Stralen of stikken?
In ‘Welles Nietes’ redetwisten iedere maand twee wetenschappers over een maatschappelijk vraagstuk. In deze aflevering: de heropleving van het debat rond kernenergie.
Tekst: Erik Denessen
Illustratie: Ruud Vos
Kernenergie is hot. Volgens peilingmeester Maurice de Hond wint kernenergie aan populariteit onder de Nederlandse bevolking. Met het einde van de voorraad fossiele brandstoffen in zicht steken conflicten en problemen over olie en gas de kop op. Recente voorbeelden zijn het afsluiten van de Russische gasleidingen naar de Oekraïne en stroomstoringen waardoor steden een dag of langer in de kou stonden. Reden genoeg om zowel nationaal als internationaal meer aandacht te besteden aan de veelomvattende energieproblematiek. Is kernenergie de oplossing?
Volgens milieuorganisaties als Greenpeace, Milieudefensie en de World Information Service on Energy (WISE) is atoomenergie nog steeds schadelijk, duur en gevaarlijk. Maar het taboe, veroorzaakt door de dreiging van een atoomoorlog en de angst voor een ramp als in Tsjernobyl, verdwijnt. Sterker nog, mondiaal tekent zich een voorzichtige kentering af in de houding ten aanzien van het gebruik van nucleaire energie. Zo beslissen de Verenigde Staten komend jaar over de aanbouw van een nieuwe kerncentrale. China wil de komende vijftien jaar maar liefst dertig nieuwe centrales bouwen vanwege een vermeende achterstand in het gebruik van kernenergie. Dichter bij huis vindt premier Blair het gebruik van atoomenergie op grote schaal maatschappelijk aanvaardbaar, en probeert hij draagvlak bij de bevolking van Groot-Brittannië te kweken. In Duitsland heeft de conservatieve partij CDU/CSU tijdens de recente coalitiebesprekingen met de sociaal-democraten geprobeerd de sluiting van kerncentrales – waartoe onder de vorige rood-groene regering is besloten – ongedaan te maken. Buurland Frankrijk houdt tevreden vast aan haar vijftig nucleaire apparaten vanwege de exportmogelijkheden van energie.
Stap voor stap wordt ook Nederland voorbereid op toenemend gebruik van kernenergie en de bouw van nieuwe kerncentrales. Staatssecretaris Van Geel (VROM) heeft namelijk een voorschot genomen op een regeringscampagne pro kernenergie: ‘Borssele’ blijft open tot 2033. Een tweede kerncentrale in Nederland behoort volgens hem niet alleen tot de mogelijkheden, maar moet daadwerkelijk worden verwezenlijkt. Stickers met het lachende zonnetje en de tekst ‘Kernenergie? Nee bedankt!’, kunnen dus worden herdrukt. Tussen het proces van politieke besluitvorming en daadwerkelijke ingebruikname van een centrale zullen jaren verstrijken, maar één ding staat vast: ongeacht de politieke kleur van volgende kabinetten zal kernenergie op de politieke agenda staan. Hoe wenselijk is dat? En is kernenergie de enige goede oplossing? Een voorzichtige voorstander en een overtuigd tegenstander aan het woord. De stelling: Kernenergie is een wenselijke oplossing voor de groeiende energieproblematiek.
Welles!
Drs. B. Schennink, universitair docent verbonden aan het Centrum voor Internationaal Conflict Analyse en Management (CICAM)
‘Meer gebruik van kernenergie is onvermijdelijk. De druk op de energiemarkt is enorm gestegen. Dat komt deels door een grotere behoefte aan energie, de toenemende vraag naar processen en technologieën die zijn gerelateerd aan energieopwekking, en de stijgende olieprijzen. Maar het aantal grootafnemende landen en hun vraag naar olie en gas zal alleen maar toenemen, meer concreet: door de economische groei van respectievelijk China, India, Pakistan en andere ontwikkelingslanden. Er is nu al sprake van een olieverslaving van een aantal landen, en daar moeten ze van af. Europa maakt in vergelijking met de Verenigde Staten een goede kans om af te kicken. De Europese Commissie wil van Rusland voortaan gegarandeerde gasleveringen om toekomstige conflicten, uitval en storingen te voorkomen. Dat geeft aan hoe belangrijk het is minder afhankelijk te worden van energie-import.
‘Evident is dat duurzame energie de voorkeur heeft, zeker in gebieden die nog niet zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Maar kernenergie kan beter uitkomst bieden. Nederland was er in de jaren tachtig al veel mee bezig. Denk aan de centrale Borssele, de fabrieken waar uranium wordt opgewerkt, en de plannen van de kabinetten Lubbers voor de bouw van nóg twee centrales. Een voordeel is dat bij de productie van kernenergie geen broeikasgassen meer vrijkomen. Natuurlijk vormt kernafval een probleem, maar dat geldt voor alle nucleaire toepassingen die inmiddels volledig zijn geïntegreerd in de praktijk. Een voorbeeld is röntgenstraling in de medische wereld.
‘De acceptatie van kernenergie hangt nauw samen met de veiligheid van kerncentrales. Zuid-Afrika is een sprekend voorbeeld van hoe het goed kan gaan. Het land heeft haar kernwapens onder toezicht van het Internationaal Atoomagentschap afgeschaft en speelt nu een belangrijke rol in de ontwikkeling van een nieuwe generatie veilige kernenergiecentrales.
‘Vanuit mijn vakgebied moet ik wel een belangrijke ‘mits’ verbinden aan de overwegingen voor meer gebruik van atoomenergie. Terrorisme mag in deze context absoluut geen kans krijgen. We moeten echt van kernwapens af, anders blazen we de hele wereld op. Daarom moet het gebruik van nucleaire technieken beter worden gecontroleerd. De absolute noodzaak daarvan wil ik vooropstellen vóór we nationaal of Europees verder spreken. Hoe meer landen zich namelijk expliciet tegen kernwapens uitspreken, hoe veiliger het gebruik van kernenergie wordt. Ook daartoe moet het Internationaal Atoomagentschap haar controles scherper en onaangekondigd kunnen uitvoeren. Die inspecties zijn al praktijk bij de controle op chemische wapens, maar op het gebied van nucleaire productie en handel is nog veel werk te verzetten. Veel landen moeten de protocollen daarover nog tekenen of ratificeren. Dat alles had al eerder moeten plaatsvinden, maar dat proces duurt in de politiek te lang, bijvoorbeeld vanwege verzet vanuit de industrie die geen pottenkijkers wil.
‘Affaires, zoals de geheime export van nucleaire technologie door Abdul Qadeer Kahn uit Nederland naar Pakistan (en later naar Libië en Noord-Korea) in de jaren zeventig, moet worden voorkomen. Problemen zoals die nu opspelen in Iran, en risico’s die het gevaar van nucleaire oorlogvoering met zich meebrengen moeten voortaan zijn afgedicht. Dat kan door het non-proliferatieverdrag te versterken, en in het verlengde daarvan de belofte om de wereld geheel kernwapenvrij te maken in te lossen.’
Nietes!
Drs. E. Willems, junior-onderzoeker Managementwetenschappen, vakgroep Milieu en Beleid
‘Duurzame oplossingen als zonne- en windenergie kunnen het komende energietekort helaas nooit geheel opvullen. Maar dat op zich is geen argument vóór kernenergie, zoals sommigen willen doen geloven. Voorstanders van de alternatieven zijn er namelijk nog steeds genoeg, ook in het bedrijfsleven. Van een kleine boer met een windmolen op zijn akker, tot grote financiële instellingen met zonnepanelen op het kantoordak: ze zien in alternatieven vaak een rendabele bijdrage aan de energievoorziening. Er is veel ambitie die de overheid jammer genoeg tegenwerkt. Er waren bijvoorbeeld initiatieven voor een groot windenergieproject, dat zes keer de hoeveelheid stroom die Borssele nu levert kon opwekken. De animo daarvoor is nu teruggezakt door het afschaffen van subsidies, die onder het mom van de liberalisering van de energiemarkt zijn doorgevoerd. De opmars die de technologie mogelijk heeft gemaakt om alternatieven milieuvriendelijk en economisch te verwezenlijken, is zo door de politiek in de kiem gesmoord.
‘Vervolgens zijn de media ongenuanceerd op uitspraken van politieke prominenten als Lubbers ingegaan. Het lijkt alsof ze de vraag stellen waar de volgende centrale moet komen, belachelijk. Ik krijg zo de indruk dat het bijna mode is om lekker tegen de politiek correcte milieulobby te ageren. Zo’n hausse maakt het tot een politiek agendapunt en dat is jammer. Daardoor wordt kernenergie onterecht als een reële optie voor de toekomst gemaakt.
‘Onderzoek door milieuadviesbureau CE te Delft heeft uitgewezen dat door liberalisering de milieuvriendelijkheid, de leveringszekerheid én de betaalbaarheid van de energievoorziening in het geding is. Dat is ook terug te zien in de Verenigde Staten. In Europa zouden we daarvan moeten leren. Er ligt een kans voor beleidsmakers en ondernemers: aangezien niemand garant wil staan voor de risico’s van kernenergie, zouden windenergie en biomassa in de toekomst kunnen worden benut, mits goed gepland. Wel moet worden opgepast voor neveneffecten van marktwerking, zodat het ene groene stroom producerende land dat haar energie exporteert vervolgens niet door steenkool opgewekte stroom gaat importeren.
‘In de publieke opinie overheerst het idee dat een kerncentrale noodzakelijk is om het klimaat te redden. Dat er moet worden gekozen tussen de dreiging van kernenergie óf de dreiging van een klimaatverandering is nonsens. De gevolgen van de al ingezette klimaatverandering zijn niet rooskleurig, maar dat was al bekend. Het is onterecht om te denken dat een kerncentrale meer of minder op Nederlandse bodem enig verschil zal maken. Daar komt bij dat kernenergie nog steeds niet helemaal schoon is. Uraniumwinning is en blijft een immens energieverkwistend en vervuilend proces, maar dat is niet zo bekend. Jammer genoeg zal de presentatie van kernenergie als de enige of schone oplossing voor een drukkend energieprobleem wel veel mensen over de streep trekken. Doorslaggevend, maar onjuist. De doelstellingen die Nederland wil halen om de CO2-uitstoot te beperken kunnen beter met andere middelen worden bereikt. Daarbij zijn de gevaren van nucleair afval nog steeds aanwezig en niet geheel voorspelbaar. Tenslotte is de voorraad uranium ook niet oneindig, dus zitten we over vijftig of honderd jaar met een veel groter probleem.’






