Een storm in een glas melk? (5)

Er is recentelijk veel aandacht voor de betrouwbaarheid van het wetenschappelijk bedrijf. Zijn de bestaande gedragsregels voor academici wel toereikend, of moet er iets veranderen? En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid om te controleren en straffen? In het laatste deel van deze lead story geeft Ellen de Bruin, chef wetenschapsredactie van het NRC Handelsblad, haar visie op de rol van wetenschapsjournalisten.

Een veelgehoorde mening in de afgelopen weken is dat journalisten kritischer moeten zijn op persberichten van universiteiten. Gisteren stelde Simon Vink, woordvoerder van de Wageningen Universiteit (WUR), dat er geen bewijs was voor de negatieve beeldvorming omtrent het Wageningse persbericht. De WUR-woordvoerder vindt dat wetenschapsredacties niet alleen scherp moeten kijken naar onderzoek, maar tevens kritiek niet zomaar kunnen overnemen.

'De primaire taak van wetenschapsredacties is het "vertalen" van bepaalde wetenschappelijke kennis voor geïnteresseerden buiten dat vakgebied of de academische gemeenschap,' zegt Ellen de Bruin. De wetenschapsjournalist vindt dat de redactie de taak heeft om persberichten en wetenschappelijke artikelen goed te onderzoeken. 'Persberichten zijn er niet om overgetikt te worden, maar om wetenschapsredactie te attenderen op onderzoek dat ze vervolgens zelf grondig moeten bekijken.'

Toezicht op integriteit ligt volgens De Bruin bij de wetenschappelijke gemeenschap. 'Het kan inderdaad gebeuren dat een journalist slecht onderzoek tegenkomt en dat vervolgens aan de kaak stelt. Je zou dat als extra controle kunnen zien. Maar het is aan de wetenschappelijke gemeenschap zelf om in te grijpen.'

De Bruin zegt dat schendingen van de wetenschappelijke integriteit over het algemeen alleen aan het licht komen door mensen die dicht bij de onderzoeker staan. 'Wetenschappers en de academische gemeenschap als geheel hebben de verantwoordelijkheid om gedragsregels na te leven en te controleren. Ik denk en hoop dat er in de nasleep van de affaire-Stapel nog het een en ander gaat gebeuren. Het zou goed zijn als wetenschappers, onderzoeksinstituten of vakverenigingen als de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zelf met nieuwe preventie- en controlemechanismen komen.'

 

Fich

Een storm in een glas melk? (4)

Er is recentelijk veel aandacht voor de betrouwbaarheid van het wetenschappelijk bedrijf. Zijn de bestaande gedragsregels voor academici wel toereikend, of moet er iets veranderen? En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid om te controleren en straffen? In het vierde deel van deze lead story vertelt Simon Vink, woordvoerder van de raad van bestuur van de Wageningen Universiteit, over het zelfreinigend vermogen van het wetenschappelijk bedrijf.

Vorige week pleitte Jasper van Dijk, SP-Tweede Kamerlid, voor strenger toezicht op wetenschappelijke integriteit en een systeem om sancties op te leggen aan universiteiten. Naar aanleiding van een klacht van Wakker Dier over een persbericht van de Wageningen Universiteit (WUR) stelde hij Kamervragen over wetenschappelijke gedragsrichtlijnen. 'De essentie is dat Van Dijk het idee heeft dat er iets is misgegaan, maar dat is niet zo,' stelt Simon Vink.

'Het betreft een degelijk onderzoek waar alle auteurs achter staan,' zegt de Wageningse woordvoerder. De zorgen van Van Dijk, dat het persbericht niet objectief zou zijn, kloppen volgens Vink niet. 'De zuivelindustrie heeft op financieel gebied bijgedragen aan het onderzoek, maar is nooit betrokken geweest bij het opstellen en uitvoeren daarvan. De onderzoekers hebben uiterst voorzichtig gehandeld. De vermeende belanghebbenden hebben nooit enkele invloed gehad.'

De bestuurswoordvoerder stelt dat het huidige systeem en de bestaande integriteitsregels voldoende zijn om de rotte appels eruit te vissen. 'Het huidige systeem kan onderzoeksfraude niet voorkomen, maar het zuivert de wetenschap wel. De affaire in Tilburg rond Diederik Stapel is een interessant geval. Academici hebben hun twijfels over hem naar buiten gebracht. Dat benadrukt het zelfreinigend vermogen van de wetenschap.' De gedragscodes die alle universiteiten, waaronder ook de WUR, hanteren zijn toereikend. 'Ook in Wageningen moet iedere wetenschapper zich daar aan houden.'

Volgens Vink moet ieder wetenschappelijk onderzoek controleerbaar en reproduceerbaar zijn. Een dergelijk controlemechanisme leidt ertoe dat fraude bijna altijd uitkomt. 'Misschien is er wel iemand die nog niet tegen de lamp is gelopen. Dat is niet te voorkomen, maar wanneer een onderzoek reproduceerbaar is en kan worden bekritiseerd zal het vrijwel altijd aan het licht worden gebracht.' De woordvoerder benadrukt daarom ook dat het openbaar maken van data van belang is. 'De kern van wetenschap is dat ieder onderzoek geverifieerd kan worden. Wakker Dier is een respectabele belangenvereniging, maar het is niet aan hen om wetenschappelijk onderzoek te controleren. Daar heb je academische expertise voor nodig.'

Ook wetenschapsjournalisten hebben volgens Vink een taak. 'Waar komen de gegevens vandaan? En naar wiens mond praten de onderzoekers? Daar moet kritisch naar gekeken worden voor een journalist bericht over wetenschappelijk onderzoek.' Hij wijst er op dat dit ook geldt voor mededelingen over zaken die niet goed zouden gaan. 'Wie is de bron van zo'n bericht en heeft diegene daar een belang bij? Is er wel hard bewijs om wetenschappers in een kwaad daglicht te stellen? Bij de commotie over het persbericht ontbrak die volledig.'

Kijk morgen op ANS-Online voor een reactie van Ellen de Bruin, chef wetenschapsredactie van NRC Handelsblad

 

Fich

Een storm in een glas melk? (3)

Er is recentelijk veel aandacht voor de betrouwbaarheid van het wetenschappelijk bedrijf. Zijn de bestaande gedragsregels voor academici wel toereikend, of moet er iets veranderen? En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid om te controleren en straffen? In het derde deel van deze lead story vertelt Marcel Becker, universitair docent aan de RU en gespecialiseerd in integriteit van bestuurders, waarom wetenschappers en universiteiten zelf integriteit het beste kunnen waarborgen.

In het eerste deel van de lead story pleitte Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP, voor strenger toezicht op wetenschappelijke integriteit en een systeem waarbij sancties opgelegd kunnen worden aan universiteiten. Kees Schuyt, voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, stelde vrijdag dat gedragscodes voor wetenschappers al lang wettelijk vastgelegd zijn en dat het niet nodig is om dit systeem te veranderen.

'Wetenschappelijke integriteit valt in de categorie ethische problemen waarvan we allemaal wel weten wat goed en fout is,' zegt Marcel Becker. 'Wetenschappers zijn ontzettend geschrokken van wat recentelijk in Tilburg is gebeurd. Het is precies die schrikreactie die aangeeft waarom er op zich niets mis is met de bestaande regels.' Volgens Becker is er niemand die de Tilburgse affaire wegwuift. Al zijn collega's spreken er schande van. 'Wat integriteit behelst, is voor iedere wetenschapper meestal common sense.'

Becker staat huiverig tegenover een systeem waarbij de overheid sancties op kan leggen. 'Het is een sympathiek voorstel, want het dient een evident goed doel. Daarnaast zou het een extra stimulans zijn om integer wetenschap te bedrijven. Maar er zijn zoveel verschillen tussen wetenschapsgebieden dat je bijna niet in algemene termen vast kan leggen hoe je integer moet zijn.' Doordat er veel verschillende manieren van wetenschapsbeoefening en denken zijn, zegt Becker dat het belangrijker is om binnen ieder vakgebied aandacht te besteden aan integriteit. 'Voor psychologen is data-verzameling erg belangrijk, als filosoof heb ik daar niets mee te maken. Integriteit moet juist binnen iedere wetenschap zo goed mogelijk worden geregeld. Waarom wordt er niet aan iedere aio een cursus integere wetenschapsbeoefening gegeven?'

Een mechanisme om sancties op te leggen brengt risico's met zich mee: 'In extreme gevallen is het duidelijk, maar bij twijfel moet je heel erg oppassen dat er geen scheve verhoudingen ontstaan en dat je niet overdreven streng bent. Bijvoorbeeld, als journalisten mij vragen om een reactie te geven op een integriteitskwestie in het openbaar bestuur, pas ik algemene overwegingen toe op een specifieke casus. Strikt genomen doe ik dan uitspraken die niet eerst door collega's zijn gecontroleerd.'

Becker stelt dat universiteiten uit eigenbelang zullen voorkomen dat er geen belangenverstrengeling plaatsvindt. 'Als jouw universiteit een gasthoogleraar heeft die bij Unilever in dienst is en er promoveren ineens drie mensen op een onderzoek dat aantoont hoe goed producten van Unilever wel niet zijn, maakt de instelling zich volstrekt ongeloofwaardig.' Daarnaast zijn wij als wetenschappers verplicht om onze nevenfuncties te vermelden op de universitaire website. Wat betreft onderzoek dat door andere organisaties wordt gefinancierd, vindt Becker een discussie geen slecht idee. 'Laat, voor zover dat niet al gebeurt, binnen de academische wereld vermelden hoe onderzoek tot stand komt. Degene die dat niet doet, heeft sowieso de schijn tegen.'

Kijk morgen voor een reactie uit Wageningen op ANS-Online

 

Fich

Een storm in een glas melk? (2)

Er is recentelijk veel aandacht voor de betrouwbaarheid van het wetenschappelijk bedrijf. Zijn de bestaande gedragsregels voor academici wel toereikend, of moet er iets veranderen? En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid om te controleren en straffen? In het tweede deel van deze lead story stelt Kees Schuyt, lid van de Raad van State en voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit, dat er niets mis is met de bestaande gedragsregels.

In het eerste deel van deze lead story stelde SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk dat het toezicht op wetenschappelijke gedragsrichtlijnen te kort schiet. Hij pleit voor een systeem waarbij integriteitsregels wettelijk vastliggen en sancties opgelegd kunnen worden aan universiteiten die over de schreef gaan.

Inmiddels heeft de Wageningen Universiteit (WUR) bekend gemaakt dat Walter Willett zijn eis, dat het persbericht over melk publiekelijk door de WUR wordt ingetrokken, laat varen. Toch is de discussie nog steeds actueel.

'De heer Van Dijk weet niet waar hij het over heeft, maar dat gebeurt wel vaker bij ongeïnformeerde Kamerleden,' stelt Kees Schuyt. 'Er zijn al lang gedragsregels vastgelegd voor wetenschappers.' Daarmee doelt hij op de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, de op 1 januari 2005 in werking getreden code van de Vereniging van Universiteiten (VSNU). De principes in deze richtlijn zijn echter niet wettelijk vastgelegd, zoals ook blijkt uit de preambule van het document: 'De principes kunnen worden opgevat als algemene opvattingen over goede wetenschapsbeoefening; ze zijn niet bedoeld als aanvullende juridische regels. Als overkoepelend principe geldt dat iedere wetenschapsbeoefenaar gebonden is aan de kaders die door Nederlandse en internationale wetgeving zijn gesteld.' Als de principes niet bedoeld zijn als aanvullende juridische regels, hoe zijn wetenschappers dan wel wettelijk gebonden aan integere academische oefening?

'Iedere wetenschappelijke onderzoeker is met een contract verbonden aan de arbeidsrechtelijke regels die in het contract zijn opgenomen. Daar staat meestal in dat je je moet gedragen zoals een goed wetenschapper betaamt,' stelt de voorzitter van het LOWI. Via deze weg kunnen er arbeidsrechtelijke maatregelen worden genomen tegen personen die de regels overtreden. 'Daarnaast is iedereen die gepromoveerd is verantwoordelijk om de plichten jegens wetenschap en maatschappij in acht te nemen. Dit is geen loze formulering bij het uitspreken van de verlening van de doctorstitel, maar een heuse wettelijke verplichting.' Dit is volgens Schuyt de grond geweest om de Duitse minister van Defensie, Karl-Theodor zu Guttenberg, die in maart dit jaar zijn ontslag indiende, zijn doctorstitel te ontnemen.

Schuyt denkt wel dat er meer bekendheid moet worden gegeven aan de wetenschappelijke gedragsregels. 'In het onderwijs en bij de aanstelling van aio's zou de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening uitgereikt moeten worden. De Universiteit Leiden verstrekt bijvoorbeeld aan alle nieuwe onderzoekers de Code.' Ook benadrukt de voorzitter van het LOWI de rol van wetenschapsfilosofie en onderzoeksethiek. 'Het is belangrijk dat dit vanaf het begin serieus wordt genomen. Zelf besteedde ik twintig jaar lang in het college wetenschapsfilosofie een onderdeel aan de ethiek van onderzoek.'

Kijk voor het volgende deel van deze lead story dinsdag op ANS-Online

 

Fich

Een storm in een glas melk? (1)

Er is recentelijk veel aandacht voor de betrouwbaarheid van het wetenschappelijk bedrijf. Zijn de bestaande gedragsregels voor academici wel toereikend, of moet er iets veranderen? En bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid om te controleren en straffen? In het eerste deel van deze lead story pleit SP-Tweede Kamerlid Jasper van Dijk voor strenger toezicht.

'Melk goed tegen hart- en vaatziekten,' zo luidde de titel van een persbericht van de Universiteit Wageningen (WUR) op 25 november 2010. Twee weken geleden haalde het onderzoek de landelijke media omdat stichting Wakker Dier een klacht indiende bij de Reclame Code Commissie. Het onderzoek was betaald door de zuivelindustrie, maar de resultaten zouden veel minder stellig zijn dan het persbericht deed voorkomen. Wakker Dier noemde het bericht 'buitensporig reclamesk'. Deze week eiste Walter Willett, hoogleraar aan Harvard University, dat de WUR het persbericht publiekelijk in zou trekken. Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid van de SP, wil naar aanleiding van dit akkefietje wetenschappelijke gedragsrichtlijnen wettelijk vastleggen.

'De onafhankelijkheid en transparantie van wetenschappelijk onderzoek staan onder druk doordat steeds meer onderzoek afhankelijk is van financiering uit het bedrijfsleven,' aldus Van Dijk. 'De zuivelindustrie heeft er belang bij dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat melk gezond is. Dat is een zeer onwenselijke situatie.' Daarnaast stelt hij dat nevenfuncties van hoogleraren een bedreiging zijn voor de transparantie. 'Economen die in de media namens de wetenschap spreken, worden vaak betaald door banken of zijn verbonden aan een politieke partij. Sylvester Eijffinger is bijvoorbeeld actief CDA-lid, terwijl hij altijd als hoogleraar wordt geciteerd.' Van Dijk wil dat er een landelijk register komt waarin alle nevenfuncties van wetenschappers worden opgenomen.

Het Kamerlid zegt dat het huidige toezicht op onderzoek niet toereikend is. 'Misschien zijn de bestaande gedragscodes wel voldoende, maar de afgelopen maand is twee keer gebleken dat ze niet worden nageleefd. Het is daardoor legitiem om je af te vragen of we dit niet wettelijk moeten vastleggen zodat de politiek sancties op kan leggen. Er wordt steeds geknaagd aan de betrouwbaarheid.' Van Dijk wil dat er een nieuw systeem komt, bijvoorbeeld met gele en rode kaarten, om universiteiten op de vingers te tikken als ze integriteitsregels overschrijden. 'Dat kan op zich wel door een onafhankelijk orgaan, zoals de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), maar je ziet dat het toezicht nu niet werkt. Als een universiteit een misleidend persbericht publiceert, krijgt het middels een gele kaart een publieke berisping van de KNAW. In extreme gevallen kun je denken aan financiële sancties. Het gaat erom dat onderzoek niet wordt opgeleukt en dat wetenschap integer is.'

Lees morgen de reactie van de voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit.

 

Fich

Introductie: academisch of alcoholisch? (3)

Afgelopen week spraken we al met de coördinator van de introductie, en de twee grote studentenverenigingen Ovum Novum en Carolus Magnus. Ward Kelder, hoofd onderwijsmanagement van de Faculteit Managementwetenschappen, rondt de serie af en laat zich in het slotstuk vandaag kritischer uit.

‘Het contrast tussen de introductie en daadwerkelijk studeren kan vele malen te groot zijn. Dat mag niet voorkomen: studenten moeten een reëel beeld van studeren krijgen.’ Kelder windt er geen doekjes om. Hij is verantwoordelijk voor het operationele aspect van onderwijs en kijkt daarom nadrukkelijk mee bij de facultaire introductie. Afgelopen jaren constateerde hij dat de inhoud prima was, maar dat niet alles met even veel enthousiasme werd gevolgd. ‘Cruciale onderdelen, zoals uitleg over de organisatie en inhoud van de opleiding, werden gemeden door complete mentorgroepen. Het is absurd als bij een belangrijke voorlichting 200 van de 300 studenten ontbreken.’ Daarom werd een stempelkaart ingevoerd. Als mentoren niet met een nagenoeg complete mentorgroep opdagen, wordt €50,- op hun mentorenvergoeding ingehouden. Met succes: afgelopen introductie waren de collegezalen gevuld, de boete hoefde niet te worden uitgedeeld.

Daarnaast moesten mentoren het voorgaande jaar een minimaal aantal ECTS hebben behaald. ‘De feestbeesten met maar twaalf studiepunten wil ik er niet bij hebben.’ Hij waarschuwt dan ook voor losbandigheid. ‘Het moet geen bacchanaal worden. Goedkope drank is gevaarlijk: iedereen is aan het eind van die week verschrikkelijk moe, na twee glazen ligt men al onder tafel. Voor studenten is tien dagen dan ook te lang. Ze komen superfit binnen, maar naarmate de week vordert zakt de energie tot een absoluut nulpunt. Pikken ze dan nog wel alle nuttige dingen op, of slepen ze zich gebroken voort van activiteit naar activiteit? Twee dagen er af, dat zou niet verkeerd zijn.’

 

Joeripisrat

Introductie: academisch of alcoholisch? (2)

De coördinator van de introductie beredeneerde gisteren dat studenten vaak te weinig opsteken van hun universitaire inleiding. Ovum Novum en Carolus Magnus zien echter enige reden tot wijziging, zo blijkt vandaag.

Samen vormen de studentenverenigingen een gigantisch gedeelte van de informele introductie. Niet alleen is er iedere avond te genieten van blonde rakkers onder iedere verenigingsvlag denkbaar. Ook vallen vele introductieweekenden en eetacties onder hun vleugels, om van de openingsmarkt nog maar te zwijgen.

Als pandpenningmeester van Ovum Novum heeft Wilco Ploeg makkelijk praten: hoe meer de kleintjes zuipen, hoe meer geld in de kas rolt. Maar voor Ploeg blijft promotie het speerpunt. ‘Tien dagen is lang. Voor ons staat dat vooral gelijk aan veel avonden om onszelf te laten zien en studenten te overtuigen.’ Niels van Boekel, voorzitter van Carolus Magnus, sluit zich daar volledig bij aan. ‘De introductie blijft het belangrijkste moment om zo veel mogelijk mensen te interesseren in het verenigingsleven.’

Dat de feesten veel tijd van het programma beslaan, wordt door geen van beiden ontkend. Ploeg beweert zelfs dat dit verstandig is. ‘De nieuwe lading gaat op den duur toch stappen. Doe dat liever van tevoren in een gecontroleerde omgeving, dan op het moment dat de studie al van start is.’ Hij ziet ook geen concurrentie voor proefcolleges: ‘De balans tussen leren en ontspannen is perfect. Je kan je toch niet meer dan enkele uren per dag op studie concentreren. Het wordt heel snel te veel informatie. Nu blijft het behapbaar.’ Van Boekel’s oordeel is harder: hij bevestigt dat de meesten slechts met brak hoofd hun kater uitzitten op de campus. ‘Het academische programma heeft over het algemeen geen zin.’ De praeses van Carolus ziet daarin geen problemen. ‘Het belangrijkste is dat de studenten hier vrienden maken zodat zij zich goed voelen hier. De studie? Die komt dan vanzelf wel.’

Morgen volgt een reactie Ward Kelder, Hoofd Onderwijsmanagement van de Faculteit van Managementwetenschappen, als het slotstuk van dit drieluik.

 

Joeripisrat