Uit de oude doos: Who's your daddy?

Iedere maand rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Who’s your daddy?

Met de demonstratie tegen het leenstelsel in het verschiet, staan de kosten van en bezuinigingen op het hoger onderwijs meer dan ooit in het daglicht. Veelgehoorde vragen zijn of het leenstelsel de toegankelijkheid van het onderwijs niet te veel gaat aantasten, of de kwaliteit wel beter gaat worden en of dit tegen de hogere kosten voor studenten opweegt. Het is vanzelfsprekend niet de eerste keer dat er veel rumoer is om hervormingen. In november 2002 demonstreerden zo’n achtduizend studenten tegen de geplande bezuinigingen. Of op het Malieveld twaalf jaar later ook zoveel studenten komen opdagen tijdens de demonstratie tegen het leenstelsel, is nog de vraag.

ANS verzamelde in 2002 reacties over de bezuinigingen die niet haalbaar zouden zijn in combinatie met de doelstelling om het onderwijs te internationaliseren, van oppositiepartijen tot rector magnificus Kees Blom. ‘Alle studenten moeten gelijke kansen krijgen. Hogere collegegelden impliceren selectie op basis van inkomen. Dan krijg je alleen maar rijkeluiskindjes als dokter. Als we echter gedwongen worden staan we machteloos’, aldus Blom in de december-ANS van 2002.

Lees hier het artikel uit de december-ANS van 2002:

Achtduizend studenten dromden op 12 november samen in Amsterdam om te protesteren tegen de geplande bezuinigingen op het hoger onderwijs. Universiteiten, vakbonden en politieke partijen ondersteunen dit initiatief van het Platform 12 november. Kees Blom, rector magnificus van de KUN, voelt de problemen al aankomen: ‘ Straks worden alleen rijkeluiskindjes nog dokter.’

Tekst: Pieter van den Haak en Wouter Sanderse Illustratie: Michel ter Haar

Who’s your daddy?

Nagenoeg alle kabinetten hebben de afgelopen twintig jaar bezuinigd op het hoger onderwijs. In de onderwijsparagraaf van het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende wordt deze lijn doorgetrokken. Ondanks de val van het kabinet, zullen de bezuinigingen van het 385 miljoen euro hoogstwaarschijnlijk worden doorgevoerd. De kans is immers groot dat de VVD en het CDA na de verkiezingen op 22 januari doorregeren. Staatssecretaris Nijs staat desondanks voor een moeilijke zaak: ze moet de geplande bezuiniging zien te combineren met de nagestreefde internationalisering van het hoger onderwijs.

Volgens velen zijn deze plannen onverenigbaar. Op 12 november jongstleden trokken ongeveer achtduizend studenten naar het Museumplein om openlijk het kabinetsbeleid in twijfel te trekken. Talloze anderen hebben op de site van het Platform een manifest ondertekend. Tamira Combrink (19), studente Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en woordvoerster van het nationaal platform: ‘De kwaliteit, toegankelijkheid en onafhankelijkheid van het hoger onderwijs staan op het spel. Studenten moeten daarom duidelijk van zich laten horen.’

Rijkeluiskindjes

Demissionair staatsecretaris Annette Nijs (VVD) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) heeft sinds haar aantreden in een drietal toespraken haar ideeën gepresenteerd. Nederlandse universiteiten en hogescholen zullen moeten inspelen op de belangrijkste trend op hoger onderwijsgebied: de groeiende internationale concurrentie tussen onderwijsinstellingen. Om deze concurrentieslag te winnen, heeft Nijs drie speerpunten geformuleerd. Ten eerste moeten universiteiten topopleidingen gaan aanbieden, om te voorkomen dat Nederland een kennisachterstand opbouwt. Deze topopleidingen kosten echter meer dan normale studies. Studenten zullen ter compensatie extra collegegeld moeten betalen om deze opleidingen te kunnen volgen. De staatsecretaris heeft meerdere malen verkondigd deze collegegelddifferentiatie niet te schuwen. Prof. Dr. C.W.P.M. Blom, rector magnificus van de KUN, is hier faliekant tegen: ‘Alle studenten moeten gelijke kansen krijgen. Hogere collegegelden impliceren selectie op basis van inkomen. Dan krijg je alleen maar rijkeluiskindjes als dokter. Als we echter gedwongen worden, staan we machteloos.’ Ten tweede moeten hogere onderwijsinstellingen zich meer van elkaar gaan onderscheiden. Als Nederlandse universiteiten zich specialiseren en dus veel expertise op één vakgebied krijgen, zijn ze ook aantrekkelijker voor buitenlandse studenten. Voor hen wordt het namelijk steeds eenvoudiger om met behulp van de BAMA-structuur en via het internet opleidingen met elkaar te vergelijken, volgens de staatssecretaris. De staatssecretaris vindt dat hogescholen en universiteiten niet langer met elkaar moeten wedijveren. Integendeel, door samenwerking zouden ze betere opleidingen kunnen aanbieden. Het derde speerpunt richt zich daarom op het bevorderen van fusies. Volgens Blom zijn fusies echter een ongewild uitvloeisel van de BAMA-structuur: ‘Zowel de invoering van de BAMA-structuur als de bevorderingen van fusies zijn bezuinigingsmaatregelen. Bezuinigingen zijn de drijfveer van dit kabinet. In vergelijking met andere Westerse landen staat Nederland met haar uitgaven aan onderwijs bijna op de laatste plaats. De Nederlandse samenleving zal uiteindelijk de rekening gepresenteerd krijgen in de vorm van minder goed opgeleide mensen’.

Bijbetalen

Geïnspireerd door het regeerakkoord en de op de hand zijnde heeft Nijs de afgelopen maanden een keur aan voorstellen gepresenteerd. Zo stelt de staatsecretaris op 5 november in de Volkskrant voor om de overheid niet langer tweede en derde studies te laten financieren. De financiële problemen van het kabinet zijn volgens haar zo groot, dat de overheid niet langer onbeperkt studies kan financieren. Nijs: ‘ Het is een taak van de overheid de eerste studie te betalen, zodat hij klaar is voor de arbeidsmarkt. Daar moet het bij blijven. ‘ Het gevolg is dat tien procent van de universitaire studenten minstens vijfhonderd euro per jaar extra uit eigen zak moet betalen. Blom ziet er weinig heil in: ‘ Voor studenten met een dubbelstudie zoals Bedrijfskunde en Rechten is dit een ramp. De plannen gelden ook voor HBO-doorstromers. Het onderwijs verschraalt als universiteiten voor HBO-instromers geen vergoeding meer ontvangen. Onlangs meldde Nijs dat ze het opmerkelijk vond dat de Nederlandse overheid masters bekostigt. Hierbij verwees ze naar de situatie in het Engelse hoger onderwijs, waar vee studenten direct na hun bachelor’ degree een baan zoeken en de master achterwege laten. Ze suggereert hiermee dat drie jaar gesubsidieerd onderwijs meer dan genoeg is om studenten op het bedrijfsleven voor te bereiden. De staatssecretaris heeft niet alleen maar slecht nieuws voor studenten. Zo zegde ze meerdere malen toe het collegegeld in ieder geval niet te verhogen. Het aantal topstudies dat hierop een uitzondering vormt, zou beperkt blijven, beloofde ze plechtig.

Oppositie De actievoerders van het platform zijn erg blij met de steun die ze hebben ontvangen. Universiteitsorganisaties, (studenten-)vakbonden en verscheidene politieke partijen hebben zich loyaal verklaard aan het manifest. Combrink: ‘ Hoe meer mensen het met ons eens zijn hoe groter onze invloed is. We hebben geprobeerd partijen te dwingen een standpunt in te nemen. In januari kunnen de studenten hen daarop afrekenen.’ De oppositiepartijen D66, PvdA, GroenLinks en de SP hebben het manifest in aanloop naar de staking ondertekend. In hun verkiezingsprogramma’s lieten de PvdA, GroenLinks en de SP al weten zich serieus zorgen te maken. D66-fractievoorzitter Thom de Graaf heeft zich in de media uitvoeriger uitgelaten over het hoger onderwijs. Hij bleek geen goed woord over te hebben voor de recente proefballonnetjes: ‘Nijs vindt dat Nederlandse studenten maar wat minder moeten studeren, want studeren kost geld. Echt liberalen zien onderwijs als investering, niet als kostenpost.’ D66 vindt daarom dat studenten die meerdere studies afronden, juist moeten worden beloond. De Graaf: ‘ Nederland heeft goed ontwikkeld toptalent nodig, als we een concurrerende kennis economie willen blijven.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, presenteerde de partij op 4 november een verkiezingspamflet waarin zij het kabinet oproept de bezuinigingsmaatregelingen te staken, meer te investeren in wetenschappelijk onderzoek en de collegegelden niet te verhogen.

Onafhankelijkheid van de wetenschap

Het platform heeft de messen geslepen. Combrink: ‘De regering vergeet dat constante bezuinigingen uiteindelijk ten koste van de kwaliteit gaan. Onderwijs is een investering. Als de samenleving in de toekomst ook nog onderzoekers, advocaten , bestuurders en dokters nodig heeft, dan moet het afgelopen zijn met bezuinigingen, deregulering en privatisering.’ Het platform wil dat het ministerie opdraait voor de kosten van de invoering van de BAMA-structuur. Deze kosten zullen anders op de student of het bedrijfsleven worden afgewenteld. Omdat bedrijven een winst oogmerk hebben, zo is de redenering van het platform, zullen zij nooit zonder tegenprestatie het hoger onderwijs sponsoren. Combrink: ‘ Stel dat een student zijn afstudeerscriptie schrijft naar aanleiding van een stage bij een bedrijf. Wanneer zo’n onderzoek de zwakke punten van dat bedrijf blootlegt, dan zou het bedrijf kunnen voorkomen dat de scriptie wordt gepubliceerd. De onafhankelijkheid van wetenschap staat dus op het spel.’ Verder maakt het kabinet door de uitvoering van het GATS–verdrag van onderwijs een handelsproduct. De General Agreement of Trade in Services is een verdrag van de World Trade Organisation (WTO), en stelt dat diensten verhandelbaar moeten worden. Combrink: ‘Als onderwijs ook onder de definitie van ‘diensten’ valt, kan de overheid niet langer ongestraft studiefinanciering verstrekken en kwaliteitseisen stellen. Andere WTO-leden kunnen dat namelijk opvatten als oneerlijke concurrentie.’ Een derde punt waar de opstellers van het manifest op blijven hameren, is collegegelddifferentiatie. ‘Aan de beleidsplannen zal helaas weinig veranderen,’ verzucht Combrink, ‘maar we hopen dat studenten inzien hoe serieus de situatie is.’ Blom is het hier van harte mee eens: ‘ Ik kan de onvrede die leeft onder studenten goed begrijpen. Het College van Bestuur stond buitengewoon sympathiek tegenover de staking op 12 november, ik persoonlijk in het bijzonder. Als ik student was geweest, was ik gaan demonstreren. Honderd procent!’

 

Annemarie Verschragen

Uit de oude doos: Drugsenquête aan de KUN

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Drugsenquête aan de KUN

ANS hield afgelopen maand een grootschalige drugsenquête onder RU-studenten. Wat bleek? 45 procent van de Nijmeegse studenten gebruikte ooit drugs. Dit is niet veel vergeleken met studenten uit Amsterdam. Onderzoek door Folia Magazine uitwees dat in onze hoofdstad maar liefst tweederde van de studenten ooit gebruikte. Twaalf jaar geleden hield zowel ANS als Folia al een enquête over dit onderwerp en vergeleek ANS in haar artikel de resultaten. Is er tussen toen en nu veel veranderd?

Hoewel de uitkomsten moeilijk vergelijkbaar zijn door andere vraagstellingen lijken de resultaten op het eerste gezicht niet veel te verschillen. In 2002 had een kwart van de studenten ooit drugs gebruikt en nog een kwart gaf aan dit regelmatig te doen. Het grote verschil schuilt vooral in de schimmels, de populariteit van paddo’s lijkt afgenomen. 20 procent werkte in 2002 ooit een paddo naar binnen, nu is dat nog maar 8 procent. Dit kan wellicht komen door de huidige illegale status van de paddenstoelen, die er ten tijde van het eerste onderzoek nog niet was.

Lees hier de enquête uit de januari-ANS van 2002:

Drugsenquête aan de KUN

Een geestverruimend onderzoek

Veertig procent van de studenten aan de Universiteit van Amsterdam gebruikt regelmatig drugs. Tien procent snuift cocaïne. Deze schokkende resultaten publiceerde Folia, de plaatselijke universiteitskrant. Hoe staat met drugsgebruik aan de KUN? Hoeveel, hoe vaak en wat gebruikt de Nijmeegse student?

Tekst: Erik Jacobs

Een enquête onder studenten aan de KUN toont aan dat in Nijmegen het drugsgebruik lager uitvalt dan in Amsterdam. De gebruikte enquête was hetzelfde als het onderzoek dat een geruchtmakend artikel in Folia, de universiteitskrant van de Universiteit van Amsterdam. Hieruit bleek dat veertig procent van de studenten daar drugs gebruikt. Tien procent van hen neemt zelfs regelmatig cocaïne. ‘Het is niet verbazingwekkend dat de cijfers in Nijmegen lager liggen dan in Amsterdam,' zegt Rien Breteler, verslavingspsycholoog aan de KUN. 'Dat laten landelijke cijfers in een vergelijking tussen de steden al jaren zien.'

Bijna een kwart (23,9%) van de Nijmeegse studenten gebruikt regelmatig drugs.  Het verschil tussen mannen en vrouwen is groot. Van de mannen neemt ruim dertig procent (31,2%) met regelmaat drugs, van de vrouwen is dat 17,5 procent. Het meest vallen de grote verschillen tussen de faculteiten op. Filosofen gebruiken verreweg het meest, 69 procent zegt regelmatig drugs te gebruiken. Letteren scoort eveneens hoog, ruim veertig procent (42%). Aan de medische faculteit, waar men waarschijnlijk beter weet welke gevolgen het nemen van drugs kan hebben, gebruikt slechts twaalf procent van de studenten.  Dat is een groot verschil met Amsterdam, waar juist onder de medici in opleiding de meeste cocaïnegebruikers te vinden zijn. Procentueel snuiven de managementwetenschappers te Nijmegen het meest, bijna twee procent gebruikt maandelijks een paar keer. Cannabis is veruit de meest populaire drug (96 procent van de gebruikers rookt in elk geval cannabis). Anders dan in de hoofdstad wordt de tweede plaats in Nijmegen niet ingenomen door XTC, maar door de paddo (20%), op de voet gevolgd door XTC (16,5%). Herbal drugs, zoals Ephedra, vormen een veel kleiner deel van het drugsgebruik (7%). Het gebruik van cocaïne, LSD en speed ligt rond de vijf procent.

drugs21

 

 Waarom gebruiken studenten?

Studenten gebruiken drugs vooral voor hun plezier en voor de gezelligheid. Toch zegt vijftien procent van de gebruikers ook door de omgeving te worden beïnvloed. Ruim een kwart neemt drugs om te experimenteren. Andere redenen waarom studenten drugs tot zich te nemen zijn om te filosoferen, betere sportprestaties neer te zetten of om beter te kunnen slapen. 'Ik kan niet goed tegen alcohol,' zegt een 22-jarige studente sociale wetenschappen, die per maand voor meer dan honderd gulden cannabis gebruikt. 'Dit is voor mij een alternatief.' De frequentie van het gebruik is niet zo heel hoog, maar twaalf procent van de studenten die gebruiken zegt meer dan tien keer per maand te blowen. Zeventig procent blowt maandelijks. Acht procent eet maandelijks paddo's, vijf procent XTC en drieeneenhalf procent snuift maandelijks cocaïne. Ook al gebruikt in Nijmegen 'maar' een kwart van de studenten regelmatig, een even groot deel antwoordt positief op de vraag of ze ooit drugs heeft gebruikt. Sommigen hebben met allerlei soorten geëxperimenteerd. Zo gebruikte vijftien procent ooit paddo's en tien procent XTC. Zowel cocaïne als speed werd door vijf procent ooit genomen. Veruit de meerderheid hield het echter bij cannabis, maar vond er 'niets aan' of werd er misselijk van. Dat komt overigens ook bij andere drugssoorten voor. 'Kotsen,' meldt een voormalig heroïne-gebruiker. Een enkeling zegt zich gewoon te hebben vergist. 'het was toeval, ik wist het namelijk niet,' zegt een 20-jarige student medische wetenschappen over haar eenmalige ervaring met cannabis. Ook zijn er legio voorbeelden van studenten die uit angst voor verslaving stoppen. 'Drugs werken geestdodend bij overmatig gebruik. Na verloop van tijd kom je vast te zitten in sleur en depressiviteit,' zegt een 24-jarige voormalig cannabisgebruiker. Sommigen zijn van mening dat gebruik vanzelf afneemt naarmate je ouder wordt. 'Bij normale mensen gaat blowen over,' stelt een 30-jarige letterenstudente. Daar zou zij wel eens gelijk in kunnen hebben. Breteler meldt dat in 1998 uit onderzoek onder (Amsterdamse) cannabisgebruikers is gebleken dat het overgrote deel van de gebruikers eerst geleidelijk meer, daarna steeds minder gaat gebruiken of wisselende periodes van meer en minder gebruik heeft. Landelijke studies hebben uitgewezen dat de meeste personen die recentelijk (de laatste maand) hebben gebruikt in de leeftijdsgroep van 19 tot 25 jaar vallen.

Verslaafd?

De meeste Nijmeegse studenten zijn van mening dat hun drugsgebruik geen probleem is, vier procent vindt van wel. Twee procent van de gebruikers vindt zichzelf verslaafd, vijf procent weet het niet, maar doet pogingen om ervan af te komen. Van het totaal aantal studenten is twee procent wel eens stoned tijdens college. Geen reden dus voor docenten om zich zorgen te maken, al gaat het hier wel om tien procent van de gebruikers.

De meeste studenten halen hun drugs bij vrienden en bij de coffeeshop. Slechts 6,5 procent van de drugs wordt op straat gekocht. Dat is overigens veel meer dan het ene procent in Amsterdam. Sommigen halen hun drugs 'bij de fietsenhandel op de hoek,' bij familie of 'in Duitsland'. Een 19-jarige student managementwetenschappen heeft het qua uitgaven goed bekeken. Hij blowt dagelijks, maar dat kost hem niets. 'Alles eigen teelt', meldt hij ons. Negen procent van de drugsstudenten geeft meer dan

honderd gulden per maand uit aan drugs. Meer dan de helft minder dan een tientje. Vrouwelijke gebruikers zijn niet alleen in de minderheid, ze spenderen ook duidelijk veel minder dan mannelijke. Opvallend is dat uit de enquête niet blijkt dat ze ook veel minder drugs nemen. Breteler voegt toe dat drugs an sich niet zo schadelijk zijn:

'Met is meer de leefstijl van de gebruiker en de wijze van gebruik die invloed hebben. Alcoholgebruik is een veel groter gevaar voor de volksgezondheid dan het gebruik van drugs’  aldus Breteler.

drugs11

Meningen over drugs

 Aangenomen dat de steekproef in Amsterdam klopt, lijkt Nijmegen minder progressief uit de bus te komen dan Amsterdam. De stelling dat softdrugs gelegaliseerd moeten worden, oogst 59 procent van de stemmen, in Amsterdam was dat ruim 66 procent. Dit percentage wordt overigens gedrukt door de medische wetenschappers en rechtenstudenten, die als enigen in meerderheid tegen waren. 55 procent van de studenten vindt het zinloos om drugs te verbieden, omdat die nu eenmaal bij de moderne maatschappij horen. In Amsterdam was dat 64 procent. De 71 procent van de Nijmeegse studenten die vindt dat drugs en studeren niet samen gaan lijkt ongeveer samen te vallen met de driekwart van hen die niet (meer) gebruikt.

Als we de Amsterdamse resultaten van de enquête vergelijken met de Nijmeegse, kunnen we concluderen dat in Nijmegen minder drugs, met name cocaïne, wordt genomen dan in de hoofdstad. Misschien alleen maar omdat dit hier minder gemakkelijk te krijgen is dan in Amsterdam. Toch vindt een groter percentage van de studenten aan de KUN dat drugs te gemakkelijk te verkrijgen zijn (49 procent tegenover 46 procent in Amsterdam). Aan de andere kant heeft een iets groter deel van de KUN-studenten wel eens drugs gebruikt. Aan de KUN is cannabis veruit het populairst, net als aan de UvA. In Nijmegen staat echter niet XTC, maar de paddo nummer twee op de ranglijst van populairste drugs. XTC wordt maar door vier procent van de studenten genomen. Medische wetenschappers en rechten-studenten nemen de minste drugs, filosofen en letterenstudenten gebruiken veruit het meest. Veel valt er aan de Nijmeegse studenten niet te verdienen, aangezien slechts 6,5 procent maandelijks meer dan 25 gulden spendeert aan drugs. Het lijkt erop dat we ons geen zorgen hoeven te maken over groeiend drugs gebruik. Breteler gaf al aan dat alcoholgebruik een veel groter probleem vormt dan andere drugs. Gebruik van XTC, cocaïne en speed aan de KUN is zeker niet overmatig. Daarbij ligt de frequentie meestal zo laag dat niet over een gevaar voor de volksgezondheid kan warden gesproken.

Foutendiscussie

Omdat Folia koos voor een enquête per e-mail, zullen de Amsterdamse percentages te hoog zijn uitgevallen. Drugsgebruikers zijn namelijk sneller geneigd op een drugsenquête reageren dan niet-gebruikers en als gevolg hiervan oververtegenwoordigd zijn. Folia kreeg niet alleen kritiek op haar manier van enquêteren, maar ook op de vragen zelf en op de manier waarop drugs werd gedefinieerd. Onder drugs werd in de enquête geen alcohol, cafeïne of nicotine verstaan, maar niet duidelijk was bijvoorbeeld of herbal drugs, zoals ginseng en guarana die verkrijgbaar zijn bij de drogist, er wel onder vielen. Toch is besloten in Nijmegen geen verbeteringen in de enquête aan te brengen, zodat een goede vergelijking met de Amsterdamse uitslagen mogelijk blijft. De kritiek op de vraagstelling en definiëring is dan ook op onze uitslagen van toepassing. Wel zijn de studenten aan de KUN persoonlijk ondervraagd en is de steekproef beter: vijf procent van de studenten van iedere faculteit werd ondervraagd op drie verschillende tijdstippen. In totaal werden 583 studenten ondervraagd, waarvan 259 mannen en 324 vrouwen.

 

Annemarie Verschragen

Chaotisch ontstaan Universitaire Studentenraad

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: Oprichting van de Studentenraad.

De universitaire verkiezingen beginnen over een week. Zowel AKKUraatd als asap hebben hun verkiezingsprogramma's reeds bekend gemaakt. Zij strijden om zetels in de Universitaire Studentenraad (USR) te bemachtigen. Dit inspraakorgaan bestaat pas sinds 1997, als opvolger van de Universiteitsraad, nadat de Wet op de Modernisering Universitair Bestuur (MUB) werd ingevoerd. De oprichting van de USR ging niet zonder horten en stoten. In de mei-ANS is ook een uitgebreid artikel te lezen over de medezeggenschap en haar invloed.

Zo zou destijds het College van Bestuur geen initiatief nemen om de studentenraad op te richten. De studenten moesten alles zelf doen: 'Iemand van juridische zaken zou ons toen helpen met het opstellen van die reglementen. Maar hij ging ineens drie weken op vakantie.' Daarnaast werden de studentenvertegenwoordigers van het kastje naar de muur gestuurd toen ze probeerden de studenten met een folder in te lichten over de aankomende veranderingen. 'Uiteindelijk bleef het maken van de folder ergens hangen tussen Dienst Studentenzaken en Pers en Voorlichting.' En daar hing de folder voor langere tijd. Zonder meer een hectische tijd om de USR op te richten.

Lees hier het artikel uit de december-ANS van 1997:

'Studentenraad te laat van start?'

In januari zijn studentbestuurders begonnen om een nieuwe vorm van studenteninspraak, de Studentenraad, op poten te zetten. Een slechte coördinatie en gebrek aan slagvaardigheid bij het College van Bestuur frustreren dit echter. 'De één zegt dit, de ander zegt weer wat anders, en jij moet daar als student je weg maar in zien te vinden.'

Tekst: Kester Westervoort Illustraties (in het blad): Jeroen Lustigheid en Elcke Schriks

Met de invoering van de Wet op de Modernisering Universitair Bestuur (MUB) moest ook aan de KUN de inspraak veranderen. Reeds in december 1996 heeft het College van Bestuur dit kenbaar gemaakt. Dat het College sindsdien geen initiatief heeft genomen om de inrichting van de nog op te richten Studentenraad mogelijk te maken, steekt de studentenvertegenwoordigers.

De leden van de Universiteitsraad en het Studentenoverleg KUN (StOK) zijn al vanaf januari bezig met het inrichten van het nieuwe inspraakorgaan voor studenten. Door het gebrek aan een duidelijk contactpersoon, een lakse houding van het College van Bestuur en een constant geharrewar tussen verantwoordelijke diensten is zelfs nu nog niet alles duidelijk. Vreemd, want per 1 januari wordt elke student geacht te weten hoe de nieuwe bestuursstructuur van de KUN eruit ziet en al in mei 1998 moeten er nieuwe kandidaten gekozen worden voor de Studentenraad.

Waarom laat de oprichting van de Studentenraad zolang op zich wachten? Cathalijne Dortmans, U-raadslid: 'Alle initiatieven moeten van studenten komen. Als wij geen opzet hadden gemaakt, was er nu waarschijnlijk helemaal niets geweest. Officieel weet je als student niets, officieus echter een heleboel. Je pikt een hoop op in de wandelgangen, maar het frustrerende is dat je met die informatie niks kunt doen.' Dortmans doelt op het afschuiven van verantwoordelijkheden tussen de verschillende diensten aan de KUN, zodat niemand meer weet waar bepaalde informatie te halen is.

Dortmans laakt met name het gebrek aan coördinatie: 'Op een gegeven moment werd Marie José Broeks van het Buro KUN aangewezen om de reglementen op te gaan stellen. Zij zou een aanspreekpunt zijn, de coördinator. Van haar hebben we nooit iets gehoord, achteraf bleek dat ze niet wist wat ze moest doen. Toen hebben studenten zelf alles op poten moeten zetten. Iemand van juridische zaken zou ons toen helpen met het opstellen van die reglementen. Maar hij ging ineens drie weken op vakantie. Alles bleef dus weer liggen.' Na zelf de opzet te hebben gemaakt voor het nieuwe orgaan moesten studenten nu ook nog eens de juridische zaken op papier zetten.

Margot van den Berg, delegatieleidster van het StOK: 'We hadden overleg met de dienst Personeel, Organisatie en Juridische Zaken (POJ). Zij zouden ons uiteindelijk helpen met de juridische kant. Toen ze een concept hadden gemaakt, mochten ze dat niet aan ons geven! College-voorzitter Thom Stoelinga had dat bepaald. Toen ben ik naar een ander lid van het CvB gestapt, Jan Peters, en van hem mochten we het wel inzien. Dit voorval illustreert voor mij de gang van zaken binnen de universiteit. De één zegt dit, de ander zegt weer wat anders en jij moet daar als student je weg maar in zien te vinden.'

De verschillende standpunten binnen het CvB over de betrokkenheid van studenten bij het opstarten van de nieuwe structuur zijn merkwaardig te noemen. Peters had studenten beloofd dat ze overal bij betrokken zouden worden. Stoelinga had daar kennelijk andere gedachten over. Van den Berg formuleert diplomatiek: 'Ik weet niet hoe het College intern functioneert.' Dortmans heeft een harder oordeel: 'Het CvB heeft de mond vol van integraal management, het toekennen van verantwoordelijkheden aan lagere diensten. Dat werkt slecht. Diensten werken langs elkaar heen en weten niet wat hun verantwoordelijkheden precies zijn.'

Van den Berg: 'De nieuwe bestuursstructuur was in principe al in augustus duidelijk, alleen de precieze invulling van de Studentenraad moest nog worden geregeld. Hoeveel studenten, de vorm van de gemeenschappelijke vergadering, dat soort zaken.' Beide studentbestuurders maken zich kwaad over de trage besluitvorming aan de KUN. Dortmans: 'Al op 29 mei is er een rapport verschenen over de invoering van de MUB aan deze universiteit. Daarin kwam ook de Studentenraad aan de orde. Op 18 augustus hebben we een studentenoverleg gehad over de invulling van de nieuwe SR. We hebben het toen al gehad over onder andere ambtelijke ondersteuning en het maken van een folder om studenten te informeren.'

Peters had er al in september mee ingestemd om alle studenten een folder te sturen. Dat werd verder overgelaten aan de Dienst Studentenzaken. Omdat studenten niets hoorden van de totstandkoming van de folder, klopten ze aan bij Studentenzaken. 'Wij weten van niks' was het antwoord, 'je moet bij Pers en Voorlichting zijn'. Dortmans: 'Bij Pers en Voorlichting wisten ze ook niet wat er in zo'n folder zou moeten staan. Uiteindelijk bleek het maken van de folder ergens hangen tussen Studentenzaken en Pers en Voorlichting.'

En daar hangt de folder nu nog steeds. Dortmans: 'We hebben daar enorm de balen van. We wilden koste wat kost voorkomen dat studenten niet goed geïnformeerd zouden worden. Zodat je daar later geen verwijten over krijgt.'

Ondertussen moet er ook haast gemaakt worden met de afronding van het opstellen van de reglementen voor de Studentenraad. Op 16 december is de laatste Universiteitsraadvergadering. De U-raad moet dan haar instemming geven over die regels. Die instemming met de reglementen is een juridische verplichting. Pas als dat gebeurd is, kan de raad zichzelf officieel opheffen, om op te gaan in de nieuwe Studentenraad.

Bijkomend probleem is de opvolging van de huidige U-raadsleden. Zij blijven in ieder geval tot mei aan, dan zijn de universitaire verkiezingen. Voor die tijd moeten er echter wel studenten geworven worden die zich verkiesbaar willen stellen. Ook dat had in de folder aan de orde moeten komen. Nu is het nog maar de vraag of je op zo'n korte termijn nieuwe mensen vindt.

Nog een saillant detail: aan de andere kant van de inspraak op hetzelfde niveau zit de Ondernemingsraad, die al bijna een jaar aan het werk is. Hij behartigt de belangen van het personeel en dient in de gemeenschappelijke vergadering te overleggen met de Studentenraad en het CvB. Maar ook de inrichting van de gemeenschappelijke vergadering is nog niet rond. De Ondernemingsraad lijkt ook niet echt te wachten op de bemoeienissen van de Studentenraad, laat staan om taken af te staan aan een gemeenschappelijke vergadering. Dat ondermijnt de machtspositie van de OR. Van den Berg: 'De Ondernemingsraad heeft nog steeds geen officieel standpunt ingenomen. Wij willen een zware gemeenschappelijke vergadering, door een aantal bevoegdheden van de Studentenraad af te staan aan die vergadering. Dat moet de Ondernemingsraad ook doen. Onderwerpen die de instelling in z'n geheel treffen, kunnen niet door de verschillende belangenbehartigers behandeld worden. Die moeten verschoven worden naar een gezamenlijk orgaan.'

Door al het gepingpong tussen verschillende diensten zijn noch de reglementen er, noch de folder om studenten te informeren. Hoe de gemeenschappelijke vergadering eruit gaat zien, is nog onbekend.

De eindverantwoordelijkheid voor de bestuursstructuur ligt bij het College van Bestuur. Heeft het College haar verantwoordelijkheid wel genomen? In de Universiteitsraadvergadering van 18 november legt Stoelinga uit dat het allemaal wel meevalt. 'De Ondernemingsraad heeft bij monde van haar voorzitter reeds 26 juni ingestemd met het oprichten van de gemeenschappelijke vergadering. Het College gaat er vooralsnog vanuit dat de OR zich daaraan houdt.' Ook de kritiek van studentleden op het uitblijven van informatie naar studenten aan de KUN poetst Stoelinga weg. 'Het is terecht dat het College daar op wordt aangesproken, maar we doen ons uiterste best om nog voor Kerst de informatie te versturen.' Dat moet dan erg snel, want op dezelfde dag wist de dienst Pers en Voorlichting nog van niets. Dortmans: 'We hebben het net nagevraagd en niemand wist daar nog wat de bedoeling is.'

Dortmans en Van den Berg gaan dan ook uit van het principe 'eerst zien, dan geloven'. Voorlopig zijn er immers al vaker toezeggingen gedaan die niet zijn nagekomen. Wat als nu blijkt dat het toch te kort dag is om alles nog rond te krijgen?

Stoelinga toont zich een waar amateur-jurist: 'We hebben nog een escape-clausule. Er is een mogelijkheid om de bestuursstructuur later in te voeren. In dat geval moet de Universiteitsraad langer aanblijven.'

 

Michiel van Lokven

Uit de oude doos: Pim Fortuyn

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: interview met Pim Fortuyn

Wie inmiddels niet heeft gehoord over de roep van Wilders om 'minder Marokkanen', leefde onder een grote steen. Het gevolg: iedereen wil laten horen hoezeer hij meent dat Wilders zijn mond moet houden, of juist vindt dat hij het recht heeft dergelijke uitlatingen te doen. Discriminerend of niet, de zoveelste discussie over de vrijheid van meningsuiting is hiermee wel losgebarsten.

Wie een dergelijke discussie volgt zal vaak de naam 'Pim Fortuyn' voorbij zien komen. Niet geheel onbegrijpelijk, aangezien Fortuyn zich niet onthield van stevige uitspraken over allochtonen en de Islam ooit betitelde als een 'achterlijke cultuur'. ANS interviewde Fortuyn in 2001, toen hij nog aan het begin van zijn korte politieke carrière stond.

Lees hier het interview uit de oktober-ANS van 2001:

'Mijn imago interesseert mij niets.'

Onlangs werd Pim Fortuyn gepolst voor het lijsttrekkersschap van Leefbaar Nederland. Fortuyn hapt gretig toe, want wenst zo snel mogelijk minister-president van Nederland te worden. 'Professor' Pim over zijn aanstaande politieke carrière, zijn imago en vermeende vreemdelingenhaat: 'We gaan die asielzoekerscentra léégmaken.'

Tekst: Marjolijn Visser

Woensdagmiddag in Rotterdam Blijdorp. Butler Herman schenkt ons thee in Wedgewood-theekopjes. We bevinden ons in het Palazzo di Pietro: kantoor annex woonhuls van Pim Fortuyn (53). Jullie zijn nog niet aan de beurt!' Door twee openstaande schuifdeuren vangen we de eerste glimp op van de heer Fortuyn. De kleur van zijn das past precies bij de frèle stoeltjes waarin we zitten. Dan gaat de telefoon en Fortuyn neemt op. Een vrouw aan de lijn voor een interview, waar moet ze dan zijn? 'Dat is het G.W Burgerplein, mevrouw,' zegt Fortuyn. Zij verstaat hem niet. 'Het G.W. Burgerplein', herhaalt hij. Ze verstaat hem nog steeds niet en Fortuyn begint zich op te winden. 'Het G.W. Burgerplein, zeg ik u. Mevrouw, dit is verschrikkelijk, ik articuleer perfect en u verstaat mij niet? Het G.W BURGERPLEIN!' Zijn stem schalt door de ruimte. Onze theekopjes rinkelen vervaarlijk. Beheerst legt Fortuyn de hoorn op de haak en kijkt ons aan.

Dag meneer Fortuyn, u heeft het druk de laatste tijd? 'Ja, dat kun Je wel stellen Maar dat gaat wet weer over.'

Zeker met name na uw aankondiging minister-president te willen worden? Nou, na mijn aankondiging dat ik de politiek in ga. Of ik minister-president word, moet nog blijken. Maar dat is wel de ambitie, ja.'

Heeft u dat altijd al geambieerd? 'Nee, natuurlijk niet. Ik ben ook nog een tijdje kind geweest. Toen ik jong was, wilde ik stuurman worden op de grote vaart. En ik kom uit een katholiek milieu, dus toen ik héél jong was, wilde ik paus worden. 'Politiek heeft me wel altijd geïnteresseerd. Na mijn eerste studiejaar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd ik al actief in de studentenbeweging, iedereen die iets voorstelde deed dat. Ik ben ook zestien jaar lid geweest van de PvdA. Tijdens mijn hoogleraarschap in Groningen had ik wel de mogelijkheid het wat serieuzer aan te pakken, ik had de gemeenteraad in gekund. Maar de ambitie ontbrak.'

En nu is die er wel? 'Nou ja, dat moet u niet zo uitleggen. Kijk nou eens naar mijn leven zoals het nu is. Ik ben niet rijk, maar wel bemiddeld. Voor het geld zou ik geen minister-president worden. Dat verdient maar 192.000 gulden per jaar, daar kan ik dit tentje niet van draaiende houden, dat begrijpt u. Het voelt veel meer als iets religieus. leder mens heeft een opdracht in het leven en ik voel dit op het moment als mijn bestemming. Dat is iets anders dan een streven naar macht of geld.'

'Waarom zou juist u de aangewezen persoon zijn voor de functie van minister-president?' Dat moet u aan God vragen Niet aan mij.'

Heeft u daar geen ideeën over? 'Nee. Ik vind ook dat ik daar helemaal geen ideeën over hoef te hebben.'

Maar u vindt uzelf er wel geschikt voor? 'Ja. Anders zou ik het niet doen.'

Dan moet u toch ook bepaalde ideeên hebben waarom juist u daar geschikt voor bent? 'Ja, maar daar schrijf ik boeken over! Doe je huiswerk eens even! Dit is een veel te algemene vraag, vind je ook niet?'

Nee, dat vind ik niet. Ik wil graag van u horen waarom u geschikt denkt te zijn voor deze functie. U zei in Carp: "Kent u iemand die meer geschikt is voor dit ambt dan ik?" Dan moet u toch ook kunnen beargumenteren waarom? 'Omdat ik denk dat Nederland behoefte heeft aan een onderwijzer. Aan iemand die mensen betrekt bij het beleid, uitleg geeft, maar vooral: hen er zelf verantwoordelijk voor maakt. Ik wil in de politiek een beweging op gang brengen waarmee het land weer wordt teruggegeven aan het volk. Dat de overheid weer van de mensen zelf is, niet een orgaan dat tegenover hen staat en waar ze al hun klachten en wensen kunnen deponeren.'

Hoe ziet u dat concreet? 'Hoe bedoelt u? Zo concreet als ik het nu zeg. Dus dat jij ook eens je handen uit je mouwen steekt als burger. Dat je in een schoolbestuur gaat of in een activiteitencommissie. Dat je in het buurthuis actief bent, in het ziekenhuis gaat helpen. Kortom: iets verder denken dan ikke ikke en de rest kan stikke.'

Waarom Leefbaar Nederland? 'Omdat dat langskwam. En om geen andere reden.'

Wat wordt uw eerste politieke daad, als minister-president? 'Het opstellen van een regeringsverklaring, dat ligt al vast.'

Ja goed, maar wat zou u als eerste willen veranderen? 'Ik heb drie punten. Daar ga ik ook campagne op voeren. Ten eerste is dat rigoureuze sanering en herstructurering van de complete publieke sector. Dan moet u dus denken aan onderwijs, zorg en politie. Deze wil ik omturnen van aanbodsgericht en -gestructureerd, zoals ze nu is, naar vraaggericht en vraaggestructureerd. Om het heel concreet te maken: 25 procent van de bureaucratie en het management moet eruit.' Het tweede punt is het vreemdelingenbeleid. Met land moet echt op slot. Vol is vol. We moeten het voorbeeld van Denemarken volgen en een quotum instellen: per jaar maximaal tienduizend mensen naar binnen, in plaats van de huidige honderdduizend. Dat is dus een aanzienlijke reductie, die onmiddellijke sluiting van asielzoekerscentra inhoudt. Ze worden nu uitgebreid, ik wil er juist een heleboel dicht.'

Waar laat u al die mensen dan? 'Die moeten weg. Afvloeien dus. De procedures moeten snel worden afgehandeld: wie hier niet mag blijven, moet onmiddellijk weg en wie wel mag blijven moet zo snel mogelijk integreren. Dus we gaan die asielzoekerscentra léégmaken. En het geld dat we overhouden, momenteel gaat er zo'n zeven miljard om in deze belachelijke industrie, maken we direct over aan de Hoge Commissaris van de vluchtelingen, de heer Lubbers. Die mag daar dan echte vluchtelingen mee gaan helpen.' 'Punt drie is het energiebeleid. Als de liberalisering van de energiemarkt verder doorgaat: Borssele open en een studie naar een tweede kerncentrale. Wij halen nu een kwart van onze energiebehoefte uit kerncentrales in Frankrijk en Duitsland, dan kunnen we onze eigen energieproducenten niet vertellen dat ze geen kernenergie mogen produceren. Of we kiezen voor een niet-kernenergiestroom, maar dan komt er hier ook geen procent kernenergiestroom meer naar binnen.'

Wie stelt u aan als ministers? 'Ach mevrouw, zover zijn we nog helemaal niet.'

Wat vindt u van de politiek van Wim Kok? 'Vreselijk. Veel mensen vinden het geweldig, maar ik ga ervan over mijn nek. Die man betrekt ons nergens bij, stelt ons altijd voor voldongen feiten. Zijn eerste visie moet ik nog vernemen. Het is een man die niets schrijft, geen redevoeringen houdt. Kijk, een politicus heeft, zeker als hij in de regering zit, twee taken. Ten eerste is dat vorm geven aan en stimuleren van het politieke debat. Een man als Bolkestein kon dat voortreffelijk. Kok heeft daar niets aan gedaan. Ik kan geen punt noemen dat hij op de agenda heeft gezet. Ten tweede is dat machtsvorming: zorgen dat wat je vindt ook wordt uitgevoerd. Dat kan Kok dan weer wel, zij het op een volstrekt ondoorzichtige manier.'

Ondanks zijn credo van transparantie. 'Daar is gewoon niks van waar! Hij is haast erger dan Lubbers! In feite maken we nu Lubbers-5 mee. Het wordt tijd dat daar eens een einde aan komt, dus ik ben blij dat Kok weggaat. Maar ik vind het heel jammer dat ik niet met hem in het strijdperk mag treden,want dat had ik graag gedaan.'

Is uw aangekondigde politieke carriere volkomen serieus of is het ergens ook een spel? Nee hoor, het is absoluut geen spel. Daar is het te serieus voor. Maar je moet er natuurlijk wel lol in hebben, anders vreet het energie. Zo'n verkiezingscampagne bijvoorbeeld, dat lijkt me ontzettend leuk. Dat hele gedoen: op televisie verschijnen, debatteren, geestig zijn, op het scherpst van de snede discussieren. Hartstikke leuk!'

U komt graag op televisie? 'Nou, niet zomaar. Het moet u wel opvallen dat ik daar ontzettend selectief in ben. Maar als in een goede setting is tv natuurlijk een prachtig medium, het bereikt ontzettend veel mensen.'

Wat vindt u van alle media-aandacht de laatste tijd? 'Vermoeiend. Nu is het moeilijk; ik zit in een soort niemandsland en heb daarom geen staf om me heen. Ik moet het allemaal ze!f doen. Dat verandert straks natuurlijk allemaal. Dan gaat die telefoon niet meer constant, dat zou een hele bevrijding zijn.'

Bent u tevreden over hoe u tot nu toe bent geportretteerd? 'Uitermate. Ik vind dat ik heel fair word behandeld. Dat had ik niet verwacht, laat ik dat dan ook maar zeggen. Ik verwachtte dat men veel vervelender zou zijn.'

Vindt u uw imago belangrijk? 'Nee, nee. Dat interesseert me niets. Met gaat me om mijn eigen integriteit, als ik die maar overeind weet te houden.'

U bent vaak negatief afgeschilderd in de media, zo bent u onder andere beticht van xenofobie. Dat doet u niets? 'Nee, totaal niet. Op dingen die zo apert onwaar zijn reageer ik niet eens. Ik heb boeken en columns geschreven, probeer daar de eerste xenofobe.....waarom heet dat niet gewoon vreemdelingenhaat he, dat is ook zo flauw.'

Dat klinkt harder. Nou, maar dat is toch precies wat ze willen zeggen! Zeg dan gewoon: die man haat vreemdelingen. Klaar. Dan weet Mien met de bloemetjesjurk ook wat je bedoelt. Maar goed, probeer de eerste xenofobe passage in een boek of column van mij maar aan te wijzen. Dat zal je niet lukken.'

Vanwaar dan toch die beschuldiging? 'Omdat in Nederland het klimaat over de intocht van vreemdelingen totaal verziekt is. Dat mag niet gezegd worden, maar ik doe het toch. Want ik ken geen multiculturele samenleving die prettig functioneert. Rotterdam bijvoorbeeld, waar ik woon, bestaat voor 56 procent uit mensen die elders vandaan komen. Dat is gewoon niet goed.'

Waarom niet? 'Omdat het hele maatschappelijke weefsel kapot gaat. Er moet een evenwichtige verdeling zijn en die is er gewoon niet. Nederland is een land van apartheid aan het warden. De mensen die oorspronkelijk in de grote steden woonden, trekken weg naar volkomen blanke gebieden. Vergist u zich niet. Wat houdt die multiculturele samenleving dan in? Op z'n best is dat langs elkaar heen leven. Ik ben daarom voor een gedwongen mengingspolitiek. Maar wat heb je nu? Pure apartheid! Het ontrolt zich onder uw ogen! Wil je die problemen aanpakken, dan moet je niet dweilen met de kraan open. Dan moet je eerst de kraan dichtdraaien en dan met de mensen die binnen zijn een goed geïntegreerde samenleving vormen. Dat is een hell of a job, kan ik u vertellen. Daar zijn we jaren mee bezig. En het is natuurlijk een bloody shame dat er Turken en Marokkanen van de derde generatie zijn, die nog steeds niet zijn geïntegreerd. Dan hebben wij iets grondig fout gedaan. Nou, dat moeten we dan eerst maar eens oplossen.'

Tot slot: mocht u geen lijsttrekker van Leefbaar Nederland worden, wat gaat u dan doen? Heeft u meerdere ijzers in het vuur? 'Ja, dan trek ik gewoon mijn eigen lijst. Of ik begin met een lijst Fortuyn, óf ik ben begin december lijsttrekker van leefbaar Nederland. Meer smaken zijn er niet.'

 

Marit Willemsen

Uit de oude doos: corruptie in Oekraïne

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: corruptiepraktijken. 

Oekraïne is momenteel een heet nieuwsitem. Na hevige protesten vluchtte president Janoekovitsj - negen jaar geleden schijnbaar nog gespeld als Yanukovich - het land uit. Ondertussen staan de nieuwe leiders van het land direct voor een tweede uitdaging: met hulp van Rusland poogt de Krim zich af te scheiden.

In 2004 reisde een ANS-redacteur af naar het Oost-Europese land. Zijn conclusie was helder: Oekraïne is zo corrupt als de pest. 'Als toerist betaal je vaak het zesdubbele wanneer je een vreemde taal spreekt. Kost het bier je plots de gigantische som van 14 eurocent voor een halve liter.' Destijds waren de presidentsverkiezingen in volle gang en kwam de vraag aan het licht of het überhaupt uitmaakt wie Oekraïne bestuurt, als de mentaliteit van het volk hetzelfde blijft en het bestuur niet minder corrupt wordt. 'Een deel van ons team reist per trein terug. Ze zijn erin geluisd: achter de schrootjes van hun coupe zit een halve kuub sigaretten verstopt. De Oekraïense douane moet voor vijftig euro per persoon worden omgekocht.' Misschien is dit nog een luxeprobleem vergeleken met de situatie waar de oosterlingen nu in zitten.

Lees hier het artikel uit de november-ANS van 2004:

'Yanukovich is een asshole'

Vind je de campagnes van Bush en Kerry smerig? De oppositie vergiftingen en journalisten laten aftuigen, dat gaat nog een stapje verder. Op die manier voeren ze campagne in de Oekraïne. Alles in het Oost-Europese land is rot. De presidentsverkiezingen op 31 oktober vormen daarop geen uitzondering.

Tekst en beeld: Joris Baeten

Drie brede groene petten met zes waterige wodka-ogen eronder beginnen te balken in het Oekraïens. Het is vier uur 's nachts in de slaaptrein van Warschau naar Kiev. Op dit moment verlaten we de EU en dat zullen we weten. De douaniers wijzen lachend naar mij en de drie medepassagiers in het hokje. Op een gegeven moment kijken we blijkbaar smekend genoeg en krijgen we onze paspoorten terug plus een papiertje waarop we onze verblijfplaats moeten invullen. Althans, dat vermoeden we. Verplicht een health insurance kopen is de volgende stap. Ik vlieg nog liever rottend terug naar Schiphol dan dat ik een nacht spendeer in een lokaal ziekenhuis. Bovendien, de Blue Travelpolis dekt me toch wel? Maar de verzekeringsmevrouw blijkt goede vrienden te zijn met de douanejongens. Mijn Nokia piept wanhopig om een netwerk; onvrijwillig de trein verlaten is geen optie. Ik lap toch maar tien euro en krijg een dollarbriefje plus wat Zlotty-gruis terug. Tien minuten na de grens al een geval van corruptie. Hoe moeten in zo'n land eerlijke presidentsverkiezingen worden gehouden?

Laat asocialen zien Wat doe ik in de Oekraïne? Ik greep de mogelijkheid aan om participating visitor te zijn bij een Deense organisatie die in Oost-Europa jongeren onderwijst in vrijheid, democratie en markteconomie. Maar ik verwachtte in een land terecht te komen, niet in een corrupte anarchie met grenspaaltjes erom. De huidige president, Leonid Kuchma, kwam aan de macht in 1994 en beloofde orde in de chaos te scheppen. Door de jaren heen is hij bepaald geen publiekslieveling geworden. In 2000 zijn er geluidsopnames opgedoken waarin Leonid Kuchma opdracht geeft een journalist, die streed tegen corruptie in de politiek, 'uit de weg te ruimen'. Zo zijn tientallen verslaggevers afgelopen jaren geïntimideerd, onder twijfelachtige omstandigheden gewond geraakt of dood teruggevonden. Als je geen nachtelijk bezoek wenst, moet je je als nieuwsbulletin of krant aan de temnyky houden: presidentïele instructies over hoe een verhaal gebracht dient te worden. 'Laat geen publiek en politici zien maar alleen dronken mensen die zich asociaal gedragen', luidde de media-instructie voor een congres van de oppositie. Op het evenement deelden onbekende individuen trouwens gratis wodka uit.

Geen gordel Mijn eerste avond in de Oekraïne. De Deense projectmanager brieft ons over het vervolg van de reis naar de stad Rivne in het westen. 'We are very sorry; there are no traintickets tomorrow because of the maffia. It is impossible to organize anything in this country. You'll find out.' En dus gaan ze minibusjes charteren, die deze nacht al zullen vertrekken. We hebben nog een paar uur in Kiev. Het centrum blijkt best aangenaam, maar de taxirit naar het busstation maakt ons weer duidelijk op wat voor plek we zijn. Eerst beledigen we de Lada-bestuurder door onze gordel om te doen. Daarna probeert hij ons fifty in plaats van fifteen 'hryvnia' af te troggelen. Later horen we dat je als toerist, bijvoorbeeld in een van de cafés, vaak het zesdubbele betaalt wanneer je een vreemde taal spreekt. Kost het bier je plots de gigantische som van 14 eurocent voor een halve liter.

Slapen op de invoegstrook Gedurende de nacht en ochtend brengt een minibusje ons naar de stad Rivne, waar we een politiek jongerenkamp gaan bezoeken. Onze chauffeur werkt klaarblijkelijk zó fulltime dat hij al rijdend in slaap valt op een invoegstrook. Na een korte siësta op de rechterbaan chauffeurt hij ons langs velden waar om de kilometer een boer met een koe aan een halsbandje staat. Dat de landbouwproductie met 60 procent is gedaald sinds de onafhankelijkheid in 1991, kun je je wel voorstellen bij deze aanblik. De staat van de landbouw illustreert de algehele misère in het land. Hervormingen zijn stukgelopen in de jaren negentig en waar de overheid zich terugtrok, staken corruptie en ongecontroleerde criminaliteit de kop op. De maffia heeft zich stevig vertakt in de staat aan de zwarte zee. De spoorwegen weigerden ons een partij treinkaartjes te verkopen, omdat er ook criminelen zijn die dit flikken op drukke routes. Vervolgens verkopen die de tickets met veel winst of zetten de trein in voor smokkelpartijen. Oekraïners die ik spreek, uiten verkapt het vermoeden dat de banden van president Leonid Kuchma met criminele groeperingen de enige reden vormen voor het feit dat hij nog steeds regeert.

Netwerken Ook de komende verkiezingen maakt Kuchma optimaal gebruik van zijn netwerk. De top van alle landelijke televisiestations is de regeringspartij gunstig gezind en dus fulmineert elk programma hoe crimineel de oppostitie is. Een groot deel van de invloedrijke mensen bij politie, belastingdienst en plaatselijke autoriteiten hebben hun (financiële) redenen om de kandidaat van Kuchma's partij te steunen. Dreigt een corrupte overheidsfunctionaris al een keer te worden veroordeeld, dan intimideert de regeringspartij vaak de getuigen om hen de aanklacht in te laten trekken. Of de rechter zelf krijgt een beschuldiging van criminele activiteiten aan zijn broek. De grootste juridische misstap vond afgelopen jaar nog plaats. De 65-jarige president probeerde negen maanden voor de verkiezingen de grondwet aan te passen. Op die manier zou hij een derde termijn kunnen aanblijven en niet langer rechtstreeks worden gekozen. Uiteindelijk mislukte dit op het laatste moment, vooral door de massale internationale druk.

Binnenlands verzet De Oekraïners hebben actievoeren niet echt in het bloed zitten. Toen verslaggever Georgy Gongadze onthoofd werd teruggevonden, volgde weliswaar protest van tienduizenden mensen, maar op een bevolking van 48 miljoen is dat vrij mager. Lodewijk de Waal trekt twintig keer zoveel publiek en die is niet eens namens Balkendende II bezocht door een doodseskader. De jaren onder Sovjet-regime hebben hun uitwerking duidelijk niet gemist. Ik vraag jongeren waarom ze geen organisatie oprichten of bij een partij gaan om voor hun belang op te komen. 'Omdat we geen kantoor hebben', antwoorden ze. Thuis bij elkaar komen dan? 'Ja, maar we hebben geen geld om uitnodigingen te versturen.' Later een eigen bedrijf beginnen zien ze al helemaal niet zitten; te veel belasting, wel 34 procent. Een Deense medereiziger verzucht: 'Wat, wij betalen tot wel 62 procent, it's in your head!' Wel luisteren de jongeren verlekkers naar de hoogte van mijn studiefinanciering, die ongeveer drie keer een flink Oekraïens maandsalaris bedraagt. Dat ik daar mijn huur niet eens van kan betalen, lijkt maar moeilijk tot ze door te dringen. Allemaal willen ze weg naar West-Europa. Naar de oosterburen kan de jeugd ook nauwelijks meer, want sinds 1991 leren ze Oekraïens op school in plaats van Russisch.

Assholes Viktor & Viktor Viktor Yanukovich en Viktor Yushchenko zijn de twee serieuze kandidaten voor het presidentschap. De eerste is een partijgenoot van de huidige president. Cola Kirill, derdejaars student Engels in de stad Rivne, heeft een duidelijke mening over ze. 'Assholes' noemt hij beide heren. 'Yanukovich heeft vroeger een vrouw verkracht. Bovendien verdenken ze zijn partij ervan de tegenstander vergiftigd te hebben bij een diner. Die tegenstander, Yushchenko, heeft een Amerikaanse vrouw en zijn dochters studeren in de VS. Als hij aan de macht komt, overheerst Amerika ons land.' Cola heeft nog geen keuze gemaakt. 'Ze zitten er straks alleen voor zichzelf, Oekraïne wordt er toch nooit beter van.' Wel vermoedt hij dat het stemmen zelf dit keer eerlijk verloopt. 'Vorige keer gaven mensen je nog geld als zij je stem mochten bepalen. Door internationale waarnemers zal dat nu niet gebeuren.' Desondanks wil hij later weg. 'Maar daarvoor heb je connectie nodig. In dit land kan niks officieel, overal heb je vriendjes en geld voor nodig.'

Sigaretje Komt er na 31 oktober een president die er niet alleen zit uit eigenbelang? Zelfs als dat gebeurt, moet hij nog de state of mind in zijn hele land zien te veranderen. Maar in bijvoorbeeld Polen lukt dat steeds beter. 'This equipment is financed by de EU' staat op het keycord van de douanebeambte bij de grens van deze nieuwe lidstaat. De bus die ons terugbrengt naar Warshau, moet wachten omdat de douanier het nieuwe Nederlandse paspoort niet herkent. Hij vraagt ons vriendelijk even te wachten en haalt er een Engelssprekende opzichter bij. Tien minuten later is het probleem opgelost en verexcuseren de heren zich. Op hetzelfde moment reist een ander deel van ons team per trein terug. Ze zijn erin geluisd: achter de schrootjes van hun coupé zit een halve kuub sigaretten verstopt. De Oekraïense douane moet voor 50 euro per persoon worden omgekocht. Niet dat die boete de staatskas spekt. De douanier wil ook wel een keer euro's mee naar huis nemen.

 

Cecile Vermaas

Uit de Oude Doos: Contraspionage

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: contraspionage.

Deze week werd duidelijk dat de AIVD studenten ronselt. De veiligheidsdienst gebruikt studenten als informant, voor bijvoorbeeld studentenprotesten. In 1991 stond er een artikel in de ANS over student 'Eddie'. Hij had een sterk vermoeden dat zijn docent informatie over studenten doorspeelde aan de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Toen hij toch op het politiebureau was voor een aangifte vroeg hij naar een medewerker van de Politie Inlichtingendienst Nijmegen (PID).

Impulsief besloot Eddie zich aan te melden als infiltrant. Schimmige afspraakjes op het station volgden en hij ontving steeds meer opdrachten. Zo kreeg hij de taak zich aan te melden bij AKKU om daar de boel in de gaten te houden. Wie denkt dat infiltratie alleen voorkomt in spannende jongensboeken uit de Koude Oorlog heeft het mis. Deze week is weer eens duidelijk geworden dat de veiligheidsdiensten niet alleen massaal afluisteren maar ook nog steeds de student gebruiken.

Lees hier het artikel uit de februari-ANS van 1991:

Contraspionage Tekst: Jan Maurits Schouten en Leon Steyns

Op 15 november 1990 bood een student, we noemen hem Eddie, zich als informant aan bij de PID Nijmegen. 'Ik had me al geruime tijd lopen opwinden over de handelswijze van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Via via had ik daar verhalen over gehoord en gelezen. Ik vind het een griezelige gedachte dat ze overal hun mannetjes hebben die snuffelen en wroeten in andermans privézaken. Het begrip privacy kennen ze niet. Daar kwam nog bij dat er sterke vermoedens waren dat een docent van mijn opleiding informatie over studenten doorspeelde aan de BVD. Maar niemand kon dat bewijzen. Toen is het idee bij mijzelf opgekomen om mezelf als informant aan te bieden. Op die manier hoopte ik wat meer te weten te komen over die docent'
De directe aanleiding om zich aan te bieden bij de PID-Nijmegen kwam toen 'de tragiek' verscheen. 'Ik heb dat boek toen meteen gekocht en besloten om op heel korte termijn naar de PID te stappen. Juist omdat er zoveel over te doen was, wisten een heleboel verschillende mensen van het bestaan van de PID af. Dus besloot ik om me als ‘gezagsgetrouwe idealist’ voor infiltratiewerk aan te melden. Op die manier hoopte ik zoveel mogelijk uit te vissen zodat ik dat daarna in de openbaarheid zou kunnen brengen’.

Reorganisatie
Op een dag was Eddie op het hoofdbureau van politie om aangifte te doen van een verloren brommerplaatje. ‘Toen dat was afgehandeld, vroeg ik of ik iemand van de PID kon spreken. Dat ging aanvankelijk niet zo soepel. Tot ik ze vertelde dat ik student was. Koos Barten van de inlichtingendienst kwam naar de balie en nam me mee naar een klein kamertje. We hadden een lang gesprek. Daarin deed ik me voor als iemand die zijn steentje bij wilde dragen aan het terugdringen van geweld in de samenleving. Ik zei dat ik informatie door wilde geven om radicale acties te stoppen. Koos zei dat hij dat met zijn afdeling moest overleggen. Mijn naam, adres, telefoonnummer en geboortedatum wilde hij wel hebben. Er werd afgesproken dat hij me zou bellen om te vertellen of de PID al dan niet wilde ingaan op mijn aanbod’. Op 22 november 1990 werd Eddie gebeld. Hij moest de dag erna naar het bureau komen. Daar kreeg hij van Koos Barten te horen dat de PID wel in hem geïnteresseerd was. De PID zou echter pas in het voorjaar van 1991, na een intensieve reorganisatie, weer in staat zijn om goed te draaien. Hij zou dus gedurende die periode op non-actief gesteld worden. Dat er behoefte was aan nieuwe informanten blijkt uit het feit dat Eddie een andere mogelijkheid aangeboden kreeg.
‘Ik zou wel direct aan de slag kunnen, maar de contacten zouden dan via de BVD lopen. Vanwege mijn eigen veiligheid was het beter om via iemand in Den Haag informatie door te geven. Ik zei dat ik het wel met de BVD wilde proberen.’ Eddie kreeg de opdracht om op 6 december naar het station in Boxmeer te gaan. Daar werd hij afgehaald door Kees Boskamp, een BVD-agent uit Den Haag. Samen reden ze naar het AC restaurant even buiten Boxmeer. ‘Het gesprek ging in het begin alleen over mijn studie, interesses en dergelijke. Hij was overdreven vriendelijk. De hele tijd complimentjes, en zo. Toen kreeg ik een soort stoomcursus BVD. De agent begon te vertellen hoe de maatschappij zich had afgekeerd van geweld en dat de groep mensen die actie voerde steeds kleiner en radicaler werd. Daarna werd hij wat concreter over wat ik zou moeten doen. Zo zou ik mijn uiterlijk moeten aanpassen aan dat van de mensen die ik in de gaten moest houden. Ook moest ik me abonneeren op links-radicale bladen zoals NN en Lekker Fris. Dat was om mezelf te oriënteren en te informeren.’ Dit gesprek duurde een paar uur. Daar werd Eddie door Kees afgezet op het station in Nijmegen. Voor het vierde gesprek, op 13 december, moest Eddie naar het station in Cuyk. Van daar reed hij met Kees naar een wegrestaurant in Malden. Deze keer kreeg Eddie de opdracht lid te worden van de AKKU en contacten op te bouwen met Radio Rataplan. ‘Ik moest ook een postbusnummer nemen om mijn post te ontvangen. Verder moest ik een lijstje maken van de actiegroepen in Nijmegen waar ik bij zat of mensen van kende. Ik zou ‘langzaam binnen moeten komen’ zoals Kees het noemde. Het kwam er op neer dat ik eerst gezichtheidsbekendheid op moest bouwen door naar vergaderingen en bijeenkomsten te gaan. Hij zei dat ik niet op eigen houtje dingen moest ondernemen en dat ik gewoon alles door moest geven zoals ik het gehoord of gezien had, niets erbij en niets eraf. De volgende afspraak zou op 17 januari zijn, op het station van Cuyck.’ Ook dit gesprek duurde enkele uren. En evenals de vorige keer werd Eddie bij het station in Nijmegen afgezet.

Vitale informatie
Op 14 januari besloot Eddie om er mee op te houden. Hij geeft daarvoor een aantal redenen. ‘In de eerste plaats kreeg ik de indruk dat de BVD informatie aan het verzamelen was om mij onder druk te zetten. Ik begon de indruk te krijgen dat de politie mijn ouders benaderd had. Verder kreeg ik het vermoeden dat er brieven onderschept waren. Ik had namelijk al in december een brief naar het BVD-onderzoeksbureau ‘Jansen en Janssen’ geschreven. Daarin vroeg ik hen om ondersteuning. Toen ik ze in januari eindelijk te spreken kreeg vroegen ze heel verbaasd: ‘Heb je onze brief dan niet gekregen?’ Ik houd het er nu maar op dat die is weggeraakt in de kerstpost. Dat lijkt me wel zo goed voor mijn gemoedsrust. ‘Ten derde was er geen enkele manier waarop ik iets te weten zou komen waaruit duidelijk werd of de docent inderdaad voor de PID werkte. Tot slot was ik bang dat, als ik door zou gaan, daadwerkelijk informatie zou moeten geven. Toen ik voor het eerst van een actie op de hoogte was, merkte ik hoe moeilijk het is om het vertrouwen van de PID te behouden en ondertussen geen vitale informatie door te geven. Ik kan me voorstellend dat mensen denken dat ik het voor de kick gedaan heb, maar dat is beslist niet zo. Vanuit een idealistisch oogpunt ben ik, achteraf gezien, onbesuisd te werk gegaan. 
Ik heb er geen spijt van, maar eigenlijk moet je er niets mee te maken hebben.’

 

Anders Hoendervanger

Uit de Oude Doos: degradatievoetbal in Nijmegen?

Iedere twee weken rakelt ANS herinneringen op door een artikel uit de archieven te plukken. Deze week in de nostalgische rubriek: voormalig NEC-trainer Cees van Kooten.

Het kon niet op in de Goffert afgelopen vrijdag: NEC won voor het eerst sinds februari van dit jaar weer een wedstrijd. Door de overwinning is de Nijmeegse club voorlopig van de laatste plaats in de Eredivisie af. Met de tot nu toe tegenvallende resultaten en een technisch directeur die wel niet wel niet opstapte kan NEC dit sprankje hoop goed gebruiken. Toch is het spel nog altijd niet om over naar huis te schrijven. In het seizoen '94-'95 was dat heel anders, zo stelde Cees van Kooten, destijds trainer, in een interview met ANS. Hij was zelfs van mening dat de ploeg op dat moment na Ajax de best voetballende ploeg in de eredivisie was.

In het gesprek dat ANS in april 1995 voerde met Van Kooten, vertelde hij over de lage positie op de ranglijst en het fabelachtige voetbal van NEC. Ook zijn gebrek aan visie komt in het artikel aan de orde. Nijmeegs trots was promovendus in de PTT-Telecompetitie en is sindsdien niet meer uit de hoogste competitie verdwenen. Ondanks dat de club niet degradeerde werd Cees van Kooten wegens tegenvallende resultaten op 7 november 1995 ontslagen. Hopelijk lukt het de Nijmegen Eendracht Combinatie dit seizoen wederom om zich te handhaven in de Eredivisie en treft trainer Anton Janssen niet hetzelfde lot als zijn collega.

Lees hier het artikel uit de april-ANS van 1995:

Niks degradatie! NEC-trainer Van Kooten kijkt alleen naar boven

In de PTT-telecompetitie staat NEC op de zestiende plaats. Klassebehoud is dus lang niet zeker. Maar aan degraderen wordt bij NEC nooit gedacht. 'Het woord is hier nog niet gevallen. Daarvoor spelen we te goed', zegt trainer Van Kooten met zelfvertrouwen. Na Ajax zijn we de best voetballende eredivisieploeg.'

Tekst: Floris van Balen en Daniël Rovers

Op het trainingsveld van de Nijmegen Eendracht Combinatie (NEC) hangt een gemoedelijke sfeer. De selectie van NEC werkt ontspannen een lichte training af: even inlopen, beetje sprinten, 'overschieten', en dan een partijtje op klein veld. Het is woensdagmiddag 5 april, drie dagen na de sensationele overwinning op titelkandidaat Roda JC. Een handjevol supporters slaat de verrichtingen van 'hun jongens' met tevredenheid gade. 'Het zijn allemaal goeie jongens: zeer technisch en aanvallend ingesteld', zegt een trouwe bezoeker van de trainingen en wedstrijden van NEC. 'Ja, ze kunnen wel een potje ballen.' Aan niets is te merken dat NEC een club in degradatienood is: geen kwade supporters, geen conflicten tussen de spelers, geen druk van het bestuur op de coach. Gebruikelijke taferelen als een club 'onder de streep' geraakt en dus veroordeeld is tot 'degradatievoetbal', maar bij NEC is van dit alles geen sprake. In tegendeel; als enige club in het betaalde voetbal verlengde men voortijdig het contract met de trainer. Een duidelijk teken dat men vertrouwen heeft in de aanpak van trainer Cees van Kooten. Toch is NEC pas in de onderste regionen van de ranglijst terug te vinden. De eerste seizoenshelft verliep redelijk goed, maar na de winterstop is er de klad in gekomen: de laatste acht wedstrijden leverden slechts vier punten op. Slecht gespeeld wordt er niet - NEC krijgt links en rechts complimentjes voor het goed verzorgde veldspel - maar na negentig minuten staat het elftal vaak wel met lege handen. Waar ligt dat aan?

Fatale blunders Van Kooten, bezig met zijn eerste jaar bij NEC, legt uit; 'Kijk, het team is gepromoveerd en bestaat uit allemaal spelers zonder ervaring op het hoogste niveau. En tussen de eredivisie en de eerste divisie zit een wereld van verschil. Als je in de eredivisie een fout maakt, wordt dat gelijk afgestraft, terwijl een blunder in de eerste divisie niet fataal hoeft te zijn. Persoonlijke fouten zijn dan ook de voornaamste oorzaak van onze lage klassering. Zoals tegen Vitesse, die wedstrijd moeten we eigenlijk gewoon winnen; we spelen de hele wedstrijd op hun helft. Alleen dan krijg je er in de laatste minuut zelf een om de oren omdat de verdediging staat te slapen. Het probleem met persoonlijke fouten is dat je er niet op kan trainen; het is puur een kwestie van ervaring.' Toch heeft Van Kooten alle vertrouwen in een goede afloop: 'De sfeer binnen de groep is perfect: het woord degradatie is hier nog niet gevallen. Waarom niet? Gewoon, omdat we prima spelen. Ik ben zelfs van mening dat we na Ajax momenteel de best voetballende ploeg in de eredivisie zijn.' Dat lijkt een merkwaardige uitspraak, omdat NEC de laatste maanden toch tegen een aantal flinke nederlagen is aangelopen: twee keer 5-1, tegen Volendam en Ajax. Van Kooten haalt zijn schouders op: 'Doelpunten zeggen mij weinig. Kijk, tegen Ajax sta je twintig minuten voortijd nog maar met 2-1 achter. Als je dat tot het einde kan vasthouden en je vijf minuten voor tijd Cees Lok (een sterke kopper, red.) naar voren stuurt, dan sleep je nog een punt weg uit De Meer. Maar ja, toen kreeg Van der Linden rood en met tien man ben je gewoon kansloos tegen het positiespel van Ajax. De nederlaag tegen Volendam was ook geflatteerd. We waren de hele wedstrijd beter, maar misten een handvol uitgespeelde kansen. En als ze het achterin dan weggeven, dan is het zo 5-1. RKC-thuis, dat was pas echt slecht: nipt verloren, maar we speelden werkelijk als een krant. Dat komt veel harder aan.'

Geen echte visie Begin dit jaar nam Van Kooten het roer over van Jan Pruijn, die volgens het bestuur 'te weinig betaald voetbalervaring' had. Van Kooten daarentegen kan bogen op een lange carrière als actief voetballer. In twintig jaar betaald voetbal haalde hij ook het Nederlands elftal, al bleef dit bij een paar interlands. Van Kooten: 'Die bagage neem je toch mee als trainer. Ik ben zelf spits en laatste man geweest, dus ik weet echt wel hoe een aanvaller een verdediger moet bespelen en omgekeerd. Dat is al tachtig procent van het spelletje. Een echte visie heb ik niet. Ik pleit voor aanvallend voetbal, omdat ik daar de spelers voor heb. Dan train je dus veel op combineren in de kleine ruimte, want als aanvallende ploeg speel je vaak op de helft van de tegenstander. Met speelveld is kort en de ruimte klein: techniek, handelingssnelheid en combinatievermogen zijn dan essentiële kwaliteiten. Daar probeer ik aan te werken bij de trainingen. Het is dan mooi om te zien, als de spelers het beetje bij beetje oppikken en progressie boeken.' En in de eredivisie blijven, maar daar twijfelt Van Kooten niet aan. Sterker nog, met wat 'gerichte aankopen' denkt de trainer dat NEC volgend seizoen kan groeien tot een middenmoter.

 

Gijs Hablous