Uit de Oude Doos: Voedselhulp van VOKO

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: bio-eters verenigd in de VOKO

Gistermiddag werd met de zogenaamde Groene Markt de Groene Week, een samenwerking van Cultuur op de Campus en Het Universitair Milieu Platform, officieel geopend. In de aanloop naar Earth Day aanstaande vrijdag 22 april organiseren zij een week lang groene activiteiten op de campus om ‘stil te staan bij de aarde’. Het plein voor Cultuurcafé en de Refter werd voor de gelegenheid omgetoverd tot Groene Markt vol bezienswaardigheden als een tafel vol tweedehands boeken en de opblaasdolfijnen van het Wereld Natuur Fonds. Speciaal voor de gelegenheid deze week in de nostalgische rubriek aandacht voor de Voedsel-Koöperatie Nijmegen. Al sinds 1981 wereldverbeterend met haar biologische voedselaanbod voor kleine prijsjes. Een prima initiatief voor de arme Nijmeegse student met grootse plannen voor de aarde.

Lees hieronder het artikel uit de ANS van maart 1994

Voedselhulp. Aktieve bio-eters samen voor een gezonde wereld

Spaghetti of rijst met prut, pizza of een frietje… De meeste studenten zijn niet zo bewust bezig met wat ze eten. Als het maar vult en niet te duur is; dat lijken de enige criteria. Dat je ook op een hele andere manier met voeding om kunt gaan bewijst het bestaan van de Nijmeegse Voedsel-Koöperatie.

Tekst: Steve Pasveer

De Voedsel-Koöperatie (VOKO) bestaat in Nijmegen sinds 1981. Het initiatief kwam vooral van studenten. De grondgedachte van de VOKO is dat mensen met lage inkomens goedkoop aan biologisch voedsel moeten kunnen komen. Reformwinkels zijn voor die mensen al gauw te duur en supermarkten hebben weinig of geen biologische producten in huis. Het gaat er de coöperatie echter niet om met deze winkelketens te concurreren. Het doel is om voor de leden van de VOKO de gewenste biologische produkten te kopen en die zonder enige winst aan hen door te verkopen. Marije is nu twee jaar lid. ‘Ik wilde al een tijd biologisch voedsel gaan eten, maar dat is meestal te duur. Toch heb je de verantwoordelijkheid om daar iets aan te doen. Samen met anderen kun je lagere prijzen realiseren. De VOKO is in dit opzicht een goed alternatief en het is stimulerend dat anderen dat ook vinden.’ Biologisch voedsel is niet bespoten met bestrijdingsmiddelen, het is milieuvriendelijk geproduceerd en bevat geen kunstmatige toevoegingen. Wordt het voedsel bio-dynamisch verbouwd, dan houdt men bovendien nog rekening met de seizoenen, de landbouwgrond en het natuurlijke rijpingsproces. De VOKO koopt het voedsel in bij kleine eco-boerderijen in de omgeving van Nijmegen en verder bij een distributiecentrum dat bio-produkten importeert. Men let daarbij op het regime in het land van herkomst, op de daar gevolgde produktiewijze, en men kijkt of er sprake is van kas- of seizoensgroenten. De VOKO betrekt haar leden bij hun eten; zo worden er bijvoorbeeld excursies naar bio-dynamische boerderijen georganiseerd waar je dan een dagje kunt meewerken. In de ledenvergadering kaarten de leden aan wat ze graag willen gaan kopen. Meestal worden er, naast het normale assortiment van groenten, granen, zuivel, peulvruchten en kruiden, ook produkten voorgesteld als sterrenmix-thee of zelfs biologische pennen van karton. De VOKO maakt steeds een afweging tussen prijs, wijze van produktie en soort en hoeveelheid verpakkingsmateriaal. ‘Ik heb liever niet al die rommel erin’, zegt Marije. ‘Voor mezelf niet en voor het milieu niet. Als je dan toch vlees wilt eten, dan scharrelvlees. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van het voedsel, maar ook om wat daarvóór allemaal plaatsvindt: en dat is, wat mij betreft, biologische produktie.’Een deel van het door de VOKO ingekochte voedsel wordt bereid in eetcafé ‘De Klinker’, waar je op vrijdag- en zaterdagavond kunt aanschuiven. Naast de bedrijvigheid rond het voedsel is het belangrijk dat leden zich inzetten op andere terreinen; zo kunnen ze winkeldiensten draaien, klussen, vergaderingen bijwonen en actief zijn in een van de organisatorische groepen. De belangrijkste groep, de ‘groep van X’, coördineert het geheel, doet de bestellingen en bereidt de vergaderingen voor. Het lidmaatschap van deze groep rouleert zodat elk lid er een periode in meewerkt. De coöperatie is wat de organisatie betreft volledig afhankelijk van haar leden. Op dit moment is de actieve kern betrekkelijk klein. Het is de bedoeling dat ze aangevuld gaan worden met nieuwe, aktieve bio-eters. Marije: ‘Het bestaan van de VOKO bewijst dat verantwoord en goedkoop eten mogelijk is, als je maar samenwerkt. Je moet zelf je steentje bijdragen.’

 

Eline Huisman

Uit de Oude Doos: studentenprotest anno 1990

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: de hoogtijdagen der studentenprotest aan de RU.

Oh, die goede oude tijd. Toen trainingspakken nog in waren, xtc net hip werd en actievergaderingen van AKKU nog mensen trokken (in tegenstelling tot nu). Toen het CvB nog serieus in gesprek ging met studenten en bezettingen langer duurden dan een paar uur. In november 1990 schreef ANS een uitgebreid artikel over de gang van zaken tijdens het studentenprotest tegen het beleid van minister Ritzen. Het studentenprotest vond grote bijval onder de studenten, maar verzandde tevens in een gezellige nacht met films, alcohol en muziek. Nijmegen werd echter wel een voorbeeld voor alle andere studentensteden en AKKU werd het voorbeeld van een goede studentenvakbond.

Lees het hele artikel uit de ANS van november 1990 hieronder

Nijmeegse acties succesvol

Veertien bussen vol actiebereide studenten leverde Nijmegen aan de landelijke demonstratie in Den Haag. Een hoog aantal, zeker vergeleken met de andere universiteiten De campagne is op de KU heel goed verlopen, tot grote verrassing van het actiecomité. Een verslag van het studentenfront.

Tekst: Jan Maurits Schouten

Het was wel degelijk op nationaal niveau afgesproken: tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting in de Tweede Kamer moest er een grote landelijke demonstratie komen. Want dat de plannen van minister Ritzen de zoveelste verslechtering van de kwaliteit van het onderwijs en van de rechtspositie van de student zouden betekenen, stond voor iedereen vast. Dat er voor een massale mobilisatie van studenten meer nodig is dan hier en daar een postertje leken echter alleen de Nijmeegse studenten te beseffen. Een klein comité van studenten, nauw verbonden aan de AKKU, begon de acties voor te bereiden. Besloten werd om de Aula te bezetten. 'We liepen met zijn dertigen naar binnen, en verklaarden het gebouw voor bezet', aldus een actievoerder. 'Het ging allemaal doodsimpel.' Een eerste verrassing was de opkomst op de atievergadering die dinsdag in de Aula. 'We hadden een spandoek opgehangen en wat pamfletten verspreid, en opeens staan daar zo'n tweehonderd mensen in de Aula,' aldus een comité-lid. De bedoeling was om op die vergadering verdere acties te bespreken, maar dat viel tegen. Een meisje in de zaal verwoordde het best de houding van de meeste aanwezigen toen ze zei: 'Julile willen steeds van ons weten wat we voor acties willen, maar kom nu toch eens zelf met een voorstel.'

Complex Dat lieten de organisatoren zich geen twee keer zeggen. Ze stelden voor om de volgende week een actievergadering te beleggen in zaal twee van het collegezalencomplex. 'We dachten dat er misschien zo'n honderd mensen zouden komen.' aldus een van de actievoersters. Dat viel mee; zeker driehonderd mensen waren aanwezig en de stemming was geladen: actie moest er komen, en wel meteen. Er werd besloten om het collegezalencomplex te bezetten. De organisatoren kwamen met een nouveauté op actiegebied, de 'open bezetting'. Dit betekende dat het complex tot vier uur gebruikt kon worden voor colleges. Daarna ging de tent dicht en konden alleen mensen die zich solidair verklaarden met de eisen nog naar binnen. De stemming onder de organisatoren was wat verward. Opeens waren ze bezetters geworden, en konden ze rekenen op een brede achterban. Hoe het allemaal verder moest was neit helemaal duidelijk. Wel werd meteen een groot feest georganiseerd. En uiteraard werden de media en het College van Bestuur (CvB) via faxen en telefoontjes op de hoogte gebracht van de bezetting en de eisen. Het CvB was onbereikbaar voor commentaar.

Ontruiming De volgende ochtend, terwijl er nog steeds geen communicatie met het CvB was, stond plotseling de politie voor de deur. Op last van de directeur der A-faculteiten werd het complex met zachte hand ontruimd. Hoewel op de actievergadering van de vorige dag een meerderheid zich ervoor had uitgesproken om bij de derde sommatie het pand te verlaten, bleven op het bewuste moment de mensen toch zitten, zodat ze naar buiten moesten worden gedragen. Dat leverde een paar leuke foto's op voor de kranten. De ongeveer honderd actievoerders die bij de ontruiming betrokken waren zetten onmiddelijk koers naar het bestuurgebouw. Zonder veel moeite trokken ze naar binnen voor een korte actievergadering. Men eiste een gesprek met iemand van het CvB. Doch alleen Rector Magnificus Plasschaert verwaardigde zich om even naar beneden te komen om met de ex-bezetters te praten. Hij verklaarde het niet eens te zijn met het actiemiddel, en deed geen verdere toezeggingen. De actievoerende studenten verlieten het gebouw met de afspraak om om één uur een actievergadering te houden in de hal van het Erasmusgebouw. 'We dachten niet dat daar veel mensen zouden komen,' aldus één van de organisatoren. 'Een ontruiming zorgt altijd voor een kater-gevoel. Bovendien was de aankondiging van die actievergadering niet helemaal van de grond gekomen.' Kennelijk was het nieuws van de ontruiming en van de actievergadering toch ook anderszinds rondgegaan in het studentenwereldje, want rond kwart over één waren er zeker vijfhonderd mensen in het Erasmusgebouw. 'Hoezo, ontruiming, daar leggen we ons toch niet bij neer?' werd er geroepen en: 'Wij hebben een actiecentrum nodig. Bovendien hebben we een paar harde eisen aan het CvB. Reden genoeg om te herbezetten.' En zo geschiedde. Om twee uur werd het collegezalencomplex door de politie vrijgegeven, waarna een grote stoet mensen onmiddelijk van het Erasmusgebouw naar het complex trok. En daar zaten ze dan, een harde kern van zo'n dertig mensen die de acties hadden voorbereid. Met daaromheen een wisselende groep van rond de honderd mensen, die bereid was om de nachten door te brengen in het bezette gebouw, maar geen echte actie-ideeën had. Verder waren er de actievergaderingen, die de beslissingen moesten nemen. Die werden telkens door zeker driehonderd mensen bezocht. De nachtelijke feesten en filmvoorstellingen trokken daarnaast nog eens grote groepen studenten aan. De bierconsumptie lag hoog. 'Een beetje te hoog om echt actie te voeren,' aldus één van de bezetters. 'Op zo'n manier kun je net zo goed een zaaltje huren, en daar feesten geven. Het zou hier moeten gonzen van de ideeën.' Maar de meeste mensen waren meer geïnteresseerd in de jamsessies, het solidariteitsconcert van Maximum Bob, of de kwaliteitsfilms in de collegezaal. Wel besloot een groep voorlichting te gaan geven bij colleges. Een van de woordvoerders: 'Ik vond dat hartstikke moeilijk, om zomaar voor een volle collegezaal te gaan oproepen tot actie. En de eerste groep die ik moest toespreken was nog wel een college bij medicijnen. Medicijnenstudenten staan niet bepaald als radicale actievoerders bekend. Maar ik was snel over mijn zenuwen heen, toen ik na afloop van mijn toespraakje een staande ovatie kreeg. Blijkbaar is de onvrede nog veel groter dan we dachten.' Ondertussen werd er ook een veel radicalere actievoorbereid. Die zaterdag zou het UniversiteitsDag zijn. Middelbare scholieren zouden met hun ouders komen om zich te laten informeren over de Katholieke Universiteit. Aangezien het collegezalencomplex deel uitmaakte van de UniversiteitsDag werd er van uitgegaan dat er vóór zaterdaruimd zou worden. vervolgens zou dan op de dag zelf de bovenste verdieping van het Erasmus bezet worden.

Het Gesprek Dit ging het CvB duidelijk te ver, de voorlichtingsdag moest vlekkeloos verlopen. Er werd, tegen de verwachting, niet ontruimd. De organisatie van de UniversiteitsDag werd veranderd. Op de dag zelf kwam een eerste toenadering, van het CvB. De studenten mochten, direct na rector Plasschaert, bij de opening van de dag een toespraak houden, en over een gesprek met het CvB kon worden onderhandeld. Het CvB eiste een ontruiming, waarna een openbaar debat zou kunnen worden gehouden. Dat gesprek zou op maandagochtend plaats moeten vinden. 'We beschouwden die toezegging min of meer als eenadering garantie dat we in het weekend niet ontruimd zouden worden', aldus een van de bezetters. 'En daar waren we blij mee, want vooral op zondag waren er hoogstens vijftig mensen tegelijkertijd in het pand.' Mede om die reden, én omdat zo tijd gerekt kon worden, werd bedongen dat het gesprek dinsdag plaats zou vinden. Er moest meer worden voorbereid, en op maandag zou de actievergadering groter zijn, zodat meer mensen konden meebeslissen over al dan niet ontruimen. Om mensen op te roepen tot acties zong zondagavond een kleine groep mensen de terugkerende studenten op het station toe. Die inspanningen hadden succes. De harde kern was blij verrast toen op de actievergadering van maandag weer zo'n driehonderd mensen verschenen. De stemming was duidelijk: 'We geven het CvB de kans om goed te maken wat ze fout hebben gedaan', aldus een van de aanwezigen. 'Ze weten dat onze harde eis is dat ze hun handtekening onder het hooflijnenaccoord intrekken. Nu willen ze met ons praten, dus zijn ze kennelijk bereid om aan onze eisen tegemoet te komen.' Dinsdag werd er massaal ontruimd, en begaf een stoet van rond de driehonderd mensen zich naar het neurologisch instituut, waar het gesprek zou plaatsvinden. Na anderhalf uur was de zaak bekeken. Bij de eerste harde eis, een uitspraak over het verplichte studieadvies niet in te voeren. Het hele gesprek was een soort 'Van Lieshout-show'. Veel gehoorde vragen waren: 'Wie waren eigenlijk die twee anderen, die daar naast Van Lieshout zaten? Bijvoorbeeld die vent met die baard die de hele tijd zat te grijnzen?' (Men doelde op Jan Peters, CvB-lid, wiens microfoon bij het begin van het gesprek door dhr. van Lieshout werd geconfisqueerd).

Dolle Woensdag

De studenten stapten dus op. Die dinsdag was er een grote demonstratie in de stad, waaraan zeker vijfhonderd mensen meededen. Vanaf toen begonnen de vragen om buskaartjes bij het AKKU binnen te stromen. 'We zijn begonnen met drie bussen te reserveren, met een optie op een vierde', aldus een AKKU-lid. 'Uiteindelijk zijn het er veertien geworden.' Ondertussen was het organisatiecomite dodelijk vermoeid. 'Eerst die bezetting die veel langer doorging dan we hadden gedacht, toen dat gesprek waar we heel veel tijd en energie in geinvesteerd heben. Het was ons allemaal een beetje boven het hoofd gegroeid' aldus een van de organisatoren. En toch was er nog een actievergadering in het Erasmusgebouw aangekondigd voor die avond. Opnieuw een bezetting leek het comité niets. Helaas voor hen waren er toch zeker driehonderd mensen uit de stad gekomen voor die vergadering. 'Als we nu niet bezetten heeft het CvB gewonnen. Dan hebben ze ons met een smoesje uit het collegezalencomplex gekregen.' werd er geroepen. Met een ter plekke opgericht actiecomité werden nieuwe plannen gemaakt. Het Erasmus werd bezet, en er werd tot een blokkade van het bestuursgebouw de volgende dag besloten. De mensen die de zaak nu coördineerden hadden duidelijk minder kennis op actiegebied. Zo was het CvB niet geïnformeerd over de bezetting. De volgende ochtend werd het pand, op last van de directeur der A-faculteiten, door de politie ontruimd. Ook dit geschiedde vreedzaam. Die woensdag gaat de actie-annalen in als 'Dolle Woensdag'. Eerst werd het bestuursgebouw geblokkeerd, zoals nog plenair was besloten. Daarna zwermden kleine groepen actievoerders uit over de universiteit, paniek zaaiend onder het beherend personeel. Allerlei gebouwen, zoals het Psychologisch Lab en Wis- en Natuurkunde sloten bijna al hun deuren. Een particuliere beveiligingsdienst hield op onverwachte plaatsen mensen tegen die ze aanzagen voor actievoerders. Vanuit een pand aan de overkant werd het AKKU-kantoor doorlopend in de gaten gehouden.

Robert Giesberts

'Niemand kan nu nog zeggen dat hij van niets weet', aldus een enthousiaste actieveling. Dat bleek tijdens de demonstratie in Den Haag. Een derde deel van de aanwezige boze studenten kwam uit Nijmegen. Waarom de andere steden het zo hebben laten afweten is slechts een kwestie van gissen. Personele problemen bij de diverse bonden wordt als reden genoemd. Maar misschien dat het Nijmeegse voorbeeld andere steden doet volgen. 'De acties houden pas op wanneer de nieuwe plannen zijn ingetrokken' aldus LSVb-voorzitter Robert Giesberts op het binnenhof. 'We gaan nu allemaal terug naar onze instellingen, om daar de studenten op te roepen mee te doen, zodat we hier over een paar weken, wanneer de wetten in de kamer worden besproken met veel meer mensen staan.' In Nijmegen zal ook zeker weer het een en ander gaan gebeuren. Een nieuw comité is zich al aan het formeren. Ondertussen wordt de AKKU overspoeld met telefoontjes van studentenvakbonden die willen weten hoe je ook alweer actie moet voeren. Zij worden met plezier te woord gestaan. Ritzen en het CvB zijn nog niet van de Nijmeegse studenten af.

 

Jozien

Uit de Oude Doos: De seksenquête

Iedere dag rakelt ANS in het kader van het jubileum herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Vandaag in de nostalgische rubriek: RU-studenten geënquêteerd over seks.

Seks en drugs behoren sinds jaar en dag bij de meest beschreven onderwerpen in ANS, en de artikelen hierover behoren ook tot de meest gelezen stukken. De seksenquête gehouden onder de Nijmeegse studentenpopulatie is dan ook een populair artikel geweest en regelmatig zijn de studenten aan de Radboud Universiteit ondervraagd over hun gedrag tussen de lakens. Ook eind 2007 trachtte de toenmalige redactie om te achterhalen 'hoe kinky de Nijmeegse student écht is.'

Uit de enquête blijkt dat de Radboudianen qua seksfrequentie maar nét het landelijke gemiddelde halen met een gemiddelde van tienmaal seks per maand. Eenmaal in bed blijkt men echter liever lui dan moe, aldus de resultaten van de enquête. 'De vrouwelijke Radboudstudent prefereert het relaxte missionarisstandje, waarbij ze enkel haar benen hoeft te spreiden en enthousiast mee kan kreunen op het ritme van de man. Ook de mannelijke student ziet in seks geen sport; hij geeft de voorkeur aan de vrouw bovenop.'

Benieuwd naar de overige resultaten van de enquête? Lees het volledige artikel hieronder.

Lees hieronder het artikel uit de ANS uit december 2007.

Alles is liefde seks

Van een vluggertje in een rijdende trein tot orale seks op het toilet van het Cultuur Café. Het scala aan seksuele escapades van de Nijmeegse student is breed, zo blijkt uit de Grote ANS-seksenquête.

Afgelopen maand circuleerde de vragenlijst met uiteenlopende vragen over de seksbeleving van studenten op de campus. Op de bèta-faculteit werd de enquête enthousiast ontvangen: hordes studenten schoolden samen rond de enquêteurs om vervolgens met rode oortjes hun bedgeheimen aan het papier toe te vertrouwen. Bij Tandheelkunde bleek men beduidend terughoudender. Veelvuldig werd de vragenlijst na een korte inspectie nors geretourneerd: ‘Dat gaat jullie geen ruk aan!’ Seks geeft sinds mensenheugenis stof tot praten. Menig student schept graag op over de spannende details van zijn of haar seksleven. Maar geven mensen ook hun voorkeur voor anuslikken of een hoerenbezoek toe? ANS probeerde te achterhalen hoe kinky de Nijmeegse student écht is.

Schildpaddenpopulatie
Studenten hebben een reputatie hoog te houden. Als je de boeken van Ronald Giphart en A.F.Th. van der Heijden mag geloven gaat de student neukend, drinkend, feestend en vooral niet-studerend door het leven. Wat seks betreft wijst deze enquête anders uit. De Radboudianen halen qua frequentie maar nét het landelijk gemiddelde en op het gebied van standjes blijken ze niet over een dirty mind te beschikken. De Nijmeegse student gaat gemiddeld tien keer per maand van bil. Volgens het Global Sex Survey, ieder jaar uitgevoerd door Durex, heeft de Nederlander gemiddeld elf keer seks per maand. Voor de vrijgezelle mannen in Nijmegen is er werk aan de winkel: 1 op de 5 vrouwen geeft aan elke maand droog te staan. Voor mannen is dit 1 op de 10. Eenmaal in bed beland, blijkt men liever lui dan moe. De vrouwelijke Radboudstudent prefereert het relaxte missionarisstandje, waarbij ze enkel haar benen hoeft te spreiden en enthousiast mee kan kreunen op het ritme van de man. Ook de mannelijke student ziet in seks geen sport; hij geeft de voorkeur aan de vrouw bovenop. Op enkele Kama Sutra standjes met poëtische namen als de Schildpad en de Vlinder na, lijkt de Nijmeegse student vrij fantasieloos wat seksposities betreft: variatie tussen alom bekende standjes is het motto.

Te land, ter zee en in de lucht
De twintigste verdieping van het Erasmusgebouw, het invalidentoilet, de UB, de kantine van het Huygensgebouw, de bossen achter de universiteit: geen enkele plek op de campus blijft onbenut door de copulerende student. Slechts 11 procent van de respondenten houdt het bij de horizontale mambo in de slaapkamer. Veelal wordt buitenshuis vertier gezocht. 61 Procent geeft aan het regelmatig in de buitenlucht te doen en 1 op de 10 respondenten noemt plekken als stranden, parken, bergtoppen, meertjes en vooral bossen als een uitgelezen mogelijkheid tot een spannende vrijpartij. Ook seks en water blijken een gouden combinatie: 75 procent van de Nijmeegse studenten heeft het wel eens onder de douche gedaan. Zwembaden en sauna’s zijn eveneens een veelgenoemde plaats voor seksueel genot; meer dan 25 respondenten kunnen niet van vriend of vriendin in sexy felgroene Speedo afblijven. Uit hygiënisch oogpunt is baantjes trekken in het Sanadome of het Goffertbad dus een slecht plan. Een 24-jarige student Geschiedenis illustreert: ‘We deden het middenin het zwembad met nietsvermoedende zwemmers om ons heen.’ Ook het openbaar vervoer blijkt populair; van seks op de achterbank van een taxi tot betrapt worden tijdens een vluggertje in een treincoupé. Vrouwen gedragen zich overigens beter in het OV dan mannen: slechts 11 procent van de vrouwen shockeert de medereiziger met haar seksuele escapades, tegenover 23 procent van de mannen. Enkele respondenten willen doen geloven dat seks écht overal kan. Zo vertelde een vrouwelijke bètastudent (18) de liefde te hebben bedreven tegen een Jezusbeeld. Minstens even onwaarschijnlijk is de door een 21-jarige studente Bedrijfswetenschappen genoemde vrijpartij op vrijdagmiddag in de Heyendaalshuttle.

Harde cijfers
Gemiddeld kan de Nijmeegse student een lijstje van vijf verschillende sekspartners opdissen. Zes meisjesnamen sieren het rijtje veroveringen van de mannelijke student tegenover vier jongensnamen op die van de vrouw. Studenten die wensen hun seksuele ervaringen uit te bouwen, kan worden aangeraden lid te worden van een studentenvereniging. Zowel mannen als vrouwen lijken daar gemakkelijker te scoren: zeven sekspartners voor de man en vijf voor de vrouw. Bovendien heeft slechts 2 procent van de verenigingsleden nooit seks gehad, tegenover bijna 7 procent bij niet-leden. De biseksuele studenten blijken de beste versierders, zij hebben gemiddeld veertien verschillende sekspartners gehad.

Gebeurt al dit seksuele verkeer ook veilig? 60 procent van de Nijmeegse studenten doet het altijd met condoom. Eenvijfde liet eenmalig het rubbertje achterwege en nog eens eenvijfde neemt het regelmatig niet zo nauw met bescherming tegen soa’s. Homo’s, lesbiennes en biseksuelen trekken zich het meeste aan van de SIRE-reclame’s; allemaal zij zeggen het altijd veilig te doen. De soa-colleges die eerstejaars Geneeskunde volgen hebben hun vruchten afgeworpen; op het Universitair Medisch Centrum (UMC) wordt van alle faculteiten het minst zonder condoom gevreeën. Opvallend is dat bij Managementwetenschappen, waar men relatief het meest seks heeft van alle faculteiten, bescherming het frequentst wordt vergeten.

Doe-het-zelf Een niet te onderschatten vorm van seks is zelfbevrediging. Slechts 16 procent van de studenten slaat nooit de hand aan zichzelf. Op de bètafaculteit, waar de meeste maagden studeren, ligt de masturbatiegraad veruit het hoogst. Vrouwen weten beduidend minder vaak de weg naar hun eigen geslachtsdeel te vinden dan mannen. Ook veelplegers, die het dagelijks of meerdere keren per dag doen, zijn voornamelijk mannen. Opvallend is het positieve verband tussen een hoge masturbatiefrequentie en het doen aan anale seks en rimmen, het likken van de anus. De meeste respondenten masturberen old-school met hun handen. Een goede tweede bij de mannen is visuele stimulatie in de vorm van porno. Bij de vrouwen zijn de douchekop en de dildo of vibrator populair. Een 23-jarige studente Psychologie vertelt enthousiast: ‘De Pocket Rocket van Christine le Duc is echt een aanrader!’ Een veel genoemd hulpmiddel bij beide geslachten is fantasie: ‘Ik gebruik de binnenkant van mijn ogen.’

Kuis of kinky
De ultieme fantasie van veel mannen is meerdere vrouwen in hun hoogslaper ontvangen. Dit is echter niet voor iedereen weggelegd. Een trio, kwartet of een heuse gangbang staat niet op het ervaringenlijstje van veel studenten. Slechts 6 procent geeft aan ooit seks met meerdere participanten te hebben gehad. Er is wel potentieel voor de toekomst: 45 procent van de respondenten zou best eens meer dan één paar handen op zijn lichaam willen voelen. Meer dan de helft van de mannen ziet deze seksvorm wel zitten tegenover slechts een kwart van de vrouwen. Eén op de vijf studenten schuwt een scharrel van hetzelfde geslacht niet. Vrouwen zijn hier makkelijker in dan mannen. Een studente Pedagogiek (23) bekent: ‘Ik tong regelmatig met vriendinnen. Dat is voor mij gewoon plezierig en niet seksueel van aard.’ In Nijmegen viert kinky seks geen hoogtij. Slechts weinig respondenten blijken ervaring te hebben met extreme seksvormen. Een uitzondering daarop is anale seks. Bleek uit de ANS-seksenquête van 2003 nog dat maar 1 op de 100 studenten hieraan deed, uit deze vragenlijst blijkt dat 30 procent van de Radboudstudenten wel eens anale seks heeft bedreven. Blijkbaar is er een taboe doorbroken. Behalve dan op het UMC, waar het percentage anale seksers beduidend lager ligt. Wurgseks en het likken van andermans anus zijn echte no-go’s voor studenten evenals dierenseks, al zegt een 24-jarige student Rechten anaal te zijn genomen door een herdershond.

Met dank aan: Yolanda de Haan, Timo Pisart en Juliet van de Voort

 

 

Martini

Uit de Oude Doos: Johan van de Woestijne

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Duidelijkheid over KUNieuws.

Onder de meeste studenten zal Johan van de Woestijne momenteel bekend zijn als hoofd communicatie van de RU. Jarenlang was hij echter hoofdredacteur van KUnieuws, de voorloper van Vox. In de ANS uit november 1997 interviewde ANS Van de Woestijne wegens zijn tienjarige jubileum in het uitvoeren van deze functie. Het interview staat bol van de interessante uitspraken. Zo is de slotquote: 'Voorlopig vind ik het nog leuk op de universiteit' veelzeggend, aangezien Van de Woestijne meer dan dertien jaar later nog altijd werkzaam is voor de RU.

Interessantst is echter de passage over de onafhankelijkheid van KUnieuws. 'Ik zou het niet accepteren wanneer het CvB de journalistieke vrijheid van KUnieuws aan banden gaat leggen. Op dat moment moet ik m'n consequenties trekken en opstappen. Ik ben aangenomen bij een onafhankelijk universiteitsblad en daar sta ik voor. Bovendien is de universiteit ook gebaat bij een onafhankelijk blad. Wanneer dat vervalt komt de geloofwaardigheid van het College in het geding. Het CvB kan wel folders lezen, maar ze niet maken. Een krant uitgegeven door het CvB zou onleesbaar en oninteressant zijn.' In de tanende onafhankelijkheid van opvolger Vox, dat momenteel gecontroleerd wordt door Van de Woestijne zelf, zijn dit zeer opvallende uitspraken.

Lees hieronder het artikel uit de ANS uit november 1997.

'Ik weet waar ik voor sta'

Van de Woestijne één decennium bij KUnieuws

In 1987 klopte hij aan bij de KUN. Afkomstig van VPRO's Jonge Helden en het NOS-journaal, wilde Johan van de Woestijne een blad maken. Ambitieus als hij was, leek hem KUnieuws het perfecte medium om z'n journalistieke stempel op te drukken. Na tien jaar blikt de hoofdredacteur terug en kijkt hij in de toekomst van het Nijmeegse universiteitsblad.

Tekst: Kester Wagenvoort

'Wat ik van het blad vond?' Van de Woestijne lacht minzaam, zucht een keer en vervolgt serieus zijn verhaal. 'Tja, het kon wel anders. In de beginperiode van KUnieuws was het een mededelingenblad. Tegen de tijd dat ik er kwam was het in principe al een volwaardig universiteitsblad. De discussie die net gevoerd werd was of het blad al dan niet onafhankelijk moest zijn. Ik heb toen de garantie gekregen dat het blad onafhankelijk zou worden. Anders had ik het niet gedaan.' Johan van de Woestijne is zeker van zijn zaak. Sinds hij tien jaar geleden hoofdredacteur van KUnieuws werd, heeft hij het roer totaal omgegooid. Na een leuke periode bij VPRO's Jonge Helden, waar Van de Woestijne programmamaker was, volgde een saaie periode bij het NOS-journaal. Een organisatie die naar zijn mening niet openstond voor vernieuwing. Als oud-hoofdredacteur van weekblad Jeugdwerk Nu was het tijd om terug te keren naar de geschreven pers. Al direct na zijn aanstelling vond Van de Woestijne dat een aantal freelancers het redactiekantoor maar beter kon verlaten. Een slechte sfeer en vastgeroeste patronen zorgden voor een product waar hij zijn naam niet onder wilde zetten. Het was tijd voor iets nieuws. Eén van Van de Woestijnes credo's is dat mensen nooit ergens te lang moeten blijven zitten. 'Er heerste toen ik binnen kwam een zwartgallig doemdenken. Veel medewerkers van KUnieuws waren afgestudeerd en werkloos. Ze zaten elkaar in de put te praten. Die problematiek kwam dan vervolgens ook in de krant. Dat vond ik te veel van het goede. De moeilijkheden van de afgestudeerden moeten niet een stemming worden waarmee een blad ingekleurd wordt.' Het aantrekken van mensen 'met journalistieke capaciteiten' en het ontslag van anderen moesten KUnieuws op een nieuw spoor zetten. 'Het ontbrak de krant aan koers, hij was somber en wellicht wat nietszeggend. Daardoor had het blad ook nauwelijks gezag op de instelling. Een universiteitsblad is dan wel klein, maar kan wel een belangrijk orgaan zijn aan een universiteit.' Zijn grote ambitie als hoofdredacteur was om van KUnieuws het beste universiteitsblad van Nederland te maken. Tien jaar na dato dringt zich de vraag op in hoeverre dit gelukt is. Van de Woestijne weet precies waarin KUnieuws zich onderscheidt van de andere universiteitskranten. 'In KUnieuws wordt goed Nederlands geschreven. Er wordt ook veel aandacht besteed aan de achtergrondverhalen. Inhoudelijk denk ik dat wij meer dan welk ander universiteitsblad ook dicht op de instelling zitten. Niet frutsels en fratsels, het gaat ook ergens om. KUnieuws is één van de meest inhoudelijke bladen. Er staat weinig onzin in.' Waarom dit bij andere bladen minder waarheid zou zijn weet Van de Woestijne niet. Wel weet hij een belangrijke factor te noemen voor zijn KUnieuws-succes. 'Ik weet van mezelf waar ik voor sta. Ik heb hard onderhandeld bij de drukker en ook intern ben ik niet de makkelijkste. Als je oog hebt voor alle punten van een krant, dan zie je dat op een gegeven moment terug. Binnen je club moet altijd ruimte zijn voor vernieuwing. En ik weet niet of dat bij alle bladen hetzelfde is als bij ons.' Van de Woestijnes credo dat niemand ergens te lang moet blijven zitten, lijkt niet op hemzelf van toepassing. Vernieuwingen zijn er binnen KUnieuws veel geweest, maar wanneer wordt Van de Woestijne zelf vervangen? 'Ik kan nog steeds goed vernieuwen en weet mensen te enthousiasmeren. Maar op den duur komt daar sleet in. Ik hou mezelf constant in de gaten. "Ben ik nog wel scherp genoeg?" vraag ik mezelf dan af. En waarom ik zolang bij KUnieuws zit? Ik heb het er naar m'n zin. Ik heb een actief leven in Nijmegen.' Schoorvoetend geeft het hoofd van de krant toe dat er nog een andere belangrijke factor meespeelt in zijn lange carrière bij het universiteitsblad. 'Zo'n vijf jaar geleden kreeg ik twee kindjes. Eigenlijk voor mij precies een periode waarin ik van te voren had gedacht afscheid te nemen.' Hebben we hier te maken met een gesetteld man, huisje in de Ooijpolder en vastzittend aan de kids? Van de Woestijne denkt na en nuanceert: 'Ik wil alleen maar aangeven dat je niet zomaar de beslissing neemt iets anders te gaan doen. Er zijn meer zaken die richting geven aan je leven.' Naast de kinderen zijn er voor Van de Woestijne gelukkig nog andere drijfveren om zijn hoofdredacteurschap te blijven vervullen. 'Wanneer ik nu om me heen kijk, zie ik een spannende periode op de universiteit. Zeker ook omtrent KUnieuws. Er loopt een grootschalig extern onderzoek naar de communicatie op de KUN. Onderdeel daarvan is de positie van KUnieuws, dat naar het oordeel van het CvB niet geschikt is als spreekbuis naar het personeel.' Op zich niets nieuws onder de zon, het CvB aast op een personeelsblad dat gemaakt moet worden door de afdeling Pers en Voorlichting. Is Van de Woestijne bang dat zijn journalistieke onafhankelijkheid in het geding komt? 'Ik zou het niet accepteren wanneer het CvB de journalistieke vrijheid van KUnieuws aan banden gaat leggen. Op dat moment moet ik m'n consequenties trekken en opstappen. Ik ben aangenomen bij een onafhankelijk universiteitsblad en daar sta ik voor. Bovendien is de universiteit ook gebaat bij een onafhankelijk blad. Wanneer dat vervalt komt de geloofwaardigheid van het College in het geding. Het CvB kan wel folders lezen, maar ze niet maken. Een krant uitgegeven door het CvB zou onleesbaar en oninteressant zijn.' Het idee van een apart katern in KUnieuws, waarin het College haar hart kan luchten, ziet Van de Woestijne ook niet zitten. 'Ik denk dat het College niets te winnen heeft bij een werkgeverskatern. De formele informatie naar hun werknemers kan via KUNCIS (computernetwerk van de KUN, red.). Dat is genoeg voor de informatieplicht. Wat dan overblijft voor zo'n katern is een hoop promo-praat naar je personeel, en dat werkt volgens mij niet op een universiteit.' Toch wordt het onderzoek niet voor niets gehouden. Hoe ziet Van de Woestijne de toekomst van zijn blad dan tegemoet? 'Wat ik wil is wat dit betreft niet zo belangrijk. Uiteindelijk wordt de krant wel voor negentig procent betaald door de universiteit. Ik vind alleen dat wanneer je als CvB iets wilt, dan moet het ook werken. Je moet dan met goede argumenten komen, bijvoorbeeld waarom de huidige communicatie op de KUN niet werkt. Zolang dat niet helder is, ga ik niet praten over hoe het met KUnieuws verder moet.' Voorlopig ziet Van de Woestijne het als zijn taak om KUnieuws te blijven verbeteren. Op de vraag of studenten KUnieuws wel als hun blad herkennen leeft zijn enthousiasme weer helemaal op. 'Dat is hét probleem van een universiteitsblad. Statutair zijn we verplicht om aan alle doelgroepen binnen de universiteit te berichten. Wetenschappelijk personeel, niet-wetenschappelijk personeel en studenten. Dan moet je een keuze maken. Ik heb toen gezegd dat KUnieuws aan moet sluiten bij studenten, moet meegaan in hun taal, hun beeldtaal. En in dat proces zijn we eigenlijk een beetje blijven steken. Nieuwe rubrieken verzinnen, meer naar studenten toe schrijven. Overigens is het wat anders dan een krant alleen maar voor studenten maken. Wij willeen een blad zijn dat bericht over de primaire zaken aan de universiteit: onderwijs, wetenschap en maatschappelijk leven. Het profiel van de lezer is de student, wat het blad herkenbaar maakt. Een herkenbaar blad wordt door meer mensen gelezen dan de doelgroep alleen.' Over zijn eigen bestaan na KUnieuws denkt Van de Woestijne nauwelijks na. Voorlopig is hij nog niet weg te denken uit het Nijmeegs universiteitsblad. 'Misschien is het wél een idee om een jaar op "opfris-periode" te gaan. Zoiets in de trant van: "Van de Woestijne kap eens een jaar met dat hoofdredacteurschap en ga een verhaal schrijven over de universiteit." Dat zou wel aardig zijn.' Een verbintenis aan de universiteit lijkt dus onvermijdelijk. Is er dan niets buiten de KUN? 'Op z'n tijd kan nationale journalistiek best z'n charmes hebben. Daar moet je je echter niet op blind staren. Het gaat er uiteindelijk om dat je met een team saemn iets neerzet. Als dat lukt, dan blijf je, want dan is het interessant. Op het moment wordt er op regionaal niveau veel gedaan met televisie, Omroep Gelderland bijvoorbeeld. Dat kan boeiend zijn om te doen. Op het moment dat er iets moois langs komt, dan kan het zijn dat ik de overstap maak. Maar voorlopig vind ik het nog leuk op de universiteit.'

Zijn grote ambitie als hoofdredacteur was om van KUnieuws het beste universiteitsblad van Nederland te maken. Tien jaar later dringt zich de vraag op in hoeverre dit gelukt is.

Wat vinden de hoofdredacteuren van de andere universiteitsbladen van Van de Woestijnes KUnieuws?

Sjaak Priester, hoofdredacteur Folia, Amsterdam: 'Het is me bekend dat Van de Woestijne z'n eigen blad het beste noemt. Toch is een aantal KUnieuwsers al bij Folia komen solliciteren. Het blad komt nogal katholiek over en verder vind ik de vormgeving te pretentieus. Met veel visuele middelen een artikel aankondigen dat vervolgens niets om het lijf blijkt te hebben. De foto van De Promotie is inmiddels verkleind zag ik. Dat soort vernieuwing kan ik wel waarderen.'

Guus Termeer, hoofdredacteur van de Groningse universiteitskrant (UK): 'Qua vormgeving en lay-out is het een heel mooi blad. Wat ik het probleem vind van KUnieuws is dat ze de aansluiting met studenten mist. Van de Woestijne zet mijns inziens te hoog in. Jammer, want studenten zijn wel zo'n driekwart van je lezerspubliek. In de huidige "zap-cultuur" werken ellenlange artikelen niet goed.'

Fred Gaasendam, hoofdredacteur Cursor, TU Eindhoven: 'Qua uiterlijk vind ik het makkelijk om te roepen dat KUnieuws er beter uitziet dan het andere. Elke redactie heeft andere ideeën over wat mooi en leesbaar is. 'Om eerlijk te zijn: ik heb KUnieuws al maanden niet meer echt ingezien.'

Jelle Jeensma, hoofdredacteur Erasmus Magazine, Rotterdam: 'Ik vind het een geweldig blad. Echt fantastisch. Maar even serieus. Ik zou het blad eerst eens een paar keer grondig moeten lezen voor ik er een oordeel over kan vellen. De vluchtige indruk die ik ervan heb, is dat het een redelijk blad is.'

Hans Ariëns, hoofdredacteur Mare, Leiden: 'Van de Woestijne verkondigt al jaren dat hij het beste universiteitsblad maakt. Ik geloof daar niet zo in. KUnieuws schrijft niet voor studenten, terwijl een universiteitsblad die groep wel moet bereiken.'

 

Martini

Uit de Oude Doos: Dienstplichtontduiken

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Mijden van militaire dienst

De mannelijke studenten onder ons zullen hem ongetwijfeld eens op de mat hebben gevonden: de dienstplichtbrief. Hoewel sinds 1997 de dienstplicht officieel is opgeschort, krijgt elke 17-jarige jongen nog steeds een melding dat hij hiervoor is ingeschreven, maar niet opkomstplichtig is. Binnen de VVD en ook in de krijgsmacht wordt door sommigen gesproken over herinvoering van de opkomstplicht, ‘vanwege de zware belasting op het beroepsleger door de vele uitzendingen naar conflictgebieden’. Mocht het wellicht met dit kabinet zover komen, grijp dan terug op de lessen uit het verleden. Overdrijf die lichamelijke onvolkomenheid, veins een psychische afwijking of beroep je op ernstige gewetensbezwaren. ANS bundelde in 1986 al het scala aan ontsnappingsmogelijkheden in het artikel ‘Dienstplicht?’.

Lees hieronder het artikel uit de ANS van 1986

Dienstplicht?

Een poging tot inleiding en interesse opwekking. Je hoeft geen politiek-geïnteresseerde of radikalinski te zijn om over bepaalde zaken die als noodzakelijk gezien worden, na te denken. Voor veel studenten speelt bij de studie en de gedachten over ‘wat daarna?’, het leger een rol. Nog heel wat jongens zullen na hun studie de militaire dienst in moeten. Onder die groepen zullen er zijn, die dat zonder meer in hun toekomst inpassen: na de universiteit eerst 14 maanden in dienst. En dan hebben we het nog niet eens over diegenen die niet meer van studierichting kunnen veranderen, hun studietempo moeten aanpassen of in zeldzame gevallen zelfs moeten stoppen omdat de Dienst hen opeist! Alles bij elkaar op zich al reden om hierover na te denken. Maar er kleven veel meer bezwaren aan de militaire dienst en het vervullen van je diensttijd binnen ’s lands armee is beslist niet de enige oplossing.

Tekst: Rogier Demmink

‘Ik weiger me te laten opleiden om medemensen te doden.’ ‘Ik wens niet aan een organisatie mee te doen waar eigen verstand en wil niet tellen, maar slechts het bevel van iemand die zich ‘mijn meerdere’ noemt.’ ‘Ik wil niet vechten tegen een communistisch land.’ ‘Het leger is zinloos en geldverslindend; de grote vernietigingswapens hebben het bestaan van soldaten nutteloos gemaakt.’ ‘Niemand, ook de staat niet, kan mij érgens toe dwingen. Ik ben een vrij mens.’ ‘Ik ben tegen het gebruik van atoomwapens.’ Enzovoort, enzovoort. Verklaringen die bezwaren uitdrukken tegen het militaire apparaat, tegen de dienstplicht, tegen het leger, tegen de staat of zelfs tegen de hele Westerse beschaving. Bezwaren voortkomend uit ‘geweten’ en/of politieke overtuiging, of is dat hetzelfde? In elk geval ernstige bezwaren. Het is dan ook zeker nuttig om hier je gedachte over t laten gaan. Gelden die bezwaren ook voor jou? Hoe zwaar wegen ze dan en in hoeverre doe je er iets mee? Of ben je van mening dat iedereen zich ervoor moet inzetten om anderen van die bezwaren te overtuigen?

En wat doe je dan?

Je kunt natuurlijk besluiten dat er voor jou geen bezwaren bestaan en veertien maanden soldaatje gaan spelen. Je kunt dat ook doen omdat je denkt dat je iets anders niet aankunt of aandurft: dat gewoon in dienst gaan voor jou het gemakkelijkst is. Jammer. Dan zijn er mensen die zich ‘laten’ afkeuren. Lekker makkelijk. Je wordt bijvoorbeeld afgekeurd op één of andere lichamelijke onvolkomenheid: echt, overdreven of fictief. Je kunt je ook zodanig gedragen dat men denkt dat je écht gek bent, dan krijg je een S5. Denk er dan wel over na of je niet vlucht voor de beslissing én of dat afkeuren misschien later, mocht je ooit een baan zoeken, vervelende gevolgen zou kunnen hebben (zeker een S5). Vaak wordt een beroep gedaan op de Wet Gewetensbezwaren. Deze wet is voor jou de moeite waard als je denkt dat het volgende op jou van toepassing is: ‘Onoverkomelijke gewetensbezwaren tegen de persoonlijke vervulling van militaire dienst, in verband met het gebruik van middelen van geweld, waarbij men door de dienstvervulling bij de Nederlandse Krijgsmacht kan worden betrokken.’ (uit de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst-rd). Voel je je hierdoor aangesproken, dien dan zo spoedig mogelijk een verzoek tot erkenning in; de erkenningsprocedure kán anderhalf jaar in beslag nemen. Als je erkend wordt (wat toch vrij vaak het geval is), word je voor achttien maanden en twintig dagen tewerk gesteld in één of andere baan. Zeker als je van te voren een ‘passende werkkring’ hebt gezocht, is niet alleen de procedure makkelijker te doorlopen, maar kan dat ook een hele goede manier zijn om een vaste betrekking te vinden. Steeds vaker vraagt men voor allerleiwerk een erkend gewetensbezwaarde (goedkoop!) en het komt voor dat zo iemand na de vervulling van de ‘plicht’ bij de betreffende instantie blijft werken. Maar ook hier zijn weer bezwaren aan te wijzen. Lees eens goed wat er in die officiële tekst staat: ‘gewetensbezwaren’, ‘persoonlijke’, ‘middelen van geweld’. Het gaat dus puur en alleen om individuele bezwaren tegen geweld. Met bedenkingen tegen het je laten bevelen, wordt het al moeilijker en als je iets tegen het militarisme zelf hebt of tegen de hele maatschappij kun je het wel vergeten. ‘Ik weiger dienst. Ik weiger mijn lichaam te laten gebruiken voor vage oorlogsgeesten, ik weiger een opleiding te krijgen als moordenaar. Ik weiger mee te doen aan het systeem dat dit sanctioneert’ (Stephan Kraan, de muesli bloeit. Dagboek van een totaalweigeraar, Amsterdam, 1982). Aan het woord is een totaalweigeraar. Weiger je iedere vorm van dienst, dus ook vervangende dienst, dan riskeer je 18 maanden cel. Deze bewuste keuze kan gemaakt zijn naar aanleiding van een aantal overwegingen. Meestal komen deze neer op bezwaren tegen het hele militaire apparaat én tegen het vervullen van wat voor verplichte dienst dan ook. Sommige mensen menen namelijk dat als je een beroep doet op de Wet Gewetensbezwaren je toch aan het systeem meewerkt.

Een reden om totaal te weigeren kan ook zijn dat je niet als gewetensbezwaarde bent erkend. De nadelen van gevangenisstraf spreken voor zich, maar er zijn voordelen te noemen. Ten eerste handel je naar eigen geweten door in het geheel niet mee te werken aan het militarisme, noch aan het systeem. Ten tweede breng je zo naar veel kanten je bezwaren over: naar militaire instanties, naar de politie, naar rechters en, als de publiciteit meezit, ook naar Jan Modaal en Tante Truus. Je moet wel sterk in je schoenen staan lijkt me. En veel vrienden heben. Een andere manier om ‘de rest’ aan het denken te zetten over het systeem en/of de vanzelfsprekendheid van militaire dienst, is door wél in dienst te gaan en binnen de dienst constant je protest uit te drukken en vorm te geven door weigeren, discussies, etc. Reken er maar op dat van al die Gezonde Hollandse Jongens veel tegenstand komt en dat je wel met allerlei disciplinaire straffen te maken zult krijgen. Maar je kunt altijd steun zoeken bij de soldatenvakbond VVDM of bij eventuele gelijkgezinden. Als je het welletjes vindt kun je alsnog een beroep doen op de Wet Gewetensbezwaren.

Tsja... Het verhaal zal wel niet compleet zijn, maar misschien heeft het er iemand toe gebracht stil te staan bij het verschijnsel militaire dienst. Voor meer informatie is er de Vredeswinkel (In de Betouwstraat 9) en daarnaast is het de bedoeling dat er een soort infromatiebalie ontstaat ‘voor alle gezindten’, waarvoor het AKKU de faciliteiten kan bieden. Voorlopig kun je daar terecht voor eventuele vragen/discussies én allerlei informatieve folders, of vragen naar Rogier Demmink. Adres AKKU: Th. v. Aquinostraat 2, tel. 515477.

 

Eline Huisman

Uit de Oude Doos: Computergebruik anno 1991

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Computergebruik anno 1991

Tegenwoordig heeft elke student internet op zijn of haar kamer. Dat is niet altijd zo geweest. In 1991 hadden maar vijfentachtig (!) studenten aansluiting op ‘de universiteitscomputer’. En dat terwijl de mogelijkheden zich niet beperkten tot ‘electronische brieven’ en gratis software zoals WordPerfect. Dat laatste werd toentertijd beschouwd als een ‘beroemd computerprogramma’.

Het dan net opgerichte Surfnet strijdt vurig voor meer internettoegang voor studenten. Toenmalig directeur Boudewijn Nederkoorn breekt een lans voor netwerkgebruik onder studenten: ‘Wij geloven in het medium. Als de huur van de voorzieningen eenmaal betaald is maakt het ook niet uit hoeveel mensen er van het netwerk gebruik maken.’ Studenten die niet over een aansluiting thuis beschikten konden altijd nog gebruik maken van de terminals op de universiteit. Die waren aangesloten op ‘computers van een veel groter kaliber dan de peeceetjes die je elders vindt.’

Het adagium ‘De RU is gewoon heel erg goed!’ blijkt dus van alle tijden te zijn.

Lees hieronder het volledige artikel uit de ANS van 1991

Computernetwerken: Wie tot tien kan tellen...

Computers zijn voor veel mensen nog enge dingen. Geldt dat ook voor de netwerken die deze moderne machines vaak verbinden? ‘Ik krijg een compleet ander beeld van de werkelijkheid als ik vijf uur lang de hele wereld ben rondgereisd via mijn beeldscherm’, aldus sociologiestudent en netwerkgebruiker Alfred Heitink.

Tekst: Branko Collin

De maatschappij schijnt tegenwoordig niet zonder computers te kunnen. Dat zullen veel studenten beamen die de machine al voor talloze werkstukken hebben gebruikt. Op de universiteit zijn er mogelijkheden om je teksten op een PC in te typen en te printen. De universiteit en ook de door studenten gerunde stichting EDIT leveren die service. De student die naar deze computers op zoek gaat loopt kans iets vreemds te ontdekken: sommige computerruimtes zitten tjokvol typende mensen en andere worden nauwelijks bevolkt. De reden is eenvoudig. Voor de computer-terminals in die lege ruimtes heb je een wachtwoord en een user-id, een soort pincode, nodig om er mee te kunnen werken. Deze terminals zijn namelijk aangesloten op computers van een veel groter kaliber dan de peeceetjes die je elders vindt. Met deze computers is electronic mail mogelijk. Dit houdt in dat je van achter het beeldscherm via een uitgebreid netwerk van satellieten en telefoonlijnen met computers over de hele wereld kunt communiceren.

Golfoorlog

Computerkraker (‘hacker’) en student sociologie Alfred Heitink gebruikt nòg een mogelijkheid: electronisch discussiëren. Omdat gepraat op computer- en telefoonbabbelboxen vaak ontaardt in oeverloos geblabla werkt men hier met brieven. De gebruiker kan dan zijn gedachten beter formuleren. Om te zorgen dat de gebruiker brieven kan lezen die hem interesseren, zijn de ‘discussieboxen’ naar onderwerp ingedeeld. Alfred: ‘Zo kom je heel snel in contact met mensen aan de andere kant van de wereld die met hetzelfde (wetenschappelijke) probleem bezig zijn als jij.’ Toch heeft de gewone babbelbox ook zijn voordelen. Alfred: ‘Op het moment dat ik hoorde dat de Golfoorlog was uitgebroken heb ik onmiddellijk mijn computer aangezet en via mijn modem contact gemaakt met de universiteitscomputer. Vervolgens heb ik het internationale netwerk opgezocht. Je zag het aantal gebruikers met de minuut toenemen. Iedereen wisselde informatie uit. Vaak werden berichten van de televisie in de diverse landen letterlijk doorgegeven. Op zo’n moment voel je je echt lid van een wereldgemeenschap.’ De mogelijkheden van de netwerken zijn fascinerend. Maar hoe komt een student aan een toegangscode voor de betreffende computers? Vaak moet hij die bij zijn studierichting aanvragen en ook redenen geven waarom hij die toegang nodig heeft. Het wordt hem of haar dus niet echt gemakkelijk gemaakt. De heer Nederkoorn is directeur van Surfnet B.V. Deze organisatie levert Nederlandse universiteiten, hogescholen en onderzoekscentra de technische mogelijkheden (kabels in de grond) om aansluiting te krijgen met het nationale en internationale net. Nederkoorn: ‘Nederland loopt achter als het gaat om netwerkgebruik door studenten. Voor de universiteiten zijn de kosten vaan het struikelblok. Dat is een betreurenswaardige zaak. Surfnet is óók voor studenten opgericht. Kijk maar naar Amerika om te zien hoe het wèl kan. Studenten gebruiken daar electronische post om elkaar over van alles op de hoogte te houden. Van berichten met een wetenschappelijke strekking tot briefjes om te melden dat ze even gaan volleyballen. Wij geloven in het medium. We proberen alle hindernissen weg te nemen. Als de huur van de voorzieningen eenmaal betaald is maakt het ook niet uit hoeveel mensen er van het netwerk gebruik maken. De universiteiten hoeven het om die kosten niet te laten.’ Eén Nijmeegs initiatief om studenten met netwerken kennis te laten maken is echter al in een ver gevorderd stadium. In de Nijmeegse studentenflats Hoogeveldt en Proosdij krijgen vijfentachtig studenten aansluiting op de universiteitscomputer. Directeur Derks van de Stichting Studenten Huisvesting Nijmegen: ‘Het gaat hier om een experiment van het Ministerie van Economische Zaken. De flats worden via de kabel met Surfnet verbonden. De Stichting heeft in de meeste van haar gebouwen zogenaamde retourvoorbereide kabels laten aanleggen. Dat zijn kabels waardoor signalen van en naar de flats gestuurd kunnen worden.’ De mogelijkheden beperken zich niet tot het sturen van berichtjes en brieven. Voor allerlei merken computers kunnen ook programma’s worden verstuurd. Om dit nog interessanter te maken probeert een zusterorganisatie van Surfnet, Surfdiensten b.v., te bemiddelen bij het verkrijgen van rechten van beroemde computerprogramma’s. Zo kunnen medewerkers en studenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen al dBase en Wordperfect gratis via het Universitair Reken Centrum bemachtigen.

Hackers

Ook voor hackers vormt een netwerk een waar paradijs. Alfred Heitink: ‘Hacken is het doorgronden van technologie. Dat hoeft niet per se op computers te slaan. Iemand die creatief omgaat met telefoonschakelingen is ook een hacker.’ De heer Nederkoorn, die natuurlijk bewaker van zijn netwerk moet zijn, geeft een negatiever beeld van het fenomeen: ‘Een hacker trekt zich niets aan van formele, maar alleen van technische grenzen. Er zijn verschillende soorten hackers: de nette en de niet-zo-nette. Er is een hackerscode die zegt dat een kraker zijn visitekaartje achter moet laten wanneer hij heeft aangetoond dat een systeem slecht beveiligd is. Hij of zij laat de computer en de programma’s die er op draaien verder ongemoeid. Maar niet iedereen houdt zich aan die code. Laatst moesten we ons eigen systeem weer helemaal opbouwen omdat een hacker had huisgehouden. De wereld van netwerken lijkt fascinerend. De computernetwerken zijn een mogelijkheid om geografische afstanden te omzeilen vanachter je toetsenbord. Voor studenten is het echter moeilijker om de jaren negentig in te stappen. Slechts vijfentachtig Nijmeegse studerenden worden in staat gesteld om het komende studiejaar met het nog nieuwe decennium op gepaste wijze kennis te maken.

 

pieter.hengst

Uit de Oude Doos: ANS duikt in Nijmeegse hennepcultuur

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Nederwiet genieten in Nijmegen

Studenten mogen in 2011 naarstig op zoek gaan naar lucratieve bijbaantjes om de studielasten te dragen die met Kabinet Rutte naar torenhoogte zullen stijgen. Een wijze raad uit het verleden biedt mogelijk uitkomst. Anno 1992 wist toenmalig student Pieter zijn beëindigde studiebeurs effectief te compenseren: hij verkocht een kilo van de oogst van zijn zelfverbouwde marihuana. De verkoop ging hem aan het hart: ‘De natuur schenkt me deze overvloed. Ik hoef niets anders te doen dan te genieten en de planten te verzorgen; de zon, de aarde en de regen doen de rest. Waarom zou ik het dan verkopen?’ Toch bleek zijn handel een verstandige zet: het leverde hem tweeduizend gulden op. ANS sprak Pieter destijds in Doornroosje tijdens de zogenaamde ‘wiettopverkiezingen’, waar de nieuwe oogst gevierd werd en doe-het-zelvers hun Nederwiet onder het deskundige oog van een vakjury konden brengen. Een inkijkje in de Nijmeegse hennepcultuur van 'tweeënnegentig'.

Lees hieronder het volledige artikel uit de ANS van december 1992.

Het magisch Kruid

‘Maakt niet uit, joh! We zijn tòch allemaal stoned!’ Een pezige dertiger wordt door de bandleden het podium van Doornroosje opgetrokken. Het publiek van dit wietoogstfeest, dat merendeels bestaat uit jongere mensen, kijkt toe, drinkt, danst en rookt. Een schets van de hennepcultuur anno tweeënnegentig.’

Tekst: Jan Maurits Schouten Illustratie: Herman Roozen

‘Rond mei begin je met kiemen,’ zegt Pieter, die twee toppen van zijn zelfverbouwde marihuana laat meedingen in de wiettopverkiezingen. ‘Je legt een laagje WC-papier in een bakje, nat maken, zaadjes erop, nog een laagje, enzovoort. Na een paar weken kun je de uitgelopen zaadjes in kleine potjes uitzetten. Als de vorst uit de grond is kunnen ze naar buiten, in de volle grond.’ Pieter studeert, maar ontvangt geen studiebeurs meer. Een kilo van zijn beste oogst heeft hij dit jaar verkocht. Het leverde hem tweeduizend gulden op. ‘Dat verkopen ging me wel aan het hart,’ zegt hij, ‘maar het is toch ook wel goed zo. Tot dit jaar heb ik steeds gezegd: ‘de natuur schenkt me deze overvloed. Ik hoef niets anders te doen dan te genieten en de planten af en toe te verzorgen; de zon, de aarde en de regen doen de rest. Waarom zou ik het dan verkopen?’ Ik gaf dus heel veel weg, op feestjes, aan vrienden. Maar ondertussen bleef ik wel met een enorme voorraad zitten. En als je zoveel wiet in huis hebt, ga je ook steeds meer blowen. Ik wilde er dit jaar nu eens in één keer van af zijn.’

Cannabis sativa hollandica
Dat laatste lukte hem maar gedeeltelijk, want lang niet alle cannabis sativa hollandia is tegenwoordig verkoopbaar. Een paar van Pieters planten leverden een Nederwiet waar je wel stoned van wordt, maar die er niet lekker uitziet. Daar is de markt nauwelijks in geïnteresseerd. Hans, student rechten, teelde dit jaar ‘skunkwiet’ waarvan hij van te voren al wist dat die zesduizend gulden per kilo zou opleveren. ‘Dat was echte produktiewiet,’ zegt hij. ‘Het waren klonen, allemaal genetisch identiek aan de moederplant. Daardoor was het vet-gehalte, de dikte van de toppen en zelfs, bij benadering, de oogstdatum van tevoren al bekend. En dat is wat de handelaren willen: berekenbare, stabiele, hoge kwaliteit.’ Over hun afnemers willen of kunnen Pieter en Hans niet veel zeggen; de markt voor Karelsteedse Nederwiet blijkt uit allerlei anonieme tussenpersonen te bestaan. ‘De meeste wiet uit Nijmegen schijnt naar Amsterdam te gaan,’ weet pieter nog te vertellen. De grote zaal van Doornroosje is stijlvol ingericht. Als de band niet speelt dendert audiofonische muziek door de ruimte. Er wordt opvallend veel oude muziek gedraaid: Led Zeppelin, The Doors en Pink Floyd. Voor de oudere jongere achter de draaitafel zal dit wel èchte blow-muziek zijn. Daarnaast draait hij natuurlijk ook die andere muziek waarop het zo goed stoned-worden is: reggae. Er zijn maar weinig rastafari om ervan te genieten. Op een grote muur worden doorlopend fragmentarische filmbeelden vertoond van een langharig jongmens. Ongetwijfeld authentieke opnamen uit de jaren zeventig. In de theaterzaal wordt alwéér die film over Woodstock vertoond. ‘Dance or Die’ is het house-achtige motto van deze avond, waaraan slechts weinigen uitvoering geven. Mensen gaan in groepjes op de grond zitten, maar ‘relaxed’ wordt de sfeer niet echt. Daarvoor staat de muziek ook wel erg hard er zijn er teveel mensen.

Foetushouding
Ans heeft geen zin om te dansen. ‘daar ben ik een beetje te stoned voor,’ zegt ze, terwijl ze een stikkie van haar buurman overneemt. ‘ik ben al sinds gisteren permanent high. Dàt was heftig: er kwamen twee vrienden bij me op bezoek, die het meteen op een blowen zetten. Na een paar jointjes wedde er één dat hij binnen tien minuten vijf blowtjes kon draaien. Dat lukte, en wel zò goed, dat hij er -binnen de tijd- nog eentje bij draaide. Die zes jointjes hebben we toen in hoog tempo opgerookt. Mijn ene vriend werd steeds stiller, praatte of bewoog uiteindelijk helemaal niet meer. De ander kroop in een foetushouding op de grond en riep iets over duivels, of zo... Ik ben zelf ook op de grond gaan liggen, ik wilde alleen nog maar slapen, maar ik kon me niet oprichten om naar bed te gaan. Vijf uur later werd ik wakker en ben ik snel in bed gekropen. Ik denk dat ik even bewusteloos ben geweest. Zou dat nou ‘out-gaan’ zijn?’

Het lijkt erop alsof de cultuur van het blowen zich heeft verplaatst. Waren het vroeger de jongerencentra waar je de gedroogde hennep tot je nam en de extase beleefde, tegenwoordig lijkt iedereen zijn eigen groepje liefhebbers te hebben waarmee thuis, in besloten kring, wordt geëxperimenteerd. Het wietoogstfeest is gewoon een feest waar veel geblowd wordt. ‘Ik had me toch iets anders voorgesteld,’ zegt Pieter. ‘Meer een echte viering, een beetje mystiek, enzo... Dankbaarheid voor de vruchtbaarheid van moeder aarde, grote waterpijpen, performances... Dit lijkt wel een gewoon studentenfeest.’ Jimi heeft zich het magisch kruid al de dag vóór het feest in grote doses toegediend. Het was zijn verjaardagsfeest. ‘Ja, tè gek man... Om een uur of elf hebben we de muziek afgezet en zijn we gaan spelen. Er waren een paar gitaren, een viool... ’t was een hartstikke toffe sfeer, wel... en wiet in overvloed.’ Jimi heeft meerdere zakjes cadeau gekregen, die hij allemaal bij zich heeft. Enkele van de verjaardagsgasten zijn ook meegekomen. Vanmiddag zijn ze alweer met blowen begonnen. Tussen de honderden bezoekers dwalen een paar ludiek bedoelde figuren wat doelloos rond. Een oude heks met een bochel biedt mensen appels aan, een zeer Amerikaanse toerist schiet plaatjes, er is ook een koningin met een schitterende kroon. Moedig proberen ze de bezoekers in hun spel mee te trekken, maar er ontstaat nooit een echt grote oploop om hen heen. De formule van dit feest: harde muziek, verhindert echte communicatie. Dan volgt de uitslag van de wiettopverkiezing. Een duidelijk onder invloed verkerende voorzitter tracht uit te leggen hoe zorgvuldig er door de jury is beoordeeld: kleur, smaak, vetgehalte en uiterlijk zijn nauwgezet, soms met behulp van microscopen, beoordeeld. Het hele selectieproces is bovendien op video gezet en kan in de hal van Doornroosje bekeken worden.

Kattepis
De voorzitter constateert dat de kwaliteit van de wiet op hetzelfde -hoge- niveau als vorig jaar is gebleven. Eerst reikt hij echter een poedelprijs uit voor de slechtste inziending, een hennepprodukt dat naar kattepis stinkt. Hij wijst erop dat die geur afkomstig kan zijn van een landbouwbestrijdingsmiddel; ‘en dat is niet zo gezond.’ De winnaars zijn anoniem, dus moeten we van de jury maar aannemen dat zij werkelijk de beste wietboeren zijn. Pieter heeft niets gewonnen. ‘Hij noemden wel mijn beide toppen als zijnde van een serieuze kwaliteit,’ zegt hij, ‘maar één van mijn twee nummers noemde hij ook nog expliciet als teleurstellend in smaak. Daar kan hij wel eens gelijk in hebben; ik woon vlak bij een waspoederfabriek en ik heb al vaker gehoord dat mijn wiet naar zeep smaakt. Mij valt het niet zo op, maar ik rook dan ook al jaren bijna uitsluitend van die planten.’ Even na de verkiezingen -de disc-jockey heeft het volume weer op maximaal gezet- staat Ans, met een glazige uitdrukking in haar ogen, tegen het podium geleund naar de dansende mensen te kijken. ‘Toch moet je niet vergeten dat het ook gevaarlijk spul is,’ mompelt ze. ‘Ik ken heel wat mensen die door de wiet paranoïde, depressief of zelfs psychotisch zijn geworden. Blowen versterkt het gevoeld at je hebt, dus als je neerslachtig bent word je door het blowen nòg somberder.’ Veelroker Pieter is het gedeeltelijk met haar eens: ‘Ik ken ook voorbeelden van mensen van wie je gerust kunt zeggen dat ze verslaafd aan het spul zijn geraakt,’ zegt hij. ‘Maar ikzelf heb geleerd met de bedwelming om te gaan. Als ik stoned ben en er komt een nare gedachte in me op, dan wuif ik die gewoon weg. Maar niet iedereen kan dat. Je kunt er rare dingen van gaan doen. Daar staat tegenover dat ik ook mensen ken die het als een soort therapie-hulpmiddel hebben gebruikt om bepaalde psychische blokkades te doorbreken. Die mensen zeggen dat de cannabis hen geholpen heeft. Uiteindelijk kun je er nooit achter komen wat anderen meemaken als ze stoned zijn, je moet het zèlf ervaren... of niet.'

 

Eline Huisman