Kennis of Korsakov
In de rubriek ‘Kennis of Korsakov’ gaat ANS op zoek naar het ideale studentenhuis, waar academische vorming hand in hand gaat met uitbundige beschonkenheid. Deze maand: kraken zoals het hoort, boven de Molenpoort.
Tekst: Harmen Beurmanjer en Anouk Broersma
Foto’s: Anouk Rutten
Op afvaldag een kraakpand binnenstappen is niet zo slim. De donkere trap naar de tweede verdieping is een hindernisbaan vol rondslingerende vuilniszakken. Ondanks de rommel ziet het er op het eerste gezicht fleurig uit; graffiti, kleurrijke posters en groene tl-verlichting getuigen van de tomeloze creativiteit van de bewoners. Je zou bijna vergeten dat het pand ooit gebruikt werd als bedrijfsruimte.
Het kantoor boven de Molenpoort wordt tegenwoordig bewoond door ongeveer twintig mensen van allerlei nationaliteiten. Behalve studenten wonen er ook werkenden, fulltime levensgenieters en een Angolees gezin met twee jonge kinderen.
‘Willen jullie ook een glas wijn?’ vraagt Michel (32), afgestudeerd geneeskundige en verslavingsarts. In de grote huiskamer, gehuld in rood licht, staat een lange tafel waaraan tien bewoners eten. Wanneer de tafel wordt afgeruimd, ontstaat de discussie over wie er deze keer gaat afwassen. Burgerlijkheid alom in dit krakerspand.
Momenteel wordt overal het sinterklaasfeest gevierd en de Molenpoort is daarop geen uitzondering. In de huiskamer zijn de schoentjes gezet voor de goedheiligman, compleet met tekeningen en wortel. ‘Wij geloven er niet meer in, maar de Angolese kinderen die hier wonen wel.’ De krakers hebben buiten de huiskamer een gezamenlijke computerruimte – waarin zich naast twee computers voornamelijk losse computeronderdelen bevinden. ‘We hebben hier zelfs internet,’ vertelt Joost (26), voormalig student Psychologie, terwijl hij de zelf in elkaar geknutselde antenne demonstreert. Ook beschikken de bewoners over een kamer met een bar en een aantal barkrukken onder dikke lagen stof. Ideaal voor feestjes? ‘De laatste tijd gebeurt hier niet zo heel veel meer,’ vertelt Joost. Roosmarijn (27), studente Psychologie, meldt dat er nog wel af en toe verjaardagsfeestjes van bewoners worden gevierd.
Geen spectaculaire verhalen over recente grote huisfeesten dus. Hoe zit dat met de drank? Vol trots wordt de deur van het voorraadhok geopend. Op het eerste gezicht bevat het hok slechts hoge stapels lege bierkratten. Sascha (23), eerstejaars student Geschiedenis, wijst vervolgens naar een aantal stoffige dozen in de hoek. ‘Die bevatten 48 liter beroerde wijn,’ vertelt hij. De krakers proberen nog wat extra te pulletjes scoren en dus laat iedereen snel zijn persoonlijke drankvoorraad zien. Die omvat helaas niet meer dan wat verdwaalde kratten bier en flessen sterke drank.
Hoewel de lege kratten getuigen van veel alcoholconsumptie is de huidige voorraad een tikkeltje beschamend voor twintig personen. Twee pulletjes voor de krakers van de Molenpoort.
Waarom komt champagne beter tot zijn recht in een kristallen glas dan in een glazen glas?
Lavrans: ‘Iets met oxidatie?’
Michel: ‘Een kristallen glas is groter en dat past meer bij dure dranken.’
Sascha: ‘Het kristal zorgt dat de bellen langer blijven.’
Kristal bevat meer loodoxide waardoor er sneller bellen ontstaan dan in een gewoon glas. Bijna goed, een half breintje.
Wat heeft de mannelijke eikel gemeen met lippen?
Marta: ‘Wat is een eikel?’
Volkan: ‘Tsja, hoe leg ik dat nou uit in jouw taal?’
Joost: ‘Je kunt van allebei herpes krijgen.’
Het eigenlijke antwoord is dat beiden een door de hypofyse geregelde identieke waterhuishouding hebben. De krakers krijgen toch een breintje voor dit antwoord, waar we niet naar opzoek waren, maar toch goed is.
Waarom kan zwaaien met een open handpalm beledigend zijn voor mensen in West-Afrika?
Michel: ‘Als je met één hand zwaait ben je een homo, met twee handen ben je heel erg homo.’
Joost: ‘Of een homomepper.’
Sascha: ‘Je moeder is een hoer.’
Joost: ‘Nee, iets met getallen. Je moeder heeft vijf mannen geneukt.’
Dat klopt. Het gebaar wordt geïnterpreteerd als ‘je hebt vijf vaders’. Oftewel, je bent een bastaard. Een breintje erbij.
Twee voetgangers lopen van A naar B. De een wandelt, de ander zet er flink de pas in. Het regent en de druppels vallen recht naar beneden. Wie wordt het natst?
Sascha: ‘De snelste.’
Marta: ‘Of worden ze allebei even nat?’
Michel: ‘Als je hard rent, gaan je benen verder uit elkaar en word je natter.’
Leuke theorie, maar helaas fout. Je wordt natter als je langzaam loopt, omdat men zich langer in de regenbui bevindt.
Wie veroverde in 1591 Nijmegen op de Spanjaarden en maakte de stad protestants?
Michel: ‘Willem van Oranje.’
Joost: ‘Was die toen niet al dood?’
Michel: ‘Dan is het Maurits.’
Inderdaad, het was Maurits van Oranje die de stad veroverde, alweer een breintje.
De huisgenoten blijken profijt te hebben van hun verschillende nationaliteiten en achtergronden. De gezamenlijke kennis levert drieënhalf breintje op. Zo bewijzen de Molenpoorters dat niet alle stereotypen kloppen: geen wilde verhalen van deze krakers, maar bovengemiddeld intellect en burgerlijkheid alom.






