Begeleidt de RU de ondernemende student? (3)

Woensdag en donderdag werden de eerste twee delen uit het drieluik over de RU-begeleiding van studenten, die een eigen bedrijf opstarten, online geplaatst. Vandaag volgt het derde deel, de conclusie.

De Faculteiten der Managementwetenschappen, Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica en Letteren konden ons, zij het niet via de decaan, op de hoogte stellen van de begeleiding die zij aanbieden. De Faculteit der Sociale Wetenschappen geeft toe helemaal niet te doen aan begeleiding, aldus Robin Kayser, coördinator Internationalisering van die faculteit. Ze is echter wél de enige faculteit die ons naar de website over de begeleiding, die de RU centraal aan ondernemende studenten aanbiedt, kon verwijzen.

Wat blijkt? De RU heeft een relatief goede website opgezet voor ondernemende studenten onder de ambitieuze naam Mercator. Trainingen en workshops worden aangeboden, tips worden gegeven en studentbedrijven kunnen zelfs geholpen worden bij het zoeken naar huisvesting. Wie had dat gedacht? Ook de RU heeft een online tehuis voor de bedrijvige student.

Toch is er voldoende ruimte voor punten van kritiek. Het is tekenend voor de situatie op de RU dat bijna geen enkele decaan ons zelf kan vertellen welke initiatieven precies ontplooid worden om ondernemende studenten vooruit te helpen. Bovendien is slechts één persoon, niet eens een decaan, in staat om ons te wijzen op het Mercator-intiatief, dat verrassend uitgebreid blijkt te zijn. De decanen zijn dus onvoldoende uitgerust om ondernemende studenten met vragen te kunnen helpen, waardoor het gevaar bestaat dat zij van het kastje naar de muur worden gestuurd. Dit is zonde, omdat er wél een goede website online staat, die op vele vragen al een antwoord kan geven.

Aan goede wil lijkt het de Nijmeegse universiteit dus allerminst te ontbreken, want uiteenlopende activiteiten worden ontplooid. Hoewel de RU wel achterloopt bij een universiteit als de UT, kan allerminst worden gesteld dat er niets gebeurt. Het probleem is dat er te weinig mensen van deze activiteiten op de hoogte zijn. De communicatie zou een stuk beter moeten verlopen. Daar zou de bedrijvige student uiteindelijk bij gebaat zijn.

 

Martini

Begeleidt de RU de ondernemende student? (2)

In het eerste deel van dit drieluik is ingegaan op de begeleiding van de Universiteit Twente (UT) van haar ondernemende studenten. Slechts weinigen van hun RU-equivalenten lijken te weten dat de Nijmeegse universiteit ook initiatieven voor hen ontplooit. Wij vroegen de decanen van verschillende faculteiten hoe hun studenten worden geholpen bij het opstarten van hun eigen bedrijfjes.

Vooral de Faculteit der Managementwetenschappen en de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) lijken zich nadrukkelijk met de begeleiding van hun ondernemende studenten bezig te houden. Op de managementfaculteit worden twee keuzevakken in het bachelortraject aangeboden, waarin wordt ingegaan op de problematiek voor startende ondernemers. Opvallend is dat de decaan van de faculteit, Hans Mastop, ons niet kon vertellen of er systematisch voorlichting wordt gegeven aan studenten die hun eigen bedrijf willen opstarten. Hij verwees ons door naar Ward Kelder, Hoofd van het Onderwijscentrum, die ons op het bestaan van deze cursussen wees.

Stan Gielen, kersverse decaan van de Faculteit der FNWI, was duidelijk: ‘FNWI doet al wel wat, maar dat is onvoldoende. Daarom zijn we zeer recent gestart met het opbouwen van een structurele samenwerking met een aantal bedrijven.’ Omdat Gielen pas sinds 1 september als decaan actief is, kon hij ons nog niet gedetailleerder inlichten over de nieuwe initiatieven.

Ook de Faculteit der Letteren zegt weinig aan begeleiding te doen. Decaan Paul Sars liet stagecoördinator Clemens Wijlens op onze e-mail reageren. Wijlens vertelt dat ondernemerschap af en toe in de stageminor aan de orde komt, omdat hij in staat zou zijn studenten te informeren over wat er komt kijken bij het starten van het eigen bedrijf. Ten slotte kunnen bijna-afgestudeerden in individuele loopbaangesprekken geïnformeerd worden over het ondernemerschap. Of dit voldoende is, blijft echter de vraag. Met de stageminor wordt immers slechts een beperkt aantal van de ondernemende studenten bereikt. Bovendien wordt een deelnemer aan deze minor niet vooraf erover ingelicht dat ook over het opstarten van een eigen bedrijf wordt gesproken.

Voor andere vormen van begeleiding en de conclusie, kijk morgen op ANS-Online.

 

Martini

Begeleidt de RU de ondernemende student? (1)

Het gros van de studenten laat zich momenteel opleiden tot werknemer. Fout, aldus het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De student zou juist gestimuleerd moeten worden te ondernemen, omdat dat bijdraagt ‘aan een sterke samenleving, die in staat is mee te bewegen met de veranderingen in de maatschappij en aan een kenniseconomie die behoort tot de wereldtop.’ Mede daarom worden onderwijsinstellingen sinds 2007 sterk gestimuleerd om studenten voor te lichten over het beginnen van hun eigen bedrijf. Afgelopen zomer bleek uit onderzoek dat de ondernemende student, al dan niet door die voorlichting, sterk in opmars is. Belangenbehartiger MKB stelt echter dat de begeleiding voor de ondernemende student nog steeds tekort komt. Slechts op technische universiteiten zouden studenten écht gestimuleerd worden om een eigen bedrijf te beginnen.

De technisch getinte Universiteit Twente (UT) staat bekend om haar begeleiding van ondernemende studenten en presenteert zich graag als de ‘ondernemende universiteit’. De instelling ontplooide vanuit dit oogpunt verschillende initiatieven. Zo werd een samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven opgestart onder de naam ‘Kennispark Twente’. Om studenten nog verder te stimuleren, opende de UT de website Student-Ondernemer. Deze site geeft tips aan studerende ondernemers, en vormt voor hen een bruikbare basis van informatie. Op die wijze kan ondernemersvuur in de bedrijvige student worden aangewakkerd.

Overigens is ook het beleid van de Twentse universiteit niet zaligmakend, hoewel de universiteit cijfermatig de meeste studentondernemingen zou herbergen. De Student-Ondernemer site geeft aan dat de ‘Studentenondernemersdag’ in 2010 afgelast is wegens een tekort aan belangstelling. Daarnaast is te lezen dat veel student-ondernemers simpelweg onbekend zijn bij de universiteit. Hoewel zij deze studenten wel oproept om zich te melden - ze zegt immers wel graag te begeleiden - rijst de vraag in hoeverre deze situatie toepasselijk zou moeten zijn op dé 'ondernemende universiteit' van Nederland. Hoe hoog is het wassen-neusgehalte van dit zelfbepaalde imago?

Hoe het ook zij, de UT doet haar best om tenminste de schijn te wekken zich zeer betrokken te voelen met haar ondernemende studenten. De vraag werpt zich op of ook de RU-student vanuit de universiteit begeleid wordt bij het opstarten van zijn eigen bedrijf. De RU presenteert zich immers niet zozeer als ‘ondernemend’ en slechts weinig studenten lijken af te weten van Nijmeegse initiatieven, hoewel die zeker wél ontplooid worden.

Over de begeleiding van de RU kan in het vervolg van dit artikel gelezen worden, dat donderdag op ANS-Online verschijnt.

 

Martini

Medezeggenschap of meepraten?

Over een paar weken zijn de digitale stemhokjes weer geopend. Alle studenten aan de Radboud Universiteit kunnen bepalen wie er het komende jaar in de Facultaire Studentenraad (FSR) en de Universitaire Studentenraad (USR) zullen zetelen. Samen met vertegenwoordigers van het personeel vormen de verkozen studenten de Facultaire Gezamenlijke Vergadering (FGV) en de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV).

Jarenlang was er binnen deze vergaderingen een gelijke stemverdeling van studenten en personeel. In 1997 is er echter 40-60-verhouding ingevoerd ten behoeve van het wetenschappelijk personeel. Onder decanen leefde de angst dat bij een 50-50-verdeling studenten en ondersteunend personeel de stem van de wetenschappers zouden verdringen. Deze aanpassing is mogelijk doordat de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek voor universiteiten met een religieuze signatuur expliciet een uitzondering maakt op de wettelijk vastgelegde pariteit van stemmen. In tegenstelling tot rijksuniversiteiten kan de RU de student-vertegenwoordigers dus praktisch buitenspel zetten. Coen Pouls, voorzitter van de FSR van de Letterenfaculteit: ‘Hoewel ik de 50-50 verdeling het afgelopen jaar niet als probleem heb ervaren, vind ik het belachelijk dat er kennelijk vanwege het bijzondere karakter van deze universiteit een andere verdeling is.’

De scheve stemverhouding heeft in de afgelopen dertien jaar nog nooit tot serieuze strubbelingen geleid in de praktijk. Ook Coen heeft dit jaar nimmer lijnrecht tegenover de medewerkers gestaan. Dat komt doordat medewerkers en studenten vaak samen optreden tegen het bestuur. ‘We willen beiden het beste voor de universiteit. Toch hebben de medewerkers meer eigenbelang. Studenten hebben over een paar jaar niets meer te maken met de universiteit, terwijl medewerkers er waarschijnlijk blijven werken.’

Het college van bestuur (CvB) beaamt de goede samenwerking tussen medewerkers en studenten. Woordvoerder Willem Hooglugt verwijst naar een onderzoek dat het onafhankelijk onderwijsadviesbureau IOWO in 2007 verrichte. ‘Daaruit bleek dat de FGV’s goed functioneerden, ook met de 40-60-regeling. Daarmee was het bezwaar dat de studenten maakten tegen de stemverdeling van tafel.’ Dat is echter buiten Bob van Dijk, voorzitter van de USR, gerekend. Hij is nog steeds een felle voorstander van een gelijktrekking binnen de FGV’s. Zo vindt hij het vreemd dat medewerkers meer in de melk te brokkelen hebben, terwijl onderwerpen worden besproken die beide partijen evenveel aangaan. ‘Mijn belangrijkste argument is echter dat de huidige stemverhouding het bij de faculteiten afdwingt dat de studenten volledig afhankelijk zijn van de medewerkers. Ze hebben in principe altijd een vetorecht.’

Henk de Jager, lid van de Ondernemingsraad (OR) en de UGV, betwist die belangrijke positie. ‘Wetenschappers zijn ook afhankelijk van het ondersteunend personeel. Het komt regelmatig voor dat laatstgenoemden zich aan de kant van de studenten scharen. Dan worden wij overruled.’ Toch ziet De Jager geen beren op de weg naar een 50-50-verhouding: ‘In de UGV bestaat een gelijke stemverdeling en dat werkt goed. Ik zou niet weten waarom dat binnen de FGV’s niet zou kunnen werken.’

Hoewel het CvB het wetenschappelijk personeel tracht te beschermen, denkt deze partij geen bescherming nodig te hebben. De studentenvertegenwoordiging zou deze constructie erg graag tot het verleden laten behoren, maar ziet er nu geen directe aanleiding voor, wat tot een alom geaccepteerde status quo leidt. Daar kan volgend jaar echter verandering in komen wanneer de ingrijpende rendementsmaatregelen worden besproken. Toch houdt het CvB voet bij stuk en blijft het optimaal gebruik maken van de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Ondanks het protest van de USR in 2007 tegen de 40-60-regeling, is er niets veranderd. 'Het college blijft bij het standpunt dat deze stemverdeling goed werkt. Uit het feit dat hieraan sindsdien niet is getornd, valt te concluderen dat in de praktijk geen problemen ontstaan,' aldus Hooglugt.

Tekst: Henk Strikkers en Eva-Marijn de Vries

 

Henk Strikkers