ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

Het laatste oordeel: Prof. dr. P.G.J.M. Raedts

Duffe opsommingen of ultiem entertainment? Iedere maand verschanst ANS zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU.

college:
Vorsten der wereld. De pausen in de Middeleeuwen, maandag 2 maart, 15.45-17.30, SP.A.01.09

docent:
Prof. dr. P.G.J.M. Raedts

uitstraling:
Olijke ex-jezuït

publiek:
Doodstille aanhangers die schrijven alsof de duivel ze op de hielen zit

inhoud:
Pruilende prinsessen en baldadige bisschoppen

eindcijfer:
9

Wanneer professor Raedts binnenkomt verandert het geroezemoes in de collegezaal in een priesterlijke stilte. De docent pikt de draad op van het vorige college door vurig de machtsstrijd tussen pausen en keizers in het middeleeuwse Europa te bespreken. Zo had Karel de Grote de opvatting dat hij de allesbepalende machthebber was. Desalniettemin was hij afhankelijk van priesters en monniken, de enige bevolkingsgroep die kon lezen en schrijven. Raedts pakt er enkele vellen met aantekeningen bij, waarvan hij vervolgens geen gebruik maakt. Hij blijkt een wandelend geschiedenisboek. Als een dirigent begeleidt de professor zijn betoog ritmisch met zijn handen. De wangen van de joviaal ogende grijsaard kleuren rood van inspanning. Enthousiast gaat hij op in de personages uit zijn verhalen: ‘Het lijkt me verdomd onbehaaglijk een prinses uit Constantinopel te zijn terwijl je noodgedwongen in een hut in de bossen van Zuid-Duitsland woont.’
De bevlogen docent blijft de studenten boeien met zijn verhaal dat is doorspekt met talloze aansprekende voorbeelden. Een student weet te vertellen dat Raedts zijn kennis onder andere opdeed aan Oxford University en tijdens de periode dat hij als Jezuïet in een klooster woonde. Af en toe staakt de docent zijn verhaal voor een ogenschijnlijk gouden tip: ‘Indien iemand van u brandt van nieuwsgierigheid naar het fenomeen eigenkerk kan ik u een fantastisch naslagwerk aanraden. ‘Vervolgens zet hij zijn betoog onverminderd geestdriftig voort. Hoewel het een geschiedeniscollege betreft, maakt Raedts niet alleen gebruik van verjaarde anekdotes. Met hedendaagse voorbeelden probeert hij het inlevingsvermogen van zijn pupillen te prikkelen. Zo bespreekt de professor het fenomeen dat mensen er in tijden van onzekerheid meer behoefte aan hebben hun medemens van een scherp afbakenend label te voorzien. ‘Net als in de Middeleeuwen vraagt men zich ook nu af wat een echte Nederlander is. Als ik dat in de jaren zestig aan mijn medestudenten had gevraagd, was ik uitgemaakt voor fascist. In tijden van maatschappelijke onrust had de bevolking ook de behoefte aan een zuivere priesterorde. Met zuiver bedoel ik vrij van zaad.’
Het is niet eenvoudig zo’n grote groep studenten aan het einde van de dag – met knorrende magen en beperkte spanningsboog – geïnteresseerd te houden. Deze bekwame docent doet het echter moeiteloos. Even na half zes kijkt Raedts op zijn horloge en schrikt. ‘O jee, het is allang tijd!’ In enkele minuten rondt hij zijn verhaal af. Studenten blijven na afloop van het college zitten om hun aantekeningen bij te werken of om hun, door het schrijven verstijfde handen, te ontspannen met behulp van vingeroefeningen. Voldaan zakken ze onderuit in de stoelen van de collegezaal.

Het Laatste Oordeel der Studenten
De deelnemers aan de cursus zijn unaniem vervuld van enthousiasme over Raedts. Ze illustreren dit met beschrijvingen als ‘bevlogen’, ‘kundig’ en ‘geniaal’. Eén student noemt het college ‘het hoogtepunt van zijn dag’ en vertelt dat de man hem ’s nachts wakker mag maken voor een college. Suggesties ter verbetering zijn dan ook schaars. Behalve geestige tips als ‘live verbindingen naar de NOS’ lijkt het enige bruikbare advies aan Raedts meer adempauzes in te lassen. Op die manier krijgen studenten de kans hun aantekeningen bij te werken.
De een noemt hem ‘een goede opvolger van Benedictus’, de ander ‘paus en antichrist ineen’ en een ware fan typeert de docent als ‘god’. Allen zijn het erover eens dat ‘de hoogheid genaamd Raedts met zijn didactische vaardigheden en pauselijke knowhow nog bij leven een zaligverklaring verdient’.

Tekst en foto: Loes Perree