Wat bèta’s (niet) met cijfers kunnen
De bètafaculteit kampt dit jaar wederom met financiële problemen. Rigoureuze maatregelen zijn getroffen om het geschatte tekort van 3,6 miljoen euro weg te werken. Vraag blijft of deze regelingen het gat in de financiën kunnen dichten.
Tekst: Elky Rosa Gerritsen en Laurens de Wit
Illustratie: Ruud Vos
Het is de bètafaculteit dit jaar weer gelukt een groot verlies te lijden. Verwacht wordt dat het tekort over 2005 maar liefst rond de 3,6 miljoen euro zal zijn. Sjoerd Wendelaar Bonga, decaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI), stelde eind september zijn collega’s per e-mail op de hoogte van het slechte nieuws. Op aandrang van het College van Bestuur (CvB) stelde Wendelaar Bonga een plan op met de nodige drastische maatregelen. Zo worden aflopende contracten van medewerkers niet verlengd en wordt er aan werknemers ouder dan 62 jaar dringend gevraagd vervroegd uit te treden. Dit zorgt voor een hogere werkdruk voor het overblijvende personeel. Ook vindt een beperking van de materiële uitgaven plaats, bijvoorbeeld van de huisvestingskosten. Dit lijkt een vreemde maatregel, aangezien zichtbaar flink wordt gebouwd aan de FNWI. Wendelaar Bonga legt uit: ‘Die gebouwen worden betaald door de universiteit. De faculteit betaalt 8 miljoen euro voor de inrichting.’ Dus minder geld voor huisvesting, maar wel een fors bedrag besteden aan het interieur van gebouwen: een eerste tegenstelling is geboren.
Hoewel collegevoorzitter De Wijkerslooth fel uithaalde, toen hij het nieuws over de penibele financiële situatie hoorde, stemde het CvB onlangs toch klakkeloos in met de plannen van de decaan. Alsof dat nog niet opmerkelijk genoeg was, accepteerde het College zonder morren het tekort op de bètafaculteit.
Onderschatting
Wendelaar Bonga verklaart het tekort mede door de erosie van de middelen. De netto inkomsten nemen wel toe, maar qua koopkracht gaat de faculteit erop achteruit. ‘De politiek gaat uit van 1,5 procent inflatie per jaar, en wil dat maximaal compenseren, maar dat is flauwekul. Wij hebben veel hogere kosten dan bijvoorbeeld op de Faculteit der Letteren. Dat komt omdat we, onder andere door de vele practicumruimtes, relatief veel ruimte per student gebruiken. De huurkosten die wij aan de universiteit moeten betalen zijn sterk gestegen. Ook worden veel chemicaliën gebruikt, waarvan de prijs met meer dan 1,5 procent per jaar stijgt.’
Een andere nadelige ontwikkeling is dat de toewijzingen van de tweede geldstroom – een bedrag dat door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschap en Onderzoek (NWO) onder onderzoeksprojecten wordt verdeeld – steeds verder worden afgeknepen. Doordat het NWO minder geld uitkeert, wordt op projecten verlies geleden. In de laatste jaren was de bètafaculteit zeer succesvol in het aantrekken van programma’s: de afgelopen vijf jaar nam het aantal met de helft toe. ‘Hierdoor lijden we nu een verlies van zo’n 2,5 miljoen per jaar. Vroeger was het omgekeerde het geval: toen werden kostenstijgingen betaald uit de extra inkomsten van projecten,’ verklaart de decaan.
Ondanks de verliezen blijft de FNWI veel tweede geldstroomprojecten aantrekken. Dit is belangrijk omdat het masterstudenten de mogelijkheid biedt onderzoekservaring op te doen. Daarnaast probeert de faculteit door het aantrekken van de programma’s een goede reputatie op te bouwen. Imago lijkt belangrijker te worden gevonden dan een gezonde financiële huishouding.
De dip in het aantal eerstejaars aan het eind van de jaren negentig is een andere oorzaak van het grote tekort. Doordat studenten de faculteit pas geld opleveren als ze hun diploma ontvangen, stroomden er de afgelopen jaren te weinig inkomsten binnen. In de tussenliggende jaren kwamen er wel meer eerstejaars naar Nijmegen en daarvoor moesten de nodige kosten worden gemaakt. ‘Het feit dat die kosten zich pas na vijf jaar terugverdienen, hebben we onderschat,’ erkent Wendelaar Bonga.
Bye bye bèta?
De verschillende maatregelen hebben een funeste uitwerking op elkaar: aan de ene kant zijn meer studenten nodig om de inkomsten te laten stijgen, terwijl aan de andere kant wordt gekort op het personeel. Dit zorgt voor een nog hogere werkdruk voor de medewerkers van de FNWI. Extensivering van het onderwijs wordt hierdoor noodzakelijk, meent ook Wendelaar Bonga. ‘Ik denk dat er weinig anders op zit dan inkomende studenten minder college-uren aan te bieden. Het is een luxesituatie dat op de bètafaculteit veel contacturen zijn.’ Bernadette Smelik, voorzitter van de Onderdeelcommissie – medezeggenschapsorgaan voor werknemers – van de FNWI, vreest dat dit nadelige effecten zal hebben: ‘Het typische karakter van bètastudies, zoals de vele bijeenkomsten, mag niet verloren gaan.’ De tijd lijkt er echter rijp voor dat ook de FNWI financiële orde boven haar karakter zet.
Ondanks het tekort van 3,6 miljoen euro is Smelik gematigd optimistisch. ‘De getroffen maatregelen zijn nodig om het huidige tekort op te lossen. Het is echter de vraag of ze ook op de lange termijn effect hebben. De problematiek van de tweede geldstroom en de hoge werkdruk zullen blijven bestaan.’
Schrale troost
Smelik en Wendelaar Bonga zijn het erover eens dat nog een financieel jaar als 2005 zeer desastreus zal zijn. ‘Alle vetrandjes zijn weggesneden, we zitten nu op het bot,’ waarschuwt Smelik. Haar optimisme begint langzamerhand om te slaan in cynisme. ‘Voor de zomer waren we ook positief gestemd, maar in september werden we geconfronteerd met een tekort waarvan ik dacht: “oeps”.’ Door het financiële rak in de wind van de afgelopen jaren zijn er bijna geen reserves meer om nieuwe tegenvallers op te vangen. De decaan licht toe: ‘Het moet nu echt ophouden, als het zo verder gaat, komen we permanent in de rode cijfers. Dit zal niet de laatste keer zijn dat er wordt ingegrepen. Het faculteitsbestuur heeft zich te weinig gerealiseerd dat de dip van de jaren negentig nog niet voorbij was. We werkten langs de tafelrand en kieperden er steeds vanaf.’
Maar dat het allemaal nog veel erger kan, bewijzen andere Nederlandse bètafaculteiten. Zo kent Leiden een tekort van 15 procent en heeft Utrecht zelfs een gat van 20 procent op haar begroting. Het tekort in Nijmegen bedraagt ’slechts’ 6 procent.
Hoewel de FNWI hoopvol lijkt gestemd, is er geen reden voor een hosannastemming. Immers, in het najaar van 2004 dacht het faculteitsbestuur eveneens dat de problemen voorbij waren. In de begroting werd zelfs een verwachte winst van 50 duizend euro opgenomen. En zie nu wat 2005 gebracht heeft. Het feit dat andere bètafaculteiten in Nederland het relatief nog slechter doen, kan slechts worden opgevat als schrale troost.






