Uit de Oude Doos: ballen klappen uit de school

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: twee W.I.N.G.-lullo's halen het onderste boven.

Iedereen heeft wel een mening over de achterkant van ANS. Spraakmakend, sensatiebelust of de perfecte collegeliteratuur. Hoe dan ook draait vrijwel iedere student die een nieuwe editie in de bakken aantreft het exemplaar om alvorens een poging te doen de serieuzere artikelen te lezen. Vele verschillende titels sierden in voorgaande jaargangen de ommezijde, van L'art Pour L'ANS in de jaargang '98/'99, toen een gedaantewisseling van krant naar magazine plaatsvond, tot Plaats Delict in de huidige jaargang. Het Onderste Bovenis zo'n rubriek die langzamerhand in de vergetelheid geraakt. Iedere maand beantwoorden twee vrienden vragen over elkaar, waarbij kritische opmerkingen niet bepaald werden geschuwd. In december 2004 was de beurt aan twee heren van dispuut W.I.N.G. om elkaars reilen en zeilen te delen met de grote boze buitenwereld.

Lees hieronder het artikel van december 2004

Het Onderste Boven

Erik (19), tweedejaars Politicologie

In welk tv-programma zal Menno nog eens opduiken? 'In Opsporing Verzocht, na een stevige nacht doorzakken met de goot als kansloos eindpunt. Bij andere programma's zie ik hem niet zo een-twee-drie verschijnen. Hij zal niet snel bij Netwerk of zo als deskundige worden gevraagd.'

Wordt Menno later wat hij worden wil? 'Menno heeft niet echt een beroep voor ogen, hij is vrij ambitieloos. Eigenlijk wil hij cowboy worden, maar ik verwacht dat hij gaat eindigen als een ontzettende burgertrut, inclusief kinderzitje in de Volvo, labrador en een vrouwtje.'

Huilt Menno wel eens? 'Nee, hij is een echte kerel. Nu ik er zo over nadenk is hij dat in alle opzichten wel. Hij houdt ook van echte mannenmuziek, bralnummers van André Hazes, Paul de Leeuw en de Après-Skihut. Niet bepaald gecultiveerd, maar daar schaamt hij zich absoluut niet voor. We moeten altijd op vol volume zijn liederen aanhoren.'

Wil Menno verhuizen? 'Nog lang niet, hij heeft het hier bij W.I.N.G., ons dispuut, prima naar zijn zin. Zwembadje in de tuin, Canal+, kabelinternet en ook nog eens tien gezellige huisgenoten waaronder ik: wat wil je nog meer?'

Wat zou Menno doen met een miljoen? 'Stoppen met studeren en zich een jaartje helemaal het lazarus zuipen. Of nee, laat dat laatste maar weg. Hij stopt gewoon met studeren.'

Menno (19), tweedejaars Bedrijfswetenschappen

Koopt Erik wel eens biologisch eten of een daklozenkrant? 'Nee. Iedereen in ons huis is tegen dat biologische voer, en daklozen met zo'n krantje loopt hij straal voorbij. Van zwervers, zoals die hoer op het station, moet hij namelijk niks hebben. Toch is hij best liefdadig. Hij heeft laatst onze vuilnisman nog een biertje gegeven.'

Wat zou Erik jou als eerste vertellen? 'Gebeurtenissen van de laatste zuipavond van ons dispuut. Als hij heeft gefaald of juist gescoord, hoor ik dat vrijwel altijd. Laatst had hij eindelijk iemand zijn kamertje in weten te krijgen, en toen beet hij in haar lip. Maar ze is nog wel gebleven.'

Wat kan Erik beduidend beter dan anderen? 'Hij kan heel erg goed de indruk wekken intelligent te zijn. Vooral als hij zijn brilletje op heeft ziet hij er uiterst pienter uit. Hij is ook een meester in stil en sereen op de bank zitten.'

Waar wil Erik niet dood gevonden worden? 'Voor de deur bij Ovum Novum. Waarom? Omdat dat een knorrenclub is natuurlijk. Schrijf dat maar lekker op.'

Wat is het lelijkste aan Erik? 'Waar moet ik beginnen? Ik denk dat bloempotkapsel, omhooggehouden door een hele hoop gel. Op de rest valt ook een hoop aan te merken, maar daar laat ik me verder niet over uit.'

 

Fich

Uit de Oude Doos: Studeren voor Dummies

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: hoe overleef je als eerstejaars student?

De introductie is voorbij, het academische jaar is geopend en het studerende leventje begint weer. Waar ouderejaars studenten doorgaan waarmee ze in juli zijn gestopt, moeten eerstejaars leren wat het is om te studeren in Nijmegen. Waarschijnlijk zullen ze snel beseffen dat het slimmer is om de fiets te pakken in plaats van de bomvolle Heyendaalshuttle te nemen, dat een maaltijdsalade van de Appie beter te verteren is dan een Reftermaaltijd en dat het echt niet altijd nodig is om naar dat saaie hoorcollege om kwart voor 9 te gaan. In 2002 liet ANS de groentjes niet aan hun lot over, maar legde zij hen uit hoe ze zich konden redden op en rond de universiteit. Tweedejaars studenten vertelden over hun ervaringen met het nachtleven, colleges en ranzige keukens. Daarnaast werd de nieuwe aanwas puntsgewijs geadviseerd over diverse gebieden. Opvallend genoeg zijn vele tips nog steeds van toepassing.

Lees hieronder het artikel van de introductie-ANS 2002

Studeren voor Dummies

In de rubriek '...voor Dummies' wordt de onwetende Nijmeegse student wegwijs gemaakt in een ingewikkeld onderwerp. Deze maand: studeren. Hoe moet dat eigenlijk? 'Ik heb altijd geld om te stappen, desnoods eet ik een boterhammetje minder.'

Tekst: Luuk Willems

Alle vijftigjarigen in bezit van bul en midlifecrisis, vertellen je vol weemoed dat de studententijd de mooiste van je leven wordt. Voor een succesvolle carrière als student dienen echter heel wat stappen te worden genomen. Allereerst neem je afscheid van jaren vol zoemers, huiswerk en strafcorvee. Vera Verbakel (19), tweedejaars Bedrijfswetenschappen: 'Ik wilde nieuwe mensen, een nieuwe stad, een nieuw leven. Op school had ik het echt gezien.' Tijd om de statige collegezalen van de universiteit te betreden, waar erudiete professoren trachten de eeuwige dorst naar kennis van studenten te laven. Een illusie die wreed wordt verstoord tijdens het eerste college: reëler is het beeld van een rumoerig zaaltje, waar het brakke publiek slechts wakker blijft door rinkelende mobieltjes. Verbakel ziet voldoende punten ter verbetering: 'Literatuurbundels boeien niet, hoorcolleges zijn te passief en in werkgroepen trekt niemand zijn bek open.' Gelukkig leer je al snel dat studeren niet veel tijd kost. 'Voor het eerste tentamen was ik al vier weken van te voren in touw,' aldus Klaartje Willems (19), tweedejaars Pedagogische Wetenschappen en Onderwijskunde. 'Vervolgens bleek dat de docent veertig meerkeuzevraagjes voldoende vond om een stapel literatuur te toetsen. Sindsdien besteed ik niet meer dan vijftien uur per week aan mijn studie.' Volgens Willems zijn studenten verwend: 'Hier hoor ik iedereen klagen als ze het eerste uur aanwezig moeten zijn, maar om kwart voor zeven opstaan om in het donker naar school te fietsen was zwaarder.' Als je gaat studeren aan de bètafaculteit geldt helaas een ander verhaal. In de hoge, grijze gebouwen hangt niet alleen een Oostbloksfeer, ook de orde en tucht uit die contreien wordt er verlangd. Sander Bouwens (22), tweedejaars Biologie: 'Een studiepunt hoort te staan voor veertig uur werk, maar Biologie is een van de weinige studies waar dat echt wordt nagestreefd. Vroeg in de ochtend starten de colleges en laat in de middag eindigen de practica. Vervolgens is het nog maar afwachten of je je vakken haalt. Hiervoor deed ik de Pabo, dan blijft de theoretische lading beperkt tot hoofdrekenen en schrijven. Maar om dag in, dag uit druk met je studie bezig te zijn, is zwaar. Het jaar had niet langer moeten duren.'

Sommige studenten verlaten het ouderlijk nest vlak voor of aan het begin van de studie. Een grote groep wacht echter tot gebleken is dat het opdoen van "universitair werk- en denkniveau" in Nijmegen goed bevalt. Ben je onderdeel van deze kudde, dan heb je grote kans dat je samen met honderden anderen terechtkomt in de jongerejaarscomplexen van Stichting Studentenhuisvesting Nijmegen (SSHN). Er heersen talloze vooroordelen over het leven in een studentenflat. De wc is er viezer dan je eigen uitwerpselen, de douche altijd bezet en de keuken een nachtmerrie. 'Helemaal waar,' aldus Mathieu Raes (19), tweedejaars Rechten. 'Ik probeer me niet te ergeren aan de puinhoop, maar als de hele keuken volstaat met etensresten en afwas slaag ik daar echt niet in. De oven durf ik alleen op een heel hoge, bacteriedodende temperatuur te gebruiken.' Willems benadrukt de schoonheid van verval: 'De eerste keer dat ik m'n brood beschimmeld aantrof, gaf dat een enorme kick. Ik realiseerde me dat ik zelfstandig was; thuis had mijn moeder het allang opgeruimd.' Die onafhankelijkheid was voor haar de reden om op kamers te gaan, al wil dat niet zeggen dat er geen twijfels waren. 'Ik was stiekem bang dat alles mis zou gaan: dat ik niet kon koken, of dat het hier niet gezellig zou zijn,' geeft Willems toe. Voor Raes, die nog maar net op kamers zit, is het nog wennen. 'Wil je rust, dan ga je naar de bibliotheek. Wil je gezelligheid, dan moet je iets organiseren met vrienden. Thuis zat er iemand klaar met een pot thee zodra je uit school kwam en op je kamer was het stil.'

Op kamers gaan vormt voor sommige mensen een drempel. Voor de twijfelaars heeft Verbakel echter een duidelijke boodschap. 'Wie niet op kamers gaat, proeft nooit de sfeer van het échte Nijmegen. Dan maak je niet meer mee dan de universiteit zelf. Dat is geen studeren, dat is gewoon naar school gaan,' stelt ze resoluut. 'Ik moet er ook niet aan denken elke keer een slaapplaats te regelen als ik wil gaan stappen.' Juist dat stappen zou ze niet willen missen: 'Ik zorg dat ik altijd geld heb om uit te gaan, desnoods eet ik een boterhammetje minder. Op eten besparen is niet gezond, maar wel makkelijk.'

Voor studenten gaan in het nachtleven deuren open die zonder collegekaart gesloten blijven, zoals die van Diogenes (beter bekend als 'Dio'). Voor traditionele attracties als De Drie Gezusters haal je dan al snel je neus op. Raes: 'De uitsmijters zijn er agressief, de bediening is vervelend en van de muziek word je knetterdoof. Het enige leuke aan De Drie Gezusters is om vanuit een nabijgelegen kroeg te kijken hoe de opgemaakte delletjes er naar binnen marcheren.' Alleen als er georganiseerde studentenfeesten zijn, doet de locatie er niet zoveel toe. 'Iedereen is student. Op die manier onder je eigen mensen zijn geeft een leuke sfeer,' vindt Willems. Van agressie is dan ook zelden sprake. Zijn de camerabewaking, de mobiele steunpunten van de politie en de opgepompte uitsmijters bedoelt voor een ander deel van het uitgaanspubliek? Alleen op dispuutsfeestjes wil men nog wel eens met elkaar op de vuist gaan, maar daar is het onderdeel van de folkflore. Verbakel: 'Uitgaan als student is volwassener. Op school dacht iedereen in groepjes en moest je aan allerlei eisen voldoen om ergens bij te horen. Hier ouwehoert iedereen met elkaar. Dat maakt het een stuk leuker, dus ga je ook vaker.' Dat kan Raes beamen: 'Elke avond is er iets te doen. Zo kun je op maandagavond naar jazzbands luisteren in Odessa of op woensdag naar feesten als Puberpop in Dio gaan. Op donderdag is in elke kroeg wat te doen.'

Studeren, op kamers wonen en uitgaan: het zijn de ingrediënten van de studententijd. Maar wordt deze periode nu ook de tijd van je leven? 'Het zou wel triest zijn als dit het eenmalige hoogtepunt is waar je de rest van je jaren naar terugverlangt,' stelt Raes nuchter. 'Maar dit leven bevalt prima.' Ook Willems kijkt met tevredenheid terug. 'Ik heb het afgelopen jaar veel mensen leren kennen, veel gedaan en veel geleerd, zeker op het gebied van zelfstandigheid.' Verbakel: 'Het was een topjaar. Het mooie van het studentenleven is dat je alles zelf bepaalt, en overal verantwoordelijk voor bent. Iedereen moet zijn eigen weg zoeken en fouten maken. Juist daarvan leer je. Wat dat betreft moeten jullie in dit artikel eigenlijk geen tips geven.'

Studeren 1. Denk niet dat het moeilijk is. Studeren is makkelijk. 2. Ben je te laat met inschrijven en is alleen de werkgroep van vrijdagochtend kwart voor negen nog vrij? Schrijf je dan niet in, maar wend je na de sluitingsdatum naar de coördinator van het vak. Vervolgens mag je de tijd kiezen die jou het beste schikt. 3. Ga naar het eerste en het laatste college van een vak. De rest is minder belangrijk. 4. Wacht met het kopen van boeken. Als ze op zijn, kun je meestal goedkope kopieën aanschaffen. Vaak voldoet ook het bestuderen van samenvattingen. 5. Bij sommige computers verschijnt na enige tijd een screensaver met de tekst 'Deze computer is vrij'. Dit voorkom je door Mediaplayerop te starten bij vertrek. 6. Kom je in tijdnood, houd dan de grijzende docenten uit het typemachinetijdperk voor de gek met 'lege-e-mail-truc': op de dag van de deadline lever je niet je werkstuk in, maar alleen een mailtje met rare tekens. Later leg je uit dat een geniepig virus de magnifieke scriptie moet hebben aangetast. 7. Staar je niet dood op je studie. Zeker vijftig procent van de vaardigheden die belangrijk zijn voor je werk 'later', leer je dankzij de dingen die je naast je studie doet.

Op de campus 1. Op de zestiende verdieping van het Erasmusgebouw is de koffie erg goedkoop. Roken wordt gedoogd op de tweede. 2. Te weinig servies? De Refter heeft genoeg. Eventueel kan het worden geruild zodra het vies is. 3. Bij bovengenoemd restaurant is het eerste glas melk gratis, mits het wordt geconsumeerd voordat je bij de kassa bent. 4. Gratis printen doe je in de bibliotheek van de Faculteit der Medische Wetenschappen. 5. In het Spinozagebouw kun je tegen contante beloning deelnemen aan confronterende psychologische experimenten. 6. Wacht met de aanschaf van een sportkaart tot je zeker weet dat je hem ook zult gebruiken.

Wonen 1. Ga op kamers. Doe het nou maar gewoon. 2. Schrijf je meteen in bij SSHN en Woningstichting Entree. Hoe langer de tijd op de wachtlijst, des te groter de kans op een kamer. Verkies bij SSHN Hoogeveldt boven Vossenveld. Het laatste complex ligt zo ver van de stad dat je sociaal leven blokkeert. 3. Briefjes ophangen werkt. Bereid je wel voor op een vermoeiende reeks kijkavonden. Reken op vier (meisjes) tot tien (jongens) afwijzingen. Liegen en je schaamteloos aanpassen aan de gastheer helpt. 4. Neem dat kleine kamertje, maar bespreek meteen de optie tot intern doorschuiven. 5. Zoek contact met huisgenoten. Beter een goede huisgenoot dan een verre vriend. 6. Lege kratten verzamel je tot je er een auto mee kunt vullen. Dit is tevens een vernuftig spaarsysteem.

Uitgaan 1. Tijdens het uitgaan zul je worden geconfronteerd met het Dio-dilemma: maak je de avond stappen compleet door naar Diogenes te gaan, of kies je toch voor het ochtendcollege? Kies het eerste. 2. Ga niet voor elf uur ('s avonds!) de stad in. Voor die tijd hangt iedereen verveeld voor de buis, in de wetenschap dat in de stad nog niets te doen is. 3. Nachtelijk snacken doe je bij de cafetaria op het Keizer Karelplein. Ga niet naar Groenen in de Molenstraat, hoewel we geruchten over urine in het frituurvet aldaar niet willen bevestigen. 4. Condooms haal je gratis op de intromarkt tijdens de introductie. 5. De beste anti-katertip: drink na het wakker worden twee glazen water en neem een aspirientje. Ga snel terug naar bed, in de geruststellende wetenschap dat de kater bij ontwaken verdwenen is en de colleges voorbij.

 

Uit de Oude Doos: Veilige Introseks

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: veilig vrijen tijdens de introductie

De introductie is een tijd van nieuwe ervaringen en kennismakingen. Als aankomend student neem je voor het eerst plaats in de collegebanken. Je maakt voor het eerst kennis met hen die je minimaal vier jaar lang vrijwel dagelijks zal zien. Je komt voor het eerst in aanraking met slinkse propagandapraatjes van verenigingslullo's. Je drinkt voor het eerst lauwe biertjes in overvolle en zweterige kroegen van de Molenstraat. En de kans is groot dat je voor het eerst een one-night-stand hebt. In alle hectiek van de sportdag, het diner rouler en de daaropvolgende kroegentocht ben je daar natuurlijk niet op voorbereid. Onveilige seks is geen optie, maar waar vind je na middernacht nu nog een rubberen voorbehoedsmiddel? In 1995 maakte ANS een wandeling langs de Nijmeegse uitgaansgelegenheden om de aankomende studenten van destijds te behoeden voor een nacht roekeloos rampetampen.

Lees hieronder het artikel van augustus 1995

Veilig Nijmegen Bij Nacht Rubberen route

Op een mooie introductieavond leer je op een waanzinnig feest een fantastisch stuk kennen. Voor je het weet sta je met je liefde-voor-een-avond buiten te zoenen. De avondlucht zindert, de spanning stijgt. Er hangt iets in de lucht, zogezegd. Ineens ontdek je, tot je grote schrik, dat je vergeten bent condooms in te slaan. Waar kun je op zo'n tijdstip nog terecht?

Tekst: Femke van Esch en Janneke Kemperman

De introductie, een periode vol seks, drugs en rock & roll. Je bent jong en je wilt wat. Gelukkig is Nijmegen een vrij-vriendelijke stad. Homo-, bi- en heteroliefde, voor alles is er een clubje, een café of een disco. Ook de voorzieningen voor safe-seks zijn aanwezig. De meeste supermarkten en drogisterijen beschikken over een kleine collectie condooms. Heb je specifieke wensen, dan kun je altijd in de sexshops of een heuse condomerie terecht. En zelfs als je 's nachts zonder komt te zitten, kun je nog aan je trekken komen. Je moet alleen de veilige cafés weten te vinden. Op de Waalkade is het 's nachts armoe troef. Als je plots nog condooms nodig hebt, kun je maar beter je heil elders zoeken, zoveel is zeker. Geen van de grand cafés heeft een condoomautomaat. Voor een romantische, veilige wip aan de waterkant kun je alleen bij Verkade terecht. Daar hangt op beide toiletten een Condomaatje. Dit kleine, trendy apparaatje levert drie Midnight Condoms voor vijf gulden. Het doorsnee publiek dat op de Waalkade zijn biertje nuttigt is ook niet echt de condoomdoelgroep: vaste verkering troef. Bij Verkade is de afname dan ook niet echt groot. Het personeel constateert wel pieken in de afzet; de Vierdaagse veroorzaakt altijd een ware run op hun automaten. Lopende richting de Grote Markt vind je in discotheek Extase Durex Topsafe met zaaddodende pasta, twee stuks voor vijf gulden. Bij homcafé en disco De Mythe is het taboe op condooms geheel verdwenen. De verschillende soorten Hot Rubbers kun je gewoon met een pilsje en wat bitterballen aan de bar bestellen. De belangrijkste reden die door cafés zonder condoomverkoop gegeven wordt is 'ruimtegebrek op de toiletten'. Bij De Zaak vinden ze het zelfs niet nodig om een apparaat te plaatsen: 'De klanten hebben zelf wel iets bij zich, of niet', zegt het personeel. Als je hier je wilde avonden door wilt brengen kun je dan ook maar beter zorgen dat je je maatregelen op tijd getroffen hebt, want er is verder rond de Grote Markt geen condoomautomaat te bekennen.

Extraverten Op naar de heel wat veiligere Hertogstraat. Sinds kort is deze straat verrijkt met een echte condoomwinkel, voor safe- en funseks. Ellen Vervuurt, de eigenaar van de Waakse Engel, denkt dat er wel behoefte was aan een condomerie: 'De zaken gaan goed. In het begin was het moeilijk om jongeren binnen te halen maar dat gaat steeds beter.' Helaas is deze winkel 's avonds niet open. Gelukkig is er dan een echte studentenkroeg als de HBO-soos aan de overkant met kleine, trendy condomaatjes. De vele jonge beleidswetenschappers die hier hun donderdagavond doorbrengen kunnen zo een veilige, wilde nacht tegemoet zien. Eenmaal langs het politiebureau naar het Koningsplein getogen, zit je helemaal gebeiteld. Niet alleen lopen daar de jonge en beschikbare jongens en meisjes van Nijmegen rond, maar zijn zowel De Stoof als De Opera voorzien van de nodige automaten. Bij De Stoof kun je op beide toiletten voor vier gulden twee Durex-condooms trekken. Bij De Opera is alleen het damestoilet voorzien van een Condomaatje. Bij de Free Recordshop even verderop kunnen de meest extraverten onder ons terecht; daar hangt de Durex-automaat gewoon buiten aan de muur. Midden op een kruising wel te verstaan, zodat wie er ook van welke kant nadert, precies ziet dat je drie condooms met twee guldens, een knaak en twee kwartjes betaalt. Bijna alle automaten bevatten de standaardcondooms van de bekende merken. Vervuurt heeft daar wel een verklaring voor: 'De meeste jongeren kopen de gewone safe-condooms, Durex of Hot Rubber. Pas als men wat ouder wordt of een langere relatie heeft, probeert men eens een smaakje of een condoom met puntjes of ribbeltjes uit.' De Molenstraat kent dus waarschijnlijk een wat ouder publiek. In de Swing heeft men bijvoorbeeld op beide toiletten een enorm apparaat hangen, dat Duitse veiligheid propageerd met een zogeheten Anti-Baby-Condom, dat 'feucht' is en 'spermizid' bevat. Bovendien hebben ze nog drie soorten Honeymoon-condooms; 'extra-thin', 'double safe' en 'super-delay'. De laatste soort is een aanrader voor de rappe jongens en de meiden die waar voor hun geld willen: het helpt je namelijk om het orgasme zo lang mogelijk uit te stellen. Van alle soorten heb je een pakje in je zak à vier gulden.

Ijskast De automaten in de Swing bevatten een grote voorraad condooms, maar volgens het personeel moeten ze regelmatig bijgevuld worden, vooral die op het herentoilet. 'Over versheid hoef je niet bezorgd te zijn', zegt Ellen geruststellend: 'Condooms zijn zo'n vijf jaar houdbaar. Je moet ze alleen niet in de zon leggen, dat tast het rubber aan. Ook staat er een waarschuwing op dat je ze niet in de ijskast moet bewaren, maar wat er dan mee gebeurt, weet ik ook niet.' Ook de andere cafés in de Molenstraat zijn goed voorbereid op eventuele seksuele escapades van hun klanten. Bij De Compagnie vind je de welbekende Condomaatjes. In Gonzo vind je nog een mooi alternatief voor bekende merken. De voorgevormde Euro Glider, met glijmiddel, zit in een felrood of blauw pakje en valt lekker op tussen de zwarte kledij van de klanten. Bij de avondwinkel kun je tot middernacht terecht voor een familiepak Durex. Met f 19,95 per 12 stuks is dit in verhouding goedkoop. Dan nog een partner en je zit voor het komende weekeinde gebeiteld. De enige preutse eend in de bijt is café De Spijker. Met flitsende letters staat daar 'Wie durft nog zonder?' op de muur van het damestoilet. Een condoomautomaat is echter in geen velden of wegen te bekennen. Bij de heren hangt wel een automaat maar de aanwijzing wat je daarui kunt halen is bedekt met een spiegeltje. Weer buiten kun je de volgende straat rechts inslaan voor De Fuik, waar je alleen in de damestoiletten een condomaatje kunt vinden. Als man kun je beter even links afslaan. In café Van Dale hangt door geldgebrek alleen een automaat op de herentoiletten. Maar bij navraag aan de bar blijkt dat de dames ten alle tijde even een condoompje mogen trekken. Misschien hebben de heren ditzelfde privilege dan ook wel in De Fuik. De grote uitgaansgelegenheden buiten het centrum zijn gelukkig ook voorzien van enkele condoomapparaten. Voor wie na een Beestfeest nog even door wil beesten, heeft Doornroosje condooms van de NVSH met smaakjes. Hier komt wat ouder publiek dan op het Koningsplein met een voorkeur voor mint- en dropsmaak. Deze condooms, met bijpassend kleurtje, kun je vinden in de herentoiletten en in het halletje. In Diogenes tref je op beide toiletten Durex en Concep-condooms. Mooie standaardcondooms voor de wanhopigen onder ons die in de kleine uurtjes nog op safe willen spelen. Maar het slimste is natuurlijk nog altijd om een voorraadje condooms in je nachtkastje te stoppen. Vergeet dan niet je nieuwe liefde mee naar jouw huis te vragen.

 

Fich

Uit de Oude Doos: pulletjes en breintjes

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: vernietigt bier al je parate kennis?

Ieder jaar verandert er wel iets aan de rubrieken in ANS, en vooral de rubriek achterin, op pagina 28 en 29, is de laatste jaargangen aan veranderingen onderhevig. De laatste vijf jaar is de titel veranderd van Voedsel voor de Geest, via de Deurwaarder naar de Bankzitter. Ook komende jaargang zal er weer een andere titel pronken bovenaan de pagina. Eén van de meest spraakmakende invullingen van de bladzijden was Kennis of Korsakov. In deze rubriek ging ANS langs bij beruchte studentenhuizen en inventariseerde daar de alcoholvoorraad. Ook werd getest of al die drank de hersencellen van de bewoners nog niet had aangetast en onderwierp ANS ze aan een aantal scherpe kennisvragen. In november 2005 werden vijf vrienden die samen een huis bewoonden geïnterviewd voor de rubriek.

Lees hieronder het artikel van november 2005

Kennis of Korsakov

In de rubriek 'Kennis of Korsakov?' gaat ANS op zoek naar het ideale studentenhuis, waar academische vorming hand in hand gaat met uitbundige beschonkenheid. Deze maand: zuipen tot laat aan de Fagelstraat.

Tekst: Maartje Bakker

'Jullie komen niet op het goede moment. We hebben bijna geen zelfgebrouwen bier meer,' begroet Daan 'Spetter' Speth (20), derdejaars Biologie, ons. Dat lijkt ons een mooie aanvulling in het rijtje smoesjes voor een lage score in Kennis of Korsakov. Toch stemt zijn mededeling ons allerminst somber. Zelfgebrouwen bier? Dat wijst erop dat een pilsje de bewoners goed smaakt. Een rood tapijt, dat doet denken aan een loper, voert naar de eerste verdieping van hun jaren-dertighuis. Daar hangen nog drie huisgenoten op de bank in de kamer van Erik 'Eppie' Nass (20), derdejaars Natuurkunde. Twee daarvan met een biertje in de hand: Rick 'Ruck' Smittenaar (20), derdejaars Filosofie, onthoudt zich gewoontegetrouw van een alcoholische versnapering. Aan een van de muren van Eriks kamer hangt een groot wit scherm. Tijd voor de jaarlijkse vakantiediavoorstelling? 'Dit is het grootste voordeel van mijn kamer: de beamer en het witte doek. we kijken vaak films,' grijnst de trotse bezitter van deze zelf in elkaar geknutselde thuisbioscoop. De vier jongens, en een vijfde die zich niet laat zien, kennen elkaar van de middelbare school. Toen de Nijmegenaren allemaal in hun thuisstad gingen studeren, aarzelden ze geen moment toen de kans zich voordeed samen een huis te betrekken. Gaat dat goed, vijf kerels op kamers zonder vrouwelijke supervisie? 'Daans kamer is een zooi. Ken je het bed van Pino, waarop in Sesamstraat verhaaltjes worden voorgelezen? Een grotere variant beslaat zijn kamer,' zegt Christiaan 'Krip' Schoemans (21), eerstejaars Rechten. Daan reageert verontwaardigd: 'Ik stofzuig iedere maand!' De huisgenoten zeggen niet veel gezamenlijk te doen. In de categorie normaal huiselijk vermaak weten ze enkel samen een spelletje spelen te noemen. Munchkin, een parodie op Dungeons & Dragons, is favoriet. Vaker wijden ze zich aan gevaarlijkere activiteiten. Salto's maken op de bank. Of darten vanuit de badkamer, om te kijken van hoe ver een pijltje in de buurt van het dartbord in de gang kan komen. Verhalen over messen, een kruisboog en een pikhouweel vliegen over tafel. Wonderbaarlijk genoeg zijn er nooit gewonden gevallen. Daan toont een wondje aan zijn vinger. 'Dat is tot nu toe de ergste schade. Het kwam door het verslepen van een fust met scherpe randjes.' Christiaan en Daan brouwen namelijk hun eigen bier. Toegegeven: dat smaakt lekker. Ook zijn de twee bierliefhebbers bezig een bar te bouwen in Daans kamer. Bijna hoeven ze hun huis niet meer uit voor een avondje barhangen - alleen een tapkraan ontbreekt nog aan hun creatie.

Behalve lege fusten en een stuk of tien kratjes bier, voeren de jongens in rap tempo de meest exquise flessen drank aan. Pronkstuk in de verzameling is een fles sherry uit '68. Zelfs geheelonthouder Rick tovert een fles sake te voorschijn. Bravo, heren! Drieëneenhalf pulletje.

Wie is Harold Pinter? Christiaan: 'Doet me denken aan bier. Pintjes.' Rick: 'Nee, hij is een schrijver. Hij is laatst gelauwerd. Met de Nobelprijs waarschijnlijk, die is kortgeleden uitgereikt.' Meteen innen: het antwoord is helemaal goed. De Volkskrant mag dan wel klagen dat eerstejaars studenten niet meer weten wie Harold Pinter is, hier wordt de proef glansrijk doorstaan. Hij won inderdaad de Nobelprijs, die voor literatuur.

Wat betekent 'talpa'? Daan: 'Dat is "mol" in het Latijn.' Christiaan: 'Ja? Weet je nog dat we laatst Mol 2000-bier hebben gedronken van Stadsbrouwerij De Hemel? Dat is een aanrader! Toen had jij de plee nog ondergekotst, Daan.' Het antwoord klopt als een bus. Arme John de Mol - zijn gloednieuwe tv-zender wordt door jullie geassocieerd met bier. Desondanks produceert een restje onaangetaste hersencellen breintje numero twee.

Welke twee landen worden alleen door landen omsloten, die op hun beurt eveneens door landen worden omringd? Christiaan: 'Wacht, ik haal de wereldkaart.' (Dat had je gedacht, Krip.) Daan: 'Liechtenstein.' Rick: 'En die tweede... een land in Afrika misschien?' Allen, na het noemen van talloze landen: 'We gaan voor Azerbeidzjan.' Tsja, Liechtenstein is goed, en met Azerbeidzjan zaten jullie zowaar in de buurt. Dat land grenst echter aan bijvoorbeeld Turkije, dat weer grenst aan zee. Het goede antwoord is een andere voormalige Sovjetstaat: Oezbekistan. Een half breintje.

Waarom is het zinvol om een eind te gaan fietsen als je je nuchterder wilt voelen? Christiaan: 'De volgende ochtend is de kater minder. Maar het draaiende gevoel 's nachts gaat niet weg. Dat heb ik zelf experimenteel vastgesteld.' Daan: 'Alcohol is een goede brandstof, misschien dat het goedje daardoor sneller uit je lichaam verdwijnt.' Ondanks de biologische kennis waarop Daan zou moeten kunnen bogen, is het antwoord fout. Wanneer je je inspant, maakt je lichaam adrenaline aan. De verdovende werking van alcohol wordt door dit hormoon deels opgeheven.

Wat duiden in de golfsport de verschillende kleuren van de merktekens op een tee aan? Daan: 'Een tee, dat is het afslagvlak.' Christiaan: 'Dat is toch meestal groen?' Daan: 'Misschien duidt de kleur het niveau aan, net zoals bij skiën.' Erik: 'Of de ligging van de afslagplaats ten opzichte van de hole.' Helaas, het goede antwoord zit er niet bij. Een tee is een horizontale, vaak verhoogde zone op een golfbaan. De tekens duiden de plaats aan waar men mag beginnen met spelen op een bepaalde hole. De verschillende kleuren onderscheiden de afslagplaats voor dames en heren.

Het resultaat van het hersenkraken van deze jongens: tweeënhalf breintje. Niet slecht, zeker niet gezien de aanzienlijke hoeveelheid drank die jullie huis wekelijks soldaat maakt. Nog een paar jaartjes studeren en jullie slagen wellicht met vlag en wimpel. ANS

 

Jozien

Uit de Oude Doos: Vreemdgaan als natuurverschijnsel?

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: is vreemdgaan te wijten aan onze natuur?

Het is een veelgehoord excuus onder vreemdgangers: 'de mens is van nature polygaam'. In één klap wordt een slippertje afgedaan als een onvermijdelijkheid, toegeschreven aan Moeder Natuur. Zijn excuses als 'ik had teveel gedronken' of 'het betekende niets' eigenlijk overbodig en kunnen overspeligen zich beroepen op een genetische verklaring voor hun gedrag?

Hoewel de meningen hierover nog altijd verdeeld zijn, bleef de prangende vraag niet onbeantwoord: ANS legde haar in 2005 voor aan twee docenten in de rubriek 'Welles Nietes', waarin wetenschappers redetwisten over een maatschappelijk vraagstuk. Voor de één lijkt de structuur van de penis - glad of met ribbeltjes - bepalend voor het al dan niet monogaam zijn, de ander stelt dat omgevingsfactoren doorslaggevend zijn. Voor wie zich niet kan verschuilen achter het genetische excuus van een 'verkeerd' exemplaar geslachtsorgaan, zijn de ouders dus mogelijk alsnog te beschuldigen op basis van de verkeerde opvoeding.

Lees hieronder het artikel van december 2005

Vreemdgaan vreemd?

In ‘Welles Nietes’ redetwisten iedere maand twee wetenschappers over een maatschappelijk vraagstuk. In deze aflevering: is de mens van nature monogaam?

Tekst: Hanneke Jansen en Maurice van Mill

‘Mannen zijn jagers, het is hun natuur’. Een veelgehoord excuus wanneer iemand in het verkeerde bed is beland. Vreemdgaan komt steeds vaker voor: één op de vier Nederlanders heeft wel eens overspel gepleegd, zo blijkt uit recent onderzoek van psycholoog Henk Noort. Toch wordt ontrouw maatschappelijk niet geaccepteerd. Volgens het laatste onderzoek van het Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie (NIPO) keurt 64 procent van alle Nederlanders vreemdgaan af. De Britse professor Tim Spector kwam vorig jaar met bewijs voor het bestaan van een zogenaamd ontrouw-gen, dat zou bepalen of iemand ontrouw is of niet. Uit een studie onder vrouwelijke tweelingen bleek dat als één van de twee ontrouw was geweest, de kans 55 procent is dat ook haar zus wel eens van meerdere walletjes eet. Dit bleek vooral te gelden voor eeneiige tweelingen. Sociale wetenschappers betwisten het bestaan van een ontrouw-gen. Zij beweren dat sociale factoren, zoals opvoeding en omgeving, het gedrag beinvloeden. Er zit een evolutionair voordeel aan seksuele contacten met verschillende personen. De genen van de mannen worden op deze manier verspreid en is er een grotere kans dat meerdere nakomelingen zullen overleven. Vrouwen kiezen juist voor een mannetje met betere genen dan hun eigen partner. Verder leidt een mix van verschillende genen tot een sterkere soort. Anderzijds zitten er ook voordelen aan een langdurige monogame relatie.

Bij de mens duurt het in vergelijking met andere dieren zeer lang voordat de kinderen het nest verlaten. Om ervoor te zorgen dat hun genen zullen overleven, moeten de ouders lang voor het kind blijven zorgen. In de westerse wereld is monogamie de norm; polygamie is in de meeste landen bij wet verboden. Hoewel het ook in Nederland strafbaar is om met meer dan één persoon getrouwd te zijn, ligt dat een stuk moeilijker met het zogenaamde ’samenlevingscontract’. Afgelopen september werd op deze manier een trio geregistreerd: twee vrouwen en een man. Zij zagen het contract als een bezegeling van hun verbintenis. De gebeurtenis was voor de SGP aanleiding om vragen te stellen aan minister Donner van Justitie. De partij beschouwde de stap van de drie als een sluiproute naar polygamie. Om duidelijkheid te scheppen in deze discussie, de stelling van deze maand: de mens is van nature monogaam.

Welles Dr. J.H.P. Hackstein, universitair hoofddocent in de Evolutionaire Microbiologie
‘Monogamie is heel duidelijk genetisch bepaald. Er zijn in het dierenrijk soorten die strikt monogaam zijn. De fruitvlieg (Drosophila melanogaster) bijvoorbeeld, paart slechts één keer. Dan heeft het vrouwtje een ‘zakje’ vol met zaadcellen en dat is voldoende voor de rest van haar leven. Bij insecten vind je monogame en polygame soorten. Dat zit in de genen en is voor een groot deel soortspecifiek. Zelfs binnen een groep kunnen er grote verschillen zijn. Het hangt ervan af in welke niche een beestje terecht komt. Onder bepaalde omstandigheden is monogaam gedrag beter dan polygaam gedrag, bijvoorbeeld als het moeilijk is om aan voedsel te komen en er veel dreiging heerst van roofdieren. Dan zijn beide ouders nodig om de nakomelingen in leven te houden. Monogamie ligt vast in de genen; het is biologisch bepaald. Daar valt niet over te twisten. ‘Een bekend voorbeeld van polygamie in de dierenwereld is te vinden bij slangen. Sommige slangen hebben twee penissen. Beestjes die meervoudig copuleren, dus polygaam zijn, hebben penissen die er schrikbarend uitzien, zoals een rasp uit de gereedschapskist. Afhankelijk van de indruk die het mannetje heeft gemaakt, kan het vrouwtje na de copulatie besluiten om de zaadcellen eruit te mikken. Als het mannetje niet zo goed was als ze had gedacht, dan houdt ze zijn zaad niet. ‘De vorm van de penis blijkt heel goed geschikt om soorten te identificeren. Er lijkt vaak een soort slot-sleutelprincipe gerealiseerd te zijn. Dat voorkomt dat er paringen plaatsvinden tussen verschillende soorten. Als we kijken naar de penissen van apen, valt er direct iets op. Sommige primaten hebben penissen met een glad oppervlak, namelijk alle monogame aapjes. Er zijn ook penissen die er bijna net zo uitzien als die van slangen. Ze hebben weerhaken, knobbeltjes en ribbeltjes. Het is dus heel duidelijk dat de mens van huis uit een monogame aap is, omdat hij een gladde penis heeft. We weten natuurlijk allemaal dat slechts een paar genotypen van de mens echt monogaam zijn. Sommige mensen zijn beslist niet monogaam, dat zijn mutanten. ‘In winkels zie je soms een hele collectie condooms. Daar zitten echt de gekste exemplaren tussen, met ribbeltjes, met knobbels en nog veel meer. Ik wist eerst niet waar die dingen goed voor waren. Nadat ik over die rare piemels van polygame soorten had gelezen, wist ik het wel te interpreteren. Er zijn mensen die niet monogaam willen zijn, hoewel ze het van nature zouden moeten zijn. Zij krijgen geen ribbeltjes op hun penis, maar kunnen wél naar de winkel gaan en een pretcondoom kopen. En dan is het de vraag of een dergelijk condoom inderdaad zoveel indruk bij de vrouwen achterlaat dat het de man helpt om nog meer vrouwen te krijgen. Dat betwijfel ik ten zeerste. Voor seks zijn altijd twee mensen nodig. Als de vrouw het polygame gedrag van de man niet leuk vindt, dan helpt zelfs een condoom met ribbeltjes niet.’

Nietes Dr. J. Karremans, docent en onderzoeker vakgroep Sociale Psychologie
‘Of iemand vreemdgaat wordt bepaald door factoren als zelfcontrole, de situatie waarin iemand verzeild raakt en externe factoren zoals het gebruik van alcohol. Een mensenkind is erg afhankelijk van de opvoeding van beide ouders; parental investment heet dat. Dit is de zorg die een kind nodig heeft voordat het zijn nest kan verlaten. Wanneer parental investment heel hoog is, zoals bij de mens, komt monogamie het meest voor. Er zijn enkele culturen in de wereld waar polygamie voorkomt, maar meestal zijn het dan alleen de mannen met een hoge status die meerdere vrouwen hebben. Dus zelfs in die culturen is het percentage mensen dat niet monogaam is klein. ‘Het is belangrijk welke definitie er voor monogamie gehanteerd wordt. We gaan er meestal vanuit dat mensen monogaam zijn omdat ze er voor kiezen om een heel lange tijd bij elkaar te blijven en kinderen groot te brengen. Het is eigenlijk onvoorstelbaar om te zien hoe twee mensen met eigen interesses, eigen behoeftes en eigen wensen desondanks zo lang bij elkaar blijven.

Toch kan het voorkomen dat een van de partners een keer vreemdgaat, maar dat is iets heel anders dan praktiserende polygamie. Bij polygamie doet iedereen het met elkaar, wat voor sommige mensen wel het ideaalbeeld is. ‘Er zijn verschillende verklaringen te vinden waarom mensen toch vreemdgaan. Zo zouden mannen vreemdgaan omdat zij de mogelijkheid en de drive bezitten om genen door te geven. Mannen kunnen ontelbaar veel nakomelingen voortbrengen, maar dat zou niet ideaal zijn omdat kinderen aandacht nodig hebben. Vrouwen kunnen minder nageslacht produceren en plegen voornamelijk overspel wanneer er een man met betere genen dan hun eigen partner voorbij komt. ‘Ik geloof niet dat er een specifiek gen bestaat dat vreemdgaan bepaalt. Ik kan me wel voorstellen dat er verschillen zijn in de genetische aanleg tot zelfcontrole welke vreemdgaan bepaalt. Sommige mensen zullen nu eenmaal eerder hun controle verliezen dan andere. Bovendien kunnen allerlei situaties, waaronder het gebruik van alcohol, iemand’s zelfcontrole ondermijnen met vreemdgaan tot gevolg. Een programma als Temptation Island laat zien hoe mensen in een bepaalde situatie tot het uiterste gedreven worden om te testen of ze vreemdgaan. De macht van de situatie speelt hier een grote rol en laat zien hoe mensen in een verleidelijke situatie reageren. Er is altijd sprake van interactie tussen persoon en situatie. Wanneer iemand genetisch gezien snel zijn zelfcontrole verliest zal diegene in een verleidelijke situatie ook eerder zwichten. Over het algemeen worden persoonlijkheidsfactoren – en in hoeverre ze gedrag bepalen – overschat. Mensen denken vaak wanneer ze iemand iets zien doen dat dit voortkomt uit persoonlijkheid. Maar daardoor wordt de kracht van de situatie juist onderschat. Ook zaken als ontevredenheid met de eigen relatie en vooral de aantrekkelijkheid van het alternatief kunnen iemand er in een bepaalde situatie toe brengen vreemd te gaan.’

 

Eline Huisman

Uit de Oude Doos: Een goede Raad is goud waard

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: universiteitspolitiek

Vanaf aanstaande vrijdag is het weer tijd voor de jaarlijkse verkiezingen voor de Universitaire Studentenraad (USR). In de periode van 20 tot en met 26 mei kan iedere student van de Radboud Universiteit een stem uitbrengen op de partij van zijn of haar keuze. Na het jarenlange duel tussen studentenpartijen AKKUraatd en SIAM is er dit jaar ook een derde optie, namelijk asap. Tien jaar geleden verscheen ook een nieuwkomer op het podium van de universiteitspolitiek. Student '01 werd opgericht omdat de initiatiefnemers het gevoel hadden dat er behoefte was aan een nieuw geluid.

Deze week uit de oude doos het interview met de oprichters van Student '01. Het laat zien dat, hoewel de indeling van de campus en de samenstelling van de studentenraad door de jaren heen erg zijn veranderd, bepaalde dingen altijd terug zullen keren. Gekissebis over en weer tussen de partijen, jonge nieuwkomers, kritiek op het universiteitsbestuur en haar plannen: deze zullen altijd de belangrijkste ingrediënten van de universiteitspolitiek blijven. Gelukkig maar.

Lees hieronder het artikel van mei 2001

Een goede Raad is goud waard

Een gekozen Rector Magnificus, huisvesting op de campus en een mooie theaterzaal. Als het aan Student ‘01 ligt, worden al deze zaken spoedig werkelijkheid. De piepjonge partij zal eind mei voor het eerst meedoen met de verkiezingen voor de Studentenraad van de KUN. Concurrent SIAM kan haar borst natmaken, want Student ‘01 neemt geen blad voor de mond: ‘De Studentenraad moet meer zijn dan het studentikoze schaamlapje van Kees Blom.’

Tekst: Willem Dudok

‘Er broeit iets in Nijmegen,’ zegt Stijn Lefebure (22), één van de initiatiefnemers van Student ’01. ‘Zowel onder studenten als onder medewerkers van de universiteit hoor ik steeds meer geluiden dat het anders moet. Weg met de betutteling van bovenaf. Terug naar de basis van de universiteit: onderwijs en onderzoek.’ En dus besloot hij half april de koe bij de horens te vatten. Samen met Henri de Waele (21) en Jeroen Ooijevaar (21) richtte hij een nieuwe partij op, die deel zal nemen aan de verkiezingen voor de Studentenraad en de Universitaire Gemeenschappelijke Vergadering. Student ’01 belooft een frisse wind te laten waaien door de Bestuursgebouwen aan de Comeniuslaan. De Waele: ‘Studenten moeten meer invloed krijgen op de universitaire politiek. Ik heb niet het idee dat de managers van de Comeniuslaan ook maar enig idee hebben van wat er leeft onder studenten. Terwijl dát toch de mensen zijn waar het om gaat op de universiteit.’ De Waele vindt het logisch dat studenten dan ook degenen zijn die bepalen wat er op de KUN gebeurt: ‘Natuurlijk heb je managers nodig, maar zij zouden zich moeten beperken tot het bewaken van de continuïteit. Hun hoofdtaak is het faciliteren van onderwijs en onderzoek. Dat slaat op het ogenblik veel te vaak door naar betutteling.’ Daarmee doelt De Waele onder andere op het onlangs verschenen Strategisch Plan. ‘Overbodige symboolpolitiek,’ noemt hij het: ‘Alsof onderzoekers daar beter van gaan onderzoeken of studenten daar beter van gaan studeren. Je moet hoogleraren niet vertellen wat ze moeten doen. Dat weten ze zelf veel beter; als je dat van bovenaf probeert op te leggen, zet dat alleen maar kwaad bloed.’ Van Student ’01 mag het huidige Strategisch Plan sowieso wel de prullenbak in, vult Lefebure aan: ‘Wij weigeren mee te doen aan een discussie over een stuk dat volstaat met holle frasen en loze kreten.’

Het Strategisch Plan is niet het enige op de KUN waar Student ’01 zich aan ergert. ‘Als je weet hoe studentenorganisaties moeten bedelen om een paar duizend gulden, is het frustrerend om te zien dat er kennelijk wel geld genoeg is om de dj’s Wipneus en Pim uit te nodigen voor de Dies Natalis.’ De Waele: ‘Om nog maar te zwijgen van de tonnen die ieder jaar worden gepompt in reclamecampagnes om een paar studenten extra te werven. Maar voor een theaterzaaltje is dan plotseling het geld op.’ ‘Het gaat op de universiteit om academische vorming. Dat bestaat uit meer dan alleen colleges volgen, je moet je ook anderszins ontwikkelen. Er is in Nijmegen een grote groep actieve studenten. Wij zeggen: investeer daarin, in plaats van in imagoversterkende reclamecampagnes. Er is geen betere reclame dan een tevreden student.’ Student ’01 zal in de Studentenraad niet per definitie dwars gaan liggen. ‘Absoluut niet,’ zegt Ooijevaar: ‘We zetten alleen heel hoog in, dan zien we wel waar het schip strandt. We gaan echt niet demonstratief met de armen over elkaar zitten als er beslissingen worden genomen waar wij het niet mee eens zijn. Met ons valt over alles te praten. Maar: wij bepalen de agenda en niet het College van Bestuur.’ Student ’01 zal pertinent weigeren mee te doen aan het gekonkelfoes in de achterkamertjes,’ belooft Lefebure stellig. Agendapunten heeft Student ’01 voldoende. Lefebure: ‘Er zijn hier op de campus zoveel dingen die met een minimum aan inspanning kunnen worden verbeterd. Er staan printers die niet werken, er zijn te weinig computerfaciliteiten, de klimaatregeling in de grote gebouwen is bagger en stoelen in de meeste collegezalen zitten voor geen meter.’ Ooijevaar vervolgt: ‘De campus kan zoveel gezelliger. Waarom investeert de KUN niet in huisvesting op de campus? Kijk eens naar de prikborden; heel Nijmegen is op zoek naar een kamer! Als er eenmaal mensen wonen, komen er ook meer winkeltjes en zal het vanzelf wat meer gaan bruisen.’ Lefebure: ‘Als je hier nu ’s avonds na acht uur over de campus rijdt, doet het nog het meest denken aan een verlaten fabriek bij de afrit van een snelweg.’

Maar is de Studentenraad wel de plaats om al die doelen te bereiken? De Nijmeegse student lijkt daar immers weinig waarde aan te hechten. Bij de verkiezingen van vorig jaar nam, zelfs na een heus publiciteitsoffensief van SIAM, slecht 21 procent van alle studenten de moeite om te stemmen. Volgens Lefebure is die desinteresse inherent aan de manier van werken van de Studentenraad. ‘Wat daar nu besproken wordt, is voor de meeste studenten totaal niet interessant. Het Gymnasionproject, het Strategisch Plan; daar houdt de gemiddelde student zich echt niet mee bezig. Bovendien: waarom zou je gaan stemmen als er toch maar één partij meedoet?’ Maar wie het kwaad wil bestrijden, moet bij de wortel beginnen, vindt De Waele: ‘We denken dat we via de Studentenraad de meeste kans hebben om onze doelen te verwezenlijken.’ De drie hebben nooit serieus overwogen om zich verkiesbaar te stellen voor de reeds bestaande studentenpartij SIAM. Lefebure: ‘Ik heb het idee dat de mensen van SIAM te diep zijn weggezakt in het pluche. Ze laten zich te gemakkelijk gebruiken als een verlengstuk van het College van Bestuur. De Studentenraad moet meer zijn dan het studentikoze schaamlapje van Kees Blom.’ Ooijevaar: ‘Waarschijnlijk zullen we in ons eerste jaar vooral bezig zijn om de huidige Studentenraad wakker te schudden en een discussie op gang te brengen. Het gaat erom dat de universiteitspolitiek een verfrissende impuls krijgt. Door te praten over dingen die studenten werkelijk aangaan, gaat het vanzelf meer leven.’ Pepijn Oomen, lid van de Studentenraad voor SIAM, juicht de komst van een tweede partij toe. Oomen: ‘Ik denk dat het de verkiezingen er een stuk boeiender op zal maken. Er zijn genoeg inhoudelijke verschillen, dus studenten zullen echt een keuze moeten maken. Ik hoop alleen dat ze weten waar ze aan beginnen. Ik heb hier en daar een aantal punten van Student ’01 gehoord, waarbij ik echt het gevoel heb dat ze zich er te gemakkelijk van af maken. Dat Strategisch Plan bijvoorbeeld, daar moet je het belang echt niet van onderschatten. Hopelijk weten ze waar ze aan beginnen. Eenmaal in de Raad zullen we toch met elkaar moeten samenwerken.’ Student ’01 ziet haar eerste periode in de Studentenraad met vertrouwen tegemoet. ‘Weet je,’ zegt De Waele tot slot: ‘Studeren is een feest. Er zouden meer studenten moeten zijn die zich dat realiseren. Als we dat kunnen bereiken, zijn we al een heel eind op weg.’

 

Valerie

Uit de Oude Doos: De bus van de Blijde Boodschap

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Bijbelverhalen op housefeesten

De zwarte ANS die net in de bakken ligt is eenieder vast niet ontgaan. Artikelen waarin taboes worden doorbroken wordt de student in de schoot geworpen. Studenten met SOA’s, Het Issue over de zwarte bladzijde van Nederland en een meeloopreportage over alle vormen van bodymodification passeren de revue. Een echte ANS-kenner zal van mening zijn dat dit beslist niet de eerste keer is dat ANS delicate of verboden kwesties aansnijdt. Denk bijvoorbeeld aan het artikel over de undercover-actie bij de ontgroening van Carolus, de reportage over nymfomanie met de nodige gevolgen van dien, of het stuk over bijbaantjes in de escortservice of drugshandel. Een artikel over Stichting Naar House past perfect in dit rijtje. Een bus met teksten als ‘Jezus zegt: Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven’ met evangelisten erin die pilletjesslikkers op houseparty’s zou moeten bekeren? Het bestaat. In 2004 nam ANS de proef op de som en bekeek of het verkondigen van het evangelie aan stuiterende jongeren met grote ogen daadwerkelijk iets opleverde.

Lees hieronder het artikel van november 2004

De bus van de Blijde Boodschap

Stichting Naar House verkondigt het evangelie aan bezoekers van dancefeesten. Heeft dit enig effect of is het aan dovemansoren gericht? Een nachtje in en rond de rode bus van Naar House moet uitsluitsel geven.

Tekst: Sven Boot en Laurens de Wit

Het verkondigen van het evangelie. Hoeveel mensen houden zich daar vandaag de dag nog mee bezig? Met de al jaren in het verdomhoekje verkerende Jehova’s getuigen houdt de gemiddelde opsomming wel op. Toch zijn er meer verkondigers van de Blijde Boodschap. En wel op een plek die maar weinig te maken heeft met gewijde grond en rustgevende koorzang. Stichting Naar House verkondigt het evangelie bij danceparty’s. Hoewel de gemiddelde XTC-gebruiker waarschijnlijk best openstaat voor een knuffel moet het geen gemakkelijke opgave zijn om het suizen van de oren te overstemmen met een redevoering over de verlossende omarming van Jezus Christus.

Geestelijk vader van de stichting is Gerard Grimbergen. Toen Grimbergen zijn zoon naar house-feesten zag gaan merkte hij dat dit de duivel in zijn nazat naar bovenhaalde. Met gevaar voor zijn eigen christelijke leven besloot hij zijn zoon naar een party te volgen. De heidense taferelen die hij op dat feest aanschouwde deed hem besluiten mede-gelovigen te mobiliseren. Uiteindelijk resulteerde dit in de oprichting van stichting Naar House, in mei 1994. Bij de eerste actie werden rode flyers uitgedeeld waarbij enig gevoel voor symboliek niet ontbrak. De rode kleur stond voor het bloed dat Jezus ook voor deze zondige bezoekers had vergoten. Hoewel de meeste flyers op de grond belandden, volgden meer acties. Inmiddels zijn twee- tot driehonderd mensen in Nederland actief voor de stichting, verdeeld over werkgroepen van dertig tot veertig personen.

Kipcaravan In afwachting van het begin van hardhouse-feest X-Qlusive staan we rond een uur of twaalf nonchalant tegen de Heineken Music Hall aan te leunen. Plotseling krijgen we een klein kaartje in handen gedrukt met daarop de tekst ‘De grootste blijdschap en de diepste vrede is te vinden in God’, waarna psalm 37 volgt. Een doodse stilte valt. ‘Weten jullie wie Jezus is?’ vraagt een in bontjas geklede jongen met Rotterdams accent. Met een vrede interpretatie van het kerstverhaal van de basisschool blijken we al een heel eind te komen. Wij besluiten mee te lopen en treden de bus van Naar House binnen voor warmte, een kop koffie en natuurlijk een goed gesprek.

De rode bus van Naar House heeft het interieur van een Kipcaravan uit de jaren tachtig, met hangtafels waarop bakken suikerklontjes staan. Verder wordt het geheel opgefleurd met kunststof planten. Al snel komen in deze huiselijke sfeer de gesprekken op gang en druppelen de eerste mensen langzaam binnen. ‘De avond begint met een gezamenlijk gebed waarin we God vragen ons die avond te leiden,’ vertelt Dave (21), die al een jaar actief is voor Naar House. Toch blijft het een vreemde plaats om de heilsleer te verkondigen, tussen al de party-animals. ‘Juist hier is de tegenstelling het duidelijkst zichtbaar en kunnen wij de jongeren op de gevaren van de housescene wijzen. Bijkomend voordeel is dat er veel jongeren bij elkaar zijn, en wij dus een groot bereik hebben,’ verklaart Dave. Maar denkt hij dat de jongeren sin-city verlaten, hun kaartje à 38,50 euro weggooien en bekeerd weer naar huis gaan? ‘Nee, het is ook niet onze bedoeling om mensen te bekeren. Wij kunnen mensen niet bekeren, wij kunnen ze slechts vertellen wat het geloof voor ons betekent. Alleen God kan bekeren.’

Sociaal trefpunt Over misschien wel het meest omstreden onderwerp in de Bijbel, de schepping, is Dirk-Jan (25) heel resoluut. ‘De evolutietheorie is het grootste sprookje voor volwassenen,’ meent hij. ‘Neem nou het oog, dat is zo’n ingenieus en mooi deel van het lichaam, dat kan niet door toeval ontstaan zijn. De mens is de kroon op de schepping van God.’ Op ons argument dat primitieve organismen ook al lichtgevoelige cellen bevatten wordt jammer genoeg niet ingegaan. ‘Nog wat koffie, jongens?’ Einde discussie.

De bus is het best te typeren als een sociaal trefpunt voor mensen die het feest verplicht vervroegd moeten verlaten. De activiteiten van de Naar House-medewerkers kunnen worden beschouwd als een vorm van liefdadigheid. Voor degenen die eruit zijn gegooid, meestal vanwege het gebruik en dealen van drugs, is de bus een welkome plek om in afwachting van hun vrienden de tijd te doden. De Naar House-mensen blijken ruimdenkender dan gedacht. Het gebruik van genotsmiddelen kan in hun bijzijn gewoon doorgang vinden, met thee als spoelmiddel voor menig pilletje. Een donkere man met ringbaard en een gouden tand, die iedereen aanspreekt met ‘ouwe’, doet zijn beklag: ‘Het is voor de eerste keer in tien jaar dat ik hier ben en ik word er o niets uitgegooid. Dat geeft aan dat God wil dat ik hier niet meer kom.’ Een erg vrome uitspraak, die later wat aan kracht inboet als hij toegeeft betrapt te zijn op het snuiven van een lijntje coke. Iedereen houdt zich uit respect voor de verleende diensten aan de gestelde regels, zoals het rookverbod. ‘Dan maar niet roken... Ik ben liever hier dan buiten in die kolere kou,’ verzucht een klein blond meisje getooid in een miniscuul topje en een stukje stof dat dienst moet doen als rok. De beveiliging van X-Qlusive heeft zichzelf echter minder in de hand. Achter de bus wordt een tegenstribbelende bezoeker vakkundig tegen de grond gewerkt. Wanneer hij omhoog komt wordt hem met een mooi geplaatste elleboogstoot duidelijk gemaakt dat hij beter kan blijven liggen.

Pillen, dartbord en flipperkast In een apart gedeelte van de bus wordt constant gebeden en gitaar gespeeld. Een Groninger, gekleed in een T-shirt van het toepasselijke merk Gsus, reageert: ‘Het is niet helemaal mijn muziek, er zit een beetje weinig bas in. Eigenlijk zou hier een bak met pillen moeten staan en dan ook maar meteen een dartbord en flipperkast. Dan zou ik hier wel de hele nacht zitten.’ De Naar House-medewerkers lachen enigszins ongemakkelijk en schenken nog een rondje thee en koffie in.

De uren verstrijken en er wordt maar weinig over God gesproken. De Naar House-medewerkers realiseren zich waarschijnlijk terdege dat de vermoeide feestgangers geen zin hebben in diepzinnige gesprekken. Ze hopen slechts dat de kaartjes in de kontzakken de volgende dag aandachtig gelezen gaan worden. Sommige feestgangers hebben zelfs geen enkel benul van de functie van de bus, getuige de reactie van een voorbijganger: ‘Is dit de methadonbus?’

Wat levert het uitdelen van honderden kaartjes, liters koffie en thee en het voeren van enkele goede gesprekken nou uiteindelijk op? ‘Het daadwerkelijke effect is lastig te meten, je weet niet hoeveel van deze mensen in de loop der tijd een bijbel gaan lezen. Maar sommige mensen spreek ik nog geregeld op MSN,’ vertelt Dirk-Jan. ‘En als wij onze taak goed uitvoeren zien wij ze hier niet meer terug, hoogstens als medewerker.’ De weg terug ligt bezaaid met vele natgeregende rode folders. De bekering van feestbeesten lijkt zelfs met de steun van God iets teveel gevraagd. Laat staan het werven van nieuwe medewerkers voor de bus.

 

Eva-Marijn