Het issue: Nederland = kutconservatief
In deze rubriek staat iedere maand een ander Issue centraal, waarover de
meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Nederland als progressieve modelnatie.
Tekst: Annelies Beltman en Benjamin van Gaalen
Illustratie: Ruud Vos
In de jaren zeventig stond Nederland in Europa bekend als een vooruitstrevende natie die vooruitliep op het gebied van veel maatschappelijke kwesties. Het fundament voor ons huidige euthanasiebeleid was gelegd, abortus werd niet langer gezien als taboe en gedogen was de nieuwe manier van omgaan met softdrugs.
Maar in veel kwesties zijn we tegenwoordig een stuk minder progressief. Het ooit zo warme vreemdelingenbeleid heeft een xenofobe wending genomen. Op 9 maart berichtte HP/De Tijd dat een gemiddelde Nederlander veel extreme ideeën helemaal niet zo raar vindt. Vier uit de vijf ondervraagden meent dat radicale moskeeën mogen worden gesloten, 79 procent ziet geen problemen in de uitzetting van geweldsplegers met een dubbele nationaliteit. Dat terrorismebestrijding boven privacy gaat, is volgens 71 procent niet meer dan logisch. Komt met de ChristenUnie in de regering ook het euthanasie- en abortusbeleid op de tocht te staan?
Desondanks lijkt Nederland zich graag voor te houden dat het een gidsland is. De stelling van deze maand: Nederland is niet langer het progressieve voorbeeld voor Europa.
Dr. Hans Slomp
Universitair docent Vergelijkende Politicologie
‘In Nederland heerst een overlegcultuur. Wij nemen graag kleine stappen. Soms loopt zo’n ontwikkeling heel mooi door, zoals in de jaren zestig en zeventig. Geleidelijk aan werden er legio beslissingen genomen over verschillende ethische kwesties die ertoe leidden dat Nederland een gidsland werd. Af en toe gingen we te hard. Met de invoering van ons drugsbeleid hadden we in elk geval rekening moeten houden met de rest van Noord-Europa.
‘Op het gebied van de morele waarden – zoals abortus en prostitutie – loopt ons land nog steeds voor op de rest van Europa. Wij zijn nog steeds koploper, maar veel vergelijkbare Europese landen, bijvoorbeeld de Scandinavische staten, zijn bezig net zo progressief als Nederland te worden.
‘Ik denk niet dat het goed is als Nederland veel afstand neemt van haar buurlanden. Op het moment dat we de rest te ver voor zijn, worden we niet meer serieus genomen. Dan is de invloed van ons beleid op dat van hen minder. We moeten altijd proberen landen die ons cultureel evenaren mee te trekken in nieuwe ontwikkelingen. Met onze tolerante houding tegenover drugs is echter een beleid gevormd dat niet aansluit bij omringende landen, bijvoorbeeld Noorwegen of Duitsland.
‘Wat het vreemdelingenbeleid betreft is er momenteel geen gidsland in de wereld. Elk land kampt met andere problemen. Nederland bood in de jaren negentig veel vluchtelingen onderdak, maar op dit moment worden diezelfde mensen het land uitgezet. En in Duitsland is het probleem ontstaan dat allochtonen de taal slecht beheersen, terwijl het land nooit heeft geëist dat vluchtelingen goed Duits moesten spreken. Ieder land heeft tegenwoordig zijn dilemma en gaat daarmee op een eigen manier om.’
Guus Valk
Politiek redacteur NRC Handelsblad
‘Deze stelling is op twee manieren te benaderen. Ten eerste: wij zijn geen gidsland meer, de vooruitstrevendheid is van ons imago af. In de ogen van andere landen wordt Nederland rechtser en conservatiever. Ten tweede kunnen we ons afvragen of we in het verleden wel goed zaten. Liepen we op de rest voor of waren we Gekke Henkie? Nederland werd vooral gezien als gidsland doordat veel landen een geïdealiseerd beeld van ons hadden ontwikkeld.
‘Het lijkt erop dat we progressiviteit geen deugd meer vinden. Simpelweg kwam het Nederlanders lange tijd goed uit zich zo te noemen. In werkelijkheid denken we hetzelfde als toen, maar de trend om progressief te zijn is ondertussen verdwenen. Dat we deze dingen niet meer over onszelf roepen is natuurlijk reactionair, maar veel Nederlanders waaien met alle winden mee. Zodoende is het feit dat de ChristenUnie deel van de coalitie uitmaakt gewoon een samenloop van omstandigheden. Geen signaal dat we massaal conservatiever zijn gaan denken.’
Dick Pels
Voorzitter links-liberale denktank Waterland en auteur van Een zwak voor Nederland
‘De pretentie van “Nederland gidsland” in de jaren zeventig was natuurlijk overtrokken, maar de culturele verandering die Nederland in die jaren heeft ondergaan is blijvend. Dat is nog steeds iets om trots op te zijn. Wel zijn we met zijn allen een toontje lager gaan zingen als gevolg van 9/11 en de moorden op Fortuijn en Van Gogh, die de vrolijke multiculti’s met de neus op de harde feiten van de integratie- en immigratieproblematiek hebben gedrukt. Ook in andere opzichten heeft de “vrijheid blijheid”-cultuur van de jaren zeventig zijn donkere keerzijden laten zien in de vorm van doorgeschoten assertiviteit, hufterigheid en egoïsme. Op al deze punten hebben neoconservatieve denkers gelijk met hun kritiek.
‘Dat wil niet zeggen dat de individualistische idealen van de jaren zeventig passé zijn. Ze kunnen nog steeds worden omarmd, maar op een minder utopische en meer realistische manier. Voor veel kinderen van migranten, die bezig zijn zich te ontworstelen aan hun “benauwende” gemeenschap, is de positieve individualisering bijvoorbeeld nog steeds een aantrekkelijk ideaal.
‘Wat betreft de integratie van de nieuwe migrantengroepen en hun religie is het debat in Nederland in de afgelopen jaren zo fel gevoerd dat we daarmee eigenlijk het voortouw nemen in Europa. Denk maar aan Engeland, waar het ouderwetse multiculturalisme nog zwaar weegt en het debat over de islam nog nauwelijks is begonnen.
‘In Nederland zoeken we na de jaren van Verdonk inmiddels naar een zachtere aanpak van de problemen rond integratie. Hiermee kunnen wij volgens mij nog steeds een gidsland zijn. De historische identiteit van onze natie als open handelsland en vrijplaats voor tolerantie en pluralisme is immers niet sterk, maar zwak. Dat is niet iets om je over te beklagen, zoals neoconservatieven en nationalistische liberalen doen, het is juist iets om trots op te zijn. Juist die zwakke identiteit is voorbeeldig en biedt goede kansen. Niet alleen voor de integratie van migrantengroepen in onze eigen cultuur, maar ook voor die van Nederland in Europa en de rest van de wereld.’
Dr. Marcel Lubbers
Universitair docent Sociologie
‘Het betreft hier twee zaken die met elkaar samenhangen. Toch verschillen ze in hoe ze worden bepaald en behandeld. Enerzijds is er de houding omtrent vreemdelingen, anderzijds omtrent morele waarden zoals homoseksualiteit en euthanasie. De positie die we innemen ten aanzien van deze waarden wordt sterk beïnvloed door religie, terwijl dat voor de attitude ten opzichte van vreemdelingen veel minder geldt. Uit het European Social Survey uit 2004, dat zich op die aspecten richt, komt naar voren dat de houding ten opzichte van homoseksualiteit en euthanasie in Nederland nog altijd buitengewoon progressief is in vergelijking met andere Europese landen. Daar doet een handjevol zetels voor de ChristenUnie niets aan af. In recent onderzoek is wel te zien dat Nederlandse jongeren veel conservatiever zijn dan generaties in de jaren zestig en zeventig. Bovendien zorgt de groeiende groep allochtonen voor toenemende discussie over deze onderwerpen.
‘De vraag of wij minder progressief zijn op het gebied van etnische minderheden kan ook maar gedeeltelijk worden beantwoord. De politiek heeft de teugels betreffende het beleid aangehaald. De houding van Nederlanders ten opzichte van etnische minderheden is de afgelopen twintig jaar echter nauwelijks veranderd. Ook internationaal gezien namen we halverwege de jaren negentig een middenpositie in. Eigenlijk was Nederland in de jaren tachtig en negentig minder tolerant dan werd gedacht. Wel is te zien dat Nederlanders een groeiende culturele dreiging van etnische minderheden hebben ervaren en wat meer op het eigen land zijn gericht. Het lijkt me dat een indringende blik naar binnen moeilijk samengaat met een voorbeeld zijn voor de wereld.’






