Uit de oude doos: College van censuur

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: de RU in haar censuurtijdperk

De RU en haar masters lijken een haat-liefde verhouding te hebben. Onze universiteit blijft alles uit de kast halen om haar masteropleidingen te promoten, maar die pogingen om masterstudenten te binden mislukken jammerlijk. De voorlichting laat - zoals we ondertussen wel weten - te wensen over en de speciale voorlichtingsdagen zijn niet bepaald in trek. Waar een oplossing van de problematiek nu wordt gezocht in het aantrekken van nieuwe ladingen studenten, werd dat ongeveer 9 jaar geleden veel simpeler aangepakt. De Radboud Universiteit weigerde toentertijd advertenties voor masteropleidingen aan andere universiteiten om een uitstroom te voorkomen.

Lees hieronder het artikel uit de mei-ANS van 2004:

Meesterlijk bedrog

De KUN verbiedt masteradvertenties in ANS en VOX. Gemotiveerde Nijmeegse schaapjes mochten eens ontdekken dat het gras elders groener is. Is het verbod een afspraak met andere universiteiten of stalinistische censuur?

Tekst: Joris Baeten en Bert Brussen Illustratie: Annemarie van Limpt

Sixteen months that will change your life!’ schreeuwen de Boomerangkaarten van Nyenrode de studenten toe. Het Bachelor Master systeem is amper ingevoerd, of de oorlog om aandacht van de potentiële masterstudent is losgebarsten. Ook Nijmegen heeft een bescheiden reclame-offensief ingezet. Indringers die een mooie master willen aanprijzen in KUN-bladen worden echter geweerd. Onlangs kondigde het College van Bestuur een advertentieverbod af voor andere universiteiten. Uiteraard halen universiteiten graag masterstudenten binnen: wie bewust kiest om verder te studeren, is vaak extra gemotiveerd. Bovendien vangen de instellingen hun overheidscentjes deels per afgestudeerde student. Gedreven door zowel een wetenschappelijk als een financieel belang worden kersverse Bachelors de academische poort in gelokt. Maar verzwijgt de KUN-top met haar advertentieverbod niet waar de uitgang is?

Gentlemen’s agreement Als een universiteit een master in de markt zet (die al dan niet top is), moet een student die weten te vinden. In hun voorlichtingsoverleg spraken de universiteiten af dat een mooie website de ‘masterhoppers’ het juiste pad zou wijzen. Handig: een goedkope oplossing die advertenties overbodig maakt. De realiteit is anders: een BaMa-bank op internet is nergens te bekennen. Maar terwijl studenten in de rest van het land tenminste nog kunnen lezen in de universiteitsbladen over passende masters, blijven de advertentiepagina’s van Vox en ANS akelig leeg. ‘Een gentlemen’s agreement,’ verklaart Willem Hooglugt, voorlichter van het CvB. De afspraak zou zijn ‘niet in elkaars bladen met reclame te strooien’. Dat is immers ‘smijten met geld’. Hooglugt: ‘Bovendien kun je een advertentie geen voorlichting noemen.’ Het is opvallend dat het College bezorgd is om het ‘belastinggeld’ dat ándere universiteiten uitgeven. Onafhankelijke spreekbuis Vox werd het eerst aan de ketting gelegd. Doorgaan met advertenties plaatsen zou niet bepaald vriendelijke gevolgen hebben. ‘Er is nooit letterlijk gedreigd met ontslag, maar in een gesprek tussen Paul Sars (CvB secretaris-red.) en de Vox-redactieraad is dat wel gesuggereerd. Het was een van de opties,’ vertelt hoofdredacteur Patricia Veldhuis. Vox loopt hierdoor 46.000 euro per jaar aan advertentie-inkomsten mis. Veldhuis: ‘Het college compenseert deze inkomstenderving niet. Dat is voor ons zeer problematisch.’ Maar gelukkig was ANS er nog om de Nijmeegse student te informeren over mastermogelijkheden. Een dringend verzoek per fax maakte ook daar een einde aan. ‘Want’, stelt het CvB, ‘ook ANS wordt gefinancierd uit universitaire middelen.’ Wordt ongehoorzaamheid bestraft met een subsidiestop? Al eerder bleek het College niet gecharmeerd van de onafhankelijkheid van ANS, en censureerde op oud-Russische wijze. Zo deinsde Sars er in april 2003 niet voor terug 3000 ANS’en door de papierversnipperaar te halen. De 1-april grap, een artikel over een fusie met de zuidelijke zuster in Tilburg, werd niet gewaardeerd. De angst dat kneedbare VWO’ers het artikel serieus zouden nemen was groot en de redactiegrollen werden – zonder overleg – in de kiem gesmoord.

Trieste maatregel De jongste beleidskronkel, het weren van advertenties, roept ook buiten Heyendaal vragen op. Natuurlijk zijn advertenties duur, maar is het met het uitblijven van een gezamenlijke informatiebron wel juist deze te verbieden? PvdA-Kamerleden Martijn van Dam en Jacques Tichelaar stelden kamervragen over het beleid. Zij vinden dat de KUN studenten belangrijke informatie onthoudt. ‘Een trieste maatregel’, noemen ze verbod. Staatssecretaris Nijs stelde weliswaar dat dit ‘tot autonomie van de instelling behoort’, maar niet iedereen deelt haar mening. ‘Totalitair en stalinistisch,’ noemt Nike Nooteboom, verantwoordelijk voor de masteradvertenties van de Universiteit van Amsterdam, de opstelling van Nijmegen. Ook andere universiteiten zetten vraagtekens bij het krampachtige KUN-beleid. Persvoorlichter Peter Siebers van de universiteit van Tilburg: ‘Laat ik het maar opmerkelijk noemen.’ Iedereen is dan ook van harte welkom om in hun blad te adverteren, want ‘wij hebben vertrouwen in de kwaliteit van onze opleidingen’. Nijmegen lijkt het braafste jongetje van de klas, maar gaat in de praktijk wel erg rigide om met de intercollegiale afspraken. ‘Een verbod kan nooit aan de orde zijn’, stelt de Universiteit Maastricht. Navraag leert dat andere universiteiten zich hierbij aansluiten. Maar ook zij hopen dat in de toekomst de gezamenlijke voorlichting van de grond komt.

KUN-etiquette De nobele houding van Nijmegen verbleekt wanneer het de eigen wering betreft. Een beetje speurwerk in andere universiteitsbladen onthult advertenties voor een master Spiritualiteit en een master Bio-informatica. In Nijmegen! Hooglugt bagatelliseert deze uiting door te claimen dat het ‘niche-opleidingen zijn waarvoor het moeilijk is genoeg studenten te vinden’. Maar misschien heeft Tilburg ook wel de perfecte niche-opleiding voor een paar studenten aan de KUN. Ook met een eerder gedane uitspraak valt het CvB door de mand. Voorzitter De Wijkerslooth: ‘We gaan toch geen reclame maken voor de concurrent?’ Met deze door eurotekens vertroebelde bril bekijkt de beste man de universitaire wereld. Is de KUN bang de concurrentieslag te verliezen? Het is normaal dat een universiteit in haar eigen belang handelt: zonder geld geen studies. Maar Nijmegen gaat zo ver in het nastreven van dit belang, dat zij in strijd handelt met het principe van het Bachelor Master stelsel: het vergroten van de studentenmobiliteit. En de hoge heren lijken het vermogen van studenten om zelfstandig hun mening te bepalen, behoorlijk te minachten. Meer openheid van de KUN over masters aan andere universiteiten zou vertrouwen in de eigen kwaliteiten uitstralen. Een ander beleid is daarom niet alleen wenselijk voor studenten, maar dus ook het beste voor onze universiteit. Voor wie nu al weg wil, heeft het CvB een heus BaMa-steunpunt in het leven geroepen. Dit tweedehands Postbus 51-inforek is verborgen aan de Comeniuslaan.

 

Uit de Oude Doos: potverpiemeltjes!

'Heb jij godverdomme met je kankerpoten aan mijn fucking kind gezeten?' Deze zin verleidde velen van jullie vorige week tot het lezen van de Mensenkinderen-column. Een zin met maar liefst drie krachttermen. Ook op de campus van de RU vliegt de schunnige poëzie je regelmatig om de oren: het weer is kut, de opdrachten zijn kankermoeilijk en de colleges bij tijd en wijlen godvertyfustering saai. Moeten we dat potjandorie zomaar accepteren? Zes jaar geleden vroeg ANS het aan drie deskundigen.

Lees hieronder het artikel over de scheldcultuur in Nederland van april 2004.

 

 

Potverpiemeltjes!

In ‘Het Licht’ wordt iedere maand een onderwerp vanuit verschillende wetenschappelijke invalshoeken bekeken. In deze aflevering: de vloekcultuur van Nederland. Gaat al dat gekanker niet te ver? Tekst: Mies Mikx en Leendert van der Valk

Tietjanberenlul, doerak, krijg kanker in je hartkleppen, klootviool. Het aantal vloeken, krachttermen en scheldwoorden in de Nederlandse taal lijkt schier oneindig. Niet iedereen beschouwt die uitbreiding van onze taal als wenselijk. 72 procent van de Nederlanders ergert zich aan vloeken, blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie (NIPO) dat de Bond tegen het vloeken liet uitvoeren. De eerste bewijzen van ‘omgekeerd bidden’ stammen uit de twaalfde eeuw. Vloeken had toen de vorm van ‘eedzweren’ zoals ‘God verdoeme mij als ik de waarheid niet spreek’, waar onze populairste vloek godverdomme van is afgeleid. Wanneer men deze eed tegenover God breekt, wordt het bijbelse derde gebod overtreden: ‘Gij zult Gods naam niet ijdel gebruiken’. Er bestaat een verschil tussen schelden en vloeken. Vloeken gebeurt onder aanroeping van God of andere hogere machten, om te ontladen, te bluffen of te intimideren. Met schelden probeert men iemand te krenken, te kleineren of iets te verwijten. Het schenden van sociale regels, zoals het derde gebod, vormt de kern van schelden en vloeken. De manier waarop wordt gevloekt en gescholden is cultureel bepaald. Duitstaligen zitten nog in de anale fase: Scheisse en Arsch zijn hun favorieten. Vloeken in Angelsaksische en mediterrane culturen wordt gekenmerkt door incestueuze verwensingen. Op de Spaanse voetbalvelden is hijo de puta, ofwel hoerenzoon, populair. In Amerikaanse ghetto’s ben je al gauw een motherfucker, in Italië simpelweg een bastardo. De moeder is in Nederland kennelijk minder heilig; voor dergelijke woorden hebben wij nauwelijks equivalenten. Vanaf de jaren zestig ontkerstend Nederland snel en zwakt het taboe op de religieuze vloek af. Het vloeklexicon breidt zich uit naar gebieden waar nog wel geschockeerd kan worden. zoals de scatologie: shit, genitaliën: kut, lul, klootzak, en ziekten: kankerlijer, teringlijer. In de laatste twee categorieën heeft Nederland de dubieuze eer koploper te zijn. De afkeer tegen het establishement en de toenemende tolerantie in de naoorlogse jaren zorgen tevens voor een sterke uitbreiding van het aantal vloekwoorden. Wanneer bepaalde woorden door frequentiegebruik te gewoontjes worden en daarom aan kracht inboeten, wordt een beroep gedaan op de creativiteit van de vloeker. Zo kan het simpele hoer worden verrijkt met het binnenrijmende stoephoer of kan men bijvoorbeeld ergens een godsgruwelijke teringhekel aan hebben. Hoe poëtisch dit allemaal ook moge klinken, door vloeken en schelden worden mensen gekwetst. Vanaf de jaren negentig treedt een verharding op. Het is veel normaler geworden om mensen persoonlijk te beledigen. Zo vroeg een heel voetbalstadion zich af waar het ‘kankerwijf’ van Van Gaal was en spelen cabaretiers het steeds meer op de man met hun grappen en imitaties. Wie het zich te persoonlijk aantrekt valt hoongelach ten deel. Met vloekwoorden verlevendigen we de conversatie, maar vertonen we ook sociaal-onwenselijk gedrag. Is het vloeken een nuttige vorm van ontlading, een viering van linguïstische creativiteit, of een product van een samenleving waarin geen rekening wordt gehouden met andermans gevoelen?

T. Bunt, voorlichter Bond tegen het vloeken ‘Het zou het mooiste zijn als er helemaal niet gevloekt zou worden. als christenen vinden wij het heel belangrijk dat Gods naam niet ijdel wordt gebruikt. Bovendien heeft schelden en vloeken altijd een negatieve lading. Mensen zouden met respect met en over elkaar moeten praten. ‘Onze campagnes zijn erop gericht om mensen te laten nadenken bij wat ze zeggen. Mensen hebben niet altijd slechte bedoelingen met schelden, vaak beseffen ze niet wat ze zeggen. ‘Bij een enquête gehouden op stations gaf 50 procent aan onze poster innig te vinden. Voor tweederde van de mensen zijn wij ‘de bond tegen de grove woorden' geworden; nog maar een derde verbindt vloeken met enkel het ijdel gebruiken van Gods naam. ‘Vloeken is aangeleerd, want in andere culturen wordt er heel anders mee omgegaan. Op een van onze posters stond “vloeken lucht niet echt op”. Die uitspraak was gebaseerd op een Amerikaans onderzoek waarin werd bekeken of mensen konden herademen als ze zich verbaal hadden afgereageerd. De uitkomst was dat dat juist niet het geval was. Mensen raken meer opgefokt door te schelden.’

Dr. R.H.J. Scholte, pedagoog ‘Iedereen heeft een persoonlijke, psychologische ruimte om zich heen. Als er gevloekt wordt, hebben mensen het gevoel dat de grenzen van die psychologische ruimte worden geschonden. ‘Ik vraag mij af of de campagnes van de Bond tegen het vloeken effect hebben. Ik denk niet dat posters echt gedragsverandering teweeg kunnnen brengen. ‘Als er in de les op school over wordt geproken zijn mensen er meer en langer mee bezig dan wanneer je alleen een plakaat ziet. Ik denk dat veel mensen vloeken zonder te beseffen wat het betekent. ‘Een woord als “shit” is door de media geïntroduceerd. Kleine kinderen en mensen die nooit godslasterende woorden zouden gebruiken, spreken dit soort modewoorden ook uit. Als uit onderzoek zou blijken dat er meer wordt gevloekt, dan zou de opvoeding een verklaring kunnen zijn. ‘Zolang ouders zelf vloeken, zullen ze hun kinderen niet kunnen bijbrengen om dat niet te doen. Ouders die roken hebben er bijvoorbeeld veel moeite mee om hun kinderen niet te laten roken. Ik denk dat het bij vloeken net zo is. Kinderen nemen zulke dingen over, dus moeten de ouders het goede voorbeeld geven. Ouders hebben zeker invloed op het al dan niet vloeken van hun kinderen. Ook als al hun vriendjes wel vloeken.’

Prof. Dr. P.G.J. van Sterkenburg, directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie ‘Het Nederlands is karakteristiek voor het gebruik van zijn verwensingen met allerlei ziektes, al komt het in het Jiddisch heel incidenteel ook voor. Gezondheid is het hoogste goed. Als je iemand wilt raken, op welke manier dan ook, dan doe je dat met dingen die hem het dierbaarst zijn, vandaar dat schelden met ziektes. ‘Ik denk dat het menselijk is om te vloeken. Je kunt je met agressief gedrag en fysiek geweld wreken o pdegene die je tart, of je kunt het doen met verbaal geweld. Ik zeg altijd: doe dat laatste. Elkaar de kop inslaan is altijd riskanter dan je emotioneel ontladen met woorden. ‘De intentie van vloeken is een gevoel van pijn, teleurstelling of frustratie uiten en je gezelschap laten horen hoe vreselijk boos je bent. Het is ook vaak bluffen, de aandacht op jezelf vestigen. Dat doe je met woorden die shockeren. De jongste generatie, tot 25 jaar, gebruikt tegenwoordig woorden die alles met afscheidingen van het lichaam te maken hebben. Zij schelden met bijvoorbeeld drek, pus en snot. ‘Iedereen weet van jongs af aan welke woorden netjes zijn ene welke niet. Maar je kunt je normen in dat opvoedingsproces natuurlijk scherper stellen. Dat verschilt per gezin. Ik ben niet het type dat huiverig is voor een negatieve lading van woorden, maar het getuigt wel van beschaving als je probeert mensen met wie je praat te ontzien. ‘Je kunt de vraag stellen waar de Bond tegen het vloeken tegen strijdt als er steeds minder christenen zijn die geschokt zijn door het taalgebruik. En dat is de Bond nu steeds meer aan het doen. Ik heb veel respect voor hun ideaal maar in één zaak geloof ik absoluut niet: als ik vreselijk boos ben dan zal ik echt niet uitwijken naar “rododenndron” of “Rotterdam” als alternatief voor een flink knetterende gvd-vloek.’

 

Kiki Kolman

Uit de Oude Doos: Claw Boys Claw

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: interview met Claw Boys Claw

Afgelopen week luisterde ANS naar het nieuwe album Hammer van Claw Boys Claw. Ze bestaan al dertig jaar en in 1994 interviewde Reinder Boeve de groep. Nu, bijna twintig jaar later, blijkt hij met de zinssnede ‘Claw Boys Claw gaat altijd door’ een ware toekomstvoorspeller. In april spelen de oude rockers opnieuw in Doornroosje en hoewel de bezetting vaak gewisseld is zijn hoofdfiguren Peter ten Bos en John Cameron nog altijd van de partij. Cameron geeft aan dat hij vijfentwintig jaar terug al dacht te stoppen, maar Ten Bos voorzag deze lange zit toen al: ‘Claw Boys Claw gaat mijn hele leven door.’

Lees hieronder het interview met Claw Boys Claw van december 1994

Swamprock: Claw Boys Claw is te veelzijdig

Afgelopen zomer namen ze hun nieuwe CD Nipple op in hun eigen oefenhok. Deze maand staat de band avond aan avond in kleine zalen in de provincie. Daarna volgt wellicht het buitenland: ‘Aan ons zal het niet liggen.’ Want: Claw Boys Claw gaat altijd door.

Tekst: Reinder Boeve

Acht december speelde Claw Boys Claw in Doornroosje. De week ervoor trad de band op in het Verweggistan van Nederland: Heino. Er stopt weliswaar een trein - een keer per uur - maar het station ligt enkele kilometers van het plaatsje verwijderd. Net als het Overijsselse dorp is de kleedruimte voor de bandleden klein: backstage in zaal Struik. Na enkele minuten springt de lamp kapot. Even later is er weer licht, dankzij een toevallig aanwezige, openstaande koelkast. Nederlandse bands doen wel eens wat schamper over dorpjes als Heino. Zanger Peter te Bos: ‘Is dat zo? Ik zou willen dat er in Amsterdam een zaal was zoals ze hier hebben. Maar het dorp zelf, daar ben ik niet verliefd op geworden.’ December staat voor Claw Boys Claw in het teken van een intensieve tournee langs de Nederlandse poppodia. De groep bestaat naast Te Bos uit John Cameron (gitaar), Geert de Groot (bas) en Marc Lamb (drums). Met hun explosieve optredens hebben ze de laatste jaren een ware live-reputatie opgebouwd. Verwacht tijdens hun shows geen perfect van de plaat nagespeelde nummers. Te Bos: ‘Het is niet onze taak om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nummers te blijven. Maar dat is ook niet onze bedoeling.’ De Groot vult aan: ‘Live veroorloven we het ons nummers verder te ontwikkelen. Vaak denken we dat sommige dingen beter kunnen.’ Is een maand toeren dan niet te kort? De Groot: ‘Nee, dat houdt het voor ons juist spannend.’ Gaan jullie de landsgrenzen nog over? Te Bos: ‘We hopen het. Het eeuwige probleem is: hoe verkoop je je plaat daar? Als dat niet lukt, kun je het buitenland op je buik schrijven. As simple as that. Maar er zijn nu contacten om de plaat ook buiten Nederland te distribueren. Aan ons zal het in ieder geval niet liggen.’ De Groot: ‘We hebben nu een tijd niet meer gespeeld in Nederland, dan is het weer spannend. Maar als je dit een jaar doet, komt het je wel de strot uit. De fans weten dan wat ze willen horen. Wij willen geen feest der herkenning, in het buitenland moet je jezelf weer bewijzen.’ Vorige maand verscheen de nieuwe CD Nipple, die afgelopen zomer werd opgenomen in de repetitie-ruimte van de band in Amsterdam-Noord. Claw Boys Claw deelt het oefenhok met Urban Dance Squad, die toen op tournee was. Door de afwezigheid van de Squad was er voldoende plaats en tijd voor opname. Maar bij eerdere platen kozen jullie toch wel voor de studio? Te Bos: ‘We hebben Nipple in onze oefenruimte opgenomen om het opnameproces meer naar ons toe te trekken. We kennen de ruimte en de sfeer die er heerst. Als je een studio boekt ben je vervolgens een week bezig om de goede sound te krijgen.’ De Groot: ‘Het had natuurlijk ook te maken met de verhouding tijd geld.’

Negatieve vibes Sommige bands klagen over de negatieve vibes die in een studio hangen. Daar hebben jullie geen last van? Te Bos: Nou, vaak is dat wel zo. Zo’n studio is altijd heel netjes en verchroomd. We houden meer van een leuke werksfeer. In onze ruimte in Noord is het gewoon een bende, en dat werkt wel. Voor ons was dit het beste om te doen, we wilden terug naar af.’ De Groot brengt hier tegenin: ‘Het oefenhok heeft toch ook weer zijn beperkingen. Misschien dat we over een paar jaar toch de studio weer induiken, waar alles lekker geïsoleerd is. Kan ik me best voorstellen.’ Lamb: ‘Het was voornamelijk de sfeer, zo’n studio is alleen voor het geluid gebouwd, met veel hout en nepplanten.’ Jullie vorige plaat Sugar klonk minder ruw, wat gepolijster. Te Bos: ‘Dat klopt. Toen namen we op in de Orkaterstudio’s en zat ieder van ons in zo’n klein hokje.’ Lamb vervolgt: ‘Daar kon het lawaai niet weg, dus speelden we meer op een klein geluid.’ Maar door de jaren heen was julli geluid toch vrij stevig. Hebben jullie daar zelf nog verandering in opgemerkt? Te Bos: ‘Vergeleken met twee, vier jaar terug is onze sound toch erg gegroeid. Drums, zang, bas en gitaar. Alles heeft meer zijn plek gekregen.’ Lamb: ‘De muziek is melodieuzer geworden.’ Hoe zouden jullie je eigen muziek willen noemen? Cameron: Dat is altijd een groot probleem. Hoe typeer je je eigen muziek? Dat kan niet.’ Het lijkt me rock. Te Bos: ‘Ja, we zijn een rockband. Maar dat zijn de Golden Earring en Sonic Youth ook. Daar lijken we totaal niet op. Het is ook geen grunge of soul. Maar er zit wel weer een aspect van soul in. Men heeft het wel over ‘psycheldelische swamprock’. ‘Het is een optie’, lacht Cameron. ‘Maar een etiket wekt ook bepaalde verwachtingen op.’ Te Bos vult aan: ‘Ons probleem is dat we te veelzijdig zijn. We passen niet onder een noemer.’ Peter, op 24 december word je 44. Beginnen de jaren te tellen? Te Bos: ‘Wat een rotvraag. Die jaren tellen al jaren.’ Maar hoe lang ga je nog door met muziek maken? ‘Claw Boys Claw gaat mijn hele leven door. Maar je kunt van tevoren nooit zeggen hoe lang een band bestaat.’ Cameron: Tien jaar geleden heb ik in een interview gezegd dat ik na vijf jaar met Claw Boys Claw zou ophouden.’ Is Claw Boys Claw een vriendenclub? Te Bos: ‘Nou ja, vriendenclub. Een keer per jaar mogen ze bij mij thuis komen eten.’ Cameron ziet het anders: ‘Zo’n band geeft een hechte relatie, je bent toch de hele tijd met elkaar bezig.’ Te Bos: ‘Ik geloof wel dat ieder van ons toch ook zijn eigen vriendenkring heeft, waarmee dingen besproken worden die met de band onbespreekbaar zijn.’ Lamb: ‘Maar het is nog niet zo dat we in aparte auto’s naar onze optredens gaan.’

 

Loes de Veth

Uit de Oude Doos: Siam en het fietsenrek

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: de fietsenblokkade van Siam

Studentenfractie Siam leek als vanouds een anoniem jaar door te maken, tot fractievoorzitter Mark Thewissen vorige week plots met een aantal opmerkelijke uitspraken kwam op ANS-Online. De partijleider ziet geen toekomst meer voor zijn partij en wil waarschijnlijk verder met Siam 2.0, of zoiets.

'Siam heeft de laatste jaren vooral bekend gestaan als de partij waar studentbestuurders makkelijk een plek op de lijst konden krijgen na hun bestuursjaar', zo vertelde hij ons. Zou ANS enige bijdrage hebben gehad in die - volledig terechte - beeldvorming? Nee, vast niet. Wij publiceerden alleen onschuldige stukjes zoals onderstaande, in de Deze Maand Niet van oktober 2005. Een verbaasde ANS-redacteur vond het kantoor van Siam, toen nog onze buren, geblokkeerd door een stapel fietsenrekken. De lijsttrekker van dienst deed niets anders dan een paar van zijn fractieleden bellen, om vervolgens de barricade te laten zijn voor wat het was. Deze bleef vervolgens nog ruim een halve week staan. Zoveel belang hechtten de actieve medezeggenschappers blijkbaar niet aan hun kantoorruimte.

Wie trouwens nog twijfels heeft of het einde van Siam daadwerkelijk nabij is: in mei vorig jaar kwamen de pluchebeesten ons als goede grap een pak Knorr Kip siam brengen. Kijk op de foto hiernaast eens naar de uiterste houdbaarheidsdatum van het Thaise gerecht. Toeval of een profetisch inzicht?

Lees hieronder de Deze Maand Niet uit de ANS van oktober 2005

 

Deze Maand Niet

Rechts besteedt kleine klusjes liever uit. Zo moet Maarten "geen gezeik dump" Dijk van SIAM (wie?) ook hebben gedacht, toen hij oog in oog stond met een barricade van fietsenrekken voor het partijkantoor. Hij beantwoordde de ludieke actie door wat mensen op te bellen en vervolgens weg te fietsen. Flauw hoor. Misschien is Studenten Inactieve Medezeggingsschap dan toch een betere naam? Overigens was deze baldadigheid tegen het etablissement vrij nutteloos, de dames en heren van SIAM waren de hele dag in geen velden of wegen te bekennen.

 

Mickey

Uit de Oude Doos: op je dertigste op kamers

Studentenhuisvesters zijn blij, want door het nieuwe woonakkoord zullen hun huurprijzen niet drastisch dalen en kunnen nieuwbouwprojecten worden doorgezet op de toch al krappe kamermarkt. Die kamers worden veelal bewoond door jonge studenten, die weer vertrekken nadat ze zijn afgestudeerd.

Er zijn echter ook uitzonderingen, zo toonden Joris Baeten en Iris Ruijs aan in 2005. Zij spraken na een lange zoektocht enkele huisfossielen, die het nog prima vonden om na hun dertigste op kamers te wonen. 'Bijna al mijn vrienden zitten in de fase dat ze gaan samenwonen, dat lijkt me ook wel tof. Maar omdat zij dat doen, vind ik niet dat ik hier weg moet.'

Huisfossielen

Waar zijn de legendarische luierende twenty-something en gitaarspelende vroege dertiger toch gebleven? Een inspannende zoektocht leverde drie exemplaren op. Zij vertellen over fietsenjattende buren, het leven in het studentenhuis en de generatiekloof.

Tekst: Joris Baeten en Iris Ruijs

De meeste studenten begeven zich, na het verdedigen van hun scriptie, binnen niet al te lange tijd naar de Gamma om hun gloednieuwe flatje van een blits likje verf te voorzien. Maar niet iedereen verwijdert zich meteen na het afronden van de studie uit hun vertrouwde kamertje. Sommigen bevalt de huurprijs zo goed dat ze hun huisgenoten nog geen vaarwel zeggen. Dat ze het studentikoze leven wat ontgroeid zijn, doet daar niets aan af. Blijven plakken als huisfossiel in een SSHN-complex lijkt echter geen aantrekkelijke optie. SSHN-medewerkster José Ros vertelt over schriftelijke morele appels die op de deurmat ploffen en over een huurder die vorig jaar met behulp van de rechter uit zijn kamer is verwijderd. Sinds 2002 moeten studenten na afstuderen binnen een redelijke termijn vertrekken uit SSHN-complexen. Is iemand ouder dan 26, dan krijgt hij of zij nog wat extra aandacht van de stichting om het vertrek te bespoedigen. Dit mag klinken als een razzia, de praktijk is heel wat gezapiger. De echte fossielen zijn namelijk nogal schaars aan het worden. Vorig jaar waren er volgens de SSHN slechts achttien mensen 'echt te oud'. Een jaar eerder werden nog 53 gevallen weggebonjourd. 'Misschien dat dit lagere aantal te wijten is aan de woningmarkt voor starters die iets lijkt te verbeteren', aldus de SSHN. Bovendien sta je als SSHN-huurder automatisch ingeschreven bij woningcorporatie Entree. Hoe langer de inschrijftijd, hoe meer kans iemand maakt om een dak boven het hoofd te bemachtigen. Met een baan op twaalf vierkante meter blijven plakken is dus vaak niet nodig. In een particulier studentenhuis is er meestal geen huisbas die op je 26ste verjaardag met een vervelende verrassing komt. Toch lijkt ook in die huizen de vergrijzing af te nemen. Een zoektocht naar overjarige studentenhuisbewoners leverde geen oneindige lijst met namen op. Een paar jaar effectief doorbikkelen en dan wegwezen, schijnt het devies van de moderne BaMa'er te zijn. Een langdurig, van bier doordrenkt studentenleven is door de komst van de prestatiebeurs namelijk niet bepaald financieel aantrekkelijker geworden. Na grondig zoeken vond ANS toch nog enkele huurders met een verlopen houdbaarheidsdatum. Dat zij alledrie anoniem wensen te blijven zegt misschien genoeg over de aard van deze prestatie. Hoe denken zij over hun leeftijd en kamer? En bovenal: vinden ze het niet eens tijd worden de schaarse ruimte te verruilen voor een luxueuzere woning?

Pim (33), Hoogeveldt Na acht jaar Amerikanistiek te hebben gestudeerd ontving Pim in 2001 zijn bul. Nu studeert hij Archiefkunde. 'Ik woon hier nu negen jaar. Dat heeft verschillende oorzaken, één daarvan is gemakzucht. Ook is het hier aangenaam wonen omdat Hoogeveldt dichtbij de universiteit en de stad ligt. Bovendien wordt een andere woning vanzelfsprekend duurder. Ik kan dan wel een subsidie aanvragen, maar het is afwachten of ik dat ook krijg. Daarom wil ik een vaste baan hebben voordat ik hier wegga, een beetje zekerheid.' 'Het is onderhand wel tijd om weg te gaan', vertelt Pim. 'Waar anderen het bij TMF houden, kijk ik liever naar de publieke omroep. Ook wat betreft de muziek die op feesten wordt gedraaid, wordt het er niet beter op. Het is me allemaal te urban. Mijn ganggenoten en ik hebben verschillende interesses.' Pim geneert zich niet voor zijn twaalf vierkante meter. 'Ik breng het niet vaak ter sprake, maar me er echt voor schamen, nee. Soms vragen ganggenoten zich wel af hoe het komt dat ik hier nog woon, maar ik heb ze uitgelegd dat het met de doorstroming in Nijmegen vrij moeilijk zit. Een leuke starterswoning krijgen, zonder dat je in Lindenholt terecht komt, is lastig.'

Jessy (35) Graafsedwasstraat 62 Jessy stopte na twee jaar studeren in 1992 met de opleiding Voeding en Diëthetiek. Na een stukgelopen relatie kwam hij voor de tweede keer op kamers terecht. Hij had wel een baan, maar kon geen betaalbare woning vinden. Deze kamer bevalt hem echter prima. 'Dit is geen typisch studentenhuis met veel rotzooi. We gaan vaak samen met het huis wat drinken en tijdens het afgelopen EK was het hier oranje top top de wc. Toen keken we met een grote groep vrienden alle wedstrijden.' Geen van zijn vrienden kijkt volgens Jessy raar op van zijn woonruimte. 'Ze zijn allemaal redelijk ruimdenkend.' Hij zegt zich niet te schamen voor zijn plek, maar loopt er ook niet mee te koop. 'De kamer naast me wordt een deel van het jaar gebruikt voor een jongeren-reïntegratie project. Eerst gaan de jongeren een tijd werken in Frankrijk, vervolgens komt één zo'n figuur hier wonen. Dat geeft wel eens overlast. Ze blowen veel en maken lawaai. Ook is hier wel eens een fiets uit de gang gestolen. Ik ben altijd erg duidelijk naar die jongens: van mijn vaatwasser blijven ze af!' Daarbij is hij ook niet te beroerd de reïntegratie-begeleider een mailtje te sturen als het sujet naast hem foute vriendjes op bezoek krijgt. Ondanks de randgevallen die naast hem bivakkeren, hoor je Jessy niet klagen over zijn kamer. Een groot deel van het jaar heeft hij geen overlast en de maandelijkse 50 euro huurkorting compenseert de ellende aardig. Met een vaste baan is de huurprijs van de kamer (180 euro) vrij gemakkelijk op te brengen. Waar blijft het bespaarde geld? 'Dat gaat op aan vakanties, haha!' Binnenkort hoopt hij echter zijn geld aan een nieuw huis te kunnen besteden. 'Mijn vriendin en ik zijn druk op zoek.'

Mieke (30), Graafsedwarsstraat 62 In 2003 heeft Mieke, na zeven jaar Psychologie te hebben gestudeerd, haar studie afgerond. Mieke's voornaamste reden om in haar studentenhuis te blijven wonen is de gezelligheid. 'Af en toe denk ik "Jezus, ik ben al dertig en woon nog hier", maar ik vind het huis oké. Iedereen heeft duidelijk zijn eigen plekje, maar toch is er plaats om te kletsen en te hangen. Als je zin hebt in een biertje, loop je gewoon even bij elkaar nar binnen. het is fijn dat dat kan. Ik heb trouwens niet het idee dat ik in een studentenhuis woon, het is meer een 'werkendenhuis'. Dat geeft een andere sfeer, het is allemaal wat rustiger zonder dat het ingeslapen is.' Als andere voordelen van de kamer noemt Mieke de relatief lage huurprijs en het dakterras. 'Ik heb het mooiste uitzicht van heel Nijmegen.' Net als Jessy heeft ook Mieke te maken met het reïntegratieproject. 'Ik voel me verantwoordelijker voor die jongeren dan de mannen, heb eerder de neiging om te vragen hoe het met ze gaat.' Ondanks de overlast - 'De stereo staat consequent te hard en als ik 's ochtends vroeg op moet om te werken wil ik rust in de hut', - ziet Mieke ook de leuke kanten van het project. 'Soms komen ze vragen of ik ze kan helpen in de keuken, dan weten ze niet hoe ze bepaalde dingen moeten doen.' 'Bijna al mijn vrienden zitten in de fase dat ze gaan samenwonen, dat lijkt me ook wel tof. Maar omdat zij dat doen, vind ik niet dat ik hier weg moet. Inmiddels wil ik wel gaan, als zou ik het huis zeker missen. Het liefst zou ik in Amsterdam in een soort woongroep willen wonen. Met meerdere mensen in een huis zitten vind ik gewoon leuker dan alleen. Maar ik wil daar niet meer in een studentenhuiskomen waar je met z'n vijven in een kleine keuken moet doelen, dat stadium ben ik inmiddels wel gepasseerd.'

 

Erik

Uit de Oude Doos: Ronald Giphart

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: in gesprek met Giph

 

Silke

Uit de Oude Doos: balorigheid in de bieb

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: frustreren tijdens het studeren.

 

Mickey