Grijsgedraaid

Redactie

In Haarlem staat de grootste platenfabriek van Europa met klanten uit de hele wereld. Deze wordt weer volop gebruikt om de explosief groeiende vraag naar vinyl bij te kunnen houden. Hoe draaien de zaken in de platenfabriek?

Tekst: Auke van der Veen en Bas van Woerkum
Foto's:
Guusje van den Ouweland

Dit artikel verscheen eerder in de mei-ANS

Op een afgelegen industrieterrein in een buitengebied van Haarlem bevindt zich Europa’s grootste vinylperserij. Wie een kleurrijk hippiegebouw met daarop in grote letters ‘Record Industry’ verwacht, hopend op een impressie van de jaren zeventig, wordt teleurgesteld. Het gebouw is net zo grijs als elk ander complex in de straat en ook werknemers met een jointje in hun hand zal je er niet aantreffen. De elpee beleeft een heuse opleving. De analoge klanken zouden beter zijn dan het digitale geluid en de ervaring levendiger.
De vraag naar elpees is in de afgelopen twee decennia enorm gestegen en de productie in Haarlem is als gevolg daarvan toegenomen van 2 naar 8 miljoen platen per jaar. 60 procent daarvan bestaat uit heruitgaven van klassiekers en 40 procent is nieuw materiaal. Bijna alle bekende Nederlandse artiesten komen tegenwoordig naar Haarlem om hun muziek op vinyl te laten persen. Onder andere Blaudzun, Go Back To The Zoo en Tim Knol zijn vaste gasten. De platenperserij gaat door waar muziekfabrikant Sony het zeventien jaar geleden heeft opgegeven. De elpeemarkt zou ten onder gaan.
Record Industry nam het bedrijf over en werkt nog steeds met dezelfde machinale fossielen, die allemaal stammen uit de hoogtijdagen van de langspeelplaat – de jaren zeventig en tachtig. Bedrijven die de nodige persen, snijmachines en nikkelbaden maken, bestaan namelijk niet meer. Toch werken de machines als een tierelier en worden in de fabriek maandelijks bijna 40 duizend elpees geperst, verpakt en verscheept over de hele wereld. Welke productieprocessen moeten worden doorlopen, voordat je uiteindelijk je plaatje thuis kunt afspelen? ANS neemt een kijkje in de Haarlemse fabriek.

Snijtaferelen
‘We hebben geen geheimen, je mag alles weten’, begint Anouk Rijnders, Sales Manager bij Record Industry, terwijl ze een klein kamertje in de fabriek binnenloopt. Daar zit een man achter een meter breed, met knoppen bedekt paneel. In een vervaagd groen, robuust apparaat naast hem glijdt een dikke, diamanten naald over een plaat gemaakt van acetaat. De snijman zet het digitale signaal van een technonummer magnetisch om in horizontale en verticale trillingen, die diepe groeven in de plaat maken. Acetaat is een materiaal geschikt voor genres als dance, drum ’n bass en techno, omdat de vaak stevige, dreunende basklanken diepere sneden veroorzaken. Het hardere koper wordt gebruikt voor klassieke muziek en rustige pop- en rocknummers. Voor elke zijde moet één mal worden gesneden.

Vader en moeder in bad plaat in bad
Grenzend aan het kleine kamertje bevindt zich de reparatieruimte, waar enkele posters van dames in lingerie de muur bekleden. Nog een deur verder kom je in een grote ruimte. Onmiddellijk valt hier een rij kleine baden op, gevuld met groene of blauwe vloeistof. ‘Hier vindt het chemische gedeelte van het productieproces plaats, een techniek genaamd elektrolyse’, informeert Rijnders. Op de acetaten plaat wordt een zilveren laag aangebracht, die dient als hechtingsmateriaal. Vervolgens wordt de plaat ondergedompeld in het blauw- of groengekleurde bad met kleine balletjes van nikkel. Door de vloeistof in het bad lossen de balletjes op en hechten zich aan de zilveren laag. Rijnders: ‘Hierdoor ontstaat een eerste kopie, een negatief van de originele plaat die wij “de vader” noemen.’ Het origineel en de vader worden van elkaar losgemaakt.
Bij de laatste wordt vervolgens onder een speciale machine gecontroleerd of het midden werkelijk in het midden zit, zodat de nummers goed worden afgespeeld. Dan gaat de vader, op dezelfde manier als het origineel, in het bad. Dat resulteert in een positief: de moeder. Wanneer de moeder heeft gebaad, ontstaat weer een negatief, de matrijs. De vader wordt als back-up gebruikt en de matrijs dient als mal voor het persen van de platen. ‘Een plaat wordt geperst, niet gedrukt’, benadrukt Rijnders. Twee matrijzen zijn nodig voor één plaat. ‘Een matrijs gaat ongeveer acht- tot twaalfhonderd persen mee. Dan is deze versleten en gaan we terug naar de moeder’, deelt ze mee.

Plaatjes persen
‘We zijn nu in de ruimte waar daadwerkelijk de platen worden geperst’, schreeuwt Rijnders om de kakofonie van top-40 hits gecombineerd met oorverdovend lawaai van de machines te overtreffen. De radio in deze ruimte werkt op de grens van zijn kunnen om de werknemers te voorzien van een vrolijk stemmend deuntje, maar prettig is anders. Tientallen persen draaien hier zestien uur per dag om stukjes plastic te veranderen in muziekschijven.
De matrijzen worden op een drukpers geplaatst. Daartussen wordt een bloedheet brokje vinyl gelegd, in elke mogelijke kleur. ‘De pers drukt de plaat onder hoge druk in de juiste vorm’, legt Rijnders uit. Dan komt er meteen een etiket in het midden en de elpee wordt direct in de beschermende hoes geplaatst. In feite kun je de plaat op dat moment al mee naar huis nemen om op je platenspeler te leggen. Het persen is ten opzichte van vroeger niet veranderd. Een streven om de plaat geluidstechnisch te verbeteren, is er niet. ‘We proberen dit proces wel steeds milieuvriendelijker te maken, zo is het lood al verwijderd uit het vinyl’, nuanceert Rijnders.

plaatjespersenbreed
Verpakken, controleren en wegwezen
In de verpakkingsruimte zijn geen mensen te bekennen, op een man met lang wit haar die geniet van zijn boterham en zijn krantje na. ‘De werknemers hier hebben nu pauze, normaal is het niet zo leeg’, laat Rijnders weten. ‘We hebben bestellingen vanuit de hele wereld’, gaat ze verder, ‘van grote productiemaatschappijen zoals Sony en Warner, maar ook van kleinere bandjes.’ Lachend vervolgt ze: ‘Met kleine bestellingen uit Japan gaat het vaak moeizaam, omdat alle communicatie via Google Translate gaat.’ Het ontwerp van de elpeecover wordt aangeleverd en bij Record Industry op karton gedrukt. Wanneer het aantal benodigde platen is geperst, worden deze in de buitenhoezen gestopt. Gedurende het hele proces wordt de kwaliteit gecontroleerd. Daarvoor beluistert een man in een klein hokje elke unieke plaat van begin tot eind. Over de vraag of dit een droombaantje is of niet, valt te twisten.

Nichemarkt
Vinyl is, ondanks de toegenomen populariteit, goed voor slechts vier procent van de fysieke muziekverkoop. ‘Elpees blijven een nichemarkt, het is echt iets voor de liefhebber’, laat Rijnders weten. ‘Veel mensen vinden het geluid prettiger. Dat komt doordat het analoge geluid van een elpee dichter bij het menselijke gehoor ligt.’ Volgens Vincent Meelberg, universitair docent Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit, heeft de voorkeur voor vinyl nog een andere verklaring: ‘Objectief gezien is het geluid slechter dan dat van een cd, het verschil tussen hard en zacht is kleiner en het geluid is daardoor grover en met minder details. Die imperfectie zorgt ervoor dat de subjectieve geluidservaring warmer is.’
Het teruggrijpen naar de langspeelplaat is volgens Meelberg niet alleen te danken aan het geluid, maar ook aan de hele ervaring eromheen: ‘Mensen moesten eerst wennen aan streamingsdiensten en cd’s. Toen dat punt eenmaal was bereikt, misten ze toch iets in de ervaring en grepen ze terug naar oude media. Platen luisteren is een ritueel waar je met je vrienden voor gaat zitten, waarbij je de hoes doorgeeft en samen muziek leert kennen.’ De vraag naar elpees blijft voortzetten. Rijnders denkt dat vinyl een vaste plek zal krijgen naast digitale muziek. ‘Wat ons betreft, zijn platen allang geen hype meer.’