogans voorbij op de campus. De universiteit gaat mee in de trend om haar taalgebruik aan te passen aan de doelgroep. Waar komt dit vandaan, en zitten studenten er wel op te wachten?

Tekst: Rein Wieringa
Illustraties: Bibi Queisen

Dit artikel verscheen eerder in de zevende editie van ANS.

Where products and stories get together’, staat in grote letters op het raam van de nieuwe Spar University aan het Erasmusplein. Wie naar binnen loopt, komt teksten tegen als ‘beter eet je dit broodje vandaag op’ en ‘buy me food and I am yours’. Andere plekken op en rond de campus hebben hun taal op een soortgelijke manier aangepast. De SSH& (voorheen SSHN) heeft de slogan ‘hier wonen studenten’ op al haar gebouwen geplakt, en past haar communicatie aan op haar publiek: ‘Een aangetekende brief ontvangen, is dat niet een beetje ouderwets?’ Wie graag met een tas of shirt van de Rechtenfaculteit wil rondlopen, koopt merchandise met de leus ‘I love law’. In De Refter is onlangs een heuse saladebar onder de naam HappySalads geopend. De universiteit organiseert evenementen onder het vaandel van Radboud Rocks en Radboud Reflects, en voert als slagzin ‘change perspective’. Kortom: het taalgebruik op en rond de universiteit verandert.

Ook Lieke Verheijen, promovendus taalbeheersing bij Nederlandse Taal en Cultuur, merkt een duidelijk verschil met vroeger. ‘Ik loop inmiddels bijna tien jaar op deze campus rond en ik merk dat de presentatie meer op studenten wordt gericht en minder formeel is geworden. Dat is vooral te merken aan het gebruik van Engelse woorden, wat we in de taalkunde code switching noemen. Verder zie je meer afkortingen en sms-taal zoals de & in SSH& en het dubbelzinnige RU in RU in Town tijdens de intro een paar jaar terug.’ De gemiddelde student wordt dagelijks al om de oren geslagen met Engelse slogans, hippe woorden en vlotte taal, maar nu gaat ook de universiteit hierin mee. Waar komt deze trend vandaan, en is het een ontwikkeling om toe te juichen?

Illustratie 1 groot

Blije salades
De nieuwe supermarkt is een van de meest recente en meest opvallende voorbeelden van de veranderende taal op de campus. Achter de stijl van de Spar zit een duidelijk idee: de supermarkt moet, naast een gelegenheid om in de pauze broodjes te kopen, een plek zijn waar studenten elkaar ontmoeten, verhalen uitwisselen en zich op hun gemak voelen. Niek van Aken, assistent-vestigingmanager bij de Nijmeegse Spar University, vertelt met een technobeat op de achtergrond over zijn werkomgeving. ‘In ieder geval wordt er veel over de huisstijl gepraat, dat is wel wat we willen. Ik hoor klanten teksten herhalen en zich afvragen: “Hé, wat staat daar?” Zelf vind ik het misschien iets te ver doorgeslagen, en ik merk dat mijn vrienden het te hip vinden voor een supermarkt.’

Het gebruik van gepimpte taal is niet altijd even doordacht. Dat blijkt uit de nieuwe saladebar die onlangs in De Refter is geopend. In plaats van een zakelijke naam als Radboud Saladebar of Gezond Voedsel koos het Facilitair Bedrijf (FB) voor HappySalads. David Niessen, afdelingshoofd Retail en Catering van het FB, vertelt dat er niet echt een gedachte achter de naam zit. ‘We waren op zoek naar een naam en het bleek lastig om iets goeds te bedenken. Op tafel lag een boek met salades dat Happy Salads heette, en dat vonden we eigenlijk wel leuk klinken.’ Voor de algehele toename van Engels op de campus biedt Niessen een verklaring: ‘We hebben met een groeiend aantal internationale studenten te maken, dus in Het Gerecht zijn alle menukaarten naast Nederlands ook in het Engels. Hiermee spelen wij in op de vraag.’

Twee gezichten
Verheijen onderschrijft de invloed van internationalisering. ‘Het is een speerpunt van de universiteit om steeds meer internationale studenten naar Nijmegen te halen. Die wil de universiteit natuurlijk aan zich binden, en dan helpt het als je af en toe een Engelse slogan hebt.’ Behalve internationalisering ziet ze een tweede oorzaak achter de trendy teksten op de campus. ‘Het taalgebruik is kort maar krachtig’, vertelt ze. ‘Met zulke catchy slogans probeert de universiteit een jeugdig, dynamisch imago uit te stralen.’ Volgens Verheijen is de universiteit onderscheid gaan maken tussen communicatie in een formele en een informele context. De formele context bestaat uit alles in de academische sfeer: colleges, tentamens, e-mails van docenten. Evenementen, campagnes en reclames kunnen tot de informele context worden gerekend.

De universiteit onderscheidt een formele en informele context.

‘Studenten maakten een dergelijk onderscheid al’, vertelt Verheijen. ‘Het informele taalgebruik op bijvoorbeeld sociale media is heel anders dan de formele schrijftaal die ze op de universiteit moeten gebruiken.’ In de stijl van de RU is langzamerhand een soortgelijk patroon terug te vinden. ‘E-mails van de universiteit zijn in formelere stijlen dan slogans op posters en in winkels’, zegt Verheijen. ‘De RU probeert in bepaalde communicatieve contexten doelgericht aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren.’ Hoewel er in de collegezalen dus weinig zal veranderen, kunnen deze aanpassingen gevolgen hebben voor het imago van de universiteit. ‘Op studenten die al langer op de campus rondlopen zullen de veranderende slogans nauwelijks effect hebben, maar bij de nieuwe aanwas kunnen ze zeker een ander imago uitstralen. Misschien kan dit zelfs meespelen in de universiteitskeuze van sommige studenten’, aldus Verheijen.

Zara en Xenos
Of een coole campus meer eerstejaars zal aantrekken, is nog maar de vraag. Een verdwaalde scholier die op het Erasmusplein een broodje eet, vindt de kreten maar overdreven. ‘Ik vind dit niet bij een supermarkt passen’, zegt hij met volle mond over de leuzen op de ramen achter hem. ‘Ze doen alsof ze een of andere hippe Zara zijn.’ De meeste studenten hebben minder moeite met het veranderende vocabulaire. Rik Meijer, derdejaars- student Communicatiewetenschap, vindt het prima als het taalgebruik op hem wordt afgestemd. ‘Als het maar geen Xenos-taal wordt’, nuanceert hij. ‘Het moet niet te veel richting live, laugh, love gaan.’ Vierdejaarsstudent Communicatie- en informatiewetenschappen Tibbe in 't Veld is nog positiever. ‘Het prettige aan de slogans is dat ze kort en krachtig zijn’, legt hij uit, ‘waardoor in één oogopslag duidelijk is waar het om gaat. Mensen vinden het prettig als ze met weinig moeite het hele bericht begrijpen.’

In de informele sfeer zijn de snelle slagzinnen dus geen probleem, maar dat kan veranderen als ze ook de formele sfeer binnendringen. In de collegezaal kan een Zara- of Xenos-uitstraling beter worden vermeden, vindt Verheijen. ‘Ik kan me voorstellen dat deze stijl werkt om iets te promoten of te verkopen, maar hij moet niet te veel in de studiecontext worden toegepast. Als dat gebeurt, loopt de universiteit het risico niet meer serieus te worden genomen door studenten.’ Japke-d. Bouma, columniste voor NRC, gaat wekelijks tekeer tegen het gebruik van ‘jeukwoorden’ als “agile”, “lean”, en “scrummen" op kantoor. Bouma heeft concreet advies voor studenten die zich ergeren aan de hoeveelheid Engelsin hun studieomgeving. ‘Ik vind het goed om af en toe vraagtekens te zetten bij het feit dat we Engels gebruiken op plekken waar dat helemaal niet nodig is. Studenten zouden vaker aan de bel kunnen trekken door te vragen: “Wat is dit voor belachelijk taalgebruik?”’

Ergernis om EngelsIllustratie 2 groot
‘Dat Engels is wat mij betreft ergerniswekkend, omdat het nergens voor nodig is’, vindt Bouma. ‘Natuurlijk moet je Engels praten als er internationale studenten zijn, maar moet dat overal en ook als er alleen Nederlanders in de buurt zijn?’ Nanne Migchels, assistent-professor Marketing aan de Radboud Universiteit, maakt zich minder druk om de invulling van het taalgebruik. ‘Het maakt mij niet uit welke stijl de universiteit gebruikt, als deze maar eenduidig is. Radboud Rocks draait om muziek, Radboud Sports draait om sport, Radboud Reflects draait om interessante dingen om over na te denken. De naam “Radboud” is zo uniek, dat je zeker weet dat het op deze campus slaat. De vraag is of alles in het Engels moet, maar daar heeft de universiteit blijkbaar een keuze in gemaakt.’

Migchels ziet de toename van Engels op de campus als een tijdelijke ontwikkeling. ‘Honderd jaar geleden was alles op de universiteit in het Frans en daarvoor was Latijn populair. Trends als deze komen nu op en zullen waarschijnlijk over een aantal jaar weer verdwijnen.’ Bouma ziet de huidige verengelsing ook als een modegril. Volgens haar zullen de Engelse woorden vanzelf weer overwaaien. ‘Er komt wel weer een tegenbeweging: dan is Nederlands opeens helemaal hip.’

‘Dat Engels is ergerniswekkend, omdat het nergens voor nodig is.’

Het taalgebruik op de campus is merkbaar veranderd: promotiekreten zijn bondiger geworden en op steeds meer plekken komt Engels voor. De universiteit richt zich actief op het aanspreken van internationale studenten en brengt in haar taalgebruik onderscheid aan tussen de formele en informele context. Studenten kunnen zich hier aan ergeren, maar zolang het toffe taalgebruik wegblijft uit de formele context hebben ze weinig om zich zorgen over te maken.

Wie nu in Nijmegen studeert, zal taal als “Radboud Happiness” en “R U Smart?” niet meer van de campus zien verdwijnen. Voor scholieren, kinderen of peuters die pas over jaren voet op de campus zullen zetten is dit niet zo zeker: misschien maken zij mee dat de moderne motto’s en korte kreten weer overwaaien. Omdat studenten deze flitsende frases in de tussentijd niet kunnen ontlopen of negeren, zullen ze er maar aan moeten wennen, of, in Radboud-stijl: just deal with it.