Uit de Oude Doos: Omstreden enquête

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: mishandeling en neuspeuteren.

Jaarlijks verlaat de ANS-redactie haar ivoren toren om zich tussen het plebs te begeven, gewapend met pen en papier. Er wordt gevraagd naar droge zaken als algemene kennis, gebruik van sociale media of financiën. Vaker echter passeren spannendere onderwerpen de revue. Aanstaande papieren editie rept het ANS over het seksuele gedrag van de Radboudiaan (hier invullen a.u.b.), in januari 2005 lieten we zelfs alle taboes varen, van neuspeuteren en poep ruiken tot misbruik en suïcide.

De algemene conclusie luidt dat studenten aan de RU verrassend saai waren, wel meldden enkelen zeer opzienbare verhalen, zoals hieronder te lezen is.

De ANS Taboe-enquête

Taboes zijn er om doorbroken te worden. Poepseks, kinderporno, Nederland is een ruimdenkend land. Welke smerige gewoontes heersen er in de academische wereld? ANS vroeg 210 RUN-studenten het donkerste kamertje van hun ziel te openen.

Tekst: Roel Neijts en Annemieke van Ramshorst

Grote opschudding onder de studenten bij het invullen van de ANS Taboe-enquête 2004. De enquêtes worden in groepjes ingevuld, wat leidt tot veel hilariteit. Een groot aantal studenten vindt de vragen 'meesterlijk', voor anderen gaan ze echt te ver. Eén student is zelfs zo geschockeerd dat hij de enquête voor de neus van de enquêteur in tweeën scheurt.

Viezeriken en leugenaars
De vragenlijst begint onschuldig over neuspeuteren, wat vaak als zeer onsmakelijk wordt ervaren. Gelukkig laat slechts twaalf procent het verkregen groene product richting de mond gaan, terwijl ruim 25 procent te kennen geeft nooit in de neus te peuteren. Ook op de wc gedraagt de student zich vrij netjes: bijna de helft van de studenten zegt nooit het resultaat op het wc-papier te bekijken na het afvegen van de billen. Negen procent bekijkt het resultaat en eet z'n losgepeuterde snotje op: de echte viezeriken. Opvallend is het lage percentage studenten dat de eigen scheten lekker vindt ruiken. Slechts vijftien procent houdt van zijn eigen aroma, waarvan verrassend genoeg het overgrote deel man is. Van alle ondervraagden durft maar liefst twaalf procent te beweren nooit te liegen. Onder deze heilige boontjes zijn verhoudingsgewijs meer mannen. Degenen die eerlijk zeggen wél te liegen, doen dit het minst tegen de partner en de allerbeste vriend(in). Tegen ouders en docenten, personen die het studentenleven zuur maken, worden de meeste onwaarheden verkondigd. 'Gij zult niet stelen' luidt het Zevende Gebod. maar liefst 73 procent van de Nijmeegse studenten heeft hier geen boodschap aan. Verontrustend? Nee hoor, want 40 procent van de studenten heeft voor minder dan tien euro bij elkaar gejat. Wel verontrustend is een student Theologie die beweert tien miljoen gestolen te hebben. Sluiten we dit antwoord uit, dan komen we op een gemiddelde van een gejatte 2,40 euro per student. Kennelijk worden uit de grond getrokken verkeersborden, straatnaambordjes en bushokjesposters onder het kopje 'lenen' geplaatst. 'Ik vind het nogal brutaal dat jullie mensen vragen of ze ooit gechanteerd zijn! Hier geef ik geen antwoord op.' Uit de reacties van anderen bleek dat ongeveer zestien procent ooit het slachtoffer van chantage is geworden. Hiervan werd 74 procent gechanteerd voor onbekende handelingen, de overige 26 procent voor goederen of geld. Niet iedereen durft die intimidatie overigens toe te geven: 41 procent verzwijgt dit tegenover familie, vrienden en politie. Uit de resultaten blijkt dat slechts één op de ondervraagde 210 studenten aangeeft homoseksueel te zijn. Dit lijkt toch wel erg af te wijken van het Nederlandse gemiddelde.. Blijkbaar is homoseksualiteit nog steeds een groot taboe onder Nijmeegse studenten. Verder zijn er nog acht studenten die aangeven het liefst van twee walletjes te willen eten. Eén studente wekt diep medelijden bij ons, zij geeft te kennen aseksueel te zijn.

Deepthroats en cumshots
Groepsseks? SM? Plasseks? Nee, de Nijmeegse student prefereert toch de 'gewone' seks. Niks zweepjes, gewoon lekker met z'n tweetjes. 'Zoals het hoort', aldus een studente Ontwikkelingsstudies. Van alle afwijkende voorkeuren bleek een triootje uiteindelijk als favoriet uit de bus te komen. Meer dan een derde bleek dit stiekem toch wel erg opwindend te vinden. Helaas heeft slechts zes procent van hen dit ook daadwerkelijk in de praktijk gebracht. In deze moderne tijd moeten zulke dromen toch wel waargemaakt kunnen worden? Doorslaan naar het extreme komt ook voor op onze universiteit: twee studenten Bedrijfswetenschappen worden enkel geil van deepthroats, cumshots, golden showers en AV-tjes. Het geven van een naam aan het geslachtsdeel of de borsten lijkt niet erg populair op de RUN. Van alle studenten is negen procent creatief geweest. Voor de penis zijn namen als Brutus, King Kong en Karel de Grote erg populair. Een student Geschiedenis geeft toe zijn lid 'Volkert van der Groof' gedoopt te hebben. Voor het vrouwelijk geslachtsdeel worden vrijwel geen namen bedacht, voor de borsten daarentegen wel. De dames kwamen onder andere met Jip en Janneke, Mini en Maxi en Jut en Jul op de proppen. Nijmeegse vrouwen, let op: van alle mannelijke deelnemers geeft vijftien procent aan wel eens een erectiestoornis gehad te hebben. Gelukkig was dit bij de meeste mannen maar een enkele keer - waarschijnlijk veroorzaakt door een zatte bui - dus jullie kunnen de gok nog wel wagen. Ook voor een soa hoeven we niet echt bang te zijn in de Keizerstad. Slechts vier procent van de ondervraagden geeft aan besmet te zijn (geweest) met een soa. Van deze pechvogels is 63 procent van het vrouwelijke geslacht.

Nijmeegse levenslust
Wie van de Radboudstudenten is weleens misbruikt of mishandeld? Dit percentage blijkt vrij hoog te liggen, het aantal misbruikte of mishandelde studenten ligt op bijna tien procent! Hiervan is 35 procent mannelijk. Het grootste deel is misbruikt of mishandeld door onbekenden, maar ook broers of zussen kunnen hun handjes niet altijd thuishouden. Eén student heeft het wel heel slecht getroffen. Deze is misbruikt en mishandeld door zijn ouders, door zijn broers en zussen, door andere familieleden én door onbekenden. Hij geeft dan ook aan wel eens serieus overwogen te hebben zelfmoord te plegen. Groot gelijk, met zo'n verleden kunnen wij ons goed voorstellen dat je met volle overgave voor de trein springt. Hij is overigens niet de enige. 40 procent van de ondervraagden geeft toe wel eens over zelfmoord te hebben nagedacht. Is het leven aan de RUN dan zo slecht? Naast suïcidaal is de Nijmeegse student ook tamelijk haatdragend. Bijna een op de drie Nijmeegse studenten weet wel een of meerdere personen te noemen die hij of zij naar een andere wereld wenst. Geert Wilders en Marc Dutroux staan hoog op het lijstje, maar ook onze eigen Abdul Jabbar van de Ven kan Nijmegen voortaan beter mijden als zijn leven hem lief is.

Dagboekverhaaltjes
En dan, last but not least: welke grote geheimen worden er allemaal meegedragen door studenten aan de RUN? De meeste studenten willen dit jammer genoeg niet met ANS delen. Het lijkt bijna 40 procent het verstandigst om de stippellijn volledig leeg te laten. Hiernaast waren er ook verbazingwekkend veel mensen met antwoorden als 'dat gaat je niks aan' en 'als ik dat zou zeggen, zou het geen geheim meer zijn'. Desondanks heeft de Taboe-enquête toch een aantal diepgewortelde geheimen losgemaakt. Hoewel de studenten in de rest van de vragenlijst braaf blijven, blijken er nu toch een heleboel spannende geheimen op te duiken. Een studente Rechten bekent bijvoorbeeld dat er op dat moment een stuk worst zit weg te rotten in haar doos. Een student Geschiedenis beweert de ANS te gebruiken als pornoblaadje. De foto van Giel Beelen vorige maand zal hem dan wel een hete nacht hebben bezorgd! Bij Bedrijfswetenschappen geeft iemand toe op dezelfde avond zowel zijn vriendin als haar kleine zusje gezoend te hebben. Verder bekent een student Nederlands Recht stiekem seksuele fantasieën te hebben over degene van wie hij deze enquête heeft ontvangen. Zou de desbetreffende persoon zich bij het ANS-kantoor willen melden?

Al met al blijken er nog veel taboes te heersen onder de studenten aan de RUN. Vragen over seksuele voorkeuren als SM en plasseks en vragen over misbruik leidden in veel gevallen tot boze en geschokte reacties van de respondenten. We hopen dat, nu de Nijmeegse universiteit het katholieke imago kwijt is, de conservatieve instelling van studenten ook snel zal slijten.

 

Joeripisrat

Uit de Oude Doos: Diederik Samsom

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Samsom en cynisme.

Het was wel duidelijk gisteren: de verkiezingscampagne draait al op volle toeren. Zaterdag werd Wilders de zwarte piet toegespeeld, vandaag werd hij bijna doodgezwegen. Van Haersma Buma viel gisterenmiddag voor het gemak de PvdA en de SP aan en Pechtold hekelde het verantwoordelijkheidsgevoel van de VVD. Zelfs de Onafhankelijke Burger Partij schijnt al bezig te zijn met een lijstje kandidaten voor de verkiezingen op 12 september.

Menig Nijmegenaar zal hopen op een links kabinet. Waar de peilingen de voorkeur geven aan Roemer I, behoort wellicht ook Samsom I tot de mogelijkheden. In februari 2010 sprak ANS Diederik Samsom over zijn studententijd en het cynisme in Nederland. ‘Ik wil gewoon geloven dat we geen cynisch volk zijn. Ik heb nog vertrouwen in de Nederlandse bevolking, ik kan niet anders.’ Over de toekomst voor studenten in een kabinet onder zijn leiding is Samsom duidelijk: 'Studenten ontvangen studiefinanciering, terwijl zij juist een bevoorrechte groep vormen die later een goed salaris verdient. Daarom vind ik het verdedigbaar als wij het sociale leenstelsel hanteren. Het geld dat in studenten wordt gestoken, zouden zij ook moeten terugbetalen.'

Diederik Samsom - Besmet met het inhoudelijke virus

Hoewel cynisme de boventoon voert in de Tweede Kamer, blijft PvdA'er Diederik Samsom optimistisch: 'Ik heb nog vertrouwen in de Nederlandse bevolking, ik moet wel.'

Tekst: Jolene Meijerink en Martijn Wehrens Foto's: Boy van Dijk

Een kwartier te laat komt Diederik Samsom (38) de kantine van de Tweede Kamer binnenstormen. Vervolgens praat hij honderduit alvorens er net zo snel weer vandoor te gaan. Zijn drukke schema blijkt ook uit het feit dat hij constant de tijd in de gaten houdt op zijn iPhone. Samsom is sinds 2003 Tweede Kamerlid en woordvoerder Milieu voor de Partij van de Arbeid (PvdA). De kroonprins van de arbeiderspartij is regelmatig te zien in programma’s als Pauw en Witteman en De Wereld Draait Door waar hij gepassioneerd klimaatontkenners onderuit schoffelt. Zijn stokpaardje, het klimaatprobleem, is hot. Samsom heeft een gevarieerde carrière achter de rug. In zijn puberteit was hij naar eigen zeggen een ‘echte nerd’, die er een sport van maakte negens en tienen te halen voor wis- en natuurkunde. ‘Maar wel eentje die goed was in gymnastiek’, merkt hij lachend op. Na zijn middelbare school studeerde hij Technische Natuurkunde in Delft. ‘Ik was achteraf gezien gevaarlijk vroeg begonnen met het halen van hoge cijfers, want tegen de tijd dat ik ging studeren vond ik wiskunde eigenlijk niet meer leuk. Ik ging nooit naar colleges, die waren demotiverend. Wat dat betreft was de TU Delft een jammerlijke universiteit. Ze deden in die tijd alles om de studie zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.’

Gedurende zijn studie ergert Samsom zich eraan dat er geen aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke relevantie van zijn studie. ‘Daar moest je vooral in de eerste twee jaar niet naar vragen. Het was gewoon wiskunde, stampen, tot in de vierde macht en de vijfde graad.’ Tijdens de verdediging van zijn scriptie kwam de laatste deceptie. Samsom had een apparaat uitgevonden om metingen te doen naar radioactieve straling van kerncentrales. ‘Iemand van de afstudeercommissie gaf me een krijtje en zei: “Die formule op pagina 26, leid die maar eens af op het bord.” Ik heb het goed gedaan, maar was er zó kwaad over. Ik wilde praten over de relevantie van het onderzoek, niet over de derdemachtsintegraal van een tijdsafhankelijke neutronenfluxvergelijking. Ik dacht dat ik eindelijk bevrijd was van de cijfers.’

Hoe raakte u maatschappelijk betrokken? ‘Achteraf gezien gebeurden er drie dingen in ongeveer dezelfde periode. Ten eerste kreeg ik op de middelbare school een paar maatschappelijk betrokken vrienden, die school maar niets vonden. Wiskunde en natuurkunde deden ze niet, dat vonden ze “rechtse vakken”. Ten tweede ontplofte de kerncentrale in Tsjernobyl terwijl ik het boek Kinderen van moeder aarde las van Thea Beckman, waarin de wereld wordt geschreven na een kernoorlog. Ten derde had ik een heel linkse filosofieleraar. Als gevoelige puber raakte ik zo heel snel maatschappelijk geëngageerd. ‘Toen ik 16 was heb ik een brief naar Greenpeace gestuurd met de vraag of zij wetenschappers in dienst hadden en nog een natuurkundige konden gebruiken. Na vier maanden kreeg ik een briefje van drie regels terug, dat ik te zijner tijd altijd een brief kon richten aan de afdeling personeelsmanagement. Toen dacht ik: “Die zitten niet op mij te wachten, laat ik eerst eens gaan studeren.”’

Samsom studeerde officieel acht jaar. Enerzijds omdat hij vice-voorzitter was bij jongerenvereniging de Koornbeurs, voorzitter van de Vereniging voor Studie en Studentenbelangen te Delft en actief was bij Greenpeace. Anderzijds omdat hij nog een vak moest halen en daarna zijn diploma een jaar te laat aanvroeg. Lachend: ‘Ik werkte al bij Greenpeace. Dat is natuurlijk niet alleen een baan, maar een way of life. Ik was toen nog vrijgezel, dus ik was altijd de jongen die wel even vier maanden weg kon. Verweggistan hier, Verweggistan daar: “Oh, we moeten nog iemand hebben op dat schip. Nou Diederik, ga jij maar.” Bij deze organisatie ben ik mijn vrouw tegengekomen. Ik zeg wel eens gekscherend dat ik zeven jaar lang niemand anders ben tegengekomen dan mensen van Greenpeace.”’

Heeft u met uw gezin nog steeds de Greenpeace 'way of life'? ‘Er zijn dingen die we laten. Mijn vrouw en ik eten bijvoorbeeld geen vlees. We vliegen bijna nooit, ook omdat we er een hekel aan hebben. Onze vakantiebestemming is vaak Terschelling, maar dat is gewoon erg leuk. Daarnaast hebben we een Toyota Prius. Maar dat is alles, wij zijn geen freaks. De verwarming staat gewoon op achttien graden en de kinderen mogen ’s nachts een lichtje aan hebben als ze daar beter van slapen.’

Mede door nevenactiviteiten heeft u acht jaar gestudeerd. Hoe rijmt dit met het verhaal van minister Plasterk dat studenten sneller moeten afstuderen? ‘Ik vind niet zozeer dat mensen sneller moeten afstuderen. De overheid steekt zich op dit moment diep in de schulden om het hoger onderwijs te financieren. Studenten ontvangen studiefinanciering, terwijl zij juist een bevoorrechte groep vormen die later een goed salaris verdient. Daarom vind ik het verdedigbaar als wij het sociale leenstelsel hanteren. Hierin word je gehele studie, inclusief je collegegeld, basisbeurs en eventuele aanvullende beurs, voorgeschoten door de overheid. Zodra je een baan hebt, betaal je het bedrag terug. Het geld dat in studenten wordt gestoken, zouden zij ook moeten terugbetalen.’

Gaan studenten dan niet alleen studies kiezen waarbij ze zeker weten dat ze een baan kunnen krijgen? ‘Ik vind het sowieso niet slecht om een baan te willen na je studie. Bovendien betaalt het feit dat je hebt gestudeerd en daar een bepaald denkniveau van hebt gekregen zich ook terug. Daar hoef je geen specifieke studie voor te doen, ik doe ook niets meer met mijn studie. En als je dan toch, om een cliché aan te halen, werkloos kunstenaar wordt, hoef je de lening niet af te lossen. De ervaring leert echter dat 90 procent van de studenten bakken met geld verdient.’

U schreef in een uitgelekte e-mail dat de PvdA in een deplorabele staat verkeerde. Wat moet er veranderen? ‘De belangrijkste boodschap was dat het voor onze partij erop of eronder zou zijn. Sindsdien hebben we laten zien dat we doortastend kunnen zijn, bijvoorbeeld bij de beslissing over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Het is vooral aan jongere generaties makkelijk uit te leggen dat er langer moet worden doorgewerkt. Dit was geen eenvoudige beslissing, maar we hebben deze met verve genomen. Eindelijk iets wat we vol verdedigden.’

Wilders staat op dit moment goed in de peilingen. Wat is zijn sterke punt? ‘Wilders is retorisch sterk. Op dit moment heeft de Nederlandse bevolking blijkbaar iemand nodig die hen een zwart-wit beeld voorschotelt, hierin is het witte beeld dat van Pechtold en het zwarte beeld dat van Wilders. Die zienswijze vinden mensen blijkbaar lekker. Ik denk dat heel veel kiezers op dit moment de voorkeur geven aan een partij als de Partij Voor de Vrijheid (PVV) omdat, net zoals thuis, een ruzie heel opluchtend kan werken. Het intrigerende hiervan vind ik dat mensen heus wel snappen dat je compromissen moet sluiten in je leven. Soms gaat dat langzamer dan je zou willen. Dat is thuis, maar ook in de politiek zo. Ik zie het trouwens als een zwakte van het midden dat zij niet de aantrekkelijkheid van zijn zienswijze voor het voetlicht weten te brengen. Uiteindelijk zal Nederland zijn hart volgen en zich af gaan vragen wat voor land het nu eigenlijk wil. Een land waarin iedereen elkaar naar het leven staat of een land waarin er samen naar oplossingen wordt gezocht.’

Helaas laten je collega-Kamerleden soms pijnlijk duidelijk merken dat zij niets van de inhoud weten. Frustreert dit jou? ‘Ik ben door mijn academische achtergrond natuurlijk besmet met het inhoudelijke virus. Ik vind het niet erg dat een debat met humor of met een andere leuke insteek wordt gewonnen. Maar als je het puur op cynisme wint, zoals PVV-Kamerlid Richard de Mos, dan vind ik dat wel frustrerend. Die gebruikt zijn onwetendheid als gimmick en gaat daar prat op. Blijkbaar vinden sommige mensen dat mooi. Of ze vinden hem een clown maar stemmen vanwege Wilders op de partij. Uiteindelijk zullen mensen dit soort tactieken ontmaskeren, kijk maar naar de Lijst Pim Fortuyn of naar Rita Verdonk, die van 26 zetels naar 1 zetel kelderde. ‘Ik wil gewoon geloven dat we geen cynisch volk zijn. Ik heb nog vertrouwen in de Nederlandse bevolking, ik kan niet anders.’

 

Fich

Uit de oude doos: Giel Beelen

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Gielul met Giel.

Radiomaker Giel Beelen en zijn collega Lex Uiting hebben er met hun grappen en grollen voor gezorgd dat kamerlid John Leerdam opstapt uit de Tweede Kamer. De PvdA'er reageerde in het radioprogramma GIEL op een uitspraak van de Israëlische oud-premier Sharon, terwijl deze nog altijd in coma ligt. Zijn reactie op de vrijlating van de door 3FM verzonnen straatterrorist meneer Jablabla was de druppel.

GroenLinks-politicus Ineke van Gent wist ook geen weerstand te bieden aan de rode 3FM-microfoon. Zo vertelde ze dat Richard Nixon een goede spindoctor voor Barack Obama zou zijn. De Amerikaanse ex-president overleed echter in 1994.

In 2004 sprak ANS met de rellende radioman over Theo van Gogh, commerciële radio, ochtendshows en zijn favoriete boek Mein Kampf.

Gielul!!!

‘Je kan op 3FM blijven zolang je rock-‘n-roll in je kloten hebt,’ en dus hoopt radio dj Giel Beelen altijd het irritant jongetje te blijven. ‘Iedereen weet, behalve dat groepje extreme wacko’s, dat je met moord geen flikker bereikt. Ik heb de neiging om uit respect voor Theo een nog grotere bek op de radio te geven.’

Tekst: Bram Balk

Hij heeft al heel wat omroepen versleten, maar Radio 3FM dj Giel Beelen (27) heeft nu een status bereikt waarin hij kan zeggen wat hij wil. Zelfs in de dagelijkse ochtendspits. De klachten komen nog steeds binnen, ‘maar de VARA weet nu verdomd goed wie ze hebben aangenomen.’

Giel over lijken

‘Ik had hem vaak in m’n uitzending. Altijd lachen. Ik zal niet zeggen dat we hele dikke vrienden waren. Zo ver waren we nog niet. Maar ik had altijd in m’n hoofd: met die Theo van Gogh ga ik nog eens een keer wat doen. Dat hing gewoon in de lucht. Als een soort van weddenschap heeft hij de Vierdaagse voor mij gelopen. Ik belde hem elke dag op in mijn programma en iedere keer was hij helemaal naar de klote. Fantastisch. Toen Fortuyn op mijn parkeerplaats lek werd geschoten, hoopte iedereen dat de dader geen buitenlander was. Volkert was geen allochtoon, maar deze moordenaar wel. Daar wordt meteen misbruik van gemaakt. Door politici zeker en al helemaal door Geert Wilders. Wat een lul. Die gast zegt: ”Ik ga geen olie op het vuur gooien,” en doet het vervolgens toch. Terwijl Theo van Gogh gewoon door net zon wacko als Volkert is vermoord. Laten we er niet meteen allerlei dingen aan verbinden.

Slechte shockjock

‘Het is nooit mijn bedoeling geweest de grens op te zoeken. Ik wil niet alleen maar schockeren. Dan blijf je altijd maar in dat gebied en dat vind ik niet erg spannend. Meestal is mijn programma geneuzel om niks. Niets nieuws, alleen wil ik geen grenzen in mijn programma. Ik geloof niet dat er grenzen zijn op de radio. Dat is mijn insteek. ‘Ik zou een verdomd slechte shockjock zijn. Ik doe teveel dingen die daar niks mee te maken hebben. Maar op dat moment dat iemand zegt: “Dat kan niet, dat kan écht niet,” dan ben ik degene die nog drie keer nadenkt of dat echt niet kan. Om heel eerlijk te zijn: Bij de KRO moest ik heel erg lachen om de reden waarom ze me ontslagen hebben. Ik had Mein Kampf genoemd als m’n favoriete boek. Dat was gewoon de bekende stok die ze zochten. Iedereen had zoiets van: “Jezus, wat is dat voor ontzettend stomme reden om iemand te ontslaan?” Er was bij de KRO heel vaak gezeik. Zij hadden mij binnengehaald met het idee “we willen een spraakmakend programma” en toen hier en daar wat gebeurde werd het ze wat al te spraakmakend. Bij de VARA was er die poederbrief. Als ik in de krant zou lezen “Diskjockey roept op tot versturen miltvuur”, zou ik die dj ook een pokkenlul vinden. Als een grap uit z’n verband wordt gerukt, dan ben he hem kwijt. Toen ik weer terug werd gevraagd door de VARA heb ik een heel uitvoerig gesprek gehad met de voorzitter Vera Keur. Die gaf toen aan dat het de verkeerde tijd was voor een omroep over miltvuur. Het was vlak na de moord op Fortuyn, “de kogel kwam van links”, de VARA lag blijkbaar hevig onder vuur en kon alles behalve dit gebruiken. Ik heb toen gezegd dat als er weer zoiets komt als poederbrieven, ik daar zeker iets mee ga doen. Waarop Vera Keur reageerde: “Maar dat is ook de reden waarom we je weer terug willen”.’

Commerciële radio

‘Ik heb serieus overwogen om commercieel te gaan. Maar tegen de ochtend van 3FM kan niks op. Ik wil gewoon heel graag een ochtendprogramma. Voor mij is het een droom. Het is de plek waar je het meeste kan. Mensen zitten gewoon te wachten op ongein. Ze worden wakker en willen gelul en gekut horen. Laat dat nou net zijn wat ik wil doen, dus dat komt goed uit. Bovendien, 3FM is echte radio. Bij de commerciële zenders is je enige taak ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen de reclameblokken horen. 3FM heeft muzikaal gezien haast iets opvoedkundigs. We weten van bepaalde platen dat niet heel veel mensen ze leuk gaan vinden. Zeker niet in eerst instantie. Maar wij willen dat mensen die platen horen en dus draaien we ze. Andere stations beginnen niet met het draaien van een onbekende band. 3FM wel. Maar als blijkt dat je iets heel goeds hebt, loopt een ander er mee weg. Dat geldt zowel voor bands als voor diskjockeys. In the end is het voor 3FM wel goed. Naast de muziek vernieuw je ook steeds je diskjockeys. Er zijn nu weer wat nieuwe gasten hier begonnen, als ze het goed doen worden ze over drie jaar gevraagd voor Yorin of 538 of weet ik veel wat.

Op de barkruk

‘Gek genoeg ben je tegenwoordig vernieuwend als je in je eentje radio maakt. Eigenlijk is het helemaal back to basics. Dat hele sidekick-gebeuren is helemaal uit de hand gelopen op de radio. Het gedoe met allerlei groepjes die zitten te lachen om zelfbedachte slechte grappen. Ik snap het idee wel: je hoort de gezelligheid en je voelt je enigszins betrokken. Je zit te luisteren naar een soort cafeetje. Maar ik maak het programma samen met de luisteraar in plaats van met de sidekick. Ik heb ook een soort café, maar bij mij staan er barkrukken vrij voor een speciale gast en is er nog een stoel voor de luisteraar. ‘De kick is om de lijnen te zien knipperen en ongescreend en ongecensureerd gewoon mensen in de uitzending te halen. Mijn improvisatiegehalte is heel hoog. Dat houdt me scherp. Ik wil dat de mensen met hun oren klapperen tijdens de uitzending. Dat ze naar het programma luisteren, even naar de radio kijken en denken: “Jezus, wat gebeurt daar nou?”. Het is ook hartstikke leuk als er dingen misgaan. Want als iets pijnlijk kansloos is, vindt de luisteraar dat fantastische radio. ‘Ik vind het heel fijn om te horen wat mensen er van vinden. Daar kan ik heel veel mee. Het hele programma is daar op gebaseerd. Zelf doe ik niet zo gek veel. Ik ben een soort schakel tussen de gasten en de luisteraard en de muziek. De luisteraars maken bij mij echt het programma. Het beste compliment dat ik kan krijgen is dat mensen op me af stappen en een heel verhaal tegen me gaan houden. Dat ze denken: “Ik ken je, man. Ik luister elke dag”. Ik wil een vriendje zijn. Het mannetje van de radio. ‘Bij veel commerciële stations zitten er ’s ochtends en in de middag personen die zichzelf zijn, maar daartussen zit er gewoon niks. Dan zitten er stemmen, blaaskaken. Snelle diskjockeys die niets van zichzelf laten zien. Ik hoor heel veel dj’s die heel veel zeggen, maar ondertussen alleen maar vertellen hoe laat het is, welke leuke hits er nog aankomen en welke prijzen er nog te winnen zijn. Stating the obvious.’

Snelste ochtendshow van Nederland

‘De ochtend heeft wel iets waardoor je niet alles kunt doen. Ik weet nog dat ik in de allereerste week dacht: “Oh, te gek. Ik ga de nieuwe van de Audio Bulls draaien,” omdat ik het een hele goede band vind. Ik had de plaat nog niet gestart , of ik had al spijt. Ik had er op dat moment helemaal geen behoefte aan. Je zit in een hele andere sfeer. Ik heb echt een tijdje nodig gehad om die sfeer aan te voelen. Maar dat is ook exact de reden waarom ik er altijd een nachtprogramma bij wil. Van vrijdag op zaterdag kan ik dan gewoon een beetje kutten. Het is een soort speeltuin waar later weer dingen in ontstaan voor de ochtend. ‘Toen Stenders in de ochtend begon, maakte hij een soort soapachtige radio, maar eigenlijk moet je in de ochtend elk uur opnieuw beginnen. Je kunt niet terugverwijzen naar een moment eerder in de uitzending. Mensen luisteren maar heel kort in de ochtend. De meeste horen net dat kwartiertje terwijl ze tussen ontbijttafel en badkamer lopen. Bij mij is het daarom allemaal wat sneller. Ik probeer in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk te doen. De hele uitzending. In de gidsen staat niet voor niets: de snelste ochtendshow van Nederland. Als je snel tot de essentie kan komen is dat alleen maar goed. ‘Eigenlijk is het enige ding dat de boel bij elkaar houdt het feit dat ik het maak. Giel is de bindende factor. En dan hoop ik dat je als luisteraar, als je twintig minuten meeluistert, toch twee of drie dingen meepakt.’ ‘Soms lok ik het uit om afgezeken te worden als ik iemand afzeik. Theo van Gogh deed dat ook. Elkaar gigantisch afbranden heeft ook een functie. Het zorgt ervoor dat je over dingen gaat nadenken. Mijn hoofddoel is misschien een leuk radioprogramma maken maar uiteindelijk zorgt praten wel voor een betere wereld. Woorden en kogels, dat is een wereld van verschil.’ ANS

 

Bosch

Uit de Oude Doos: Donsdier of donjon

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: moet de toren terug?

BREKEND NIEUWS! De gemeente Nijmegen mishandelt op grote schaal een dier. Aanstaande weekend zal het laatste moment zijn voor dierenliefhebbers om afscheid te nemen van het gigantische konijn in het Valkhofpark. Deze treurige gebeurtenis herinnert ons aan de tijd van de donjon. Lang geleden sierde een grote toren, de donjon, dezelfde locatie. Het was oorspronkelijk slechts een schuilplaats voor adel gedurende belegeringen, maar in de kortste tijd verrezen er omheen meerdere gebouwen en was de Valkhofburcht geboren. Later zag men het bouwwerk echter als een symbool voor onderdrukking en werd het met de grond gelijk gemaakt.

In 2005 bedachten bewoners dat een donjon de Nijmeegse skyline toch niet zou misstaan en vroeg ANS aan twee experts wat de voors en tegens waren. Hij is er nooit gekomen en met het verdwijnen van het uitkijkkonijn ontstaat wederom een leegte. Misschien is er toch toekomst voor de donjon? Hoe het ook zij: lees hieronder het artikel uit de oktober-ANS van 2005.

Donjonaffaire

In ‘Welles Nietes’ redetwisten iedere maand twee deskundigen over een wetenschappelijk vraagstuk. In deze aflevering: moet de donjon worden herbouwd?

Tekst: Maartje Bakker, Roel Neijts en Axel Venker

Denk je dat hier in de zomermaanden niets te beleven valt, blijkt onze stad in de komkommertijd strijdtoneel te zijn geweest van een verhitte discussie. Op verzoek van De Gelderlander schreven meer dan zevenhonderd mensen de krant aan om hun mening over de mogelijke herbouw van de donjon te ventileren. Een ruime meerderheid pleitte vóór de herbouw van de middeleeuwse toren in het Valkhofpark. Vanwaar deze consternatie? Sinds een paar maanden siert een provisorische donjon het park ter gelegenheid van de tweeduizendste verjaardag van Nijmegen. Deze tijdelijke uitvoering is opgetrokken uit steigermateriaal, bekleed met bedrukt geveldoek. De replica blijkt erg populair te zijn: binnen twee maanden waagden al 25 duizend bezoekers de klim of het lifttochtje naar boven. De oorspronkelijke versie van de imposante toren verrees in de twaalfde eeuw op last van keizer Frederik Barbarossa. Tijdens vijandige belegeringen trokken de burchtbewoners en Barbarossa’s manschappen zich terug in de donjon. Om de toren optimaal tegen indringers te beschermen waren er geen buitendeuren. Men klom met ladders via de hooggelegen ramen de toren in. Daar konden de adellijke angsthazen hoog, droog en met het nodige proviand de aanval doorstaan. Rondom de donjon verrezen steeds meer bijgebouwen zoals stallen, woonruimten en wapenbergingen. Het geheel vormde de bekende Valkhofburcht; tegenwoordig herinnert enkel nog anderhalve kapel aan die gloriedagen. Zo geleidelijk als de vesting werd opgebouwd, zo abrupt verdween het vroegere boegbeeld van de Keizerstad. In de patriottentijd zag men de toren als symbool van feodale overheersing. In 1796 moest hij het veld ruimen voor een in die tijd modieus park, compleet met ruïne. Het gros van de stenen waaruit de eens zo glorieuze vesting was opgebouwd, kon dienen als ondergrond voor straatstenen of werd vermalen tot cement. Einde Valkhofburcht, einde donjon. Tot voor kort. Het opnieuw neerzetten van historische gebouwen is een trend in Nederland. Ook Nijmegen is nu bevangen door herbouwlust. Op verzoek van enthousiaste bezoekers is de Valkhofvereniging een handtekeningenactie gestart voor een donjon in steen. Drieduizend mensen toonden zich al voorstander van het idee. In de nepdonjon hangt slechts een lijst voor voorstanders van de herbouw; tegenstanders kunnen daar hun mening niet uitten. Hier wel. ANS peilt de mening van twee Nijmeegse deskundigen met de volgende stelling: de donjon moet worden herbouwd.

Welles: Prof. dr. P.J.A.N. Rietbergen, hoogleraar Geschiedenis ‘Al staat de donjon er nog maar een paar maanden, Nijmegen is al niet meer voor te stellen zonder dat visuele middelpunt. Alle wegen naar de stad zijn georiënteerd naar de toren. De afbeeldingen waarop de toren als dominante factor in het nieuwe stadsbeeld naar voren komt, staan op ons netvlies gebrand. Wanneer ik vanaf de Waal naar de Keizerstad keek, zag ik, tot voor kort, een onvolledig stadslandschap. ‘In het Verdrag van Venetië uit 1964 wordt door architecten en deskundigen een restauratiefilosofie uiteengezet. Die gedachte houdt in dat door goede bescherming van historische plekken, waardevolle overblijfselen beter worden geconserveerd. Mensen die dat soort theorieën ophangen, wonen altijd in villa’s in de buitenwijken. De bestuurders moeten zich in dit geval laten leiden door de mensen die in de stad leven: zij moeten er tegenaan kijken. Als de stadsbewoners vinden dat de donjon bij Nijmegen als leefomgeving hoort, dan moet hij terugkomen. ‘De toren is met een hoge mate van betrouwbaarheid te reconstrueren: vanwege zijn grootte is hij vaak afgebeeld op stadsprenten. In landen om ons heen is dit fenomeen, het bouwen naar oude tekeningen, geen onbekend terrein. Een groot gedeelte van de monumenten van Frankrijk, Duitsland, Polen en Rusland is herbouwd. ‘Daarnaast is het belangrijk te vermelden dat de toren op een volledig vrije plaats staat: er hoeft geen grassprietje voor te sneuvelen. Door herbouw verenig je juist de drie belangrijkste elementen van het Valkhof: de Ottoonse kapel, de Sint Nicolaaskapel en de donjon. ‘Bij herbouw zal wel een gedeelte van de archeologische monumenten moeten wijken voor fundamenten en derhalve moeten worden opgegraven. Maar wat hebben we er aan als de resten onder de grond blijven? Graven dient de wetenschap. Wel moet je volgens de regels van het Verdrag van Malta te werk gaan. Dit houdt in dat je zorgvuldigheid moet betrachten. Net zoals bij de Betuwelijn komt er dan een team van archeologen die de bodem vóór de bouw onderzoeken. We zeggen toch ook niet: “De Betuwelijn mag er niet komen, want op de route liggen Romeinse legerplaatsen." ‘Nijmegen is voor een fors deel afhankelijk van het toerisme. De toren maakt de stad absoluut aantrekkelijker. Daarbij hoeft de toren niet alleen als attractie te fungeren; er zijn tal van andere zinnige bestemmingen voor denkbaar. Er zou bijvoorbeeld een restaurant in kunnen komen, of ruimte voor culturele activiteiten. Geld zal geen probleem zijn: de donjon is een heel concreet en prestigieus object. Daarom zou het mij niet verbazen als er voor de bouw sponsoren zijn te vinden. ‘Iedereen die sfeer wil in Nijmegen, zou voor de herbouw moeten zijn. Het geeft onze stad meer smoel. Dat is hard nodig: je schrikt je lam als je door het centrum loopt. Aan de gevels van de HEMA en V&D en aan Plein '44 moet absoluut iets worden gedaan. En die toren moet gewoon terug.’

Nietes: Dr. J.G.G.M. Rosendaal, docent Geschiedenis ‘Het idee alleen al, het is belachelijk dat er überhaupt over gepraat wordt. Nederland heeft in 1993 het verdrag van Malta ondertekend. Dit verdrag houdt in dat je archeologisch bodemmateriaal niet mag aantasten tenzij dat strikt noodzakelijk is. Zo’n noodzaak kan bijvoorbeeld een duidelijk omschreven economisch belang zijn. In dit geval is er geen enkel argument aan te voeren, waarom herbouw noodzakelijk is, en bovendien op zo’n archeologische toplocatie het bodemarchief te frustreren. De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek heeft toegestaan om deze reconstructie wel neer te zetten op voorwaarde dat het archeologisch materiaal gegarandeerd onaangetast wordt. Waar dit bodemarchief uit bestaat weten we maar ten dele, maar ongetwijfeld zullen er restanten in zitten van de pre-Barbarossa burcht. Mogelijk liggen er zelfs Romeinse resten. Nu hebben we bepaalde technieken om die grond te kunnen onderzoeken, maar over honderd of tweehonderd jaar moet die grond nog steeds onderzocht kunnen worden. Dan zijn er immers betere methoden waarmee de huidige kennis kan worden getoetst. Het gaat hier om de bekende falsificatie die de wetenschap wil hanteren. Wat we nu weten, moet kunnen worden getoetst, ook in de toekomst. ‘Trouwens, Nijmegen heeft nauwelijks een rooie cent, wie betaalt die herbouw dan? En moet die donjon, landmark of niet, dan zo quasi middeleeuws zijn? Hoe de oorspronkelijke toren er uit heeft gezien weet niemand. Er is geen bouwtekening van de oorspronkelijke toren die in 1796 is gesloopt. Er zijn wel plattegronden van het interieur, maar we weten niet eens hoe hoog de toren was, er is geen enkele maat bekend. Volgens sommige afbeeldingen zijn er bijvoorbeeld vijf raampjes op een bepaalde plek, volgens anderen weer vier. Het zal nooit een exacte reconstructie zijn van wat er heeft gestaan. 'Dus wat je gaat bouwen is hoe dan ook een weergave van het huidige idee over het uiterlijk van die toren. Dat betekent dat men over twintig jaar misschien wel heel anders denkt over het echte aanzien van de toren. Je kunt net zo goed iets moderns bouwen dat niet zo kitsch is. ‘Dat de donjon er niet staat, maakt die plek juist tot een monument. Het Valkhofpark, dat op de plaats van de burcht werd aangelegd, heeft namelijk veel historische waarde. Het is een typisch plantsoen uit de Romantiek, ontworpen door de beroemde parkarchitect Zocher, tevens ontwerper van het Amsterdamse Vondelpark. Er wordt overigens al jaren gepleit voor restauratie van het park in Nijmegen door het Platform tot Behoud van het Valkhofpark. ‘Toch is mijn belangrijkste reden om tegen de herbouw te zijn, dat ik me bezighoud met de periode van de Bataafse Republiek, ook wel de Nederlandse Revolutie. De Valkhofburcht is in die periode gesloopt, mede omdat het een symbool was van feodale overheersing. Het afbreken van de burcht in 1796 is een historische feitelijkheid. Daarmee is het een soort Nederlandse Bastille, en zou je de Franse Bastille wel willen herbouwen?’

 

Joeripisrat

Uit de Oude Doos: Het leven na de dood

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: liturgie rond lijken.

Nog een weekje en het is lente, de tijd van korte rokjes, witbier op terrastafels en nieuw leven. Nieuw leven dat voorbestemd is om weer dood te gaan. Dat was de nogal negatieve boodschap die de ANS-redactie in de lente van 1990 verspreidde. Een uitgebreid artikel over diverse beroepen die met de dood te maken hebben en de manier waarop men omgaat met het einde vulde een van de pagina's van de april-editie van dat jaar. Conclusie: Nederlanders behandelen hun doden erg afstandelijk, prachtig verwoord door de toenmalige studentenpastor Görtz: 'We leven in de maatschappij van de wegwerpmens.'

Bij dezen nog een keer het deprimerende artikel op de drempel van vrolijkheid. Richt je blik nog eenmaal op de grauwe lucht, de doodse bomen en dit stuk om de winterdepressie zo lang mogelijk te rekken. Des te mooier is het straks wanneer de zon weer begint te schijnen.

Het leven na de dood

De lente is weer aangebroken, de tijd van het nieuwe leven. De christenen onder ons vieren de wederopstanding van hun Heer. ANS ging op zoek naar dat andere leven dat begint na de dood, dat van de mannen in donkere pakken, de dragers en de geestelijken en de mensen van het mortuarium. Wat gebeurt er wanneer wij sterven, en hoe gaan wij om met de dood?

Tekst: Henk van Velthooven en Jan Maurits Schouten

Jan is sinds zeven maanden drager bij een Nijmeegse uitvaartmaatschappij. 'We proberen zo onopvallend mogelijk te werken; vooral wanneer we 's nachts een lichaam moeten ophalen. Dan word ik midden in de nacht gebeld, trek ik mijn nette kleren aan, met een witte doktersjas eroverheen, en ga samen met de chauffeur in de auto zo snel mogelijk naar het huis van de overledene. We wikkelen het lijk in absorberend wit papier, leggen het op een draagbaar, slaan er een stuk zeildoek omheen en dan is het snel weer weg, richting mortuarium.' Daar gaat het lichaam, op een plaat, tot nader order de koeling in. 'Overdag hebben we meer bekijks. Het valt natuurlijk ook op als je met zo'n auto de straat in komt rijden. De mensen komen niet naar buiten. Ze staan achter de ramen te kijken, je ziet de gordijnen bewegen.' Met de nabestaanden wordt bijna niet gesproken. 'Dat is de taak van de uitvaartbegeleider. Die heeft ook het eerste telefonische contact met de mensen. Die komt meestal nadat wij weg zijn.' Jans werkzaamheden beperken zich nu verder tot het lijk. Achter de gesloten deuren van het mortuarium houdt hij zich, met een paar collega's, bezig met wassen, scheren, aankleden en kisten van het stoffelijk overschot. De eerste paar weken in zijn nieuwe baan mocht Jan gewoon een beetje meelopen, om te bepalen wat hij wel en niet wou doen. 'Het is een raar gevoel, je bent toch met de dood bezig,' vindt hij. 'Wij verzorgen alles, van A tot Z,' zegt meneer Roelofs, uitvaartbegeleider bij dezelfde begrafenisfirma. 'Vanaf het eerste telefonische contact regelen wij de verzorging van de overledene, de kist, bloemen, rouwdrukwerk, de advertentie in de krant, de aangifte bij de burgerlijke stand, kortom, alles wat er te bedenken valt. Daar maken we dan tegelijk een begroting van, die we de mensen ook meteen laten zien, om latere onenigheden daarover te voorkomen. Een gemiddelde, goed verzorgde uitvaart kost tussen de viereneenhalf en de vijfduizend gulden. We hebben een paar keer kort contact met de nabestaanden; daarna zien we ze pas terug tijdens de uitvaart. Of, wanneer dat niet op dezelfde dag is, bij het afscheid nemen in het mortuarium.

Praten Anneke is de assistente in het mortuarium van het Canisiusziekenhuis. 's Morgens komen de overledenen uit het ziekenhuis hier binnen. We verzorgen ze, leggen ze in de koelcel en regelen allerlei zaken, met bijvoorbeeld de lijkschouwer, de patholoog anatoom, de begrafenisondernemers en natuurlijk de familie.' Anneke, die een opleiding voor verpleegkundige heeft gevolgd, werkte vroeger in een antroposofische kliniek. 'Daar heb ik veel geleerd. Antroposofen gaan heel anders met de dood om. Ze geloven bijvoorbeeld dat de ziel na de dood nog drie dagen in het lichaam blijft. Daarom praten ze met de doden. Ik zeg nog altijd "sorry", als ik iemand aanstoot bij het opbaren. Dat praten met de doden is iets wat je in andere culturen ook tegenkomt. We hebben hier vooral te maken met islamieten. Die verzorgen hun doden altijd zelf. Het afscheid is bij hen heel intensief.' De Nederlandse manier van met de dood omgaan vindt ze erg afstandelijk. 'Hoewel, er is in Nederland ook wel iets aan het veranderen. Mensen die hun overleden familieleden thuis willen opbaren, of mensen die een stukje verzorging overnemen, al was het maar het kammen van het haar. Het is zo belangrijk om nog even dat contact te hebben met de dode. Maar veel mensen durven niet; er rust echt een taboe op de dood.' Deze mening wordt gedeeld door dokter Van Lammeren, gemeentelijke lijkschouwer en als zodanig belast met het toezicht op de naleving van de wet op de lijkbezorging. 'De mensen zijn bang voor lijken. Het komt tegenwoordig vaak voor dat mensen die op sterven liggen naar het ziekenhuis worden vervoerd, louter en alleen om daar dood te gaan. Als het maar vooral niet thuis gebeurt. De dood wordt onttrokken aan de persoonlijke leefsfeer, terwijl het fysieke afstand nemen zo belangrijk is. Ik vind dat er meer gelegenheid moet komen voor mensen om dat de kunnen doen.

Symbolen 'De dood is anoniem geworden,' vindt ook studentenpastor José Görtz. 'Veel oude gebruiken zijn verdwenen, zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. We leven in de maatschappij van de wegwerpmens. Sinds Hirosjima weten we dat enkele mensen kunnen besluiten over leven en dood van duizenden anderen. Mensen worden afgeschreven als machines. De norm tegenwoordig is jong zijn, niet in verval zijn. Het wordt ons dagelijks door de reclame ingeprent. Alles wat daar buiten valt schuiven we van ons af.' Toch ziet ook hij een verandering in de maatschappij. 'De laatste tien, twintig jaar wordt er toch meer over het doodgaan gesproken,' meent hij. 'Ook ten aanzien van suïcide, de hoofdoorzaak van overlijden van studenten waar ik mee te maken heb gehad, wordt tegenwoordig heel anders gedacht. Het begint tot de mensen door te dringen dat wanneer iemand niet meer in deze maatschappij wil leven, dat toch ook voor een gedeelte aan die maatschappij ligt.' De pastor ziet het als zijn taak nieuwe symbolen te vinden, om aan te sluiten bij de veranderende belevingswereld van de moderne mens. 'Veel geestelijken hanteren een soort standaardprocedure bij een begrafenis: er worden bepaalde liederen gezonden, vaste handelingen verricht. Vaak vanuit het gevoel dat het zo hoort. Maar in wezen liggen die dingen veel minder vast dan de mensen denken.' Door gesprekken met familie en vrienden probeert hij een indruk te krijgen van de overledene en vooral ook van de emoties die rond het sterfgeval leven. 'De dood is een ingrijpende gebeurtenis. Voor de nabestaanden is het een breuk in hun normale bestaan, een blikseminslag. de vraag is dan: hoe geef ik daar vorm aan?' Het komt wel voor dat de ouders van een overleden student daar hele andere ideeën over hebben dan de vrienden.' Voor oudere katholieken is de eucharistieviering vaak erg belangrijk, terwijl veel jongeren daar negatieve gevoelens over hebben. Ik probeer dan die mensen met elkaar in gesprek te brengen. Dan blijkt dat het delen van brood en wijn alleen voor henzelf belangrijk is en niets toe- of afdoet aan het heil van de overledene.' Vroeger werd het beeld van het hiernamaals van bovenaf opgelegd: de kerk vertelde hoe je over God moest denken. Dat vaste godsbeeld verdween, de mens werd de maat van alle dingen. De religie reageerde door ook het goddelijke in de mens zelf te zoeken: het godsbeeld werd subjectief. 'Geloven is niets anders dan met elkaar in gesprek komen over het wezenlijke dat iedereen bezig houdt,' zegt de pastor dan ook. 'Dat wezenlijke probeer ik tijdens zo'n afscheidsviering met taal, maar ook met bewegingen uit te drukken. Ik wil een katalysator zijn van de verwarde gevoelens die op dat moment heersen bij de aanwezigen.'

Vuur 'Goed met symbolen omgaan kan heel verlichtend werken.' Pastor Görtz heeft gemerkt dat elementaire begrippen het sterkste werken: 'Licht, water, vuur en lucht zijn hele sterke metaforen voor het leven.' Daarbij willen de mensen zelf ook iets doen: een kaars opsteken, een gedicht voordragen. 'Een keer heb ik een bloesemtak meegenomen, waarmee ik de dode besprenkelde. Hoewel er niets was afgesproken kwamen de aanwezigen één voor één naar voren om die handeling na te doen. Kennelijk volgde ik een spoor waarin de mensen zich konden herkennen.' Van de intense uitvaartvieringen van de studentenpastor naar Cor Nelisse, beheerder van het regionaal crematorium 'Jonkerbos'. Daar is het laatste afscheid heel anders geregeld. 'Een crematieplechtigheid duurt zo'n twintig minuten. Er worden drie plaatjes gedraaid en tussen de plaatjes door is er de gelegenheid om iets te zeggen. Meestal door een geestelijke of een familielid. Het is een standaardplechtigheid. Mensen kunnen eraan veranderen wat ze willen, maar de ervaring leert dat zo'n vijfennegentig procent voor die standaardprocedure kiest. De mensen uiten zich niet zo. Je ziet dat er veel geleden wordt, maar men beheerst zich. Toch hebben we gemerkt dat de symboolfunctie erg belangrijk is voor de nabestaanden. Ook na een crematie moet er iets tastbaars overblijven. Al is het maar een plaatje met inscriptie, dan hebben de mensen toch nog iets waar ze naar toe kunnen gaan om de overledene te gedenken. Daar is behoefte aan.' De dood, de ziekte waarmee we allemaal vanaf onze geboorte mee besmet zijn, is een essentieel onderdeel van ons leven. Toch schuiven wij de dood weg. We zijn er bang voor. Veel mensen die dagelijks met de dood omgaan vinden dat een slechte houding. 'We potten op, houden in, gaan niet natuurlijk om met de dood,' zeggen zij. Hindoes verzorgen zelf hun doden. Zij vormen de enige groepering in Nederland die zelf haar lijken mag verbranden. Islamieten praten met hun overledenen en leggen ze in de kist. Ze hebben een lang en intensief afscheid. Antroposofen en een enkele pastor proberen nieuwe wegen te vinden in hun omgang met de dood. De lente is aangebroken, begin van nieuw leven. Leven dat voorbestemd is voor de dood. Het moment is ideaal om na te denken over het 'leven na de dood.'

 

Mickey

Uit de Oude Doos: Spinvis

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: e-mailcontact met Spinvis

Hij kwam afgelopen jaar met een nieuw album en speelde vorige week twee keer in een uitverkocht Doornroosje. ANS interviewde Spinvis deze maand over zijn manier van optreden, zijn teksten en zijn succes. Dat was niet de eerste keer: tien jaar geleden sprak ANS hem ook, toen hij debuteerde met zijn titelloze plaat. Is er veel veranderd in het voorbije decennium? Destijds vertelde Erik de Jong hoe hij in zijn huisje in Nieuwegein achter zijn computer liedjes zat te bouwen en tussendoor voor zijn kinderen zorgde. Over zijn muziek is hij heel stellig. 'Spinvis is geen optredende act. Wat ik maak, komt uit je speakers. Basta!'

Lees hieronder het artikel van juni 2002

'Dromers zijn nog geen losers'

Datum: 3/5/2002 14:05:27 Van: Spinvis Naar: "Arnout Baas" >Arnout.Baas@ans-online.nl< Onderwerp: Re: e-mail voor Spinvis

>Om maar met een cliché te beginnen: Waar komt de naam Spinvis vandaan? Geen idee... op een dag, een jaar of drie geleden, dook hij op in mijn hoofd. 'Wat ben jij nou?', vroeg ik. 'Ik ben een Spinvis!', was het antwoord. (Ondertussen weet ik dat een spinvis ook een soort kunstaas is, een spinnend rubber kunstvisje).

>Waar kom je zelf vandaan? Omdat mijn vader een rondreizende wiskundeleraar was, hebben we in heel veel plaatsen gewoond. Uiteindelijk ben ik in Utrecht aangespoeld, waar mijn honderd-en-één bandjesverleden ligt. Toen was ik 14, nu ben ik 41.

>Bestaat Spinvis uit meer mensen dan jij alleen? Nee, Spinvis is een zeer persoonlijke en individuele vorm van popmuziek. Natuurlijk speel ik ook met anderen, maar dat is heel wat anders. Het Spinviswerk ontstaat door elke dag een beetje te bouwen, te schrappen en te schaven, zoals eenschrijver of een schilder dat doet. Daarbij gebruik ik computers en samplers. Omdat ik al zo lang met die apparatuur omga, kan ik er snel en intuïtief mee werken. Zodanig dat de techniek zelf geen rol van betekenis meer speelt, en ik me alleen nog bezig hoef te houden met de zeggingskracht van mijn muziek.

>In verschillende interviews en recensies wordt het beeld geschetst van een huisman >die tussen het huishouden door muziek maakt aan de keukentafel. In hoeverre klopt >dit beeld? Nou, dat beeld klopt heel aardig. Toen ik nog geen gezin had, en dus veel meer tijd voor mijn muziek had, was ik achteraf gezien helemaal niks productiever. Het zorgen voor de kinderen en de dagelijkse verplichtingen dwingen zelfdiscipline af, iets wat ik van nature niet heb.

>Hoe lang ben je al met muziek bezig? Nou, ik kan me herinneren dat ik als kleuter tot tranen toe geroerd was door de tweede stem in 'Joepie Joepie is gekomen', maar dat bedoel je misschien niet. Ik was zestien jaar, mijn oudere broer had een punkbandje The Duds. Daar was ik zo'n beetje de jongste bediende, als de drummer er niet was mocht ik drummen en als de bassist het af liet weten, mocht ik bassen. Daarna volgden er heel veel meer bandjes uit de Utrechtse punk- en new-wave-scene. Na een jaar slagwerk en compositie te hebben gedaan op het Conservatorium van Rotterdam, heb ik de computer ontdekt. Eerst de onvolprezen Commodore 64 en de geweldige Atari 1040, nu Protools.

>Je muziek is moeilijk te vergelijken met anderen. Probeer je opzettelijk anders te >zijn? Heb je helden of voorbeelden? Als je twintig bent, probeer je te klinken als je helden. Als je wat ouder bent, kun je alleen maar klinken als jezelf. Mijn muziek is de optelsom van alle invloeden die zich in de loop van de tijd hebben aangediend. Ik probeer niet opzettelijk anders te klinken, ik probeer wel opzettelijk alle elementen commentaar op elkaar te laten geven. Je hoeft modieuze elementen niet te schuwen zolang je ze maar eigen maakt en ze nieuw leven inblaast door ze een ongebruikelijke positie te laten innemen.

>Wat probeer je te bereiken met het maken van muziek? Beweging, onthechting, troost. Maar eigenlijk is het maken van muziek een doel op zich.

>Volgend jaar op of een ander groot festival? >Of geef je er de voorkeur aan zelf vol te zingen? Spinvis is geen optredende act. Wat ik maak, komt uit je speakers. Basta! We ben ik bezig om sommige stukken uit te voeren met oudere musici, mensen van een jaar of zeventig. Dat zou op Crossing Border in première kunnen gaan, maar dat is nog onzeker.

>Reeds bezig met nieuw materiaal? Elke dag. De dertien nummers op deze cd waren een keuze, een mooi boeketje, uit veel meer nummers die al flink in de grondverf staan. Wat niet wil zeggen dat ik er nog rustig een jaar aan kan prutsen.

>Mike Clark is het enige Engelstalige nummer op het album. Heb je meer plannen met >andere talen (waaronder Engels)? Nee, een beetje Spinvis kan alleen Nederlands zingen (en heel misschien een beetje Frans).

>Herfst en Nieuwegein, de titel van één van de nummers op de cd; in mijn oren en ogen >de meest treurige combinatie die je kunt verzinnen. Wat is jouw associatie hiermee? Het is minder droevig bedoeld dan het lijkt. Een man staat bij een plattegrond bij het begin van de bebouwde kom. 'U bevindt zich hier', leest hij, en hij beseft met een schok dat dat zo is. De rest van het liedje is een foto van dat moment. Geen vrolijke foto, maar ook niet buitengewoon treurig.

>Zou je willen reageren op het volgende: >'Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.' Welnee. Er zijn mensen zat die perfect gelukkig zijn met het dromen van tien prachtige volges, liever dan met dat schamele musje dat dan toevallig echt is. Dromers zijn nog geen losers.

>De studententijd is de mooiste in je leven! Nou, als je zo later op je leven terugkijkt, heb je het echt allemaal grondig verknald.

>Tot slot nog een greep uit je eigen teksten: >'Kijk niet om ga steeds vooruit goeie reis en hou je haaks en kijk goed uit astronout.' (uit: 'De astronout') Niet bang zijn....springen!!!

>'t is altijd wat en altijd spijt van het geld en alle tijd op de onverharde wegen die je >naar hier hebben geleid' (uit: 'Bagagedrager') Maak jezelf maar niks wijs; zelfs de beste zeiler heeft niks te zeggen over de wind.

>'...en dan lach ik elke keer maar weer mee; ik ken een raadsel over eenzaamheid, het >gaat als volgt: wat doet pijn en telt voor twee.' (uit: 'Smalfilm') Sorry, hier kan ik echt niks over zeggen zonder de tekst te beschadigen.

Oké?

Groeten uit Nieuwegein,

Erik de Jong

spnvs

 

Uit de Oude Doos: carnaval in Knotsenburg

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Wat is carnaval?

Op de Nijmeegse Grote Markt zijn ze er al aan begonnen, de carnavalstent. Volgende week is Nijmegen een week Knotsenburg. Ook de straten van de andere zuidelijke steden zullen weer worden gevuld met een zuipende menigte en onder luidt gelal zal menig carnavalskraker de revue passeren. Dat carnaval meer is dan een week bier drinken en hossen in een fout pakje, liet redacteur Bram Balk zien. Hij dook in de historie van het oerfeest. Zo sprak hij Gerard I, de toenmalig prins Carnaval van Knotsenburg, die het zuipfeest vooral een week van verbroedering vindt. 'Feestvieren met iedereen, zonder belemmering van rangen of standen. Barrières uit het dagelijkse leven worden doorbroken. Jij, ik, wij; samen.' Met historicus Martijn Rus dook hij in de geschiedenis van carnaval en stuitte op opvallende gewoontes. Wist jij dat kinderen met carnaval een dag zeggenschap hadden over Bethlehem en de polonaise vroeger werd gedaan door met je neus tegen de aars van je voorganger aan te hangen?

Lees hieronder het gehele artikel over carnaval in de ANS van maart 2004.

Bij Hoevelaken linksaf...

Tekst: Bram Balk

Clowns, cowboys en ander bont gezelschap trekt van kroeg tot kroeg. Fanfare 'Kleintje Pils' galmt door de straten. Er wordt gedronken, er wordt gelachen, kortom: het is weer carnaval. ‘Wat een oubollige vraag. Natuurlijk wordt er een pilsje gedronken. Maar waarschijnlijk minder dan op het gemiddelde studentenfeest.’ Prins Gerard I van Knotsenburg vindt de vergelijking met een plat bierbacchanaal op z’n zachtst gezegd uit de tijd. ‘Carnaval is een feest voor het hele gezin en daar hoort passend gedrag bij. Carnaval betekent verbroedering. Feestvieren met iedereen, zonder belemmering van rangen of standen. Barrierès uit het dagelijks leven worden doorbroken. Jij, ik, wij; samen.’De stadsprins van Nijmegen maakt er geen geheim van dat de Keizerstad ook dit jaar weer zal moeten geloven aan de carnavalskoorts.

De stop eruit
Dat carnaval geen verspreider is van het Krosakovsyndroom is, maar een feest met een rijke historische achtergrond, kan ook dr. Martijn Rus beamen. De docent en onderzoeker Antieke en Middeleeuwse Literaire Cultuur aan de Universiteit Utrecht ziet carnaval vooral in een laat-middeleeuwse context: ‘Carnaval is het feest van de omgekeerde wereld. Het was een uitlaatklep voor boeren en burgers in de Middeleeuwen, die niet onder de beste omstandigheden leefden. Tijdens carnaval konden zij eindelijk genieten van al het eten en drinken dat ze hadden geproduceerd. Onder invloed van de katholieke kerk werd de nadruk gelegd op de latste uitspatting van de vastentijd. Om een middeleeuws schrijver aan te halen: “Wij mensen zijn net wijnvaten: we zouden uit elkaar barsten, als niet af en toe de stop eruit werd getrokken.” Die gedahte heeft verschillende christelijke feesten tussen Kerstmis en vastentijd besmet. In al die festijnen zijn carnavaleske elementen terug te vinden. Met name het principe van de omgekeerde wereld.

Sint Strontsmijter
In de carnavaleske wereld moest ook de kerk het ontgelden. Als voorbeeld van de omkering geeft Rus het in vergetelheid geraakte heilige feest van de onnozele kinderen. Dit feest herdacht de kindermoord in Bethlehem door de kinderen één dag de amcht te geven. Koorkanpen joegen dan de geestelijken de kerk uit, om vervolgens hun eigen schetsmis te verzorgen. De pastoor en zijn gevolg werden op een kar vol mest gegooid. Deze wagen reed door de straten van de stad en de papen wierpen mest anar de toeschouwers. ‘Omwille van de kuisheid is de mest later vervangen door confetti,’grinnikt Rus. Ook in het kerkgebouw werden heilige elementen op z’n kop gezet. Zo plaatste men tijdensde zogenoemde ‘ezelsmis’ een ezel op het altaar. Deze sotternie is een echte omkering, want ‘de ezel staat in deze tijd niet alleen symbool voor de domheid, maar ook voor de meset rauwe seksualiteit,’aldus Rus. ‘In de wierookhouder vond je geen wierook, maar een stinkende oude schoen of zelfs mest. Din plaats van het gebruikelijke “amen, amen, amen” werd de dienst afgesloten met een vroom “ia ia, ia”,’ vertelt hij. De utrechtse onderzoeker concludeert dan ook dat carnaval in de Middeleeuwen niet beperkt blifjt to een paar dagen voor de vastentijd, maar al die feesten tussen Kerstmis en de vastentijd beslaat.

Steek je neus in een aars
Helaas viel carnaval aan het begin van de zestiende eeuw ten prooi aan een complot tussen kerk en staat. De duur van het feest werd beperkt tot enkele dagen en de optocht mocht slechts van kerk tot gemeentehuis. Veel gebruiken werden het slachtoffer van censuur. ‘De polonaise bijvoorbeeld, voert men tegnwoordig uit tijdens bruiloften en partijen met de ahnden op de schoduer van de voorganger. Tijdens carnaval liep iedereen gebogen met de neus tegen de anus van een ander’, vertelt Rus. De carnavaleske uitspattingen vielen al helemaal niet in de smaak bij de calvinisten. ‘Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom varnaval in de noordelijke Nederlanden is verdwenen, zelfs in Limburg en Brabant,’ bekent Rus. ‘Het carnaval van beneden de rivieren is pas veel alter opnieuw ingevoerd.’

Geen reuzen voor Knotsenburg
De liefhebber van het echte authentieke carnaval zal alleen aan zijn gerief kunnen komen in België. Rus is in ieder eval lyrisch over de typische carnavaleske gewoontes aldaar: ‘Je kunt er bijvoorbeeld van die prachtige metershoge reuzen bewonderen tijdens de optochten. Die stammen uit de late Middeleeuwen.' In de Knotsenburgse optocht zijn metershoge reuzen slechts toekomstmuziek. Prins Gerard I hoopt vooralsnog op betere tijden als het gaat om praaltochten lands de Stevenskerk. ‘In tegenstelling tot de andere grote carnavalssteden, wordt het carnaval in Knotsenburg meer “binnen” gevierd. Helaas is het straatcarnaval in onze stad de laatste jaren onderbelicht, maar er wordt door velen aan gewerkt hier verandering in te brengen.’ Authenthiek carnaval is een mooi streven. Rus vraagt zich af of de boodschap van het volksfeest nog wel cachet heeft anno 2004: ‘De gewone man in de Middeleeuwen at ’s ochtends pap, ’s middags pap en ’s avonds pap. Dn ai er het pas feest als je bloedwordt kunt eten tot je er bij neervalt. Het leven van alledag biedt tegenwoordig eten en drinken in overvloed, dus wat valt er vandaag nog om te keren?

Eefke, student Psychologie, viert carnaval in Uden (Brabant)
‘Het is gewoon overal feest. Dat begint overdag al: ieder jaar is er en traditionele boerenmert met soep en zult. Leuk voor m’n opa en oma, maar ik ga daar nooit naar toe. Ik struin liever ’s nachts de kroegen af. Iedereen gaat dan uit z’n dak. Overal spelen carnavalsbandjes en alle café’s zitten vol. Ergens anders dan in Brabant kun je het echte carnavalsgevoel niet krijgen.

De afgestudeerde Arun en vierdejaars Nederlands Recht Koen vieren geen carnaval
Koen: ‘Daar in Lumbrug en Brabant leven ze echt het hele jaar naar carnaval toe. Ze sparen soms wel een heel jaar lang om een paar weken totaal uit hun dak te gaan.’ Arun: ‘Maar dat doen wij altijd al. Als ik het goed begrijp draait dat hele carnaval voornamelijk om seks en zuipen. Dat spreekt me gweoon niet aan. Kindercarnaval vond ik vroeger wel leuk, maar dat stelde niks voor.’ Koen: ‘Ik krijg bij carnaval zo’n gevoel van: doe toch iets nuttigers. Geef mij maar de kinky pink party in Dio.’

Ruud, vijfdejaars Nederlands, viert carnaval in Weert (Limburg)
‘In Limburg verkleed je jezelf niet als boer tijdens carnaval. Dat doen alleen Brabanders. Wat carnaval zo leuk maakt, zijn de vele tradities. Zoals het traditionele boerenbal: alleen daar komt iedereen in boerenkledij en een geheim stel wordt door Prins Carnaval in de onecht met elkaar verbonden. Daarna is er een groot feest om deze nepbruiloft te vieren. Het gaat dus helemaal niet om het zuipen. Behalve op donderdag, dan gebeurt er niks.’

 

Erik