Nijmegen Rock City? (3)

Gehuld in leren skinnyjeans, met een fles Jack Daniels’ achter de kiezen en een luchtgitaar in de hand de haren losgooien, is dat typisch Nijmeegs? De Keizerstad heeft mede dankzij het succes van ‘Nijmeegse’ bands als De Staat en Go Back To The Zoo het imago verworven als broeiplaats van rockmuziek. Waar is dit stenen fundament te vinden, hoe was dit in het verleden en wat heeft de Radboudiaan hiermee te maken? In het derde deel van deze leadstory worden rockende studenten bestudeerd.

‘Rock is niet meer hip, er gebeurt nog maar weinig in het genre.’ Beau Louisse, lid van de Studenten Programmerings Commissie vat bijzonder kernachtig de mening samen die de meeste studenten is toegedaan, collega Martijn Snelders knikt instemmend. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de muzikale programmering van Cultuur op de Campus (CodC). Eenieder die donderdagnacht door Nijmegen drentelt zal het ook zijn opgevallen: rock is uit het straatbeeld onder studenten verdwenen. Megahits van Nirvana zijn slechts bekend als houseremix terwijl Satisfaction meer met tieten en gereedschap dan met gitaren te maken lijkt te hebben.

Dat neemt niet weg dat er af en toe gitaarmuziek over de RU schalt. Vanuit CodC worden vaak opkomende talenten geprogrammeerd in het Cultuurcafé. Snelders: 'We proberen natuurlijk rekening te houden met de smaak aan de universiteit, daarom spelen er relatief vaak bands die 3FM draait.' Daarnaast geeft de organisatie sinds 2005 jaarlijks de kans aan studenten om zelf de bühne te betreden door middel van bandwedstrijd Kaf en Koren, volgens Snelders zijn de meeste deelnemers rockbands. Vanavond vindt de finale plaats in Doornroosje met The Hubschrauber, The Embrassibles, The Liquid Machine en The Low Tide. De kwaliteit is soms ietwat variabel, wel stonden in het verleden succesvolle acts als Roosbeef (lees het recente interview met haar hier) en With Ice (inmiddels omgedoopt tot Krach) in de finale.

Vroeger was de Radboudiaan rockgezinder dan nu. In de Villa van Schaeck, toen nog de Villa Blanca, huisde slechts één vereniging: Diogenes. In 1957 was het ontstaan als tegenhanger van de hiërarchische studentenverenigingen en het groeide uit tot een enorme culturele organisatie. Deze groep studenten heeft festival de-Affaire (het gratis festival vol alternatieve muziek tijdens de Nijmeegse Vierdaagse) en Oranjepop opgezet, tussendoor programmeerde zij legendes als The Police, Herman Brood en The Cure. Het succes was niet alleen toe te schrijven aan de tijdsgeest, maar ook aan de openingstijden. De meeste uitgaansgelegenheden moesten voor 02:00u sluiten, terwijl zij hun deuren open mochten houden. Op een gegeven moment veranderde dit en stroomde 'de Dio' langzaam leeg, waardoor zij in 2005 faillisement aanvroegen. Sindsdien houden sommige studentenorganisaties (zoals Karpe Noktem) zich nog wel expliciet bezig met de programmering van rockmuziek, maar op zulke grote schaal als Diogenes is dat niet meer gelukt.

In de vorige delen van deze serie zijn de rockkrochten en de huidige Nijmeegse muziekscene aan bod gekomen, in het slot duiken we dieper in het verleden met Jozzy Rubenski, zanger/gitarist van The Bips, een van oudste Nijmeegse punkbands.

 

Joeripisrat

Nijmegen Rock City? (2)

Gehuld in leren skinnyjeans, met een fles Jack Daniels’ achter de kiezen en een luchtgitaar in de hand de haren losgooien, is dat typisch Nijmeegs? De Keizerstad heeft mede dankzij het succes van ‘Nijmeegse’ bands als De Staat en Go Back To The Zoo het imago verworven als broeiplaats van rockmuziek. Waar is dit stenen fundament te vinden, hoe was dit in het verleden en wat heeft de Radboudiaan hiermee te maken? In het tweede deel van deze leadstory licht Jord Jansen het initiatief Nijmegen Rock City toe.

Eigenlijk was het als dronken grap begonnen. Jord Jansen, frontman van Bandito en voorzitter van Nijmegen Rock City, ondervond dat bands regelmatig elkaars optredens buiten de regio bezochten. ‘Het bleek dat de Nijmeegse scene zeer vriendschappelijk was. Omdat we dronken waren besloten we Nijmegen Rock City-shirts te maken en aan vrienden te geven, puur voor de gein. Binnen een week ontvingen we vijftig aanvragen voor zo’n shirt, daarom organiseerden wij een release party. Het Eindhovens Dagblad kreeg er lucht van, zo begon het balletje vanzelf te rollen. Blijkbaar hadden we toen iets opgericht.’

De titel van de organisatie suggereert dat Nijmegen de kroon heeft overgenomen van Eindhoven Rock City. In feite is het weinig meer dan een koepel van Nijmeegse bands. Grote acts als De Staat, Automatic Sam, Shaking Godspeed en Black Bottle Riot worden vaandeldragers genoemd, zij die de stad nationaal op de kaart hebben gezet. Daaronder bevindt zich een enorme hoeveelheid minder bekende bands. Zelfs zijdelings aan rock geaffilieerde muziek is welkom, zo is er tussen de massa stonerrockbands ook britpop, americana en orgelrock te vinden.

Jord Jansen is naast voorzitter van Nijmegen Rock City de frontman van Bandito. In bovenstaande film is hij de schreeuwende rode vlek.

Het initiatief bestaat ruim drie jaar en organiseert een scala aan activiteiten. Door middel van eigen festivals, Rock Royale op het Koningsplein en Ramblin' Rose in Doornroosje, wordt aan lokale rocksterren een centraal podium geboden. Daarnaast tracht Nijmegen Rock City een hechte sfeer te creëren door middel van sociale activiteiten als bowlen. Jansen: 'Er wordt heel erg veel samen gewerkt. Veel bands zijn bevriend met elkaar en komen bij elkaar over de vloer. Ze gunnen elkaar de hele wereld.'

Bij het opzetten van een willekeurige plaat van Nijmeegse komaf is dat te horen. Zo hielp de zanger van De Staat mee met het debuut van Krach en blaast de saxofonist van Dead Neanderthals een riedel op de cd van Automatic Sam. 'Er heerst geen enkele jaloezie naar elkaar.' Dat geldt niet alleen voor gevestigde namen. 'Ik merk zelfs onder de nieuwere bands, die bijvoorbeeld hebben meegedaan aan de Roos van Nijmegen, dat ze elkaar aan nieuwe shows helpen door elkaar mee te nemen. Dat is fantastisch, het is dan ook de enige manier om als sterke scene overeind te blijven.'

In het vorige deel van deze serie zijn de rockkrochten en metalhollen aan bod gekomen, morgen bespreken we het studentikoze aandeel in Nijmeegse herrie.

 

Joeripisrat

Nijmegen Rock City? (1)

Gehuld in leren skinnyjeans, met een fles Jack Daniels’ achter de kiezen en een luchtgitaar in de hand de haren losgooien, is dat typisch Nijmeegs? De Keizerstad heeft mede dankzij het succes van ‘Nijmeegse’ bands als De Staat en Go Back To The Zoo het imago verworven als broeiplaats van rockmuziek. Waar is dit stenen fundament te vinden, hoe was dit in het verleden en wat heeft de Radboudiaan hiermee te maken? In het eerste deel van deze leadstory worden de schuilplaatsen van herrie blootgelegd.

De student die de ANWB raadpleegt voor alles buiten de Molenstraat zal vast schrikken, maar op het gebied van rockmuziek is er in Nijmegen buitengewoon veel te beleven. Uiteraard is er concertzaal Doornroosje, waar geregeld grote acts als The Devil’s Blood zich hullen in varkensbloed terwijl zij tot Satan bidden. Daarnaast zijn er allerlei kroegen die live rockmuziek bieden. Muziekcafé Merleyn is het jongere broertje van Doornroosje, met dezelfde programmeur die kleinere, maar nog steeds internationale namen boekt. Cafés Dollar$ en Weerlicht zijn laagdrempeliger, bijna dagelijks staat een klootje musici te spelen, veelal vertolken zij uitgemolken covers.

Rouwdouwers zullen daar minder snel aan hun trekken komen, hen kan je vinden in Kollektief Kafé Bijstand of metalhol Backstage. Soms fungeren deze als podium voor illustere namen waaronder The Sin Committee en Bloody Remains, meestal zijn het gewoon kroegjes waar oude herrie wordt gedraaid en goedkoop bier en wodka worden gedronken. Regelmatiger in de programmering is oud-kraakpand De Onderbroek. Bijna wekelijks kan men aldaar genieten van punk, bijna net zo vaak dansen alternatieve krakers op minder alternatieve klassiekers van ABBA en Kinderen voor Kinderen tijdens feesten als String Swing.

The Fantastic Journey Of The Underground Man was de eerste single van De Staat. Het nummer is vernoemd naar een uitgaansgelegenheid in de Molenstraat. Lees hier het ANS-interview met De Staat ten tijde van deze hit.

Populairder onder Radboudianen is NDRGRND, de enige studentikoze tent in de Molenstraat waar veelvuldig gitaarmuziek uit de boxen schalt. Minder goed bezocht dan hun dansavonden zijn de wekelijkse concerten, terwijl zij gratis kwaliteit bieden: lokale helden wisselen nationaal erkende bands als Hospital Bombers en Woost af. Niet voor niets heeft De Staat er hun eerste hit aan gewijd.

De Nijmeegse voorliefde voor rockmuziek is ook terug te vinden in de wildgroei aan drukbezochte festivals. Onlangs vond in Park Brakkenstein, praktisch naast de RU, het FortaRock festival plaats. Bands met een bijna legendarische status als Slayer en Machine Head sierden het affiche. Nog massalere festivals (Rockin' Park en de-Affaire) zijn aanstaande terwijl kleinschaligere evenementen (Plufest, Oranjepop en het Bevrijdingsfestival) inmiddels achter de rug zijn. Net als de kroegen verschillen deze festivals zeer veel in grootte en opzet, maar ze kennen één gemene deler. Gitaarmuziek viert overduidelijk haar hoogtijdagen in Nijmegen.

De plekken zijn slechts één kant van de medaille, het Nijmeegse bandcircuit vormt de andere, minstens zo belangrijke zijde. In het volgende deel van de leadstory wordt de muzikantenscene besproken met Jord Jansen, voorzitter van Nijmegen Rock City.

 

Joeripisrat

Wetenschap of wapen? (3)

Wetenschap is levensgevaarlijk. Onderzoeksresultaten uit bijvoorbeeld de microbiologie zouden in verkeerde handen kunnen vallen en worden gebruikt voor bioterreur. Moeten we alles op alles zetten om dit te voorkomen of komt dan de wetenschappelijke vrijheid in het geding? Vandaag het derde en laatste deel.

Ineke Malsch, gepromoveerd op ethiek en nanotechnologie aan de RU, heeft een eigen bedrijf waarmee ze bedrijven en onderzoekscentra adviseert rond ethische kwesties. De nanotechnologie is, net als de virologie, een onderzoeksveld waar risico's mee gepaard gaan. De wapenindustrie is immers geïnteresseerd in ontwikkelingen op dit gebied. In het uit 2010 stammend rapport Nanotechnologie, vrede en veiligheid gaf Malsch een advies betreffende biosecurity. Zij concludeerde net als Van Vloten-Doting dat onderzoekers bewustzijn over het onderwerp moeten creëren, maar ook dat 'verveiliging' tegengegaan moet worden.

Deze verveiliging is een proces waar volgens Malsch heel voorzichtig mee omgegaan moet worden. Te strikte regelgeving heeft immers invloed op de academische vrijheid van wetenschappers. Malsch: ‘Uiteindelijk komen innovaties in het onderzoeksveld op het spel te staan.’ Wel zijn de gevaren van onderzoek dusdanig dat alle wetenschappers en studenten zich bewust moeten zijn van de risico's van de wetenschappelijke praktijk.

Volgens Malsch is het oneerlijk alle verantwoordelijkheid in de schoenen van de wetenschappers te schuiven. ‘De overheid zegt nu dat wetenschappers meer aandacht moeten besteden aan biosecurity, maar vergeet de hand in eigen boezem te steken. Als zij zich vorig jaar hard had gemaakt voor een wereldwijde organisatie die het verbod op biologische wapens controleert, was een groot deel van het probleem al opgelost.’ Daarnaast valt een deel van de verantwoordelijkheid onder andere werkterreinen. Een voorbeeld hiervan zijn redacties van wetenschappelijke tijdschriften moeten. Zij moeten nagaan wat de risico’s zijn van het te publiceren onderzoek.

Uiteindelijk is het bewustzijn dan ook de belangrijkste ontwikkeling die het griepvirusonderzoek van Ron Fouchier in gang heeft gezet. Na een publicatiestop van 60 dagen en een wetenschapsconferentie in Geneve werd besloten het onderzoek alsnog te publiceren in Science, waardoor de soap afgesloten is. Althans, niet voordat staatssecretaris Bleker ook zijn zegje heeft kunnen doen. Waarschijnlijk gaat de publicatie echter door en blijft de wetenschappelijke vrijheid onbeschadigd. De discussie heeft wel bereikt dat de samenleving het signaal kon afgeven dat ze bezorgd is, waardoor wetenschappers weer eens met de neus op de gevaarlijke feiten zijn gedrukt.

In de eerdere delen van de leadstory werd het verhaal van Fouchier verteld en lichtte Lous van Vloten-Doting de gedragscode biosecurity toe. Deze lees je hier en hier.

 

Mickey

Wetenschap of wapen? (2)

Wetenschap is levensgevaarlijk. Onderzoeksresultaten uit bijvoorbeeld de microbiologie zouden in verkeerde handen kunnen vallen en worden gebruikt voor bioterreur. Moeten we alles op alles zetten om dit te voorkomen of komt dan de wetenschappelijke vrijheid in het geding? In dit deel van deze leadstory wordt uit de doeken gedaan hoe de wetenschappelijke wereld omgaat met reguleringen omtrent biosecurity.

Woensdag belichtte de leadstory de discussie die oplaaide naar aanleiding van het virusonderzoek van Ron Fouchier. Stemmen gingen op om de resultaten van het onderzoek uit veiligheidsoverwegingen niet te publiceren, omdat die zouden lezen als een handleiding voor het maken van besmettelijke virussen. Hoe wordt bepaald of onderzoek wel of niet mag worden gepubliceerd? En staan wetenschappers zelf voldoende stil bij de mogelijke gevaren van hun onderzoek?

Aan het gevaar van bioterreur werd in Nederland de afgelopen tien jaar veel aandacht besteed, een gevolg van de aanslagen op het WTC en de Antraxbrieven. Als een van de eerste landen werd hier tussen 2003 en 2007 in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een 'gedragscode voor biosecurity' geschreven, een rapport waarin een tiental gedragsregels staat opgesteld. Deze kwamen tot stand na raadpleging van bestaande regelgeving en in overleg met mensen uit het onderzoeksveld. Belangrijkste aanbeveling: Iedereen die verantwoordelijkheid draagt in de betreffende wetenschapsvelden moet zich tijdens het werk bewust zijn van mogelijke misbruik van de resultaten en het materiaal van hun onderzoek.

Lous van Vloten-Doting is oud-voorzitter van de commissie die de code heeft opgesteld. Ze is zich bewust van de beperkingen die de gedragsregels met zich meebrengen. 'Het klopt dat deze regels de vrijheid van wetenschappers enigszins inperken.' Toch vindt ze het onzin dat onderzoekers wetenschap moeten kunnen bedrijven zonder met de mogelijk schadelijke gevolgen rekening te hoeven houden. 'Als iemand werkt met iets dat warm is, wordt hij vanzelf constant aan die hitte herinnerd en is hij zich er elk moment van bewust. Bij potentieel gevaarlijk onderzoek liggen de risico's er minder dik bovenop en is het nodig dat de onderzoeker op een andere manier bewust wordt gemaakt van de gevaren.'

Volgens Van Vloten-Doting moeten bij dit soort onderzoek altijd de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen gevolgd worden. Daarnaast zou je bij studies met een hoog risico maar ook een groot maatschappelijk nut zonodig tijd en geld moeten besteden aan extra beveiligingsmaatregelen. Wanneer de bedreigingen echter veel groter zijn dan de baten, moet je je afvragen of je dit onderzoek wel moet uitvoeren. De moeilijkheid die dit met zich meebrengt, onderkent Van Vloten-Doting, is dat het lastig is om een juiste afweging te maken tussen de risico's en de opbrengsten voor de samenleving. 'Persoonlijk zou ik ervoor pleiten een tweede gedragscode op te stellen, waarin een denkkader wordt uitgewerkt om deze afweging te kunnen maken’, aldus Van Vloten-Doting. ‘Het lijkt me heel belangrijk om hierbij niet alleen wetenschappers, maar ook mensen die getraind zijn in het bestrijden van terrorisme te betrekken.'

In het derde en laatste deel van deze leadstory zal de andere kant van de medaille worden belicht. Waarom is het belangrijk dat ieder onderzoek, ongeacht de consequenties, wordt uitgevoerd en gepubliceerd?

 

Mickey

Wetenschap of wapen? (1)

Wetenschap is levensgevaarlijk. Onderzoeksresultaten uit bijvoorbeeld de microbiologie zouden in verkeerde handen kunnen vallen en worden gebruikt voor bioterreur. Moeten we alles op alles zetten om dit te voorkomen of komt dan de wetenschappelijke vrijheid in het geding? Vandaag het eerste deel van een leadstory over virusvrees en gengevaar.

Het is een duivels dilemma. Bovengenoemde discussie laaide de afgelopen maanden op toen bekend werd dat een Rotterdams onderzoeksteam onder leiding van EUR-hoogleraar Ron Fouchier een nieuwe variant van het vogelgriepvirus had geconstrueerd. De biologen wisten het welbekende H5N1 om te vormen tot een variant die van mens op mens overdraagbaar is.

Dat hier enige onrust over ontstond is begrijpelijk. Het virus zou een fantastisch wapen zijn voor terroristen om met weinig moeite enorme groepen mensen te doden. Bovendien is het een beproefd recept. In 2001, een week na de aanslagen van 9/11, werden brieven met sporen van het zeer giftige antrax verstuurd naar verschillende senatoren en nieuwsmedia in de Verenigde Staten. Dit kostte vijf mensen het leven. Antrax is echter niet besmettelijk. Een nieuwe aanval met het overdraagbare vogelgriepvirus zou apocalyptische gevolgen kunnen hebben. De vogelgriep veroorzaakte sinds 2003 wereldwijd zo'n 500 besmettingen, tweederde van de zieken overleefde het niet. Het Amerikaanse National Science Advisory Board for Biosecurity (NSABB) onderkende de angst voor deze bioterreur en verbood Fouchier zijn onderzoeksresultaten, die zouden lezen als een handleiding voor het maken van een virus, te publiceren in de topbladen Nature en Science.

Dit tot frustratie van de onderzoeker in kwestie. De studie naar het muteren van het virus is volgens hem te belangrijk om niet kenbaar te maken. In De Wereld Draait Door legde hij uit waarom: 'Om te weten of een vogelgriepvirus een pandemie kan veroorzaken, moet je uitvinden of het zich kan muteren tot een overdraagbare soort. In de natuur verandert zo'n virus immers vanzelf.' Aan de hand van het onderzoek van Fouchier zouden fatale natuurlijke mutaties snel kunnen worden herkend en onderzocht. Hierdoor kan bijtijds worden ingegrepen om een pandemie te voorkomen. Fouchier: 'Als het onderzoek meer kwaad kan dan goed, dan moet je het niet publiceren. Wij denken echter dat het meer goed kan dan kwaad.'

Toch valt niet te ontkennen dat er grote risico's aan het onderzoek kleven. Boven op de terrorismedreiging bestaat nog het gevaar dat het virus op een onbewaakt moment uit het Rotterdamse laboratorium ontsnapt en op deze manier een ramp ontketent. Hoe gaan onderzoekers om met de gevaren die veroorzaakt worden door hun bevindingen? In het volgende deel van deze leadstory wordt uit de doeken gedaan welke richtlijnen er op dit gebied bestaan en hoe deze geïmplementeerd worden in de wetenschappelijke werkelijkheid.

 

Mickey

Ongenode gasten (3)

Elke student heeft tegenwoordig wel een laptop, tv en vaak ook nog een spelcomputer op zijn kamer staan: het is een waar walhalla voor inbrekers. Berichten over inbraken lijken steeds vaker voor te komen. Is er op dit moment sprake van een inbraakgolf? Waarom kunnen inbrekers zo gemakkelijk hun slag slaan en wat kun je daar als student aan doen?

In het vorige deel van dit drieluik over inbraken in studentenhuizen kwam politiewoordvoerder van Gelderland-Zuid aan het woord. Hij vertelde dat in deze periode van het jaar het aantal inbraken stijgt en legde uit hoe de criminelen te werk gaan. In het laatste deel van deze leadstory wijzen José Ros van Stichting Studentenhuisvesting Nijmegen (SSHN) en Dick IJzendoorn van Beveiligingstechniek IJzendoorn op zaken waar je op kunt letten om je huis zo inbraakveilig mogelijk te houden.

Ros vertelt dat de SSHN op haar hele woonbestand van 5.400 wooneenheden in 2011 35 inbraken of pogingen tot inbraak heeft gehad. ‘Dat valt dus wel mee’, relativeert ze. Ze legt uit dat wanneer er is ingebroken, de SSHN met de politie in gesprek kan gaan over de inbraakveiligheid en wat daar eventueel aan kan worden gedaan. Dat gebeurt met name wanneer er meerdere malen in eenzelfde complex wordt ingebroken. Ros: ‘Wij informeren de bewoners als er iets mis is. We wijzen de bewoners er met klem op dat ze hun ramen en deuren altijd dicht moeten doen als ze niet in de kamer aanwezig zijn. Of iets inbraakveilig is of niet is vaak afhankelijk van het gedrag van mensen.’ De SSHN-communicatiewoordvoerder beweert dat de huizen van de woningcorporatie goede sloten en ramen hebben. ‘Ze voldoen uiteraard aan de eisen. Daarnaast hebben we een keurmerk dat vergelijkbaar is met het politiekeurmerk Veilig Wonen.’ SSHN-huurders moeten vooral op hun gedrag letten. ‘Als je er niet bent (ook al ga je maar een minuutje naar het toilet) doe dan de boel dicht, zeker als je op de begane grond woont. Loop je je kamer uit, sluit dan het raam. En zorg er vooral voor dat je mensen niet mee naar binnen laat gaan als je het huis binnenstapt. Misschien denk je dat het iemand is die op bezoek komt bij een huisgenoot, maar het kan zomaar een inbreker zijn.’

Woon je niet in een SSHN-huis en moet je als student zelf zorgen voor een veilig huis, kun je voor relatief weinig geld inbrekers voor proberen te zijn, legt Dick IJzendoorn van Beveiligingstechniek IJzendoorn uit. ‘Zorg ervoor dat je huis het politiekeurmerk draagt. Ook kun je voor zo’n 35 euro een extra penslot in de deur plaatsen.’ Zo’n slot wordt boven of onder het hoofdslot geplaatst en fungeert als extra beveiliging. IJzendoorn noemt de zogenaamde ‘CQ-strip’, een metalen plaatje aan de deur dat flipperen onmogelijk maakt, als goedkoopste oplossing. Hoewel deze technische snufjes het de inbreker moeilijk maken zijn slag te slaan, noemt ook IJzendoorn het gedrag van mensen als grootste probleem bij de inbraakveiligheid: 'De meest wijze raad is dus om gewoon je deur op het nachtslot te draaien'.

Wil je weten hoe ANS in het verleden probeerde studentenhuizen binnen te dringen en daarin slaagden? Lees het in de schokkende reportage ‘Pas op voor de Zware Jongens’.