Introductie: academisch of alcoholisch? (1)

Tien dagen lang jezelf laveloos zuipen of een degelijke inleiding van een academische carrière, waar moet de focus van de introductie liggen? De meningen hierover zijn verdeeld. Inmiddels hangt het nieuwe bloed alweer een week in de collegebanken: het perfecte moment om de introductie in haar huidige vorm onder de loep te leggen. Vandaag maakt Sigrid van den Berg, coördinator van de introductie aan de Radboud Universiteit, een voorzichtige balans op.

De vorm van de introductie verschilt flink over universiteiten heen. Alleen in Nijmegen worden het algemene, universiteitsbrede ‘raam’-programma en het opleidingsspecifieke gedeelte gecombineerd in een tien dagen voortslepende marathon. Van den Berg: ‘Elders wordt een algemene introductie slecht bezocht en maken de nieuwe studenten matig kennis met de stad. Door beiden samen te voegen hebben wij relatief een enorme opkomst.’

Met de aantallen zit het meer dan snor, met de inhoud is het slechter gesteld. In principe moet er een balans zijn tussen sociale en studiegerelateerde aspecten. Volgens Van den Berg wordt de introductie langzaamaan inhoudelijker. Doordat opleidingen zelf verantwoordelijk zijn voor de precieze invulling, zijn er echter grote verschillen. ‘Zo brengen de aanstaande eerstejaars Geneeskundestudenten veel meer tijd door op de campus dan de Biologen.’ Uit een recente enquête blijkt zelfs dat bij meerdere studies vaak basale uitleg ontbreekt. ‘Studenten leren niet hoe de ICT-voorzieningen werken of weten niet eens waar hun rooster is te vinden. Idealiter leren ze de stad, hun studiegenoten, de universiteit én de opleiding kennen.' Want met tien dagen lang feesten, krijgen studenten dan geen verkeerde indruk van het academische leven? ‘Daar zit zeker iets in. In de praktijk is die balans soms zoek.’

Lees morgen de tweede reactie in deze rubriek voor een mening over de introductie vanuit het Nijmeegse studentenleven.

 

Joeripisrat

De vrijplaats onder druk (3)

Als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de Rijksuniversiteit Groningen ondervindt Alexander Pleijter dat universiteiten zich steeds meer als bedrijf gaan gedragen. Dat is volgens hem ook de reden dat de universiteitsjournalistiek het de laatste jaren zo moeilijk heeft. 'Besturen zien hun instelling als firma die in de markt gezet moet worden, die moet concurreren met andere universiteiten. Daarom streeft iedereen naar een goede reputatie en naar zoveel mogelijk controle.' Dat is echter niet alleen in het academische wereldje het geval. Pleijter ziet dat de communicatiebranche steeds verder professionaliseert en voorlichters het onafhankelijke journalisten steeds moeilijker maken. 'Op universiteiten is het extra moeilijk omdat bladen daar schrijven over degene die hen financiert. Wanneer zij iets onwelgevalligs publiceren kan simpelweg gedreigd worden met intrekking van subsidie.'

De universitaire docent ziet bij de doelgroep ook een afnemende betrokkenheid bij universiteitskranten. 'Als studenten vroeger hun kritiek wilden uiten of deze juist wilden lezen waren zij op dat blad aangewezen. Nu kijken ze op Facebook of starten ze een blog. Daardoor wordt de binding met de universiteitsjournalistiek steeds minder. Toen ik in 2007 echter in Leiden werkte en Mare bijna wegbezuinigd zou worden was er nog voldoende protest om die plannen van de baan te krijgen.'

Pleijter vreest dat het einde van onafhankelijke universiteitsjournalistiek nabij is en dat is volgens hem een zeer slechte ontwikkeling. Met name op een kennisinstelling vindt hij kritische geluiden ongelooflijk van belang. Een manier om de bijna dode patiënt te redden kent Pleijter echter ook niet. 'Wellicht zijn er particuliere initiatieven van studenten die zelf een blog oprichten of een Facebookpagina openen. Dat is tegenwoordig heel gemakkelijk, het nadeel daarvan is wel dat het ongelooflijk afhankelijk is van gepassioneerde mensen. Als zij wegvallen, valt ook het medium weg. Voor de continuïteit is een onafhankelijk universitair medium noodzakelijk. Dat ze een site met promopraatjes hebben vind ik prima, als er ook maar een echt journalistiek medium blijft bestaan.'

Lees hier deel 1 en 2 van deze leadstory.

 

Henk Strikkers

De vrijplaats onder druk (2)

'Een goede universiteit kan net als goede wetenschap niet zonder kritische reflectie. Een universiteitskrant is daartoe een fantastisch middel.' Aldus spreekt zelfbetiteld vertegenwoordiger van alle studenten Sander Breur, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Hij is zeer kritisch op de tendens waarin universiteitsmedia terecht zijn gekomen. Enig begrip voor de situatie waarin de universiteiten zich bevinden kan Breur echter ook niet ontzegd worden. 'Wij snappen dat het geven van onderwijs prioriteit nummer één is, maar universiteiten lijken weinig meer te geven om onafhankelijke nieuwsgaring.'

Breur ziet behalve het financiële aspect nog andere oorzaken van de problemen waarmee meerdere universiteitsbladen te maken hebben. 'Het geld dat bezuinigd moet worden bij de specifieke universiteiten is meestal niet het geld dat gemoeid is met het blad voor medewerkers en studenten. Het is duidelijk dat universiteiten zelf alle communicatie in handen willen krijgen. Met name om zelf de uitstraling te bepalen en zo jaarlijks veel nieuw bloed naar hun instelling te lokken.' Op de achtergrond speelt daarbij de zogenaamde studentbekostiging een rol. Het budget dat hogeronderwijsinstellingen ontvangen wordt voornamelijk gebaseerd op de studentenaantallen. Meer studenten betekent meer geld voor onderwijs en onderzoek en dus is universiteiten er veel aangelegen om de toestroom zo groot mogelijk te maken. Een goed imago is daarbij bijzonder handig, met als gevolg dat eventuele barrières daarvoor met argusogen worden bekeken.

Terug naar de universiteitsbladen. Want de LSVb is er niet blij mee dat steeds meer platforms waarop studenten hun mening kwijt kunnen, verdwijnen. Breur: 'Ik kan best begrijpen dat wordt besloten om een blad deels of geheel te vervangen door een website, of voor mijn part een tweewekelijks forum waarop een ieder zich kan uiten. Daarbij hoort echter een grote maar: dat platform moet wel onafhankelijk zijn en geen communicatieonderdeel. Een academische omgeving zonder vrijplaats mag die naam immers niet dragen.'

Lees hier deel 1 en 3 van deze leadstory.

 

Henk Strikkers

De vrijplaats onder druk (1)

De lijst groeit. Het begon bij Mare in Leiden, het Utrechtse Ublad volgde, net zoals ons aller Vox en het Eindhovense Cursor. Het gaat slecht met de universiteitsjournalistiek in Nederland. Dat ziet ook Jim Jansen, hoofdredacteur van het Amsterdamse Folia en voorzitter van de Kring van hoofdredacteuren van hoger onderwijsbladen. 'Ik hoorde recent dat de nieuwe voorzitter van de Universiteit Maastricht zo'n universiteitsblad maar lastig vindt. Daar hebben ze dus ook een probleem.'

Waarom steeds meer hoger onderwijsbladen eraan moeten geloven is volgens Jansen niet zo gemakkelijk te beantwoorden. 'Er is een combinatie van een aantal factoren die het moeilijk maken. Allereerst is de mediaconsumptie veranderd. Het monopolie van bladen is verdwenen. Ze moeten concurreren met sociale media en sites en dat zien veel redacties niet. We mogen best de hand in eigen boezem steken. Veel krantjes zien er nog hetzelfde uit als in 1990 en zijn niet meegegaan met hun doelgroep. Daarnaast is het academische klimaat veranderd. Universiteiten worden gerund als bedrijven, met als gevolg een overdaad aan persvoorlichters en communicatiemedewerkers. Een onafhankelijk blad is voor velen dan een doorn in het oog.'

Zelf heeft Jansen weinig te vrezen. Karel van der Toorn, voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, laat zich enkel positief uit over zijn Folia. Voor redacties die niet in die gelukkige positie zitten heeft Jansen nog wel een advies. 'Zorg ervoor dat je een sterke achterban hebt en op tijd aan de juiste lijntjes kunt trekken. Ik heb Robbert Dijkgraaf en Edgar du Perron in mijn bestuur zitten, die genieten wereldwijde bekendheid en zijn bereid in de bres te springen voor Folia.'

Jansen lijkt toch waakzaam. 'Ik zei laatstelijk op een congres dat als we zo doorgaan, over vijf jaar alle onafhankelijke universiteitsmedia zijn verdwenen. Heel veel bladen lopen nog achter op hun doelgroep en zijn daarom een gemakkelijk slachtoffer. Als je te afwachtend bent, ben je de lul. Je moet laten zien waar je mee bezig bent en studenten daarbij betrekken. Dat is de enige manier om te overleven.'

Lees hier deel 2 en 3 van deze leadstory.

 

Henk Strikkers

Van papier naar pixel (3)

‘De belangrijkste reden dat er juist nu veel digitaliseringsprojecten worden ondernomen is omdat het nu kan,’ stelt Marieke van Delft, conservator oude drukken in de Koninklijke Bibliotheek (KB) Den Haag. ‘Daarnaast maak je teksten beschikbaar voor een groter publiek.’ Deze twee redenen zijn zwaarwegender dan het aspect van preservering, zegt Van Delft. Het bewaren van teksten is wel belangrijk voor bepaalde negentiende-eeuwse werken, waarvan het papier snel verkruimelt. Van Delft: ‘we bewaren wel altijd het origineel. Voor kwetsbare werken is het echter beter als ze digitaal worden ingezien, om verdere schade te voorkomen.’

De KB besteedt het scannen van de boeken uit. Ook onderneemt ze grote samenwerkingsprojecten rond boeken uit bepaalde literaire periodes. ‘Onlangs hebben we een door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gefinancierd project gedaan samen met de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Leiden. Dit heette Early Dutch Books Online en hierbij werden werken tussen 1780 en 1800 gescand.’ Op 26 mei wordt de website daarvan gelanceerd. Ook gaat de KB samen met Google boeken uit de achttiende en negentiende eeuw scannen. Als deze teksten worden volledig doorzoekbaar online. Het Engels/Amerikaanse bedrijf ProQuest gaat de Nederlandse drukken tot 1700 digitaliseren.

In de KB worden volgens Van Delft geen waardevolle werken kapot gesneden. Wel worden boeken die ontbonden moeten worden voor restauratie in delen gescand. ‘Cultureel erfgoed wordt erg voorzichtig behandeld. Het boek gaat in een soort ‘wieg’ en dan worden één voor één de pagina’s omgeslagen.’ ‘Ik heb altijd gezegd dat het boek als materieel object zal blijven bestaan, maar ik zie op dit moment veel ontwikkelingen waardoor ik twijfel. Misschien worden er over 100 jaar geen nieuwe boeken meer op papier gemaakt, maar de oude collectie blijft.’ Van Delft denkt dat het bestaan van het boek sterk afhangt van de ontwikkeling van de iPad en dergelijke apparaten. ‘Het digitale boek zal een steeds grotere component van de markt in gaan nemen.’

 

Jozien

Studenten zonder rechten (3)

Eerder hoorden wij al vice-decaan Henny Sackers en enkele studentleden van de opleidingscommissie van de Rechtenfaculteit over een 'verschrikkelijk onsympathieke' beleidsmaatregel. Eergisteren ging de andere vice-decaan, Steven Bartels, tijdens een college in op de 'studiesuccesregeling'. Teneinde de regeling te verdedigen trok hij een vergelijking met het bedrijfsleven. Als een werknemer over een opdracht langer dan twee jaar doet waar eigenlijk maar een jaar voor staat, zou hij die werknemer ook ontslaan. De bachelorstudenten in de zaal konden zich er niet in vinden. Een student was erg verbolgen over het feit dat Bartels alleen de maatregel verdedigde en vervolgens de discussie afkapte door met het college door te gaan. Hij verliet de collegezaal, onder luid applaus van zijn medestudenten. De vertegenwoordiging van de studenten, de Facultaire Studentenraad (FSR) van Rechten, bleef tot nu toe akelig stil over de maatregelen. We vroeger Annick Overkamp, voorzitter van de FSR, hoe zij tegenover de beleidsverandering staat.

Is de FSR tegen deze maatregel? 'We hadden liever gezien dat het bestuur een jaar had gewacht, zodat het Bindend Studieadvies (BSA) kon worden geëvalueerd. Aan de andere kant snap ik het wel, het is goed voor de student dat ze dit nu doorpakken. Het bestuur was bang voor een post BSA-dip, dat wil zeggen dat studenten veertig studiepunten halen en vervolgens niks meer uitvoeren. We waren tegen de maatregel zoals hij nu is ingevoerd, maar met de 60/40 stemverhouding hadden we niet veel keus.'

Wat heeft de FSR ondernomen om de maatregel tegen te houden? 'Uiteindelijk is het niet meer ter stemming gebracht, omdat het bestuur toch wel wist dat we tegen waren. We hebben wel een aantal voorwaarden gesteld, die het bestuur zo ongeveer heeft toegezegd. Het faculteitsbestuur heeft sowieso een probleem als ze dit nu bij de voorlichtingen in april gebruiken en de wijziging van de Onderwijs en Examenregeling (OER) vervolgens wordt tegenhouden.'

Is daar de stemverhouding dan anders? 'Nee, dat niet, maar de bezwaren die wij hadden werden gedeeld door de Onderdeelcommissie (OC), het medezeggenschapsorgaan van de medewerkers. Zij stemden echter wel in met de bestuursnotitie. Samen kunnen we onze voorwaarden afdwingen bij het bestuur, als de wijziging van de OER ter stemming komt.'

Heb je het idee dat het bestuur waarde hecht aan jullie mening? 'Er wordt wel goed naar ons geluisterd, maar het faculteitsbestuur trekt toch vaak haar eigen plan. Ik zou liever zien dat de stemverhoudingen naar 50/50 gaan. Dit probleem speelt echter niet alleen op de Rechtenfaculteit.'

Je stelde het niet op prijs dat enkele leden van de opleidingscommissie spraken met ANS. Waarom niet? 'We moeten eerst afwachten hoe de OER er uit gaat zien. De maatregel moet zorgen voor een betere en snellere doorstroming, daar is niks mis mee. Nu is iedereen meteen heel negatief. Er wordt onnodig onrust gezaaid.'

 

pieter.hengst

Studenten zonder rechten (2)

De maatregelen die bij de rechtenfaculteit worden doorgevoerd zijn vastgelegd in een beleidsnotitie getiteld ‘Verbetering Studiesucces’. Deze is opgesteld door vice-decaan Henny Sackers. Hij geeft uitleg over de aangenomen beleidsnotitie.

Waarom zijn deze maatregelen aangenomen? 'In Nijmegen studeren studenten wat langer dan in andere steden. Dat bleek uit een nogal negatieve uitslag van de laatste onderwijsvisitatie. Hoewel we beseften dat er iets moest veranderen, zetten we er geen vaart achter, omdat van de Nijmeegse rechtenstudenten uiteindelijk 80 procent afstudeert. Ook bleek dat ze veel sneller een baan krijgen dan vergelijkbare rechtenstudenten uit andere steden. Met de langstudeerregeling en de toegenomen studiekosten kwam het echter allemaal in een stroomversnelling terecht. 4 januari werden ik en de decaan bij de rector op het matje geroepen met de vraag wat ons plan was. Dit was het resultaat.'

Heel zorgvuldig zit de beleidsnotitie niet in elkaar... 'Ik geef ruiterlijk toe dat het niet het meest zorgvuldig in elkaar gedraaide document is. Maar dat krijg je als je niet heel lang de tijd hebt. We zijn door het CvB onder druk gezet zo snel mogelijk een oplossing aan te dragen voor het dreigende financiële tekort.'

Want de Rechtenfaculteit was tot voor kort een behoorlijke melkkoe van het bestuur. Onderwijs geven kost niet veel maar levert verhoudingsgewijs veel op. 'Dat heb ik mensen horen zeggen ja. De faculteit heeft de universiteit altijd veel geld opgeleverd, maar dat dreigt nu om te slaan naar het tegenovergestelde.'

Hoe zit het met de bachelorstudies die nominaal vier jaar duren? Wordt daarvoor een uitzondering gemaakt? 'Daar moeten we nog heel goed naar kijken, maar zoals het er nu naar uitziet wordt er geen uitzondering gemaakt. Ook voor hun geldt de wettelijke maximale studieduur van vier jaar voor een bachelor.'

Maar de universiteit hoeft geen boete te betalen, alleen de student. Waarom dan toch deze strenge maatregelen? 'Nu de boete voor universiteiten door de Raad van State is tegengehouden vermoeden wij dat Zijlstra een andere manier zal zoeken om de universiteit te beboeten voor langstudeerders. Hij moet immers 350 miljoen bezuinigen en als het niet rechtsom lukt, doet hij het linksom, met bijvoorbeeld minder beloning voor een behaald diploma als de student te lang heeft gestudeerd. Met de vreselijke onsympathieke maatregel die we nu hebben ingevoerd, anticiperen we op mogelijk toekomstig regeringsbeleid.'

Hoe zit het met de huidige studenten? 'De maatregelen zullen niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd. Zijlstra mag dat dan misschien doen, wij vinden dat niet netjes.'

 

pieter.hengst