Wijkagent: Centrum
Elke maand doet de Wijkagent zijn ronde door een ander stadsdeel. Van getto tot villapark speurt hij Nijmegen af, op zoek naar de meest studentikoze wijk. Deze maand: 365 dagen per jaar carnaval in Nijmegen City
Met zijn 150 duizend inwoners is Nijmegen een heuse stad. Ondanks dit grote aantal inwoners is alleen het centrum van Nijmegen het enige stukje wat je aan een échte stad doet denken. Bij onoplettendheid word je van de sokken gereden door vuilniswagens die met een noodgang door de Eerste Walstraat scheuren. Irritante junks proberen je op iedere straathoek een straatkrant aan te smeren. Maar tegelijkertijd wordt dit zogenaamde stukje stad overladen door dorpsmentaliteit. Er is namelijk geen bezoek aan het winkelgedeelte mogelijk zonder een bekende tegen het lijf te lopen. Niet te vergeten het ons-kent-ons sfeertje tijdens de boodschappen bij Coop aan het einde van de zondagmiddag. ‘Toch is de Coop een rotsuper!’, aldus Tim Toornvliet (22), vijfdejaars Communicatiewetenschap, die er naast de huidige vijf supermarkten in het centrum nog een Albert Heijn bij wenst. In hoeverre voldoet het centrum aan de eisen van de urbane student?
Wat bied je?
De in groten getale aanwezige fietsen voor huizen met een rij bellen ernaast, duiden op een geliefde wijk voor studenten. De SSHN herbergt ook nog eens vierhonderd studenten downtown, verdeeld over stadspanden en drie wooncomplexen. Wat het centrum zo aantrekkelijk maakt voor studenten, is simpel te achterhalen. Zelfs met een kater op de zondag is er in het centrum genoeg gelegenheid voor herstellend vertier. Naast ontspanning in een van de talloze cafeetjes die het populaire Koningsplein telt, biedt de Waalkade de gelegenheid voor het halen van een frisse neus. Het uitgebreide aanbod van buitenlandse gerechten kan de studentenhonger goed stillen. Voor een oververhit brein zit je in deze straat ook op de juiste plek: volop drogerende middelen in het grootste aanbod aan smart- en coffeeshops van de stad. Al lopen hier meer buitenlanders dan studenten.
Veiligheid
Doddendaal bewoonster Petra Molenaar (23) tweedejaars Politicologie: ‘Er stonden ’s ochtends vroeg opeens politieagenten voor mijn deur, in verband met een verkrachtingszaak in het trappenhuis.’ Schort het in het stadshart aan veiligheid? Een tweetal politieagenten, gespot in het onveilig ogende Karrengas, wordt aan de tand gevoeld. Volgens hen is het centrum een redelijk veilige woonplek. Ook tijdens het uitgaansleven blijft het publiek redelijk tam. Waarom staan de agenten hier dan eigenlijk geparkeerd? ‘We wachten op onze collega, die is pizza’s aan het halen. Bij Donatello’s zijn ze erg lekker.’ De verscholen pizzatoko is dus niet alleen bij studenten in trek.
Altijd feest
Arjan Grooters (24), vijfdejaars Communicatiewetenschap, vindt het veilig in de binnenstad. Zijn ganggenoten reageren met spot. Alice Da Costa de Pina (21), eerstejaars Romaanse Talen: ‘Ik werd laatst nog naar huis gevolgd door een dronken man. Hij stond eerst rustig op de hoek van de straat te wankelen. Maar toen hij mij opmerkte, volgde hij me tot de deur.’ Arjan moet dan bekennen dat hij eens wakker is geworden doordat twee inbrekers aan zijn deur rommelden. Als we Tim moeten geloven, kun je vanuit zijn kamer aan de Parkweg bij het Kronenburgerpark geregeld genieten van fraaie taferelen. ‘Er lopen regelmatig potloodventers door het park. Het meisje dat beneden mij woont werd een keer verrast door een naakte man, die voor haar raam een heuse show weggaf.’ ‘En niet te vergeten de talloze junks in het park’, vult Arjan aan. Ondanks deze voorbeelden, voelen de studenten zich niet bedreigd door dit wandelende rariteitenkabinet. Arjan relativeert: ‘Weet je wat pas gevaarlijk is? De spiegelgladde vloer als je hier de douche uitstapt.’ /CH, fotografie Willie Kerkhof
Bewoners:
Tim: ‘Bij mij in de straat wonen veelal tweeverdieners. Verderop bejaarden, en in het weeshuis op de Hessenberg wonen krakers.’
Arjan: ‘En kippen! Die verwacht je toch niet in een binnenstad?’
Juriaan: ‘Ze leggen eieren onder de motorkap van mijn auto.’
Petra: ‘We hebben hier ook een zwerver, die slaapt in de ruïne, bij de ingang.’
Arjan: ‘Daar spotte ik ook een keer twee schaars geklede meisjes, en een jongen met een videocamera.’
Ligging en bereikbaarheid
Alice: ‘Als je in het centrum woont, kun je ’s nachts vanuit je favoriete kroeg naar huis rollen.’
Arjan: ‘Eigenlijk is alles goed bereikbaar, behalve de uni. Die is ver.’
Tim: ‘Valt wel mee: slechts een kwartiertje met de fiets.’
Juriaan: ‘Het is vooral fijn dat we hier zo centraal zitten en toch geen last van lawaai hebben.’
Alice: ‘Hooguit hebben we wat overlast tijdens de Vierdaagsefeesten. Tenminste, als er geen doden vallen.’
Uiterlijk:
Arjan: ‘Het centrum is niet zo mooi. Oud- en nieuwbouw staan door elkaar.’
Juriaan: ‘Net zo contrastrijk als Doddendaal.’
Petra: ‘Als ik mensen uitleg dat ik in een klooster woon, zijn ze erg enthousiast. Maar wij wonen in het lelijke nieuwbouwgedeelte, dat overigens ook al veertig jaar oud is.’
Groen:
Arjan: ‘Voor mij telt alleen het Kronenburgerpark. Daarmee houdt het wel op.’
Alice: ‘Je vergeet de kloostertuin, daar kun je ’s zomers echt goed barbecueën.’
Tim: ‘En de struikjes hierachter? Daar zitten alleen wel die kippen. Als ik hier arriveer, word ik door ze belaagd.’
Middenstand:
Arjan: ‘De veertig dönertenten zijn onontkoombaar.’
Juriaan: ‘De snackbar op het Joris Ivensplein, die is echt goed!’
Alice: ‘Beter dan die op de hoek van de Bloemerstraat. Die gooit de friet vantevoren in de frituur die vervolgens weer wordt opgewarmd bij je bestelling. Echt ranzig!’
Cafés:
Tim: ‘Toen we op zoek waren naar een stamkroeg, werden we overal weggestuurd. Bij de vraag of ze een geschikte wisten, verwezen ze ons naar Café de Fiets of feestcafés zoals Drie Gezusters.’
Joris: ‘Het centrum is niet zo gezellig als Nijmegen Oost. Maar wij hebben hier wel In de Blaauwe Hand!’
Petra: ‘Daar heb je lekkere chocolademelk.’
De wijkagent kent toe: 4/5






