De RU ziet ze vliegen

Redactie

Hordes Radboudstudenten stappen elk jaar op het vliegtuig om met hun studievereniging op reis te gaan naar Japan of Colombia. Zo’n reis is leuk, maar niet heel duurzaam. Is het wel verantwoord dat er zoveel verre studiereizen worden georganiseerd?

Tekst: Jonathan Janssen
Illustratie: Rens van Vliet

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Terwijl de luchtvaart een van de meest vervuilende vormen van vervoer is, vliegen Nijmeegse studenten met hun studievereniging de hele wereld over. Zo gingen de psychologiestudenten van SPiN in 2018 naar Tokio en bezochten de rechtenstudenten van de JFV datzelfde jaar Kuala Lumpur. Vaak bezoeken zij tijdens de reis plaatsen of instanties die aansluiten bij hun vakgebied. De studenten van Marie Curie gingen bijvoorbeeld kijken bij NASA tijdens hun reis door Californië twee jaar geleden. Veel studenten bezoeken tijdens hun reis echter alleen de Nederlandse ambassade en gaan dan verder langs de toeristische trekpleisters. Het verband tussen studie en bestemming ligt dus niet altijd voor de hand. De Radboud Universiteit (RU) zegt duurzaamheid te willen stimuleren, maar doet niets aan de tonnen broeikasgassen die elk jaar worden uitgestoten door de studiereizen van haar studenten. Daarom moeten zowel de studieverenigingen als de universiteit in de gaten houden dat de doelen van de studiereis, namelijk de relatie met de studie en het sociale aspect, niet worden vergeten. Zo kan worden voorkomen dat er geen onnodige verre vluchten worden gemaakt.

Groeiende luchtvaartIllustratie RU ziet ze vliegen 450xjpg
Vliegen wordt een steeds groter probleem voor het klimaat. Het aandeel van de luchtvaart in de totale klimaatvervuiling is nu nog klein, maar de sector groeit enorm. Vluchten worden alsmaar goedkoper en wereldwijd hebben steeds meer mensen de mogelijkheid om het vliegtuig te pakken. 'In andere sectoren dalen de CO2-emissies, maar de luchtvaart zal steeds meer van de duurzame vooruitgang van andere sectoren tenietdoen', vertelt lector Paul Peeters, onderzoeker en docent Duurzaam en Toerisme aan de NHTV Breda. 'Alleen al door de luchtvaart zal de opwarming van de aarde nog steeds het in het Parijs-akkoord vastgelegde maximum van twee graden passeren.'

Een van de oorzaken achter de groei van het aantal vliegreizen is dat veel mensen denken dat een reis verder weg per definitie leuker is dan een reis dichterbij. Peeters geeft een voorbeeld: 'Als je mensen uit drie gratis vakanties met verschillende afstanden laat kiezen, gaan de meeste mensen voor de reis naar de verste bestemming, terwijl ze helemaal niet weten waar ze dan terechtkomen. Je kunt dichtbij huis net zo goed een leuke vakantie hebben.'

Nieuwe bestemmingen dichterbij
Met het oog op klimaatvervuiling moeten studieverenigingen de belangrijkste redenen achter een studiereis niet uit het oog verliezen. Nu lijkt de trend: hoe exotischer en verder de bestemming, hoe beter. De belangrijkste kenmerken van studiereizen zijn echter dat ze 'een toegevoegde waarde voor de opleiding en een vormend karakter' hebben, aldus het Reglement Subsidiëring Groepsreizen van de RU. Dat hoeft niet elke keer met een vlucht naar New York of Sydney te gebeuren, dat zou ook prima met een reis binnen Europa kunnen. Willen studenten niet naar plekken waar iedereen al is geweest, zoals Parijs en Rome, dan kunnen ze door iets beter te zoeken nog voldoende interessante locaties vinden. Binnen Europa zijn namelijk genoeg plekken die veel te bieden hebben en die nog niet zijn overspoeld door toeristen.

Daarnaast kunnen studieverenigingen en hun reiscommissies alternatieve vormen van vervoer overwegen. Zo is het beter voor het milieu om de bus of de trein te pakken dan het vliegtuig. Volgens de calculator van reiscompensatieorganisatie Greenseat gaat met een enkele vlucht Amsterdam-Parijs namelijk 70 kilo CO2 per persoon de lucht in, terwijl dat met de bus of trein maar 20 kilo is. Toch moeten verre studiereizen niet helemaal verdwijnen. Ze bieden studenten namelijk een mooie mogelijkheid om betaalbaar op reis te kunnen gaan. Een gulden middenweg zou kunnen zijn om maar eens in de drie jaar een grote reis te organiseren. Zo heeft elke student toch de mogelijkheid eens tijdens zijn studietijd een verre reis te maken. Voor die andere reizen kan een limiet worden gesteld op bestemmingen die met een treinreis van een dag te bereiken zijn.'Met zo'n limiet kun je nog zover reizen als Zuid-Italië en kun je op zoek naar bestemmingen die nog niet iedereen kent', stelt Peeters.

'Studieverenigingen kunnen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen.'

Reissubsidies
Niet alleen de student, maar ook de universiteit kan iets doen aan de vervuiling door studiereizen. Zij verstrekt immers via Student Life subsidies voor deze reizen. Duurzaamheid kan worden toegevoegd aan de lijst van criteria die de hoogte van de uitgekeerde subsidie bepalen. In de besprekingen voor de verbetering van het subsidiereglement wordt duurzaamheid al wel meegenomen, vertelt manager van Student Life Rob Vaessen. Een optie kan zijn dat wordt gebruikgemaakt van een reisemissiecalculator, die precies kan berekenen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten met een bepaald reisplan. 'Bij het invoeren kun je daarbij aangeven of je per bus, trein of boot reist en zelfs met welke vliegmaatschappij je vliegt', legt Peeters uit. De universiteit kan dan eisen dat deze informatie voor alle georganiseerde studiereizen aan hen wordt voorgelegd. Mede aan de hand daarvan kan dan de hoogte van de subsidie worden bepaald.

Wil de RU aan haar duurzaamheidsdoelstellingen voldoen, dan zijn er op het gebied van studiereizen nog genoeg stappen te zetten. Zo kan de universiteit duurzaamheid integreren in haar reglement rondom de uitkering van subsidies voor studiereizen. Daarnaast kunnen studieverenigingen hun steentje bijdragen door minder vaak ver weg te reizen en vaker voor een alternatief vervoersmiddel te kiezen. Een week met de trein naar Bosnië en Herzegovina is immers ook niet verkeerd.