ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Medezeggenschap of meepraten?

Over een paar weken zijn de digitale stemhokjes weer geopend. Alle studenten aan de Radboud Universiteit kunnen bepalen wie er het komende jaar in de Facultaire Studentenraad (FSR) en de Universitaire Studentenraad (USR) zullen zetelen. Samen met vertegenwoordigers van het personeel vormen de verkozen studenten de Facultaire Gezamenlijke Vergadering (FGV) en de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV).

Jarenlang was er binnen deze vergaderingen een gelijke stemverdeling van studenten en personeel. In 1997 is er echter 40-60-verhouding ingevoerd ten behoeve van het wetenschappelijk personeel. Onder decanen leefde de angst dat bij een 50-50-verdeling studenten en ondersteunend personeel de stem van de wetenschappers zouden verdringen. Deze aanpassing is mogelijk doordat de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek voor universiteiten met een religieuze signatuur expliciet een uitzondering maakt op de wettelijk vastgelegde pariteit van stemmen. In tegenstelling tot rijksuniversiteiten kan de RU de student-vertegenwoordigers dus praktisch buitenspel zetten. Coen Pouls, voorzitter van de FSR van de Letterenfaculteit: ‘Hoewel ik de 50-50 verdeling het afgelopen jaar niet als probleem heb ervaren, vind ik het belachelijk dat er kennelijk vanwege het bijzondere karakter van deze universiteit een andere verdeling is.’

De scheve stemverhouding heeft in de afgelopen dertien jaar nog nooit tot serieuze strubbelingen geleid in de praktijk. Ook Coen heeft dit jaar nimmer lijnrecht tegenover de medewerkers gestaan. Dat komt doordat medewerkers en studenten vaak samen optreden tegen het bestuur. ‘We willen beiden het beste voor de universiteit. Toch hebben de medewerkers meer eigenbelang. Studenten hebben over een paar jaar niets meer te maken met de universiteit, terwijl medewerkers er waarschijnlijk blijven werken.’

Het college van bestuur (CvB) beaamt de goede samenwerking tussen medewerkers en studenten. Woordvoerder Willem Hooglugt verwijst naar een onderzoek dat het onafhankelijk onderwijsadviesbureau IOWO in 2007 verrichte. ‘Daaruit bleek dat de FGV’s goed functioneerden, ook met de 40-60-regeling. Daarmee was het bezwaar dat de studenten maakten tegen de stemverdeling van tafel.’ Dat is echter buiten Bob van Dijk, voorzitter van de USR, gerekend. Hij is nog steeds een felle voorstander van een gelijktrekking binnen de FGV’s. Zo vindt hij het vreemd dat medewerkers meer in de melk te brokkelen hebben, terwijl onderwerpen worden besproken die beide partijen evenveel aangaan. ‘Mijn belangrijkste argument is echter dat de huidige stemverhouding het bij de faculteiten afdwingt dat de studenten volledig afhankelijk zijn van de medewerkers. Ze hebben in principe altijd een vetorecht.’

Henk de Jager, lid van de Ondernemingsraad (OR) en de UGV, betwist die belangrijke positie. ‘Wetenschappers zijn ook afhankelijk van het ondersteunend personeel. Het komt regelmatig voor dat laatstgenoemden zich aan de kant van de studenten scharen. Dan worden wij overruled.’ Toch ziet De Jager geen beren op de weg naar een 50-50-verhouding: ‘In de UGV bestaat een gelijke stemverdeling en dat werkt goed. Ik zou niet weten waarom dat binnen de FGV’s niet zou kunnen werken.’

Hoewel het CvB het wetenschappelijk personeel tracht te beschermen, denkt deze partij geen bescherming nodig te hebben. De studentenvertegenwoordiging zou deze constructie erg graag tot het verleden laten behoren, maar ziet er nu geen directe aanleiding voor, wat tot een alom geaccepteerde status quo leidt. Daar kan volgend jaar echter verandering in komen wanneer de ingrijpende rendementsmaatregelen worden besproken.
Toch houdt het CvB voet bij stuk en blijft het optimaal gebruik maken van de Wet Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek. Ondanks het protest van de USR in 2007 tegen de 40-60-regeling, is er niets veranderd. ‘Het college blijft bij het standpunt dat deze stemverdeling goed werkt. Uit het feit dat hieraan sindsdien niet is getornd, valt te concluderen dat in de praktijk geen problemen ontstaan,’ aldus Hooglugt.

Tekst: Henk Strikkers en Eva-Marijn de Vries





  • http://www.jbos.eu/ Joep

    “De studentenvertegenwoordiging zou deze constructie erg graag tot het verleden laten behoren, maar ziet er nu geen directe aanleiding voor, wat tot een alom geaccepteerde status quo leidt.”

    Dat is dus pertinent onjuist. Vorig jaar zijn bijvoorbeeld de OERen op FNWI goedgekeurd dankzij de 40%-60% verhouding. De FSR was toen tegen, de OC voor. De OERen zijn een van de weinige zaken waar een FGV formeel stemrecht over heeft en waarin belangrijke rechten voor studenten worden beschreven. Als dat geen directe aanleiding is…. wat moet er dan wel gebeuren?

    Ik vind het uberhaupt een waardeloze instelling. Gaan we pas stoplichten neerzetten als er 5 kinderen zijn doodgereden of passen we het kruispunt aan als we zien dat het gevaarlijk is?

  • Lisa

    Ik kan me ook herinneren dat er vaker pogingen zijn geweest om verhouding recht te zetten, maar dit telkens niet is gelukt juist omdat de studenten (qua stemverhouding) in de minderheid zijn. En zo is de cirkel weer rond.

    Misschien interessant om te weten is dat in concepten van het wetsvoorstel van Plasterk heel lang heeft gestaan dat het onderscheid tussen bijzondere en openbare onderwijsinstellingen zou verdwijnen. Dit heeft het niet gehaald omdat de bijzondere instellingen protesteerden. Die willen natuurlijk graag in stand houden dat bij alles wat hen goed uitkomt, maar wettelijk gezien niet juist is, ze zich kunnen beroepen op hun bijzondere identiteit.

  • Sara

    Ik vind het toch raar dat hoewel er onvrede is over de situatie bij de studenten er niets verandert ‘omdat er geen problemen zijn’. En daarbij wordt er niet eens gekeken naar de (positieve) consequenties van het gelijk trekken van de stemverhouding.
    Dat het wetenschappelijk personeel overruled wordt, vind ik echt onzin! Dit heb ik in mijn FSR-jaren nooit gemerkt.

    Ik vind dat het CvB en de faculteiten eens daad moeten voegen bij hun woorden ‘dat studenteninspraak waardevol is’ en dat ze eens moeten laten zien dat ze het ook echt waarderen door studenten echt mee te laten tellen. Uit ronde tafelgesprekken bij OCW blijkt trouwens ook dat de beperkte invloed van studenten in de medezeggenschap een belemmering vormt voor studenten om actief te worden in de medezeggenschap. Het lijkt me dus heel onverstandig van het CvB als ze hun ogen voor deze discussie sluiten.

  • oud student

    Ook voor 1997 was er geen gelijke stemverhouding in de toenmalige faculteitsraden (de voorganger van de fgv).

  • http://www.ans-online.nl/uit-de-oude-doos/uit-de-oude-doos-wat-hebben-we-eigenlijk-te-vertellen Uit de Oude Doos: Wat hebben we eigenlijk te vertellen? | ANS-Online

    [...] 50 procent van de stemmen in de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV) mogen uitbrengen, is de macht van studenten verwaterd. Pijnlijk werd dit opnieuw duidelijk afgelopen maandag. Toen besloot Roelof de Wijkerslooth, de [...]

blog comments powered by Disqus