Taal van de straat
Het straatbeeld in Nijmegen wordt opgesierd door pieces en tags. Sinds korte tijd komen daar stencils en stickers bij. Graffiti leeft. Het is niet eenvoudig om door te dringen in de scene. Graffiti aanbrengen is tamelijk riskant en ’schrijvers’ geven hun identiteit niet graag prijs.
Tekst: Maartje Bakker en Marieke Haafkes
Foto’s: Willie Kerkhof
‘Een auto!’ Snel worden de spuitbussen weggegrist en maken de graffers G-style en Eko zich uit de voeten, met ons – hun partners in crime – in hun kielzog. In een verlaten steegje komen we op adem. Voorzichtig gluren we om de hoek. De auto is tot stilstand gekomen. In het duister licht een brandende sigaret op. De rook uit de uitlaat verraadt dat de motor nog draait. De politie? Of is het een dealer die druk is met zijn eigen zaakjes? Als de bestuurder geen interesse blijkt te hebben in onze activiteiten gaan G-style en Eko haastig weer aan de slag. ‘Niets voor mij, angst om betrapt te worden. Ik teken liever legaal’, vindt G-style. Toch weet Eko hem telkens weer over te halen om nachtelijke tochten te ondernemen: ‘De adrenalinekick is verslavend.’
Het kan ook anders. Op de eerste zonnige dag in maart is het druk op de Hessenberg, een braakliggend veldje in het centrum. Temidden van lege spuitbussen staan verschillende jongens, nonchalant een sigaret in de mondhoek, een piece te zetten. Een stervormig sjabloon ligt naast een verfroller. De schaarse grassprietjes kunnen afgedankte caps niet verhullen. De grote ontbrekende factor: angst voor de politie. Hier mogen kings legaal hun kunsten vertonen. Net als op de muren van Doornroosje, waar onlangs aan de spoorzijde enkele nieuwe werken verschenen.
Op eigen risico
‘Jongens uit binnen- en buitenland, komen ’s zomers naar Doornroosje om te “schrijven”. Ook in de binnenstad verschijnt er regelmatig wat nieuws’, vertelt Poet. Niet zijn echte naam uiteraard, maar de tag waarmee hij jarenlang Nijmegen afschuimde. ‘Een jaar of tien geleden ging ik ieder weekend op stap om een piece te zetten’, bekent hij. Toen Poet werd gepakt en een fikse boete kreeg opgelegd, is hij ermee gestopt. Tegenwoordig zet hij werken van anderen op de foto en publiceert ze op internet.
Dit maakt Poet tot de perfecte persoon om ons wegwijs te maken in de Nijmeegse graffitiwereld. ‘Nijmegen heeft een aardig grote graffitiscene. De meeste schrijvers kennen elkaar. Ze ontmoeten elkaar tijdens een writers’ bench en bekijken daar foto’s van hun nieuwste prestaties. Ach, het is eigenlijk gewoon een avondje zuipen met vrienden.’
Er komt meer bij graffiti kijken dan spuiten alleen. Poet legt uit: ‘We luisteren naar hiphop en doen aan breakdance. Nou ja, ik niet. Ik ben niet lenig genoeg. Wat belangrijk is: we hebben respect voor elkaar. Vooral voor degenen die heel actief zijn of die hun tag op een riskante plaats zetten. Je mag wel over anderen heen taggen, maar alleen als je de diepste overtuiging hebt dat jouw werk mooier wordt dan wat er al staat. Dus geen drips – druppels verf, die verraden dat er een amateur aan het werk is geweest – wel heel strakke outlines.’ Poet raakt op dreef. ‘Highlights scoren hoog, net als glans in zogenaamde silverpieces.’
Een spuitbus kost al vlug drie euro; daar kun je maar twee vierkante meter mee vullen. Best een dure hobby dus. Veel artiesten verkrijgen hun spuitbussen onrechtmatig. Jake, afkomstig uit Amsterdam, vindt het stelen van bussen een spannend en motiverend onderdeel. ‘De Kwantum heb ik een aantal jaren echt leeggeplunderd. Op een gegeven moment wist ik precies wanneer een nieuwe vracht aankwam. De volgende dag stonden de nieuwe voorraden bij mij thuis.’
Spookpo
Zulke verhalen staan te lezen in Bomber magazine, the worldwide known ‘must have’ graffwriters update. Het wordt uitgegeven door Powerhouse, een winkel aan de Nijmeegse Lange Hezelstraat. Schrijvers sturen foto’s van hun succesnummers in en hopen op een publicatie in Bomber. De boodschap spat van de kleurenpagina’s: graffiti is een levensstijl, geen hobby. Er zijn graffers die de halve aardbol hebben bereisd om hun sporen na te laten. Zo verklaren ze de wereld tot hun territorium. Dat ze tussen het uitschot, zwervers en junks moeten slapen, nemen sommigen op de koop toe. Iedere wereldstad heeft zijn eigen stijl. Jake: ‘Het is inspirerend om op reis te gaan en andere stijlen te zien.’
Met treinen beschilderen verdient een graffitikunstenaar het meeste respect. Pieces in allerlei kleuren sieren het NS-blauwgeel. Het is de meest uitdagende manier van werken. Poet legt uit wat er zo geweldig is aan een trein van je naam voorzien. ‘Daarmee krijg je naamsbekendheid. Treinen rijden door het hele land.’ Maar het is niet zonder risico. De spoorwegpolitie, spookpo in jargon, ligt vaak op de loer.
Op een nacht werd Poet gepakt. ‘Ik werd geboeid en in een politiebus gezet. Sommigen van onze groep wisten te ontkomen, maar ik had pech. Vier dagen hielden ze me vast, omdat ik mijn identiteit niet wilde prijsgeven. Na vier dagen was ik het zat en heb bekend. Toen moest ik een boete betalen en twee weken werken in een bejaardentehuis. Leuk werk was dat.’
Elke nieuwe piece wordt volgens Poet niet alleen door hem gefotografeerd, maar ook door de politie. Wie wordt gepakt moet flink betalen, evenals voor alle pieces die in het verleden onder zijn naam zijn verschenen. Ook Poet houdt nauwlettend in de gaten waar en welke nieuwe pieces verschijnen. ‘Ik probeer erachter te komen van wie ze zijn.’ De trend van dit moment is het gebruik van sjablonen om politieke boodschappen te verspreiden. En stickers plakken op lantaarns en verkeerslichten.
Meis
De laatste tijd is het meisjesfiguur, dat te pas en te onpas vanaf Nijmeegse muren over je schouder gluurt, opvallend. Poet heeft het ook gespot. ‘Ik ben er nog niet achter wie het tekent. Een vrouw hoorde ik; dat zou bijzonder zijn voor de graffitiwereld.’
De maker blijkt in tegenstelling tot Poets vermoeden een man. ‘Ik ben verzeild geraakt in de scene door vrienden’, vertelt Meis. ‘Ik vond het te gek hoe ze schijnbaar onbereikbare plekken zoals rooftops deden.’ In het begin ging hij ’s nachts mee op pad, maar schreef zelf niets. Toen hij voor zijn opleiding een verhaal moest tekenen, is ‘Meis’ ontstaan. ‘Het verhaal ging over een meisje dat werd misbruikt. Ze zocht een uitweg door te huilen, schreeuwen en door in therapie te gaan. Het mocht niet baten. Uiteindelijk vindt ze vrijheid door zelfmoord te plegen.’
Na een tijdje was het figuurtje alleen niet genoeg, vanaf toen ging het ook vergezeld van het woord ‘Meis’. ‘Ik wilde niet enkel blijven tekenen.’ Hoewel voor velen het poppetje inmiddels een uniek en herkenbaar gegeven binnen de Nijmeegse graffitiscene is, vindt hij zelf niet dat zijn werk zich écht onderscheidt. ‘Ik kom pas net kijken, doe gewoon wat ik leuk vind en maak me niet zo druk wat andere schrijvers ervan vinden. Ik vind het leuk om respect te krijgen van anderen, maar in eerste instantie blijft het een enorme egotrip om mijn tag overal te plaatsen.’
Graffiti slang
Cap: Spuitmondje, verkrijgbaar in verschillende diktes, van skinny tot fat.
Highlight: Licht gedeelte in een piece waardoor de letters een driedimensionaal effect krijgen.
H.O.F.: Hall Of Fame, hier mag je legaal spuiten. In Nijmegen zijn dit: De Hessenberg, Mariaschool, Doornroosje, Grootstal en De Haard.
King: Graffiti-expert.
Piece: Een naam, uitgebreider dan een tag of een afbeelding.
Roll on: Een met verfroller gezette naam. Van grote afstand te lezen, vaak langs snelwegen.
Silverpiece: Zilverkleurige piece, vaak met diepte en highlights.
Stencil: Sjabloongraffiti, veelal met politieke boodschap.
Tag: Eenkleurige handtekening. Graffitinaam van een schrijver.
Toy: Beginneling in de graffitiscene.







Pingback: Teens For Cash