Het Issue – Voedselcrisis
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: vegetarisme als antwoord op de voedselcrisis.
Een betere wereld begint bij een sojaburger
De wereld lijdt honger. Op alle continenten behalve Europa en Noord-Amerika voelt men de gevolgen van een explosieve prijsstijging van basisvoedingsmiddelen als maïs en tarwe, die zich binnen een jaar voltrok. In diverse landen zijn hierdoor hevige rellen uitgebroken en de Verenigde Naties (VN) hebben een noodoproep gedaan om geld te werven voor voedselhulp.
De stijgende vleesconsumptie wordt door verscheidene experts als belangrijke factor in deze voedselcrisis gezien. Naast het grootschalig verbruik van vlees in westerse landen wordt ook in India en China steeds meer vlees gegeten. Daardoor worden de graanprijzen verder opgedreven. Het voeden van slachtvee vereist namelijk een grote hoeveelheid graan: drie tot vier kilo is nodig voor de productie van één kilo vlees. Om de exploderende voedselprijzen af te remmen, riep minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking Nederlanders op minder vlees te eten. Is een hamburger minder op de barbecue de oplossing van de voedselcrisis?
De stelling van deze maand:
Om de voedselcrisis te beslechten, zullen we onze vleesconsumptie moeten minderen.
Prof. dr. ir. Eric Tollens, hoogleraar Landbouweconomie, Katholieke Universiteit Leuven
‘De stijgende vleesconsumptie speelt inderdaad mee in de voedselcrisis, maar wat kan eraan worden gedaan? Het is een wereldwijde wet dat wanneer de welvaart toeneemt, mensen meer vlees gaan eten. Zelfs Indiërs, die als vegetariërs bekendstaan, consumeren momenteel massaal kippen. Zij willen hetzelfde eten als westerlingen en dat kan moeilijk worden verboden. In westerse landen zou er door middel van voorlichtingscampagnes op kunnen worden gewezen dat veel vlees eten de graanprijzen opdrijft, maar ik betwijfel of dit soort acties enig effect zal hebben. Wat mij betreft hoeft dat ook niet, de oplossing ligt in de eerste plaats in verhoogde landbouwinvesteringen.
‘De landen waar de voedselcrisis woedt, zijn ontwikkelingslanden die jarenlang een slecht landbouwbeleid hebben gevoerd. Daarvan ondervinden ze nu de gevolgen. Al die tijd kon goedkoop voedsel worden geïmporteerd en is de eigen landbouw verwaarloosd. Nu zijn de voedselprijzen verdubbeld en kunnen deze landen niet op hun eigen productie terugvallen. Het is dus een lokale verantwoordelijkheid. Het enige wat het Westen kan worden verweten, is dat het de ontwikkelingshulp beter had kunnen aansturen. Wij hoeven niet minder vlees te gaan eten om de honger in Afrika te stillen. In westerse landen wordt weliswaar veel vlees gegeten, maar daar ligt de landbouwproductiviteit ook een stuk hoger, met andere woorden: wij kunnen het ons veroorloven.’
Dr. ir. Niek Koning, hoogleraar Landbouweconomie, Universiteit Wageningen
‘Ik vind de oproep van de heer Koenders zeer gratuit en dom. Zonder beleid zal de vleesconsumptie niet verminderen en voor zover ik weet wordt een dergelijk beleid niet uitgezet. Bovendien is er geen sprake van een structurele schaarste van voedsel, maar van een ernstige prijsfluctuatie.
‘Afgelopen tijd is er vaker sprake geweest van te lage dan van te hoge prijzen. Dit heeft problemen opgeleverd in ontwikkelingslanden, waar boeren te weinig geld kregen voor hun producten om landbouwbenodigdheden als mest te kopen. Als de vleesproductie aan banden wordt gelegd, zouden deze prijzen weer drastisch dalen. Dit zou problematisch zijn voor ontwikkelingslanden. Selectief de vleesproductie minderen is dan ook geen oplossing, er moet een beleid worden gevoerd om de internationale landbouwprijzen te stabiliseren. Dit kan door een prijsband te definiëren, met een minimum- en een maximumprijs.
‘Op langere termijn moet de vleesconsumptie alsnog aan banden worden gelegd. Dit wil niet zeggen dat vlees moet worden verboden, maar dat de consumptie van vlees dat het minst efficiënt wordt geproduceerd, moet worden ontmoedigd. Dit is rundvlees dat op basis van krachtvoer wordt geproduceerd, vaak vlees afkomstig uit de VS en Europa. Dit moeten we niet alleen ontmoedigen om voedseltekorten op lange termijn op te lossen, maar ook vanuit gezondheidsoverwegingen. Een te hoge consumptie van dit soort vlees leidt tot allerlei ziektes.
‘Nu lijden er mensen honger die direct moeten worden geholpen. Er moeten concrete maatregelen worden genomen om arme consumenten te compenseren: voedsel moet in ontwikkelingslanden op de bon en de westerse landen moeten gehoor geven aan de noodoproep van de VN.’
Dr. Prem Bindraban, onderzoeker voedselzekerheid, Plant Research International
‘Het klopt dat het meerdere kilo’s aan eetbare plantaardige producten kost om vlees te produceren. Ik zou hier echter een aantal kanttekeningen bij willen plaatsen. Ten eerste kunnen in grote delen van de wereld geen gewassen worden geteeld, maar wel gras. Herkauwers eten dit en zetten het om in voor mensen eetbaar voedsel: vlees. Ten tweede bestaat een zeer groot deel van het voedsel voor dieren uit afvalproducten van plantaardige producten, zoals schillen. Het is vanuit de productiekant bezien van groot belang dat we deze systemen blijven benutten.
‘Wat betreft de consumptiezijde: het is onnodig dat westerlingen zo veel vlees eten. In westerse landen kan men uit genoeg voedzame alternatieven kiezen. De meeste mensen in ontwikkelingslanden daarentegen hebben een zeer eenzijdig dieet. Voor deze groep moet het eten van vlees juist worden gestimuleerd. Veel gezondheidsproblemen zoals bloedarmoede kunnen daarmee effectief worden bestreden. Wereldwijd zou er dus meer vlees mogen worden gegeten, aangezien een groot deel van de wereldbevolking nog niet gevarieerd genoeg eet. Wel zouden de rijke westerse consumenten dan minder vlees moeten eten, om de druk op de natuurlijke hulpbronnen te helpen verminderen.’
Dr. Michiel Keyzer, directeur Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening en hoogleraar Wiskundige economie, Vrije Universiteit Amsterdam.
‘Het is nog niet mogelijk om wetenschappelijk op een dergelijke stelling in te gaan. Aangezien het ongeveer anderhalf jaar duurt voordat de handelsgegevens bekend zijn, is mij onduidelijk waarmee Koenders zijn uitspraken staaft. Men kan op dit moment slechts op ervaring en inzicht verklaren waarom het systeem in een kramp zit.
‘Op korte termijn is vleesconsumptie de boosdoener. Het gepreek van minister Koenders heeft echter weinig zin. Wij zijn een vergrijzende bevolking die uit zichzelf al minder vlees gaat eten. De Chinezen en de Indiërs worden de grote vleeseters, en die luisteren echt niet naar wat wij zeggen.
‘Op lange termijn is een onverzadigbare vraag – die naar biobrandstoffen, waarvoor ook veel graan nodig is – een veel groter probleem. De productie van duurzame brandstoffen is noodzakelijk, maar moet niet worden gestimuleerd door middel van belachelijke centralistische ingrepen. Omdat de overheid met een stalinistisch beleid deze milieuvriendelijke brandstoffen subsidieert, stappen te veel boeren erop over. Zo blijft er te weinig graan over voor de wereldmarkt, wat de situatie zal verslechteren.’
Tekst: Anne Elshof en Timo Pisart
Illustratie: Loes van Woezik



-
piet
-
Rogier




