Uit de oude doos: Haastige spoed...

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: ‘Haastige Spoed... ’.

Gisteren bleek dat de Tweede Kamer niet erg enthousiast is over het experiment van onderwijsminister Jet Bussemaker om het bsa ook in het tweede en derde bachelorjaar in te voeren. In het oktobernummer van 2013 ging het openingsartikel over de invoering van het bsa-experiment voor tweedejaars studenten op de universiteit van Leiden. Hoe zat het ook al weer en wat voor implicaties zal een bindend studieadvies voor ouderejaars studenten hebben?

De Universiteit Leiden heeft een bindend studieadvies (BSA) in het tweede jaar ingevoerd. Studenten kunnen nu na het behalen van de propedeuse alsnog van hun studie worden gestuurd. Wordt deze maatregel een duwtje of een steek in de rug van de student?


Tekst:
Gijs Hablous en Lisanne Meinen
Illustratie:
Rens van Vliet

Wie dit jaar een studie is begonnen aan de Universiteit Leiden moet zich een jaar langer bewijzen dan studenten elders in Nederland. Sinds het begin van dit collegejaar experimenteert de onderwijsinstelling met een bindend studieadvies in het tweede studiejaar. ‘Het is in het belang van de student om sneller af te studeren’, stelt Caroline van Overbeeke, woordvoerder van de universiteit. ‘De maatregel houdt studenten in een actieve houding en voorkomt financiële moeilijkheden.’ Behalve de Universiteit Leiden maken ook het University College Amsterdam en de Gerrit Rietveld Academie gebruik van de mogelijkheid tot experimenteren die onderwijsminister Jet Bussemaker biedt. Nieuwe voltijdstudenten dienen in hun eerste jaar 45 studiepunten (EC) te behalen. Binnen twee jaar moeten de propedeuse en een totaal van 90 EC binnen zijn. De nieuwe regeling zal ongetwijfeld haar doel bereiken en voor een hoger rendement zorgen, maar moet dat wel het uiteindelijke doel zijn? Is het aan een universiteit om voor haar studenten te bepalen hoe zij hun studie inrichten?

Verschoolsing of ontplooiing
Een ideale universitaire student zou kritisch, zelfstandig, verantwoordelijk, breed geïnteresseerd en intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Een universiteit zou de ontwikkeling van deze eigenschappen moeten faciliteren. Met haar experiment lijkt Bussemaker deze zelfstandigheid en verantwoordelijkheid echter niet serieus te nemen. Van de huidige student kan worden verwacht dat deze goed in staat is voor zichzelf te beslissen wat van belang is: studietempo of studieresultaten, financiën of extra activiteiten. De ingevoerde maatregelen lijken voor een verschoolsing te zorgen die studenten als op een lopende band door hun studie voert. Volgens Van Overbeeke is hier geen sprake van. ‘Het doel is niet om studenten met dikke brillen en hun neus in de boeken door hun studententijd heen te jagen.’ De woord- voerder meent dat er genoeg tijd is om naast het behalen van de vereiste studiepunten een nevenfunctie te onderne- men, ervan uitgaande dat in het eerste jaar de propedeuse is behaald. De wisselwerking tussen studie en een bestuursfunctie is lastig. Vaak is er sprake van overlappende roosters met verplichte colleges en belangrijke vergaderingen. Mohammed Mohandis, PvdA-kamerlid en tijdens zijn studententijd fervent bestuurder, benadrukt het belang van extracurriculaire activiteiten voor een betere positie op de arbeidsmarkt. Onderzoek van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) bevestigt dit: ‘Sollicitanten met dergelijke ervaring zijn zelfbewuster over hun capaciteiten. Op deze manier kan de werkgever een duidelijk beeld van de sollicitant vormen.’ Studentbestuurders die bang zijn in tijdsnood te komen door de ingevoerde maatregelen kunnen worden vrijgesteld van deelname aan het experiment. Het is echter onduidelijk voor welke activiteiten dit mogelijk is en wat de minimale tijdsinvestering moet zijn om in aanmerking te komen voor een dergelijke vrijstelling. Door deze onduidelijkheden kan de regel erg breed worden geïnterpreteerd. Volgens student Bestuurskunde Marc Hogenhuis, tevens lid van de Universiteitsraad van Leiden, is deze uitzonderingsregeling mede het gevolg van felle discussies in de raad. Hij zegt toe te zullen zien op correcte implementatie van het plan. Mohandis benadrukt dat het hier gaat om een experiment: ‘We moeten zorgen dat het geen glijdende schaal wordt, er moet een eindpunt zijn. Daarnaast wil ik een goede en objectieve evaluatie van het hele project zien, voordat al dan niet wordt besloten tot algehele invoering.’

Unieke studies
Wanneer studenten na twee jaar een negatief studieadvies ontvangen, hebben zij het recht een vergelijkbare studie aan een andere onderwijsinstelling te starten. Dat is echter niet mogelijk wanneer zij een studie doen die aan geen enkele universiteit op dezelfde manier wordt aangeboden. Mohandis diende onlangs een motie in waarmee deze zogenaamde unica worden uitgesloten van deelname en de betreffende studenten worden beschermd tegen het experiment. Na een bezoekje aan de website van de Leidse universiteit blijkt echter dat niet alle unieke studies zijn uitgesloten, Islamstudies is volgens de site bijvoorbeeld ‘uniek in Nederland en West-Europa: nergens anders is het mogelijk om alle stromingen van de islam binnen één universitaire opleiding te bestuderen.’ Zo worden meer studies trots aangeprezen, bovendien hebben ze unieke registratienummers in het officiële register van opleidingen (CROHO). Volgens Van Overbeeke bestaan er voor studenten die niet aan de BSA-eis voldoen wel degelijk alternatieven en voldoet Leiden daarom aan de voorwaarden die Bussemaker stelt. ‘Als dit toch niet het geval is, respecteert de instelling de Tweede Kamer niet’, aldus Mohandis.

Onze toekomst
De Nijmeegse student hoeft voorlopig niet te vrezen voor de regeling. Hier geldt pas sinds september 2011 een BSA in het eerste jaar van de bachelor. Dat is voor de RU genoeg reden om voorlopig de resultaten nog even af te wachten. ‘De Radboud Universiteit heeft geen concrete plannen om het BSA in te voeren in het tweede en derde studiejaar’, zegt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. ‘We vinden het wel een interessant experiment en volgen de ontwikkelingen bij andere universiteiten.’

Een pure rendementsmaatregel als deze past niet in het beeld van de ideale universiteit. Als financiële en politieke drijfveren wegvallen, verdwijnen tevens de belangrijkste redenen voor de proef; idealistische argumenten zijn er nauwelijks. Voor de Leidse proefkonijnen is het misschien te laat, maar laten we voor de rest van de studenten hopen dat het bij een experiment blijft.

 

Uit de oude doos: De hamvraag

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: 'De hamvraag'.

Onder het mom van een duurzamere campus die minder belastend moet worden voor het milieu, besloot het Facilitair Bedrijf vanaf deze week voortaan op maandagen geen vleesproducten meer te serveren in de universiteitsrestaurants. Het verdwijnen van de vertrouwde kroketten en saucijzenbroodjes op de eerste dag van de week schoot de meeste RU-studenten en een enkele, rebellerende docent duidelijk in het verkeerde keelgat. Marcel Wissenburg, hoogleraar Politicologie, beschuldigde het Facilitair Bedrijf zelfs van 'onsmakelijke, verachtelijke betweterij'.

Hopelijk zijn er in de nabije toekomst andere alternatieven voor het vleesprobleem in plaats van een ware campusoorlog. Mark Post, hoogleraar Vasculaire Fysiologie aan Maastricht University, rept in de maart-ANS van twee jaar geleden over zogenaamd 'kweekvlees'. Met behulp van miljoenen stamcellen wil Post zijn eigen hamburgers 'kweken' en zo het wereldwijde dierenleed verzachten. Op 5 augustus 2013 werden de eerste drie kweekhamburgers gepresenteerd aan het publiek. Of consumenten over een aantal jaar daadwerkelijk hun mes zullen zetten in een overheerlijk stukje kweekbiefstuk, kan Post nog niet zeggen: 'Dit hangt heel erg af van de financiering die we voor het project gaan krijgen. Als ze me een half miljard geven, verwacht ik dat dit over tien jaar in de supermarkt kan liggen.'

Lees hier het artikel uit de maart-ANS van 2013:

De hamvraag

In 2050 bewandelen 9 miljard mensen de aardbol, onder wie een groeiend aantal vleeseters. De huidige veehouderij is niet duurzaam genoeg om al deze monden te voeden. Daarom werkt professor Mark Post al sinds 2007 aan een alternatief voor de huidige Big Mac. ‘Over veertig jaar eten wij allemaal kweekvlees.’

Tekst: Cecile Vermaas en Loes de Veth
Illustratie:
Sanne Reckman

In een onbeveiligde koelkast op Maastricht University ligt een hamburger ter waarde van 300.000 euro. ‘Als de stroom uitvalt krijgen we wel een seintje hoor’, verzekert Mark Post, hoogleraar Vasculaire Fysiologie de ontwikkelaar van de eerste kweekvleesburger. De kans dat zijn creatie per ongeluk door een hongerige medewerker wordt opgegeten is klein, aangezien de hamburger op dit moment nog bestaat uit onaantrekkelijke beige spiervezels verdeeld over twintig buisjes. Deze zijn gekweekt uit stamcellen, die zich delen en zich uiteindelijk ontwikkelen tot een echt stuk vlees. Post is sinds 2007 bezig met kweekvlees, ook wel in-vitrovlees genoemd. Doel van zijn project is het presenteren van een zogenaamd proof of concept, het bewijs dat het mogelijk is vlees te maken zonder een dier te doden. ‘Men dacht dat het nooit zou lukken, daarom besloten wij te bewijzen dat het kan. Daarmee wilden we de stellingname over kweekvlees veranderen van “dit is een raar idee van een stelletje idioten” naar “wauw, het is mogelijk, nu moeten we kijken hoe we deze techniek in de praktijk kunnen toepassen”.’ De kweekmethode is een mogelijk alternatief voor de vleescrisis die eraan komt: de wereldbevolking groeit en het aantal vleeseters groeit nog harder. Toch ziet niet iedereen heil in dit plan om het voedseltekort te bestrijden. Is kweekvlees slechts een mooie droom, een nachtmerrie of toch een levensvatbaar idee?

Mediaspektakel
Het plan van Post is om zijn kweekburger groots te presenteren aan de media: ‘We wilden een aantal stamcellen uit de bil van een varken nemen, er een worst van maken en het varken vrolijk over het podium laten rennen tijdens de perspresentatie. Uiteindelijk vonden we een Amerikaanse financier, dus werd het een hamburger. Als we het geld uit Duitsland hadden gekregen was het waarschijnlijk toch een worst gebleven.’ De presentatie van de burger is al tweemaal uitgesteld, maar wordt nu in april verwacht. ‘Mijn financier, die anoniem wil blijven, wil zeker weten dat er niets misgaat, bijvoorbeeld bij het samenvoegen van alle spiervezels uit de buisjes.’ Een buisje is genoeg voor een hamburger van twee bij twee centimeter. De enthousiaste Post laat een foto zien van een bruin gebakken kwabje. ‘We hebben hem in vier stukken gedeeld en geproefd. Het smaakte heerlijk.’ Uiteindelijk moeten twintig buisjes samengevoegd worden voor een hamburger van substantiële grootte. ‘Wij denken dat het geen probleem is om er een groot coherent geheel van te maken, maar voor de zekerheid kweken we nu een tweede exemplaar.’ Vezeltje voor vezeltje De hamburger wordt gekweekt in een lab dat kleiner is dan de gemiddelde studentenkamer. Daar werken twee jongemannen in labjas aan het vlees van de toekomst. Geconcentreerd pipetteren ze kleine hoeveelheden kweekmedium in plastic bakjes met stamcellen. In elk bakje groeit uit 1,5 miljoen stamcellen een spiervezel. Om een buisje te vullen zijn duizend spiervezels nodig, om een hamburger te maken twintiduizend. Er moeten nog tienduizend vezels worden gekweekt, dus de dagbesteding van de labmannen staat voorlopig vast. Dagenlang kijken zij geduldig toe hoe de stamcellen zich langzaam vermenigvuldigen tot een minuscuul vezeltje dat wellicht ooit bij ons in de pan belandt. ‘Zoals je ziet is dit nog geen efficiënt productieproces’, merkt Post droog op. Thom Achterbosch, onderzoeker op het gebied van voedselzekerheid aan het Landbouw-Economisch Instituut (LEI), betwijfelt of kweekvlees een grote bijdrage zal leveren aan het inkrimpen van de intensieve veehouderij, ook als de techniek rijp is voor massaproductie. ‘De prijs van kweekvlees en regulier vlees moet significant verschillen om mensen zover te krijgen dat ze een kweeksteak accepteren. Prijs speelt een dubbelzinnige rol in de voedselconsumptie. Als mensen vlees willen eten zal een hoge prijs hen daar niet vanaf houden, net zoals nu bij sigaretten het geval is.’ 300.000 euro voor een hamburger is inderdaad wat excessief, maar Post nuanceert: ‘Deze hamburger is vezeltje voor vezeltje gemaakt door analisten aan de universiteit, onder leiding van een hoogleraar. Er is nog op geen enkele manier een poging gedaan om dit proces efficiënter te maken.’ Een bedrijf dat stamcellen voor medische toepassingen kweekt is aan de slag gegaan met de cijfers van Posts project. De 90 miljard stamcellen die nodig zijn om een kilo vlees te maken zouden volgens hun berekeningen ongeveer 50 euro kosten. ‘Zij hebben nog geen rekening gehouden met optimalisatie of recycling, dus die kosten kunnen we nog enorm terugbrengen. Het is niet ondenkbaar dat we uiteindelijk iets maken dat goedkoper is dan vlees.’

McStamcel
Post voert zijn onderzoek uit in het licht van de naderende vleescrisis. De wereldbevolking wordt in 2050 op 9 miljard mensen geschat. De vraag naar vlees neemt daardoor toe, vooral doordat de middenklasse in minder ontwikkelde landen groeit. ‘Het eerste wat mensen doen als ze rijker worden is meer vlees eten’, zegt Cor van der Weele, bijzonder hoogleraar Humanistische Wijsbegeerte aan Wageningen University, terwijl ze een grafiekje tekent ter illustratie. Van der Weele is gespecialiseerd in de discussie rondom kweekvlees. De manier waarop we nu vlees produceren is niet duurzaam en zal de groeiende McDonalds-klandizie in de toekomst niet van hamburgers kunnen voorzien. Bovendien wordt 70 procent van alle landbouwgrond direct of indirect gebruikt voor veehouderij en is tussen 10 en 20 procent van alle broeikasgassen afkomstig van dieren. Al deze kwesties samen loeien om een alternatief. ‘Kweekvlees’, aldus Post. ‘Koeien en varkens zijn volkomen inefficiënt. Je moet er 100 gram voer in stoppen om er 15 gram vlees aan over te houden. Het is een eenvoudig rekensommetje, dit blijft niet werken.’ Dat het zo niet door kan gaan beaamt Joris Lohman, voorzitter van de Youth Food Movement. Hij ziet de samenleving daarmee echter nog niet in de richting van kweekvlees bewegen. ‘Ik verwacht een andere culturele omslag. Onze vleesconsumptie is binnen een paar generaties erg gestegen en dat kan ook zo snel weer de andere kant op gaan.’ Van der Weele sluit zich gedeeltelijk aan bij Lohman: ‘Uit onderzoek van het LEI is inderdaad gebleken dat een grote, groeiende groep bewust minder vlees wil eten. Dit is echter nog nauwelijks terug te zien in de totale vleesconsumptie. De veranderde gedachten leiden dus op grote schaal nog niet tot daden. Bovendien zullen de meeste mensen sowieso vlees blijven eten. Een compleet vegetarische samenleving is een heel verre droom.’ Mark Post is geen dromer. ‘Het percentage vegetariërs is in Nederland ongeveer 5 procent. Dat is al 35 jaar zo en dat gaat niet veranderen. In ontwikkelingslanden neemt dit aandeel zelfs af.’ Van der Weele benadrukt ook dat de oplossing niet alleen in gedragsverandering ligt. ‘Het is belangrijk dat we minder vlees gaan eten, maar als de dieren het alleen daarvan moeten hebben, kunnen ze lang wachten.’

Jakkes, in-vitrovlees
Van der Weele heeft onderzoek gedaan naar de eerste reacties op kweekvlees en onderscheidt over het algemeen drie type mensen: ‘De grootste groep reageert meteen positief. Dan is er een groep die er een vies gezicht bij trekt. De derde groep is wat bedachtzamer, ze vinden het in principe een goed idee, maar erg technologisch.’ Ze constateert daarnaast dat het concept van kweekvlees mensen bewuster laat nadenken over vlees. ‘De interesse in kweekvlees is groot. Mensen zijn blij met het idee dat zij straks wellicht hun biefstukje kunnen eten zonder dat daar een dier voor is geslacht. Soms realiseren ze zich dan dat ze veel meer met vlees in hun maag zitten dan ze zelf beseften. Kweekvlees kan mensen op die manier wakker schudden.’ Opvallend genoeg zal dit de Partij voor de Dieren een worst wezen. Partijleider Marianne Thieme noemt kweekvlees een sympathieke gedachte, maar verwerpt dat het bij zou dragen aan een ander denkpatroon: ‘Als mensen het onaantrekkelijke idee krijgen dat ze kweekvlees moeten eten voor een duurzame wereld, helpt dat de overgang naar vermindering van de vleesconsumptie niet. Bovendien, hoe kun je mensen garanderen dat ze weten wat ze eten?’ De hoogopgelopen discussie rond genetische modificatie van een aantal jaar terug heeft mensen niet welwillender gemaakt ten opzichte van innovatie in de voedselindustrie. Achterbosch: ‘Men heeft de neiging alles wat met vlees te maken heeft bij elkaar op te tellen. Niet alleen de kwestie van genetische modificatie speelt mee, maar ook discussies over hormonen en de huidige paardenvleesaffaire. Vlees uit een laboratorium wordt waarschijnlijk ook moeilijk geaccepteerd.’ Lohman bevestigt dit: ‘Innovatie wordt over het algemeen van harte toegejuicht, maar als het om eten gaat, reageren mensen vaak huiverig en sceptisch. Dat is een van de redenen waarom ik geen brood zie in kweekvlees. Men wil beter inzicht in de herkomst van voedsel. Je kunt wel denken: we duwen het de mensen door de strot zonder dat ze weten wat het is, maar als de consument mag kiezen, zal hij kiezen voor echt vlees.’ Post wuift dit soort bezwaren weg: ‘Het is precies hetzelfde vlees, het is alleen buiten het lichaam van het dier gegroeid.’

De karbonade van de toekomst
De vraag blijft of de jongeren van nu wanneer ze grijs zijn hun kleinkinderen soep met kweekvleesballen voorschotelen. ‘Uit vraaggesprekken blijkt vaak dat mensen die op het eerste gezicht een yuck-reactie vertonen, vrij snel omslaan als ze bedenken wat het kan betekenen voor dierenwelzijn’, maakt Van der Weele duidelijk. Zij ziet geen ethische bezwaren, sterker nog: ‘Het grootste morele probleem met kweekvlees is dat er nog nauwelijks in wordt geïnvesteerd.’ Achterbosch vindt het gebrek aan financiële ondersteuning begrijpelijk: ‘Het lijkt mij een zeer onzekere investering. Er zijn voldoende plantaardige alternatieven voor vlees en een investering in landbouwontwikkeling en –technologie is een veiligere optie. Daarvan weet je zeker dat het resultaten zal boeken op het gebied van mondiale voedselzekerheid. Bovendien zie ik de veehouderij met zijn gevestigde traditie niet zomaar verdwijnen. Vooral in ontwikkelingslanden speelt de veehouderij een essentiële rol in de organisatie van de maatschappij. Het inkomen van grote groepen mensen hangt hiervan af.’ Post redeneert daarentegen dat banenverlies nooit een argument is geweest tegen technologische vooruitgang. ‘Als we terughoudend waren geweest wat betreft technologische ontwikkeling zouden we nu geen stoommachines hebben en zeker geen computers. Natuurlijk verandert kweekvlees de industrie, maar onze fabrieken zullen ook weer veel nieuwe banen creëren.’ Voorlopig is er nog geen fabriek, maar zijn er slechts drie mannen, een aantal koelkasten en een enorme hoeveelheid plastic bakjes. Het is vooralsnog onbekend of en hoe kweekvlees als product op de markt zal komen. Post: ‘Wanneer dat gaat gebeuren hangt heel erg af van de financiering die we hiervoor gaan krijgen. Als ze mij na de perspresentatie van de hamburger een half miljard geven, verwacht ik dat dit over tien jaar in de supermarkt kan liggen.’

 

Daan van Acht

Uit de oude doos: Tamboerijnvrouw

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: ‘Oda le Noble - Ik was 3 seconden in Nirvana’

'Zodra ik op een natuurlijke manier wakker ben geworden, kijk ik hoe laat het is', luidt het verhelderende ochtendritueel van Oda le Noble, beter bekend als de tamboerijnvrouw. Afgelopen vrijdag werd het droevige nieuws de wereld ingestuurd dat de Nijmeegse legende, die iedere dag steevast de binnenstad kleurde met ritmische slagen op haar tamboerijn, is overleden. Op Facebook regende het steunbetuigingen aan Le Noble, met als mooiste reactie het opperen van een standbeeld van de vrouw op Plein '44. In de mei-ANS van 2009 had ANS een briefwisseling - 'ik heb geen tv, radio of computer' - met Le Noble, waarin ze een intrigerend kijkje in haar leven geeft: 'Londen heeft me echt veel gegeven; op de eerste dag dat ik daar was zag ik Queen Elizabeth II toen ze aankwam bij Buckingham Palace. Ook werkte ik in het academisch ziekenhuis, waar ik Ringo Starr ontmoette. Ik stal een sigaret van hem, van het merk Lark – leeuwerik.'

Lees hier het artikel uit de mei-ANS van 2009:

Oda le Noble - Ik was 3 seconden in Nirvana

Oda le Noble, in de volksmond het tamboerijnvrouwtje genoemd, is een vertrouwd gezicht voor vele Nijmeegse studenten. ANS had een briefwisseling met de klankenzangeres over haar semi-kluizenaarsbestaan en studententijd in Londen.

Tekst: Andy Leenen
Foto:
Tom de Goeij

‘Wie aangekomen is in het zelf, beseft dat het de binnenwereld is die er toe doet. Wat zich afspeelt in het innerlijke universum is de essentie.’ Aldus Oda le Noble, al jarenlang een van de bekendste straatmuzikanten van Nijmegen. Ze wilde graag meewerken aan een interview, maar alleen door middel van een briefwisseling. Het gevolg waren enkele zoektochten en misgelopen afspraken, maar het resulteerde uiteindelijk in een intrigerende blik op haar leven.

Mooiste baantje ooit
‘Zodra ik op een natuurlijke manier wakker ben geworden, kijk ik hoe laat het is. Volgens de Indiaan Don Juan Matus, bekend uit de werken van Carlos Castaneda, is opstaan een kunst. Mijn moeder verstond die kunst, mijn vader niet. Ik lijk op mijn vader wat opstaan betreft. Ik neem een geestelijk ontbijt door een hoofdstuk uit de Bhagavad Gita te lezen, of een stukje uit de Upanishads. De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer zei over dit laatste werk: “Deze verhalen hebben mij getroost tijdens mijn leven en zullen dat doen als ik heenga.”’ Beide boeken zijn kerngeschriften uit het hindoeïsme, dat een belangrijke rol speelt in het leven van le Noble. Na de mentale ochtendmaaltijd fietst ze tien kilometer naar het centrum van Nijmegen en koopt ergens op de route de Volkskrant, vanwege de puzzel. Dan installeert ze zich op een van haar werkplekken in de stad. ‘Dit is het mooiste baantje dat ik ooit heb gehad, omdat ik allerlei inspirerende gesprekken voer. Zo sprak ik ooit een man van 37 jaar die een nieuwe gitaar kocht, dat was voor hem een jongensdroom die verwezenlijkt werd.’

Na haar werk doet ze boodschappen bij de Aldi of gaat naar een van haar vier stamcafés. Vervolgens eet ze soms een grote friet mayonaise, of gaat meteen naar huis. Thuis rust ze uit, leest de krant en maakt de puzzel. ‘Ik ben een echte lezer. Ik heb geen tv, radio of computer. Ik heb alleen via boeken contact met de buitenwereld. Het laatste deel van de dag mediteer ik, plaats een waxinelichtje in mijn heilige nis, zeg gebeden en ga kofferen – slapen.’

7777 jaar
Le Noble weidt openhartig uit over haar bijzondere leven, de antwoorden die ze opschrijft beslaan meerdere kantjes. ‘Mijn moeder werd verbannen door haar familie en hield een oog op de elite van het dorp waarin ze terechtkwam. Ze koos een kostschool voor mij uit. Het schooltype bestaat niet meer, maar is vergelijkbaar met havo. Het hoogst haalbare na die school was een opleiding voor de Akte NXIX, een diploma om les te geven op nijverheidsscholen. Deze opleiding volgde ik in het Noord-Hollandse Bergen; een kunstenaarsdorp ten noorden van Alkmaar. Ik heb er de dichter Adriaan Roland-Holst in levende lijve gezien.’ Sommige dingen laat ze in het midden, zoals haar leeftijd: ‘Natuurlijk is het heel duidelijk voor mij hoe u deze vraag bedoelt, maar voor mystici is dit niet eenvoudig te beantwoorden. Elk wezen heeft een eeuwige leeftijd en een tijdelijke. De eeuwige leeftijd is voor de gehele schepping eender, terwijl de leeftijd van de vorm varieert. Toen mij in een tattoo-studio werd gevraagd naar mijn leeftijd, zei ik: “Dat mag u niet vragen!” Na een korte stilte zei ik: “Ik wil het u wel vertellen, ik ben 7777 jaar.” De reactie “Oh, ik dacht 7725 jaar”, vond ik erg leuk.’

Ringo Starr
Oda le Noble woonde van 1968 tot 1974 in Londen. In deze periode deed ze yoga, volgde talloze lezingen, behaalde een certificaat in een Afrikaanse taal en deed, op één dag na, een verpleegstersopleiding van een halfjaar. Ook was ze er lid van de Internationale Studentenclub van de British Council, waar ze een tweede prijs haalde in de debating club. ‘Londen heeft me echt veel gegeven; op de eerste dag dat ik daar was zag ik Queen Elizabeth II toen ze aankwam bij Buckingham Palace. Ook werkte ik in het academisch ziekenhuis, waar ik Ringo Starr ontmoette. Ik stal een sigaret van hem, van het merk Lark – leeuwerik.’ ‘Wereldwijd was 1974 een belangrijk jaar in vele levens. Dit jaartal duikt heel vaak op in biografieën als een bijzonder jaar. Zo ging Haille Selassie heen in 1974.’ Selassie was de keizer van Ethiopië en werd door de rastafari-beweging als de reïncarnatie van Jezus gezien. Op zondag 27 januari 1974 nam ook le Noble’s leven een kolossale wending, die ze haar belangrijkste spirituele ervaring noemt. ‘De Duitse Sonia gaf me LSD in Hanover Lodge te Londen. Deze ervaring was heel indringend, ik was drie seconden in Nirvana. De geest kwam in mij en ik zong in de straten van Londen. Daar ben ik ingewijd.’

Le Noble woont vanaf 1980 in deze regio, door het huwelijk met Gerardus Hendrikus Antonius le Noble – die ze ‘de liefste man van de hele wereld en omstreken’ noemt. Le Noble is sinds 1995 klankenzangeres in Nijmegen. ‘Vooral kinderen en honden reageren buitengewoon positief op mijn klanken. Niet elk geluid is muziek. Wat mij betreft moeten klanken vooral aangenaam zijn.’ Sinds het overlijden van haar man in 2000 leeft ze als semi-kluizenaar; buiten haar werk heeft ze geen contacten. Ze kiest voor een eenzaam bestaan omdat de grens tussen privéleven en openbaar leven volgens haar steeds vager wordt in deze tijd. ‘Een mens kan op twee manieren zijn grenzen verleggen, naar buiten of naar binnen. De binnenwereld is het meest interessant; ik kan niet gezellig over koetjes en kalfjes praten. De grote Chinese Taoïst Lao-Tse zegt: “Zij die spreken, weten niet. Zij die weten, spreken niet.”’

 

Daan van Acht

Uit de oude doos: Docentenenquête

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: 'ANS cultuur-enquête: bent u van deze tijd?'

In het februarinummer van ANS werden verschillende docenten door de redactie aan de tand gevoeld met vragen over de in's en out's van het studentenleven in Nijmegen. Dit was alweer de vijfde keer dat RU-docenten de kennistest onder ogen kregen. In juni 1997 droop het zweet ook over 25 voorhoofden toen zij de ANS-cultuurenquête moesten invullen. Het resultaat van de test van nu verschilt niet veel met de beproeving van achttien jaar geleden: docenten weten over het algemeen maar weinig van het Nijmeegse studentenleven.

Lees hier het artikel van de juni-ANS van 1997:

ANS cultuur-enquête: bent u van deze tijd?

Wie sloot Pinkpop 1997 af? Wat is reli-shoppen? En wie zijn de drie acteurs van Jiskefet? Dat zijn enkele van de 26 vragen die ANS afvuurde op 25 docenten en hoogleraren van de KUN. De enquête is een reactie op de belegen vragen uit de KUnieuws-enquête die de kennis van het culturele erfgoed onder studenten onderzocht. Het resultaat van de ANS cultuurenquête bleek ronduit bedroevend: docenten en hoogleraren zijn nauwelijks op de hoogte van wat er onder hun studenten leeft.

Tekst: Janneke Kemperman en Niels Vrijhoeven Foto: Frederik Leuschel

Joost Zwagerman en Ronald Giphart verdiepen zich samen in de Griekse en Romeinse cultuur. In koffie shops wordt hasj nog wiet verkocht. Wie de geest wil verruimen kan dan ook beter Movie-shots aanschaffen. Crossover genereert niet alleen lawaai, maar vooral veel uitlaatgassen. Kortom: het docentencorps heeft geen kaas gegeten van de huidige studentencultuur. Dat blijkt uit de resultaten van de ANS-enquête over jongerencultuur die gehouden werd onder 25 docenten en hoogleraren van de KUN. De nadruk bij de 26 vragen lag op muziek, de meest geconsumeerde cultuuruiting. Maar ook modern theater, literatuur en film/media kwamen ruimschoots aan bod. Aanleiding voor deze test was de enquête die KUnieuws op 30 mei publiceerde. Deze peilde de kennis van het culturele erfgoed onder vijftig studenten. De vragen waren samengesteld door enkele hoogleraren van de KUN, die er van overtuigd waren dat een beetje cultureel onderlegd student deze moest kunnen beantwoorden. Maar het resultaat bleek 'vreselijk slecht': gemiddeld scoorden de studenten 10,4 van de 26 vragen goed.

'House-muziek' Als de docenten hun eigen maatstaf op het resultaat van de ANS-enquête toepassen, kunnen ze hun kennis van de jongerencultuur het beste als abominabel betitelen. Gemiddeld scoort het docentencorps 4,4 punten. Het ergst zijn de bèta's eraan toe. Zij hebben gemiddeld 2,7 van de 26 vragen goed. De helft van de getoetste bèta-wetenschappers weet geen enkele vraag goed te beantwoorden. Professor Kraaimaat van medische psychologie is een van hen. Wanneer hem gevraagd wordt drie van de pakweg vijftien Nijmeegse koffieshops bij naam te noemen, geeft hij aan pas sinds vorig jaar te weten dat daar meer wordt verkocht dan alleen een kopje koffie. 'Je had me beter een cursus kunnen geven in plaats van een enquête.' Om zich vervolgens achter zijn vakgebied te verschuilen. 'Het zou te ver voeren om te zeggen dat bèta's techneuten zijn met geen enkele interesse voor cultuur, maar ons vakgebied heeft natuurlijk minder met cultuur te maken.' De geënquêteerde gamma's laten hun collegae aan gene zijde van de Heyendaalseweg ver achter zich. Gemiddeld beantwoorden zij drie vragen correct, bijna een achtste. De kloof tussen docenten en studenten werd onder hen treffend geïllustreerd door docent politicologie Ton Bertrand. Op de vraag wat Ronald Giphart en Joost Zwagerman gemeen schijnen te hebben repliceert hij wijfelend: 'Hun liefde voor de klassieke oudheid?' Bertrand geeft echter aan wel degelijk geïnteresseerd te zijn in moderne cultuur, alleen heeft hij geen zin om zijn kostbare tijd aan cultuur van het niveau GTST te verdoen. Moderne cultuur is voor hem moderne klassieke muziek. Meteen legt hij daarbij de vinger op de zere plek. 'Dat heeft natuurlijk te maken met de subcultuur waarin ik mij bevind.' De loftrompet kan worden geblazen over het docentencorps van de alfa-wetenschappen. Met gemiddeld 7,5 goede antwoorden brengen ze hun collega's uit eerder genoemde clusters een verpletterende nederlaag toe. De betreffende docenten lijken dan ook met beide benen in de moderne maatschappij te staan. Pieter Tak, hoogleraar inleiding tot de rechtswetenschap zegt 'wel eens op house-muziek te dansen.' Hij scoorde 8 vragen goed. Opvallend is dat veel alfa-docenten het precieze antwoord op verschillende items niet weten, maar heel ver in de goede richting denken. Zo weet Johan van Merriënboer, verbonden aan het centrum voor parlementaire geschiedenis, niet de juiste naam bij de vraag wie het gezicht van TMF is. Hij meldt echter wel dat 'het zo'n blond meisje in een strakke jurk' moet zijn. Onder de alfa's bevindt zich ook de topscorer van de ANS cultuurenquête: docent Onno Boonstra van de vakgroep geschiedenis geeft dertien juiste antwoorden. Zelf blijft hij er bescheiden onder. 'De helft goed is nog altijd een onvoldoende en ik houd niet van onvoldoendes', maar in verhouding mag zijn score buitengewoon genoemd worden. 'Tijdens de koffiepauzes prat ik vaak met aio's over cultuur', verklaart de docent. 'Aan hen heb ik dan ook mijn peil te danken.' Boonstra stelt bovendien dat bij docenten van het alfa-cluster 'wel enige basale belangstelling voor de hedendaagse cultuur veronderstelt mag worden'.

fotoMovie-shots Tijdens het beantwoorden van de ANS-enquête leken de docenten echter al het bange vermoeden te hebben dat hun scores niet al te florissant zouden zijn. De geënquêteerden wrongen zich in de meest vreemde bochten of gokten maar wat raak om toch nog punten bij elkaar te sprokkelen. Crossover is volgens een docent 'een zuiderling op een motorfiets'. Movie-shots is 'drugsgebruik zodat de film leuker wordt' en 100% Isis is volgens de één een moderne godin en volgens de ander een computerprogramma om tentamenuitslagen mee te verwerken. De docenten lijken bang te zijn dat de kloof tussen hen en hun studenten pijnlijk bevestigd zal worden. Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht, ziet een directe relatie tussen deze kloof en de kwaliteit van colleges. Zelf gebruikt hij regelmatig voorbeelden uit de jongerencultuur om de lesstof wat levendiger te maken. 'Om dit toe te kunnen passen moet ik voeling blijven houden met de belevingswereld van studenten. Als dat niet lukt, dan mis ik ieder doel en sta ik geforceerd populair te doen.' Over zijn negen goede antwoorden is hij dan ook niet tevreden. 'Ik had graag wat hoger willen scoren. Maar als je echt in de jongerencultuur staat dan moet je toch wel zo'n tachtig procent kunnen beantwoorden.' Cultuur- en godsdienstpsycholoog Jacques Janssen, gespecialiseerd in juegdcultuur, vindt een kloof tussen studenten en hun docenten echter in het geheel niet erg. Van zijn eigen schamele 5 punten zal hij geen nacht minder slapen. Janssen vindt dat docenten en hoogleraren gerust slecht mogen presteren op de ANS cultuurenquête. 'Van de eigenheid en geheimzinnigheid van de jeugdcultuur moet je afblijven. Afstand is helemaal niet erg.'

test

 

Uit de oude doos: Samen bidden

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: ‘Samen bidden’

In de mei-ANS van 1997 verscheen een reportage over de wens van moslims voor een nieuwe, eigen gebedsruimte in de Studentenkerk. Op dat moment bevond de ruimte zich in de kelder van het Erasmusgebouw. 'Een donker, stoffig schoonmaakhok', aldus de 21-jarige moslimstudente S. Adiyaman, waardoor moslims lege leslokalen opzochten om daar te gaan bidden. De afgelopen maanden raakte de Studentenkerk in opspraak door de uitspraken van priester Antoine Bodar over het ruimdenkende beleid van studentenpastor Theo Koster. Deze week plaatste ANS een stuk over de huidige rol van het geloof en de Studentenkerk op de RU. Ook Loubna Es-Safraouy, voorzitter van de moslimstudentenvereniging, gaf haar mening.

Lees hier het artikel uit de mei-ANS van 1997:

Samen bidden

‘Als je niet samen kunt bidden, kun je ook niet samen leven’, meent studentenpastor Jan Huismans. Aan zijn enthousiasme zal het niet liggen: moslimstudenten moeten een gebedsruimte in de studentenkerk krijgen. Zowel financiële als ideologische drempels dwarsbomen echter een realisering van de plannen.

Tekst: Pieter Baken

‘In deze tijd van interreligieuze verhoudingen moeten verschillende geloofsovertuigingen elkaar opzoeken. Dat kan prima in een kerkgebouw', zegt studentenpastor Jan Huismans. Hij steunt dan ook het plan van het college van bestuur (cvb) om in de studentenkerk een gebedsruimte voor moslimstudenten te realiseren. Aan dit principebesluit zijn een petitie van veertig moslims aan het cvb en vier jaar moeizaam overleg tussen kerk en moslimstudenten vooraf gegaan.

Schoonmaakhok
De huidige gebedsruimte voor islamieten is verre van ideaal: een onverlichte ruimte in de kelder van het Erasmusgebouw. 'Een donker, stoffig schoonmaakhok', zo typeert de 21-jarige moslimstudente S. Adiyaman het provisorische onderkomen. De moslims zoeken voor het bidden daarom hun toevlucht tot lege leslokalen. Adiyaman: 'Als er dan plotseling mensen binnen komen, moet je midden in het gebed het lokaal weer verlaten. Maar we hebben geen andere keuze: bidden is voor elke moslim een noodzakelijk ritueel.' Het ziet er echter naar uit dat ook de studentenkerk niet geheel aan de wensen van de moslimstudenten tegemoet kan komen. De islamitische gebedstraditie vraagt om financieel ingrijpende aanpassingen aan de kerk. Zo willen de moslims een geluiddichte bidruimte en een rituele wasgelegenheid. Het bestuur van de kerk heeft de kosten van de verbouwing laten berekenen.

De uitkomst zal binnenkort aan het cvb warden voorgelegd. Het college zal als geldschieter van het project een beslissing nemen. Huismans acht een realisatie van de plannen echter financieel onhaalbaar. Inmiddels wachten de moslims alweer een paar maanden op een definitieve beslissing van het cvb. Het vertrouwen in de bestuurders lijkt met het verstrijken van de tijd af te nemen. Adiyaman: 'Het duurt allemaal erg lang. Ik heb soms het gevoel dat we door het bestuur van de kerk en de universiteit: niet echt gewenst zijn.' Huismans bekritiseert dit pessimisme: 'Ik kan me het wantrouwen van de moslims goed voorstellen, maar het probleem ligt wat genuanceerder dan het nu lijkt.' Huismans doelt op een voorstel van de studentenkerk om de huidige gebedsruimte simpelweg te delen. Zowel christenen als moslims zouden volgens dat plan op gezette tijden van de ruimte gebruik mogen maken. De moslims hebben deze oplossing echter van de hand gewezen: zij houden vast aan de eis van een eigen ruimte. Huismans: 'Het ogenschijnlijk louter financiële probleem wordt hiermee ook een ideologisch probleem. Het is goed mogelijk om een ruimte te delen. Wij als kerk zeggen: “Laten we genoegen nemen met een symbolische ruimte." Katholieken hebben nu eenmaal de neiging om iedereen binnen te halen. Deze groep islamieten heeft hier meer moeite mee dan wij. Ik zeg deze islamieten, omdat iedere moslimgroep de geloofsvoorschriften weer anders interpreteert.'

Kloof
Huismans klaagt niet over de huidige onderhandelingen. Een paar jaar geleden voerde hij gesprekken met een andere groep moslimstudenten, die veel stroever verliepen. De kloof tussen moslims en kerk bleek toen onoverbrugbaar. Volgens Huismans gaat het om een mentaliteitsverschil: 'De groep hiervoor was veel strenger in de leer. Dat leverde meer botsingen op dan met de huidige groep. De moslims waar ik nu mee praat karakteriseer ik als relatief tolerant met wat orthodoxe trekjes.' Huismans heeft door de veelvuldige gesprekken goede hoop dat ze samen tot een oplossing komen, zij het misschien niet op korte termijn: 'We zullen tot een compromis moeten komen. Wellicht moeten de ideeën over een gemeenschappelijke kerk nog een jaartje rijpen voor iedereen zich erin kan vinden.' Het liefst ziet hij op de gevel van 'zijn' kerk in de toekomst ook een Arabisch naambordje prijken, want: 'Als je niet samen kunt bidden, kun je ook niet samen leven.'

 

Anne van Veen

Uit de oude doos: 'Niet iedereen is een Walter Lewin'

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: 'Niet iedereen is een Walter Lewin'

In de januari-ANS van 2013 verscheen een interview met Walter Lewin, emeritus hoogleraar aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT). Deze week raakte de Nederlandse natuur- en sterrenkundige in opspraak omdat hij online studentes lastig gevallen zou hebben. MIT besloot om al zijn colleges offline te halen en zijn titel als professor emeritus in te trekken.

Wat Lewin precies zou hebben gedaan, is onbekend. Volgens MIT heeft hij de regels van de instelling overtreden en wil ze zich losmaken van haar verleden met de hoogleraar. Daarnaast hoopt de universiteit met deze acties te voorkomen dat Lewin opnieuw studentes benadert.

Tekst: Rik van Hulst
Foto's:
Elise Talsma

‘Je moet die zaal zo in de hand hebben – en dat had ik vandaag – dat ze lachen als jij dat wilt, huilen als jij dat wilt en zelfs in hun broek plassen als jij dat wilt. Om dat te kunnen heb je persoonlijkheid nodig.’ Walter Lewin (77), emeritus hoogleraar Natuurkunde aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology (MIT), vertrok op zijn dertigste naar de Verenigde Staten waar hij vorig jaar werd verkozen tot een van de beste professoren. Daarnaast bestempelde The New York Times hem als ‘Web Star’ omdat zijn colleges wereldwijd miljoenen keren werden bekeken. Het bètafenomeen haalt de meest memorabele capriolen uit om zijn publiek de schoonheid van de natuurkunde te laten zien en de normaal zo pittige wetenschap – zelfs voor de leek – verstaanbaar te maken. In De Wereld Draait Door liet Lewin zich absoluut niet door Matthijs van Nieuwkerk in de rede vallen en maakte hij Diederik Jekel, de huisnatuurkundige van het programma, uit voor ‘schijtzak’ nadat deze een van Lewin’s wereldberoemde proeven niet juist nabootste. Mede hierdoor oogt Lewin wat aanmatigend en pathetisch. Zijn laatste woorden tijdens het gesprek zijn tekenend: ‘Het maakt niet uit dat jullie in het interview zeggen dat ik arrogant overkom, zolang het maar een objectieve weergave van het gesprek is.’ In de twee uur daarvoor bleek hij vooral een charmante professor die simpelweg zijn bevlogenheid niet kan onderdrukken. ‘Je moet bedenken dat het meeste wat je vandaag hebt gezien spontaan uit mijn buik komt. Dat is mijn excentriciteit!’

Bent u tegenwoordig meer een showman dan wetenschapper?
‘Ik ben wetenschapper in hart en nieren, geen showman. Ik was 35 jaar pionier in röntgenastromonie. Mijn colleges werden echter zo beroemd dat het zwaartepunt langzaam naar het onderwijzen is verschoven. Vandaag de dag is het voor mij belangrijker om zeven miljard mensen in de wereld te onderwijzen dan alleen die elitegroep op MIT, waarvan au fond slechts duizend studenten eerstejaars zijn.’

Is het met Natuurkunde wel mogelijk zeven miljard man te bereiken?
‘Dat hangt er vanaf wie het doceert. Er zijn een heleboel goede natuurkundigen, maar de meesten hebben geen liefde voor hun vak of brengen het op een manier waarvan je moet braken. Het klassieke voorbeeld is dat de leraar slechts de vergelijking uit het boek op zijn PowerPoint zet en verder niet uitlegt. Dat betekent niets voor die kinderen. Leraren die dat doen zijn criminelen en dat mag je best in de krant zetten. Criminelen! ‘In mijn colleges laat ik ieder aspect uit de vergelijking tot leven komen. Wanneer ik aantoon dat de slingertijd van een pendulum onafhankelijk is van de massa die er aanhangt, ga ik niet eerst 15 kilogram laten slingeren en deze vervolgens vervangen voor 30 kilogram. Nee, dan ga ik er zelf aanhangen! Dat is niet makkelijk, want als ik zomaar op die kogel ga zitten, breng ik het zwaartepunt naar boven en is de lengte, die wel voorkomt in die vergelijking, effectief korter geworden. Met andere woorden, ik moet mijn hele lichaam uitstrekken. Dergelijke voorbeelden maken mijn colleges krachtig.’

Drama is dus noodzakelijk.
Luidkeels: ‘Dat is dé manier. Ik bouw een enorme spanning op bij mijn studenten wanneer ik 45 seconden aan die kogel heen en weer slinger. De klas is aan het tellen, waarbij iedere tel 4,5 seconden duurt: een, twee, drie. Ze horen me hijgen en kreunen, want het doet pijn aan mijn ballen, dat houd je niet voor mogelijk. Ik speel dat niet. Daarna krijg ik een staande ovatie. Ze vergeten misschien die vergelijking of kunnen hem nooit meer afleiden, maar ze weten voor de rest van hun leven dat de periode van een slinger onafhankelijk is van de massa die eraan hangt.’

Waarom hangt niet iedere hoogleraar aan zo’n kogel?
‘Stel dat jij een kunstenaar bent en ik zeg tegen jou dat je een Picasso moet worden. Wat zeg jij dan?’

Dat is onmogelijk.
‘Precies. Iedere natuurkundedocent die mijn colleges ziet gaat anders lesgeven, maar wordt daarmee nog geen Walter Lewin. Dat enthousiasme moet onderdeel zijn van je persoonlijkheid. Zoiets moet je uitstralen. Als jij een droogkloot bent, lukt dat je nooit.’

Had u deze mate van roem ook bereikt als u in Nederland was gebleven?
‘Zeker niet. Het is me hier te benauwd en te conservatief. En die spruitjeslucht! Desondanks is Nederland het enige land waar ik nooit een honorarium vraag voor mijn gastcolleges. Dit land gaat me aan het hart, hier ben ik werkelijk gemaakt.’ Grijnzend: ‘Maar ik eis wel dat ik businessclass vlieg.’

In 1985 werd Walter Lewin gevraagd eerstejaars MIT-studenten hulp te bieden bij de wekelijkse probleemstellingen. Het resultaat was een reeks video’s als aanvulling op zijn colleges Fysica, zogenoemde help sessions. Deze werden ieder uur van de dag op het interne kanaal van de universiteit uitgezonden. ‘Ik heb het vijftien jaar gedaan en het was een enorm succes! Er waren zelfs studenten die de cursus al hadden afgerond, maar toch op vrijdag met een krat bier naar mijn help sessions gingen kijken.’ University Washington Television in Seattle wilde Lewin’s materiaal ook uitzenden. ‘Daar was ik aanvankelijk niet voor, omdat ik de opnamekwaliteit van die sessies niet goed genoeg vond om aan 4 miljoen mensen te laten zien. Uiteindelijk heb ik toch toegezegd.’ Vervolgens stelde een collega van Lewin voor om naast zijn reeks help sessions ook zijn colleges vast te leggen. De techniek om de opnames online te zetten bestond echter nog niet, totdat MIT besloot met OpenCourseWare colleges online te gaan zetten. ‘In het begin waren het video’s waar geen hoogleraar op was te zien, maar slechts slides en problemsets. Het was voor MIT ideaal dat ik al 71 kant-en-klare videotapes had liggen. Die zijn in 2003 als een van de eerste het internet op gegaan.’ Zo groeide Lewin uit tot een van de eerste internetprofessoren en werden zijn colleges een wereldwijde hit.

Wat is de toekomst van het volgen van colleges via het internet?
‘We gaan een heel nieuwe richting op. It goes viral. Het is een epidemie die ervoor zorgt dat je, mits je een laptop hebt, wereldwijd certificaten van de topuniversiteiten kunt behalen. De colleges zijn in Nepal of Tibet niet alleen te bekijken, maar studenten moeten ook wekelijks problemen oplossen. Na vier maanden is het mogelijk examen te doen waarbij de computer beslist of je dit succesvol hebt afgerond of niet. Euforisch: ‘Stel je eens voor dat je in Tibet woont en het ondenkbaar is dat je ooit naar een universiteit zal gaan. Dan is het toch fantastisch wanneer je bij een sollicitatie een certificaat kunt laten zien waarop staat dat je onder andere succesvol de colleges Newtonian Mechanics van professor Lewin hebt gevolgd?’

Hoe moet die jongen in Tibet dat betalen?
‘Het inschrijven zal hoe dan ook gratis blijven. Er is wel een discussie gaande of er voor het certificaat een bepaald bedrag zal worden gerekend. Ik ben daar absoluut tegen, want wanneer aan de armsten geld wordt gevraagd, kunnen zij zich het onderwijs niet meer veroorloven. Het is wel mogelijk dat er een variabele prijs komt. Dat betekent dat je bijvoorbeeld duizend dollar betaalt als je in Californië woont en je niets betaalt wanneer je een certificaat in Bangladesh wilt behalen. Daar zijn we echter nog niet over uit.’

Wat voor waarde heeft zo’n certificaat?
‘Het is op het niveau van MIT. Het enige wat we niet kunnen controleren is of degene die het certificaat op zijn naam krijgt het ook daadwerkelijk heeft gemaakt. Op dit moment hebben we ervoor gekozen dat te accepteren, omdat je veel meer wint dan verliest. Voor miljoenen mensen zal de wereld veranderen en misschien is er tien procent die de zaak bezwendelt, maar zij vallen vroeg of laat toch wel door de mand.’

De webcolleges van Lewin behandelen niet enkel de Fysica. Verrassend genoeg is de professor ook te zien met Looking at the 20th Century Art through the Eyes of a Physicist, waarin hij kunst uit het eerste kwart van de twintigste eeuw op zijn karakteristieke manier bespreekt. Zijn liefde voor kunst komt niet uit de lucht vallen. Al van kinds af aan bezocht hij kunstgalerijen en gaf hij rondleidingen in musea voor vrienden. ‘Mijn ouders hadden een grote kunstcollectie. Daar heb ik veel van geërfd, maar ik ben zelf ook kunst gaan verzamelen. Momenteel heb ik 135 works of art.’ Lewin deelt zijn liefde voor kunst verder via de sociale media. ‘Iedere twee dagen laat ik daar een kunstwerk zien en mogen mijn Facebook-vrienden raden wie het heeft gemaakt en in welk jaar.’

Is het belangrijk dat mensen kennis van kunst hebben? Is het ‘mooi vinden’ van iets niet voldoende?
‘Man, dat is flinterdun! Dat is hetzelfde met de natuurkunde. Stel: jij zit op de fiets en ziet een regenboog. Je denkt ‘‘wat een mooie kleuren’’ en rijdt verder. Dan heb je naar de boog gekeken, maar je hebt hem niet gezien. Je mist namelijk de kennis om daadwerkelijk iets te zien. Alles in het leven gaat om kennis, het verrijkt je leven. Anders blijf je toch een keuterboer in Drenthe!’

U bent niet officieel onderwezen in kunst, hoe bent u toch wegwijs geworden in deze wereld?
‘Ik heb het te danken aan Nederlands kunstenaar en mijn beste vriend Peter Struycken. Hij leerde mij om niet alleen naar kunst te kijken, maar kunst te zien. Voorheen bezocht ik musea, maar keek ik met verkeerde ogen. Het is een complete revolutie in mijn leven geweest. Wanneer ik het Museum of Modern Art binnenloop, weet ik van bijna ieder schilderij waar het hangt of moet hangen. Dat is een verrijking, dat houd je niet voor mogelijk. ‘Door Peter is mijn smaak helemaal veranderd. Dat heeft bijvoorbeeld invloed gehad op hoe ik mijn huis inricht, maar ook op hetgeen ik draag. Ik heb in totaal 40 ringen, 50 armbanden en 35 broches.

Komt daar uw excentrieke kledingstijl vandaan?
‘Excentriek? Voor mij is dit normaal.’

Bekijk hier de andere artikelen uit de januari-ANS.

 

Evy van der Aa

Uit de oude doos: Student, ontwaakt!

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Student, ontwaakt!

Met de studentendemonstratie voor de deur, blikt ANS terug op het protest tegen de afschaffing van de studiefinanciering voor de master. Na de lage opkomst tijdens deze landelijke actie, schreef ANS een opinieartikel over het stervende studentenactivisme. Destijds vroeg men zich af of studenten actiemoe waren of het nut van demonstreren niet inzagen.

Twee jaar later demonstreert studentenland tegen de invoering van het leenstelsel. Op het Facebook-evenement van Stop het Leenstelsel hebben meer dan 4700 mensen aangegeven naar het Malieveld af te reizen. Keert het studentenactivisme terug in de samenleving? Dat zullen we morgen zien.

Lees hier het artikel uit de juni-ANS van 2012:

Student, ontwaakt!

Studentendemonstraties stellen al jaren weinig meer voor. Met harde maatregelen in het vooruitzicht is het cruciaal dat het protest nieuw leven wordt ingeblazen. Studenten moeten het heft en het spandoek weer in eigen hand nemen.

Tekst: Rik van Hulst en Mickey Steijaert

Een GeenStijl-journalist kijkt smalend de camera in. ‘Vandaag is de lente begonnen. Wat kun je nou beter doen op deze prachtige dag dan eens fijn een stukje te gaan wandelen tegen de plannen die het kabinet heeft met jouw studiefinanciering?’ Het is 20 maart 2012. Tijdens de landelijke actieweek tegen het plan om de studiefinanciering in de masterfase af te schaffen lopen studenten een protestmars van het station naar de Grote Markt in Nijmegen. Met zijn spottende opmerkingen snijdt verslaggever Tom Staal een heikel punt aan. Waren in december 2010 nog 1500 studenten in Nijmegen op de been tegen de langstudeerboete, nu zijn het er nog geen vijfhonderd. De daaropvolgende vrijdag komt bij de afsluitende landelijke demonstratie in Amsterdam amper het dubbele aantal opdraven. Staal vraagt zich terecht af of studenten actiemoe zijn en wellicht het nut van protesteren niet meer inzien. Dat studenten tegenwoordig massaal kiezen voor een middag op het terras in plaats van te denken aan hun toekomst is een pijnlijke constatering. Juist nu met de bezuinigingen een ware aardverschuiving plaatsvindt binnen het hoger onderwijs is het cruciaal dat studenten opstaan uit hun luie stoel en de straat op gaan.

Occupy collegezalencomplex Begin jaren negentig vond de laatste harde studentenactie in Nijmegen plaats. Als reactie op mogelijke bezuinigingen op de studiefinanciering en afschaffing van het medebeslissingsrecht van studenten werd de aula ingenomen en het collegezalencomplex ruim een week bezet. Deze grootschalige acties leidden tot openbare onderhandelingen met het College van Bestuur van de RU. Uiteindelijk werd de afschaffing van het medebeslissingsrecht tegengehouden. In een artikel in het ANS van oktober 2009 verklaarden studentenvakbonden de sindsdien afgenomen actiebereidheid nog door het gebrek aan harde maatregelen. Dit gaat nu niet meer op. Na de invoering van de langstudeerboete dreigt ook de basisbeurs te sneuvelen. Door de val van het kabinet zijn deze plannen van tafel, maar het is zeer waarschijnlijk dat na de verkiezingen in september het hoger onderwijs alsnog op de schop gaat. ‘We verwachten dat de gehele studiefinanciering verdwijnt in 2013’, zo liet Sebastiaan Hameleers, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, eerder al optekenen op ANS-Online. In dat licht bezien is het treurig dat afgelopen maart zoveel minder studenten op de barricades stonden dan in de jaren negentig. Aan de organiserende partijen ligt het niet. Zowel toen als nu werden studenten intensief warm gemaakt met collegepraatjes en een inlichtingscampagne. Aangezien de huidige vakbonden daarnaast gebruik maken van sociale netwerksites om het bereik van acties te vergroten moet een opkomst van duizenden studenten haalbaar zijn.

Pretprotest Waarom komen studenten amper op voor hun rechten? De vraag is of zij het nut van protesteren nog inzien. Met de demonstraties van 2010 werd het uiteindelijke doel niet bereikt, de langstudeerboete bestaat per slot van rekening nog. Toch hebben de protesten effect gesorteerd. ‘Als we niet in diverse steden de straat op waren gegaan, dan hadden we in de bachelor en masterfase samen slechts een jaar mogen uitlopen. Nu is dit verlengd naar twee jaar’, aldus Pascal ten Have, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond. ‘Protest is essentieel. Je kunt wel een petitie tekenen, maar die leggen bewindslieden naast zich neer. Een grote groep demonstrerende studenten ga je echter niet zomaar uit de weg.’ Gerbert Kraaykamp, hoogleraar Sociologie aan de RU, vermoedt dat de actievoerder niet alleen gaat demonstreren uit protest, maar ook om een leuke middag te hebben. ‘Gezellig naar Amsterdam gaan en na afloop nog een biertje drinken met zijn allen’, illustreert de socioloog. Tegenwoordig zijn er veel alternatieven om je tijd aan te besteden. ‘In de jaren zeventig was een uitje naar Den Haag op zichzelf al leuk. Nu moet het echt iets bijzonders worden, willen mensen nog komen.’ Deze theorie gaat in ieder geval op voor de protesten van 20 maart. Genieten van het lekkere zonnetje was voor veel studenten blijkbaar een betere tijdsbesteding. Dit heeft ertoe geleid dat vakbonden steeds meer aandacht moeten besteden aan de amusementswaarde van de acties. Zo werden op het Malieveld in 2011 actievoerders en verdwaalde festivalgangers niet alleen vermaakt door interessante sprekers, maar was ook DJ Jordy aanwezig om de menigte bezig te houden. Dat een hele circusact nodig is om studenten naar een protest te lokken is bespottelijk, de ernst van de maatregelen zou op zichzelf reden genoeg moeten zijn om de stad op stelten te zetten. Daar komt bij dat een demonstratie waarbij iedereen bier zuipt op You’ve gotta fight for your right to party minder indruk zal maken in Den Haag dan een serieus protest.

Demonstreren kan concrete resultaten opleveren, maar daarvoor is een massale opkomst noodzakelijk. Dat die opkomst uitblijft is met de dreigende maatregelen in het achterhoofd alarmerend. Een regeling als de afschaffing van de basisbeurs zou de uitwonende student 3200 euro per jaar kosten. Ook andere besluiten als de inperking van het OV-recht kunnen de student hard in de portemonnee raken. Er zijn geen excuses voor degenen die het af laten weten. Een vrije middag opofferen kan bepalend zijn voor jouw studie en ook voor anderen het verschil maken. Wanneer er opnieuw draconische maatregelen op de Haagse vergadertafel liggen moeten studenten in actie komen. Gebeurt dit niet, dan zal de student zijn inactiviteit berouwen.

 

Evy van der Aa