Burgervader Bruls weet de weg

Bas van Woerkum
Lachen, gieren, Bruls

‘Ik bied iedere student die Nijmegen denkt te kennen een rondleiding aan door de stad’, beloofde Burgemeester Hubert Bruls een aantal maanden geleden in een interview met ANS. Belofte maakt schuld en studieverenigingen Den Geitenwollen Soc. en ismus belden hem op om zijn uitspraak waar te maken. ‘Zo blijkt maar weer dat je altijd moet opletten wat je tegen de pers zegt.’

Tekst en foto's: Bas van Woerkum

Voor een rondleiding van de burgemeester moet je wat over hebben. Om 9 uur 's ochtends verzamelt de groep, met een kopje koffie en - om de Nijmeegste trots maar eens te benadrukken - een stuk Marikenbrood, op het Stadhuis. Om kwart over 9 wandelt Bruls binnen. Hij gaat staan aan het hoofdeinde van de tafel. 'Fijn dat jullie allemaal zo vroeg uit de veren zijn gekomen. Ik hoop dat jullie kaplaarzen aan hebben gedaan, want deze rondleiding wordt afzien.' Bruls is goedgehumeurd op de vroege ochtend en tapt grappen IMG 0548bij de vleet.

De burgemeester neemt het ervan. Hij schuift aan voor een kop koffie en een stuk Marikenbrood en mengt zich tussen de studenten. Studievereniging ismus is in kleine getalen vertegenwoordigd, omdat de eerste- en tweedejaars een verplicht college hebben. ‘Raar concept, die aanwezigheidsplicht. Die had ik vroeger niet’, wrijft hij de studenten in.

Wijselijk heeft de burgemeester niet voor historische plekken in de binnenstad gekozen, want die had het grootste deel van de aanwezigen waarschijnlijk al wel gekend. In plaats daarvan staat de tourbus klaar om het gezelschap naar twee onbekendere plekken te vervoeren: De Nijmeegse haven en het Kinderdorp Neerbosch. ‘Is iemand al ooit op een van die plekken geweest?’, vraagt Bruls benieuwd. Hij is tevreden wanneer het stil blijft. ‘Dan heb ik mijn taak in ieder geval goed gedaan’, lacht hij. ‘Laten we gaan.’

Industrie en de Waal
Tijdens de rit naar de haven wordt het industrieterrein van Nijmegen gepasseerd, waar de burgemeester meer dan genoegIMG 0562 over te zeggen heeft. Een baan als gids zou hem niet misstaan: hij praat de kwartier durende rit zonder onderbrekingen vol. ‘In de jaren '20 is dit terrein aangelegd. Het water is het onderscheidende kenmerk van dit bedrijventerrein en daardoor de reden dat veel bedrijven hier naartoe komen. De Honigfabriek zat hier vroeger op het Waterkwartier. Ik noem dat het hipsterhoofdkwartier van de stad.’ Bij deze gedachte dwaalt Bruls even af: ‘Ik zie hier trouwens weinig van die heerlijke hipsterbaarden die veel jongeren tegenwoordig hebben. Misschien moet ik die ook maar laten staan, dan lijk ik jonger.’ Luid gejoel klinkt uit de bus. ‘Misschien toch niet zo’n goed idee’, lacht hij stiekem wat teleurgesteld, om vervolgens zijn verhaal weer op te pakken. ‘In de jaren '70 was er een daling van het aantal bedrijven dat hierheen kwam, maar nu komt dat opnieuw op gang. De trend is nu gunstig: de Waal is de drukst bevaren rivier van Europa en er is een enorme vraag naar containertransport.’ In dit gebied komen mensen enkel om te werken, vertelt Bruls. ‘Als de burgemeester je geen rondleiding geeft, zal je niet snel hier langskomen.’

IMG 0565Maas-Waalkanaal
De chauffeur parkeert de bus aan de haven van het Maas-Waalkanaal, een haven die in 1927 werd geopend. Zoals de naam suggereert, verbindt deze de Maas met de Waal. Bruls heeft gezorgd dat havenmeester Gerard Hendriks een praatje houdt: ‘Sinds 9/11 is veiligheid belangrijk in de havens.’ Simpel gezegd komt dit er op neer dat de havens beschermd worden tegen terroristen. ‘Alle vracht moet aan het ISPS-protocol voldoen, anders zeggen de Verenigde Staten dat er geen schip bij hun meer binnenkomt’, gaat Hendriks verder. ‘De machtsverhoudingen zijn ook weer duidelijk’, voegt Bruls lachend toe. ‘Maar ik vind het wel een stoere taak.’ 

Wat wordt er dan vervoerd in deze haven? Niet veel spannends: ongeveer 20 tot 25 schepen komen per dag langs met voornamelijkIMG 0577 een heleboel verschillende grondstoffen en halffabricaten. Jan Witjes, Managing Director van Daanen Shipping & Logistics, neemt het woord over. ‘Schepen kunnen hier vanuit Engeland rechtstreeks de haven invaren. Transport via binnenwateren is de meest milieuvriendelijke manier. De CO2-uitstoot van schepen is veel lager dan van vrachtwagens. Over duurzaamheid wordt nu veel meer nagedacht dan pakweg 10 jaar geleden’, vertelt hij. Achter de man is een kolencentrale te zien. ‘De kolencentrale is de schoonste van Europa en toch gaat deze dicht’, moppert hij. ‘Biomassa en zonnepanelen komen hiervoor in de plaats.’ Het is niet voor niets dat Nijmegen is genomineerd voor een Green Award.

kerkKinderdorp Neerbosch
Een kleine vijf minuten rijden verderop ligt het Kinderdorp Neerbosch, in wat vroeger nog Neerbosch-West heette. De korte rit daarheen blijft Bruls lekker zitten. ‘De mannen daar weten genoeg te vertellen’, aldus de burgemeester. Gearriveerd op het terrein, geeft Bruls toch wat informatie: ‘Vroeger was dit een kerk, nu is het een museum. Het kinderdorp is nog in gebruik voor moeilijk opvoedbare kinderen’, vertelt hij over het gebouw waarin de rondleiding zal verdergaan.

Jan Brauer, woordvoerder van het museum, neemt het woord over: ‘Dit is een kleine tijdmachine. Van ’t Lindenhout, de stichter van het kinderdorp, zag alle ellende op het platteland en verruilde zijn baantje als bijbelverkoper voor een initiatief om wezen te helpen, die toentertijd vaak als hulpje in kroegen werden verkocht. Het dorp is in 1886 gesticht en er hebben in totaal ongeveer 20 duizend kinderen gezeten. De wezen leerden een ambacht, en de kerk is ook door hen gebouwd’. Jongens en meisjes werden er gemengd opgevangen. De reden was dat de jongens alleen te wild zouden zijn en de vrouwen te sentimenteel. De wezen kregen een kamer in een rond gebouw, die zelfs voor studenten krap is: zes vierkante meter. In de jaren dat de weesopvang bestond, zijn er 7.000 dossiers van kinderen bijgehouden, met daarin informatie van dag tot dag. Een onbekende, maar indrukwekkende plek.

IMG 0626IMG 0663 

Twee wijze lessen van Bruls
Na een halfuurtje in het museum en een korte rondleiding door het Kinderdorp, vertrekt de bus via de nieuwe brug De Oversteek – de rondleiding zit vol met Nijmeegse trots – terug naar het stadhuis. Burgervader Bruls pakt voor de laatste keer zijn microfoon. ‘Ik hoop dat jullie het allemaal leuk en leerzaam hebben gevonden’, zegt Bruls op weg richting het Stadhuis. Na instemmend geknik heeft hij nog twee lessen paraat: ‘Eén is dat er plekken zijn die al heel lang bestaan, maar die heel veel mensen toch ook niet kennen. Les twee is dat een uitspraak die een beetje ontfutseld is, toch iets heel leuks kan opleveren.’