ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

M#

Een stukje verderop in het gangpad zitten ze, met zijn tweeën in een vierzitje. Ik kan ze net niet zien vanaf mijn plek bij het raam. Ik rijd achteruit. Dat geeft het beste uitzicht. En ik kijk graag naar buiten in de trein.
Bij het instappen had ik ze al gezien. Degelijke mensen, met degelijke jassen en onopvallende kapsels. Ze kauwden op een boterhammetje met kaas. Van thuis meegenomen.
Sommige mensen zijn na veertig jaar huwelijk nog niet uitgepraat. Ze blijven maar geamuseerd gesprekken voeren. Sommige mensen kunnen heel goed samen zwijgen.
Daar zijn er helaas te weinig van.
Zwijgende stellen hebben elkaar doorgaans gewoonweg níets meer te melden. Zo ook dit oerdegelijke, oersaaie paar. Ze hebben al een uur geen woord tegen elkaar gezegd. Ik hoor geen bladzijdes van romannetjes of kranten omslaan. Waarschijnlijk zitten ze tegenover elkaar lethargisch uit het raam te staren.
Samen een dagje op stap. Dan zijn ze er eens uit. Maar eenmaal in de trein weten ze: dit is geen goed plan geweest. Samen een dagje op stap helpt ze niet meer uit de sleur. Zijn ze misschien ooit jong en vrolijk verliefd geweest en met het verstrijken van de jaren steeds verder afgegleden in een dodelijk saaie routine? Of hebben ze altijd al zo gezwegen?
Is er hoop voor saaie mensen? Zullen ze ooit meemaken dat hun eentonige leven afwisseling gaat kennen? Is er nog iets in ze dat om vrijheid schreeuwt? Of is die stem lang geleden verstomd?
Is verveling een gegronde reden voor een echtscheiding?
Plots hoor ik de man diep ademhalen. Hij gaat iets zeggen. In een ultieme poging de eeuwige stilte te verbreken, zal hij nu, hier, eindelijk zijn hart uitstorten.
‘t Is weer zaterdag vandaag, hè?’
Oh God.
Zijn vrouw zwijgt, of misschien is haar ‘hmhm’ zo zacht dat ik het niet kan horen. Het lijkt me eigenlijk het beste als ze maar niet reageert.
Saturday night‘, probeert de man weer. Hij laat er een gelaten ‘jaja’ op volgen. Weer hoor ik geen reactie.
‘Dat is nog een liedje van Herman Brood.’
Ik veer op, hoopvol. Hij kent Brood? Zouden ze dan toch nog herinneringen koesteren aan hun vrolijke jonge jaren? Komt er nu een ‘weet je nog, schat?’
Nog één keer klinkt zijn stem: ‘Die is ook dood.’
Ik zak terug tegen de rugleuning.
De vrouw reageert nog steeds niet.
De stilte is nu oorverdovend geworden. Zelfs als ik mijn mp3-speler op zijn hardst zet en de oordopjes zo diep mogelijk in mijn gehoorgang duw, is het nauwelijks te overstemmen.

  • Rene

    Leuke column, nu maar hopen dat het je nooit gebeurt ;)