Creatief Boekhouden
Sparen voor een nieuw zadel voor je paard of werken om niet slechts ‘geleend geld in de kroeg stuk te slaan.’ Het bijhouden van een nauwkeurige begroting is voor sommigen een eitje maar voor anderen ‘nattevingerwerk’. ANS dook in het huishoudboekje van de RU-student.
‘Het Nibud maakt zich zorgen om de oplopende studieschuld’, kopten verschillende kranten begin dit jaar. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting verrichtte onderzoek naar geldzaken van studenten en heeft naar aanleiding daarvan alarm geslagen. Te veel studenten sluiten een lening af en studieschulden lopen in hoog tempo op. Vaak is men zich niet eens bewust van het feit dat überhaupt rente moet worden betalen. Wanneer de bul eindelijk binnen is, worden afgestudeerden vervolgens jarenlang achtervolgd door een torenhoge schuld. Gaat dit scenario ook op voor de RU-student? ANS voelde 381 van hen middels een enquête aan de financiële tand en bracht de in- en uitgaande geldstromen in kaart.
Relaxt rondkomen
Tijdens je studie moet je op eigen benen leren staan. Toch kunnen veel studenten niet zelfstandig rondkomen. Bijna de helft heeft een lening om de studietijd te overleven. Dit hoeft niet onverstandig te zijn. De centen worden immers meestal in hun toekomst geïnvesteerd. Als lenen gepaard gaat met onwetendheid over de rente en aflossing hiervan, wordt de situatie wel dubieus. Menig student is zich niet van deze voorwaarden bewust. Van degenen die maximaal lenen weten enkelen niet eens hoeveel geld per maand dit betreft. Slechts de helft is op de hoogte van de eigen schuld. Een enkeling geeft aan maandelijks een vast bedrag te lenen en vervolgens meteen op de spaarrekening te storten. Ook zegt iemand door te lenen ‘een beetje relaxter rond te kunnen komen’. Leningen worden hoofdzakelijk afgesloten om de kamerhuur te betalen of om een lekker avondmaal te kunnen nuttigen, althans door de vrouwen. Mannen lenen vaker om hun vakantie te betalen, om uit te kunnen gaan en om te kunnen sporten (zie figuur 1). Uiteraard is dit hun eigen verantwoordelijkheid. De meeste studenten die een grote studieschuld hebben, komen hier echter pas na hun afstuderen achter. De aflossing van hun lening en betaling van de rente levert dan een zwaardere lastendruk op dan in eerste instantie vaak wordt verwacht.
Zuurverdiende centen
Het stereotype beeld van de student is dat hij al zijn geld besteedt aan meters bier en wegens geldgebrek de laatste dagen van de maand bij zijn ouders moet spenderen. Dit geldt echter niet voor studenten aan de Nijmeegse universiteit. Aan het einde van de maand heeft 70 procent geld over. Slechts een zesde zit dan aan de grond. Zij leeft op restjes of moet terug naar zijn ouders. Het overige deel staat rood of leent om de maand door te komen. De maandelijkse bijdrage van de overheid vormt een belangrijk deel van het studenteninkomen. Dit is echter niet de enige bron van inkomsten. Een ruime meerderheid geeft immers aan dat overleven met slechts de studiefinanciering een onmogelijke opgave is. Driekwart van de studenten vult de maandelijkse tekorten aan met een ouderlijke bijdrage. Gemiddeld verdubbelen de ouders de basisbeurs voor uitwonende studenten. Van alle respondenten heeft bijna driekwart een bijbaan. Mannen verdienen ruim 355 euro per maand, terwijl dit bedrag voor vrouwen bijna 80 euro lager ligt. Het verdiende geld wordt voor het grootste gedeelte uitgegeven aan levensonderhoud, al komt uitgaan op een tweede plek. De redenen waarom wordt gewerkt lopen zeer uiteen. De meesten geven aan het geld nodig te hebben, anderen zien de bijbaan als ‘cv-neukerij’. Ook zijn er enkele diehard kroegtijgers: ‘Om nu alleen geleend geld in de kroeg stuk te slaan is ook zo sneu.’ Daarnaast vullen respondenten in graag extraatjes te kopen van hun arbeidsinkomsten. Eén student werkt vooral om ‘muziek te maken’.
Het is opvallend dat bèta’s en medici minder werken dan studenten aan andere faculteiten. Net iets meer dan de helft van hen verdient een centje bij, terwijl dit percentage voor andere faculteiten veel hoger ligt (zie figuur 2). Zij zullen het drukker hebben dan anderen door de vele verplichte practica. Bovendien liggen hun toekomstige startsalarissen veel hoger dan het gemiddelde, waardoor zij er waarschijnlijk geen heil in zien nu tegen een hongerloontje bij te beunen. Evenals lenende studenten geeft ook ongeveer de helft van de werkende studenten uitgaan als belangrijkste reden op. De bèta’s zijn de vreemde eend in de bijt. Tweederde van hen besteedt de zuurverdiende centen niet door in de kroeg te hangen, maar vindt hamsteren in de supermarkt belangrijker.
Liever bier dan kleren
Gemiddeld wordt maandelijks aan vaste lasten 337 euro uitgegeven, aan levensonderhoud 163 euro en aan uitgaan 73 euro. Tussen de geslachten bestaan duidelijke verschillen. Mannen beweren ongeveer 90 euro per maand aan uitgaan te spenderen, terwijl vrouwen iets meer dan de helft daarvan eraan besteden. Zij geven de voorkeur aan een luxere kamer en zeggen per maand gemiddeld 353 euro aan vaste lasten uit te geven. Dit bedrag ligt bij de heren veel lager (zie figuur 3). Vrouwen houden gezelligheid liever binnenskamers, terwijl mannen dit buiten de deur zoeken.
Op welke kostenposten zouden de respondenten het eerst besparen bij een persoonlijk financieringstekort? Wanneer ze krap bij kas zitten, besparen mannen en vrouwen even vaak op kleding. Opvallend is dat mannen wél meer waarde hechten aan dure merken op hun kledij. Van de heren zegt 22 procent dit belangrijk tot zeer belangrijk te vinden, ten opzichte van 9,9 procent van de dames. Bovendien blijkt dat mannen minder snel besparen op uitgaan.
Uitgaan, kleding en levensonderhoud vormen het leeuwendeel van de studentenbegroting. Het behoeft geen uitleg waarom thuiswonenden veel lagere kosten voor levensonderhoud hebben. Tussen uitgaan en kleding zijn wel verschillen te ontdekken: van de thuiswonende studenten zegt meer dan de helft snel te besparen op uitgaan en daarnaast de uitgaven aan kleding niet te willen beperken. Amper een derde van de uitwonenden bespaart op uitgaan, terwijl er snel een streep wordt getrokken door de aanschaf van nieuwe kleren. Studenten op kamers gaan dus liever een keertje extra uit dan dat ze een nieuwe broek aanschaffen.
Zadel voor mijn paard
Het lijkt erop dat het Nibud zich terecht zorgen maakt over de oplopende studieschulden omdat deze vaak gepaard gaan met onwetendheid. Een groot deel van de studenten houdt rekening met de toekomst. Ongeveer tweederde van de mannen geeft aan te sparen, terwijl bijna driekwart van de vrouwen geld oppot. Gemiddeld wordt er per maand 122 euro gespaard.
Van de studenten die werken spaart bijna driekwart. Overigens sparen niet alleen studenten die werken. Een ruime meerderheid van de studenten zonder bijbaan slaagt erin geld opzij te zetten voor een vakantie, buiten- landstudie of voor later. Er zijn ook studenten die zich meer richten op de korte termijn: ‘Ik spaar voor een nieuw zadel voor mijn paard.’
Een groot deel van de studenten is dus niet alleen goed in het rücksichtslos uitgeven van geleend geld, maar prima in staat een deel ervan opzij te zetten met een bepaald doel. Dit levert een genuanceerder beeld op van de studentikoze omgang met financiën.
‘Nattevingerwerk’
De boekhouding van studenten blinkt vooral uit in onzorgvuldigheid, blijkt wanneer zij antwoorden op de vraag hoe de financiën worden bijgehouden. De meeste studenten hanteren namelijk geen tactiek om hun geldstromen in kaart te brengen en houden. Maarliefst een derde van de studenten houdt de financiën op geen enkele manier bij. Een bedroevende uitkomst, die voor alle faculteiten gelijk is. Daarnaast zegt één op de vijf te internetbankieren, maar de manier waarop varieert (zie figuur 4).
Vrouwen houden hun uitgaven en inkomsten beter in de gaten dan mannen. Van de mannen structureert slechts 17,8 procent hun manier van geld uitgeven. Zij houden een huishoudboekje bij, pinnen elke week een vast bedrag of stellen een vast bedrag per onderwerp vast. Bijna een derde van de vrouwelijke respondenten doet dit.
Deze percentages illustreren de laksheid waarmee veel studenten met hun geld omgaan. Nuchtere antwoorden zoals ‘ik heb gewoon een goed geheugen’ of ‘als ik geen geld meer heb, kan ik ook niet meer pinnen’ zijn veelzeggend. De noodklok die het Nibud luidde naar aanleiding van haar onderzoek lijkt daarom niet overbodig, ook niet voor Nijmeegse studenten. Waar het instituut slechts een onwetendheid constateerde ten opzichte van het leengedrag, blijkt uit deze ANS-enquête dat dit ook geldt voor alle uitgaven. Nu genieten, later betalen typeert de levenswijze van velen. Een respondent verwoordt het huidige financiële handelen van een groot deel van de studenten op treffende wijze. Het is simpelweg ‘nattevingerwerk’.
Tekst: Jolene Meijerink en Mart Waterval
Klik hier voor alle artikelen van ANS april 2010.






