Jeugdige onschuld
Van de wijze les dat je aan het einde van de dag een bad moet nemen tot het begrijpen van de problematiek in het Midden-Oosten: kinderseries kunnen uiteenlopende boodschappen herbergen. ANS neemt enkele van deze programma’s onder de loep en speurt naar verborgen lagen.

Als kind was je zo naïef als een dodo. Met een bakje chips op schoot voor de televisie, een vers bemachtigde flippo in je kleffe knuistje. Je gniffelde om de onderbroekenlol van Tommie en zong een vrolijk deuntje mee met de koddige Timon en Pumbaa. Maar zelfs dit fijne jeugdsentiment is niet veilig. In wetenschappelijk onderzoek naar de achterliggende
boodschap verliest menig kinderprogramma haar onschuld.
Aap, Noot, Mees
Ouders die het te druk hebben met andere zaken, kunnen de opvoeding van hun kroost met een gerust hart aan de televisie overlaten. Dagmar van Schaik schreef haar masterscriptie aan de Universiteit van Utrecht over moraliteit in Nederlandse kinderseries. Zij concludeerde dat televisie een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van een
kind. Kinderprogramma’s kunnen jonge kijkers leren hoe zij moeten functioneren in de maatschappij. De kleine dreumesen spiegelen zich aan fictieve personages en leren zo hoe
ze zich in bepaalde situaties moeten gedragen. Sesamstraat en Het zakmes zijn series die kinderen bij uitstek op deze manier proberen te beïnvloeden.
In Het zakmes, waarvan zowel een film als een televisieserie is verschenen, doet Mees er alles aan om het Zwitserse zakmes dat hij per ongeluk in zijn bezit heeft terug te brengen naar zijn vriendje. Op hulp van zijn ouders hoeft hij hierbij niet te rekenen. Mees onderneemt tientallen pogingen om zijn vader over het zakmes te vertellen. Deze heeft echter geen aandacht voor de jongen en houdt zich enkel bezig met het beantwoorden van de fanmail van zijn vrouw, een wereldberoemde zangeres die altijd op reis is. Als laatste wanhoopsdaad zet Mees een videoband aan waarop zijn beroemde moeder te zien is. Hij zet de band op pauze en vertelt haar zijn verhaal. Het concept lijkt simpel, maar volgens Van Schaik zit er een belangrijke boodschap in de serie verborgen. ‘Kinderen leren hun plaats in de maatschappij en hun relatie tot volwassenen kennen.’ Daarnaast is de serie oorspronkelijk bedoeld om hen iets te leren over verschillende communicatiemiddelen. ‘Om zijn vriendje te bereiken gebruikt Mees de telefoon, post, krant en zelfs de televisie. Naast een morele insteek, heeft de serie dus ook een educatief doel.’
Sesamstraat is misschien wel het bekendste voorbeeld van een didactisch verantwoorde serie. Het langstlopende kinderprogramma in Nederland kent zijn oorsprong in Amerika. De serie is bedacht om kleuters uit achtergestelde gezinnen voorschools onderwijs aan te bieden, omdat lang niet alle Amerikaanse kinderen naar een kleuterschool gaan. Ook in Nederland is de poppenserie gericht op de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal en rekenen. Hans Beentjes, hoogleraar Communicatiewetenschap aan de RU en lid van de adviesraad van Sesamstraat, legt uit dat er meer achter zit. ‘De serie richt zich ondermeer op de rol van het anders-zijn.’ Zo wonen er bijvoorbeeld ook allochtone acteurs in Sesamstraat. Ook meneer Aart past binnen het idee van anders-zijn. Deze norse man laat immers zien dat er ook vervelende mensen zijn, maar dat met hen best valt te leven. Dergelijke goeddoordachte opvoedkundige doeleinden hebben echter lang niet altijd effect. Beentjes: ‘Kinderen zijn blind voor sommige zaken. Zo kunnen er bijvoorbeeld nog zo veel allochtone acteurs in Sesamstraat spelen, alleen Gerda Havertong wordt daadwerkelijk als anders herkend.’
Heil Hamlet!
Naast kinderseries met een duidelijke educatieve insteek, bestaan er vele programma’s die het qua thematiek hogerop zoeken. Alfred Jodocus Kwak is het ultieme voorbeeld van een tekenfilm die bomvol zit met verwijzingen naar de wereldproblematiek. Aanleiding voor het realistische sprookje was een fatale aanrijding van een eend door Herman van Veen.
Een nachtmerrie en een telefoongesprek met het hoofd van een symfonieorkest later was het idee van Alfred geboren. In eerste instantie verscheen het levensverhaal van de moedige eend als musical, later kwam er een televisieserie. Alfred neemt het in de serie onder meer op voor de familie Wana, die is gevlucht uit Thuisland. In dit land worden zwarte eenden onderdrukt door witte ganzen. Ook gaat hij de strijd aan met de boosaardige Dolf en zijn fascistische Kraaienpartij. Letterlijke verwijzingen naar de Apartheid in
Zuid-Afrika en de rassenhaat tijdens de Tweede Wereldoorlog worden hierbij niet geschuwd. Ook het Midden-Oostenconflict wordt aan het licht gebracht. Zo spreekt Alfred met Professor Noah over de jarenlange oorlog tussen Salam en haar buurland Jeel. De professor concludeert: ‘Ik heb toch maar eens die twee godsdiensten met elkaar vergeleken en ze zeggen hetzelfde. Het enige verschil is dat bij de ene godsdienst de geit heilig is en bij de andere godsdienst het schaap.’ Andere heikele thema’s zijn milieuschade door oliewinning en het probleem van de walvisvaart. Ondanks deze focus op negatieve zaken schetst de serie geen eenzijdig beeld van de wereld. Zo wordt Dolf bijvoorbeeld niet neergezet als de belichaming van het kwaad, maar voornamelijk als het slachtoffer van een moeilijke jeugd. Zijn moeder overleed op jonge leeftijd en zijn vader ‘dronk heel veel biertjes’. Tevens benadrukt de serie het belang van vriendschap en solidariteit ten tijde van crisis. Ook Disneyfilms kennen interessante socio-culturele verwijzingen. De medewerkers van de Amerikaanse geldmachine hebben als geen ander begrepen dat om kinderen naar de bioscoop te lokken, ouders ook dienen te worden vermaakt. Door hun films veelal te baseren op volksverhalen en er intellectueel uitdagende inhoud in te verwerken, hopen de makers zowel jong als oud te amuseren. Dit gaat ook op voor De leeuwenkoning. In het artikel The Lion King and Hamlet bespreekt Rosemarie Gavin de verbanden tussen het leeuwenepos en Shakespeares tragedie over de
kroonprins van Denemarken. In beide vertellingen wordt de koning vermoord door zijn jaloerse jongere broer en wordt de prins verbannen uit het koninkrijk. Waar Hamlet blind kan vertrouwen op zijn kameraad Horatio, sluit Simba vriendschap met de goedgemutste Timon en Pumbaa. Bijgestaan door de geest van hun oudeheer overwinnen beide Koninklijke Hoogheden diverse tegenslagen en keren uiteindelijk terug om hun vader te wreken. Na een dodelijke confrontatie tussen de rechtmatige troonopvolgers en antagonisten Scar en Claudius wordt de wereldorde hersteld.
Waar Alfred Jodocus Kwak en De leeuwenkoning nog begrijpelijke parallellen vertonen met respectievelijk wereldproblematiek en Hamlet, wordt in sommige kinderseries wel erg enthousiast gezocht naar diepere betekenissen. Het internet loopt over van analyses van doorgeslagen feministen en pseudo-wetenschappers die Winnie de Poeh onder meer aanwijzen als de personificatie van het obesitasprobleem en Scar neerzetten als een seksueel gefrustreerde, homoseksuele nazi. Hoewel dit soort paranoïde inzichten het bestaan van dubbele bodems in jeugdprogramma’s in het belachelijke trekken, heeft gedegen wetenschappelijk onderzoek herhaaldelijk aangetoond dat kinderseries meer kunnen zijn dan simpel vermaak. Dus dwing je oppaskinderen, irritante neefjes of luidruchtige buurmeisjes hun speelgoed te laten staan en zet de televisie aan.
Berber Hagedoorn, docent en PhD-onderzoeker aan het departement Media- en Cultuurwetenschappen van de Universiteit Utrecht:
In de eerste helft van de jaren ‘90 beleefden tekenfilms van Walt Disney Pictures, geproduceerd voor een (familie-)publiek van alle leeftijden, een ware succesgolf. Dit soort films zijn gebaseerd op sprookjesverhalen (De kleine zeemeermin), volksverhalen (Belle en het beest, Aladdin) of andere verhalen met een morele lading (De leeuwenkoning). De kracht van deze films is dat zij uit meerdere lagen van betekenis bestaan en dus om verschillende redenen entertainment bieden aan kinderen én volwassen. Deze tactiek is ook in Disney films uit de 21e eeuw terug te zien.
Verscheidene wetenschappelijke theorieën kunnen onderzoek naar verborgen of dubbele boodschappen in tekenfilms van Disney uit de jaren ‘90 nader ondersteunen. In zijn artikel “The Hidden Meaning and the Inner Tale: Deconstruction and the Interpretation of Fairy Tales” (2009) geeft Perry Nodelman inzicht in de “bewildering paradox” van verhalen met verborgen betekenissen, specifiek sprookjes. Zijn theorievorming gebaseerd op deconstructie voorziet een interpretatief kader om de dubbele boodschappen van Disney tekenfilms te ontleden. Tevens biedt onderzoek naar dubbele boodschappen in kinderseries en -films ruimte voor alternatieve lezingen van de genoemde films. Zo geeft Sean Griffin in Tinker Belles and Evil Queens: The Walt Disney Company From the Inside Out (2000) inzicht in subteksten en homoseksuele discoursen in de Walt Disney studio en films als De kleine zeemeermin en Aladdin.
Tekst: Ateke Willemse en Tamar van der Niet
Illustratie: Joost Dekkers
Klik hier voor alle artikelen van ANS april 2010.






