ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Pas op voor de Zware Jongens

Een deur die op een kier staat of een openstaand raam; studentenhuizen zijn een makkelijke prooi voor inbrekers. Laptops en iPods liggen voor het oprapen. Tijd om de proef op de som te nemen: hoe inbraakgevoelig is jouw studentenhuis?

Tekst: Antine Fest en Annemieke van Ramshorst
Foto’s: Jos Janssen, Overasselt

Het is treurig gesteld met de inbraakpreventie van de doorsnee studentenwoning. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen is gebleken dat meer dan 70 procent van de studentenhuizen niet goed is beveiligd. En dat terwijl elke moderne student wel een computer, mp3-speler of hippe mobiele telefoon in huis heeft. Deze hightech-snufjes zijn juist een makkelijke buit. Omdat een groot deel van de studenten overdag niet thuis is, slaan inbrekers dan vaak hun slag. Ook het weekend is zeer populair, als de studentenhuizen zijn uitgestorven.
Volgens Theo Faazen, preventiecoördinator van de politie Gelderland-Zuid, is het moeilijk vast te stellen hoeveel inbraken er in Nijmeegse studentenhuizen worden gepleegd. ‘Dat aantal wordt niet afzonderlijk geregistreerd, maar uit ervaring weet ik dat er zeker één keer per week aangifte wordt gedaan door studenten.’ Volgens Faazen is het erg moeilijk om dit soort inbraken op te lossen. ‘Doordat sommige studentenhuizen zo smerig zijn, is het bijna onmogelijk om vingerafdrukken af te nemen.’

Dorpse naïevelingen
Hoe makkelijk is het nu werkelijk om studentenverblijven leeg te roven? Riny Albers, eigenaar van het Nijmeegse beveiligingsbedrijf R.A. Security, is gespecialiseerd op het gebied van inbraakpreventie. Samen met hem gaan we op dievenpad. Gewapend met zaklamp en schroevendraaier begint de sluiptocht door de donkere nacht. Ons eerste doelwit is SSHN-complex Hoogeveldt. De SSHN maakt zich geen zorgen over inbraak in hun complexen; zij krijgen per jaar slechts een á  twee meldingen binnen. Inbraakpreventie staat dan ook niet erg hoog op hun prioriteitenlijst.
Inbreken in studentenhuizen is dikwijls niet eens nodig. Een vreemdeling hoeft slechts een naam uit het rijtje bij de bel te noemen en hij wordt nietsvermoedend binnengelaten. Albers vindt studenten erg naïef. ‘Ze komen uit zo’n dorp waar nooit iets gebeurt en realiseren zich niet dat Nijmegen op de vijfde plaats van de meest criminele steden van Nederland staat.’
Deze eenvoudige truc proberen we als eerste uit. We bellen aan bij een willekeurige gang en zeggen dat we op zoek zijn naar ene Arjan. Zijn goedgelovige huisgenote laat ons binnen zonder door te vragen en gaat meteen terug naar haar kamer. Oké Arjan, waar heb jij je laptop verstopt? Aangekomen bij een andere gang blijkt Albers’ jasje met Security erop grote indruk te maken op twee onschuldige dames en ook zij houden de deur voor ons open. Het is een door inbrekers veelgebruikte methode om zich te verkleden als verwarmingsmonteur of controleur van een beveiligingsinstantie. Albers: Als er zo’n figuur voor je deur staat, vraag dan altijd naar een legitimatiebewijs.’

‘Goed sluiten i.v.m. inbrekers’
Eenmaal binnen blijkt er van alles te mankeren op de gangen, waardoor het inbrekers erg makkelijk wordt gemaakt. Het kennersoog van Albers ziet onmiddellijk dat de ramen van de kamer met een stukje ijzerdraad makkelijk te openen zijn. Bij een aantal gangen valt de deur niet goed in het slot, en ook branddeuren staan geregeld op een kier. Hierdoor komen er wel eens zonderlinge figuren binnen, zoals een verdwaalde man die op de vierde verdieping op zoek te zijn naar een verzorgingstehuis. Eva (21) vertelt: ‘Een tijdje geleden stond er ineens een zwerver onder onze douche.’ Veel bewoners doen hun deur doorgaans niet op slot wanneer ze weggaan. Bewoner Jurrie (23) doet dit wel en vraagt altijd aan vreemde personen wat ze komen doen. Hij ergert zich behoorlijk aan de laksheid van zijn ganggenoten: ‘Het is hier echt niet veilig.’
Brandveiligheid is natuurlijk van belang, helaas biedt het nieuwe mogelijkheden voor inbrekers. Dat er een vluchtweg is, betekent vaak ook dat mensen van buitenaf makkelijk het gebouw in kunnen komen. Willemijn (21), die op de begane woont, geeft toe dat zij en haar ganggenoten de branddeur menigmaal gebruiken. Gelukkig hangt er een briefje op de deur: ‘Goed sluiten i.v.m. inbrekers’. Zo’n briefje is leuk, maar het is een kleine moeite om de branddeur op een kier te zetten terwijl een ander de bewoners aan de praat houdt. Van buitenaf kun je dan op elk willekeurig moment weer binnenkomen.

Hengelen en flipperen
Na Hoogeveldt is het oude HBO-V-gebouw aan de Heyendaalseweg aan de beurt. Dit is sinds vorig jaar een anti-kraakpand waar veel studenten wonen. Op de eerste verdieping staat een raam wagenwijd open. Dit is an sich geen groot probleem, ware het niet dat recht onder het raam een ladder klaarstaat, waardoor het open venster een stuk interessanter wordt. We worden in onze bezigheden gestoord door een bewoner die komt vragen wat we aan het doen zijn. ‘We zijn even aan het inbreken,’ antwoordt Albers met een grijns. Dit maakt niet veel indruk op de jongen en hij loopt door. Het was zeker niet zijn kamer.
Tot slot staat een oud herenhuis aan de Groesbeekseweg op het programma. Monumentale panden worden ondanks hun hoge waarde uitgeleefd door studenten. Het hang- en sluitwerk van deze huizen is veelal behoorlijk verouderd. Albers raadt aan om een slot met het keurmerk van de Stichting Kwaliteit Gevelbouw (SKG) aan te schaffen. Sloten met dit keurmerk zijn zelfs voor de gevorderde boef erg lastig te forceren.
Studenten vinden het vaak te veel werk om de deur op het nachtslot te draaien. Faazen vertelt: ‘Door bijvoorbeeld een stuk limonadefles tussen de deurpost en de deur te steken, is de deur dan in een ogenblik geopend. Dit wordt de flippermethode genoemd.’ Daarnaast is de hengelmethode erg populair: met een stuk ijzerdraad wordt door de brievenbus naar de deurklink gehengeld. Ook door een schroevendraaier tussen de kier van de deur te zetten, kan een inbreker gemakkelijk binnenkomen. Albers: ‘Vooral bij oude panden gaat dit bijna sneller dan wanneer je de deur met een sleutel opendraait.’
Zonder de bewoners op de hoogte stellen, inspecteren we de buitenkant van het huis. De voordeur van het pand is in orde. Deze bevat geen kieren of brievenbus, dus met de hengel- en flippermethode hoeft een inbreker hier niet aan te komen. Zoals veel vooroorlogse huizen heeft dit huis glas-in-loodraampjes. Erg mooi natuurlijk, maar nog gemakkelijker in te tikken dan normaal glas. Daarom is het verstandig dat de eigenaar een kunststof plaat achter de raampjes in de voordeur heeft geplaatst. Zelfs Albers kan niks verzinnen om deze deur open te krijgen. Maar gelukkig voor eenieder met snode plannen zijn er genoeg andere manieren om binnen te komen. De poortdeur naast het huis is met een simpele schroevendraaier binnen een minuut opengewrikt, zodat de weg naar de binnenplaats vrij is. Voor het keukenraam heeft meesterinbreker Albers zelfs geen schroevendraaier nodig, het staat al open. Hoewel de woning aan een drukke weg staat krijgt geen enkele voorbijganger argwaan wanneer een man met schroevendraaier en zaklamp rond het huis loopt. Ook de bewoners hebben niets in de gaten. De sociale controle is dus ver te zoeken.

Bij de bezochte huizen bleek het geen enkel probleem om binnen te komen. Om te voorkomen dat je het slachtoffer wordt van een beroving, zul je moeten geloven aan grootmoeders huis-‚ tuin- en keukentips: doe je deur op slot, laat geen dure gadgets in het zicht liggen en trek aan de bel als je een verdacht persoon met een zaklamp door de tuin ziet sluipen.