Kritische klanken

Redactie

Onafhankelijke universiteitsmedia worden steeds vaker verdrukt door woordvoerders die rooskleurige verhalen ophangen over de universiteit. Kritische geluiden raken in de minderheid, terwijl ze juist zo belangrijk zijn. De universitaire wereld moet zich bewust zijn van het belang van onafhankelijke media.

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Paula Koenders

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

Eind november zijn twee journalisten van de Universiteitskrant Groningen (UK) ontslagen nadat zij hun hoofdredacteur Rob Siebelink hebben beschuldigd van censuur. Zij vinden dat Siebelink kritische artikelen heeft afgezwakt over het plan van de Rijksuniversiteit Groningen om een campus op te richten in China. Een onafhankelijke commissie heeft bepaald dat er geen sprake is van censuur. Toch bevinden universitaire media zoals UK zich altijd in een spanningsveld. In tegenstelling tot het Algemeen Nijmeegs Studentenblad worden redacties van bladen als Vox in Nijmegen, Mare in Leiden of Univers in Tilburg namelijk betaald door de instelling waar ze kritisch over moeten schrijven. Daarnaast groeien communicatie– en PR-afdelingen van universiteiten hard, waardoor journalisten steeds vaker moeten opboksen tegen woordvoerders en persvoorlichters. De kritische pers krimpt, terwijl deze in een goed functionerende democratie juist essentieel is. Dit leidt tot een eenzijdige beeldvorming die niet te verenigen is met een van de kernwaarden van de universiteit: studenten opleiden tot democratische burgers.

Openings mediavrijheid grootEen pot nat
De media zijn een belangrijke spil in de democratie, omdat zij de macht kunnen controleren. Het gaat ten koste van de kwaliteit van de pers als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren. Toch vergeten universiteiten het nut van onafhankelijke journalistiek nog wel eens. Het recente voorbeeld van het conflict bij de UK staat namelijk niet op zichzelf. Om de zoveel jaar ontstaat er een relletje over vermeend censuur bij een universiteitsblad. Zo ging de website van Vox in 2011 op in de officiële site van de Radboud Universiteit. Hierdoor deelde het blad een platform met de afdeling communicatie. Kritische berichtgeving en stukken van de communicatieafdeling werden gemengd gepresenteerd. Toen hier een conflict over ontstond, is de website door de universiteit achter een slotje gezet, waardoor het nieuws niet meer zichtbaar was voor buitenstaanders. Uiteindelijk heeft Vox een eigen website gelanceerd, het huidige Voxweb, die onafhankelijk kan opereren. Druk van bovenaf of expliciete verboden zijn niet de enige vormen van censuur. Het begrip is namelijk niet eenduidig. Journalisten van universitaire bladen kunnen ook, al dan niet bewust, aan zelfcensuur doen door zich minder kritisch op te stellen. Ze bevinden zich namelijk in een klein wereldje. De decaan die ze de ene dag bekritiseren, moet de volgende dag reactie geven over een andere kwestie. Annemarie Haverkamp, hoofdredacteur van Vox, merkt dit ook. 'Hoe dichter je bij mensen zit, hoe moeilijker het is om afstand te nemen.'

Ondergesneeuwd
Onbewuste (zelf)censuur is niet het enige probleem waar onafhankelijke bladen mee te kampen hebben. Steeds vaker moet ook worden ingeleverd op kwantiteit. De communicatieafdelingen van Nederlandse universiteiten groeien vaak in rap tempo omdat universiteiten er baat bij hebben een positief beeld naar buiten te brengen. Dat terwijl kritische redacties juist krimpen. 'Daardoor zijn er steeds minder journalisten en steeds meer communicatiemedewerkers', vertelt Haverkamp. 'Dat geeft druk omdat communicatiemedewerkers getraind zijn een positief verhaal af te steken. Daardoor is het moeilijk om als enige journalist kritisch te berichten.' Als journalisten geen ruimte krijgen om hun vak goed uit te voeren, gaat dit ten koste van de kwaliteit van de pers en daarmee de democratie. De universiteit schiet zichzelf hiermee in de voet. Nieuwsbrieven en persberichten van communicatieafdelingen werken vaak prima als informatievoorziening, maar ze scheppen een eenzijdig beeld. Studenten die alleen gelikte berichten van communicatiemedewerkers onder ogen krijgen, worden beperkt in hun beeldvorming, vindt Jaap de Jong, hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. 'Ze lopen hiermee het risico in hun eigen opleidingsbubbel terecht te komen', waarschuwt hij. 'Ik maak me soms zorgen dat studenten het verschil tussen nieuwsbrieven en de onafhankelijke pers niet meer zien.'

'Het is de taak van de pers om uit den treure te discussiëren over bepaalde kwesties.'

Democratische universiteit
Door een eenzijdig beeld te creëren, doet de universiteit haar studenten tekort. 'Het is belangrijk om in je studententijd te leren dat goede pers bijdraagt aan de democratie', vertelt De Jong. Bladen bieden namelijk ook een podium voor verschillende meningen, waardoor ze veel verschillende perspectieven bieden. 'Dat leert mensen om geïnformeerd van mening te verschillen en te handelen', aldus De Jong. 'Het is de taak van de pers om uit den treure te discussiëren over bepaalde kwesties.' Op die manier kunnen studenten een eigen beeld vormen van bijvoorbeeld het beleid van de universiteit. Dan krijgen studenten de kans om in te grijpen als ze het niet eens zijn met een plan en wordt voorkomen dat ze een bepaalde beslissing pas lezen in een persbericht. Bovendien zijn ze meer betrokken bij de gemeenschap waar ze zelf deel van uitmaken.

Een goed functionerende pers is dus noodzakelijk voor een democratie, ook op de universiteit. Alle universiteitsbladen krijgen op papier de ruimte om onafhankelijk te opereren zonder directe inmenging van de universiteit. Toch kunnen zij hun functie als kritisch klankbord in praktijk niet optimaal benutten. Een juridische of statutaire oplossing voor dit probleem bestaat niet. De oplossing ligt vooral bij de mentaliteit van de universiteit en haar studenten. Zij moeten inzien dat de universitaire pers een belangrijke taak vervult. De rol van onafhankelijke universitaire pers lijkt misschien klein, maar het kritisch berichten en het voeren van discussies zijn van grote waarde voor de toekomstige burgers van onze democratie.