De oudste stad van Nederland: de Barbarossa-ruïne

Redactie
Een ruïne van bestuurders

Nijmegen heeft een geschiedenis die minstens twee millennia teruggaat. In de Nijmeegse binnenstad zijn er verschillende bouwwerken en plekken die verwijzen naar deze rijke historie. Van Romeinse frontstad tot platgegooide stad in de Tweede Wereldoorlog, alles komt voorbij in ‘de oudste stad van Nederland’. Deze keer: de Barbarossa-ruïne.

Tekst: Tom Plaum

Tussen de bomen van het Valkhofpark kan je het zien liggen: een half overeind staand rond bouwwerk. Een aantrekkelijke plek voor veel studentenverenigingen, die hun nieuwe bestuursleden voor of in de Barbarossa-ruïne laten poseren om te laten zien wie er dit jaar de baas is. Met dit ritueel treden ze in de voetsporen van de oorspronkelijke bewoner van de resten van dit middeleeuwse paleis: keizer Frederik Barbarossa.

Frederik Barbarossa was in zijn regeringsperiode een van de machtigste mannen in Europa. Hij was van 1155 tot aan zijn dood in 1190 keizer van het Heilige Roomse Rijk. Dit rijk bestond uit honderden kleine vorstendommen in het huidige Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Noord-Italië. Omdat zijn rijk enorm was, reisde Barbarossa veel van paleis naar paleis. Eén van die paleizen stond in Nijmegen, op het Valkhof. De keizer liet een oude verwaarloosde palts uit de negende eeuw herbouwen. Daarnaast bouwde hij ook verdedigingswerken om Nijmegen heen, zodat de stad beter was beschermd tegen aanvallen van buitenaf.

De pijp aan Maarten gegeven
De ruïne die nu nog overeind staat van de oude Valkhofburcht is de Barbarossa-ruïne. Deze bouwval bestaat slechts uit een apsis, een halfronde ruimte die diende als paleiskapel. Deze was gewijd aan de heilige Sint Maarten. RuineOok is de Sint Nicolaaskapel bewaard gebleven, die deel uitmaakte van het gebouwencomplex van het paleis en stamt uit 1030. Deze is verderop in het park in volle glorie te bewonderen. De rest van de burcht van Barbarossa is in 1797 gesloopt, vanwege te grote oorlogsschade. Het tufsteen waaruit het kasteel was opgetrokken werd verkocht en gebruikt voor andere gebouwen in het land. In eerste instantie werd de Sint Maartenskapel in zijn geheel gespaard, maar in 1799 werden er vernielingen aan het bedehuisje aangebracht. Hierdoor werd deze nog verder afgebroken - zo sneuvelden de kelders - totdat alleen de huidige ruïne overbleef.

'Als je goed kijkt naar de Barbarossa-ruïne, dan zie je dat het bouwwerk stijlen bevat uit de Oudheid en vroege middeleeuwen.'

Karolingische kiemen
Als je goed kijkt naar de Barbarossa-ruïne, dan zie je dat het bouwwerk stijlen bevat uit de Oudheid en vroege middeleeuwen. In de oude kapel zijn zuilen verwerkt uit de Romeinse tijd en de apsis is opgetrokken in een stijl die teruggaat tot de periode van de Karolingers. Deze tijd speelde zich af in de 8e tot en met de 10e eeuw, toen Karel de Grote en zijn familie het voor het zeggen hadden in grote delen van Europa. In die periode speelde Nijmegen een rol van betekenis.

ZwartWit

De Frankische veldheer was tijdens zijn heerschappij druk bezig met het voeren van veldslagen en het winnen van oorlogen. In 777 kwam hij langs Nijmegen en liet hier op de resten van de Romeinse nederzetting een palts bouwen. Naast de hoofdstad van zijn rijk Aken verbleef de latere keizer van het Frankische rijk graag aan zijn Nijmeegse hof. Ook zijn zoon Lodewijk de Vrome bezocht onder zijn heerschappij regelmatig het paleis. De palts werd echter in 881 platgebrand door de Vikingen, die plunderend door Europa trokken. Van het oude paleis van Karel de Grote bleef niets over. Ruine2Frederik Barbarossa liet zich inspireren door zijn keizerlijke voorganger, toen hij de Valkhofburcht liet bouwen. Hij verwerkte de bouwstijlen, die tijdens Karel de Grote zijn ontwikkeld, in zijn nieuwe paleis.

Keizer Karel-koorts
In de achtste en negende eeuw was Nijmegen dé stad om te vertoeven voor een van de machtigste vorstenfamilies van Europa. De liefde van onder meer Karel de Grote voor de stad komt terug in het Nijmegen van nu.

'De grootste nachtmerrie van iedere Nijmeegse automobilist is vernoemd naar de Frankische keizer.'

De grootste nachtmerrie van iedere Nijmeegse automobilist is vernoemd naar de Frankische keizer en de stad draagt met trots de informele titel ‘keizerstad’. Ten slotte zien we de erfenis van Karel de Grote terug in het studentenleven, namelijk bij Carolus Magnus. Wie een gymnasium-achtergrond heeft, weet dat dit een letterlijke vertaling is van Karel de Grote.

Nieuwe bestuurders van sommige verenigingen poseren daarnaast voor deze ruïne. Of zij zich allemaal bewust zijn van de historische verwijzing in de foto, valt echter nog te bezien.