De universiteit als goed doel (1)

Wouter Exterkate

Universiteiten als Harvard en Stanford halen jaarlijks miljoenen binnen door fondsenwerving. Niet alleen alumni, maar ook bedrijven en onderzoeksfondsen hebben veel geld over voor gerenommeerde Amerikaanse universiteiten. Hoe gaat het eigenlijk met het werven van fondsen in Nederland? In een drieluik besteedt ANS aandacht aan dit onderwerp. Vandaag deel één: wat is fondsenwerving en waarom is het nodig?

Fondsenwerving duikt steeds vaker op sinds het in 2005 op de agenda van de Europese Commissie is geplaatst. Emeritus hoogleraar Geert Sanders heeft onderzoek gedaan naar verhoging van inkomsten door universiteiten. In zijn boek De Tien Geboden van Fondsenwerving benoemt hij vier modellen voor het werven van fondsen. Zo kan een universiteit zich richten op grote giften van rijke individuen, op alumni of externe onderzoeksfondsen. Tot slot kan een universiteit er ook voor kiezen om een gemengd model te hanteren. Corporate fundraising, fondsenwerving bij bedrijven, is lastiger en komt daarom veel minder voor. Het is namelijk niet eenvoudig om op die manier geld binnen te halen. Bedrijven geven immers niet uit gulheid, maar uit eigenbelang.

Universiteiten hebben honderdduizenden oud-studenten die tijdens hun studietijd een band hebben gekregen met de instelling. Als iedere alumnus jaarlijks 5 euro zou geven, dan levert dat de universiteiten miljoenen op. Toch lijkt er nog niet veel geld binnen te komen via oud-studenten. Reinier Overtoom is projectmanager bij Formedia, een bedrijf dat onder andere kennisinstellingen adviseert over alumnibeleid. Overtoom heeft de activiteiten van Nederlandse universiteiten op het gebied van alumnirelaties geanalyseerd en is gespecialiseerd in fondsenwerving. ‘In het alumnimodel is het van belang over een lange periode van tijd de relatie met de oud-studenten en werknemers op te bouwen. Dit begint al tijdens de studie, na afstuderen moeten alumni op uiteenlopende manieren betrokken worden gehouden. Op een gegeven moment vraag je dan om een kleine gift, in de hoop dat later om een grotere gift kan worden gevraagd.’ Er moet dus flink wat tijd worden gestoken in relatiebeheer, om later te kunnen innen.

Vanuit de overheid is steeds minder geld beschikbaar voor onderwijs, terwijl de kosten stijgen. Het werven van extra gelden is dus van belang. Dit beseft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap schijnbaar ook. Zo zijn er inmiddels belastingvoordelen wanneer je periodiek geld over hebt voor een universiteit en is nagedacht over het beleid rondom fondsenwerving.

Op die manier kan niet alleen de Radboud Universiteit, maar ook de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds (SNUF) extra geld binnenhalen. Directeur Jeroen Pohlmann vindt fondsenwerving dan ook belangrijk. SNUF houdt zich bezig met de ondersteuning van studenten en studentenactiviteiten. Dat gebeurt door het verlenen van reisbeurzen, subsidies aan studentenorganisaties en renteloze leningen aan studenten met financiële problemen. Pohlmann: ‘Universiteiten worden door Nederlands niet als een goed doel gezien. Nu de overheid haar handen meer en meer terugtrekt, verschuift het financieringsmodel. De noodzaak voor universiteiten om donoren aan te spreken is er nu wel echt.’

Fondsen kunnen het gat vullen, dat de overheid achterlaat. Toch zullen donoren over het algemeen niet bereid zijn om op te draaien voor de basisbehoeften van een universiteit. Overtoom: ‘Geldschieters kiezen voor iets bijzonders, ze hebben geld over voor excellentie. Aan gebouwen en salarissen van een universiteit willen ze niet snel meebetalen.’