Het issue: Er is pensioen na de dood
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Blijft 65 wel 65?
Werken tot de dood erop volgt, door het huidige AOW-voorstel lijkt het steeds dichterbij te komen. Het kabinet heeft immers besloten een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer voor te leggen waarin de AOW-gerechtigde leeftijd met twee jaar wordt verhoogd. De ingreep wordt gerechtvaardigd door te wijzen op de vergrijzing en de huidige economische crisis. Hoewel de tegenstanders zich met hand en tand verdedigen, lijken zij weinig invloed te kunnen uitoefenen op het uiteindelijke besluit. Zij voeren aan dat een gering aantal mensen op hun 64ste nog werkt. Er kan volgens hen beter op andere zaken worden bezuinigd, zoals hypotheekrenteaftrek en de aanschaf van de JSF. Hoewel alle partijen hun vrede dan wel onvrede over dit onderwerp duidelijk laten merken blijft het rondom de jongerenpartijen angstaanjagend stil. Wat vinden zij van de bezuinigingen in de crisistijd?
De stelling van deze maand: Verhoging van de AOW-leeftijd is een onnodige afwenteling op de jongere generatie
De arbeidsmarkt zal vanaf 2010 dertig jaar lang krimpen met een miljoen mensen
In die periode zullen er drie miljoen banen vrijkomen
Op dit moment ligt het voorstel voor advies bij de Raad van State
Het voorstel behelst dat mensen die 42 jaar hebben gewerkt, op hun 65ste verjaardag kunnen stoppen.
Zij krijgen dan wel een korting op hun AOW
Het laatste voorstel is de verhoging van de AOW-leeftijd niet te laten gelden voor mensen die 55 jaar of ouder zijn.

Jeroen van Velzen, voorzitter van het CDJA, de jongerenpartij van het CDA
‘De verhoging van de AOW-leeftijd moet plaatsvinden, dat staat vast. Het is logisch deze geleidelijk door te voeren. Wij stellen voor om vanaf januari te beginnen met elk jaar de AOW-ge-rechtigde leeftijd een kwart jaar te verhogen. Dan ligt de leeftijd waarop iemand recht krijgt op een AOW-uitkering in 2018 op 67. Zo voorkomen we dat de staatsschuld verder groeit en de rekening wordt doorgeschoven naar de jongere generatie.
‘Verder is de arbeidsparticipatie onder 55-plussers tussen 2001 en 2008 fors gestegen. De verwachting is dat die stijging de komende jaren doorzet. Door de aankomende vergrijzing hebben we alle mankracht hard nodig en kunnen we mensen niet aan de kant te laten staan.
‘Bovendien zijn andere opties schaars. De vakbonden stellen voor om mensen zelf te laten beslissen wanneer ze met pensioen willen, maar onderzoek wijst uit dat mensen dan al op hun 65ste willen stoppen. Alternatieve voorstellen voor de AOW zijn financieel niet sluitend. De leeftijdsverhoging is niet als bezuiniging bedoeld, het is een manier om ons sociale stelsel in de toekomst betaalbaar te houden.’
Diederik ten Cate, voorzitter van DWARS, de jongerenpartij van GroenLinks
‘Door de vergrijzing zullen de kosten voor de zorg en de AOW enorm stijgen. Om de overheidsfinanciën op orde te houden zal de AOW-leeftijd daarom omhoog moeten. Dit is ook helemaal niet erg. Sinds de invoering van de AOW is de leeftijdsverwachting met acht jaar gestegen. Twee jaar langer doorwerken is dus helemaal niet zo’n probleem. Het is in ieder geval beter dan niets aanpassen. Als daarvoor wordt gekozen, komen we over twintig jaar voor een enorm financieringstekort te staan. Het zal ons dwingen tot enorme bezuinigingen op bijvoorbeeld de hoogte van uitkeringen. Dat is iets wat iedereen wil voorkomen. Daarom moeten we nu kiezen voor de toekomst en geleidelijk de AOW-leeftijd verhogen.
‘Overigens is een aanpassing ook meteen een kans om de regeling socialer te maken. Door de gerechtigde leeftijd flexibel te maken kun je ervoor zorgen dat mensen met zware beroepen eerder kunnen stoppen dan hoger opgeleiden. Zij starten vaak op een latere leeftijd met werken en kunnen dus best wat langer doorgaan.’
Eva Gerrebrands, voorzitter van ROOD, Jong in de SP
‘ROOD is tegen een verhoging van de AOW-leeftijd. Dit is helemaal niet nodig want de huidige regeling blijft betaalbaar. Over de pensioenen wordt gewoon belasting betaald. Als de regering geld nodig heeft, dient het eerst eens een kritische blik te werpen op de subsidie die we geven aan villabezitters via de hypotheekrenteaftrek of op de aanschaf van de JSF.
‘Het gaat ons om de verplichting langer door te werken. Wanneer iemand door wil werken na zijn of haar 65ste, moet dat vooral mogelijk zijn. Maar in de meeste gevallen willen en, belangrijker nog, kunnen mensen niet meer doorwerken. Er zijn heel veel mensen voor wie het met 65 jaar wel mooi is geweest. Daarbij denk ik niet alleen aan bouwvakkers, maar ook aan docenten, mensen in de verpleging, buschauffeurs en politieagenten. Het is niet voor niets dat van de mensen van 64 jaar en ouder nu maar 14 procent werkt.’
Jeroen de Glas, voorzitter FNV Jong, jongerenorganisatie FNV
‘Om het groeiend overheidstekort met betrekking tot de crisis – een onvoorziene omstandigheid – aan te pakken moet je in financiële zin kijken welke groep er solidair kan zijn met groepen die het minder hebben. Als je het probleem benadert als een vergrijzingsprobleem – een voorziene omstandigheid – dan is de insteek anders. De vraag blijft staan: Wie moet solidair zijn met wie? Gaan jongeren langer doorwerken zodat ouderen van hun AOW kunnen blijven genieten?
‘Wij zijn voor een andere optie: Keuzevrijheid is bij langer doorwerken het belangrijkste. Een manier om mensen te stimuleren om langer door te werken, is mensen op een positieve manier te prikkelen. Er staan een heleboel groepen aan de zijlijn. Dat zijn laagopgeleiden, allochtone jongeren, 45-plussers, WA-jongeren en een deel van de vrouwen. Als zij konden werken, zou het probleem voor een groot gedeelte opgelost zijn. Daarnaast zouden de kosten over generaties verdeeld moeten worden. Hoger opgeleiden die solidair zijn met lager opgeleiden vormen daarbij de insteek. Dit zorgt ervoor dat ervoor dat de overheid wordt geprikkeld om te investeren in het opleidingsniveau van mensen.’
Alternatieven
Ook in Europa speelt de kwestie van vergrijzing, waarop de Europese Commissie enkele nieuwe voorstellen bekend heeft gemaakt om de uitdaging van de vergrijzende bevolking aan te gaan.
Als eerste wil de Europese Commissie de combinatiemogelijkheden van werk, gezin en privéleven bevorderen zodat ouders het gewenste aantal kinderen kunnen krijgen. De groeiende vraag naar arbeiders is namelijk niet alleen ontstaan door het aantal mensen die met pensioen gaan maar vooral door de steeds latere leeftijd waarop mensen kinderen krijgen. Op dit moment ligt volgens het CBS de gemiddelde leeftijd waarop moeders kinderen krijgen op 29.4, terwijl dit in de jaren zeventig nog op 24.4 lag. Jonge vrouwen kiezen ervoor om eerst carrière te maken voordat zij zich gaan richten op het moederschap.
Het tweede voorstel van de Europese Commissie is het verbeteren van de werkmogelijkheden voor ouderen. Oudere werknemers hebben eigenschappen die verder ontwikkeld zijn dan die van hun jongere collega die daarom voor bepaalde functies erg waardevol kunnen zijn. Daarom is het zaak om een goede afweging te maken zodat je de juiste man voor de juiste functie krijgt.
Ten derde wil men gebruikmaken van het positieve effect van de migratie op de arbeidsmarkt. Op dit moment komen er bijvoorbeeld veel Poolse arbeiders naar Nederland om te werken. Sommige bevolkingsgroepen zien dit als een bedreiging terwijl deze mensen juist de arbeidsplekken vervullen waar meer vraag naar is dan aanbod. Er zou dus meer uitwisseling moeten komen tussen Europese landen zodat ieder land de vraag naar arbeiders kan voldoen.
Als laatste wil men zorgen voor een duurzaam gebruik van overheidsfinanciën zodat de sociale zekerheid op langere termijn kan worden gewaarborgd. Op dit moment worden de premies die worden betaald door de arbeider niet gespaard maar meteen uitgegeven aan een AOW-gerechtigde. Hierdoor komen dus de problemen die met de vergrijzing samenhangen voort en kan de balans ineens naar links of rechts uitslaan. Als er meer gespaard wordt door de overheid, kunnen zulke problemen worden voorkomen of in ieder geval voor een gedeelte worden bekostigd.
Naast de alternatieven die de Europese Commissie heeft aangedragen is er nog een ander alternatief. Volgens Sap en Schippers (2007) is er op dit moment een scheve verdeling van levensfasegerichte uitgaven door werkgevers. Het grootste deel van de uitgaven worden besteed aan de 55-plussers, dit is namelijk zo’n 57%. Dit wordt besteed aan onder andere leeftijdsgebonden verlof. Aan scholing wordt 38% uitgegeven en aan 45-plussers wordt dus nog maar erg weinig gespendeerd. Aan arbeid en zorg wordt ten slotte nog maar 5% gespendeerd. Er kan dus geconcludeerd worden dat er veel wordt gespendeerd om arbeiders thuis te houden in plaats van te investeren in arbeiders om te participeren in de arbeidsmarkt. Zaak is dus om werkgevers meer te laten investeren in het jongere segment van de arbeidsgroepen en dit in combinatie te doen met de alternatieven die de Europese Commissie had voorgedragen. Dus meer investeringen in arbeid en zorg zodat er ook meer vrouwen, die kinderen hebben, zich kunnen richten op de arbeidsmarkt.
Tekst: Pieter Hengst en Jolene Meijerink
Illustratie: Loes van Woezik
Klik hier voor de andere artikelen van ANS november 2009.



-
http://www.ans-online.nl/opinie/issue/update-reactie-minister-donner-op-het-issue-er-is-pensioen-na-de-dood [UPDATE] Minister Donner reageert op ‘Er is pensioen na de dood’ | ANS-Online




