Het vergeten voorrecht
Studie: een bezigheidstherapie, buitenkans of noodzakelijk kwaad. Niet alle studenten zijn even gemotiveerd. ANS onderzocht de leergierigheid aan de RU. ‘Ach, ik game liever.’
De stereotype student spendeert zijn tijd aan alles behalve studie: hij komt altijd te laat of helemaal niet opdagen bij colleges en de werkgroepen bereidt hij nooit voor. Het in één keer behalen van de propedeuse is meer uitzondering dan regel en het overslaan van een tentamen is doodnormaal. Kortom, het is slecht gesteld met het heersende beeld van de motivatie van de academicus in opleiding.
‘Hier moet je niet zijn als je gemotiveerde studenten zoekt’, aldus een derdejaars studente Wiskunde die aan een biertje nipt in de kantine van onder andere studievereniging Desda. De enquête die afgelopen maanden rondging over de faculteiten van de RU werd wisselend ontvangen. Uiteindelijk ontboezemden 261 respondenten de ins en outs van hun studiegedrag, waaronder de pijnlijke twijfels over zelfdiscipline en weinig bevredigende colleges.
Carrièretijgers
‘Een vak leren om een fatsoenlijke baan te krijgen en de vele vrouwen, dat zijn mijn enige motieven. Ik vind studeren maar saai.’ Een tweedejaars Bedrijfscommunicatie (21) reageert pessimistisch op de vraag naar zijn academische drijfveren. Gelukkig is dit niet representatief voor de gemiddelde Nijmeegse student. Uit de enquête blijkt driekwart redelijk tot zeer gedreven te zijn. Slechts 8 procent is absoluut niet te spreken over zijn of haar studie. Ongeveer de helft van de studenten zou zeker dezelfde studie kiezen, mochten zij opnieuw voor de keuze staan.
Over het geheel genomen zijn Rechtenstudenten het minst bezield. Zij zeuren over de droge stof, de ellenlange teksten en alsmaar slechte cijfers. Hun motivatie is voornamelijk van financiële aard: een goede baan en een dik salaris is vaak het enige wat hen beweegt. Tandartsen in opleiding, de meest gepassioneerde studenten, worden voornamelijk wild van het idee tegen fikse beloningen de rest van hun leven in andermans mond te wroeten. Een twintigjarige Geneeskundestudente raakt vooral geïnspireerd door het menselijke lichaam en de vrouwenserie Grey’s Anatomy: ‘Ik wil vooral graag seks in de voorraadkast met een echte McDreamy.’
Voortdurend vakantie
Volgens het European Credit Transfer System (ECTS) staat een ECTS-punt gelijk aan 28 uur studie. Om het maximale aantal punten per jaar binnen te slepen, zou een student veertig uur per week onder de pannen zijn. De meeste studenten nemen dit met een grove korrel zout. Een magere 13 procent ziet zijn studie als een fulltime baan en vult de volle 40 uur. Een derde van de studenten is onwaarschijnlijk lui en komt niet veel verder dan een luttele 10 tot 20 uur per week. Het grootste gedeelte vervult zijn positie als middenmoot uitstekend en zit wekelijks 20 tot 30 uur met de neus in de boeken.
Koplopers zijn de bètastudenten en de medische studenten. Zo’n 35 procent van de natuurwetenschappers en 18 procent van de medici in spe zegt minimaal 40 uur per week aan de wetenschap te wijden. Dit in tegenstelling tot de Rechtenstudenten die wederom het gemiddelde flink omlaag halen: de helft spendeert maximaal 20 uur, terwijl een vijfde zelfs dat te veel vindt en het op hoogstens 10 uur houdt. Ook de studenten Sociale Wetenschappen gooien de handdoek al snel in de ring: de helft blijft bij zo’n 20 uur steken.
Hoe weinig tijd er ook in de studie wordt gestoken, de colleges worden in ieder geval redelijk bezocht. Ongeveer 80 procent bezoekt meer dan driekwart van zijn hoorcolleges en zelfs negen van de tien werkgroepen. Slechts 6 procent zegt bijna nooit te komen opdraven. Ook hier zijn de rechtsgeleerden en sociale wetenschappers de grootste afhakers. Opvallend is het lage werkgroepbezoek aan de bètafaculteit: de helft van de tijd hebben zij kennelijk betere dingen te doen.
Aangezien de colleges grotendeels worden gevolgd, ligt het probleem vooral in een minimale zelfstudie. Meer dan de helft van de studenten is niet tevreden met zijn studiehouding. Ze zijn zich pijnlijk bewust van hun, in sommige gevallen, extreem minimale inspanning. ‘Vaak ben ik hetgeen ik heb geleerd na een paar dagen alweer vergeten. Ook bestudeer ik niet eens alles dat ik zou moeten leren’, bekent een studente Psychologie. Verder is het ronduit belachelijk dat een groot aantal studenten met 10 uur studie tevreden is; zolang de gewenste tentamenresultaten zo nu en dan binnenkomen, is het goed. Een derdejaars Rechtenstudente die zo’n 10 uur in de week aan haar studie zit, geeft aan de druk als extreem laag te ervaren: ‘Rechten is te gemakkelijk. Ik zie een semester als vier maanden vakantie en dan een maand tentamens.’
Zeventjescultuur
Ondanks de minimale inspanningen worden tentamens redelijk binnengetikt. Een derde van de studenten haalt alle tentamens in een keer. Meer dan de helft van de Geneeskundestudenten maakt deel uit van deze bovenlaag. Met slechts 15 procent behoren studenten aan de faculteit Sociale Wetenschappen tot het puntenplebs.
Een uitzondering daargelaten streven Radboudianen gemiddeld naar een 6,8. Hun verwachtingen worden in ieder geval waargemaakt; het gehaalde gemiddelde ligt rond de 6,9. Het halen van deze tentamens is meestal geen olifantendracht. Zoals een Pedagogiekstudent claimt: ‘De opleiding is te gemakkelijk. Na drieënhalve week feesten moet ik nog twee dagen leren, dan haal ik mijn tentamen met gemak.’
Met zulke karige inzet zal het geen verrassing zijn dat studenten hun studie zeker niet als last beschouwen. De helft ziet de weg tot wetenschap als voorrecht. Een derde voelt zich minder vereerd, voor hen is studeren een vanzelfsprekendheid. Slechts 7 procent ervaart de studie als een verplichting. Een Filosofiestudent omschrijft zijn dagelijkse duik in het denken als persoonlijke ontwikkeling. Een ander noemt het een ‘noodzakelijk kwaad’, een laatste merkt scherp op: ‘Ik vergeet het te vaak, maar studeren is een voorrecht. Daaraan moet ik mezelf
regelmatig herinneren.’
Slechts 13 procent vult de volle 40 uur, meer dan de helft is ontevreden over zijn houding en er worden matige gemiddeldes nagestreefd. Toch bestempelen studenten zichzelf als gedreven. Misschien wordt het tijd dat zij hun woorden omzetten in daden?



1 = Zeer ontevreden, 5 = Zeer tevreden

Nee, ik probeer met minimale inspanning mijn studie te doorlopen
Ik leer de voorgeschreven studiestof, meer niet.
Ja, ik probeer mijn studie zo goed mogelijk te doen en zo veel mogelijk te weten te komen


*Het gaat hier om aanvullende literatuur die niet verplicht is voor het tentamen.
**Deze artikelen zijn wel ‘verplicht’ voor het tentamen.
Tekst: Timo Pisart en Juliet van de Voort
Beeld: Loes Perree



-
Ralph
-
Lot
-
Karin
-
Ralph
-
Karin
-
Dieter F
-
Letteren
-
Jacuqeline
-
http://www.ans-online.nl/blog/het-nieuwe-schooljaar ANS-Online » Nieuws » Het nieuwe schooljaar




