Uit de oude doos: De hamvraag

Daan van Acht

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: 'De hamvraag'.

Onder het mom van een duurzamere campus die minder belastend moet worden voor het milieu, besloot het Facilitair Bedrijf vanaf deze week voortaan op maandagen geen vleesproducten meer te serveren in de universiteitsrestaurants. Het verdwijnen van de vertrouwde kroketten en saucijzenbroodjes op de eerste dag van de week schoot de meeste RU-studenten en een enkele, rebellerende docent duidelijk in het verkeerde keelgat. Marcel Wissenburg, hoogleraar Politicologie, beschuldigde het Facilitair Bedrijf zelfs van 'onsmakelijke, verachtelijke betweterij'.

Hopelijk zijn er in de nabije toekomst andere alternatieven voor het vleesprobleem in plaats van een ware campusoorlog. Mark Post, hoogleraar Vasculaire Fysiologie aan Maastricht University, rept in de maart-ANS van twee jaar geleden over zogenaamd 'kweekvlees'. Met behulp van miljoenen stamcellen wil Post zijn eigen hamburgers 'kweken' en zo het wereldwijde dierenleed verzachten. Op 5 augustus 2013 werden de eerste drie kweekhamburgers gepresenteerd aan het publiek. Of consumenten over een aantal jaar daadwerkelijk hun mes zullen zetten in een overheerlijk stukje kweekbiefstuk, kan Post nog niet zeggen: 'Dit hangt heel erg af van de financiering die we voor het project gaan krijgen. Als ze me een half miljard geven, verwacht ik dat dit over tien jaar in de supermarkt kan liggen.'

Lees hier het artikel uit de maart-ANS van 2013:

De hamvraag

In 2050 bewandelen 9 miljard mensen de aardbol, onder wie een groeiend aantal vleeseters. De huidige veehouderij is niet duurzaam genoeg om al deze monden te voeden. Daarom werkt professor Mark Post al sinds 2007 aan een alternatief voor de huidige Big Mac. ‘Over veertig jaar eten wij allemaal kweekvlees.’

Tekst: Cecile Vermaas en Loes de Veth
Illustratie:
Sanne Reckman

In een onbeveiligde koelkast op Maastricht University ligt een hamburger ter waarde van 300.000 euro. ‘Als de stroom uitvalt krijgen we wel een seintje hoor’, verzekert Mark Post, hoogleraar Vasculaire Fysiologie de ontwikkelaar van de eerste kweekvleesburger. De kans dat zijn creatie per ongeluk door een hongerige medewerker wordt opgegeten is klein, aangezien de hamburger op dit moment nog bestaat uit onaantrekkelijke beige spiervezels verdeeld over twintig buisjes. Deze zijn gekweekt uit stamcellen, die zich delen en zich uiteindelijk ontwikkelen tot een echt stuk vlees. Post is sinds 2007 bezig met kweekvlees, ook wel in-vitrovlees genoemd. Doel van zijn project is het presenteren van een zogenaamd proof of concept, het bewijs dat het mogelijk is vlees te maken zonder een dier te doden. ‘Men dacht dat het nooit zou lukken, daarom besloten wij te bewijzen dat het kan. Daarmee wilden we de stellingname over kweekvlees veranderen van “dit is een raar idee van een stelletje idioten” naar “wauw, het is mogelijk, nu moeten we kijken hoe we deze techniek in de praktijk kunnen toepassen”.’ De kweekmethode is een mogelijk alternatief voor de vleescrisis die eraan komt: de wereldbevolking groeit en het aantal vleeseters groeit nog harder. Toch ziet niet iedereen heil in dit plan om het voedseltekort te bestrijden. Is kweekvlees slechts een mooie droom, een nachtmerrie of toch een levensvatbaar idee?

Mediaspektakel
Het plan van Post is om zijn kweekburger groots te presenteren aan de media: ‘We wilden een aantal stamcellen uit de bil van een varken nemen, er een worst van maken en het varken vrolijk over het podium laten rennen tijdens de perspresentatie. Uiteindelijk vonden we een Amerikaanse financier, dus werd het een hamburger. Als we het geld uit Duitsland hadden gekregen was het waarschijnlijk toch een worst gebleven.’ De presentatie van de burger is al tweemaal uitgesteld, maar wordt nu in april verwacht. ‘Mijn financier, die anoniem wil blijven, wil zeker weten dat er niets misgaat, bijvoorbeeld bij het samenvoegen van alle spiervezels uit de buisjes.’ Een buisje is genoeg voor een hamburger van twee bij twee centimeter. De enthousiaste Post laat een foto zien van een bruin gebakken kwabje. ‘We hebben hem in vier stukken gedeeld en geproefd. Het smaakte heerlijk.’ Uiteindelijk moeten twintig buisjes samengevoegd worden voor een hamburger van substantiële grootte. ‘Wij denken dat het geen probleem is om er een groot coherent geheel van te maken, maar voor de zekerheid kweken we nu een tweede exemplaar.’ Vezeltje voor vezeltje De hamburger wordt gekweekt in een lab dat kleiner is dan de gemiddelde studentenkamer. Daar werken twee jongemannen in labjas aan het vlees van de toekomst. Geconcentreerd pipetteren ze kleine hoeveelheden kweekmedium in plastic bakjes met stamcellen. In elk bakje groeit uit 1,5 miljoen stamcellen een spiervezel. Om een buisje te vullen zijn duizend spiervezels nodig, om een hamburger te maken twintiduizend. Er moeten nog tienduizend vezels worden gekweekt, dus de dagbesteding van de labmannen staat voorlopig vast. Dagenlang kijken zij geduldig toe hoe de stamcellen zich langzaam vermenigvuldigen tot een minuscuul vezeltje dat wellicht ooit bij ons in de pan belandt. ‘Zoals je ziet is dit nog geen efficiënt productieproces’, merkt Post droog op. Thom Achterbosch, onderzoeker op het gebied van voedselzekerheid aan het Landbouw-Economisch Instituut (LEI), betwijfelt of kweekvlees een grote bijdrage zal leveren aan het inkrimpen van de intensieve veehouderij, ook als de techniek rijp is voor massaproductie. ‘De prijs van kweekvlees en regulier vlees moet significant verschillen om mensen zover te krijgen dat ze een kweeksteak accepteren. Prijs speelt een dubbelzinnige rol in de voedselconsumptie. Als mensen vlees willen eten zal een hoge prijs hen daar niet vanaf houden, net zoals nu bij sigaretten het geval is.’ 300.000 euro voor een hamburger is inderdaad wat excessief, maar Post nuanceert: ‘Deze hamburger is vezeltje voor vezeltje gemaakt door analisten aan de universiteit, onder leiding van een hoogleraar. Er is nog op geen enkele manier een poging gedaan om dit proces efficiënter te maken.’ Een bedrijf dat stamcellen voor medische toepassingen kweekt is aan de slag gegaan met de cijfers van Posts project. De 90 miljard stamcellen die nodig zijn om een kilo vlees te maken zouden volgens hun berekeningen ongeveer 50 euro kosten. ‘Zij hebben nog geen rekening gehouden met optimalisatie of recycling, dus die kosten kunnen we nog enorm terugbrengen. Het is niet ondenkbaar dat we uiteindelijk iets maken dat goedkoper is dan vlees.’

McStamcel
Post voert zijn onderzoek uit in het licht van de naderende vleescrisis. De wereldbevolking wordt in 2050 op 9 miljard mensen geschat. De vraag naar vlees neemt daardoor toe, vooral doordat de middenklasse in minder ontwikkelde landen groeit. ‘Het eerste wat mensen doen als ze rijker worden is meer vlees eten’, zegt Cor van der Weele, bijzonder hoogleraar Humanistische Wijsbegeerte aan Wageningen University, terwijl ze een grafiekje tekent ter illustratie. Van der Weele is gespecialiseerd in de discussie rondom kweekvlees. De manier waarop we nu vlees produceren is niet duurzaam en zal de groeiende McDonalds-klandizie in de toekomst niet van hamburgers kunnen voorzien. Bovendien wordt 70 procent van alle landbouwgrond direct of indirect gebruikt voor veehouderij en is tussen 10 en 20 procent van alle broeikasgassen afkomstig van dieren. Al deze kwesties samen loeien om een alternatief. ‘Kweekvlees’, aldus Post. ‘Koeien en varkens zijn volkomen inefficiënt. Je moet er 100 gram voer in stoppen om er 15 gram vlees aan over te houden. Het is een eenvoudig rekensommetje, dit blijft niet werken.’ Dat het zo niet door kan gaan beaamt Joris Lohman, voorzitter van de Youth Food Movement. Hij ziet de samenleving daarmee echter nog niet in de richting van kweekvlees bewegen. ‘Ik verwacht een andere culturele omslag. Onze vleesconsumptie is binnen een paar generaties erg gestegen en dat kan ook zo snel weer de andere kant op gaan.’ Van der Weele sluit zich gedeeltelijk aan bij Lohman: ‘Uit onderzoek van het LEI is inderdaad gebleken dat een grote, groeiende groep bewust minder vlees wil eten. Dit is echter nog nauwelijks terug te zien in de totale vleesconsumptie. De veranderde gedachten leiden dus op grote schaal nog niet tot daden. Bovendien zullen de meeste mensen sowieso vlees blijven eten. Een compleet vegetarische samenleving is een heel verre droom.’ Mark Post is geen dromer. ‘Het percentage vegetariërs is in Nederland ongeveer 5 procent. Dat is al 35 jaar zo en dat gaat niet veranderen. In ontwikkelingslanden neemt dit aandeel zelfs af.’ Van der Weele benadrukt ook dat de oplossing niet alleen in gedragsverandering ligt. ‘Het is belangrijk dat we minder vlees gaan eten, maar als de dieren het alleen daarvan moeten hebben, kunnen ze lang wachten.’

Jakkes, in-vitrovlees
Van der Weele heeft onderzoek gedaan naar de eerste reacties op kweekvlees en onderscheidt over het algemeen drie type mensen: ‘De grootste groep reageert meteen positief. Dan is er een groep die er een vies gezicht bij trekt. De derde groep is wat bedachtzamer, ze vinden het in principe een goed idee, maar erg technologisch.’ Ze constateert daarnaast dat het concept van kweekvlees mensen bewuster laat nadenken over vlees. ‘De interesse in kweekvlees is groot. Mensen zijn blij met het idee dat zij straks wellicht hun biefstukje kunnen eten zonder dat daar een dier voor is geslacht. Soms realiseren ze zich dan dat ze veel meer met vlees in hun maag zitten dan ze zelf beseften. Kweekvlees kan mensen op die manier wakker schudden.’ Opvallend genoeg zal dit de Partij voor de Dieren een worst wezen. Partijleider Marianne Thieme noemt kweekvlees een sympathieke gedachte, maar verwerpt dat het bij zou dragen aan een ander denkpatroon: ‘Als mensen het onaantrekkelijke idee krijgen dat ze kweekvlees moeten eten voor een duurzame wereld, helpt dat de overgang naar vermindering van de vleesconsumptie niet. Bovendien, hoe kun je mensen garanderen dat ze weten wat ze eten?’ De hoogopgelopen discussie rond genetische modificatie van een aantal jaar terug heeft mensen niet welwillender gemaakt ten opzichte van innovatie in de voedselindustrie. Achterbosch: ‘Men heeft de neiging alles wat met vlees te maken heeft bij elkaar op te tellen. Niet alleen de kwestie van genetische modificatie speelt mee, maar ook discussies over hormonen en de huidige paardenvleesaffaire. Vlees uit een laboratorium wordt waarschijnlijk ook moeilijk geaccepteerd.’ Lohman bevestigt dit: ‘Innovatie wordt over het algemeen van harte toegejuicht, maar als het om eten gaat, reageren mensen vaak huiverig en sceptisch. Dat is een van de redenen waarom ik geen brood zie in kweekvlees. Men wil beter inzicht in de herkomst van voedsel. Je kunt wel denken: we duwen het de mensen door de strot zonder dat ze weten wat het is, maar als de consument mag kiezen, zal hij kiezen voor echt vlees.’ Post wuift dit soort bezwaren weg: ‘Het is precies hetzelfde vlees, het is alleen buiten het lichaam van het dier gegroeid.’

De karbonade van de toekomst
De vraag blijft of de jongeren van nu wanneer ze grijs zijn hun kleinkinderen soep met kweekvleesballen voorschotelen. ‘Uit vraaggesprekken blijkt vaak dat mensen die op het eerste gezicht een yuck-reactie vertonen, vrij snel omslaan als ze bedenken wat het kan betekenen voor dierenwelzijn’, maakt Van der Weele duidelijk. Zij ziet geen ethische bezwaren, sterker nog: ‘Het grootste morele probleem met kweekvlees is dat er nog nauwelijks in wordt geïnvesteerd.’ Achterbosch vindt het gebrek aan financiële ondersteuning begrijpelijk: ‘Het lijkt mij een zeer onzekere investering. Er zijn voldoende plantaardige alternatieven voor vlees en een investering in landbouwontwikkeling en –technologie is een veiligere optie. Daarvan weet je zeker dat het resultaten zal boeken op het gebied van mondiale voedselzekerheid. Bovendien zie ik de veehouderij met zijn gevestigde traditie niet zomaar verdwijnen. Vooral in ontwikkelingslanden speelt de veehouderij een essentiële rol in de organisatie van de maatschappij. Het inkomen van grote groepen mensen hangt hiervan af.’ Post redeneert daarentegen dat banenverlies nooit een argument is geweest tegen technologische vooruitgang. ‘Als we terughoudend waren geweest wat betreft technologische ontwikkeling zouden we nu geen stoommachines hebben en zeker geen computers. Natuurlijk verandert kweekvlees de industrie, maar onze fabrieken zullen ook weer veel nieuwe banen creëren.’ Voorlopig is er nog geen fabriek, maar zijn er slechts drie mannen, een aantal koelkasten en een enorme hoeveelheid plastic bakjes. Het is vooralsnog onbekend of en hoe kweekvlees als product op de markt zal komen. Post: ‘Wanneer dat gaat gebeuren hangt heel erg af van de financiering die we hiervoor gaan krijgen. Als ze mij na de perspresentatie van de hamburger een half miljard geven, verwacht ik dat dit over tien jaar in de supermarkt kan liggen.’