Verkiespijn

Redactie

Deze maand word je doodgegooid met flyers en pamfletten. De studentenverkiezingen staan namelijk weer voor de deur. In hoeverre verschillen de partijen van elkaar en heeft een meerpartijenstelsel in de USR überhaupt zin?

Tekst: Tom Plaum en Tijs Sikma
Illustratie: Rens van Vliet

Dit artikel verscheen eerder in de mei-ANS

Van 18 tot en met 21 mei is het weer tijd voor de studentenverkiezingen. Met een opkomst van 33,8 procent in 2014 lijkt het de studenten nauwelijks te boeien wie hen vertegenwoordigt in de Universitaire Studentenraad (USR) en met het universiteitsbestuur om tafel mag. Sinds de Maagdenhuisbezetting is democratisering van de universiteiten wel een veelbesproken onderwerp. Bovendien meldde De Vrije Student zich onlangs aan het medezeggenschapsfront met de reden dat bestaande partijen asap en AKKUraatd de belangen van de studenten niet goed vertegenwoordigen. Reden genoeg om het nut van de stembusgang eens kritisch onder de loep te nemen.

Spoedcursus medezeggenschap
De USR bestaat uit acht leden die gekozen worden tijdens de universitaire verkiezingen en zes leden die worden benoemd vanuit koepelorganisaties zoals de NSSR, de koepel van de studentensportverenigingen. Naast adviesrecht heeft de USR instemmingsrecht bij specifieke onderwerpen die zijn bepaald door het College van Bestuur (CvB). Op deze onderwerpen stemt de USR samen met de Ondernemingsraad in de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (GV). Pas nadat de leden van de USR intern overeenstemming hebben bereikt, stemmen ze allemaal hetzelfde in de GV. Deze interne vergadering is echter niet openbaar, waardoor je als kiezer in de praktijk niet kunt zien of asap en AKKUraatd daadwerkelijk verschillende punten innemen.

Hetzelfde liedje
Qua inhoud geven zowel Roel Gremmen, fractievoorzitter van asap, als Bas Romeijn, fractielid van AKKUraatd, toe dat er weinig verschil is tussen de partijen. AKKUraatd pleit voor een student-assesor in het CvB en asap is voor een gekozen rector. Daar houdt het wel bij op. Wieteke Kremer, vertegenwoordiger van de internationale koepelorganisatie in de USR, vat het bondig samen: ‘Ik moet nu toch de grap maken: het enige verschil tussen de partijen is dat asap geen kantoor heeft.’ Romeijn verklaart: ‘Studenten zijn een vrij homogene populatie, dus heel veel dingen die ze willen, zullen altijd hetzelfde zijn. Het verschil zit in de uitvoering.’ Volgens Gremmen is AKKUraatd vanwege de vakbondsachtergrond meer activistisch en is zijn partij pragmatischer. asap is in 2011 opgericht als reactie op AKKUraatd, omdat deze te slecht zou communiceren met de kiezer. Volgens Gremmen is dat nog steeds zo: ‘Het verkiezingsprogramma van AKKUraatd is een ingewikkeld boekwerk vergeleken met onze tienpuntenlijst.’ Een ander voorbeeld van deze nadruk op transparantie bij asap is volgens Gremmen asap’s initiatief van het live tweeten bij de Gezamenlijke Vergadering. Romeijn benadrukt juist dat asap qua punten de laatste jaren heel erg naar AKKUraatd is toegetrokken. ‘Wij zetten ons al dertien jaar in voor duurzaamheid en toegankelijkheid van het onderwijs. asap begint dat wel meer te doen, maar nog niet in dezelfde mate als wij.’ Volgens Romeijn kan AKKUraatd dankzij de samenwerking met studentenvakbond AKKU makkelijker dan asap aan de benodigde kennis komen. Ook het kortere bestaan van asap werkt volgens hem nadelig. Gremmen ontkent dit: ‘Wij kunnen net zo goed de voorzitter van de vorige USR-en en de ambtelijk secretarissen van de studentenraad bereiken. We hebben echt geen kennisachterstand.’

Blaffende honden…
Dit jaar doet er een nieuwe partij mee aan de studentenverkiezingen: De Vrije Student, een partij opgericht vanuit de JOVD, de jongerenpartij van de VVD. Caspar Safarlou, lijsttrekker van De Vrije Student, grapt dat asap en AKKUraatd beter kunnen fuseren, omdat ze nauwelijks van elkaar verschillen. Safarlou vindt vooral dat beide partijen de belangen van ondernemende en excellente studenten te weinig vertegenwoordigen. Volgens Safarlou zijn de bestaande partijen te meegaand met het CvB: ‘asap en AKKUraatd polderen al jaren te veel. Wij willen wel samenwerken, maar zullen het conflict niet schuwen.’ Pepijn Oomen, ambtelijk secretaris van de USR, denkt echter dat de eensgezindheid binnen de studentenraad erg belangrijk is: ‘In tegenstelling tot de Ondernemingsraad, die uit verschillende fracties bestaat die verschillende meningen hebben over bepaalde onderwerpen, heeft de USR altijd een blok gevormd. De studenten hebben daardoor vergeleken met het personeel meer macht in de GV.’

Zowel AKKUraatd als asap vragen zich af of De Vrije Student voor de USR van toegevoegde waarde is. Volgens Romeijn verschilt deze nieuwe partij wel meer van zijn partij dan asap nu doet: ‘De Vrije Student vindt dat al het onderwijsgeld naar onderwijs moet gaan en niet naar duurzaamheid en academische ontwikkeling.’ Gremmen benadrukt dat de USR al lang bezig is met de meeste speerpunten die De Vrije Student noemt. Bovendien is hij kritisch over de manier waarop de nieuwe partij zich wil onderscheiden. ‘Uiteindelijk is het bij gratie van het CvB dat je als USR mag meebeslissen. Je kunt wel bij alle onderwerpen gaan bijten, maar uiteindelijk moet je toch tot consensus komen. Het lijkt me daarnaast niet leuk om te weten dat er in de USR een partij zit, die wordt gefinancierd door een politieke partij.’ Safarlou spreekt dit tegen: ’De Vrije Student wordt slechts ondersteund door de JOVD door infrastructuur en training. Wij zijn met de invulling van onze visie compleet onafhankelijk.’  

verkiespijn 260x194

Op de persoon spelen
Ondanks het verschil in structuur komen de partijen dus voornamelijk met dezelfde inhoudelijke punten. Welk nut heeft een meerpartijenstelsel in de USR dan nog? Oomen denkt dat een stelsel met meer dan een partij vooral voordelen heeft: ‘Je hebt meerdere partijen nodig, omdat die elkaar kunnen controleren, anders wordt een partij zelfgenoegzaam. In 1999 en in 2000 was er maar een partij in de USR, SIAM. Je zag dat leden van deze partij bijna niks meer uitvoerden, omdat ze wisten dat ze toch wel gekozen zouden worden. Op aandringen van SIAM zelf is daarom toen AKKUraatd opgericht.’ Kremer denkt dat partijpunten nauwelijks een rol spelen bij de studentenverkiezingen. ‘Succes bij de verkiezingen is vooral afhankelijk van prominente personen op de lijst. Als de voorzitter van bijvoorbeeld de studievereniging van Rechten achter je staat, dan heb je een grote achterban, omdat de hele rechtenfaculteit naar die voorzitter luistert.’ Oomen bevestigt dit: ‘Vooral op de plekken vijf tot en met vijftien hebben ze door de jaren heen altijd lijstduwers neergezet. Een jaar had AKKUraatd dertig leden op de lijst staan. Dit heeft tot een wijziging geleid in 2004, waarna de lijst werd beperkt tot vijftien plekken. Tussen de partijen zitten wel kleine verschillen, maar ik denk dat de studenten zich daar niet door laten leiden. Ze denken meer: “Die ken ik daar van, dus daar stem ik op”.’ Gremmen nuanceert dit: ‘Je hebt vertrouwen in iemand die je kent. Een persoon die je kent behartigt jouw belangen eerder. Bovendien merk je bij campagnevoeren dat studenten je punten wel onthouden en er ook vragen over stellen.’

Waarom zou je stemmen?
Volgens Gremmen heeft het zeker nut om te stemmen. ‘Als 90 procent van de studenten stemt, kan de USR zeggen dat het bijna alle studenten vertegenwoordigt en kan het College veel minder makkelijk nee zeggen tegen haar voorstellen. Wij krijgen dit jaar ook instemmingsrecht op de begroting. Deze verkiezingen zijn daarom ook de belangrijkste verkiezingen sinds jaren.’ Oomen denkt daarentegen dat de opkomstpercentages maar deels indruk maken op het CvB. Van meer belang is volgens hem de huidige houding van de studentenraad. ‘Ik zie dat het Bestuur door de proactieve mentaliteit van de USR wordt gestimuleerd om dingen in het voordeel van studenten te veranderen. De Studentenraad is de afgelopen jaren effectiever geworden, juist dankzij de concurrentie tussen de fracties. Dat komt de student alleen maar ten goede.’ Omdat alle drie de partijen de belangen van de student behartigen, hebben ze in hun programma’s meer overeenkomsten dan verschillen. Wel heeft elke partij een eigen benadering, waarop ze de student willen vertegenwoordigen. Te grote onenigheid tussen de partijen zorgt voor een minder sterke positie van de USR tegenover het CvB, maar een zekere competitie tussen hen zorgt ervoor dat ze elkaar scherp houden. Dat we op meerdere partijen kunnen stemmen is dus geen overbodige luxe. Denk hier maar aan, de volgende keer dat je weer een flyer van een overenthousiast partijpersoon in je handen krijgt geduwd.