ANS-Online

Website van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad

6 uit 52

Een striptekenaar krijgt zes vragen uit een set van 52 voorgelegd, met onderwerpen die er tenminste toe doen. Barbara Stok trok de nummers 4, 8, 15, 16, 23 en 42.

Tekst: Annemiek de Vries
Foto: Lisa Jacobs

Barbara weet het beter is de titel van de vierde bundel die striptekenaar Barbara Stok (36) afgelopen oktober uitbracht. Hierin geeft ze tips om met alledaagse problemen om te gaan en levert ze met een knipoog moralistische kritiek op de maatschappij. Bovendien draagt ze eenvoudige oplossingen aan voor de wereldproblematiek.

4. Hoe ben je striptekenaar geworden?
‘De interesse voor strips is er altijd geweest, als kind tekende ik ze al. Rond mijn twintigste kwam ik in aanraking met de comics van Robert Crumb en werd daardoor erg gegrepen. Ze zijn zo anders dan de strips uit mijn kindertijd. Crumbs stripverhalen zijn voor volwassenen bedoeld, ze spelen zich heel duidelijk af in de realiteit. Ik ben me toen in het genre gaan verdiepen, en aangestoken door die strips ben ik serieus aan de slag gegaan. Dat kwam niet echt uit de lucht vallen, want ik schreef indertijd al veel verhalen. Die waren echter nooit naar mijn volle tevredenheid. Op het moment dat ik mijn teksten in stripvorm goot, was het compleet.’

8. In je eerste strips komen voornamelijk concerten en drank aan de orde. Was dat waar je je toen mee bezighield?
‘Ja, ik vond de dronken nachten heel leuk. Achteraf gezien vind ik het jammer dat ik teveel heb gefeest, zonde van mijn tijd. Aan de andere kant: blijkbaar moest ik die wilde haren kwijt. De meeste jonge mensen vinden dat ze zoveel mogelijk uit het leven moeten halen. Dat uit zich meestal in veel drinken, alsof dat het enige is wat ze kunnen verzinnen. Waarom niet heel hard studeren, mediteren, of vijf jaar in een klooster doorbrengen?’

Zit die houding van jongeren jou dwars?
‘Ik vind onderwijs ontzettend belangrijk. Helaas heb ik nooit een studie afgerond; een paar maanden heao en een jaar fotoacademie. In de derde wereld kunnen kinderen vaak niet eens naar school, terwijl hier iedereen scholing krijgt aangeboden. Ik vind nu dat als je verstand hebt, je het ook ten volle moet benutten.’

15. Hoe komt het dat je werk een serieuzere insteek heeft gekregen?
‘De ontwikkeling in mijn werk reflecteert mijn eigen ontwikkeling. Vroeger was ik vooral bezig met uitgaan, nu is mijn leven anders. Ik ga niet veel meer uit en drink geen alcohol meer, wat me veel meer bevalt. Een strip maken vind ik leuker dan met een kater op de bank hangen. Ik heb wel wat beters te doen.’

16. Is je persoonlijkheid ook veranderd?
‘Als twintiger was ik heel zelfverzekerd; een stoer mens, geen gelul. Na mijn dertigste ging dat een beetje wankelen doordat ik naar mezelf toe eerlijker ben geworden over wie ik ben. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo stoer. Mijn stripfiguurtje is een afspiegeling van hoe ik mezelf zie, en is door de tijd heen dus veranderd. In het begin tekende ik mezelf zo dat ik ook wel een jongen had kunnen zijn. Naarmate mijn zelfbeeld veranderde, werd dat poppetje wat vrouwelijker.’

23. Je behandelt in je laatste bundel grote maatschappelijke problemen, die je afdoet met een komische en verrassend simpele oplossing. Wil je daarmee een boodschap overbrengen?
‘Van de problemen die ik aankaart vind ik echt dat er wat aan moet gebeuren, maar over het algemeen is dat niet gemakkelijk. Het enige wat ik zelf kan doen is proberen mijn gedrag te veranderen, en mensen ervan te overtuigen dat zij dat ook doen. Zo had ik me vanwege de milieuproblematiek afgelopen nieuwjaar voorgenomen om minder te gaan autorijden, maar in de praktijk kwam daar meteen al niets van terecht. Als ik er dan een strip over maak, heb ik in ieder geval mijn zelfkritiek geuit.’

Een betere wereld begint bij jezelf?
‘Je kunt wel altijd naar anderen wijzen, maar dat heeft geen enkele zin als jij zelf niets doet. Als je het er niet mee eens bent dat mensen in China onder erbarmelijke omstandigheden spijkerbroeken moeten maken, moet je die broeken niet kopen. En als je het verkeerd vindt dat varkens in kleine hokjes worden gepropt, moet je dat vlees niet eten, punt. Ik kan soms echt kwaad maken over onze hypocriete samenleving.’

42. Recensenten typeren je werk als ‘rommelig’. Ben je het daarmee eens?
‘Ik vind niet dat ik rommelig teken, ook al heb ik geen strakke lijntjes. Ik doe juist heel erg mijn best zo mooi en netjes mogelijk te tekenen. Het is zo’n gepriegel! Mensen die strips maken, zijn eigenlijk een beetje gek: het is ontzettend veel werk en het wordt enorm ondergewaardeerd. Je wordt toch gezien als het debiele broertje van de schrijvers.’