Wijkagent: Hatert
Elke maand doet de Wijkagent zijn ronde door een ander stadsdeel. Van getto tot villapark speurt hij Nijmegen af, op zoek naar de meest studentikoze wijk. Deze maand: baklava in Vossenveld, mariakaakjes in de rest van Hatert.
Tekst: Annemiek de Vries
Foto’s: Lisa Jacobs en Annemiek de Vries
Voor studenten die op kamers willen in de stad, maar angst hebben voor de Nijmeegse grootstedelijke mentaliteit, is Hatert een prima optie. Doordat het een geannexeerd dorp is en geen echte stadswijk, blijft de cultuur-shock grotendeels uit. Om te beginnen is de buurt de afgelopen tien jaar behoorlijk vergrijsd. Hierdoor wonen er veel potentiële surrogaat-omaatjes, die het erg gezellig vinden als je thee komt drinken. Er is een winkelcentrum – een overblijfsel uit vroegere tijden – en vlak daarnaast ligt een knusse, rokerige kroeg zoals elk boerengehucht die heeft. Verder is een vette hap nooit ver weg, aangezien de snackbars strategisch door de wijk lijken te zijn verspreid. En net als in zoveel troosteloze dorpen is ook hier tevergeefs geprobeerd de eentonige, grijze huizenrijen wat meer allure te geven door hun creatieve straatnamen, wat vondsten op heeft geleverd als de Van der Duijn Van Maasdamstraat en de Van Limburg Stirumstraat.
Naast de talloze hangouderen zijn er toch wat studenten te vinden in het centrumpje van Hatert. Het lokaliseren van hun residentie is niet moeilijk: verreweg de meeste studenten zijn gehuisvest in het SSHN-gebouw Vossenveld. Het 626 kamers tellende complex lijkt je te omarmen als een liefkozende moeder. Met zoveel buren is wegkwijnen in eenzaamheid onmogelijk; er is altijd wel een ganggenoot in de gezamenlijke woonkamer aanwezig om de dag mee door te nemen. Als je zin hebt in iets anders dan Hollandse pot of friet loop je gewoon naar een van de internationale gangen, waar etniciteiten van over de hele wereld zijn vertegenwoordigd. Bij gebrek aan achtertuin veranderen de nabijgelegen parkjes en de dijk bij mooi weer spontaan in geïmproviseerde terrassen. En ten slotte: sporten hoeft niet meer, want het is een roteind fietsen naar de stad of universiteit. Voor de gemakzuchtigen gaat er vanaf het station, via de campus, elke tien minuten een bus. Er is eigenlijk maar één nadeel te verzinnen aan Hatert en dat is dat er geen ruk is te beleven. Je moet dus wel erg veel van lezen houden, want anders is het wellicht nét zo goed vertoeven bij mams thuis.
Silvija Paulic (28), pabo via een uitwisselingsprogramma
‘Ik mis wat betreft eten vooral het Sloveense brood. Nederlands brood heeft een heel luchtige structuur, na vier sneden eet ben ik nog steeds niet verzadigd. Bovendien wordt het zo dun gesneden dat zwaar broodbeleg, zoals pindakaas, er doorheen zakt. Gelukkig zit er vlakbij Vossenveld een Turkse winkel die veel internationale producten verkoopt, waaronder brood dat op het onze lijkt en conserven van een bekend merk uit Slovenië. Ik was heel erg verbaasd toen ik ontdekte dat die verkocht worden in Nederland. Ik probeer sindsdien zo veel mogelijk producten in die winkel te halen; wat ze daar niet hebben koop ik bij de Lidl. Andere supermarktketens zijn veel te duur, maar het is leuk om er samen met wat ganggenoten rond te neuzen en gratis koffie te drinken.
‘Op onze gang wonen buitenlandse studenten uit verschillende landen. De gang beneden ons is helemaal Turks, die studenten zijn de hele dag samen aan het koken. Het ruikt er dan ook heerlijk. Ik kook wanneer er mensen willen mee-eten, en dat is niet zo vaak. Meestal haal ik dan maar iets af, ga uit eten of maak iets simpels, zoals een salade met wat vlees. Erg raar trouwens, dat Nederlanders tussen de middag niet warm eten; ik ben gewend om ook dan een complete maaltijd te nemen. Als je hier ergens gaat lunchen, is er niets warms te krijgen. Dat eeuwige brood van jullie!’
Miranda Muller (20), Politicologie
‘Onze gang, nummer 61, is absoluut de leukste van Vossenveld. Alle negen bewoners trokken hier vorig jaar ongeveer tegelijk in, we leerden elkaar direct kennen. Iedereen heeft een kamer van 14 vierkante meter, maar niemand zit daar veel. We brengen de meeste tijd door in onze keuken, die ook als woonkamer dienst doet. Hij is de kleinste in het gebouw, doordat onze gang op een hoek ligt. Het is er heel gezellig, want overal hangen slingers en onze tv staat altijd aan. We kijken het liefst samen televisie, een aantal ganggenoten kijkt elke dag Goede Tijden, Slechte Tijden. Elke dinsdag koken en eten we samen. Verder organiseren we leuke activiteiten, zoals het vieren van Sinterklaas, Kerstmis en verjaardagen. In de directe omgeving is heel weinig te doen, maar we vermaken ons hier prima. ’s Zomers zijn we veel op de dijk om te zonnen of te barbecueën; de rest van de tijd doen we wat leuks in onze woonkeuken.’
Mark Merks (23), Engelse Taal en Letterkunde
Joost Steenhuis (20), Notarieel Recht
Mark: ‘Minstens vier dagen per week ben ik samen met Joost in De Haemel, het boothuis van roeivereniging Phocas. We trainen drie keer met de boot en een keer op de roeimachine. Gelukkig zijn Joost en ik geen wedstrijdroeiers, want dan zouden we nog meer moeten trainen, geen alcohol mogen drinken en elke dag om twaalf uur in bed moeten liggen.’
Joost: ‘Ons regioploegje, de Dukes of Hatert, is niet erg actief: vooral veel drinken en een beetje roeien. Mark en ik zijn de enigen die überhaupt nog iets doen, de rest van de Dukes zit tegenwoordig alleen nog maar in de kroeg.’
Mark: ‘Het boothuis, een van de laatste drijvende loodsen van Nederland, is behoorlijk oud. Het onderstel is van beton, maar als er een boot over het Maas-Waalkanaal vaart, gaat het gevaarte toch behoorlijk op en neer. Er zijn plannen om te verhuizen naar de Ooijpolder, waar het water een stuk rustiger is.’
Joost: ‘Bovendien zijn daar geen hangjongeren die ons uitschelden of proberen in te breken in het botenhuis. Vooralsnog gaat er elke nacht een groot slot op de deur. Er liggen hier ongeveer vijftig boten waarvan er enkele erg waardevol zijn, dus er moet goed op worden gelet.’
Mark: ‘Het leuke aan Hatert is dat je hier zonder raar te worden aangekeken in je trainingspak kunt rondlopen. We vallen misschien alleen op door onze sporttassen en slimme koppen.’
De Wijkagent kent toe: 3/5






